De ventrogluteale injectietechniek 'onbekend is onbemind'

Christel Opdebeek
Met mijn scriptie wil ik erop wijzen dat bij het injecteren in de de medicatie niet tot in de spier geraakt door het teveel aan vetweefsel. Doordat we meer en meer obesitas opmerken vormt dit een groot probleem. Vooral omdat de medicatie die niet in de spier wordt toegediend ook niet zal werken of zijn werking verliest. Door onderzoek werd een techniek ontdekt die eigenlijk reeds lange tijd bestaat maar niet meer werd toegepast. Namelijk de ventrogluteale injectietechniek ter hoogte van de heup. Deze plaats is ideaal om te injecteren. Uit studies blijkt dat hier het minste vetweefsel zit en de kans op andere complicaties minimaal is.

Slechts 17% van de injecties worden effectief in de spier gegeven!

injectie

Heeft u ook al eens een injectie in de spieren gekregen? Zeer waarschijnlijk wel. Dagelijks worden er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zo een 12 biljoen injecties gegeven ergens in de wereld. Hierbij denken we dan aan griepvaccins, pijnmedicatie en andere geneesmiddelen die in de spieren moeten toegediend worden. Dat is best veel, vooral omdat we er als gezondheidswerkers niet steeds bij stil staan. We denken dat we er erg mee vertrouwd zijn dat er niets kan gebeuren. Niets is minder waar! Vooral het beschadigen van zenuwen en bloedvaten zijn de meest vermelde complicaties. Uit onderzoek is gebleken dat de complicaties niet opwegen tegen een ander fenomeen, namelijk de 17% van de medicatie die effectief in de spier geïnjecteerd wordt.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de meeste medicatie in het onderhuids vetweefsel geïnjecteerd wordt in plaats van in de spier. De cijfers zijn onrustwekkend als u weet dat de medicatie hier een verminderde of geen werking heeft. In de huidige maatschappij zien we meer en meer obese mensen, in de toekomst vraagt dit verdere aandacht. Vooral het feit dat er bij personen met obesitas meer onderhuids vetweefsel aanwezig is, maakt dat het nog moeilijker word om de medicatie tot in de spier te injecteren. Hoogst waarschijnlijk zal hierdoor het percentage in de kop van dit artikel nog dalen.

Bij navraag aan een instelling voor de opleiding tot verpleegkunde blijkt dat ze slechts 3 spiergroepen aanleerden om medicatie in de spieren te injecteren, namelijk de bilspier, opperarm en dijbeen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er nog een 4de plaats is namelijk ter hoogte van de heup. Op deze plaats werden er geen complicaties vermeld zoals zenuwschade of aanprikken van een groot bloedvat. Als we naar de praktijk kijken, zien we deze techniek niet terug in de gezondheidsinstellingen en in de dokterspraktijken.

Doch is deze techniek sinds de jaren ’50 gekend, deze werd geïntroduceerd door de Duits- Oostenrijkse arts Von Hochstetter. Door de jaren heen is deze techniek meer en meer verdrongen, hoewel uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit de meest aangewezen injectieplaats is om een geneesmiddel in de spier te plaatsen. Voornamelijk ook omdat men hier het minste onderhuids vetweefsel heeft en vooral omdat deze plaats vrij is van zenuwbanen en grote bloedvaten. Het belangrijkste bij deze laatste plaatsbepaling ter hoogte van de heup is dat de medicatie effectief in de spier wordt geïnjecteerd. Dus kijk niet raar op als u binnenkort misschien een injectie in de spier krijgt ter hoogte van uw heup.

Bibliografie
  • Barry, J., Viraat, H., Shashikant., P. (2014) Are our intramuscular injections nerve-friendly? What are we missing? Simple techniques to prevent, recognize and manage nerve injection injuries. International Journal of Students’ Research, 4,2,25-28. Doi 10.4103/2230-7095.149755

 

  • Bieseman, S. & Lebeau, M. (2015). Inleidende farmacologie voor studenten verpleeg- en vroedkunde. Zevende herziene uitgave. Uitgeverij Acco
     
  • Bryon, E. (2016). Cursus Wetenschappelijk onderzoek Uitgegeven: Thomas More Mechelen. Geraadpleegd 06/07/2017

 

  • Cocoman, A. & Murray, J. (2010). Recognizing the evidence and changing practice - on injection sites. British Journal of Medicine, 19, 1170-1174

 

  • Cornwall, J. (2011).Are nursing students safe when choosing gluteal intramuscular injection locations? Australasian Medical Journal, 4,6, 315-321. Doi 10.4066/AMJ.2011.764
     
  • Decock, G.et al. (2017) Recht voor verpleegkundigen en vroedvrouwen. 12e herwerkte editie. Uitgeverij Wolters Kluwer.
     
  • Dilek, K. (2015). Using ventrogluteal site in intramuscular injections is a priority or an alternative? International Journal of Caring Sciences, 8,2, 507-511.
     
  • Geeraert, B., De Vaal, W., De Meester, K. & De Vuysere, S. (2010). Intramusculaire inspuiting een evidence- basedprocedure. Tijdschrift verpleegkunde, 4, 25, 13-17.

 

  • Geeraert, B. (2011) Intramusculaire inspuiting: verder kijken dan rituelen. Powerpoint presentatie. Geraadpleegd op 15/07/2017

 https://associatie.kuleuven.be

 

  • Geurden,B., Van Hemel L. (2012). De Verpleegkundige als Organisator van Zorg. Uitgeverij Garant.

 

  • Greenway, K. (2014). Rituals in nursing: intramuscular injections Journal of Clinical Nursing, 23, 3583-3588. Doi 10.1111/jocn.12627

 

  • Gülnar, E., Özveren, H. (2016) An evaluation of the effectiveness of a planned training program for nurses on administering intramuscular injections into the ventrogluteal site. Nurse Education Today, 36,360-363.
    Doi 10.1016/j.nedt.2015.09.001

 

  • Intramusculair injecteren (loodrechttechniek) als voorbeeld KICK-protocol. Geraadpleegd op 20/08/2017 http://www.vilans.nl
     
  • Koninklijk besluit 78.. Geraadpleegd op 19/07/2017. http://www.ejustice.just.fgov.be.
     
  • Nurten, K., et al. (2015). The reliability of site determination methods in    ventrogluteal area injection: A cross- sectional study. International Journal of Nursing Studies, 52, 355-360. Doi 10.1016/j.ijnurstu.214.07.002
     
  • Mishra, P., & Stringer, M. (2010). Sciatic nerve injury from intramuscular injection: a persistent and global problem. The International Journal of Clinical Practice, 64, 1573-1579. Doi 10.1111/j.1742-1241.2009.02177.x

 

  • Opdebeek, C. (2016) Literatuurstudie rond ventrogluteaal injecteren. Thomas More Mechelen.

 

  • Ogston- Tuck, S. (2014) Intramuscular injection technique: an evidence- based approach. Nursing standard, 29, 4, 52-59.
    Doi 10.7748/ns.29.3.53.e9183 

 

  • Palma, S. & Strohfus, P. (2013) Are IM injections IM in obese and overweight females? A study in injection technique. Applied Nursing Research,26,4,e1- e4. Doi: 10.16/j.apnr.2013.09.002

 

  • Sambandam, S. N., Rohinikumar, G. J., Gul, A., & Mounasamy, V. (2016). Intramuscular Injection Abscess Due to VRSA: A New Health Care Challenge. Archives of Bone and Joint Surgery, 4(3), 277–281.

 

  • Sisson, H. (2015) Aspirating during the intramuscular injection procedure: a systematic literature review. Journal of Clinical Nursing,24, 2368- 2375.
    Doi: 10.1111/jocn.12824

 

 

  • Verpleegkundige basiszorg (2016-2017). Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint- Elisabeth Turnhout.
     
  • Vilans KICK Protocollenhandboek (2016) voorbehouden en risicovolle en overige handelingen. Geraadpleegd 27/07/2017. http://protocollenboek.zorggroep-onl.nl

 

  • Walsh, L. & Brophy, K. (2010). Staff nurses’ sites of choice for administering intramuscular injections to adult patients in the acute care setting. Journal of advanced nursing, 67,1034-104.Doi  10.1111/j.1365-2648.2010.05527.x 

 

  • Stappenplannen HBO 5 verpleegkundige basiszorg ( 2016-2017). Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint- Elisabeth Turnhout.

 

Universiteit of Hogeschool
Brugopleiding Bachelor in de verpleegkunde
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Thomas More Mechelen