Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Het Koloniaal Monument als 'Ongehoorzame' Readymade - Demonumentalisering en Remythologisering van Intentioneel Memorerende Beeldhouwkunst

Adam Van Den Berghe
Een nieuw iconoclasme doet zijn intrede. Als zelfverklaarde mijlpalen in de geschiedenis en de
publieke ruimte worden symbolen van een geromantiseerde en eurocentrische visie op het
koloniaal verleden steeds meer onderhevig aan aantasting, bevraging en verwijdering. Als het
ware houden deze controversiële objecten een spiegel voor de ogen van de dagelijkse slenteraar.
In dit onderzoek is er gepoogd antwoord te krijgen op de hedendaagse relevantie van koloniale
monumenten in de openbare ruimte. Als centraal voorbeeld voor deze intentionele
memorerende monumenten worden de beeltenissen van Leopold II onder de loep genomen.
Hoewel deze objecten het tegenovergestelde van dekolonisatie symboliseren vormt deze
verhandeling geen betoog voor de aantasting of verwijdering van dergelijke monumenten.
Integendeel, het beheer en behoud van dergelijke monumenten in functie van
demonumentalisering en remythologisering geniet de voorkeur. Door herdefiniëring wordt
getracht een gemeenschappelijk koloniaal erfgoed en verleden na te streven.
De controversiële objecten omvatten, als voorbeelden van traditionele canonieke kunst, actuele
problematiek en hedendaagse relevantie. Als communicatiemiddel en metonymie van protest
stelt het koloniaal monument zichzelf aan de kaak. Dusdanig capteert het, als geval van
hedendaagse kunst, twee tegengestelde waarheden. Het object zelf als monument en pure vorm
van kolonialisme en het subject als strijd om de zuivere waarheid tussen de onderdrukker en de
onderdrukte. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan of deze tegenstrijdige uitingen elkaar
in het object kunnen opheffen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee
verschijningen die de standbeelden van Leopold II aannemen. Met name dat van een
intentioneel memorerend monument en dat van een koloniaal monument als readymade. Deze
nemen respectievelijk een amplische en een ciselante of beitelende fase aan.
De toestand van de mens verpersoonlijkt zich in het koloniaal monument als ongehoorzame
readymade. Het ziet zichzelf vervat in de terugkerende object-subject dialectiek die het beleeft.
De conclusie is dat de classificatie en criteria van een readymade ondersteuning biedt voor de
uitlijning van de maatschappelijke en politieke dilemma’s die de objecten meedragen. De inzet
is nog steeds de macht over tijd en ruimte. Het biedt een alternatieve werkwijze voor de
spektakeldemocratie waarin politiekers voor figuranten spelen en politieke correctheid als
illusie voor gelijkheid wordt gehanteerd. Als tweede verschijning nemen kunstenaars in dit
schouwtoneel de rol van burger-betoger op. Doormiddel van additivisme wordt er gemedieerd
tussen de verschillende actoren. Dit moet voldoen aan het erfgoedbeleid maar mag niet meer
als crimineel worden aanzien.

Emocratie? Een kwantitatieve analyse van de samenhang tussen emotie en democratie in België

Benjamin Blanckaert
Emotie en democratie:
Een exploratief kwantitatief onderzoek naar de invloed van emoties ten aanzien van de Belgische politiek op de tevredenheid van de kiezer over de werking van de democratie in België.

