Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Baas in eigen teelbal? De mannenpil in Vlaanderen tussen 1970 en 2005

Marianne Moors
De thesis handelt over de geschiedenis van de mannenpil in Vlaanderen tussen 1970 en 2005. Hierbij lag er focus op de vrouwenbeweging, de centra voor geboorteregeling en berichtgeving in de media.

Draagmoederschap in België

Lobke Naudts
In België is draagmoederschap momenteel niet wettelijk geregeld, maar wordt het wel toegepast. Deze bachelorproef bekijkt de huidige mogelijkheden in België en werpt een blik op mogelijke toekomstige juridische ontwikkelingen.

Theater als tegengewicht. Naar een positieve representatie van dikke personen in theater.

Loeka Van Aelst
Deze thesis onderzoekt via het veld van de Fat Studies hoe dikke personen worden gerepresenteerd in theater en hoe het begrip Fat Dramaturgy kan bijdragen tot een meer positieve perceptie van dikke mensen in theater. Via interviews met Andrew Van Ostade (muzikant, theatermaker en acteur) en Jelmer Verheij (student aan de Toneelacademie Maastricht) wordt nagegaan in hoeverre Fat Dramaturgy reeds wordt toegepast in het Vlaams en Nederlands theaterlandschap en op welke manier dit de representatie van dikke mensen in theater zou kunnen bevorderen.

Molly Spotted Elk (1903-1977) and The Surrealists: Transatlantic Modernisms in Interwar Paris

Charlotte Greenaway
Molly Spotted Elk (1903-1977) was een Penobscot danseres, schrijver en actrice die in 1931 naar Parijs trok. Daar gaf ze advies aan de directie van het Ethnografisch museum in het Trocadéro paleis en werd ze een belangrijk onderdeel van de artistieke scène.

De Franse Surrealisten hadden vanuit hun primitivisme grote interesse voor al wat Native-American was, maar niet voor de dansen van Spotted Elk. Uit deze fundamentele tegenstelling blijken de verschillende, maar diachrone modernismes die bestonden in interbellum Parijs.

Ervaringen van mondhygiënisten in Vlaanderen omtrent hun professionele activiteiten: een kwalitatief onderzoek

Sarah Van Den Berghe
Een kwalitatief onderzoek over de ervaringen van Vlaamse mondhygiënisten hun werkomstandigheden.
Op basis van één-op-één semigestructureerde interviews werd een steekproef van veertien mondhygiënisten bevraagd over zes thema's, waaronder werksetting en takenpakket.

De Sint-Rochuskerk (1925-1928) te Halle: een innovatieve betonbouw

Bart Pierreux
Deze masterproef onderzoekt de Sint-Rochuskerk in Halle (Vlaams-Brabant), een innovatieve betonbouw in België, gerealiseerd in 1928. De kerk werd met een complexe genese opgetrokken in het interbellum door de samenwerking van drie architecten. Ondanks haar innovatieve karakter werd de kerk nog niet eerder wetenschappelijk bestudeerd.

Het Belgisch bosbeleid in Koloniaal Congo : de bescherming van bossen in het Nationaal Albert Park (Virunga Nationaal Park) in de jaren 1930

Seppe Dewulf
In mijn masterproef heb ik me verdiept in het koloniaal natuurbeleid dat in Belgisch Congo werd gevoerd. Specifiek kijk ik naar de motieven voor en de werking van het bosbeschermingsbeleid dat in de jaren 1930 in het Nationaal Albert Park (Virunga Nationaal Park) werd gevoerd. Speciale aandacht gaat naar de sociale - en waar mogelijk ecologische - implicaties van dit beleid.

Anti-factcheckdiscours in Facebookreacties op factchecks van Vlaamse kwaliteitskranten

Eline Broeckx
Deze masterproef bestudeert de anti-factcheckkritiek van nieuwsconsumenten in de Facebookcomments onder factchecks van de Vlaamse kwaliteitskranten De Morgen en De Standaard.

Effect van de epidurale anesthesie op borstvoeding

Nisrine Amrani
Effect van de epidurale anesthesie op borstvoeding na een vaginale bevalling
Auteur: Amrani Nisrine
Interne promotor: Vermeulen Joeri
Externe promotor: Debonnet Serena
Introductie:
Het doel van deze bachelor proef is om na te gaan welk effect de epidurale anesthesie heeft
op de start van de borstvoeding na een vaginale bevalling. Het praktijkdeel richt zich op wat
de ervaringen zijn van zorgverleners die dagdagelijks met de materniteit in aanraking komen.
Methode:
Om dit literatuuronderzoek uit te voeren werd beroep gedaan op Pubmed en EhBIB Search.
De artikels werden op basis van abstractie en “levels van evidence” gekozen. Voor het
praktijkdeel werden er zes interviews afgenomen bij zorgverleners.
Resultaten:
Door de epidurale anesthesie te gebruiken als interventie op de baringspijn, zien we dat dit
een effect heeft op het opstarten van de borstvoeding. Eveneens gaat de epidurale anesthesie
ook de Fergussonreflex negatief beïnvloeden. De epidurale anesthesie in combinatie met
synthetische oxytocine gaat ook het gedrag van de pasgeborene beïnvloeden.
Discussie/besluit:
Om het effect van de epidurale anesthesie beter te begrijpen zouden er meer studies moeten
plaatsvinden. Ook is het niet altijd duidelijk of de gevolgen plaatsvinden omwille van de
epidurale anesthesie of door de synthetische oxytocine, die tegelijkertijd aanwezig is.
Sommige artikels spreken elkaar tegen of geven tegenstrijdige informatie.
Er wordt evenwel geconstateerd dat de epidurale anesthesie een effect zou hebben op de
start van de borstvoeding.

Discriminatie en vertrouwen van de LGBTQ+-community in de politiek: een internationaal perspectief

Krusha Mae Timmermans
Er is weinig informatie over de LGBTQ+-community en hun politiek vertrouwen. Meer specifiek is er weinig tot geen onderzoek gedaan naar de vraag of hun politiek wantrouwen wordt beïnvloed door de discriminatie die zij ervaren. Deze masterproef analyseert de mogelijke verschillen tussen het politiek vertrouwen, de discriminatie en de politieke participatie van de Belgische en de Hongaarse LGBTQ+-community, en of deze met elkaar verband houden. Uit de analyse van de ESS-enquêtegegevens blijkt dat dat niet het geval is voor al deze factoren. Discriminatie en politiek vertrouwen correleren over het algemeen wel, maar dat lijkt niet hetzelfde te zijn voor discriminatie en politiek vertrouwen van de Belgische en Hongaarse LGBTQ+-gemeenschap specifiek. Deze thesis laat zien hoe de LGBTQ+-community duidelijk niet kan worden veralgemeend naar andere minderheidsgroepen. Deze masterproef bevordert inzicht in hoe politiek wantrouwen, specifiek voor de LGBTQ+-community, kan voortkomen uit verschillende situaties en ervaringen, niet alleen uit de discriminatie die zij ervaren.

De gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord en de Herstructureringsrichtlijn: De controversiële invoering van een Europese Relative Priority Rule

Louis Destoop
Dit werkstuk bestudeert en beschrijft de verschillende voor- en nadelen die gepaard gaan met de relative priority rule, een regel die vanuit Europees initiatief in het nationaal recht kan worden opgenomen.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.

F*CK THE POLICE? PERCEPTIES VAN JONGEREN OVER DE POLITIE: Een kwalitatief onderzoek naar de meningen en houdingen van jongeren t.a.v. de politie sinds de coronacrisis

Lotte De Vos
Een kwalitatief onderzoek naar de mening en houding van jongeren t.a.v. de politie. Tijdens focusgrepen in klasverband bespraken ze eerdere ervaringen die zij of anderen hadden met de politie. Ook de invloed die de media en de coronacrisis had op de beeldvorming rond politie werd besproken. Tot slot gaven de jongeren aan weke veranderingen in hun ogen kunnen bijdragen aan een betere relatie tussen jongeren en de politie.

Welke persoonlijke motieven bepalen het soort werkstatuut van een mondhygiënist in België en Nederland?

Lisa Verstraete
In deze bachelorproef werd onderzocht waarom een Belgische of Nederlandse mondhygiënist kiest voor het statuut van werknemer of zelfstandige. Het gaat hierbij over de invloed van persoonlijke, sociale en omgevingsfactoren. Deze bevorderende en belemmerende factoren kunnen meegenomen worden om een tewerkstelling in de publieke sector aantrekkelijker te maken.

Diplomatieke huisvesting in Brussel in de negentiende en vroege twintigste eeuw

Mathilde Brogniet
Masterproef over het ontstaan en de evolutie van de diplomatieke huisvesting in Brussel tijdens de negentiende en vroege twintigste eeuw. De scriptie wordt rijkelijk geïllustreerd met zelfgemaakt kaartmateriaal.

Fear of Backlash as a Barrier to Men's Involvement in Childcare: Predicting Fear of Backlash in Men for Childcare across the World using Country-Level Indicators

Eline Camerman
Angst voor sancties vormt een belangrijke reden voor de lagere bijdrage van mannen aan de zorg voor hun kinderen. In deze masterproef werd nagegaan of deze angst verschilt over 49 landen heen, en of samenlevingskenmerken deze landelijke verschillen kunnen verklaren. Uit de resultaten blijkt dat de loonkloof van een land voorspellend is voor de mate van angst die mannen ervaren. Dit introduceert vervolgens mogelijkheden om genderongelijkheid in kinderzorg verder aan te pakken.

Het effect van de maximumfactuur op het aankoopgedrag van patiënten in het kader van psychoactieve geneesmiddelen

Tinne Vanhooydonck
De maximumfactuur is een systeem dat door de overheid werd ingevoerd om te garanderen dat de medische kosten van gezinnen niet te hoog oplopen. In dit systeem wordt een maximumbedrag ingesteld en dit bedrag is afhankelijk van het inkomen, de sociale klasse, de leeftijd en eventuele chronische aandoeningen van de gezinsleden. Wanneer de totale medische kosten van een gezin dit maximumbedrag bereiken, zullen de kosten die worden gemaakt gedurende de rest van dat kalenderjaar worden terugbetaald door de verzekeringsinstelling.

In 2015 voerde de overheid een nieuwe terugbetalingsmaatregel in voor de maximumfactuur. Tot op dat moment moesten gezinnen twee jaar of langer wachten op de terugbetaling van geneesmiddelen die ze aankochten na het bereiken van het maximumbedrag. Vanaf 2015 wordt de terugbetaling automatisch verrekend in de apotheek en moet de patiënt deze kosten niet meer voorschieten.

In deze masterproef werden verkoopcijfers geanalyseerd om na te gaan of de maximumfactuur effect heeft op het aankoopgedrag van patiënten. Zowel bij de antidepressiva als de opioïde pijnstillers werd een stijging in de verkoop teruggezien in het laatste kwartaal van het kalenderjaar. Aangezien dit de typische periode is waarin gezinnen het maximumbedrag bereiken, kon besloten worden dat wel degelijk meer geneesmiddelen worden afgeleverd aan patiënten wanneer hiervoor niet langer betaald hoeft te worden.

Ook werd gezien dat de verkoopcijfers in januari terug naar hetzelfde niveau dalen als vóór de stijging, wat doet vermoeden dat er meer geneesmiddelen worden afgeleverd dan effectief nodig zijn voor de behandeling. Patiënten slaan dus meer geneesmiddelen in dan nodig wanneer het maximumbedrag is bereikt. Het risico dat deze geneesmiddelen nadien in een illegaal milieu terechtkomen is groot, wat de kans op misbruik van deze geneesmiddelen eveneens vergroot.

'Processie van Echternach' naar het 'voldongen feit': België en NAVO-Dubbelbesluit, 1977-1979

Bas Spliet
Deze scriptie onderzoekt het besluitvormingsproces van de Belgische regering ten aanzien van het NAVO-Dubbelbesluit van 12 december 1979. De centrale bevinding stelt dat België een sleutelrol opnam in het doordrukken van het Dubbelbesluit op het internationale terrein.

Big brother is watching you! How online police infiltration and online systemic police observation have to be balanced with fundamental rights and freedoms. A comparative analysis between Belgium and the United States.

Sylvia Lissens
In deze masterscriptie worden de opsporingstechnieken van (online) politie-infiltratie en (online)
stelselmatige politieobservatie afgewogen tegen de fundamentele rechten op privacy, het recht op een eerlijk proces en de vrijheid van meningsuiting. Deze onderwerpen zijn in dit functioneel rechtsvergelijkende onderzoek geanalyseerd voor België en de Verenigde Staten. Dit onderzoek werd uitgevoerd aan de universiteiten van KU Leuven (België) en Duke University (Verenigde Staten), onder supervisie van een Belgische en Amerikaanse Professor, in samenwerking met Venice International University (Italië).

Captain Ludd in an Era of Demographic Change: Ageing, Automation and Inequality

Arthur Jacobs
In een gekalibreerd overlapping generations model wordt het verband tussen vergrijzing en automatisering op theoretische wijze onderzocht. De resultaten worden empirisch gevalideerd door de bevindingen te toetsen aan werkelijke data. Automatisering kan een factor zijn die de negatieve impact van vergrijzing op per capita groei verzacht, maar het draagt wel bij aan toegenomen ongelijkheid tussen de opleidingsniveaus en een afnemend aandeel van arbeid in het nationaal inkomen.

Le rêve d'un roi: Congo Free State and Its Unlikely Existence in 19th-Century International Law

Maxim Smets
Onderzoek naar de status van Kongo-Vrijstaat in het negentiende-eeuwse internationaal recht. De thesis beschrijft ook hoe de kolonisatie op juridische wijze werd gerealiseerd.

Decolonising Digitals: 0-1 for Africa. Digitalisation and decolonisation from an Africanistic perspective – an analysis.

Sofie Devos
Digitalisering en dekolonisering lijken op het eerste gezicht met elkaar in lijn te liggen als innovatieve en inclusieve (r)evoluties. Onderliggend blijkt dat echter niet het geval, wat nadelig werkt voor landen ten zuiden van de Sahara en mensen van Afrikaanse afkomst in de diaspora. Een interdisciplinaire analyse en discussie geven inzicht en overzicht in de situatie vandaag en een constructief kader voor de toekomst.

Spaanse heritage learners in België: een kritische literatuurstudie

Cynthia Valck
Heritage learners zijn mensen van wie één of beide ouders een andere taal spreekt dan één van de drie officiële landstalen (Nederlands, Frans en Duits) én die taal leren. Deze studie tracht meer informatie over hen te verkrijgen en gaat op zoek naar plekken waar zij hun moedertaal kunnen leren.

De uitdagingen voor het vennootschapsrecht door de opkomst van stemadviseurs (‘proxy advisors’)

Arnaud Van Caenegem
Stemadviseurs zijn rechtspersonen die beroepshalve en op commerciële basis bedrijfs- en andere informatie van beursgenoteerde vennootschappen analyseren om vervolgens beleggers advies te geven over hoe zij moeten stemmen in de algemene vergadering. Ondanks hun louter adviserende functie hebben stemadviseurs in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk een invloedrijke rol in het bepalen van goede corporate governance in de meeste beursgenoteerde vennootschappen.

Deze masterproef zal aan de hand van twee opeenvolgende tendensen verklaren waarom stemadviseurs ook in België aan invloed winnen. Aansluitend past dit onderzoek de agency theorie toe om een duidelijk economisch beeld weer te geven van de kosten en baten verbonden aan het gebruik van stemadviseurs. Uit deze analyse blijkt dat de voornaamste kosten voortkomen uit een gebrek aan transparantie in de methodologieën en het bestaan van belangenconflicten. Het Belgisch juridisch kader komt hier vooralsnog niet aan tegemoet. Op Europees niveau werden een aantal maatregelen genomen waarbij de nadruk ligt op transparantie. Na een bespreking en evaluatie van een aantal Belgische rechtsfiguren en deze Europese maatregelen worden voorstellen gedaan om het juridisch kader aan te scherpen.

IMPORTED GOODS: negotiating ethnicity and multiple belonging in the multicultural city of Maasmechelen

Ine Simons
Een documentaire over de jongerencultuur in Maasmechelen waarin kinderen van migranten een samenhorigheid en inclusiviteit hebben gevonden van de Belgische samenleving die hen uitsluit omdat ze 'anders' zijn.