De Jongens van Luchtbal: gemeenschapsgevoel en identiteitsvorming bij adolescente jongens in een gestigmatiseerde wijk

Catharina Gerritsen

Dit kwalitatieve onderzoek gaat over de ervaringen van jongens van veertien tot eenentwintig jaar in Luchtbal, een buitenwijk van Antwerpen, en over hoe zij hun identiteit construeren binnen de context van hun gestigmatiseerde wijk. Er wordt gekeken welke strategieën zij hiervoor inzetten, door middel van participerende observaties en semigestructureerde interviews.

De Jongens van Luchtbal: opgroeien met een stigma

 

-

“Allee, we staan hier bekend als crimineel, als een buurt vol met criminelen zeg maar, dat zeggen ze.” - Gio (18 jaar)

Gio woont in Luchtbal, een wijk in Antwerpen die bekend is door nieuwsberichten over de conflicten tussen jongeren en de politie. Dit heeft gezorgd voor een negatief imago van deze buurt in het algemeen en in het specifiek van de jongens die uit deze buurt komen; er ligt een stigma op hen. Het is een sociale woonwijk aan de rand van Antwerpen, ingesloten door een snelweg en de havenindustrie, die gekenmerkt wordt door zijn zes hoge woontorens. Het is qua inwoners de jongste wijk van de stad en dat zal steeds meer toenemen de komende jaren Dit onderzoek gaat over de strategieën die jongeren gebruiken om binnen de context van deze gestigmatiseerde wijk een positieve identiteit te construeren. Dit gaat door middel van af te zetten tegen bepaalde dingen en juist te identificeren met andere.

Dit is belangrijk want er zijn veel randstedelijke jongeren in gestigmatiseerde wijken die hun weg in de maatschappij moeten vinden terwijl die een vorm van uitsluiting ervaren. Ik denk dat we allemaal het belang van eigenwaarde kunnen beamen, voor een succesvolle levensloop. Zeker tienerjaren staan in het teken van identiteitsvorming; wie je bent, wat je wilt doen, waar je wel of niet bij hoort. De jongens van Luchtbal ervaren obstakels in het vormen van een positieve identiteit. Obstakels die worden opgegooid door de buurt waar ze in opgroeien, die gevoeld worden door het negatieve mediabeeld bij het zoeken van werk en op school, door hard optreden van de politie en door moeizaam contact met buurtbewoners.

-
Al is er een grote focus vanuit de media en de politiek op jongeren uit deze buurten, toch wordt er niet vaak gekeken naar de belevingswereld van hen zelf. Het blijft vaak bij het praten over hen, gekoppeld aan morele waarden vanuit de dominante samenleving. Maar wat vinden jongeren er eigenlijk zelf van; wat zijn voor hen belangrijke dingen in hun leven, in hun buurt en in hun blik op de toekomst? Dit zijn de thema’s waar dit onderzoek zich op richt. Door de belevingswereld van de jongens te analyseren, kan er beter gereageerd worden op de grotere kwesties. Bijvoorbeeld hoe voorkom je schooluitval, ga je criminaliteit tegen, maak je de wijken leefbaarder en hoe kun je beter inspelen op de wensen van jongeren bij het creëren van activiteiten en jongerenwerk.

Door middel van participerende observaties en interviews met jongens van 14-21 uit de wijk Luchtbal zijn er van dit onderzoek een aantal strategieën naar voren gekomen hoe zij omgaan met dit stigma. Wat er duidelijk uit wordt is dat er verschillende manieren zijn voor de jongens om onder negatieve invloeden toch een positieve identiteit te kunnen construeren. De jongens gebruiken morele scheidingen om een gevoel van eigenwaarde en identiteit te creëren. Identiteit is in dit geval verbonden aan een bepaalde plek, namelijk de wijk, waar binnen de jongens status kunnen hebben en gewaardeerd worden door andere jongens. Het positieve van de plek benadrukken en van het negatieve afzetten wordt door de jongens ingezet om ook een positieve identiteit voor zichzelf te construeren. Er is een gedeelde groepsidentiteit wanneer er wordt losgekoppeld van andere wijken en de positieve karakteristieken van de groepsidentiteit in Luchtbal worden benadrukt, maar tegelijkertijd wordt ook vaak de individualiteit aangehaald wanneer het over de negatieve kanten van Luchtbal gaat. Zo wordt er een positieve identiteit geconstrueerd aan de hand van de wijk.

Het is belangrijk voor hen om plekken te hebben, waar zij onder soortgenoten kunnen zijn en niet in aanraking hoeven te komen met de negatieve invloeden. Een eigen plek hebben geeft ook een gevoel van erkenning voor de jongens, wat positief werkt voor het zelfbeeld. Het jongerenwerk is van belang om de positieve invloeden te stimuleren, waaronder de jongeren hun talenten te laten ontwikkelen en hun verantwoordelijkheden geven, om zo een gevoel van vertrouwen in de jongeren uit te stralen, wat voor een positiever zelfbeeld en dus voor betere prestaties zorgt. Het geeft het belang aan van plekken waar een identiteit niet als negatief wordt gezien, bijvoorbeeld in een jongerencentrum waar jongeren niet als stereotypes worden bekeken, maar er juist op hun potentieel wordt ingespeeld.

-

Jongerenculturen en subculturen worden vaak weg gezet als anti-mainstream, getekend door verzet. Dit onderzoek laat een nuancering in deze stelling zien, de jongens willen vooral een diploma en een goede baan later. Het geeft een reden tot meer investeringen in het creëren van sociale mobiliteit voor deze jongeren, mocht dat via onderwijs of via talentontwikkeling zijn. Dit werkt ook preventief tegen criminaliteit, waar anders de sociale mobiliteit in gezocht wordt. Een andere implicatie die uit het onderzoek komt is het advies voor doelgerichte investeringen in eigen plekken voor de jongeren, gepersonaliseerd jongerenwerk en in de algemene voorzieningen in een wijk. Ook is het advies om het beleid van de politie te herzien, volgens een minder repressieve en meer collaboratieve lijn en met de inzet van agenten die de wijk en de jongeren kennen.

Als samenleving luisteren naar de ervaringen van deze jongens in de maatschappij leert ons niet alleen over hen, maar leert ons ook over onszelf en hoe wij als maatschappij in het geheel kunnen verbeteren.

-

 

Bibliografie

50 jaar Luchtbal (1925-1975): Van polderlandschap tot stadswijk. (1975). Antwerpen: De Bremaeker.

 

Anderson, B. (1996). Imagined communities: Reflections on the origin and spread of nationalism (Rev. ed.). London: Verso.

 

Anderson, E. (2003). A place on the corner (2nd ed.). Chicago (Ill.): University of Chicago press.

 

Anderson, E. (2004). The cosmopolitan canopy. Annals Of The American Academy Of Political And Social Science, 595, 14-31.

 

Atkinson, P. & Hammersley, M. (2007). Ethnography (3th ed.). London: Routledge.

 

Becker, H. (1967). Whose Side Are We On? Social Problems, 14(3), 239-247. doi:10.2307/799147

 

Bourdieu, P. (1985). The social space and the genesis of groups. Social Science Information, 24(2), 195-220.

 

Bourdieu, P. (1991). Social space and symbolic space - introduction to Japanese reading of ‘Distinction’. Poetics Today, 12(4), 627-638.

 

Bourdieu, P. (2012[1993]) “The Field of Cultural Production, or: The Economic World Reversed”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Contemporary sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 359-374

 

Bourdieu, P. (2012[1994]) “Structures, Habitus, Practices”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Contemporary sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 345-358

 

 

Breakwell, G. (1996). Coping with threatened identities. London: Methuen.

 

Bryman, A. (2016). Social Research Methods (5th ed.). London: Oxford University Press.

Campbell, C. (2009). Distinguishing the Power of Agency from Agentic Power: A Note on Weber and the “Black Box” of Personal Agency*. Sociological Theory, 27(4), 407-418.

 

Cohen, S. (1987). Folk devils and moral panics : The creation of the mods and rockers. Oxford: Blackwell.

 

Collins, P. H. (1997) “Comment on Hekman’s “Truth and Method: Feminist Standpoint Theory Revisited”: Where’s the power?” Signs, 22(2), 375-381.

 

Crocker, J., Major, B., & Kintsch, Walter. (1989). Social Stigma and Self-Esteem: The Self-Protective Properties of Stigma. Psychological Review, 96(4), 608-630.

 

Crocker, J. (1999). Social Stigma and Self-Esteem: Situational Construction of Self-Worth. Journal of Experimental Social Psychology, 35(1), 89-107

 

Duyvendak, J.W. & Wekker, F. (2015). Thuis in de Openbare ruimte? – Over vreemden, vrienden en het belang van amicaliteit. Den Haag: Platform31.
 

Elias, N, & Scotson, J. L. (1994). The established and the outsiders : A sociological enquiry into community problems (2nd ed., Theory, culture and society). London: Sage.

         Epstein, J. (1999). Youth culture: Identity in a postmodern world. Oxford: Blackwell.

 

Fanon (2012 [1952]) “Black Skins, White Masks”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Contemporary sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 417-425.

Foucault, M. (2012 [1977]) “Truth and Power”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Contemporary sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 305-313

 

Fuchs, S. (2001). Beyond Agency. Sociological Theory, 19(1), 24-40

 

Gelder, K. (2005). Introduction to part four. Territories, space, otherness. In The subcultures reader (2nd ed.) (pp. 213-218). London: Routledge.

 

Gillespie, N., Lovett, T. & Garner, W. (1992). Youth work and working class youth culture : Rules and resistance in West Belfast. Buckingham: Open university press.

 

Goffman, E. (1986). Stigma : Notes on the management of spoiled identity (Repr. ed., Pelican books). Harmondsworth: Penguin books.

 

Gottdiener, M. & Hutchison, R. (2006). The new urban sociology (3rd ed.). Boulder: Westview.

 

Hall, S., & Jefferson, T. (1983). Resistance through rituals: Youth subcultures in post-war Britain (Reprint ed.). London: Hutchinson

 

Harker, R. (1984). On Reproduction, Habitus and Education. British Journal of Sociology of Education, 5(2), 117-127.

 

Hirschman, A. (1970). Exit, voice, and loyalty : Responses to decline in firms, organizations, and states. Cambridge (Mass.): Harvard university.

 

Hirtt, N., Nicaise, I. & De Zutter, D. (2007). De school van de ongelijkheid. Berchem: EPO.

 

King, G., Keohane, R., & Verba, S. (1994). Designing social inquiry, scientific inference in qualitative research. Princeton. New Jersey: Princeton University Press.

 

Lamont, M. (2000). The dignity of working men: Morality and the boundaries of race, class, and immigration. Cambridge (Mass.): Harvard University Press.

 

Lamont, M., Silva, G. M., Welburn, J. S., Mizrachi, N., Reis, E., Guetzkow, J. & Herzog, H. (2016). Getting respect: Responding to stigma and discrimination in the United States, Brazil, and Israel. Princeton, New Jersey ; Oxford: Princeton University Press.

 

Lefelon, P. (2017, 10 oktober). Minderjarig toen hij steen door ruit politiecombi keilde, maar hij krijgt toch celstraf. Geraadpleegd op 10 juli 2018, van https://www.hln.be/nieuws/binnenland/minderjarig-toen-hij-steen-door-ru…

 

Lefelon, P., & Bernaerts, N. (2016, 18 juni). “Onze frustratie moest eruit” “Verdomd trots op deze buurt”. Geraadpleegd op 10 juli 2018, van https://www.hln.be/regio/antwerpen/-onze-frustratie-moest-eruit-verdomd…

Loopmans, M., De Decker, P., & Kesteloot, C. (2010). Social Mix and Passive Revolution. A Neo-Gramscian Analysis of the Social Mix Rhetoric in Flanders, Belgium. Housing Studies, 25(2), 181-200.

 

Mead, G. H. (2012 [1934]) “The Self”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Classical sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 347-360.

 

Philip, H., Hoornaert, J., & Timmerman, C. (2002). Etnische minderheden en schoolsucces. Een overzicht van verschillende benaderingen. In V. Sotirova (Red.), Allochtone jongeren in het onderwijs: Een multidisciplinair perspectief (pp. 21-30). Antwerpen, België: Garant.

 

Sakizlioglu, N. B. & Uitermark, J. (2014). The symbolic politics of gentrification: The restructuring of stigmatized neighborhoods in Amsterdam and Istanbul. Environment & Planning A, 46(6), 1369-1385.

 

Simmel, G. (2012[1908]) “Group Expansion and the Development of Individuality”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Classical sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 366–382

 

Sociale woonwijk Luchtbal inventaris bouwkundig erfgoed. (2016). Geraadpleegd op 3 juli 2018, van https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/122126

 

Stad in Cijfers. (2018). Geraadpleegd op 4 juli 2018, van https://stadincijfers.antwerpen.be/dashboard

 

Steele, C. (2010). Whistling Vivaldi : and other clues to how stereotypes affect us. New York :W.W. Norton & Company,

 

Steen, G. (2015). Metaphor and Style through Genre, with Illustrations from Carrol Ann Duffy’s Rapture. In V. Sotirova (Red.), The Bloomsbury Companion to Stylistics (pp. 308-324). Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury.

 

 Oosterlynck, S., Loopmans, M., Schuermans, N., Vandenabeele J. & Zemni, S. (2015) Putting flesh to the bone: looking for solidarity in diversity, here and now, Ethnic and Racial Studies, 39:5, 764-782.

 

Tajfel, H.& Turner, R.N. (1986) The Social Identity Theory of Intergroup Behavior. In S. Worchel, W.G. Austin (Red.), Psychology of intergroup relations(pp. 7-24). Chicago : Nelson-Hall

 

Van der Aa, J. (2016, 18 juni). “Onze frustratie moest eruit” “Verdomd trots op deze buurt”. Geraadpleegd op 10 juli 2018, van https://www.gva.be/cnt/dmf20160617_02344684/een-nacht-tussen-de-jongere…

 

Van der Aa, J. (2017, 8 juni). Luchtbalboys riskeren tot vier jaar cel voor geweldplegingen en brandstichtingen. Geraadpleegd op 10 juli 2018, van https://www.gva.be/cnt/dmf20170608_02916495/luchtbalboys-riskeren-tot-v…

 

Van den Broeck, P. & Vervloesem, E. (2013). 100 jaar bouwen aan een beter Luchtbal. Een geschiedenis van wisselende ruimtelijke strategieën, logica's en compromissen. In Handboek ruimtelijke kwaliteit. Een transdisciplinaire benadering (pp. 188-209). Academic Scientific (ASP); Brussels.

 

Van Schinkel, W. (2008). ‘[Integratie]? Nee, dank u!’, pp. 35-69 in W. Schinkel, De Gedroomde Samenleving. Kampen: Klement. 

 

Veldboer, L. & Duyvendak, J. W (2004). Wonen en integratiebeleid: een gemengd beeld (Housing and integration policy: a mixed picture). Sociologische Gids, 51: 36–52

 

Wacquant, L. (2007). Territorial Stigmatization in the Age of Advanced Marginality. Thesis Eleven, 91(1), 66-77.

 

Wacquant, L. (2008). Stigma and division: From the core of chicago to the margins of Paris. Pp. 163 – 198 in Urban Outcasts by Loïc Wacquant. Cambridge: Polity Press.

         Wacquant, Loic. (2010). Urban Desolation and Symbolic Denigration in the Hyperghetto. Social Psychology Quarterly, 73(3), 215-219.

 

Wacquant, L. (2016). Revisiting territories of relegation: Class, ethnicity and state in the making of advanced marginality. Urban Studies, 53(6), 1077-1088.

 

Weber, M. (2012 [1904]).  “Objectivity” in Social Science”. In: Calhoun, C. Gerteis, J, Moody, J. & Pfaff, S. (ed.) Classical sociological theory. West Sussex: Wiley & Sons. p. 273-280

 

Wessendorf, S. (2013). Commonplace diversity and the ‘ethos of mixing’: Perceptions of difference in a London neighbourhood. Identities, 20(4), 407-422.

 

 

Whyte, W. (1969). Street corner society: The social structure of an Italian slum (12th pr. ed.). Chicago (Ill.): University of Chicago press.

 

Willis, P. (1988). Learning to labour: How working class kidsget working class jobs (Reprint ed.). Aldershot: Gower.

 

Universiteit of Hogeschool
Sociologie
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Dr. Marc Swyngedouw
Kernwoorden