Psychological well-being and self-image in children and adolescents with gender dysphoria in relation to the transition process

Justine Janssen Jolien Laridaen Martine Cools
Meer en meer kinderen en adolescenten met genderdysforie raadplegen professionele hulpverlening voor psychologische en medicamenteuze opvolging. Deze therapieën worden aangewend om het lijden te verzachten en de transitie naar het andere geslacht te vergemakkelijken. Maar, weinig is bekend over de effecten van deze medicamenteuze behandelingen op de emotionele beleving en het zelf-beeld van de patiënten. Deze scriptie heeft als doel verschillende aspecten van emotioneel functioneren en zelfbeeld te evalueren bij kinderen en jongeren met genderdysforie na opeenvolgende fases in de transitie. De ultieme doelstelling van deze studie bestaat erin te komen tot een optimale ondersteuning van kinderen en jongeren met genderdysforie in hun transitie.

Transgender jongeren: is medicatie het antwoord?

Fien: "Mama, ik ben een jongen..."

 

Transgender, genderdysforie, genderfluïde, ... Tegenwoordig zijn deze termen wijdverspreid aanwezig in onze maatschappij. Maar, wat betekenen ze juist? Wat voelen deze personen? Nog belangrijker, welke hulpmiddelen kunnen verlichting bieden in hun emotioneel proces?

Genderidentiteit en Genderdysforie:

Zelfs voordat een baby geboren is, bestaan er aannames en verwachtingen over hoe een kind in de maatschappij zal passen. Een bepaalde cultureel wel gedefiniëerde genderrol is gekoppeld aan de anatomie van het kind (1, 2). Zo zouden jongens doorgaans ruwer zijn en graag vies en vuil worden, terwijl meisjes liever verkleedpartijtje spelen en poppen mooi maken. Dit gedrag geldt voor de meerderheid van de mensen.

Echter, bij sommige jongeren komen het geboortegeslacht en de gender-identiteit niet overeen. Om het anders te stellen, gender-niet-conforme kinderen vertonen een gedrag dat niet geassociëerd is met hun toegewezen geboortegeslacht (2, 3). Niet alleen zijn er mensen die een genderidentiteit ervaren die verband houdt met het andere geslacht. Het is ook mogelijk dat individuen zichzelf als noch mannelijk, noch vrouwelijk zien, of zij accepteren hun geboortegeslacht, maar schikken zich niet naar de rol die ermee verbonden is. Dit alles maakt deel uit van het gender-continuüm. Transgender- of gender-niet-conforme personen kunnen ook worden aangeduid als 'gender-queer', 'genderfluïde', 'gender creatief' of 'gender onafhankelijk' (4).

Het is bekend dat kinderen een besef van de term 'genderidentiteit' ontwikkelen op een leeftijd van 2-3 jaar oud. Op dat moment is het mogelijk voor hen om een onderscheid te maken tussen het zijn van een jongen of een meisje. Echter, pas op de leeftijd van 7 jaar blijft genderidentiteit typisch constant (5). Wanneer de discrepantie tussen genderidentiteit en geboortegeslacht wordt gekenmerkt door grote ellende, wordt dit genderdysforie (GD) genoemd (5, 6).

Behandeling:

In de afgelopen jaren, is er een aanzienlijke ontwikkeling geweest met betrekking tot de behandeling van personen met genderdysforie. Een onderdeel van de huidige aanpak is de mogelijkheid om medische tussenkomst te zoeken. Deze ontplooiing is grotendeels te wijten aan toenemend bewijs dat het ontkennen van iemands genderidentiteit en het dwingen om zich aan te passen aan toegewezen geslachtsgedragingen extra stress en toegenomen isolatie veroorzaakt (1). Aangezien GD-patiënten tot een minderheidsgroep behoren en onderworpen worden aan discriminatie en stigma lopen zij, zonder behandeling, een groter risico op geestelijke gezondheidsproblemen, zoals angst en depressie (5). Naar verluidt heeft meer dan 50% van de GD-bevolking zelfmoordgedachten, waarvan 1/3 een poging tot suïcide onderneemt (7).

Zodra secundaire geslachtskenmerken beginnen te vertonen, is een niet-medicamenteuze behandeling meestal niet meer voldoende om GD-jongeren te bevredigen. Er is een diep verlangen naar medische behandeling langs de kant van de patiënt. Deze wens, gecombineerd met de introductie van de puberteitsremmers en hormonale suppressors als een tijdelijke behandeling, is een reden waarom het aantal mensen dat professionele hulp zoekt snel is toegenomen (2, 5, 8, 9). Andere redenen voor de snelgroeiende vraag zijn meer toegang tot informatie via internet, meer aandacht van de media, jongere "coming-out" leeftijden en een hogere tolerantie voor diversiteit. Om aan dit verzoek te voldoen, is er ook een toename van gespecialiseerde centra (5, 10, 11).

Transitie procedure:

België handelt volgens protocollen voorgesteld door de Standards of Care for the Health of Transsexual, Transgender, and Gender Nonconforming People. Deze richtlijnen zijn gepubliceerd door de World Professional Association for Transgender Health (WPATH) en de Endocrine Society. Aangezien bekend is dat genderdysforie zowel psychologische als sociale en biologische invloeden heeft, is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk (2, 4, 12). De follow-up start met een diagnostische fase waarin de toestand van genderdysforie wordt uitgezocht door middel van vragenlijsten en persoonlijke interviews. Vervolgens bestaat de mogelijkheid om te starten met concrete medische interventies zoals puberteitsonderdrukkers of, als de puberteit reeds vergevorderd is, hormoononderdrukkers. Vanaf 16 jaar kan de volgende stap ondernomen worden, d.w.z. geslachtshormonen. Op de leeftijd van 17 jaar of als de trans-mannen al minstens een jaar lang geslachtshormonen nemen, is het mogelijk om een borstamputatie te ondergaan. Ten slotte kunnen vanaf 18-jarige leeftijd andere geslachtsaanpassende operaties worden uitgevoerd.

Effecten en Realiteit:

Van puberteitsremmers is het al bewezen dat ze een effectieve manier te zijn om het sociaal-emotionele functioneren te verbeteren, en om de overgang naar het leven in de andere genderrol te vergemakkelijken. Er is ook aangetoond dat ze de onrust verminderen die ontstaat ten gevolge van ongewenste fysieke veranderingen (2, 13). Bij volwassenen wordt gezegd dat geslachtshormonen bijdragen tot het welzijn van de patiënt.

Ondanks het bewijs van de effecten van medische interventie, en van de toenemende hulpvraag bij professionals in de geestelijke gezondheidszorg, is de realiteit dat het onderwerp controversieel blijft en dat de hoeveelheid wetenschappelijke informatie over de effecten van medicamenteuze behandelingen schaars is (2, 4, 8). De transgender gemeenschap blijft een kwetsbare en achtergestelde populatie, die cultureel competente zorg nodig heeft, gebaseerd op empathie en begrip (4). Risicovol gedrag zoals zelfverminking, zelfmedicatie en zelfmoord zijn slechts een paar van de schadelijke gevolgen van een ontoereikende behandeling of weigering van behandeling. Daarom zijn effectieve psychologische en medische benaderingen cruciaal voor de ondersteuning van de transgender gemeenschap.

Door inzicht te verwerven in GD-individuen, en in de effecten van verschillende medische behandelingen op het emotioneel functioneren en zelfbeeld, zal geprobeerd worden te beantwoorden aan hoe transgender kinderen en jongeren beter kunnen worden ondersteund in hun transitie.

 

Bibliografie

1. Cutas D. Children with Gender Identity Disorder: a Clinical, Ethical, and Legal Analysis. Analize–Journal of Gender and Feminist Studies. 2015;4(18):117-25.
2. Cohen-Kettenis PT, Klink D. Adolescents with gender dysphoria. Best Pract Res Clin Endocrinol Metab. 2015;29(3):485-95.
3. Adelson SL, American Academy of C, Adolescent Psychiatry Committee on Quality I. Practice parameter on gay, lesbian, or bisexual sexual orientation, gender nonconformity, and gender discordance in children and adolescents. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2012;51(9):957-74.
4. Vance SR, Jr., Ehrensaft D, Rosenthal SM. Psychological and medical care of gender nonconforming youth. Pediatrics. 2014;134(6):1184-92.
5. Bonifacio HJ, Rosenthal SM. Gender Variance and Dysphoria in Children and Adolescents. Pediatr Clin North Am. 2015;62(4):1001-16.
6. Fisher AD, Castellini G, Ristori J, Casale H, Cassioli E, Sensi C, et al. Cross-Sex Hormone Treatment and Psychobiological Changes in Transsexual Persons: Two-Year Follow-Up Data. J Clin Endocrinol Metab. 2016;101(11):4260-9.
7.Guzman-Parra J, Sanchez-Alvarez N, de Diego-Otero Y, Perez-Costillas L, Esteva de Antonio I, Navais-Barranco M, et al. Sociodemographic Characteristics and Psychological Adjustment Among Transsexuals in Spain. Arch Sex Behav. 2016;45(3):587-96.
8. de Vries AL, Steensma TD, Cohen-Kettenis PT, VanderLaan DP, Zucker KJ. Poor peer relations predict parent- and self-reported behavioral and emotional problems of adolescents with gender dysphoria: a cross-national, cross-clinic comparative analysis. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2016;25(6):579-88.
9. Vrouenraets LJ, Fredriks AM, Hannema SE, Cohen-Kettenis PT, de Vries MC. Perceptions of Sex, Gender, and Puberty Suppression: A Qualitative Analysis of Transgender Youth. Arch Sex Behav. 2016;45(7):1697-703.
10. Chen M, Fuqua J, Eugster EA. Characteristics of Referrals for Gender Dysphoria Over a 13- Year Period. J Adolesc Health. 2016;58(3):369-71.
11. Khatchadourian K, Amed S, Metzger DL. Clinical management of youth with gender dysphoria in Vancouver. J Pediatr. 2014;164(4):906-11.
12. de Vries AL, McGuire JK, Steensma TD, Wagenaar EC, Doreleijers TA, Cohen-Kettenis PT. Young adult psychological outcome after puberty suppression and gender reassignment. Pediatrics. 2014;134(4):696-704.
13. Hembree WC, Cohen-Kettenis P, Delemarre-van de Waal HA, Gooren LJ, Meyer WJ, 3rd, Spack NP, et al. Endocrine treatment of transsexual persons: an Endocrine Society clinical practice guideline. J Clin Endocrinol Metab. 2009;94(9):3132-54.

Universiteit of Hogeschool
Master of Medicine in Medicine
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Dr. Karlien Dhondt
Kernwoorden