Preoperative Risk-­Stratification of High Risk Prostate Cancer: a Multicenter Analysis

Brecht Chys
Multicenter retrospectief onderzoek naar risicostratificatie van hoog risico prostaatkanker. Identificatie van verschillende subcategorieën met significant verschillende overleving binnen de hoog risico groep.

Hyper-agressieve prostaatkanker: een nieuw inzicht.

 

INLEIDING:
8366: het aantal mannelijke Belgen die in 2015 de diagnose van prostaatkanker kreeg voorgeschoteld. Hiermee staat de ziekte ruim op kop als dé meest frequente kanker bij mannen. Prostaatkanker anno 2018: een banaliteit of nog steeds een doodsverdict? 

 

MANUSCRIPT:

De prostaat maakt deel uit van het mannelijk voortplantingsstelsel. Het is een klier die net onder de blaas en de voorzijde van de endeldarm terug te vinden is. In normale omstandigheden heeft het de omvang van een kastanje. De prostaat produceert een energierijke vloeistof die zaadcellen van alle nodige energie voor hun lange en moeizame reis voorziet. Kanker van de prostaat is helaas uitermate frequent. Jaarlijks treft de ziekte wereldwijd 1,1 miljoen mannen, wat het de meest voorkomende kanker binnen de mannelijke bevolking maakt (1). In België alleen krijgen ongeveer 8200 mannen per jaar de diagnose voor de kiezen (2).

Alhoewel de term prostaatkanker bij vele mannen een ijzige rilling opwekt, hoeft het geen doodsvonnis te zijn. De agressiviteit van prostaatkanker is immers zo divers als de kleuren van de regenboog. Concreet blijven behandeling en ziektevooruitzichten bepaalt door de soort prostaatkanker die de patiënt treft.

Identificatie van de soort prostaatkanker blijft tot vandaag de hoeksteen van de behandeling. Om dit te realiseren wordt beroep gedaan op een bloedonderzoek (PSA-waarde), beeldvorming (MRI/CT-scan) en microscopisch onderzoek van een weefselstaal. Deze laatste verkrijgt men door het aanprikken van de prostaat via de endeldarm met een bijzondere naald (bij het terugtrekken neemt deze een weefselfragment mee). Klassiek steunt de indeling op het risico dat de patiënt heeft om te overlijden aan zijn ziekte. Hierbij zijn drie soorten erkend: laag risico-, intermediair risico- en hoog risico prostaatkanker. De combinatie van de resultaten van de eerdergenoemde onderzoeken zal uitmaken tot welke categorie een kanker van de prostaat behoort.

In 2012 verscheen een studie waarin de overleving van onbehandelde mannen met prostaatkanker werd vergeleken met een gelijkaardige mannelijke populatie zonder de ziekte (3).  Hieruit bleek dat mannen met de minst agressieve prostaatkanker geen dag vroeger stierven dan hun medemens zonder de ziekte. Tot vandaag blijft voor deze laag risico categorie dan ook een afwachtende houding aangeraden.  Toch blijft het verstandig deze mannen op de voet te volgen en evoluties naar meer agressieve vormen voor te blijven. De overige twee soorten prostaatkanker bleken de levensduur van hun slachtoffers wel in te korten en vragen bijgevolg een behandeling, klassiek een operatie met/of bestraling.

Het is reeds enige tijd geweten dat sommige patiënten, met name binnen de meest agressieve soort, het uitzonderlijk slecht doen. Dit doet vermoeden dat ergens een groep mannen verscholen zit met heel povere ziektevooruitzichten. Dit onderzoek legt zich erop toe die mannen in het licht te stellen. Hiervoor werd beroep gedaan op een grote, internationale databank waarin 4876 patiënten met hoog risico prostaatkanker gedurende meer dan 10 jaar werden gevolgd nadat ze een operatie ondergingen om de prostaat te verwijderen.

