Op welke manieren kan men tijdens zijn leven de definitieve aandelenoverdracht van het familiebedrijf aan zijn reeds actieve kinderen garanderen?

Alicia Coveliers
De verhandeling behandelt de erfrechtelijke aspecten van de overdracht van zijn familiebedrijf aan een wettelijke erfgenaam in rechte nederdalende lijn (troonopvolger).

In deze verhandeling zal ik nagaan op welke wijze bij leven een definitieve aandelenoverdracht van het familiebedrijf aan het reeds actieve kind gegarandeerd kan worden. Naast de analyse volgens Belgisch recht, zal een rechtsvergelijkende studie worden gemaakt met het Frans en het Zwitsers recht. Met een ‘definitieve aandelenoverdracht’ wordt een eigendomsoverdracht bedoeld die na het overlijden van de erflater niet langer aangevochten kan worden door zijn reservataire erfgenamen op grond van het wettelijk erfrecht.

Het nieuw erfrecht: een zegen maar ook een vloek voor de overdracht van familiebedrijven

Het nieuw erfrecht: een zegen maar ook een vloek voor de overdracht van familiebedrijven    

Stel: u heeft drie kinderen maar slechts één kind is actief in het familiebedrijf en is geïnteresseerd in de overdracht van het familiebedrijf. Kan u het familiebedrijf aan één van uw kinderen toebedelen met de zekerheid dat de andere kinderen de overdracht niet meer in vraag zullen stellen bij uw overlijden?

 

Hinderpalen van het wettelijk erfrecht

Het antwoord luidt in principe nog steeds, neen Kinderen zijn namelijk “reservataire erfgenamen”. Dit wil zeggen dat zij recht hebben op een minimum deel van de nalatenschap.

Ook bij de hervorming van het erfrecht dat sedert 1 september 2018 in werking getreden is,  wijkt men hier niet van af. Indien het familiebedrijf het voornaamste bestanddeel van de nalatenschap uitmaakt, dan zullen de kinderen hier ook rechten op kunnen laten gelden bij het overlijden van hun vader/moeder.

Zij hebben dit recht, ook al werd het familiebedrijf reeds bij leven werd weggeschonken aan het andere kind.

Daarenboven kent men in België, behoudens enkele uitzonderingen, het verbod om reeds tijdens zijn leven afspraken te maken over de samenstelling van zijn  nalatenschap bij overlijden.

Flexibilisering in het nieuwe erfrecht

Onder het nieuw erfrecht, komen er echter nieuwe mogelijkheden om de overdracht van zijn familiebedrijf aan één van zijn kinderen definitief mogelijk te maken. Ten eerste kan opgemerkt worden dat het minimum wettelijk erfdeel van elk kind in omvang vermindert. Hierdoor heeft men als ouder een grotere vrijheid, om  over zijn vermogen te beschikken. Ten tweede wordt het mogelijk om in samenspraak met zijn kinderen een globale erfovereenkomst te sluiten om welbepaalde schenkingen die men tijdens zijn leven heeft gemaakt niet meer in vraag te stellen bij zijn overlijden.

Een zegen : de mogelijkheid tot het sluiten van een globale erfovereenkomst

Een globale erfovereenkomst is een overeenkomst waarbij een (of beide) ouder(s) wanneer ze in leven zijn samen met al hun kinderen een subjectief evenwicht vaststellen met betrekking tot schenkingen, en andere indirecte vermogensvoordelen gemaakt aan hun kinderen. Voor het bekomen van een evenwichtige regeling wordt er ondanks de verwarrende terminologie, geen akkoord bereikt over de volledige of globale nalatenschap zoals samengesteld op datum van overlijden. Er wordt slechts rekening gehouden met schenkingen die hetzij in het verleden gedaan zijn, hetzij in de globale erfovereenkomst zelf.  

Nieuw is dat er  bij het bereiken van het subjectief evenwicht rekening gehouden kan worden met de verkrijging van dienstengiften, bijvoorbeeld: de verkrijging van een langere huisvesting of dure studies. Er kan eveneens rekening gehouden worden met de persoonlijke situatie van elk kind.

Daarnaast kunnen  de kinderen ter vrijwaring van het subjectief evenwicht de garantie krijgen dat ze in ruil voor de toebedeling van het familiebedrijf aan het andere kind, een schuldvordering krijgen. Naar mijn mening kan men zo het reeds actieve kind alle aandelen van het familiebedrijf geven, onder de last of met de verplichting om de andere niet-actieve kinderen te vergoeden. Indien het om een aanzienlijk bedrag gaat zou een gespreide betaling met interest overeengekomen kunnen worden.

Op deze manier kan er met toestemming van de kinderen, afstand gedaan worden van het recht om de schenking van het familiebedrijf in de nalatenschap van zijn vader/moeder aan te vechten.

Een vloek: het gunstregime voor de schenking van familiebedrijven verdwijnt

Indien men de schenking van het familiebedrijf niet kan opnemen in een globale erfovereenkomst, dan moet men haar in principe inbrengen in de nalatenschap van zijn vader/moeder. Dit wil zeggen dat de door de kinderen reeds verkregen schenkingen, in de nalatenschap verrekend moeten worden.

Het vroegere gunstregime voor familiebedrijven zorgde ervoor dat het waarderingstijdstip voor het inbrengen van schenkingen in de nalatenschap van zijn vader/moeder volgens de waarde ten tijde van de schenking gebeurde.  

Onder het nieuw erfrecht blijft het waarderingstijdstip de waarde ten tijde van de schenking maar wordt deze waarde geïndexeerd. Bovendien wordt het waarderingstijdstip verlaat indien het familiebedrijf met voorbehoud van vruchtgebruik geschonken werd.  

Een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik kan gemaakt worden indien vader/moeder enige zeggenschap in het familiebedrijf wenst te behouden na de schenking ervan aan zijn actieve kind.  In dit geval zal de waardering van de schenking gebeuren op het moment dat het actieve kind de volledige meesterschap  van het familiebedrijf verkrijgt.  Hierdoor kan het zijn dat de meerwaarde in het familiebedrijf gerealiseerd door het actieve kind, terug in de nalatenschap valt en dat zijn broers en zussen mee van zijn meerwaarde genieten.  

Men kan op dit nefaste gevolg anticiperen door een verklaring van behoud van het oude erfrecht te maken en dit uiterlijk tot 1 september 2019. Daarnaast is het ook mogelijk het waarderingsmoment van de schenking te verplaatsen door het sluiten van een punctuele erfovereenkomst. Hiervoor is het wel vereist dat alle kinderen hun toestemming geven.

Conclusie : problemen beter voorkomen dan genezen.

Het nieuw erfrecht is een zegen indien  men er in slaagt (eventueel met behulp van een schuldvordering) tot een subjectief evenwicht tussen zijn kinderen te komen en een overeenkomst te sluiten in de vorm van een globale erfovereenkomst waar de  definitieve overdracht van het familiebedrijf aan één van zijn kinderen wordt vastgesteld.

Indien men nalaat de schenking van zijn familiebedrijf in een globale erfovereenkomst op te nemen, bestaat de kans dat men zal vloeken in het nieuwe erfrecht omdat men niet langer onder het gunstregime kan vallen. Schenkingen gemaakt met voorbehoud van vruchtgebruik zullen voortaan gewaardeerd worden op het moment van de verkrijging van de meesterschap, veelal het overlijden van de vader/moeder. Hierdoor loopt  het actieve begunstigde kind het risico dat hij de gerealiseerde meerwaarde in het familiebedrijf met zijn broers en/of zussen zal moeten delen.  

Men kan dit vooralsnog oplossen tot een verklaring van behoud van het oude erfrecht tot en met 1 september 2019 of het sluiten van een punctuele erfovereenkomst om het waarderingsmoment te verplaatsen naar het tijdstip van de schenking mits indexering.

Denk dus tijdig na over de overdracht van uw familiebedrijf. Problemen hieromtrent kunnen beter tijdig in samenspraak met uw gezin voorkomen worden, om zo latere familiale conflicten bij uw  overlijden te vermijden.

 

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE

 

BELGIË:

Wetgeving

Wetten

  • Burgerlijk wetboek 24 maart 1804, BS  3 september 1807.
  • Wet 16 maart 1803 van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, BS 1803.
  • Wet 16 mei 1900 tot wijziging van het erfstelsel voor de kleine nalatenschappen, BS 21 mei 1900.  
  • Wet 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit, BS 24 september 1988.
  • Gerechtelijk wetboek 10 oktober 1967, BS 31 oktober 1967.
  • Wetboek vennootschappen 7 mei 1999, BS 6 augustus 1999.
  • Wet 31 juli 2017 tot hervorming van het erfrecht, BS 1 september 2017.

Parlementaire stukken

  • Wetsvoorstel van 25 januari 2017 tot wijzing van het burgerlijk wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, Parl.St.Kamer 2016-2017, nr.2282/001.
  • MvT, Parl. St. Kamer 2016-17, nr. 2282/001.

Rechtspraak

  • Cass. 28 november 1946, RW 1946-47, 1033.
  • Cass. 13 december 1956, Pas. 1957, I, 392.
  • Cass. 10 november 1960, RCJB 1961, 8, noot J. RENAULD. 
  • Cass.(1e k.) 13 juni 1979, Pas.1980, I, 553.
  • Cass. 23 mei 1982, T. Not 1982, 177.
  • Cass. 8 oktober 1992, Rev.trim.dr.fam. 1993, 522, noot H. CASMAN.
  • Cass. 16 mei 2002, T. Not. 2003, 115, noot C. DE WULF.
  • Cass 31 oktober 2008, AR C.06.0445.N, www.jura.be.
  • Cass. 12 maart 2015 Rev.trim.dr.fam. 2015, afl. 3, 650.
  • Antwerpen 25 juni 1986, T.Not. 1987, 451.
  • Antwerpen 2 februari 1998, RW 1998-99, 163. 
  • Antwerpen (3e k.) 3 december 2014, T.Not. 2015, 120.
  • Bergen 15 mei 2006, Rev.not.b. 2007, 29, noot SACE, J.
  • Brussel 31 oktober 1967, JT 1967,50.
  • Brussel (2e k.) 24 oktober 1996, RW 1997-98, 852-854.
  • Brussel (1e k.) 22 februari 2010, T.Not. 2010, afl. 6, 338, noot J.VERSTRAETE.
  • Brussel 22 maart 2010, RW 2012-13, 1146-1149.
  • Gent 8 januari 1999, TRV 1999, nr. 4, 269-275, noot J. DU MONGH.
  • Gent 10 oktober 2002, T.Not. 2005, nr. 7, 426-436
  • Gent (11e k) 10 december 2015, nr.2013/AR/2306, www.jura.be .
  • Gent 28 februari 2006, nr. 2013/AR/2977, www.jura.be.
  • Gent 13 oktober 2016, T.Not. 2017, nr. 5, 460-472.
  • Gent 6 april 2017, T.Not 2017, nr. 11, 848-860.
  • Luik (2e k.) 4 december 2012, JLMB 2014, afl. 37, 1752
  • Rb. Dendermonde TGR. 2008, nr. 5, 320.
  • Fam. rb. Namen (3ek.) 26 juni 2017, Act.dr.fam. 2017, afl. 7, 187.

 

Rechtsleer

Boeken

  • BAEL, J., Het verbod van bedingen betreffende toekomstige nalatenschappen: reeks notariële praktijk studies, Mechelen, Kluwer, 2006, 1040 p.
  • BAEL, J.,  Rechtskroniek notariaat, deel 31, Brugge, Die Keure, 2017, 299 p. 
  • BAERT, G., De ouderlijke boedelverdeling in APR, Gent, Story- Scientia, 1974, 424 p.
  • BARBAIX, R. VERBEKE, A.-L,  Beginselen erfrecht, Brugge, Die Keure / La Charte, 2013, 329 p.
  • BARBAIX, R.,  Actualia vereffening en verdeling, Mortsel, Intersentia, 2017, 58 p. 
  • BARBAIX,  R., Handboek familiaal vermogensrecht, Mortsel, Intersentia, 2016, 976 p.
  • BARBAIX, R.,  Het nieuwe erfrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 373 p.
  • BUYSSENS, F., GEENS, K., LAGA, H., TILLEMAN, B., VERBEKE, A.-L., Over naar familie: liber amicorum Luc Weyts, Brugge, Die keure, 262 p.
  • DE CORTE, R., DE GROOTE , B.,  BURLOOT, D.,  Privaatrecht in hoofdlijnen volume 2, 13de ed, Mortsel, Intersentia, 2017, 538 p.
  • DEKKERS, R., CASMAN, H., VERBEKE, A.- L., ALOFS, E.,  Erfrecht en giften 2017, Antwerpen, Intersentia, 339 p.
  • DE PAGE, P .,  Actualités en droit des successions, Brussel, Limal Anthemis, 2017, 146 p.
  •  DE WULF, C., Notarieel familierecht en familiaalvermogensrecht: het opstellen van Notariële Akten, Mechelen, Kluwer, 2011, 1374 p.
  • DELPORT, F., Sterven en erven : praktische handleiding voor erfrecht, testamenten en successierechten, Mechelen, Kluwer, 2004, 256 p.
  • DU MONGH, J., De erfovergang van aandelen, Antwerpen, Intersentia, 550 p.
  • DILLEMANS, R., De erfrechtelijke reserve, Uystpruyst,, Universitaire Boekhandel 1960, 324 p.
  • KONINKLIJKE FEDERATIE BELGISCHE NOTARISSEN, Notarieel congres 1995- Congrès notaires 1995 : de internationale contractuele relaties. De rol van de notaris. Les relations contractuelles internationales. Le rôle du notaire, Antwerpen, Maklu, 1995, 765 p.
  • PINTENS, W., DECLERCK, C., DU MONGH, J., VAN WINCKELEN, K., Familiaal Vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 1345 p.  
  • PINTENS, W., DECLERCK, C. (ed.), Patrimonium 2017, Brugge, die Keure, 503 p.
  • VAN GERVEN, W., Juridische aspecten van het familiebedrijf, Antwerpen, Standaard wetenschappelijke uitgeverij, 1969, 226 p.
  • PUELINCKX-COENE, M., Erfrecht, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1997, 508 p.
  • PUELINCKX-COENE, M,  Beginselen van het Belgisch privaatrecht: VI: erfrecht deel I: openvallen en toewijzing van de nalatenschap, erfovereenkomsten, reserve en inbreng, Mechelen, Kluwer, 2011, 946 p.
  • VERBEKE, A.L, BUYSSENS, F., DERYCKE, H., Handboek estate planning: vermogensplanning met effect bij leven, Gent, Larcier, 2005, 496 p.

 

Bijdragen in boeken

  • AUGHUET, C.,  “Le rapport des libéralités état de la législation actuelle et approche de lege ferenda” in CINEY 22-23/09/11, Tussen vrijheid en regelgeving : een uitdaging voor de notaris, Brussel, Larcier, 2011, 211-246.
  • BAEL, J., “Naar een afschaffing van het verbod op erfovereenkomsten?” in BUYSSENS, F., GEENS, K., LAGA, H., TILLEMAN, B., VERBEKE, A.L. (eds.), Over naar familie: liber amicorum Luc Weyts, Brugge, Die keure, 45-92.
  • BARBAIX, R.,  MALFAIT, A.,  SANSEN, E.,  “De overdracht van familiebedrijven conform artikel 140bis W.Reg. cq. artikel 60bis W.Succ.: het spoor bijster? Een stand van zaken en enkele bedenkingen” in PINTENS, W., DE CLERCK, C. (eds.), Patrimonium 2010, Mortsel, Intersentia, 2010, 285-298.
  • BARBAIX, R.,  “De inbreng en de inkorting in het nieuwe erfrecht” in BAEL, J.(ed.), Rechtskroniek voor het notariaat: deel 31, Brugge, Die Keure, 37-119.
  •  CASMAN, H., “Van ascendentenverdeling bij schenking naar ouderlijke boedelovereenkomst” in CINEY 22-23/09/11, Tussen vrijheid en regelgeving . Le défi du notaire/De uitdaging voor de notaris , Brussel, Larcier, 2011, 171- 179.
  • CASMAN, H., “Inleiding tot de nieuwe erfwet 2017. Een overzicht van de krachtlijnen van deze wet”, in  BAEL, J. (ed.), Rechtskroniek voor het Notariaat: deel 31, Mechelen, die Keuren, 1-37.
  • DE PAGE, P.,  STEFANI, I.,  “Le statut des biens professionels en droit des régimes matrimoniaux et en droit succesoral civil "in DE PAGE, P ., CULOT, C.,  La transmission du patrimoine professionnel : aspects civil et fiscaux, Brussel , Anthémis, 2007, 145-249.
  • DE PAGE, P,  “La resérve héréditaire, quel futur ? ” in CINEY 22-23/09/11, Tussen vrijheid en regelgeving.Le défi du notaire/De uitdaging voor de notaris Brussel, Larcier, 2011, 153-168.
  • DE PAGE, P. “Les pactes successoraux” in VAN MOLLE, M. (ed.), La famille et son patrimoine en questions, Limal, Anthemis, 2015, 231-246.
  • DE WULF, C., “Het voorbehouden erfdeel en de bepaalde overlating van het hoofdbestanddeel van het familievermogen”, KONINKLIJKE FEDERATIE BELGISCHE NOTARISSEN (ed.), Het notariaat bron van recht en rechtszekerheid, Brussel, 1973,  283-289. 
  • DU MONGH, J.,  “Inbreng en inkorting” in PINTENS, W. (ed.) , De vereffening van de nalatenschap, Mortsel, Intersentia, 2007, 83-153
  • DU MONGH, J., “Vennootschapsclausules en erfrecht”, in X, Liber amicorum Jozef van den Heuvel , Antwerpen, Kluwer, 1999, 717-747.
  • DILLEMANS, R.,  “Het huwelijksvermogensrecht, het erfrecht en het schenkingsrecht in verband met de eigendom van een familiebedrijf” in VAN GERVEN, W. (ed.),  Juridische aspecten van het familiebedrijf, 1969, 103-121.

LELEU, Y.H., “Les pactes successoraux en droit comparé” in KONINKLIJK FEDERATIE BELGISCHE NOTARISSEN, De internationale contractuele relaties. De rol van de notaris, Notarieel congres 1995, Antwerpen, Maklu, 1995, 545-611.

  • DEHALLEUX, V., “La donation” in CULOT, A., E WILDE D’ESTEMAEL, E., DEHALLEUX, V., GOSSIEUX, M., ROUSSEAU, L., VANHAELST, S.,  La planification successoral, Bruxelles, Anthémis, 207-278.
  • LIEVENS, J.,   “Opvolging in familiebedrijven- juridische en fiscale aspecten “ in DE BECKER, B.,  DE TAVERNIER, P., JESPERS,H., LIEVENS, J.,  MINNAERT, M.,  SENAEVE, P.,  TREMMERY, J.,  VALCKENBORGH, A., VAN PASSEL, M. en   VERSLUYS, L.,  Recente ontwikkelingen en topics van Familierecht, Gent, Uitgeverij Larcier, 2009, 113 -147.
  • SLUYTS, C., “De inbreng en inkorting na de wet van 22 december 1998” in DE CLERCK, C., DU MONGH, J., VERBEKE, A.L.(eds.),  Themis: Familiaal Vermogensrecht, Brugge, Die Keure, 2011,  63-91.
  • SLUYTS, C.,  “Inbreng en inkorting. De problematiek van waardeschommelingen” in PINTENS, W., VAN DER MEERSCH, B. (eds.), Vereffening-verdeling van de nalatenschap, Maklu, 1993, 77- 111.
  • WEYTS, L., “De opvolging in een familievennootschap: een face-lift ” in. TAYMANS,  J.F, Liber Amicorum Bruxelles, Éditions Larcier, 2012,  537- 562.
  • WEYTS, L.,  “Continuïteit van de familieonderneming te realiseren via de Wet op kleine nalatenschappen?” in DILEMANS, R.,  Liber Amicorum, E-Story-Scientia, Antwerpen,  1997, 505-520. 
  • VAN BIERVLIET, C., “Opvolging en voortbestaan van een bedrijf” in VAN BIERVLIET, C.,  TACK, T., GILLEMON,P.,  PEETERS, B.,  VAN DENBERGHE., F., Uw vennootschap en de fiscus, Mortsel, Intersentia, 2017, 325-338.  
  • VAN DER BURCHT, G., “De schenking in het privaatrecht van Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Groot-Brittannië” in KONINKLIJKE FEDERATIE BELGISCHE NOTARISSEN, De internationale contractuele relaties, de rol van de notaris, Antwerpen, Maklu, 1995, 613-689.
  • VAN HOESTENBERGHE, A.E., “Onderzoek van enkele bijzondere regelingen en voorzieningen” in VAN GERVEN, W., Juridische aspecten van het familiebedrijf, Antwerpen/Utrecht, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1996, 127-154.
  • VAN WINCKELEN, “De instemmingsvereiste van artikel 918 B.W.: quid, quando, quis?” in PINTENS, W., DU MONGH, J.(eds.), Patrimonium, 2016, 421-434.
  • VERBEKE, A., “Vruchtgebruik van de langstlevende”, in PINTENS, W.  (ed.), De vereffening van de nalatenschap, Antwerpen, Intersentia, 2007, 421-433.
  • VERSTRAETE, J.,  “Inbreng van giften/ bijzondere gevallen” in A. VERBEKE, F. BUYSSENS, H. DE RYCKE (eds.), Handboek estate planning: vermogensplanning met effect bij leven, Antwerpen, Larcier, 2005, 223-241.
  • VERSTRAETE, J., “Schenking van familieondernemingen en de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen. Civielrechtelijke bepalingen: een nieuwe vracht ongerijmdheden en onzekerheden”, in VERBEKE, A., VERSTRAETE, J. , WEYTS, L. (eds.), Facetten ondernemingsrecht, Liber amicorum Professor Frans Bouckaert, Leuven, Universitaire Pers, 2000, 497-540.
  • VERSTRAETE, J., “Familiale schikkingen herbelicht” in PINTENS, W., DU MONGH, J..(ed.)  Familiaal vermogensbeheer, Mortsel, Intersentia, 2004, 137-199.
  • VERSTRAETE, J., “Erfovereenkomsten” in Familiale vermogensplanning. XXX ste Postuniversitaire cyclus Willy Delva, Antwerpen, Kluwer, 2004, 75-146.

Tijdschriften

  • AERTS, M., “De ouderlijke boedelverdeling: hoe kan de wetgever de ouderlijke boedelverdeling stabieler maken door de aanvechtingsmogelijkheden ervan te beperken?”, Jura Falconis 2014-2015, 153-214.
  •  BARBAIX, R.,  “Het erfrecht in woelige wateren: crisis en opportuniteit” in TEP 2011, 271-280.
  • BUYSSENS,  F., “Artikel 918 B.W.: Ook bij openlijke schenkingen als voorschot een middel tot definitieve familiale schikkingen?”, TEP 2006, nr. 3, 158-167
  • CASMAN, H.,  “Nieuwe erfwet. Een kennismaking” in NJW 2018, afl. 377, 134-147. 
  • DE PAGE, P. ,“La loi du 31 juillet 2017 modifiant le Code civil à propos des successions et libéralités”, RGEN 2017, nr. 8, 362-369.
  • DEGEEST, G.,  “Omzetting vruchtgebruik”, TEP 2017, nr. 3, 411-413.
  • DE VOGELAERE, I., MATTHIJS, M., “Nieuw erfrecht moet Napoleon doen vergeten”, Juristenkrant 2017, 4-5.
  • DE WILDE D’ESTEMAEL, E, “Transférer son patrimoine dans le cadre d’une planification successorale” in Rev.Dr. ULB 2003, 341- 380.   
  • DE WULF, C.,  “Over de toepassing van artikel 918 van het Burgerlijk Wetboek”, T.Not. 2003, nr. 2, 67-73
  • DE GREEF, T.,  “De activiteitsvoorwaarde onder de Vlaamse gunstregimes voor de schenking en vererving van familiale ondernemingen en vennootschappen”, TFR 2015, afl. 473, 6-24.
  • DILLEMANS, R., en VERSTRAETE,J.,  “Overzicht van de rechtspraak (1961-1967). Erfenissen”, TPR 1968, 67-137.
  • DU FAUX, H.,  “Artikel 918 BW - Over de vorm van de toestemming bedoeld in het tweede lid.”, T.Not. 1995, nr. 6, 275-278.
  • DU FAUX, H.,  “Kan een schenking als voorschot op nalatenschap aan één van de kinderen bedreigd worden door inkorting? Kritische bedenkingen artikel 922, zoals gewijzigd door de wet van 22 december 1998”, T. Not. 2000, 75-80.
  • GIJBELS, G., VAN GEEL, A., “Familiale vermogensplanning in het nieuwe erfrecht: nieuwe mogelijkheden?”, Notariaat 2017,  1-12.
  • GORET, H., “Waag u niet aan verboden erfovereenkomsten: denk aan alternatieven” (noot onder Antwerpen 11 oktober 2010), Not.Fisc.M. 2011-12, 95-101.          
  • MEEUWSSEN, P.,  “Praktische gevolgen van de schenking van een familiebedrijf”, Vermogensplaning in de praktijk, 2016, 27-28;
  • PUELINCKXCOENE, M, “Artikel 918 B.W. een mogelijk instrument van vermogensplanning?”, TEP 2007,  290-298.
  • PUELINCKX-COENE, M., VERHAERT, I., GEELHAND, N., VERSTRAETE, J., “Overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen” TPR 2005, 471-481.
  • SPRUYT, E.,  “De schenking: het paradepaard van de successieplanning”, AFT 2008, 20-138.
  • VASTERSAVENDTS, A.,  “Reserve en beschikbaar deel”, TPR 1985, 471-490.
  • VAN DEN BROECK,A.,  “Inbreng van dienstengiften in het erfrecht” in F. BUYSSENS en A. L. VERBEKE, Notariële actualiteit 2016-2017, Mortsel, Intersentia, 2017, 1-24.
  • VAN HIMME, N., “Het verbod van erfovereenkomsten- quo vadimus? Rechtsvergelijkende studie over de toekomst van het verbod en de mogelijke oplossingen voor het Belgische erfrecht” in Not.Fisc.M. 2011, 254-281. 
  • VAN DEN HOUTE, B., “Een flexibilisering van het erfrecht : een toetsing van enkele figuren van de Franse “Donation-partage” en de anticipatieve afstand van de vordering tot inkorting”, TEP 2014, 353- 364.

