De implementatie van het koninklijk besluit over het medisch-farmaceutisch overleg

Caroline Peelman
Met de komst van het koninklijk besluit op 20 april 2015 over het medisch-farmaceutisch overleg wordt een belangrijk signaal gegeven. Het bevestigt de noodzaak van het optimaliseren van samenwerking tussen huisartsen en apothekers in de eerstelijnsgezondheidszorg. Deze masterthesis is een eerste evaluatie over de implementatie van het medisch-farmaceutisch overleg in Vlaanderen.

“De tijd dat de apotheker tussen zijn vier muren blijft is gedaan.”

Twee miljoen euro. Dit exacte bedrag is sinds 2015 jaarlijks ter beschikking voor het overleg tussen huisarts en apotheker: het medisch-farmaceutisch overleg (MFO). In tijden van besparingen in de gezondheidszorg stelt u zich uiteraard de vraag: “Waarom is dit overleg nodig?”. Soms ligt het antwoord dichterbij dan u denkt. U bent namelijk het doel. Of beter gezegd: een optimale zorg voor u is het doel. Huisartsen en apothekers hebben namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid voor een kwaliteitsvolle zorg voor u als patiënt. Uw apotheker levert u immers uw geneesmiddelen af die uw huisarts voorschrijft.

Met de publicatie van het koninklijk besluit over het MFO geeft Minister van Volksgezondheid Maggie De Block een belangrijk signaal.  Tijdens het overleg zal de rol van de disciplines op elkaar worden afgesteld. Huisartsen en apothekers bespreken samen in lokale vergaderingen relevante onderwerpen en mogelijke oplossingen voor problemen in de praktijk. Soortgelijk overleg is sinds 25 jaar het succesvol instrument voor interprofessioneel overleg tussen huisartsen en apothekers in Nederland.

Inmiddels is de publicatie van het koninklijk besluit twee jaar geleden.  Deze masterthesis is een eerste evaluatie van de implementatie van het koninklijk besluit over het medisch-farmaceutisch overleg in Vlaanderen. Marwa Rasul en Caroline Peelman namen semi-gestructureerde interviews af met belanghebbenden bij de organisatie van het MFO: huisartsen en apothekers in de praktijk, vertegenwoordigers van beroepsorganisaties en het beleid. De mening van 94 apothekers en 67 artsen na deelname aan een overleg werd nagevraagd in enquêtes. Belemmeringen aangehaald vanuit verschillende perspectieven laten toe een aantal aanbevelingen te formuleren. Gecombineerd met vergelijkend onderzoek naar het overleg in Nederland gingen ze op zoek naar de sleutel tot succes voor verdere implementatie.

“Het kan alleen maar een voordeel zijn voor de patiënt als je langs beide beroepsgroepen dezelfde taal spreekt. Dat is een belangrijk voordeel van het overleg. Gelijke boodschappen, gemeenschappelijke campagnes die je opzet.” (Apotheker)

Alle respondenten waren van mening dat het overleg tussen huisartsen en apothekers vanzelfsprekend zou moeten zijn, aangezien kwaliteitsvolle zorg voor de patiënt centraal staat. Bij de implementatie van het concept kwamen echter enkele belemmeringen aan het licht.

Eerst leren stappen, dan leren lopen.

Met de komst van het koninklijk besluit over het MFO wordt er financiering voorzien. De financiële stimulans die ter beschikking wordt gesteld is meteen afhankelijk van de kwaliteit van het overleg. De respondenten geven aan dat de lat te hoog ligt. De focus ligt initieel op de verstandhouding tussen huisarts en apotheker verbeteren en een vertrouwensrelatie op te bouwen. Een huisarts, die lokale MFO’s organiseert, vertelt dat het belangrijk is voor artsen en apothekers om elkaar te leren kennen aan tafel, bepaalde thema’s uit te praten al gaat het over “wanneer mag ik u bellen" en “laten we afspreken dat we het zo gaan doen” alsook de wetenschappelijke kennis te versterken.

 

Nadien kan de kwaliteit van het overleg worden verbeterd gebaseerd op de Nederlandse manier. Het overleg is daar ingedeeld in vier niveaus met heldere criteria waaraan het overleg moet voldoen. Zo kan er stapsgewijs gewerkt worden naar een hoger kwaliteitsniveau van overleg.  

Enkele aanbevelingen worden aangereikt die kunnen leiden tot verbetering van het concept. Programma’s over een gezondheid gerelateerd thema dienen als leidraad tijdens het overleg. Deze programma’s worden momenteel moeizaam ontwikkeld. Omtrent vertalingen en updates van deze wetenschappelijke informatie zijn er geen richtlijnen wat als vreemd wordt ervaren door de ontwikkelaars. De oprichting van een virtueel platform, voorgesteld als een toegankelijke bibliotheek van alle informatie nodig voor de organisatie van het overleg, kan ondersteuning bieden. De respondenten suggereren dat het overleg een vrijblijvend engagement dreigt te worden van enkele geïnteresseerden. Een oplossing is het overleg op nemen in een breder geheel van kwaliteitsbevorderende maatregelen zoals verplichte interprofessionele bijscholing.

Er is nood aan een actieve overkoepelende bestuursgroep die beide beroepsgroepen vertegenwoordigd, die de verdere richtlijnen duidelijk omschrijft en die de richting aangeeft waar men naar toe wilt in de toekomst. Want dergelijk overleg in Nederland werpt zijn vruchten af…

“Nederland heeft een expertise. Dit is niet wat wij vandaag hebben maar laten we er naar toe gaan.” (Apotheker)

De relatie tussen artsen en apothekers wordt in Nederland duidelijk bevorderd door het routine overleg. Het vormt een basis die als opstap dient om verdere samenwerking te stimuleren. Wederzijds vertrouwen in elkaars expertise is noodzakelijk voor delicate concepten zoals medicatiebeoordeling. Dit wordt stapsgewijs bekomen indien men elkaars expertise leert kennen en waarderen. Medicatiebeoordeling bij ouderen die meer dan vijf verschillende geneesmiddelen gebruiken is ingeburgerd in het takenpakket van een apotheker en arts in Nederland. “Is dit ook zo België?” vraagt u zich af, denkend aan de pillendoos op de ontbijttafel van grootvader en grootmoeder.

Uit de interviews geven de respondenten aan dat de rol van de apotheker in België hiernaar moet evolueren. In België zou een medicatiebeoordeling zoals in Nederland moeilijk verlopen wegens het gebrek aan initiële samenwerking. Het routinematig overleg zoals MFO is een eerste vereiste om een vergevorderde samenwerking te bekomen tussen de twee disciplines. Een apotheker vertelt dat er zo fouten in medicatiebeleid kunnen worden opgelost.

“Het is niet zo dat apothekers meer weten dan artsen. We weten gewoon dingen die complementair zijn. Als je samenwerkt kom je veel verder.”

Het succes van het FTO in Nederland kan herleid worden naar één sleutelelement namelijk een procesmatige aanpak van de ontwikkeling van het overleg. Bij de start van het overleg is het van belang om lokale overleggroepen vast te leggen. Nadien werd de focus gelegd op verhoging van de participatie graad. Vervolgens kan het vertrouwen tussen beide disciplines groeien zodat uiteindelijk de kwaliteit van de zorg voor u, de patiënt, wordt geoptimaliseerd.

En bij u? Hoe goed kent uw huisarts uw huisapotheker?

Bibliografie

7. LITERATUURLIJST
1. Block MD. Meerjarenkader voor de patiënt met de officina-apothekers. OPHACO APB; 2017.
2. Foulon V. Kennis én overleg: noodzakelijke voorwaarden voor rationeel gebruik van geneesmiddelen. Een duiding bij het concept en het programma van de Farmacologische Dag van 17 maart 2007.
3. Koninklijk besluit nr 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015.
. Belgisch Staatsblad.
4. 'Correcte medicatie is een gedeelde verantwoordelijkheid' [Internet]. De Standaard. 2016 [cited 16 may 2016]. Available from: http://www.standaard.be/cnt/dmf20160819_02430546.
5. Keijsers CJ, Leendertse AJ, Faber A, Brouwers JR, de Wildt DJ, Jansen PA. Pharmacists' and general practitioners' pharmacology knowledge and pharmacotherapy skills. J Clin Pharmacol. 2015;55(8):936-43.
6. Muijrers PE, Knottnerus JA, Sijbrandij J, Janknegt R, Grol RP. Changing relationships: attitudes and opinions of general practitioners and pharmacists regarding the role of the community pharmacist. Pharm World Sci. 2003;25(5):235-41.
7. Patel P. Improving Collaboration between Pharmacist and Physicians. Bu Well. 2016;1(Wellness).
8. Loffler C, Koudmani C, Bohmer F, Paschka SD, Hock J, Drewelow E, et al. Perceptions of interprofessional collaboration of general practitioners and community pharmacists - a qualitative study. BMC Health Serv Res. 2017;17(1):224.
9. Koninklijk besluit van 3 april 2015 tot vaststelling van de voorwaarden en nadere regels waaronder het medisch-farmaceutisch overleg wordt toegepast en tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. . Federale overheidsdienst sociale zekerheid: Belgisch Staatsblad; 2015.
10. Medisch-farmaceutisch overleg [Internet]. RIZIV. 2017 [cited 15 februari 2017]. Available from: http://www.riziv.fgov.be/nl/themas/zorgkwaliteit/geneesmiddelen/medisch….
11. Een solide basis voor het medisch-farmaceutisch overleg [Internet]. Algemene Pharmaceutische Bond. 2015 [cited 15 februari 2017]. Available from: http://www.apb.be/nl/corp/De-Algemene-Pharmaceutische-Bond/Actualiteit/….
12. Janssens I DT, Foucart L, Ghyzelings L, Muylaert P, Reusens N, Soenen K, Verplanken H. Interactief overleg geneesheren-apothekers te Merelbeke. Huisarts Nu. 2004;33(9):550.
56
13. Janssens I DT, Foucart L, Ghyzelings L, Muylaert P, Reusens N, Soenen K, Verplanken H. Patiënteninformatie vanuit Interactief Overleg Geneesheren Apothekers te Merelbeke Vierde Eerstelijnssymposium: de patiënt centraal2003.
14. Coolen P. MFO: Medisch-farmaceutisch overleg Interdisciplinair overleg voor meer farmaceutische zorg. [Brochure]. In press.
15. Overleg tussen artsen en apothekers in stroomversnelling. Collegazetje Koninklijk Oost-Vlaams Apothekersgild. 2014 september:11.
16. Handelingen en Vragen en Antwoorden van Kamer en Senaat. 2004-2005. Brussel: Dienst Publicaties Kamer van volksvertegenwoordigers; 2005. p. 74.
17. Medico-pharmaceutische overleg [press release]. Onafhankelijke ziekenfondsen2006.
18. Nationaal Akkoord Geneesheren-Ziekenfondsen 2008. Brussel: Bvas-Absym en Kartel-Cartel, Bank van de verzekeringsinstellingen; 2008. p. 21.
19. Medisch-farmaceutisch overleg - Opstarting - Stand van zaken [Internet]. De Senaat. 2009 [cited 1 maart 2017]. Available from: http://www.senate.be/www/?LANG=nl&LEG=4&MIval=/Vragen/SchriftelijkeVraa….
20. Het medisch-farmaceutisch overleg (MFO). [Internet]. Belgische kamer van volksvertegenwoordigers 2016 [cited 1 maart 2017]. Available from: https://www.dekamer.be/QRVA/pdf/54/54K0059.pdf.
21. Persoonlijke Communicatie. Janssens A.: Wetenschappelijke informatiedienst Escapo.
22. MFO: groen licht voor twee programma's [Internet]. Communicatiedienst Algemene Pharmaceutische Bond. 2017 [cited 20 februari 2017]. Available from: http://apb.fb.emakina.addemar.com/c2909/e3915579/h8093d/t0/s0/index.html.
23. Haems M. 20 jaar farmaceutische zorg in België: hoever staan we? Farmazine. 2015:19.
24. KOVAG. MFO en kwaliteitsbevorderende programma’s. Collegazetje. 2016:10.
25. Haems M. Inzetten op multidisciplinaire samenwerking. Farmazine. 2017.
26. Niquille A RM, Buchmann M, Jordan D, Bugnon O. Impact des cercles de qualité médecins-pharmaciens pour la prescription médicamenteuse entre 1999 et 2010. Primary Care. 2012;12:27-8.
27. Locca JF NA, Krähenbühl JM, Figueiredo H, Bugnon O. Qualité de la prescription medicamenteuse: des progrès grace à la collaboration. Rev Med Suisse. 2009;5(227):2382-4.
28. Niquille A, Ruggli M, Buchmann M, Jordan D, Bugnon O. The nine-year sustained cost-containment impact of swiss pilot physicians-pharmacists quality circles. Ann Pharmacother. 2010;44(4):650-7.
29. Bugnon O, Jotterand S, Niquille Charriere A, Ruggli M, Herzig L. [Physicians-pharmacists quality circles: shared responsibility of the freedom of prescription]. Rev Med Suisse. 2012;8(341):1042, 4-8.
57
30. Persoonlijke communicatie. Nelissen-Vrancken M. Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2017.
31. Ondersteuning FTO Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2017 [Available from: https://medicijngebruik.nl/fto.
32. Overleg huisarts en apotheker [Internet]. Koninklijke Nederlands Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie. 2017 [cited 31/01/2017]. Available from: https://www.apotheek.nl/themas/overleg-huisarts-en-apotheker#overleg.
33. Els Dik MN-V. Handboek FTO. Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2013. Available from: https://www.medicijngebruik.nl/content/products/313/attachments/handboe….
34. Mulders J. Naar criteria voor farmacotherapie overelg. Medisch Contact. 1991.
35. Liset van Dijk HB, Dinny de Bakker. Het FarmacoTherapie Overleg in 1999: stand van zaken en effecten op voorschrijven. Utrecht: Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg; 2001.
36. Lambooij A dMJ, Essink R, Nijpels M, Warnier M. Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen 2015. Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2015.
37. Majorie Nelissen-Vrancken MN. FTO-module: het werken met voorschrijfindicatoren in het FTO. . Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2014. Available from: https://www.medicijngebruik.nl/product/detail/215.
38. Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen [Internet]. Vektis. IVM. 2011 [cited 18 may 2017]. Available from: http://www.vektis.nl/images/fs_monitor_voorschrijfgedrag_huisartsen.pdf.
39. Eimers M VA, Pelzer B, Teichert M, De Wit. Leidt een goed FTO tot beter voorschrijven? Huisarts Wet. 2008.
40. Anke Lambooij MN. Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen 2013. Utrecht: Instituut Voor Verantwoord Medicijngebruik; 2013.
41. Meulepas M. DGV Rapport: Relatie tussen FTO-niveau en score op voorschrijfindicatoren. Utrecht: DGV Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2008.
42. NHG-standaarden [Internet]. KvK Uitgeverij BV. [cited 15 maart 2017]. Available from: https://www.nhg.org/nhg-standaarden.
43. Denig P, Haaijer-Ruskamp FM, Zijsling DH. How physicians choose drugs. Soc Sci Med. 1988;27(12):1381-6.
44. Liset van Dijk MB, Dinny de Bakker, Stéphanie Burgt, Annemieke Floor-Schreudering. Samenwerking tussen huisarts en openbaar apotheker: stand van zaken en mogelijkheden voor de toekomst. Utrecht: NIVEL; 2016.
58
45. Bos E. FTO draagt wezenlijk bij aan doelmatig voorschrijven arts. Pharm Weekblad. 2014;149(26).
46. Cambach W ER. Rapport: FTO-peiling. Kwaliteit van farmacotherapieoverleg in beeld. Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2012.
47. Kwint H.F VS. Medicatiebeoordeling: zoeken naar juiste patiënt. Pharm Weekblad. 2014;149(46).
48. M.R. Mast GPS, M. van Woerkom, E. de Jongh, M. Teichert, J.G. Hugtenburg Niveau van medicatiebeoordelingsinitiatieven in Nederland kan beter. Wetenschappelijk platform WP. 201;4(11/12):189-94.
49. Multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie bij ouderen 2012, (2012).
50. Geurts MM, Talsma J, Brouwers JR, de Gier JJ. Medication review and reconciliation with cooperation between pharmacist and general practitioner and the benefit for the patient: a systematic review. Br J Clin Pharmacol. 2012;74(1):16-33.
