Van Opstandeling tot Stadsmagistraat. Verenigingen en de socio-politieke rol van haar leden: een vergelijkende studie tussen de Romeinse collegia en de 14de eeuwse ambachten in Ieper, Gent en Brugge

Fons Verheyde
Een vergelijkende studie die de politieke rol van verenigingen onderzoekt in de leefwereld van Rome (1ste eeuw v.C. - 3de eeuw n.C.) en Vlaanderen (14de eeuw).

De kracht van het collectief: van het klassieke Rome tot het middeleeuwse Vlaanderen

De kracht van het collectief: van het klassieke Rome tot het middeleeuwse Vlaanderen

 

Toen de spoorbonden vorig jaar in juni het land trachtten plat te leggen, had ik net mijn scriptie afgewerkt over de impact van verenigingen in het verleden. Mensen hebben reeds van het begin der tijden de neiging gehad om zich te verenigen. Vaak vormden ze hierbij economisch belangrijke blokken, maar ook op de politieke leefwereld was er telkens een impact. Zo ook in de Romeinse tijd (1ste eeuw v.C.- 3de eeuw n.C.) en in ons eigen middeleeuwse Vlaanderen (14de eeuw), de twee periodes en plaatsen waar we in onze studie op focussen.

 

Vooral de eerste eeuw v.C. staat bekend als een uiterst woelige periode, waarbij vooral de politicus Clodius het al te bont maakte en handig gebruik maakte van de zogenaamde collegia (Romeinse verenigingen) en omgekeerd, zij ook van hem. Clodius is een interessante figuur vanwege zijn zeer patricische achtergrond, maar zijn even sterke deviant gedrag. Vooreerst drong hij een heilig feest binnen, verkleed als fluitspeelster, mogelijk om de vrouw van Julius Caesar te verleiden. Enkele jaren later , vrijgesproken van zijn schanddaad, werd Clodius geadopteerd door een plebejer die zo’n tien jaar jonger was. Op dit moment werd Claudius definitief Clodius en kon hij bovendien de wetgevende positie van volkstribuun bekleden. In zijn jeugd had hij dikwijls de kroegen van de achterbuurten afgeschuimd. Hij wist dan ook als geen ander het volk te bespelen, en met wie hij zich hiervoor diende in te laten. Uit onze analyse van het sociale netwerk omtrent Clodius blijkt het zeer waarschijnlijk te zijn dat hij zich van de steun van de verenigingen verzekerde door zich te omringen met o.a. leiders van oude, mogelijk reeds verboden, verenigingen. In 58 v.C. liet Clodius deze oude verenigingen weer toe, samen met een wet die het volk voor het eerst in de geschiedenis van gratis graan voorzag. Geschat wordt dat het aantal ontvangers rond de 200.000 mensen lag! Dit leverde hem een grote aanhang op, waarbij zelfs straatbendes gevormd werden die (politieke) tegenstanders dienden te terroriseren. Maffiapraktijken avant la lettre dus!

 

Hetzelfde geldt voor Vlaanderen in de 14de eeuw. Het ambachtswezen rond de lakkennijverheid was hier ongezien sterk vertegenwoordigd en speelde eveneens een belangrijke rol in de vele politieke conflicten die er waren. Er zijn zowel gelijkenissen als verschillen tussen beide verenigingstypes.

 

Wanneer de ezel honger heeft, kunnen stokslagen hem niet schelen

 

Zo kan het geweld van de verenigingen vaak getypeerd worden als een communicatiemiddel of zelfs onderhandelingsstrategie tegenover de andere lagen van de samenleving. Het geweld kent meestal een specifiek repertoire van symbolische elementen en rituelen (bv. het vernielen van voorwerpen als de vaandels van de ambachten, etc.). Doorgaans hebben de verenigingen ook een diverse sociale structuur, met vaak een aristocratische leider. Via deze leider kreeg het geweld een duidelijk politieke dimensie, maar de gewone verenigingsleden hadden vaak eerder socio-economische motieven. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er na de gewelddadige episodes veel aandacht ging naar het verzekeren van de graantoevoer.

 

De overheid heeft altijd een dubbelzinnige houding tegenover de verenigingen gehad. Men is zich bewust van de politieke dreiging, maar ook van de mogelijkheden. Verbodsbepalingen zijn dan ook meestal tijdelijk van aard, maar ook beperkt in ruimte en op specifieke groepen gericht. Verenigingen zijn immers belangrijk voor de economie en kunnen niet genegeerd worden.

 

Scilt ende Vrient

 

In Vlaanderen kregen de ambachtsleden, wellicht vanaf 1302, posities in de schepenbanken. Vanaf 1360 werd dit in Gent en Brugge bij wet vastgelegd. In de Oudheid is er echter geen sprake van een wettelijke verankering van verenigingsleden in stedelijke besturen. Wel zijn er bepaalde individuen die zich in bepaalde (handels)steden tot in het stedelijke bestuur konden opwerken.

 

Om dit te verklaren moeten we dieper graven in de structuur van de samenlevingen. Merk op dat onderstaande verschillen allemaal kwantitatief zijn. In de Middeleeuwen lijkt er vanaf het ontstaan van de verenigingen een nauwere band te zijn geweest met de overheid, en wel op twee manieren: enerzijds via de handelseconomie (in de middeleeuwen liet de stedelijke overheid zich hier meer openlijk mee in) en anderzijds via taxatie, waarbij verenigingsleden als taksinners optraden. We mogen ook niet vergeten dat in de Oudheid de zogenaamde deugdethiek een belangrijke rol speelde, in hun normatief systeem lag met andere woorden meer nadruk op het individu.

 

Een echt kwalitatief verschil is dat de ambachten in de middeleeuwen ook rechtstreeks het militair kader vormden van de samenleving. In de 13de eeuw was dit nog gebaseerd op de wijkstructuren, maar vanaf de 14de eeuw zou men op ambachten overschakelen. We kunnen nu dus echt spreken over stedelijke of volkse ambachtsmilities. De successen die men in verschillende veldslagen, zoals de Guldensporenslag boekte, waren dus aan hen te danken. Ongetwijfeld speelde dit mee bij de bepalingen om de ambachtsleden in de schepenbanken te integreren.

 

De kracht van het collectief

 

Maar waarom zijn verenigingen nu zo aantrekkelijk voor de modale burger, en waarom waren ze precies in bovenstaande periodes zo machtig? Voorafgaand aan beide periodes zien we duidelijk dezelfde structurele fenomenen: een toenemende bevolking, een hogere urbanisatiegraad en een veranderend economisch systeem. Hierdoor ontstaan nieuwe sociale groepen. Dit is cruciaal.