Het theater en zijn politiek. Naar een dramaturgie van de leesbaarheid

Simon Knaeps
In deze thesis wordt de dramaturgie van de leesbaarheid voorgesteld als methode om na te denken over de relaties tussen theater en politiek en dit via het denken en schrijven van theatermaker Bertolt Brecht, dramaturge Marianne Van Kerkhoven en filosoof Jacques Rancière. Na een inleiding op de
raakvlakken tussen theater en politiek volgt een korte samenvatting van de aloude discussies over
autonomie/engagement en vorm/inhoud om uit te komen bij een ‘geëngageerde autonomie’. Het brechtiaanse paradigma dat de toeschouwer via een zo leesbaar mogelijke theatrale bemiddeling bewust probeert te maken van de sociale omstandigheden om hem bijgevolg aan te sporen deze te veranderen
(Rancière 2015 [2008], 13), wordt ernstig geproblematiseerd door Jacques Rancière. Deze verwerpt namelijk elk causaal verband tussen het beoogde effect van een kunstwerk en de uitwerking ervan op de toeschouwer (i.e. hoe de toeschouwer de voorstelling leest). Rancière ziet politiek niet als
de uitoefening van, of de strijd om de macht, maar als een herconfiguratie van een delen van het zintuiglijk waarneembare (partage du sensible). Kunst wordt politiek wanneer ze een poging doet om dit zintuiglijk waarneembare te reorganiseren, zich ervan bewust dat ze niet voorop kan lopen op zijn
mogelijke effecten. Dat is bij uitstek een dramaturgische kwestie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dramaturge Marianne Van Kerkhoven de overgang belichaamt van de meer brechtiaanse strategieën naar een meer rancièristische kijk op de politiek van het theater. Als geen ander bepleit ze dat theater
zich niet noodzakelijk expliciet met politieke issues hoeft bezig te houden, maar dat het wel ten alle tijden een politiek bewustzijn moet cultiveren (Van Kerkhoven 2002 [1996], 169 & [1999], 203). Manieren om dat bewustzijn te communiceren aan de toeschouwer aan de hand van de formulering van
de dramaturgie van de leesbaarheid is het onderzoek van deze thesis. Leesbaarheid ontstaat op de as tussen vorm en inhoud, toegankelijkheid en complexiteit, autonomie en engagement.

Klitten in mijn identiteit

Rachel Hansoul
Een beschrijving van de belichaming van een identiteit. De belichaming in de vorm van haardracht met daarbij de invloed van genetica en omgeving.

Russie et l'Europe civilisée: Europese identiteitsvorming in het Belgische Ruslandbeeld 1848-1861

Sam Kuijken
Mijn onderzoek gaat na hoe de Belgische kijk op Rusland tussen 1848 en 1861 bijdroeg aan de vorming van een Europese identiteit.

“Māori metal” - Analysing decolonial glocalisation in the themes, performances and discourses surrounding Alien Weaponry’s debut album Tū (2018)

Didier Goossens
Onderzoek naar hoe de Nieuw-Zeelandse metalband Alien Weaponry zich voorstelt aan centrale markten van de globale metalscene. Enerzijds een analyse van thematische en performatieve glocalisering; anderzijds discoursanalyses van promotie, distributie en receptie, met nadruk op deze laatste.

Horta in Amerika: het verblijf van Victor Horta in de Verenigde Staten van 1915 tot 1919

Tom Packet
Aan de vooravond van WOI werkt de Belgische architect Victor Horta (1861-1947) aan enkele van de belangrijkste projecten uit zijn carrière. Vanaf februari 1915 verblijft hij noodgedwongen in ballingschap, aanvankelijk in Londen, maar voor het grootste deel van de oorlog in de Verenigde Staten. De Belgische overheid instrueert Horta om de Amerikaanse samenleving en haar architectuur grondig te bestuderen in het licht van de naoorlogse wederopbouw van het land. Horta verkondigt daarnaast tijdens talloze lezingen en interviews het belang van het Belgisch artistiek patrimonium en de betreurenswaardige verwoesting ervan in het conflictgebied.