Door resultaten van bloedonderzoek (PSA-waarde), beeldvorming en weefselonderzoek meer gedetailleerd te combineren waren we in staat subcategorieën met een duidelijk verschillende overleving aan het licht te brengen. De resultaten waren opmerkelijk. Alhoewel alle 4876 mannen onder de noemer hoog risico prostaatkanker vielen, bleken sommigen (e.g. subcategorie 4) bijzonder meer kans te hebben om aan hun ziekte te overlijden. Frappant, gezien alle personen verondersteld werden aan dezelfde soort prostaatkanker te lijden. Zo bedragen de 5-jaar en 10-jaar overleving van de volledige groep respectievelijk 94% en 89% (figuur 1), waar de meest ongunstige subcategorie (subcategorie 4) deze slechts 74% en 47% bedragen (figuur 2). 

Figuur 1: Algemene kanker specifieke overleving hoog risico prostaatkanker

Figuur 2: Kanker specifieke overleving subcategorieën hoog risico prostaatkanker

De resultaten van dit onderzoek laten meer toe dan enkel accuratere en meer gepersonaliseerde ziektevooruitzichten. Het geeft artsen een beter zicht op het karakter van de kanker en zou uiteindelijk kunnen dienen om mannen te identificeren waarbij een klassieke behandeling onvoldoende zal blijken. De mogelijkheid bestaat dat deze hyper-agressieve vormen van prostaatkanker baat ondervinden van een hormonale kuur voorafgaand aan een operatieve ingreep. Verder onderzoek is nodig om deze hypothese te bevestigen.

Tot slot kan gesteld worden dat het laatste woord over hoog risico prostaatkanker nog niet is gevallen. Dergelijke nieuwe inzichten blijven cruciaal in optimalisatie van patiëntenzorg zolang risicostratificatie de hoeksteen blijft in de behandelingskeuze van prostaatkanker.

Bibliografie

1. Ehrlich PF. Wilms tumor: Progress and considerations for the surgeon. Surg Oncol. 2007;16(3):157–71.

2. Boyle P, Severi G, Giles GG. The epidemiology of prostate cancer. Urol Clin North Am. 2003;30(2):209–17.

3. Wong MCS, Goggins WB, Wang HHX, Fung FDH, Leung C, Wong SYS, et al. Global Incidence and Mortality for Prostate Cancer: Analysis of Temporal Patterns and Trends in 36 Countries. Eur Urol. 2016 Nov 1;70(5):862–74.

4. Santis D, Henry A, Joniau S, Lam T, Matveev V, van der Poel H, et al. Prostate Cancer EAU -­‐ESTRO -­‐SIOG Guidelines on.

5. Sundi D, Wang V, Pierorazio P, Han M, Bivalacqua T, Ball M, et al. Very-­‐high-­‐risk localized prostate cancer: definition and outcomes. Prostate Cancer Prostatic Dis. 2013;17(10):57–63.

6. Hamdy FC, Donovan JL, Lane JA, Mason M, Metcalfe C, Holding P, et al. 10-­‐Year Outcomes after Monitoring, Surgery, or Radiotherapy for Localized Prostate Cancer. N Engl J Med. 2016;375(15):1415–24.

7. Wilt TJ, Brawer MK, Jones KM, Barry MJ, Aronson WJ, Fox S, et al. Radical Prostatectomy versus Observation for Localized Prostate Cancer. n engl j med . 2012;3673.

8. Oderda M, Joniau S, Spahn M, Gontero P. Debulking surgery in the setting of very high-­‐ risk prostate cancer scenarios. BJU Int. 2012;110(6B).

9. NCCN. National Comprehensive Cancer Network: Guidelines Prostate Cancer Version 2.2017. 2017.

10. Gnanapragasam VJ, Lophatananon A, Wright KA, Muir KR, Gavin A, Greenberg DC. Improving Clinical Risk Stratification at Diagnosis in Primary Prostate Cancer: A Prognostic Modelling Study. Beck AH, editor. PLOS Med. 2016 Aug 2;13(8):e1002063.

11. Joniau S, Briganti A, Gontero P, Gandaglia G, Tosco L, Fieuws S, et al. Stratification of 16 high-­‐risk prostate cancer into prognostic categories: a European multi-­‐institutional study. Eur Urol. 2015 Jan 1;67(1):157–64.

12. Gontero P, Spahn M, Tombal B, Bader P, Hsu C-­‐YY, Marchioro G, et al. Is there a prostate-­‐specific antigen upper limit for radical prostatectomy? BJU Int. 2011;108(7):1093–100.

Universiteit of Hogeschool
master in de geneeskunde
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Steven Joniau
Kernwoorden
Share this on: