Hoe efficiënt zijn de huidige leesmethodes om leesachterstanden bij kinderen te vermijden? Een nader onderzoek naar de Alfabetcode

Melanie De Mey
Deze bachelorproef heeft als doel te onderzoeken hoe efficiënt de huidige leesmethodes zijn om leesachterstanden bij kinderen te vermijden, met het oog op een nieuwe methode, namelijk de Alfabetcode – die werd ontwikkeld door Erik Moonen (2012). In dit onderzoek wordt er eerst nagegaan wat het leesniveau is wereldwijd, en of een algemene leesachterstand te verklaren is aan de hand van sociale factoren of mogelijke leerstoornissen. Verder wordt er ook onderzocht hoe de huidige leesmethodes tot stand zijn gekomen en op welke manier zij een invloed uitoefenen op het hedendaagse leesniveau van de populatie. In dit kader wordt een nieuwe methode besproken – de Alfabetcode – die als stelling heeft om kinderen te leren lezen op een effectievere manier. Het standpunt dat leesmethodes kunnen leiden tot mogelijke leesstoornissen wordt hier ook behandeld. De Alfabetcode zou tevens de ontwikkeling van dergelijke leesstoornissen voorkomen.

Faalt ons leesonderwijs?

Faalt ons leesonderwijs?

Loopt het schooltraject van je zoon of dochter niet van een leien dakje? Ben je samen met je kind op zoek naar het geheim van duurzaam studiesucces? Dan blijf je best even stilstaan bij de allerbelangrijkste voorwaarde, namelijk goed en vlot kunnen lezen. Het lijkt te simpel om waar te zijn, maar het klopt als een bus. Wie goed en vlot leest, de essentie uit een moeilijke tekst weet te halen en de juiste conclusies eruit trekt, stroomt gemakkelijker door in het onderwijs en heeft daarna alle troeven in handen om een leuke en goedbetaalde job te vinden.

 

 

Alle hens aan dek dus om ervoor te zorgen dat kinderen vanaf het begin goed leren lezen. Toch blijkt juist daar het schoentje te wringen. Onderzoek in Nederland (Vernooy et al., 2012) toont namelijk aan dat maar liefst één kind op vier de basisschool verlaat met een te laag leesniveau. Waar loopt het nu precies fout? Ligt het aan de thuissituatie, lijdt een alarmerend hoog aantal kinderen aan dyslexie of moeten we het leesonderwijs met de vinger wijzen?

 

Onderzoek naar leesvaardigheid is niet nieuw. Het OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) startte in 2000 al het PISA-onderzoek op (Programme for International Student Assessment) dat tot doel heeft om de leesvaardigheid, de wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid van 15-jarigen in kaart te brengen. Om de drie jaar komt de organisatie met een nieuw PISA-rapport dat een beeld geeft van de situatie in een steeds groeiend aantal deelnemende landen.

 

Leesvaardigheid in cijfers

De resultaten van het laatste PISA-onderzoek (2015) kan je op twee manieren interpreteren. De studie vertrekt vanuit zes leesvaardigheidniveaus en gaat ervan uit dat je minimaal niveau twee moet halen om goed te kunnen functioneren in onze maatschappij. Wie lager scoort, kan in zijn dagelijkse activiteiten hinder ondervinden en heeft minder kans om in een hogere looncategorie terecht te komen. Wat blijkt? Als we focussen op Vlaanderen zien we dat 83% van de leerlingen minimaal niveau 2 haalt. Dat lijkt misschien niet slecht maar het betekent wel dat zo’n 17% van de Vlaamse vijftienjarigen het absolute basisniveau niet behaalt. En dat blijft een te hoog cijfer.

 

Dyslexie als zondebok

Als we niet willen aanvaarden dat 17% van de Vlaamse jongeren uit de boot valt, moeten we op zoek gaan naar mogelijke oorzaken. Heeft slecht lezen te maken met je gezinssituatie, je intellectuele capaciteiten of met de zogenaamd aangeboren leesstoornis, dyslexie?

 

Als we de toename zien in het aantal leerlingen met dyslexie, dan lijkt de zondebok snel gevonden. De vraag is natuurlijk of deze analyse klopt. In Nederland steeg het aantal leerlingen dat om een dyslexieattest vroeg van 10% in 2011 naar 15% in 2015 (NOS – Wat is dyslexie eigenlijk en hoeveel mensen hebben het – 09/02/2017). In Vlaanderen zijn geen concrete cijfers beschikbaar, maar ook daar neemt het aantal toe. Bijna alle onderzoekers zijn het er nochtans over eens dat het weinig waarschijnlijk is dat zoveel kinderen effectief lijden aan een leerstoornis. Daarmee wordt duidelijk de vinger op de wonde gelegd. Lezen kinderen slecht omdat ze een leerstoornis hebben of lezen ze slecht omdat de leesmethode tekortschiet?

 

Aangeboren of aangeleerd?

Erik Moonen – een autoriteit op het vlak van leesonderwijs en auteur van Dwaalspoor Dyslexie – wijst erop dat wie de oorzaak van slecht lezen bij dyslexie legt, de bal volledig misslaat. Hij stelt dat alle kinderen uitstekende lezers kunnen worden als ze goed leesonderwijs krijgen. Precies daar ligt volgens hem de zwakke schakel. Voor alle duidelijkheid, Moonen beweert niet dat dyslexie niet bestaat. Hersenscans tonen inderdaad verschillen aan.

 

Image removed.

 

Bij een scan van vlotte lezers blijkt vooral de linker achterzijde van de hersenen actief, terwijl bij dyslectici vooral de voorzijde gebruikt wordt, zowel links als rechts. Opmerkelijk is dat je dankzij de juiste leestraining een soort herbedrading in het brein tot stand kan brengen waardoor de leeszwakte verdwijnt.

 

Je kan je natuurlijk de vraag stellen of dyslexie aangeboren is of niet en iedereen die problemen met lezen en spellen ervaart een dyslexieattest geven. Moonen geeft echter aan dat de leerstoornis zich wellicht ontwikkelt tijdens het proces van leren lezen.

Het nieuwe inzicht dat dyslexie geen handicap voor het leven hoeft te zijn, maakt sowieso de vraag overbodig. Inzetten op de juiste leesmethode is dus de boodschap.

 

Waar loopt het mis met ons leesonderwijs?

De sleutel voor goed leesonderwijs dat ervoor zorgt dat alle kinderen – zonder achterblijvers – een behoorlijk leesniveau halen, ligt in het trainen van het foneembewustzijn. Een foneem is een klank die de betekenis van woorden kan veranderen. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen bak en dak waar de fonemen /b/ en /d/ verantwoordelijk zijn voor het betekenisverschil. Ons alfabetische schrift is gebaseerd op deze klanken. Om goed te leren schrijven en lezen is het dan ook essentieel dat kinderen deze klanken – of fonemen-  gemakkelijk herkennen. Foneembewustzijn noemen we dat. Precies op dat vlak ligt het pijnpunt bij dyslectische kinderen.  Hun foneembewustzijn blijkt namelijk niet sterk genoeg ontwikkeld.

 

Zou het zo gemakkelijk kunnen zijn? Kan een nieuwe leesmethode die volop inzet op foneemtraining soelaas bieden aan duizenden kinderen die momenteel met een dyslexiediagnose rondlopen? Misschien wel. Erik Moonen ontwikkelde daarom in samenwerking met de Stichting Schriftontwikkeling een nieuwe methode: de Alfabetcode. Deze methode leert kinderen eerst woorden neerschrijven, voordat ze hen leert om deze woorden te lezen. Dit principe is eigenlijk veel logischer dan het huidige systeem waarbij kinderen eerst leren lezen, voordat ze leren schrijven. De eerste resultaten zijn opvallend positief. In de scholen waar de Alfabetcode gehanteerd wordt, worden geen gevallen van dyslexie meer vastgesteld.

 

Natuurlijk is verder onderzoek naar de Alfabetcode noodzakelijk. Maar ook een kritische analyse van de huidige leesmethodes lijkt aan de orde. Het zogenaamde Veilig Leren Lezen waar de meerderheid van de basisscholen in Vlaanderen mee werkt, heeft misschien wel zijn naam mee, maar de resultaten maken pijnlijk duidelijk dat leren lezen met behulp van deze methode lang niet altijd even “veilig” is.

 

 

 

Bibliografie

Adams, M. J. (1990). Beginning to Read: Thinking and Learning About Print. Cambridge, Massachusetts: MIT Press.

Ballard, P. B. (1930). The Practical Infant Teacher (4e ed.). London, United Kingdom: The New Era Publishing Co. Ltd.

Bentin, S. (1992). Phonological Awareness, Reading, and Reading Acquisition: A Survey and Appraisal of Current Knowledge.. Haskins Laboratories Status Report on Speech Research, 111/112, 167-180. Geraadpleegd van http://www.haskins.yale.edu/sr/SR111/SR111_13.pdf

Bryant, P., & Bradley, L. (1985). Children's Reading Problems: Psychology and education. Chichester, United Kingdom: John Wiley And Sons Ltd.

Bus, A. G, Van IJzendoorn, M. H, & Pellegrini, A. D. (1995). Joint book reading makes for success in learning to read. A meta- analysis on intergenerational transmission of literacy. Review of Educational Research, 65, 1-21.

Dyslexics.org.uk. (s.a.). Dyslexia demystified. Geraadpleegd op 15 november, 2016, van http://www.dyslexics.org.uk/index.htm

Flesh, R. F. (1955). Why Johnny Can't Read—And What You Can Do About It. New York, VS: Harper & Row Publishers Inc.

Frost, R., & Katz, M. (1992). Orthography, Phonology, Morphology and Meaning [E-book]. Geraadpleegd van https://books.google.be/books?id=ai9pVimnMn0C&printsec=frontcover&hl=nl…

Gall, C. (2009, 28 april). The words in the mental cupboard. Geraadpleegd op 12 maart, 2016, van http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/magazine/8013859.stm

Goodman, K. (2006). What’s Whole in Whole Language: 20th Anniversary Edition (10e ed.). Berkely CA, VS: RDR Books.

Irausquin, R. (s.a.). Leerlijn maan voor technisch lezen in VLL kim-versie. [PDF]. Geraadpleegd op 12 november, 2016, van http://www.veiliglerenlezen.nl/web/file?uuid=67be4e4a-393e-486e-acdf-64…

Klein, J., & Taub, D. (2005). The effect of variations in handwriting and print on evaluation of student essays. Assessing Writing, 10(2), 134-148. Geraadpleegd van http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1075293505000309

Leseman, P. P. M, & De Jong, P. F. (1998). Home literacy: Opportunity, instruction, cooperation and social-emotional quality predicting early reading achievement. Reading Research Quarterly, 33(3), 294-318. Geraadpleegd van http://www.yorku.ca/pathways/literature/Literacy/lesseman%2098.pdf

Maddox, K., & Feng, J. (2013, 18 oktober). Whole Language Instruction vs. Phonics Instruction: Effect on Reading Fluency and Spelling Accuracy of First Grade Students. Online Submission, Paper presented at the Annual Meeting of the Georgia Educational Research Association, pp. 1-28. Geraadpleegd van http://files.eric.ed.gov/fulltext/ED545621.pdf

McGuinness, D. (1998). Why children can’t read and what we can do about it. London, United Kingdom: Penguin Books Ltd.

Moonen, E. (2012). Dwaalspoor dyslexie: Hoe elk kind een vlotte lezer wordt. Antwerpen, België: Standaard Uitgeverij.

Mooney, A. (s.a.). Decades x 2. whole_language_timeline-updated.docx. -UML Stockwell Reading. Geraadpleegd op 2 december, 2015, van http://umlreading.weebly.com/decades-x-2.html

Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD). (2000). Literacy in the Information Age. Final report of the International Adult Literacy Survey. Geraadpleegd van http://www.oecd.org/edu/skills-beyond-school/41529765.pdf

Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD). (2013). OECD Skills Outlook 2013: First Results from the Survey of Adult Skills. Geraadpleegd van http://www.oecd.org/skills/piaac/Skills%20volume%201%20(eng)--full%20v1…

Pellegrini, A. D, Galda, L., Jones, I., & Perlmutter, J. (1995). Joint reading between mothers and their Head Start children: Vocabulary development in two text formats.. Discourse Process, 19, 441-463.