51. Nelissen-Vrancken M. FTO module: Polyfarmacie een oriëntatie. Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2015. Available from: https://www.medicijngebruik.nl/content/products/276/attachments/mod_pol….
52. KNMP-richtlijn: Medicatiebeoordeling. Utrecht: Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie; 2013.
53. Onder G PC, Landi F, Cesari M, Della Vedova C, Bernabei R, et al. Adverse drug reactions as cause of hospital admissions: results from the Italian Group of Pharmacoepidemiology in the Elderly (GIFA). Journal of the American Geriatrics Society. 2002;50(12):1962-8.
54. Hurkens G. Medicatiemanagement bij de oudere patiënt. 2012.
55. Leendertse AJ EA, Stoker LJ, van den Bemt PM. Frequency of and risk factors for preventable medication-related hospital admissions in the Netherlands. Arch Intern Med 2008;168(17):1890-6.
56. Erasmus MC N, Radboud UMC, PHARMO. Eindrapport: Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid. 2017.
57. Jacintha VB. Eindverslag implementatie-en evaluatieproject Polyfarmacie bij ouderen. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2013.
58. Leendertse A.J D-vMAC, Verduijn M.M., Jansen P.A.F, van Marum R.J. Bijlage 1: Gestructureerde medicatiebeoordeling: STRIP Utrecht: NHG; [Available from: https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/uitwerk….
59. Nelissen-Vrancken M. Werken met cijfers in FTO: Polyfarmacie. Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2013.
59
60. Chau SH, Jansen AP, van de Ven PM, Hoogland P, Elders PJ, Hugtenburg JG. Clinical medication reviews in elderly patients with polypharmacy: a cross-sectional study on drug-related problems in the Netherlands. Int J Clin Pharm. 2016;38(1):46-53.
61. Chen TF, de Almeida Neto AC. Exploring elements of interprofessional collaboration between pharmacists and physicians in medication review. Pharm World Sci. 2007;29(6):574-6.
62. Lokale multidisciplinaire netwerken [Internet]. Agentschap Zorg en Gezondheid. [cited 10 may 2017]. Available from: https://www.zorg-en-gezondheid.be/lokale-multidisciplinaire-netwerken)
63. Objectieven en Missie. [Internet]. Het InterMutualistisch Agentschap. Available from: http://www.aim-ima.be/?lang=nl.
64. Farmaceutische zorg registreren - CNK codes [Internet]. Koninklijke Oost-Vlaams Apothekersgild. [cited 06 may 2017]. Available from: http://www.kovag.be/index.php?page=302.
65. Nelissen-Vrancken M. Werken met cijfers in het FTO: Inleiding cijfers in de eerste lijn. Utrecht: Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik; 2013.
66. Royackers M. De meerwaarde van een medisch-farmaceutisch overleg in eerste lijn: een pilootproject: Koninklijke Universiteit Leuven; 2012.
67. Accreditering: Uw online-accrediteringsdossier beheren [Internet]. Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. [cited 09 may 2017]. Available from: http://www.riziv.fgov.be/nl/professionals/individuelezorgverleners/arts…-.
68. Ide M. Wetsvoorstel tot wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 met het oog op de invoering van accreditatie bij officina-apothekers. Belgische Sentaat; 2011.
69. Koninklijk besluit betreffende de permanente vorming van de apothekers van de voor het publiek opengestelde officina's. Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Belgisch Staatsblad; 8 july 2014.
70. Tot eind 2017 tariefzekerheid arts [Internet]. Christelijke Mutualiteit. 2017 [cited 08 may 2017]. Available from: https://www.cm.be/professioneel/pers/persberichten-2017/tot-eind-2017-t….
71. Bond RAP. Het meerjarenkader: erkenning van het beroep. Apothekersblad. 2017:50.
72. Mortelmans D. Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Uitgeverij Acco; 2007. 557 p.

Universiteit of Hogeschool
Master in Science in de Farmaceutische Zorg (apotheker)
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Professor F. Kiekens, Dr. J. Fraeyman
Kernwoorden
Share this on: