Shake it like a photovoice picture!

Celine Vermeire
Deze scriptie gaat over volwassenen met een langdurige en/of chronische psychiatrische beperking die verblijven in een psychiatrisch verzorgingstehuis. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om het sociale netwerk in kaart te brengen met oog op het bewaken van het herstelproces, aan de hand van photovoice.

Social media in een oud jasje

Hoeveel weegt Instagram?!

In een tijd waar social media amper valt weg te denken in het dagelijkse straatbeeld, is dit binnen de intramurale zorg vaak een ander verhaal. Mijn verhaal beperkt zich tot volwassenen met een blijvende psychiatrische stoornis, die reeds langdurig in een psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven. Mijn bachelorproef heeft betrekking tot het in kaart brengen van het sociale netwerk van de bewoners en welke bijdrage dit kan leveren tot het herstel naar het gewone leven.

Registeren en inloggen

De doelgroep die ik interviewde, viel boven de leeftijd van vijftig jaar en had geen tot weinig ervaring met internet. Het was dus niet vanzelfsprekend om zomaar op social media te gaan snuisteren en het contact via deze weg te hernieuwen. Het doel is om de bewoner terug in contact te brengen met familie, vrienden, kennissen en eventuele professionals die voor hem of haar tot belang waren of zijn doorheen het leven. We plaatsen deze mensen onder één noemer, nl. het sociale netwerk.

Privacy

Het opzet bestond erin om het sociale netwerk in kaart te brengen op papier en deze aan te vullen door foto’s toe te voegen die de bewoner had van diens sociale netwerk. De methodiek die gebruikt werd, heet photovoice. Photovoice is een methodiek die letterlijk vertaald naar foto en stem. Deze heeft als bedoeling om de bewoner zelf baas te laten zijn over hoe hij zijn sociale netwerk in beeld wilt brengen.

Normaal gezien maakt deze methodiek gebruik van een bijeenkomst met zo’n tiental personen die foto’s nemen van betekenisvolle dingen, plaatsen en mensen. Nadien wordt in groep besproken waarom ze er zoveel belang aan hechten en na tien weken wordt alles openbaar tentoon gesteld.  

Bij deze doelgroep was het onmogelijk om andere te betrekken tot iets wat zo persoonlijk en verschillend is voor iedereen. De kwetsbaarheid die de bewoners al toonden in dit onderzoek, is er één die ik enkel prijzen kon. Dankzij hun openheid slaagden we er in om het netwerk te schetsen en te vervolledigen in de mate van het mogelijke.

Lay-out

Al eeuwen worden verwantschappen van mensen op verschillende manieren geregistreerd. Om een voorbeeld te geven gebruiken we als klassieker de stamboom. Hierbij worden familieleden in kaart gebracht die enkel aantonen hoe de biologische verwantschappen zijn ingedeeld. Doorheen de jaren zijn er nog veel meer instrumenten uitgevonden die verbreden tot een ruimer inzicht in het web van sociale contacten die de mens heeft. Na het onderzoeken van een tiental andere instrumenten bleek dat het ideale instrument nog niet te bestaat.

Om de sociale contacten tot één geheel te brengen, werd als basis de netwerkcirkels van Brian Lensink gebruikt. Er is sprake van vier netwerkcirkels, waarvan de eerste die is van intimiteit. Daaronder wordt verstaan zes tot tien personen die je door dik en dun steunen. Daaromheen ligt de cirkel van vrienden, deze mensen weten waarmee je bezig bent. Daarbuiten ligt de cirkel van bekenden, het zijn mensen die je kent, maar niet echt dichtbij staan. Ze zijn vaak gekoppeld aan plekken waar je komt. Ten slotte is er ook de cirkel van diensten, bestaande uit mensen die goederen of diensten met je verhandelen. Niet alleen de contacten, maar ook de gevarieerdheid van het sociale netwerk is van belang. Daartoe worden de contacten geordend in vier kwadranten: familie, bewoners professionele contacten en contacten in de ruimere samenleving.

Netwerkcirkel van Brian Lensink

Bug-fixes

Nu de methodiek en het instrument toegelicht werden, is het mogelijk om aan te tonen op wat het nu uiteindelijk is uitgedraaid. De techniek photovoice toepassen was moeilijk doordat velen hun sociale netwerk al lang niet maar hadden gezien, geen foto’s meer hadden of deze liever voor zichzelf hielden. We opteerden om de geïnterviewde bewoners zelf afbeeldingen te laten kiezen die representeerden wat deze personen voor hen betekenden of waar ze hen aan herinnerden. Zo koos een man om zijn overleden jeugdliefde voor te stellen door de planeet mercurius. De man in kwestie is verzot op het sterrenstelsel en mercurius is hiervan de kleinste planeet, dit leek dus heel logisch aangezien de vrouw klein was van gestalte.

Het belangrijkste van deze netwerkkaart is dat die persoonlijk, informatief, overzichtelijk, en gebruiksvriendelijk is. Om tegemoet te komen aan al deze eisen ontbraken enkel de laatste twee criteria nog. Door het vergelijken van oude instrumenten kwam aan het licht dat we nog geen manier gevonden hadden om de kwaliteit van de banden in beeld te visualiseren. Na lang denken, vragen en onderzoeken kwam ik op het idee om gebruik te maken van kleuren die aanduiden hoe de relaties in elkaar zitten. Dit zorgde voor een overzicht en maakt al snel veel duidelijk als je er naar kijkt.

Ten slotte is het van belang dat de netwerkkaart gebruiksvriendelijk is. Het is nutteloos om gebruik te maken van een middel dat geld kost om de netwerkkaart te creëren. Via de hulp van Microsoft Word, Google, een printer en internet was het mogelijk om de netwerkkaart te realiseren. Dit zijn programma’s en materialen waar iedere voorziening over beschikt, wat het heel toegankelijk en goedkoop maakt.

Updates

Helaas door het tijdstekort van stage, de duur van de interviews en de bijhorende problemen was het onmogelijk om ieders netwerk correct in kaart te brengen. Ik selecteerde één interview en maakte gebaseerd op deze informatie een netwerkcirkel zoals het zou moeten horen (zie bijlage). In een ideale wereld werden de interviews gespreid, de informatie meermaals gecontroleerd en zou de bewoner meer betrekking hebben in het hele proces.

Ik ben ervan overtuigd dat dit in de toekomst zeker mogelijk is aangezien dit potentieel een universeel middel kan zijn om het netwerk van bewoners, cliënten en patiënten in kaart te brengen doorheen verschillende doelgroepen, bv. bijzondere jeugdzorg, mensen met een mentale beperking, woon- en zorgcentra, etc. Dit heeft niet enkel meerwaarde voor de begeleiding, maar toont ook de persoon in kwestie dat deze vaak minder eenzaam is dan hij of zij lijkt te geloven. Dit is al een stap richting herstel, één die we enkel kunnen aanmoedigen.

Bibliografie

Anthony, W.A., Cohen, M, :. F., Cagne, M. &., & Ch. (2002). Psychiatric Rehabilitation. Boston: Boston Center for Psychiatric Rehabilitation.

Baars, H. (1994). Sociale Netwerken van ambulante chronisch psychiatrische patiënten. Maastricht: Rijksuniversiteit Limburg.

Baars, H., Uffing, J., & Dekkers, G. (1990). Sociale netwerkstrategieën in de sociale psychiatrie. Een handleiding voor de geestelijke gezondheidszorg. Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu van Loghum.

Baart, A. (2001). Een theorie van de presentie. Utrecht: Lemma.

Bassant, J., & de Roos, S. (2008). Methoden voor Sociaal-Pedagogisch Hulpverleners. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Boevink, W. (2011). Lijfsbehoud, levenskunst en lessen om (van) te leren. In J. Dröes, & L. Korevaar, Handboek rehabilitatie voor zorg en welzijn (pp. 37-50). Amsterdam: Uitgeverij Coutinho.

Boumans, J. (2015). Naar het hart van empowerment: Deel 2 . Utrecht: Movisie.

Brysbaert, M. (2014). Fundamenten van de psychologie. Gent: Acadamia Press.

De Graafff, T., de Boer, F., & Schoot, T. (2014). Beeldende therapie bij tinnitus: leren omgaan met een chronische klacht. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, 37-42. Opgehaald van GGMD voor Doven en Slechthorenden: https://www.ggmd.nl/wordpress/wp-content/uploads/2014/10/Beeldende-ther…- bij-tinnitus.pdf

den Hollander, D., & Wilken, J. P. (2015). Zo worden cliënten burgers. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Dierinck, P. (2018, maart 13). Wat is kwartiermaken? (PsychoseNet, Interviewer)

Dröes, J., & Korevaar, L. (2011). Handboek revalidatie voor zorg en welzijn. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Emmelkamp, P., Ehring, T., & Powers, M. (2008). Angststoornissen. In W. Vandereycken, C. Hoogduin, & P. Emmelkamp, Handboek psychopathologie deel 1: basisbegrippen (pp. 231-365). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Gagne, C. (2004, Juni 14). Voordracht studiedag 'Rehabilitaite en herstel'. Rehabilitatie: een weg tot herstel. Groningen, Groningen: Lectoraat Rehabilitatie Hanzehogeschool.

Galesloot, H. (2015). Kunst in de verdrukking. Participatie en herstel, 47-52.

Hawe, P. (1994). Capturing the meaning of 'community' in community intervention evaluation: some contributions from community psychology. Health Promotion International, 199-210.

Hendriksen-Favier, A., Nijnens, K., & Van Rooijen, S. (2012). Handreiking voor de implementatie vaan herstelondersteunende zorg in de ggz. Utrecht: Trimbos-instituut.

Jacobs, G., Braakman, M., & Houweling, J. (2005). Op eigen kracht naar gezond leven, empowerment in de gezondheidsbevordering: concepten, werkwijzen en onderzoeksmethoden. Urecht: Universiteit voor Humanistiek.

Jacobs, K. (2015). Photovoice, of hoe herstel in beeld te brengen... Spiegel, 20-21. Jastreboff, P. (1990). Phantom auditory perception (tinnitus): mechanisms of generation and perception. Neuroscience Research, 221-254.

Koelen, M., & Van der Ban, A. (2004). Health education and health promotion. Wageningen: Wageningen academic publishers. 49

Kruijswijk, W., Veer van der, M., Brink, C., Calis, W., J., M. v., & Redeker, I. (2014, Maart). Aan de slag met sociale netwerken. Utrecht: Movisie, Vilans. Opgehaald van Movisie: kennis en aanpak van sociale vraagstukken: https://www.movisie.nl/publicaties/aan- slag-sociale-netwerken

Kwekkeboom, M., & Weert, C. (2008). Meedoen en gelukkig zijn. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Latkin, C., Edwards, C., Davey-Rothwell, M., & Tobin, K. (2017). The relationship between social desirability bias and self-reports of health, substance use, and social network factors among urban substance users in Baltimore, Maryland. Addictive Behaviours, 133-136.

Loeffen, T., van Biene, M., & Wilken, J. P. (2012). Kunst en herstel. In J. P. Wilken, & D. den Hollander, Handboek integrale rehabilitatiebenadering (pp. 349-360). Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Movisie. (2018, april 4). Kwartiermaken. Opgehaald van Movisie: Kennis en aanpak van sociale vraagstukken: https://www.movisie.nl/esi/kwartiermaken

PC Caritas. (2018, Januari 16). Psychiatrisch Verzorgingstehuis. Opgehaald van Psychiatrisch Verzorgingstehuis: http://www.pccaritas.be/zorgaanbod/psychiatrisch- verzorgingstehuis

Pearce, C. (2017). A Short Introduction to Attachment and Attachment Disorder. London: Jessica Kingsley Publishers.

Pennix, K. (2005). Werken aan maatschappelijke ondersteuning, Een handreiking voor sociale professionals. Utrecht: NIZW.

Regenmortel. (2002). Empowerment en maatzorg. Een krachtgerichte psychologische kijk op armoede. Leuven: Acco.

RIZIV. (2016, augustus 29). Psychiatrische verzorgingstehuizen. Opgehaald van Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering: http://www.riziv.fgov.be/nl/professionals/verzorgingsinstellingen/psych…- verzorgingstehuizen/Paginas/default.aspx#.WsSMCS6uyM8

Rombaut, W. (2014). Wie ken ik en wat wil ik? . Terneuzen: Tragel Zorg.

Scheffers, M. (2017). Sterk met een vitaal netwerk. Empowerment en de sociale netwerkmethodiek. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Sitvast, J. (2012). Empowermentfotografie. In J. P. Wilken, & D. den Hollander, Handboek integrale rehabilitatie benadering (pp. 335-348). Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Smit, B., & Van Gennep, A. (2002). Netwerken van mensen met een verstandelijke handicap. Utrecht: NIZW.

Steyaert, J., & Kwekkeboom, R. (2012). De zorgkracht van sociale netwerken. Eindhoven: Libertas.

van den Bosch, R. (2008). Schizofrenie en andere psychotische stoornissen. In W. Vandereycken, C. Hoogduin, & P. Emmelkamp, Handboek psychopathologie deel 1: basisbegrippen (pp. 155-192). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

van der Droes, A., & Zitman, F. (2008). Stemmingsstoornissen. In W. Vandereycken, C. Hoogduin, & P. Emmelkamp, Handboek psychopathologie deel 1: basisbegrippen (pp. 195-222). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

van der Geest, N., & Serkei, C. (2009). De brug is van niemand. Amsterdam: International Theatre.

van Deth, R. (2015). Psychiatrie: van diagnose tot behandeling. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 50

van Maurik, G., & Wilken, J. P. (2016, November 21). Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen. Begeleiding op maat voor iedere cliënt. Opgehaald van ResearchGate: https://www.researchgate.net/publication/254831826

Van Riet, N., & Wouters, H. (1996). Casemanagement. Een leer-werkboek over de organisatie en coördinatie van zorg-, hulp- en diensverlening. Assen: Van Gorcum.

Vandereycken, W. (2008). Psychopathologie: van diagnostiek tot therapie. In W. Vandereycken, C. Hoogduin, & P. Emmelkamp, Handboek psychopathologie deel 1: basisbegrippen (pp. 5-58). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Vansteenkiste, T. (2014). Photovoice. Herstel in beeld. Psyche, 8-10.

Vlaamse Overheid. (2018, Januari 16). Psychiatrische verzorgingstehuizen. Opgehaald van Psychiatrische verzorgingstehuizen - Zorg en Gezondheid: https://www.zorg-en- gezondheid.be/psychiatrische-verzorgingstehuizen

Watzlawick, P., Beavin, J., & Jackson, D. (1970). De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Deventer: Bohn Staflue van Loghum.

Weeghel, J. (1995). Herstelwerkzaamheden. Arbeidsrehabilitatie van psychiatrische patiënten. Utrecht: SWP.

Weiser, J. (1993). Photography techniques. Exploring the secrets of personal snapshots and family albums. San Francisco: Jossey-Bass Publishers.

Wenselaar, L. (2015). Integrale hulpverlening aan ouders met psychiatrische en/of verslavingsproblemen en hun kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Wilken, J. P., & den Hollander, D. (2012). Handboek Integrale Rehabilitatie Benadering. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Wolf, J. (2016). Krachtwerk. Methodisch werken aan participatie en zelfregie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Woodhouse, S., Ayers, S., & Field, A. (2015). The relationship between adult attachment style and post-traumatic stress symptoms. Journal of Anxiety Disorders, 103-117.