Krantenartikelen

  • M. MICHEL , “Hoe het familiebedrijf overdragen zonder uw andere kinderen te benadelen”, deTijd 2017.
  • J. DOCKX, “Goede afspraken maken goede families: de erfovereenkomst schept duidelijkheid over geld en andere voordelen”, de standaard 2017.

Studiedagen

  • Studiedag: het nieuwe erfrecht 2017 (lezing J. BAEL)

 

FRANKRIJK:

Wetgeving

Wetten

  • Code Civil Français 21 mars 1804, JO 21 mars 1804.
  • Loi du 23 juin 2006 portant réforme des successions et des libéralités, JO 24 juni 2006.
  • Loi 16 juni 2011 contenant organisation du notariat, JO 16 juni 2011.

Parlementaire stukken

  • Circulaire de la DACS 29 mai 2007 relative à la présentation de la réforme des successions et des libéralités, BO 2007,  25.

Rechtspraak

  • Cass. Fr. 30 juni 1910, 529, noot LYON-CAEN.
  • Cass. Fr. 28 november 1946, Pas. 1946, I, 449.
  • Cass. Fr. 22 november 1949, JCP 1950.
  • Cass. Fr. 28 april 1961, nr. 57-12.658, www.legifrance.fr.
  • Cass. Fr. 18 mei 1994, nr. 92-11829, www.lextenso.fr.
  • Cass. Fr. 17 december 1996, 94-17911, www.juricaf.org.
  • Cass. Fr. 16 juli 1997, nr.95-13316, www.legifrance.fr
  • Cass.Fr.12 november 1998, nr.96-19814, www.legifrance.fr
  • Cass. Fr. 13 juni 1979, Pas.1980, 553.
  • Cass. Fr. 3 oktober 2000, Droit Famille 2001, noot BEIGNIER.
  • Cass. Fr. 30 januari 2001,  98-14930, www.juricaf.org
  • Cass. Fr. 22 november 2005, 02-17.708, www.legifrance.fr
  • Cass. Fr. 4 juni 2007, nr. 06-11.651, www.legifrance.fr.
  • Cass. Fr. 26 Octobre 2011, AJ fam. 2011, 619. 
  • Cass. Fr. 8 juli 2009 , AJ fam. 2009, 407.
  • Cass. Fr. 1 juni 2017 nr.16-17887, www.lexisnexis.fr .
  • Brussel 31 oktober 1967, JT 1967.

 

Rechtsleer

Boeken

  • FERRE-ANDRE, S., BERRE, S., Successions et libéralités 2018-2019, Paris, Dalloz, 715 p.   
  • GUEVEL,D., Succesions, Libéralités, Paris, LGDJ Lextenso, 2014, 288 p.
  • GRIMALDI, M., Droit patrimoniale de la famille, Paris, Dalloz, 2017, 1602 p.   
  • HENRY, X.,  ANCEL, P., VENDADET, G., WIEDERKEHR, G., TISSERAND-MARTIN, A., GUIOMARD, P. Code civil 2017, annoté, Paris, Dalloz, 2998 p.
  • JUBAULT, C.,  Droit civil: les successions, les libéralités, Montchrestien, Lextenso, 2010, 960 p.
  • LACROUX, S.D., Successions le guide pratique : le testament, la donation, les héritiers, la fiscalité, les contentieux, Issy-les-Mouilneaux, Prat éditions, 465 p.  
  • LEFEBRE, F. Successions et libéralités nouveau régime juridique et fiscal : loi du 23 juin 2006, loi du 30 décembre 2006, Loi du 21 auôt 2007, Paris, Editions Francis Lefebre, 2007, 525 p.
  • LEVILLAIN, N., FORGEAR, M-C., BOICHE, A. Liquidation des successions, Paris, Dalloz, 2016, 537 p.
  • MALLAURIE, P., BRENNER, C., Droit des successions et des libéralités, Issy-les-Moullineaux, LGDJ Lextenso, 2016, 704 p.
  • MAURY, J. Succesions et libéralites, Paris, Litec, 2009, 232 p.
  • RIONDET, E.,  SEDILLOT, H.,  Transmission du patrimoine: testament, donation, autres mécanismes, Paris, Delmas, 2007, 379 p.
  • SAUVAGE, F., Successions 2016/2017, Paris, DELMAS,  313 p.
  • VOIRIN, P., GOUBEAUX, G., Droit civil tome 2 : régimes matrimoniaux : successions-libéralités, Lextenso, 2010, 454 p.