Dit Amerikaans ‘avontuur’ is een relatief slecht gekende periode in het leven van Horta. Het wordt doorgaans bekeken als een minder interessante episode binnen het verloop van zijn oeuvre. Dit onderzoek toont aan dat Horta de Amerikaanse samenleving zoals opgedragen grondig bestudeert en dat hij als architect, lesgever en urbanist onophoudelijk doortheoretiseert over materies die reeds voor de oorlog zijn interesse genoten. Hij verblijft voor langdurige periodes in New York, Washington D.C. en San Francisco, waar hij telkens opnieuw contacten aanknoopt met noemenswaardige architecten, ingenieurs, ontwerpers en academici.

Dit onderzoek wil Horta’s Amerikaanse periode grondig reconstrueren en contextualiseren. Zijn uitwijk naar de VS was een voorbereidde missie die kaderde binnen een maatschappelijk en politiek doel. Aan de hand van voornamelijk primaire bronnen (archiefmateriaal en krantenartikelen) wordt een allesomvattend beeld geschetst van Horta’s confrontatie met een radicaal andere samenleving en architectuur. Toenemend inzicht in deze confrontatie kan helpen de opmerkelijke kentering in stijl en constructiepraktijk in het naoorlogs oeuvre van Victor Horta te begrijpen en verklaren.

Wandelen tussen Wolkenkrabbers: Sociaal geheugen en identiteit in de context van Black History Month

Jef Cauwenberghs
In welke context wordt voor jonge Afro-Vlamingen een 'zwarte identiteit' geboren en hoe wordt deze door middel van sociaal geheugen in stand gehouden?

IMPORTED GOODS: negotiating ethnicity and multiple belonging in the multicultural city of Maasmechelen

Ine Simons
Een documentaire over de jongerencultuur in Maasmechelen waarin kinderen van migranten een samenhorigheid en inclusiviteit hebben gevonden van de Belgische samenleving die hen uitsluit omdat ze 'anders' zijn.

De impact van de fiscale regelgeving op financiële intra-groep transacties: analyse binnen een Belgische context

Maarten Dewaele
Deze masterproef heeft tot doel de fiscale regelgeving en de impact ervan op financiële intra- groep transacties te onderzoeken in een Belgische context. Financiële verrekenprijzen zijn een hot topic anno 2019 maar binnen de huidige literatuur is er weinig geweten over dit onderwerp. Een uitgebreide literatuurstudie, die vertrekt vanuit algemene literatuur over verrekenprijzen, wordt aangevuld met interviews afgenomen bij negen experten die peilen naar het gebruik van financiële intra-groep transacties in België. Er gebeurt ook onderzoek naar de wetgeving, zowel multilateraal als unilateraal, die errond bestaat. Daarnaast wordt ook de impact van die wetgeving onderzocht op het voorkomen van misbruik en hoe multinationals omgaan met die regelgeving. Ook enkele factoren die invloed kunnen hebben op de prijsstelling worden onderzocht. Ten slotte wordt onderzocht hoe het arm’s length beginsel kan toegepast worden op financiële transacties. Uit het onderzoek komt naar voor dat misbruik van financiële transacties sterk verminderd is en dat multinationals duidelijk een shift hebben gemaakt naar compliance. Algemene invloedsfactoren werden niet gevonden doordat die vaak afhankelijk zijn van het land, sector en de multinational zelf. Het arm’s length beginsel is toe te passen op financiële transacties en de CUP-methode is hiervoor de aangewezen verrekenprijsmethode.

Belgisch humanitarisme: andere naam, zelfde imperialisme? Een onderzoek naar het Belgische discours rond mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking (1960-1975)

Flo Van den Broeck
Deze masterproef onderzoekt hoe België zichzelf definieerde als humanitaire actor na de dekolonisatie van Congo. Het gaat eveneens na in hoeverre het Belgische humanitarisme van 1960 tot 1975 te begrijpen valt als een verlengstuk dan wel als een breuk ten aanzien van de koloniale praktijk.

Is een vermogenskadaster haalbaar?

Jana Hoornaert
In voorliggend onderzoek wordt onderzocht of de uitbouw van een Belgisch vermogenskadaster juridisch haalbaar is. Door middel van een rechtsvergelijkend onderzoek met Frankrijk, Nederland en Spanje wordt de inhoud van het Belgisch vermogensregister vastgesteld. Daarna wordt afgetoetst of in België reeds zicht is op die gegevens. Verder worden nog enkele belemmeringen behandeld. Afsluitend wordt de onderzoeksvraag uitgebreid en genuanceerd beantwoord en worden nog enkele voorstellen gedaan voor vervolgonderzoek.

Terugvordering van staatssteun naar Belgisch en Nederlands recht - een anthologie van vergiftigde geschenken.

Joris Gruyters
Vergiftigde geschenken worden niet enkel door (schoon)familie en vrienden uitgedeeld. Ook een overheid kan door steunmaatregelen een aanslepend en kostelijk proces veroorzaken. Overheidssteun die als onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt wordt beschouwd, dient onverwijld en doelmatig te worden teruggevorderd. Doordat de Commissie onbevoegd is om haar besluitvorming rechtstreeks in de interne rechtsorde te implementeren, wordt de terugvordering afgehandeld volgens de nationale procedurele regels. In de praktijk blijkt echter dat dit lang niet zo evident is. Dat staatssteunregulering in de terugvorderingsfase spoedig in een toneelstuk van antagonisten en moeilijke scenario’s uitmondt, volgt uit dit complexe dubbele rechtsniveau waarbinnen deze regels moeten gedijen.
Deze thesis gaat op zoek naar antwoorden op vragen omtrent deze terugvordering: door middel van een rechtsvergelijkend en evaluatief onderzoek worden de Belgische terugvorderingsprocedures, en mogelijke obstakels, in detail beschreven en doorgelicht. Daarbij worden de wetgevende ontwikkelingen, pijnpunten en debatten die in Nederland geleid hebben tot de totstandkoming van een algemene regeling voor terugvordering gebruikt als comparatief en evaluatief onderzoekskader. Vanuit het leerstuk van de procedurele autonomie die aan lidstaten verleend wordt, toetst dit onderzoek de huidige stand van zaken in het Belgisch recht aan de Europeesrechtelijke plichten en doeltreffendheidsvereisten van het staatssteunrecht.
Tot slot wordt kort de rechtspositie van begunstigden toegelicht. Aan de hand van een bespreking van het vertrouwens- en proportionaliteitsbeginsel, besluiten we dat de doeltreffendheidsvereisten van het staatssteunrecht ook binnendringen in de internrechtelijke rechtsbescherming, en leiden tot een “beginselerosie”.

Lobbyen in België: een zoektocht naar meer integriteit en transparantie

Frederik Panneel
Deze scriptie probeert het Belgische lobbylandschap in kaart te brengen en de huidige Belgische lobbyregulering wordt kritisch geanalyseerd door middel van rechtsvergelijkend onderzoek.

Tribunale theater- en performancekunst: Naar een nieuw toneel van de oprechtheid aan de hand van een typologie van de hedendaagse theatrale rechtbank

Steff Nellis
Deze scriptie onderzoekt hoe de populariteit van procesvoering binnen de hedendaagse opvoeringspraktijk valt te karakteriseren en verklaren aan de hand van een typologie van een breed corpus aan theatrale rechtszaak-performances.

Het sociaal netwerk van minderjarige vluchtelingen binnen een stedelijke context: hun huidige ervaringen en hun toekomstige noden

Ellen De Broyer
Dit kwalitatief onderzoek focust op het informeel sociaal netwerk van minderjarige vluchtelingen. Het onderzoek heeft als doel het huidig sociaal netwerk te beschrijven en het gewenst sociaal netwerk in kaart te brengen.

De regierol van lokale besturen in het lokaal integratiebeleid: Een case study van de stad Mechelen

Elien Diels
Deze scriptie handelt over de regierol van lokale besturen in het lokaal integratiebeleid. Op basis van een case-study van de stad Mechelen bestaande uit zowel een documentanalyse, negentien interviews met actoren op politiek-, ambtelijk- en middenveldniveau, als een netwerkanalyse, werd het mogelijk om een aantal conclusies te formuleren.

Infant industry protection in negentiende-eeuws België en de transitie van protectionisme naar vrijhandel

Florenz Volkaert
De scriptie behandelt de economische ontwikkeling van België vanuit rechtshistorisch perspectief. De auteur beschrijft gedetailleerd de wettelijke maatregelen die de overheid neemt in de periode 1794-1865 ter stimulering van de industrie, met ruime aandacht voor de ideologische en economische context. Het verhaal wordt geplaatst binnen het kader van het internationaal recht en de internationale betrekkingen.

Labour market and income of the veterinary profession in Belgium - A new structural approach

Ashkan Joshghani
Het doel van deze dissertatie is het overaanbod aan praktijkdierenartsen op de arbeidsmarkt te onderzoeken, en de potentieel daarmee samenhangende problemen in verband met het hoger onderwijs.

King Leopold's Soliloquy and its Dutch translation: on translation delay and history

Marnik Sarens
Mark Twain schreef in 1905 het pamflet King Leopold’s Soliloquy als protest tegen het gruwelijke Congobeleid van koning Leopold II. Het werk verscheen in Nederlandse vertaling pas tientallen jaren later, in 1961, bij de communistische Nederlandse uitgeverij Pegasus. Deze uitzonderlijke vorm van plotse, vertraagde vertaling vertelt veel meer over de mogelijke geheimen die onze samenlevingen kunnen dragen dan op het eerste gezicht misschien lijkt.

Diplomaten en diploma's De ambities van de Commission for Relief in Belgium Educational Foundation en de ervaringen van haar fellows aan de Katholieke Universiteit van Leuven (1920 - 1940)

Sara Coghe
Deze meesterproef focust zich op de ambities van de Commission for Relief in Belgium Educational Foundation en de ervaringen van hun fellows aan de Leuven universiteit tijdens het interbellum (1920-1940). Belangrijk is hierbij het concept van 'intellectual ambassador' waarbij de fellows een duale rol vervulden als student en vertegenwoordiger van hun eigen land.

Het electorale landschap hertekend. De federale verkiezingen van 2014 herzien op basis van een meerderheids-, proportioneel en parallel stelsel

Anne-Charlotte Seynaeve
Deze masterproef gaat na hoe de samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers zou veranderen indien er in België onder een ander kiesstelsel gestemd werd.

TB, or not TB, that is the question - De impact van de vluchtelingencrisis op de Belgische tuberculose-incidentie en -prevalentie

Robbe Dams
Er werd onderzocht of de Europese vluchtelingencrisis een mogelijke impact zou kunnen hebben op de Belgische tuberculosecijfers. Verder werden verpleegkundige aandachtspunten en interventies opgesteld. Een voorbeeld applicatie werd ontwikkeld om tuberculose in asielcentra op te sporen.

Praatgroepen en plezierreisjes: De vrouwenhuizen van Brussel en Amsterdam in vergelijkend perspectief (1972-1982)

Els Vochten
De vrouwenbeweging van de jaren zeventig werd gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan initiatieven. Deze masterscriptie vergelijkt de standpunten van het vrouwenhuis in Brussel met die van het vrouwenhuis in Amsterdam aan de hand van de tijdschriften die de groepen uitgaven.

A basic income for Belgium: a microsimulation of the effects on government expenditures, inequality, poverty and work incentives

Justine Soete
Deze scriptie kadert wat een basisinkomen is op basis van een aantal criteria en simuleert voor het eerst de gevolgen van de invoering van een basisinkomen voor België. De effecten op overheidsbudget, armoede, ongelijkheid en werkincentieven worden op verschillende manieren berekend en geëvalueerd.