KAN FOETALE NOOD TIJDENS DE ARBEID EN BEVALLING WORDEN VOORSPELD AAN DE HAND VAN DE CEREBROPLACENTAIRE RATIO (CPR): EEN PROSPECTIEVE OBSERVATIONELE STUDIE

Jolien Govaert
Het doel van deze studie is na te gaan of het optreden van foetale nood tijdens de arbeid en bevalling kan voorspeld worden bij vrouwen met ongecompliceerde eenlingzwangerschappen aan de hand van meting van de cerebroplacentaire ratio (CPR). Er is reeds geweten dat bij pathologische zwangerschappen er centralisatie van de bloedstroom naar de hersenen kan optreden tijdens hypoxische omstandigheden, wat leidt tot een daling van de CPR onder 1.

Negen maanden vlekkenloos

Het is niet voor iedereen weggelegd zwanger te worden, maar bij de meerderheid van de vrouwelijke populatie lukt dit succesvol. Eens zwangerschap is bevestigd, is het van groot belang de periode van ongeveer negen maanden vlekkeloos te overbruggen met de beste overlevingskansen voor moeder en kind.

Wat is de hersen-placenta ratio?

In deze studie, uitgevoerd aan de universiteit van Gent, is er nagegaan of een toestand van zuurstoftekort bij het ongeboren kind kan voorspeld worden tijdens de arbeid en bevalling bij vrouwen met normale eenlingzwangerschappen. Men trachtte dit te voorspellen aan de hand van de 'hersen-placenta ratio'. Dit is een ratio van enerzijds drukken van de bloedstroom in de hersenen van het ongeboren kind en anderzijds drukken van de bloedstroom doorheen een navelstrengbloedvat.

Wanneer er zuurstoftekort bij de foetus optreedt, treedt er een natuurlijk mechanisme in gang die ervoor zorgt dat er meer bloed naar de hersenen van de foetus wordt gebracht. Hierdoor wijzigen de drukken in de hersenbloedvaten en zal de hersen-placenta ratio dus ook wijzigen. Vorige studies hebben reeds aangetoond dat deze hersen-placenta ratio kan gebruikt worden om zuurstoftekort op te sporen in gecompliceerde, niet normale zwangerschappen.

Gevolgen van zuurstoftekort

De meeste moeders willen natuurlijk steeds het beste voor hun kind en willen weten of hun kind al dan niet een zuurstoftekort heeft. Dit zuurstoftekort kan namelijk een effect hebben op de verdere ontwikkeling van hun kind. Zo kan zuurstoftekort zorgen voor vroeggeboorte, wat op zijn beurt kan zorgen voor hersenverlamming en slechte neurologische ontwikkeling op lange termijn.

Studieverloop

In deze studie werden 315 vrouwen met ongecompliceerde éénlingzwangerschappen opgenomen. Zij moesten telkens op 36, 38, 40 weken zwangerschap op controle komen waar door middel van dopplerechografie de hersen-placenta ratio werd bepaald. Afhankelijk van deze waarden werden zij onderverdeeld in drie groepen: waarden van de hersen-placentaratio kleiner dan 10%, tussen 10% en 90% en boven 90%.  

Dopplerechografie

Deze studie ging vervolgens na of een van deze drie groepen een verhoogd risico had op een van de volgende elementen:

  • keizersnede om wille van zuurstoftekort bij het ongeboren kind
     
  • een zuurtegraad kleiner dan 7.20 van het bloed uit het navelstrengbloedvat
     
  • opname van de pasgeborene op de intensieve zorgen 
     
  • een slechte Apgarscore (gescoord één minuut en vijf minuten na de geboorte en geeft inzicht in de conditie van de baby op vijf vitale criteria, zie tabel onder)
     
  • meconium (eerste uitwerpselen) in het vruchtwater.

Apgarscore

Geen geschikte voorspeller

Uit analyse van de gegevens kon geconcludeerd worden dat er geen verschil is tussen de drie verschillende groepen wat betreft bovenvermelde risico's en dit zowel op 36 weken, 38 weken als 40 weken zwangerschap. Er kan besloten worden dat regelmatige hersen-placenta ratio-screening tijdens de zwangerschapsfollow-up vanaf 36 weken uitgevoerd bij vrouwen met een ongecompliceerde éénlingzwangerschap voorlopig niet geschikt is als voorspeller van foetaal zuurstoftekort tijdens arbeid en bevalling, wat eerder wel als bruikbaar werd aangetoond voor niet-normale zwangerschappen.

Echografie

Toch moet men de resultaten van deze studie met een korreltje zout nemen. Er zijn namelijk al eerdere studies geweest die het nut van de hersen-placenta ratio wél hebben aangetoond, deze studies voldeden dan natuurlijk wel aan andere condities (bv. hoe vaak de vrouwen worden gescreend, hoe lang ze worden opgevolgd, hoeveel vrouwen er deelnemen aan de studies, de criteria waaraan de vrouwen moeten voldoen,...).

Indien de hersen-placenta ratio dus zou gebruikt worden om zuurstoftekort bij het ongeboren kind op te sporen, is er nog verder onderzoek nodig. 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie

1.         Prior T, Mullins E, Bennett P, Kumar S. Prediction of intrapartum fetal compromise using the cerebroumbilical ratio: A prospective observational study. American Journal of Obstetrics and Gynecology. 2013;208(2):124.e1-.e6.

2.         Liu J, Song G, Zhao G, Meng T. The Value of the Cerebroplacental Ratio for the Prediction of Intrapartum Fetal Monitoring in Low-Risk Term Pregnancies. Gynecologic and Obstetric Investigation. 2016.

3.         DeVore GR. The importance of the cerebroplacental ratio in the evaluation of fetal well-being in SGA and AGA fetuses. Am J Obstet Gynecol. 2015;213(1):5-15.

4.         Arbeille P, Roncin A, Berson M, Patat F, Pourcelot L. Exploration of the fetal cerebral blood flow by duplex Doppler--linear array system in normal and pathological pregnancies. Ultrasound Med Biol. 1987;13(6):329-37.

5.         Arbeille P, Body G, Saliba E, Tranquart F, Berson M, Roncin A, et al. Fetal cerebral circulation assessment by Doppler ultrasound in normal and pathological pregnancies. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 1988;29(4):261-73.

6.         Najam R, Gupta S, Shalini. Predictive Value of Cerebroplacental Ratio in Detection of Perinatal Outcome in High-Risk Pregnancies. The Journal of Obstetrics and Gynecology of India. 2016;66(4):244-7.

7.         Khalil A, Thilaganathan B. Role of uteroplacental and fetal Doppler in identifying fetal growth restriction at term. Best Pract Res Clin Obstet Gynaecol. 2016.

8.         Akolekar R, Syngelaki A, Gallo DM, Poon LC, Nicolaides KH. Umbilical and fetal middle cerebral artery Doppler at 35-37 weeks' gestation in the prediction of adverse perinatal outcome. Ultrasound Obstet Gynecol. 2015;46(1):82-92.

9.         Khalil AA, Morales-Rosello J, Morlando M, Hannan H, Bhide A, Papageorghiou A, et al. Is fetal cerebroplacental ratio an independent predictor of intrapartum fetal compromise and neonatal unit admission? American Journal of Obstetrics and Gynecology. 2015;213(1):54.e1-.e10.

10.       Odibo AO, Riddick C, Pare E, Stamilio DM, Macones GA. Cerebroplacental Doppler ratio and adverse perinatal outcomes in intrauterine growth restriction: evaluating the impact of using gestational age-specific reference values. J Ultrasound Med. 2005;24(9):1223-8.

11.       Baschat AA, Gembruch U. The cerebroplacental Doppler ratio revisited. Ultrasound Obstet Gynecol. 2003;21(2):124-7.

12.       Bahado-Singh RO, Kovanci E, Jeffres A, Oz U, Deren O, Copel J, et al. The Doppler cerebroplacental ratio and perinatal outcome in intrauterine growth restriction. Am J Obstet Gynecol. 1999;180(3 Pt 1):750-6.

13.       Gramellini D, Folli MC, Raboni S, Vadora E, Merialdi A. Cerebral-umbilical Doppler ratio as a predictor of adverse perinatal outcome. Obstet Gynecol. 1992;79(3):416-20.

14.       Arias F. Accuracy of the middle-cerebral-to-umbilical-artery resistance index ratio in the prediction of neonatal outcome in patients at high risk for fetal and neonatal complications. Am J Obstet Gynecol. 1994;171(6):1541-5.

15.       Devine PA, Bracero LA, Lysikiewicz A, Evans R, Womack S, Byrne DW. Middle cerebral to umbilical artery Doppler ratio in post-date pregnancies. Obstet Gynecol. 1994;84(5):856-60.

16.       Ebbing C, Rasmussen S, Kiserud T. Middle cerebral artery blood flow velocities and pulsatility index and the cerebroplacental pulsatility ratio: longitudinal reference ranges and terms for serial measurements. Ultrasound Obstet Gynecol. 2007;30(3):287-96.

17.       Akolekar R, Sarno L, Wright A, Wright D, Nicolaides KH. Fetal middle cerebral artery and umbilical artery pulsatility index: effects of maternal characteristics and medical history. Ultrasound Obstet Gynecol. 2015;45(4):402-8.

18.       Lam H, Leung WC, Lee CP, Lao TT. The use of fetal Doppler cerebroplacental blood flow and amniotic fluid volume measurement in the surveillance of postdated pregnancies. Acta Obstet Gynecol Scand. 2005;84(9):844-8.

19.       Cruz-Martinez R, Savchev S, Cruz-Lemini M, Mendez A, Gratacos E, Figueras F. Clinical utility of third-trimester uterine artery Doppler in the prediction of brain hemodynamic deterioration and adverse perinatal outcome in small-for-gestational-age fetuses. Ultrasound Obstet Gynecol. 2015;45(3):273-8.

20.       Flood K, Unterscheider J, Daly S, Geary MP, Kennelly MM, McAuliffe FM, et al. The role of brain sparing in the prediction of adverse outcomes in intrauterine growth restriction: results of the multicenter PORTO Study. Am J Obstet Gynecol. 2014;211(3):288 e1-5.

21.       Morales-Roselló J, Khalil A, Salvi S, Townsend R, Premakumar Y, Perales-Marín A. Abnormal Middle Cerebral Artery Doppler Associates with Spontaneous Preterm Birth in Normally Grown Fetuses. Fetal Diagnosis and Therapy. 2016;40(1):41-7.

22.       Hadlock FP, Harrist RB, Sharman RS, Deter RL, Park SK. Estimation of fetal weight with the use of head, body, and femur measurements--a prospective study. Am J Obstet Gynecol. 1985;151(3):333-7.

23.       Bakalis S, Akolekar R, Gallo DM, Poon LC, Nicolaides KH. Umbilical and fetal middle cerebral artery Doppler at 30-34 weeks' gestation in the prediction of adverse perinatal outcome. Ultrasound in Obstetrics & Gynecology. 2015;45(4):409-20.

Universiteit of Hogeschool
Master of medicine in de geneeskunde
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Dr. Roelens
Kernwoorden