Bijdragen in boeken

  • GUEVEL, D., “Rapport des dons et des legs ” in  SAVAUX, E.,  (ed.) répertoire de droit civil 2007, Paris, Dalloz,  www.dalloz.fr.
  • FARGE, C. ,“Masse partageable en présence de libéralités : la réduction des libéralités” in GRIMALDI , M.,  (ed.), Droit patrimoniniale de la famille 2018/2019, Paris, Dalloz, 2017, 729-744.  
  • TESTU, X., BICHERON, F., “Pactes sur succession future exceptionnellement autorisés” in M. GRIMALDI, Droit partimonial de la famille, 2018, Paris, Dalloz, 406-423.
  • NAJJAR, I., “Pacte sur succession future, évolution jurisprudentielle” in SAVAUX, E. (ed.), répertoire du droit civil, Paris, Dalloz, 2012, www.dalloz.fr .

 

Tijdschriften

  • BAILLON-WIRTZ, N., “Que reste-t-il de la prohibition des pactes sur succession future ? - À propos de la loi du 23 juin 2006” in Rev.Dr.Fam. 2006, 44-49.
  • BERGEL, J.L. , “La loi n°2006-728 du 23 juin 2006, portant réforme des successions et des libéralités, comporte des aménagement sensibles du régime légal de l’indivision à partir du 1er janvier 2007, tout en réaffirmant les principes essentiels”, RDI 2006,   371-374.
  • CATALA, P.,  “Prospective et perspective en droit successoral: réforme des successions et des libéralités”, JCP éd. N. 2007, 1206. 
  • COLLE, C., “La loi du 23 juin 2006 portant réforme des successions et des libéralités – aspects relatifs à la transmission d'entreprise” in JCP éd. N. 2006, www.lexisnexis.fr 
  • GULSEN, Y. , “La modernisation des opérations de partage” in A. LIENHARD, Recueil Dalloz 2006, www.dalloz.fr.
  • LEROYER, A-M., “Réforme des successions et des libéralités” in RTD Civ. 2006, 612-633.
  • LEPROUX, J., “Les nouveaux pactes de famille en droit des successions et des libéralités” in LPA 2002  3-16.
  • LEVILLAIN, N., “Loi du 23 juin 2006 : principales nouveautés relatives aux successions” JCP éd. Not.  2006, www.lexisnexis.fr.
  • MATHIEU, J-M., “Les enjeux de la renonciation anticipée à l'action en réduction : vers une contractualisation de la transmission successorale . - Plaidoyer pour une utilisation accrue, mesurée et raisonnée de la renonciation anticipée à l'action en réduction”, JCP éd. Not. 2010, www.lexisnexis.fr.
  • NICOD, M, “L'anticipation de la succession”, JCP éd. Not., www.lexisnexis.fr.
  • PATARIN, J. “Notion et sanction de pacte sur succession future”, RTD civ. 1996, 679-683.
  • PATARIN, J ., “Pacte sur succession future et donation à cause de mort” in RTD Civ. 19991, 375-378.
  • PRIGENT, S.,  “Une réforme en profondeur du droit des successions”, RFC 2006/2007, 1-14.
  • PRIGENT, S. “La réforme des successions, des libéralités… et de l’assurance-vie”, RFC 2008/2009, 40-45.
  • SAUVAGE, F.,  “La renonciation anticipée à l’action en reduction”, AJ Famille 2006, 355-358.
  • STEPHANE, P.,  “La donation-partage”, RFC 2017, 32-34.
  • TISSERAND- MARTIN, A., “La nouvelle dynamique de la donation-partage” AJ.fam. 2006, www.dalloz.fr.
  • ZALEWSKI, V, “La renonciation anticipée à l'action en réduction : imputation et/ou réduction ? ”, in Issu de Defrénois : Rev.Not. 2007, www.lextenso.fr.

 

 

ZWITSERLAND :

Wetgeving

Wetten

  • Code Civil Suisse  10 décembre 1997, RO 10 décembre 1997.  
  • Loi fédérale du 30 mars 1911 Code des Obligations, RO 30 mars 1911.
  • Loi fédérale sur le droit foncier rural 4 octobre 1991, RO 4 octobre 1991

Rechtspraak

  • Tribunal Fédéral 20 november 1924, AFT 50/1924 II, JdT 1925, 40-458.
  • Tribunal Fédéral 4 februari 1986, AFT 112 II, www.swisslex.ch, 23-25. 
  • Tribunal Fédéral 9 november 1989, AFT 115/1989 II , www.bger.ch, 323-329.
  • Tribunal Fédéral 9 september 1992, AFT 188 II 273, www.swisslex.ch, 273-282.
  • Tribunal Fédéral 17 februari 1992, AFT 118 II 101, www.swisslex.ch, 103-109.
  • Tribunal Fédéral 3 april 2010, nr. 4C.363/2000 www.bger.ch.  
  • Tribunal Fédéral 7 mei 2003, n°5C 60/2003, noot P.H. STEINAUER, 143-144.
  • Tribunal Fédéral 6 juni 2007, AFT 133 III 406, www.swisslex.ch.
  • Tribunal Fédéral 6 juli 2009,  N°5A311/2009, www.bger.ch.
  • Tribunal Fédéral 12 september 2017, N° 5A 677/2017, www.juricaf.org.  

Rechtsleer

Boeken

  • BORNHAUSER P., Der ehe-und der erbvertrag: dogmatische grundlage für die Praxis, Schulthess Juristische Medien AG, Zürich, 2012, 360 p.
  • CARLIN, C.,  Etude de l’article 473 CC : spécialement les problèmes liés à la quotité disponible, Genève, Schulthess Juristische Medien AG, 513 p.
  • CARLIN, S., Etude de l’article 473 CC Spécialement les problèmes liés à la quotité disponible, Zürich, Recherches Juridique Lausannoises, 534 p.  
  • DRUEY,J., Grundriss des Erbrechts, Stämpfli, Bern, 1997, 290 p.
  • EIGENMANN, A., ROUILLER, N., Commentaire du droit des successions, Berne, Stämpfli, 2012, 1124 p.
  • ENGEL, P.,  Contracts de droit Suisse, Bern, Stämpfli Verlag AG, 2000,  952 p.
  • GUINAND, J., SETTLER, M. , LEUBA, A., Droit des successions, Zürich, Schulthess, 2005, 307 p.
  • JEANDIN, E., Chroniques notariales illustré par Eric Buche, Zürich, Schulthess éditions romandes, 2012, 166 p.
  • LING, P., Les successions dans les entreprises : travaux de la journée étude organisée le 20 mai 2005, Lausanne, CEDIDAC, 226p.
  • MONTAVON, P.,  MONTAVON, M.,  BUCHELER, R.,  LABBOUR, I., MATTHEY, A., BEICHLIN,J.,  Abérgé de droit commercial : droit et entreprises, Zürich, Schulthess Verlag, 2017, 1330 p.
  • STEINAUER,P.H .,  Le droit des successions, Berne, Sämpfli, 2006, 695 p.
  • STEINAUER, P.H., M. MOOSER, A.EIGENMANN (eds.), Journée de droit successoral 2017,  Bern, Stämpli Verlag  AG, 2017, 181 p.

Bijdragen in boeken

  • COTTI, F., “495 CC” in EIGEMANN, A., ROUILLER, N. (eds), Commentaire du droit des successions (art. 457 – 640 CC; art. 11-24 LDFR), Bern, Stämpfli Verlag AG 2012, 212-217.
  • COTTI, F., “512 CC” in EIGEMANN, A., ROUILLER, N. (eds.), Commentaire du droit des successions (art. 457 – 640 CC; art. 11-24 LDFR), Bern, Stämpfli Verlag AG 2012, 279-282.
  • EIGENMANN, A., “520 CC” in EIGEMANN, A, ROUILLER, N. (eds.), Commentaire du droit des successions (art. 457 – 640 CC; art. 11-24 LDFR), Bern, Stämpfli Verlag AG 2012, 369- 371.
  • STEINAUER, P.H.,  “Droit successoral” in LING, P.,  (ed.), Les successsions dans les entreprises travaux de la journée organisée le 20 mai 2005, Lausanne, CEDIDAC, 2006, 1-23.
  • STEINAUER, P.H., “Les parties au pacte successoral” in MOOSER, M., STEINAUER, P.H, EIGENMANN, A.(eds.), Journée de droit successoral 2015, Stämpfli Verlag AG, 2015, 161-187.
  • STEINAUER, P.H., “Le respect de la réserve héréditaire” in MOOSER, M., STEINAUER, P.H, EIGENMANN, A., Journée de droit successoral 2016, 153-176.
  • HAAS, C. , “Une réforme importante du droit successoral français-vers plus de libéralité” in M.DADDLEY (ed.) Successio 2007, Bern, Schulthess Juristische Medien AG,  2007, 58-59
  • HUBERT-FROIDEVAUX, A., “Art 608 CC” in EIGENMANN, A. ,  ROUILLER, N. (eds.),  Commentaire du droit des successions (art 457-640 CC; art 11-24 LDFR), Stämpfli Verlag AG, Berne, 2012, www.swisslex.ch
  • MOOSER, M.,  “La pratique notariale” in LING, P.(ed.), Les successsions dans les entreprises travaux de la journée organisée le 20 mai 2005, Lausanne, CEDIDAC, 2006, 23-48.

Tijdschriften

  • CARLIN, S.,  La renonciation anticipée à une expectative successorale : comparaison des droits français et suisse” ” in Revue du droit privé et fiscal du patrimoine 2009,  39-50.
  • GUILLAUME, F., PAPEIL, H., “Transmission d’une entreprise familiale à un descendant: essai comparatif suisse-france”, Semaine Judiciaire 2009, 33- 72.
  • GUILLAUME F.  “Aspects successoraux de la transmission d’une entreprise à un descendant, la transmission d’une entreprise famille”, EP 2007, 334-339.
  • HEINZELMANN, R., “Nouveau droit des successions” , TREX   2017, 40-41. 
  • SCHMID, J., “Résiliation et annulation des pactes successoraux”, TREX 2005, 100-103.
  • PIOTET, D.,  “L’attribution directe et la formation des lots dans le partage successoral”,JT  1975,  553-569.
  • PIOTET, P.,  “La réduction d'un pacte successoral positif onéreux” in  RJL 2004, 225-236.
  • PIOTET, P.  “La nature des pactes successoraux, et ses conséquences” RJL 2004, 317-334.
  • PIOTET, P., AMIGUET , J-G, “Droit des successions”  Not@lex 2009, 154-19.

Extra documentatie

  • Révision 10 avril 2017 du code civile synthèse des résultats, Office fédéral de la justice 2017
Universiteit of Hogeschool
Faculteit Rechtsgeleerdheid
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Dr. Prof. Johan Du Mongh
Kernwoorden
Share this on: