De Vlaamse ScriptieBank

Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Voor de vader een zegen, voor de moeder een vloek? Een veldexperiment naar ongelijke behandeling in de Vlaamse arbeidsmarkt op basis van ouderschap

Lauren Aers
Correspondentieonderzoek naar de impact van ouderschap op de aanwervingskansen van mannen en vrouwen en de heterogeniteit van dit effect naar aantal kinderen, opleidingsniveau, gendervertegenwoordiging, sector en tewerkstellingsregime.

Cloud adoption by SMEs: linking service desires to technological reality through mindfulness

Margo Alofs
In de thesis wordt een raamwerk ontwikkeld voor managers die voor hun bedrijf moeten beslissen of, wanneer en in welke mate zij moeten migreren naar de cloud.

An issue of equality: analysis of the evolution and patterns of the Belgian gender wage gap from 2014 to 2015 with the Oaxaca-Blinder decomposition method

Sarah Bouzzaouit
De Belgisch genderloonkloof wordt bestudeerd aan de hand van de Oaxaca-Blinder decompositie methode in twee delen: een deel die uitgelegd kan worden op basis van objectieve criteria zoals werkervaring en opleiding, en een deel die voorzichtig kan toegewezen worden aan discriminatie.

Is de spaarquote te hoog of te laag? Schattingen van de "gouden-regel"-spaarquote

Jonas De Jaeger
De "gouden-regel"-spaarquote is de spaarquote waarin de consumptie op lange termijn maximaal is. Het doel van deze masterproef is om de "gouden-regel"-spaarquote van de lidstaten van de OESO te schatten en te analyseren of de huidige spaarquote van de lidstaten te hoog, te laag of optimaal is. De evaluatie van de spaarquote gebeurt op vier manieren. Uit dit onderzoek blijkt dat de spaarquote in bijna elke geanalyseerde economie te laag is. Een optimale of te hoge spaarquote komen zelden voor. Verder onderzoek kan aantonen waar het spaartekort zich bevindt en welke maatregelen beleidsmakers kunnen nemen om de spaarquote in een economie te verhogen

de pedagogie van het anders omgaan met spullen in het Repair Café, het geefplein en de weggeefwinkel van Leuven

Margo Larosse
Een exploratieve studie naar de manier waarop concrete deeleconomische initiatieven de betrokkenen veranderen en zo van onderuit de samenleving kunnen veranderen.

Centrale toewijzing van kinderen aan scholen

Liesa D'haeseleer
Het centraal aanmeldingssysteem maakt het voor ouders mogelijk om online een voorkeursformulier van scholen in te leveren. Later vernemen de ouders dan aan welke school hun kinderen zijn toegewezen. Maar hoe gebeuren deze toewijzingen? Is het trouwens wel verstandig om een populaire school op te geven? Krijgen hun kinderen evenveel kans als andere kinderen? Een nieuwe manier om de toewijzingen te bepalen wordt in deze scriptie ontsluierd.

Venture-Capital Certification in European IPOs

Hendrik Vermeersch Rik De Dobbeleer
Wij onderzoeken de invloed van venture capitalists op de prijszetting bij de beursgang van Europese ondernemingen.

De kennis van de inschakelingsuitkering bij Vlaamse jongeren

Lies Vanneste
Onderzoek via een enquête naar de kennis van de inschakelingsuitkering bij Vlaamse jongeren.

Art Nouveau in Brussel als toeristisch gethematiseerd landschap. Een volledig benut toeristisch potentieel?

Kaat De Ridder
Deze thesis introduceert een vernieuwende kijk op de benadering van architecturaal erfgoed vanuit een toeristisch standpunt. Daarnaast werpt een kritische evaluatie nieuw licht op het benut toeristisch potentieel van de Brusselse Art Nouveau.

Freeze-outs of minority shareholders: a comparative law and economics approach

Tom Vos
This master thesis aims to determine what constitutes an efficient legal framework for eliminating minority shareholders from a company (so-called "freeze-outs"). First, the legal framework in the United States is compared with the situation in Europe in general and the Netherlands and Belgium in particular. Then, these legal systems are evaluated against their economic efficiency.

De integratie van Enterprise Risk Management en het strategisch proces: Een casestudie in Katoen Natie.

Sofie Bijnens Charlotte Antoons
Deze masterproef tracht een antwoord te formuleren op de vraag hoe Enterprise Risk Management (ERM) het strategisch proces van een specifieke onderneming kan ondersteunen. We hebben in één onderneming onderzocht welke strategische risico’s van belang zijn, hoe hiermee wordt omgegaan en op welke manier de inzichten die ERM biedt worden gebruikt om de strategie te ondersteunen.

Uptake en effecten van kinderopvang op gezinsuitbreiding in Vlaanderen: een sociaal-economische analyse

Gert Thielemans
De lage vruchtbaarheidscijfers van vele Westerse landen heeft kwalijke gevolgen voor de vergrijzing en zet de welvaartsstaat onder druk. Deze scriptie onderzoekt de rol van kinderopvang in de keuze voor gezinsuitbreiding.

De integratie van Enterprise Risk Management en het strategisch proces: een casestudy in Katoen Natie

Charlotte Antoons Sofie Bijnens
Deze masterproef tracht een antwoord te formuleren op de vraag hoe Enterprise Risk
Management (ERM) het strategisch proces van een specifieke onderneming kan ondersteunen.
We hebben in één onderneming onderzocht welke strategische risico’s van belang zijn, hoe
hiermee wordt omgegaan en op welke manier de inzichten die ERM biedt worden gebruikt om de
strategie te ondersteunen.

Eat your best, look your best: Evolutionaire (de)motivatie voor de consumptie van milieuvriendelijke voedseltrends.

