Banner

De Vlaamse ScriptieBank

Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De kracht van binnenklasdifferentiatie? Een kwantitatief onderzoek naar de relatie met het welbevinden van leerlingen in sociaal-etnisch gesegregeerde basisscholen

Elena Van den Broeck
De centrale onderzoeksvraag van deze studie richt zich op het verband tussen de binnenklasdifferentiatie door de leerkracht en het welbevinden van de leerlingen in het vierde leerjaar in sociaal-etnisch gesegregeerde basisscholen.

Scholen met een hoge proportie sociaal-etnische minderheden verdienen extra aandacht aangezien zij als risicoscholen worden beschouwd. Daar waar in het verleden de meerderheid van onderzoek binnen deze context zich op de cognitieve uitkomsten bij leerlingen richtte, richt dit onderzoek zich op een non-cognitieve uitkomst, namelijk het welbevinden van deze leerlingen. Aangezien weinig geweten is over hoe het welbevinden van de leerlingen ondersteund en bevorderd kan worden is het belangrijk om in kaart te brengen welke factoren kunnen bijdragen aan het vergroten van het welbevinden van de leerlingen en welke rol de leerkracht via binnenklasdifferentiatie kan innemen.

Vaders in beeld binnen de preventieve gezinsondersteuning

Arne Van Schoors
Op zoek gaan naar werkvormen om mogelijke hindernissen die vaders ervaren in de preventieve gezinsondersteuning weg te werken.
Welke mogelijke hindernissen ondervinden vaders om toegang te vinden binnen de preventieve gezinsondersteuning en welke werkvormen kunnen hier een antwoord op bieden?

Individueel Aangepast Curriculum in het Secundair Onderwijs

Eva Vanneste
Door het M-decreet zullen meer en meer jongeren met een beperking schoollopen in het gewoon onderwijs. Het is echter niet voor al die jongeren haalbaar om het gemeenschappelijk curriculum te volgen en de leerplandoelstellingen te behalen. Als er ondanks de redelijke aanpassingen geen mogelijkheid bestaat om het gemeenschappelijk curriculum te volgen, kan de leerling overschakelen naar fase 3 binnen het zorgcontinuüm, het individueel aangepast curriculum of IAC. Dit houdt echter zowel kansen als knelpunten in.

De Violen Gelijkstemmen in de Kwaliteitszorg Binnen het Stedelijke Onderwijslandschap van Gent

Judith Van Dorpe Inge Van de Putte
Deze masterproef kwam tot stand na een vraag uit de praktijk van het Stedelijk Onderwijs Gent. Zij zijn twee jaar geleden gestart met afstemmingsgesprekken tussen het interstedelijk Centrum voor Leerlingenbegeleiding, de Pedagogische Begeleiding Stedelijk Onderwijs Gent en de basisscholen. Om deze afstemmingsgesprekken te optimaliseren vroegen zij ondersteuning van de Vakgroep Orthopedagogiek, Universiteit Gent. In deze masterproef wordt gefocust op drie onderzoeksvragen: (a) ‘Hoe is de kwaliteit van de afstemmingsgesprekken? Waardoor wordt deze beïnvloed?’ (b) ‘Hoe is de wisselwerking tussen de school, het iCLB en de PBSOG in het afstemmingsgesprek?’ (c) ‘Wat is nodig om de kwaliteit en de wisselwerking te verbeteren?’. De data werd verzameld aan de hand van observaties van afstemmingsgesprekken en focusgroepen met alle partners. De data werd geanalyseerd via thinking with theory (Jackson & Mazzei, 2012c), waarbij de concepten assemblage, leiderschap en eigen-leiderschap werden ingeplugd in de data. De analysemethode doet recht aan de complexiteit van de praktijk en biedt nieuwe denksporen voor reflective practitioners. Uit de analyse kwamen verschillende inzichten naar boven, o.a. dat elk afstemmingsgesprek een unieke assemblage is met unieke interacties, uitdrukkingen, e.d.. Het werd ook duidelijk dat de visie van de afstemmingsgesprekken vrij vaag is en weinig nadruk legt op gedeelde verantwoordelijkheid. Aan de hand van deze en vele andere inzichten uit de analyses worden in de conclusies handvatten aangereikt voor het versterken van het proces van de afstemmingsgesprekken.

Het effect van het gebruik van webcolleges op het studieresultaat van studenten

Elke Bernaerts
In dit onderzoek wordt nagegaan wat het effect is van het gebruik van webcolleges op het studieresultaat van studenten. De studieresultaten van studenten van twee opleidingsonderdelen aan de UAntwerpen worden bekeken in het licht van de gebruikspatronen bij webcolleges.

M/V/X op school?! Een praktijkonderzoek naar de implementatie van genderdiversiteit met aandacht voor het transgenderthema binnen het lager onderwijs, uitgevoerd in Sint-Ludgardisschool Antwerpen-Stad

Sander Berkvens
Een praktijkonderzoek dat nagaat in welke mate genderdiversiteit en het transgenderthema binnen het lager onderwijs aan bod komen . Dit onderzoek werd uitgevoerd in stageschool Sint-Ludgardisschool Antwerpen-Stad. Enkele opvallende conclusies wijzen op een nood aan meer implementatie en verder onderzoek;

Determinants of secondary school preferences in Flanders. The case of Ghent

Willem Konings
Deze thesis focust op determinanten van secundaire schoolvoorkeur in Vlaanderen. Daarbij wordt specifiek gekeken naar afstand, kwaliteit en schoolsamenstelling.

CYBERPESTEN TUSSEN MINDERJARIGE LEERLINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS. FENOMEENANALYSE, JURIDISCHE KWALIFICATIE EN DE PREVENTIEVE WERKING VAN MAATREGELEN OP HET NIVEAU VAN HET JEUGDPARKET. EEN CASESTUDIE BIJ HET PARKET HALLE-VILVOORDE

David Hublé
Een studie van vijftig dossiers over cyberpesten toont aan dat de online-verwensingen bijzonder ver gaan tot het bevel tot zelfdoding toe. Het federaal parket steunt onze vraag om dat laatste strafbaar te stellen. De jeugdparketten dienen meer in te zetten op herstelbemiddeling, het versturen van waarschuwingsbrieven en het uitnodigen van minderjarige daders om hen te herinneren aan de wetgeving die op hun gedrag van toepassing is.

Schaken implementeren in onze ziekenhuisschool: een meerwaarde of niet?

Lieve Verswijvel
In deze scriptie onderzoek ik of en hoe schaken een meerwaarde kan bieden in onze ziekenhuisschool. Voor mijn onderzoek leg ik me toe op drie patiëntengroepen: leerlingen met functionele klachten, leerlingen met een lichte en matige verstandelijke handicap en leerlingen met een NAH.

Impliciete veronderstellingen onder de loep. Exploratief onderzoek naar de prestaties van laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs in Vlaanderen op een taaltoets die bedoeld is voor anderstaligen.

Elke Gilin
Uit de diplomavoorwaarden van het hoger onderwijs blijkt dat wie een Vlaams diploma secundair onderwijs behaalt, geen bijkomende taaltest moet afleggen om zijn of haar kennis van het Nederlands te bewijzen. Inkomende, anderstalige studenten die niet voldoen aan de diplomavoorwaarden van het Vlaamse hoger onderwijs, moeten echter wel een B2-certificaat voorleggen.

Impliciet wordt er dus verondersteld dat wie een diploma secundair onderwijs op zak heeft, ook voldoet aan het B2-niveau Nederlands volgens het Europees Referentiekader. Maar, klopt die impliciete veronderstelling steeds?

Deze masterproef neemt de proef op de som en voert onderzoek naar de prestaties van Vlaamse laatstejaarsscholieren secundair onderwijs op de ITNA (Interuniversitaire Taaltoets Nederlands voor Anderstaligen), een van de twee algemeen aanvaarde B2-taaltesten in Vlaanderen.

Research-based learning in het hoger onderwijs: een quasi-experimentele studie in de eerste bachelor pedagogische wetenschappen

Laura Wagemans
Deze masterproef ging na in welke mate het mogelijk was om research-based learning te implementeren in het curriculum van eerste bachelor studenten. De evolutie van onderzoeksvaardigheden, onderzoekservaring en onderzoeksambitie van de studenten werd hierbij tevens in kaart gebracht.

Faciliterende en belemmerende factoren voor schools presteren bij hoogbegaafde leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs. Een exploratieve interviewstudie a.d.h.v. het Achievement Orientation Model.

Katelijne Barbier
Deze masterproef baseert zich op het Achievement Orientation Model, A.O.M. (Siegle & McCoach, 2005). In dit model worden de belemmerende en faciliterende factoren die een invloed hebben op het presteren van hoogbegaafden uitgewerkt. Er is dus al een duidelijk kader gegeven, waarin het onderzoek zich afspeelt. Er werd geopteerd voor een kwalitatieve studie, die kan gezien worden als een aanvulling op bestaande kwantitatieve studies over dit model. Aan de hand van zes casussen werden de belevingen van de hoogbegaafde leerlingen getoetst aan de verschillende aspecten van het A.O.M.

De bestrijding van gevolgen van armoede bij jongeren in een grootstedelijke context.

Jill Mertens Lise Darthet Caroline Van den Bossche
We bestudeerden organisaties die armoede bestrijden in een grootstedelijke context om zo tot een mogelijke oplossing te komen. In tegenstelling tot onze opzet kwamen we echter tot enkele bedenkingen, die mee kunnen bouwen aan een plan om de huidige projecten te verbeteren en toekomstige plannen beter te maken dan hun voorgangers.

Betekenisconstructie in de berichtgeving over vluchtelingen en migratie in de Vlaamse media

Katelijne Mommen
In deze masterproef wordt een kritische analyse gemaakt van persberichten over vluchtelingen en migratie in de Vlaamse media. Persberichten van De Redactie en Het Laatste Nieuws werden geanalyseerd via interpretatieve repertoires, een specifieke benadering voor discoursanalyse.

Vos is anders

Jitske Van Coillie
Een theoretische weergave over Quality of Life, inclusie, inclusief onderwijs en het M-decreet. Een verdiepend onderzoek aan de hand van enquêtes op de stageplaatsen rond inclusief onderwijs. Een zicht in de werkwijze en achterliggende denkwijzen bij het ontwerpen van de methodiek van het voorleesverhaal.

'Hoe kunnen kleuters in het gewone onderwijs, die in de klas zitten met een leerling met beperking, inzicht en begrip krijgen voor het 'anders' zijn.

Hoe efficiënt zijn de huidige leesmethodes om leesachterstanden bij kinderen te vermijden? Een nader onderzoek naar de Alfabetcode

Melanie De Mey
Deze bachelorproef heeft als doel te onderzoeken hoe efficiënt de huidige leesmethodes zijn om leesachterstanden bij kinderen te vermijden, met het oog op een nieuwe methode, namelijk de Alfabetcode – die werd ontwikkeld door Erik Moonen (2012). In dit onderzoek wordt er eerst nagegaan wat het leesniveau is wereldwijd, en of een algemene leesachterstand te verklaren is aan de hand van sociale factoren of mogelijke leerstoornissen. Verder wordt er ook onderzocht hoe de huidige leesmethodes tot stand zijn gekomen en op welke manier zij een invloed uitoefenen op het hedendaagse leesniveau van de populatie. In dit kader wordt een nieuwe methode besproken – de Alfabetcode – die als stelling heeft om kinderen te leren lezen op een effectievere manier. Het standpunt dat leesmethodes kunnen leiden tot mogelijke leesstoornissen wordt hier ook behandeld. De Alfabetcode zou tevens de ontwikkeling van dergelijke leesstoornissen voorkomen.

Hoe het lotingssysteem bij keuze van middelbare scholen optimaliseren

Thomas Quartier
Een onderzoek over de manier waarop het lotingssysteem voor het eerste jaar middelbaar onderwijs in de Katholieke Scholengemeenschap van Leuven kan geoptimaliseerd worden. De lotingssystemen die vanaf volgend schooljaar 2018-2019 zullen ingevoerd worden in het LOP van Antwerpen en Brussel werden gebruikt om een vergelijking te maken. De conclusie en bevindingen over de lotingssystemen kan van belang zijn voor de toekomst omdat in alle grootsteden overpopulatie in het onderwijs een probleem aan het worden is.

Wenbeleid in de occasionele kinderopvang: Praktische en haalbare handvatten voor een wetenschappelijk onderbouw wenbeleid

Nancy Goossens
Op initiatief van en ondersteund door stad Antwerpen startte in 2003 de “Occasionele Kinderopvang Is DroomOpvang”(OKiDO). Deze opvang is ontstaan als buurt- en nabijheidsdienst project naast de andere opvangvormen door onthaalouders, kinderdagverblijven en buitenschoolse kinderopvang. De doelgroep van OKiDO zijn kwetsbare gezinnen. Buiten de functie van occasionele kinderopvang is OKiDO ook een tewerkstellingsproject voor doelgroepmedewerkers in opleiding. Zo combineren deze doelgroepmedewerkers hun opleiding Kinderzorg met hun werk bij OKiDO. Elke OKiDO zet heel erg in op ouderparticipatie en buurtparticipatie. Dat zijn de pijlers van hun lokale dienst buurtgerichte kinderopvang.

De occasionele opvang speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kinderen. Door kennis over de verschillende ontwikkelingsfasen van een kind en over bijzondere aandachtspunten voor kwetsbare gezinnen werkt de opvang preventief en ondersteunend. Dat draagt bij tot een kwaliteitsvolle opvang. Volgens het referentiekader van Kind en Gezin maakt wennen deel uit van een kwaliteitsvolle opvang en is het een recht van de ouders en de kinderen. Het starten in de kinderopvang is een ingrijpende gebeurtenis voor kinderen en ouders. Ingrijpende gebeurtenissen brengen angst en stress met zich mee en hebben een invloed op de ontwikkeling van het kind. Dit kan voor een, meestal tijdelijke, terugval in de ontwikkeling zorgen. In het bijzonder voor kwetsbare kinderen (bv. uit migratiegezinnen, in een armoedesituatie) vormt dat een risico. Het is belangrijk daarmee rekening te houden in de opvang.

Wennen kan niet losgekoppeld worden van ouderparticipatie. Ouderparticipatie is belangrijk voor het kind, de ouders en de begeleiders. Voor de medewerkers in de kinderopvang is er een belangrijke rol weggelegd bij het wennen en bij de ouderparticipatie. Indien er een goede samenwerking is tussen de verschillende actoren, verloopt de overgang van thuis naar opvang ook vlotter. Een vlotte samenwerking is een belangrijke basis voor een kwaliteitsvolle kinderopvang. Kwaliteitsvolle kinderopvang kan zo voor een verbindende werking zorgen.

In de occasionele opvang OKiDO zagen we dat de ondersteunende mogelijkheden om te wennen niet altijd in de praktijk worden omgezet. Deze eindproef heeft mij toegelaten om het belang van wennen theoretisch te onderbouwen en om OKiDO een aantal mogelijkheden aan te reiken die hun wenbeleid versterken.

Bij mijn veranderingsvoorstellen heb ik gekozen om te vertrekken vanuit het aanzetten tot empowerment van ouders en kinderbegeleiders. Deze vertalen zich in praktische handvatten zoals:

• Een vast afscheidsritueel aan een familieboom, die dienst doet als ankerpunt voor kind en ouders en zorgt voor vertrouwen, verbondenheid en actieve betrokkenheid van de ouders.
• Een stappenplan dat zorgt voor een visuele overdracht van informatie tussen opvangverantwoordelijke en kinderbegeleiders.
• Het aanstellen van een wenbegeleider en deze actief laten participeren tijdens het intakegesprek en bij de wenmomenten, zorgt voor meer zin tot verantwoordelijkheid bij de betreffende kinderbegeleider en het schept vertrouwen bij ouders en kind. Bovendien zijn alle praktische voorbereidingen getroffen voor de opstart in de opvang waardoor ouders en kind zich welkom voelen.

De voorstellen zijn implementeerbaar in alle kinderdagverblijven, mits het creëren van bewustwording rond het belang van wennen binnen de organisaties en bij de opvangverantwoordelijken. Om hiertoe te komen is er nood aan een professional binnen de organisatie die het thema wennen opneemt, uitdraagt en opvolgt. Wennen is immers geen ‘eenmalig’ aandachtspunt, maar maakt deel uit van het pedagogische raamwerk van de kinderopvang, één van de vergunningsvoorwaarden voor alle organisatoren van kinderopvang. Het is een cruciaal onderdeel om het welbevinden van het kind in de opvang te bevorderen.

De Oorlog als (groot)vader – De herinnering van kinderen en kleinkinderen van invalide soldaten uit de Eerste Wereldoorlog.

Olivia De Sutter
Deze masterproef ontstond vanuit diepte interviews van 15 personen uit 8 families van kinderen en kleinkinderen van invalide soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Uit hun herinneringen aan hun (groot)vader komt naar voor dat de oorlog niet enkel destijds leefde, maar vandaag nog steeds voelbaar is in onze maatschappij.

Implementing Scientific Experiments in the Content and Language Integrated Learning (CLIL) Methodology

Flor Maes
CLIL is een innovatieve onderwijsmethodologie die een vreemde taal gebruikt om inhoud aan te leren, maar ook de inhoud om taalvaardigheid te verbeteren. Desondanks de het potentieel is de transitie naar de praktijk niet altijd gemakkelijk door het gebrek aan aangepast didactisch materiaal en voldoende 'know how' om CLIL succesvol te implementeren. Deze scriptie biedt een referentiekader waarop wetenschapsleerkrachten zich kunnen baseren bij het ontwerpen van CLIL-lessen.

Hoe kan een prentenboek een betekenisvolle context vormen voor een STEM-activiteit in de tweede en derde kleuterklas?

Lies Debaillie Elodie Damaye Fanny Loobuyck
STEM staat voor ‘Science’, ‘Technology’, ‘Engineering’ en ‘Mathematics’. Een betekenisvolle context is een belangrijke voorwaarde om een STEM-activiteit uit te werken. Elodie Damaye, Lies Debaillie en Fanny Loobuyck onderzochten hoe een prentenboek een betekenisvolle context kan vormen voor een STEM-activiteit in de tweede en derde kleuterklas.

Hoe wordt Nederlands voor anderstaligen in verschillende richtgraden en in verschillende scholen uit de regio Limburg geëvalueerd? Met perspectief van leerkrachten en cursisten

Jolien Janssens
Overzicht van de manier waarop Nederlands voor anderstaligen geëvalueerd wordt in verschillende richtgraden en in verschillende scholen uit de regio Limburg.
Het perspectief van leerkrachten en cursisten werd in kaart gebracht door een enquête.

Hoogbegaafdheid in het lager onderwijs

Janne Verhaeghe Sara Heyrick
In onze scriptie onderzochten wij hoe je hoogbegaafde en sterke leerlingen kan blijven uitdagen en motiveren in de klas. Je vindt er eerst een theoretisch onderzoek over hoogbegaafdheid. Nadien ontwierpen wij bruikbare materialen voor in de klas.

Betalen & Betaalmiddelen – Een eerste kennismaking met financiële geletterdheid

Jolien Staelens Elke Van Zele Dorien De Vos Emma T'Kindt Ewout Vandersteegen
Een ontwikkelde cursus betalen en betaalmiddelen die een basis biedt aan leerlingen die net kennis maken met de financiële wereld.

Beeldend werken ASSnders bekeken

Eveline Bassez
Het praktijkonderzoek dat ik in mijn scriptie heb beschreven, heeft als doel ondersteuning te bieden aan de leraar kleuteronderwijs in het beeldend werken bij kinderen met een autismespectrumstoornis. Meer nog, het beoogt succeservaringen bij de kleuter, de leerkracht én de ouders.