PISA - Universiteit Gent. (2012). Wiskundige geletterdheid bij 15-jarigen. Overzicht van de eerste Vlaamse resultaten van PISA 2012. (Vakgroep Onderwijskunde) [Brochure]. Geraadpleegd van http://www.pisa.ugent.be/uploads/assets/106/1396273183438-KORTE%20BROCH…

Ram, S. (1998). Modern Teaching Methods [E-book]. Geraadpleegd van https://books.google.be/books?id=FOxuIy2jzVMC&pg=PP7&lpg=PP7&dq=Modern+…

Sandra, D. (2015-2016). Interdisciplinaire Linguïstiek: Onderdeel Taal en Cognitie [cursus]. Antwerpen: Universiteit Antwerpen Bachelor in de Taal- en Letterkunde.

Schmidt Hobkirk, J. (1956). Why Johnny can't read: Fact or fallacy. Journal of Pediatrics, 48(4), 520-529. doi:10.1016/S0022-3476(56)80082-6

Stichting Schriftontwikkeling. (2012). Interview blokschrift of verbonden. Geraadpleegd op 17 november, 2016, van http://www.schriftontwikkeling.nl/interview-blokschrift-of-verbonden/

Stichting Schriftontwikkeling. (2012). Introductie tot de psychomotoriek. Geraadpleegd op 17 november, 2016, van http://www.schriftontwikkeling.nl/voorbeeld-pagina/bespreking-uitgave/b…

Taaltelefoon. (s.a.). Medeklinkers - 2. enkele of dubbele medeklinker. Geraadpleegd op 22 november, 2016, van http://www.taaltelefoon.be/spellingregels/medeklinkers/medeklinkers-2-e…

Taaltelefoon.. (s.a.). Klinkers - 1. enkele of dubbele klinker. Geraadpleegd op 20 november, 2016, van http://www.taaltelefoon.be/klinkers-1-enkele-of-dubbele-klinker

Taalunie: woordenlijst.org. (2015). Verdubbeling van medeklinkers op het eind van een gesloten lettergreep. Geraadpleegd op 22 november, 2016, van http://woordenlijst.org/leidraad/2/2

Turner, M. (1990). Sponsored Reading Failure: An Object Lesson. Warlingham Park School: Education Unit.

Van den Branden, K. (2003). Leesonderwijs in Vlaanderen: van hoera! naar aha! Vonk, 32(3), 12-29. Geraadpleegd van http://www.cteno.be/downloads/publicaties/van_den_branden_2003_leesonde…

Vernooy, K., Vollenbroek, R., & Van der Hoogt, T. (2012). Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten. [E-book]. Geraadpleegd van https://books.google.be/books?id=TSXNE2kWybgC&pg=PA11&dq=leesvaardighei…

Vogt, M. E. J, & Shearer, B. A. (2011). Reading Specialists and Literary Coaches in the Real World. (3rd edition [E-book]. Geraadpleegd van http://wps.prenhall.com/chet_vogt_readingspec_3/165/42327/10835843.cw/i…

Zwijsen. (2016, 10 mei). Leren lezen met maan roos vis (2): kernen in de kim-versie. Geraadpleegd op 20 november, 2016, van http://www.zwijsenouders.nl/Artikel/Leren-lezen-met-maan-roos-vis-2-ker…

Zwijsen.be. (s.a.). Veilig leren lezen. Hoe werkt de methode? Geraadpleegd op 15 september, 2016, van http://www.veiliglerenlezen.be/vll.asp?id=2041

Zwijsen.be. (s.a.). Veilig leren lezen. Hoe werkt de methode? Didactiek [Video]. Geraadpleegd op 15 september, 2016, van http://www.veiliglerenlezen.be/vll.asp?id=2041

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in de Taal- en Letterkunde Frans en Engels
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Professor Dominiek Sandra
Kernwoorden
Deel deze scriptie