Jolien Vandenbroele
Hoewel er tegenwoordig een ruim assortiment is aan nieuwe en duurzame alternatieven voor vleesconsumptie, blijkt dit bij de consument (nog) niet altijd aan te slaan. Deze scriptie gaat dieper in op onderliggende motieven voor het voorzichtig zijn met onbekend voedsel: food neophobia en onze drijfveer om ziektes te vermijden.

Zijn voetbalscheidsrechters neutraal in de Belgische Jupiler Pro League?

Bie Busschaert Julie De Doncker
Een onderzoek naar de neutraliteit van de voetbalscheidsrechters in België. Op basis van wedstrijdverslagen worden de prestaties van de scheidsrechters opgevolgd en later statistisch verwerkt om zo tot een antwoord op de onderzoeksvraag te komen.

De kloof tussen mannen en vrouwen in de verdeling van extralegale voordelen

Lore Van Herreweghe
Anno 2016 worden we nog steeds wereldwijd geconfronteerd met een loonkloof tussen mannen en vrouwen. Werknemers hebben echter ook recht op bijkomende vormen van compensaties, bovenop het standaardloon. Hieruit kwam de vraag van de Nederlandstalige Vrouwenraad om deze eventuele bijkomende loonkloof te bestuderen.

Business Process Architecture

Nikki Desmet Grégory Messiaen
Deze scriptie biedt een gestructureerd overzicht van best-practices dat bedrijven in staat stelt hun processen alsook de onderlinge relaties ertussen visueel te representeren.

Vastgoedruilmodel voor residentiële projectontwikkeling

Laurent Dragonetti Alexander De Cuyper
De auteurs ontwikkelden een model om met een perseelsoverschrijdende aanpak verouderde woningen om te ruilen tot nieuwe energiezuinige appartementen. In de marktanalyse wordt een aantal maatschappelijke trends onderzocht die de bestaansrede van het ruilmodel staven alsook wordt onderzocht welk type gezinnen, woningen en locaties in de stad mogelijks in aanmerking komen om dergelijk ruilprincipe rendabel te maken. Vervolgens worden een aantal juridische scenario's uitgewerkt om het ruilprincipe mogelijk te maken alsook wordt er gezocht naar een doorgedreven fiscale optimalisatie. Finaal wordt aan de hand van uitgewerkte projectcasussen de financiële haalbaarheid van het model onderzocht en worden de meest bepalende parameters afgeleid door middel van een sensitiviteitsanalyse. Met dit vastgoedruilmodel hopen de auteurs een antwoord te bieden op de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen en tot een win-winsituatie te komen voor particuliere eigenaars en projectontwikkelaars ten einde een nieuwe stedelijk dynamiek op gang te brengen.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Equity crowdfunding: positioning and inquiry from an entrepreneurial perspective

Kevin De Moortel
Een gestructureerde literatuurstudie en een studie op 20 internet platformen geven duidelijkheid omtrent positionering en werking van de nieuwe financieringsmethode: equity crowdfunding.

Data Mining in Employment

Alexander Derkinderen Carmen Vandeloo
Het voorspellen van de werkloosheidsperiode van mensen die juist in de werkloosheid vallen. Op deze manier kan een meer efficiënte en effectievere begeleiding mogelijk worden, waardoor de werkloosheidsperiode hopelijk wordt ingekort.

Impact van strategische wendbaarheid op menselijke duurzaamheid binnen organisaties

Bart De Keyser
Wil een bedrijf heden ten dage competitief blijven, dan dient het steeds vaker een doorgedreven vorm van flexibiliteit in te voeren. Hoewel nastrevenswaardig op organisationeel niveau, lijkt een dergelijke wendbaarheid echter niet altijd te stroken met de menselijke mogelijkheden van de individuele werknemers. Deze scriptie identificeert waar de voorname pijnpunten zich situeren en evalueert hoe twee hedendaagse bedrijven met de aangekaarte probleemvelden omgaan.

Analyse van het On Tour for Europe (OTE) project “Bringing youth step by step to active citizenship and job-creation”. 

Lotte Kerkhofs
Het gaat om een Europe for Citizens project, gesteund door de EU (2015-2017). Het project is een samenwerking tussen de steden Abegondo (ES), Detmold (DU), Hasselt (BE), Kaunas (LT), Saint-Omer (FR), Schiedam (NL), Oraiokastro (GR) en Reggio Emilia (IT). Hasselt is de leading partner. Daarnaast neemt ook Ethercentrum vzw deel. Doel is bevorderen van ondernemerschap bij jongeren en jobcreatie. Tegelijk willen we partners informeren over Europese samenwerking en burgerschap stimuleren.

China’s WTO Accession: An Analysis of the Safety Valves Used to Face the Challenges

Lotte Janssen
Bij handelsliberalisering worden overheden vaak geconfronteerd met belangenconflicten tussen binnenlandse consumenten en producenten. De safety valve theory biedt een kader om te analyseren of overheden protectionistische maatregelen gebruiken als safety valve wanneer ze hun markten openstellen. Deze studie onderzoekt of China en de Europese Unie dergelijke safety valves hanteerden toen China in 2001 lid werd van de Wereldhandelsorganisatie.

Nieuwbouw en prijsvorming: onderzoek naar de impact van de stijging van nieuwbouwproductie op de prijs van bestaande koopwoningen

Jens Pauwels Annelies Pieters
This paper investigates the impact of new residential construction on the price of existing owner-occupied houses in Flanders. The housing market is an important part of the economy in Flanders, therefore pricing of buildings is a frequently and actual debated topic. In this paper, the interaction between the existing housing market and new residential construction is further examined with a special focus on the price effect.