 

Deze nieuwe, soms ook kapitaalkrachtige groepen, worden in de samenleving veel sneller geïntegreerd via verenigingsstructuren. Op deze manier kan men vrij snel een eigen identiteit opbouwen, gebaseerd rond gedeelde belangen en gemeenschappelijk vermaak, en zich uiteindelijk ook sociaal opwerken. Via overheidsstructuren gaat dit alles veel trager door bepaalde regulaties (bijvoorbeeld de juridische status van de persoon en vereniging, zijn prestige en vermogen, de band met het aanwezige bestuur, enz.). De verenigingen stellen kortweg minder eisen. Dit maakt dat ze dichter bij het ‘gewone volk’ staan en sociaal meer divers zijn. Het volkse karakter zorgt er ongetwijfeld voor dat ze sommige mensen meer kunnen motiveren om op te komen voor hun gedeelde belangen dan eender welke andere instantie.

 

Wanneer we extrapoleren naar onze tijd, dan kunnen we stellen dat verenigingen van cruciaal belang zijn om de kloof tussen overheid en bevolking blijvend te overbruggen.

 

Bibliografie

Primaire bronnen

 

*Enkel expliciet vermeldde bronnen in het betoog zelf werden hier opgenomen, d.w.z. dat de verwijzingen in de tabellen van de bendeleden van Catilina en Clodius uit  het onderdeel sociale structuur niet worden opgenomen. Extra bronverwijzingen van de besproken casussen vindt men in de appendices van de werken van Courrier en Vanderbroeck.

Literatuur

 

Appianus

                Historia Romana 2.2-6

 

Asconius

                In Pisonem 6-7C

                Pro Milone 31-33C; 42-43C; 45C; 46C; 48C-50C

                Pro Cornelio 59-60C; 65-66C; 75C

 

Caesar

                Bellum Civile 3.20-21

 

Cassius Dio

                Historia Romana 36.42.1-43.2; 37.30-33; 38.16.5-6; 38.17.1-2: 39.7.3; 39.9.2-3; 39.27.3-29.3;       42.26.2; 60.6.6-7

 

Cicero

                De Domo Sua 6-7; 10-16; 24.62; 25; 37; 41; 54; 89; 116   

De Haruspicum Responso 6.12-13; 8

Epistulae ad Atticum 1.12.3; 1.14; 2.17.2; 4.1.6-7; 4.3

                Epistulae ad Familiares 5.17.2

                Epistulae ad Quintum fratrem 2.3.4-5

                In Catilinam 4.17

                Pro Caelio 12

                Pro Sestio 15; 77; 85; 112

                Pro Sulla 15

 

Q. Cicero

Commentariolum Petitionis 1.3; 10

 

Dio Chrysostomus

Orationes 45.8

 

Historia Augusta

                Gallieni 7.4-9.1

                Aureliani 33-35.1

 

 

Josephus

                Antiquitates Judaicae 14.215

 

Livius

Periochae 111

 

Lucas

                Acta (Handelingen) 19:23-41

 

Philo Judaeus

                In Flaccum 4

 

Plinius Minor

                Epistulae (Brieven) 9.5.3; 10.33-34; 10. 92-93; 10.96.7

 

Plutarchus

                Cato Minor 27.1

                Cicero 29.1; 30.4; 33.3

                Pompeius 49.3

 

Sallustius

                De Catilinae coniuratione 16.5; 50          

 

Suetonius

                Augustus 32.1

                Julius Caesar 42.3; 74.4

 

Tacitus

                Annales 14.17 (J. Jackson, Loeb Classical Library: Tacitus, vol. 5, 1937, p. 135.)

 

Varro

                De Lingua Latina 9.71.5

 

Juridische bronnen

 

Codex Iustinianus

                9.21.1

 

Codex Theodosianus (Cth.)

                12.1.1; 12.1.10-13; 13.1.2; 14.8.2; 14.22.1

Digesta

3.4.1. pr.-2; 27.1.17.3-6; 47.22.1; 48.19.28.3; 50.2.9.1; 50.4.5; 50.5.3; 50.5.9.1; 50.5.10.1; 50.6.1; 50.6.5; 50.6.6.8-13

Epigrafie

 

Année Epigraphique (AE)

                1974, 123 (bis)

                1980, 98

                1982, 132

                1987, 195

                1991, 333

                1994, 193                           

 

Corpus Inscriptionum Graecarum (CIG)

                3426

 

Corpus Inscriptionum Latinarum (CIL)

                I²

1004 (Geganius Clessipus); 1274 (vrijgelatene van Causinius Schola) 2519 (zoon van Decimus)

                IV

180; 183; 336; 710; 826; 1147; 1293; 7473; 7919

 

                VI

                               85; 1625b; 1759; 1872; 1925; 2193; 29691; 32294               

 

                XIV

5; 8; 10; 71; 138-139; 154; 160; 161; 168; 169; 170; 172; 173; 246; 250-251; 292; 296; 314; 341; 347; 359; 362-364; 374; 409; 425; 2112 (cultores Dianae et Antinoi); 4142; 4144; 4552-4554; 4573; 4620-4622; 4623; 4642; 4717-4718; 5327-5328; 5340; 5344; 5345; 5356; 5374; 5383; 5406

 

Inscriptiones Ephesi

 215

 

Inscriptiones Graecae (IG)

                ii. 3169/3170

 

Lex Ursonensis en Lex Irnitana (zie uitgegeven bronnen)

Papyrologie

 

P. Lond. 270

P. Mich. 5.243-245

P. Oxy. 44.3192; 54.3728

P. Ryl. 4.654

Sel. Pap. 2 206 (par. 108)

Wchr 13

Bronuitgaven en vertalingen (Oudheid)

 

Arnaoutouglou (I.N.). “Collegia in the Province of Egypt in the First Century AD”. In: Ancient Society, vol. 35 (2005), pp. 197-216.

 

Bendlin (A.). “Associations, funerals, sociality, and Roman law: the collegium of Diana and Antinous in Lanuvium (CIL 14.2112) reconsidered In: Öhler (M.), ed. Aposteldekret und antikes Vereinswesen. Tübingen, Mohr Siebeck, 2011, pp. 207-296.

 

Buckler (W.H.). “Labour Disputes in the Province of Asia” In: Buckler (W.H.) en Calder (W. M.), eds.  Anatolian Studies Presented to Sir William Mitchell Ramsay. Manchester University Press, 1923, pp. 27-50.

 

Crawford (M.). “How to Create a Municipium” In: Austin (M.), Harries (J.) en Smith (C.), eds. Modus Operandi: Essays in Honour of Geoffrey Rickman. Londen, Institute of Classical Studies, School of Advanced Study, University of London, 1998, pp. 31-46.

 

Franklin (J.L.). Pompeis Difficile Est. University of Michigan Press, 2001, 225 p.

 

González (J.) en Crawford (M.). “The Lex Irnitana: A New Copy of the Flavian Municipal Law” In: The Journal of Roman Studies, vol. 76, 1986, pp. 147-243.

 

Harries (J.). et al., eds. Asconius: Commentaries on Speeches of Cicero. New York, Oxford University Press, 2006, 358 p.

 

Johnson (A.C.), Coleman-North (P.R.) en Bourne (F.C.). Ancient Roman Statutes. Austin, University of Texas Press, 1961, 290 p.

 

Loeb Classical Library, Harvard University Press

Handbook of Electioneering, Q. Cicero (2002), vertaling Shackleton Bailey (D.R.)

                Discourses 37-60, Dio Chrysostom (1946), vertaling Crosby (H.L.)

               

Liu (J.). “Local Governments and Collegia: A New Appraisal of the Evidence”. In: Aubert (J.J.) & Várhelyi (Z.), eds.  A Tall Order. Leipzig, München Saur, 2005, pp. 279-310.

 

Mees (A.W.). Organisationsformen römischer Töpfer-Manufakturen. Mainz, Römisch-Germanischen Zentralmuseum, 2002, 464 p.

 

Peters (T.). Plinius de Jongere, De Brieven. Amsterdam, Ambo, 2001, 430 p.

 

Van Nijf (O.). The civic world of professional assocations in the Roman East. Amsterdam, J.C. Gieben, 1997, 314 p.

 

Virlouvet (C.). “Les naviculaires d'Arles.  A propos de l'inscription provenant de Beyrouth”, in: Mélanges de l'École française de Rome: Antiquité, vol. 116, 2004, pp. 327-70.

 

Waltzing (J.P.). Etude historique sur les corporations professionnelles chez les romains. Leuven, Peeters, 1895-1900,  4 vols.

 

Yonge (C.D). The orations of Marcus Tullius Cicero: Vol 3, Orations for his house, Plancius, Sextius, Cælius, Milo, Ligarius, etc. Londen, George Bell en Sons, Bohn's Classical Library, 1891

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronuitgaven en vertalingen (Middeleeuwen)

 

Cohn (S. K.). Popular Protest in Late-Medieval Europe: Italy, France and Flanders. Manchester University Press, 2004, 389 p.

 

De Limburg-Stirum (T.). Codex diplomaticus Flandriae. Brugge, Uitgeverij De Zuttere, 1879-1889, 2 vols.

 

De Pauw (N.). Cartulaire Historique et Généalogique des Artevelde, Brussel: Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 1920, 924 p.

 

De Smet (J.J.). Corpus chronicorum Flandriae. Brussel, Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 1841, 4 vols.

 

Espinas (G.) en Pirenne (H.). Recueil de documents relatifs à l'histoire de l'industrie drapière en Flandre. Brussel, Commission Royale d'Histoire, 1906–1924, I, 4 vols.

 

Feys (E.) en Nelis (A.). Les cartulaires de la prévôté de Saint-Martin à Ypres. Brugge, De Zuttere, 1880-1887, 2 vols.

 

Gilliodts-van Severen (L.). Coutumes des pays et comté de Flandre. Quartier de Bruges. Brussel, F. Gobbaerts, 1874-1875, 2 vols.

 

Lambin (J-J.). Geschiedkundige onderzoekingen op de aloude aenstellinge van den voogd en van de schepenen en raeden der stad Ypre. Ieper, J. B. Smaelen-Moerman, 1815, 59 p.

-              Merkwaerdige gebeurtenissen. Ieper, drukkerij Lambin en zoon, 1835, 206 p.

 

Pirenne (H.). Le soulèvement de la Flandre maritime de 1323-1328. Brussel, 1900,  241 p.

 

Vandenpeereboom (A.). Ypriana. Notices, études, notes et documents sur Ypres. Brugge, De Zuttere, 1878-1883, 7 vols.

 

Wyffels (C.). “Twee oude Vlaamse ambachtskeuren : de Vleeshouwers van Brugge (2 december 1302) en de Smeden van Damme (eerste helft 1303)” In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, vol. 87, 1950, pp. 93-109.

-              “Nieuwe gegevens betreffende een XIIIde-eeuwse 'democratische' stedelijke opstand: De Brugse Moerlemaye” In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, vol. 132, 1966, pp. 37-142.

 

Warnkoenig (L.A.) en Gheldof (A.E.). Histoire de la Flandre et de ses institutions civiles et politiques, jusqu'à l'année 1305. Brussel, 1835-1864, 5 vols.

 

 

 

 

Wetenschappelijke literatuur

 

Africa (T.W.). “Urban Violence in Imperial Rome”. In: The Journal of Interdisciplinary History, vol. 2 (nr. 1), 1971, pp. 3-21.

 

Aldrete (G.S.).“24: Riots” In: Erdkamp (P.) ed. The Cambridge Companion to Ancient Rome. Cambridge University Press, 2013, pp. 425-440.

 

Andreau (J.), Schnapp (A.) en Schmitt-Pantel (P.). “Paul Veyne et l’évergetisme” In: Annales, vol. 33 (nr. 2), 1978, pp. 307-325.

 

Annequin (J.). “La conjuration de Catilina”. In: Actes du Colloque 1971 sur l’esclavage, Besançon-Paris, Les Belles Lettres, 1972, pp. 193-238.

 

Annequin (J.). en Létroublon (M.). “Une approche des discours de Cicéron”. In: Actes du Colloque 1972 sur l’esclavage, Besançon-Paris, Les Belles Lettres, 1974, pp. 211-248.

 

Arena (V.). “Review: Not So Democratic after all?” In: The Classical Review, vol. 53 (nr. 1), 2003, pp. 158-1589.

-              Libertas and the Practice of Politics in the Late Roman Republic. Cambridge University Press, 2012, 324 p.

 

Arnaoutouglou (I.N.). “Roman Law and collegia in Asia Minor”. In: Revue internationale des droits de l'antiquité, vol. 49, 2002, pp. 27-44.

-              “Collegia in the Province of Egypt in the First Century AD”. In: Ancient Society, vol. 35, 2005, pp. 197-216.

 

Ausbüttel (F.M.). Untersuchungen zu den Vereinen im Westen des römischen Reiches. Kallmünz, Verlag Michael Lassleben, 1982, 130 p.

 

Balsdon (J.P.V.D.). “Fabula Clodiana” In: Historia: Zeitschrift für Alte Geschichte, vol. 15 (nr. 1), 1966, pp. 65-73.

 

Bardoel (A.A.). “The Urban Uprising at Bruges, 1280-1281” In: Revue belge de philology et d’histoire, vol. 72 (nr. 4), 1994, pp. 761-792.

 

Barbry (A.). “La famille Paeldinc, Paelding ou Anguille à Ypres, du XIIIe au XVe siècle” In: Westhoek, vol. 29 (nr. 1), 2015, pp. 133-143.

 

Barth (R.). Argumentation und Selbstverständnis der Bürgeropposition in städtischen Auseinandersetzungen des Spätmittelalters. Wenen, Böhlau Verlag, 1976, 403 p.

 

Beckwith (S.). Christ's Body: Identity, Culture and Society in Late Medieval Writings. London, Routledge, 1993, 216 p.

 

Bekker-Nielsen (T.). Urban Life and Local Politics in Roman Bithynia: The Small World of Dion Chrysostomos. Aarhus University Press, 2008, 211 p.

 

Benner (H.). Die Politik des P. Clodius Pulcher. Stuttgart, Franz Steiner Verlag, 1987, 189 p.

 

Bervoets (L.). Een wereld in verandering: de sociale structuur van de stedelijke maatschappij te Brugge in de 12de en 13de eeuw. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2014-2015, 154 p. 

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:002212803 > (10/05)

 

Black (A.). Guild and State. European Political Thought from the Twelfth Century to the Present. New Brunswick, Transaction Publisher, 2003, 289 p.

 

Blickle (P.). Unruhen in der ständischen Gesellschaft 1300-1800. München, Oldenbourg, 1988, 144 p.

 

Blockmans (W.P.). De volksvertegenwoordiging in Vlaanderen in de overgang van Middeleeuwen naar nieuwe tijden (1384-1506). Brussel, Paleis der Academiën, 1978, 671 p.

-              “Mobiliteit in stadsbesturen, 1400-1550”, in: De Boer (D.E.H.) en Marsilje (J.W.) eds. De Nederlanden in de Late Middeleeuwen. Utrecht, Het Spectrum, 1987, pp. 236-260.

 

Blockmans (W.P.) en Prevenier (W.). The Promised Lands: The Low Countries Under Burgundian Rule 1369-1530. University of Pennsylvania Press, 2010,  304 p.

 

Bollmann (B.). Römische Vereinshäuser. Mainz am Rhein, Verlag Philipp von Zabern, 1998, 488 p.

 

Boogaart (T.A.). “Reflections on the Moerlemaye: Revolt and Reform in Late Medieval Bruges” In: Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis, vol. 79 (nr. 4), 2001, pp. 1133-1157.

-              An Ethnogeography of Late Medieval Bruges. New York, Edwin Mellen Press, 2004, 509 p.

 

Boone (M.). Gent en de Bourgondische hertogen. Brussel, AWLSK, 1990, 281 p.

-              “Social conflicts in the cloth industry of Ypres (late 13th-early 14th centuries): the Cockerulle reconsidered” In: Dewilde (M.), Ervynck (A.) en Wielemans (A.) eds. Ieper en de middeleeuwse lakennijverheid in Vlaanderen. Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, 1996, pp. 147-155.

-                       “Een verstedelijkte samenleving onder spanning. Het graafschap Vlaanderen omstreeks 1302” In: Van Caenegem (R. C.) ed. 1302: Feiten en Mythen van de Guldensporenslag. Antwerpen, Mercatorfonds, 2002, pp. 27-77.

 

Boone (M.) en Brand (H.). “Vollersoproeren en collectieve actie in Gent en Leiden in de 14de-15de eeuw” In: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, vol. 19 (nr. 2), 1993, pp. 168-193.

 

Boone (M.) en Prak (M.). “Rulers, Patricians and Burghers: The Great and the Little Traditions of Urban Revolt in the Low Countries” In: Davids (K.) en Lucassen (J.) eds. A Miracle Mirrored. The Dutch Republic in European Perspective, Cambridge University Press, 1995, pp. 99-134.

 

Boussemaere (P.). “De Ieperse lakenproductie in de veertiende eeuw opnieuw berekend aan de hand van de lakenloodjes” In: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis, vol. 3, 2000, pp. 131-161.

 

Bowman (A.) en Wilson (A.). Quantifying the Roman Economy: Methods and Problems. Oxford University Press, 2013, 376 p.

 

Bradley (K.R.). “Slaves and the Conspiracy of Catiline”. In: Classical Philology, vol. 73 (nr. 4), 1978, pp. 329-336.

-              “Review: The Crowd in Rome in the Late Republic” In: Phoenix, vol. 53 (nr. 1/2), 1999, pp. 140-147.

 

Broekaert (W.). “Partners in Business: Roman Merchants and the Potential Advantages of being a Collegiatus” In: Ancient Society, vol. 41, 2011, pp. 221-256.

-              Navicularii Et Negotiantes: A Prosopographical Study of Roman Merchants and Shippers. Rahden, Leidorf, 2013, 564 p.

-              “Freedmen and Agency in Roman Business” In: Wilson (A.). en Flohr (M.) eds. Urban Craftsmen and Traders in the Roman World. Oxford University Press, 2016, pp. 222-253.

-              “Occupational associations and monopolies in the Roman economy (forthcoming)”

 

Broekaert (W.) en Zuiderhoek (A.). “18: Industries and Services” In: Erdkamp (P.) ed. The Cambridge Companion to Ancient Rome. Cambridge University Press, 2013, pp. 317-335.

 

Brunt (P.A.)., Italian manpower, 225 B.C.-A.D. 14. Oxford University Press, 1971, 750 p.

-              “The Roman Mob”. In: Finley (M.), ed. Studies in Ancient Society. Londen, Routledge, 1974, pp. 74-102.

-              Social Conflicts in the Roman Republic. Londen, Chatto & Windus, 1978, 164 p.

-              The Fall of the Roman Republic and Related Essays. Oxford, Clarendon Press, 1988, 545 p.

 

Brys (J.). Sociale gelaagdheid binnen het laatmiddeleeuwse Brugse weversambacht: Een prosopografische studie. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2008-2009, 228 p.

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:001370988 > (10/05)

 

Caldelli (M.L.). “L’attività dei decurioni a Ostia: funzioni e spazi” In: Cébeillac-Gervasoni  (M.) & Lamoine (L.),  eds. Le quotidien municipal dans l'occident romain. Presses Universitaires Blaise Pascal 2008, pp. 262-286.

 

Campbell (B.). “Who were the ‘Viri Militares’ In: The Journal of Roman Studies, vol. 75, 1975, pp. 11-31.

 

Carson (P.). Jacob Van Artevelde, Leuven, Davidsfonds, 1996, 159 p. (vertaling Brutsaert)

 

Cébeillac-Gervasoni  (M.), Caldelli (M.L.) & Zevi (F.). Epigraphie latine. Parijs, Armand Colin, 2006, 333 p.

 

Cerutti (S.M). “The Location of the Houses of Cicero and Clodius and the Porticus Catuli on the Palatine Hill in Rome” In: The American Journal of Philology, vol. 118 (nr. 3), 1997, pp. 417-426.

-              “P. Clodius and the Stairs of the Temple of Castor” In: Latomus,  vol. 57 (nr. 2), 1998, pp. 292-305.

 

Clemente (G.). “Il patronato nei collegia dell’impero romano” In: Studi classici e orientali, vol. 21, 1972, pp. 142-229.

 

Cohn (M.C.). Zum römischen Vereinsrecht. Berlijn, Weidmann, 1873, 231 p.

 

Cohn (S. K.). Popular Protest in Late-Medieval Europe: Italy, France and Flanders. Manchester University Press, 2004, 389 p.

-              Lust for Liberty. Harvard University Press, 2009, 384 p.

 

Cohn (S. K.) en Aiton (D.). Popular Protest in Late Medieval English Towns. Cambridge University Press, 2013, 375 p.

 

Constable (G.). “Was there a medieval middle class?’ Mediocres (mediani, medii) in the Middle Ages” In: Cohn (S.) en Epstein (S.) eds. Portraits of Medieval and Renaissance Living Essays in Memory of David Herlihy. Ann Arbor Press, 1996, pp. 301-323.

 

Cook (J. G.). Roman Attitudes Toward the Christians: From Claudius to Hadrian. Tübingen, Mohr Siebeck, 2011, 363 p.

 

Cordier (P.). “M. Caelius Rufus, le préteur récalcitrant” In: Mélanges de l'Ecole française de Rome. Antiquité, vol. 106, 1994, pp. 533-577.

 

Cotter (W.). “The Collegia and Roman Law” In: Kloppenborg (J.S.) & Wilson (S.G.) eds. Voluntary associations in the Graeco-Roman World. Londen, Routledge, 1996, pp. 74-89.

 

Courrier (C.). La Plèbe de Rome et sa culture. Rome, École française de Rome, 2014 (Bibliothèque des Écoles françaises d'Athènes et de Rome 353), 1031 p.

 

Cristofori (A.). “Grain Distribution in Late Republican Rome” In: Jensen (H.) ed. The Welfare State. Past, Present and Future. Pisa, Edizioni Plus, 2002, pp. 141-154.

 

Czok (K.). “Zunftkämpfe, Zunftrevolutionen oder Bürgerkämpfe” In: Wissenschaftliche Zeitschrift der Karl-Marx-Universität Leipzig, Gesellschafts- und sprachwissenschaftliche Reihe, vol. 8, 1958/9, pp. 129–143.

 

D’Arms, (J.H.). “Notes on Municipal Notables of Imperial Ostia” In: The American Journal of Philology, vol. 97 (nr. 4), 1976, pp. 387-411.

-                     Commerce and social standing in ancient Rome. Harvard University Press, 1981, 201 p.

 

Dambruyne (J.).“Sociale mobiliteit en status in het zestiende-eeuwse Gentse ambachtswezen” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, vol. 50, 1996, pp. 73-120.

-              Corporatieve middengroepen: aspiraties, relaties en transformaties in de 16de-eeuwse Gentse ambachtswereld. Gent, Academia Press, 2002, 884 p.

 

Decavele (J.). “Bestuursinstellingen van de stad Gent (einde 11de eeuw-1795)” In: Prevenier (W.) en Augustyn (B.) eds. De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Vlaanderen tot 1795. Brussel, Algemeen Rijksarchief, 1997, pp. 277-320.

 

Declerck (F.). De decuriones adlecti uitverkorenen of alledaagse decuriones? Geadlecteerde decurionen in de lokale gemeenschappen van Italië en de westelijke provincies tijdens het Principaat. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, 2002

Permalink: <  http://www.ethesis.net/decuriones/decuriones_inhoud.htm > (10/05)

 

Demey (J.). “De Vlaamse ondernemer in de middeleeuwse nijverheid” In: Van Houtte (J.A.) en Mus (O.). eds. Prisma van de Geschiedenis van Ieper. Tielt, Lannoo (Stadsbestuur Ieper), 1974, pp. 143-156.

-              “De mislukte aanpassingen van de nieuwe draperie, de saainijverheid en de lichte draperie te Ieper” In: Van Houtte (J.A.) en Mus (O.). eds. Prisma van de Geschiedenis van Ieper. Tielt, Lannoo (Stadsbestuur Ieper), 1974, pp. 171-187.

 

Demuynck (R.). “De Gentse Oorlog (1379-1385): oorzaken en karakter” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, vol. 5, 1951, pp. 305-318.

 

Devijver (H.). “Eques Romanus, a militiis” In: Sacris Erudiri, vol. 31, 1989, pp. 125-130.

 

De Ligt (L.). “Governmental Attitudes towards Markets and Collegia”. In: Cascio (L.), ed. Mercati permanenti e mercati periodici nel mondo romano. Bari, Edipuglia, 2000, pp. 237-252.

-              “D. 47, 22, 1 pr.-1 and the Formation of Semi-Public Collegia”. In: Latomus, vol. 60, 2001, pp. 345-358.

 

De Robertis (F.M.). Storia delle corporazioni e del regime associativo nel mondo romano. Bari, Adriatica, 1973, 2 vols.

 

De Sagher (E.). Notice sur les archives communales d'Ypres et documents pour servir à l'histoire de Flandre du XIIIe au XVIe siècles. Ieper, 1898, 415 p.

 

De Smet (A.). “De klacht van de Ghemeente van Damme in 1280” In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, vol. 115, 1950, pp. 1-15.

 

De Stoop (P.). Particularités sur les corporations et métiers de Bruges. Brugge, Vande Casteele-Werbrouck, 1843, 36 p.

 

Diegerick (A.) en De Kerchove (O.). Une page de l'histoire d'Ypres (1379-1384). Ieper, drukkerij Simon Lafonteyne, 1868, 164 p.

 

Dijkman (J.). Shaping Medieval Markets. Leiden, Brill, 2011, 447 p.

 

Dissen (M.). Römische Kollegien und deutsche Geschichtswissenschaft im 19. Un 2. Jahrhundert. Stuttgart, Franz Steiner, 2009, 337 p.

 

Doudelez (G.). “La révolution communale de 1280 à Ypres” In: Van Houtte (J.A.) en Mus (O.). eds. Prisma van de Geschiedenis van Ieper. Tielt, Lannoo (Stadsbestuur Ieper), 1974,, pp. 188-294.

 

Drexler (H.). Die Catilinarische Verschwörung. Darmstadt, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 1976, 380 p.

 

Dumolyn (J.). De Brugse opstand van 1436-1438. Heule, Uga, 1997 (Standen en Landen 101), 381 p.

-              “Guild Politics and Political Guilds in Fourteenth-Century Flanders” In: Dumolyn (J.) en Haemers (J.) et al., eds. The Voices of the People in Late Medieval Europe. Turnhout, Brepols, 2014, pp. 15-48.

 

Dumolyn (J.) en Haemers (J.). “Patterns of urban rebellion in medieval Flanders” In: Journal of medieval history, vol. 31 (nr. 4), 2005, pp. 369-393.

 

Dumolyn (J.) en Stabel (P.). “Gent en het Gentse in 1302” In: Trio (P.), Heirbaut (D.) en van den Auweele (D.) eds. Omtrent 1302. Universitaire Pers Leuven, 2002, pp. 37-63.

 

Dzino (D.). “Annus mirabilis: 70 bc re-examined” In: Ancient History, vol. 32 (nr. 2), 2002, pp. 99-117.

 

Ehmer (J.) en Lis (C.). The Idea of Work in Europe from Antiquity to Modern Times. Farnham, Ashgate, 2009, 368 p.

 

Epstein (S.A.). Wage labor & guilds in Medieval Europe. University of North Carolina Press, 1991, 307 p.

 

Erdkamp (P.). The Grain Market in the Roman Empire: A Social, Political and Economic Study. Cambridge University Press, 2005, 372 p.

 

Espinas (G.) en Pirenne (H.). Recueil de documents relatifs à l'histoire de l'industrie drapière en Flandre. Brussel, Commission Royale d'Histoire, 1906–1924, I, 4 vols.

 

Favory (F.). “Classes dangereuses et crise de l’état dans le discours cicéeronien”. In: Texte, politique, idéologie: Cicéron. Paris, Les Belles Lettres, 1976, pp. 109-233.

 

Fecheyr (S.). “Het stadspatriciaat te Ieper in de 13de eeuw” In: Van Houtte (J.A.) en Mus (O.). eds. Prisma van de Geschiedenis van Ieper. Tielt, Lannoo (Stadsbestuur Ieper), 1974, pp. 295-303.

 

Fellmeth (U.). “Politisches Bewußtsein in den Vereinen der städtischen Massen in Rom und Italien zur Zeit der Republik und der frühen Kaiserzeit”. In: Eirene, vol. 27, 1990), pp. 49-71.

 

Feys (E.) en Nelis (A.). Les cartulaires de la prévôté de Saint-Martin à Ypres. Brugge, De Zuttere, 1884, 2 vols.

 

Finley (M.I.). Ancient Economy. University of California Press, 1973, 222 p.

-              Politics in the Ancient World, Cambridge University Press, 1983, 152 p.

 

Flambard (J.M.). “Clodius, les collèges, la plèbe et les esclaves”. In: Mélanges de l'Ecole française de Rome. Antiquité, vol. 89 (nr. 1), 1977, pp. 115-156.

-                                          “Collegia Compitalia”. In: Ktema, vol. 6, 1987, pp. 143-166.

 

Foucault (M.). The Birth of Biopolitics: Lectures at the Collège de France, 1978-1979. New York, Springer, 2008, 346 p. 

 

Franklin (J.L.). “Pantomimists at Pompeii: Actius Anicetus and His Troupe” In: The American Journal of Philology, vol. 108 (nr. 1), 1987, pp. 95-107.

-              Pompeis Difficile Est. University of Michigan Press, 2001, 225 p.

 

Fuhrmann (C.J.). Policing the Roman Empire. Oxford University Press,  2012, 368 p.

 

Garnsey (P.). “Review: Commerce and social standing in ancient Rome”  In: Classical Philology, vol. 79 (nr. 1), 1984, pp. 85-88.

 

Garnsey (P.) en Saller (R.P.). The Roman Empire: Economy, Society, and Culture. The University of California Press, 1987, 231 p.

 

Gibbs (M.). “Trade associations in Roman Egypt: their raison d’être” In: Ancient Society, vol. 41, pp. 291-315.

 

Giovannini (A.). “Catilina et le problème des dettes”. In: Yaʻvets (Z.), Malkin (I.) & Rubinsohn (Z.W.), eds. Leaders and Masses in the Roman World: Studies in Honor of Zvi Yavetz. Leiden, Brill, 1995, pp. 15-33.

 

Greatrex (G.). “The Nika Riot: A Reappraisal” In: The Journal of Hellenic Studies, vol. 117, 1997, pp. 60-86.

 

Griffin (M.). “The Tribune C. Cornelius” In: The Journal of Roman Studies, vol. 63, 1973, pp. 196-213.

 

Gruen (E.S.). The Last Generation of the Roman Republic. University of California Press, 1974, 596 p.

 

Grünewald (T.). Bandits in the Roman Empire: Myth and Reality. Londen, Routledge, 1999, 240 p.

 

Haemers (J.). De Gentse opstand (1449-1453): de strijd tussen rivaliserende netwerken om het stedelijk kapitaal. Heule, Uga, 2004, 503 p. (Standen en Landen 105)

-              “De dominante staat. De Gentse opstand (1449-1453) in de negentiende en twintigste-eeuwse historiografie” In: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden, vol. 119, 2004, pp. 39-61.

-              De strijd om het regentschap over Filips de Schone. Gent, Academia Press, 2014, 360 p.

 

Hahn (I.). “Der Klassenkampf der plebs urbana in den letzten Jahrzehnten der römischen Republik”. In: Hermann (J.) & Sellnow (I.), eds. Die Rolle der Volksmassen in der Geschichte der vorkapitalistischen Gesellschaftsformationen. Berlin, Akademie Verlag, 1975, pp. 121-147.

 

Harland (P.A.). Associations, Synagogues and Congregations. Minneapolis, Fortress Press, 2003, 399 p.

 

Harris (R.). Lustrum. Amsterdam, Cargo, 2010, 397 p. (vertaling J. Zwart)

 

Harrison (I.). “Catiline, Clodius and popular politics at Rome during the 60s and 50s BCE” In: Bulletin of the Institute of Classical Studies, vol. 51 (nr. 1), 2008, pp. 95-118.

 

Harvey (P.). “Shackleton Baily. Two studies in Roman Nomenclature” In: The American Journal of Philology, vol. 101 (nr. 1), 1980, pp. 114-120.

 

Hayne (L.). “Isis and Republican Politics” In: Acta Classica, vol. 35, 1992, pp. 143-149.

 

Heaton (J.W.). Mob violence in the late roman republic. Urbana, The University of Illinois Press, 1939, 107 p.

 

Hebbrecht (T.). Titus Annius Milo en het democratische gedachtegoed van Rome in de Late Republiek: een onderzoek. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2007-2008, 138 p.

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:001414998 > (10/05)

 

Heirbaut (D.). “Jan van Renesse en de andere Vlaamse aanvoerders in de Guldensporenslag” In: Trio (P.), Heirbaut (D.) en van den Auweele (D.) eds. Omtrent 1302. Universitaire Pers Leuven, 2002, pp. 111-136.

 

Hermansen (G.). Ostia: Aspects of Roman City Life. University of Alberta, 1981, 261 p.

 

Holleran (C.). Shopping in Ancient Rome: The Retail Trade in the Late Republic and the Principate. Oxford University Press, 2012, 304 p.

 

Holsters (A.). “Moord en politiek tijdens de Gentse opstand 1379-1385” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis, vol. 37, 1983, pp. 89-111.

 

Hopkins (K.). “Taxes and Trade in the Roman Empire (200 B.C.-A.D. 400)” In: The Journal of Roman Studies, vol. 70, 1980, pp. 101-125.

 

Hooghe (F.). “De Cokerulle (1280-1285): een conflict tussen Ieper en zijn hinterland over de lakennijverheid” In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, vol. 143 (nr. 3-4.), 2006, pp. 393-448.

 

Hugenholtz (F.). Drie Boerenopstanden uit de Veertiende Eeuw. ’s Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1978, 275 p.

 

Hunink (V.). “Vrouwen rondom Catilina” In: Lampas, vol. 32, 1999, pp. 162-173.

 

Husband (R.W.). "Legislation against Political Clubs during the Republic”. In: The Classical Weekly, vol. 10 (nr. 2), 1916, pp. 11-14.

 

Jehne (M.). “Geheime Abstimmung und Bindungswesen in der Römischen Republik” In: Historische Zeitschrift, vol. 257 (nr. 3), 1993, pp. 593-613.

-              “Who Attended Roman Assemblies? Some Remarks on Political Participation in the

Roman Republic” In: Simón (F.M.), Polo (F.P.) & Rodrígues (J.R.), eds. Repúblicas y ciudadanos: modelos de participación cívica en el mundo antiguo. Edicions Universitat Barcelona, 2006, pp. 221-234.

 

Jongman (W.M.). “Wool and the textile industry of roman italy: a working hypothesis” In: Cascio (L.), ed. Mercati permanenti e mercati periodici nel mondo romano. Bari, Edipuglia, 2000, pp. 187-198.

 

Kantorowicz (E.). The king’s two bodies: A study in medieval political theology. Princeton University Press, 1957, 568 p.

 

Kleijwegt (M.). “Iuvenes and Roman Imperial Society” In: Acta Classica, 37, 1994, pp. 79-102.

 

Konrad (C.F.). “From the Gracchi to the first Civil War (133-70)”. In: Rosenstein (N.) & Morstein-Marx (R.) eds.  A Companion to the Roman Republic, Wiley-Blackwell, 2010, pp. 167-189.

 

Kreuz (G.E.). “Gab es in der Antike Terrorismus?” In: Styka (J.) ed. Violence and Agression in the Ancient World. Krakau, Księgarnia Akademicka, 2006, pp. 117-126.

 

Lambert (V.) en Dumolyn (J.). “Brugge tussen 1280 en 1302” In: Trio (P.), Heirbaut (D.) en van den Auweele (D.) eds. Omtrent 1302. Universitaire Pers Leuven, 2002, pp. 65-79.

 

Lenoir (M.). De politieke verhoudingen in Brugge tussen 1328 en 1361. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2012-2013, 160 p.

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:002060171 > (10/05)

 

Lewis (C. T.) en Short (C.). A new Latin Dictionary. New York/Oxford 1891

Via < http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ > (10/05)

Liebeschuetz (J. H. W. G.). Antioch: City and imperial administration in the later roman empire. Oxford, Clarendon Press, 1972, 314 p.

 

Linderski (J.). “Der Senat und die Vereine”. In: Linderski (J.), ed. Roman Questions, Stuttgart, Franz Steiner Verlag, 1995, pp. 165-203.

-              “Ciceros Rede pro Caelio und die Ambitus- und Vereingesetzgebung der ausgehenden Republik”. In: Linderski (J.), ed. Roman Questions, Stuttgart, Franz Steiner Verlag, 1995, pp. 204-216.

-              ““Suetons Bericht über die Vereinsgesetzgebung”. In: Linderski (J.), ed. Roman Questions, Stuttgart, Franz Steiner Verlag, 1995, pp. 217-223.

 

Lintott (A.). Violence in Republican Rome. Oxford, Clarendon Press, 1968, 234 p.

-              “Publius Clodius Pulcher: Felix Catilina?”. In: Greece and Rome, vol. 41 (nr. 2), 1967, pp. 157-169.

-              “Cicero and Milo”. In: Journal of Roman Studies, vol. 64, 1974, pp. 62-78.

-              “15: Crime and punishment” In: Johnston (D.), ed. The Cambridge Companion to Roman Law, Cambridge University Press, 2015, pp. 301-331.

 

Lis (C.), Lucassen (J.) en Soly (H.). Before the Unions: Wage Earners and Collective Action in Europe, 1300 - 1850, Cambridge University Press, 1994, 194 p.

 

Liu (J.). “Local Governments and Collegia: A New Appraisal of the Evidence”. In: Aubert (J.J.) & Várhelyi (Z.), eds.  A Tall Order. Leipzig, München Saur, 2005, pp. 279-310.

-              “Pompeii and collegia: a new appraisal of the evidence” In: Ancient History Bulletin, vol. 22, 2008, pp. 53-69.

-              Collegia Centonariorum: The Guilds of Textile Dealers in the Roman West. Leiden, Brill, 2009, 426 p.

-              “Trade, Traders and Guilds (?) in Textiles” In: Gelba (M.) en Pásztókai-Szeöke (J.) eds. Making Textiles in Pre-Roman and Roman Times, Oxford, Oxbow Books, 2013, pp. 126-141.

-              “Professional associations” In: Erdkamp (P.) ed. The Cambridge Companion to Ancient Rome. Cambridge University Press, 2013, pp. 352-368.

 

LLoris (F.B.). “The ‘Epigraphic Habit’ in the Roman World” In: Bruun (C.) & Edmondson (J.), eds. The Oxford Handbook of Roman Epigraphy, Oxford UP, 2014, pp. 131-145.

 

Logghe (L.). Het Volkstribunaat als Agent. De politieke bewegingsruimte van de tribuni plebis

in de Late Romeinse Republiek, aan de hand van het Principal-Agent model. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2010-2011, 251 p.

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:001786465 > (10/05)

 

Łopozsko (T.). “Sextus Clodius Damio?” In: Historia: Zeitschrift fur Alte Geschichte, vol. 38 (nr.4), 1989, pp. 498-503.

 

Lott (B.). The Neighborhoods of Augustan Rome. Cambridge University Press, 2004, 262 p.

 

Louis (P.). Ancient Rome at Work: An Economic History of Rome from the Origins to the Empire. New York, Alfred A. Knopf, 1927, 401 p.

 

Lutz (B.J.) & Lutz (J.M.). “Political Violence in the Republic of Rome: Nothing new under the sun”. In: Government and Opposition, vol. 41 (nr. 4), 2006, pp. 491-511.

 

Mackay (C.S.). “Review: Plebs and Politics in the Late Roman Republic” In: Phoenix, vol. 56 (nr. 3/4), 2002, pp. 399-401.

-              Ancient Rome: A military and political history. Cambridge University Press, 2004, 395 p.

 

MacMahon (A.) en Price (J.). Roman Working Lives and Urban Living. Oxford, Oxbow Books, 2005, 224 p.

 

MacMullen (R.). Enemies of the Roman Order. Harvard University Press, 1966, 370 p.

 

Maréchal (G.). De sociale en politieke gebondenheid van het Brugse hospitaalwezen in de Middeleeuwen. Heule, UGA, 1978, 372 p.

 

Maschke (E.). “Verfassung und soziale Kräfte in der deutschen Stadt des späten Mittelalters, vornehmlich in Oberdeutschland” In: Vierteljahrschrift für Sozial- und Wirtschaftsgeschichte, vol. 46, 1959, pp. 289-349. en pp. 433-476.

 

Mayer (E.). The Ancient Middle Classes. Harvard University Press, 2002, 295 p.

 

Meiggs (R.). Roman Ostia. Oxford: Clarendon Press, 1973, 622 p.

 

Meijer (F.J.). De Verliezers: Catilina en Clodius. Leiden, Martinus Nijhoff, 1984, 190 p.

 

Ménard (H.). Maintenir l’ordre à Rome. Seyssel, Champ Vallon, 2004, 286 p.

 

Mertens (J.). “De XIVde eeuws voornaamste Brugse schepenfamilies” In: Ons Heem, vol. 9, 1951, pp. 259-264.

-              “De verdeling van de Brugse schepenzetels op sociaal gebied (XIVde eeuw)” In: Wetenschappelijke Tijdingen, vol. 21 (nr. 10), 1961, pp. 451-466.

-              “Twee weversopstanden te Brugge (1387-1391)” In: Annales de la Société d’Emulation de Bruges, vol. 110, 1973, pp. 5-20.

-              “Woelingen te Brugge tussen 1359 en 1361” In: Hansotte (G.). en Coppejans (H.) eds. Album Carlos Wyffels, Brussel, 1987, pp. 325-330.

-              "Bestuursinstellingen van de stad Brugge (1127-1795)" In: Prevenier (W.) en Augustyn (B.) eds. De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Vlaanderen tot 1795. Brussel, Algemeen Rijksarchief, 1997, pp. 323-332.

 

Metaxaki-Mitrou (F.). “Violence in the Contio during the Ciceronian Age”. In: L'antiquité classique, vol. 54, 1985, pp. 180-187.

 

Millar (F.). The Crowd in Rome in the Late Republic. University of Michigan Press, 2002, 236 p.

 

Moeller (W.O.). “The Riot of A.D. 59 at Pompeii” In: Historia: Zeitschrift für Alte Geschichte, vol. 19 (nr. 1), 1970, pp. 84-95.

 

Monteix (N.). “La localisation des métiers dans l’espace urbain: quelques exemples pompéiens” In: Chardron-Picault (P.) ed. Aspects de l’artisanat en milieu urbain: Gaule et Occident romain. Dijon, Revue Archéologique de l’Est, 2010, pp. 147-160.

-              “Histoire politique des élites et histoire économique. L’exemple des Caii Iulii et des Marci Lucretii à Pompéi” In: Apicella (C.), Haack (M-L.) en Lerouxel (F.) eds. Les affaires de Monsieur Andreau: économie et société du monde romain. Bordeaux, Ausonius Editions, 2014, pp. 259-271.

 

Morris (I.). “The power of Topoi” In: Topoi, vol. 3 (nr. 1), 1993, pp. 271-283.

 

Morstein-Marx (R.). Mass Oratory and Political Power. Cambridge University Press, 2004, 313 p.

 

Morley (N.). “Social Structure and Demography”. In: Rosenstein (N.) & Morstein-Marx (R.) eds.  A Companion to the Roman Republic, Wiley-Blackwell, 2010, pp. 299-323.

 

Mouritsen (H.). Elections, magistrates and municipal elite: Studies in Pompeian Epigraphy. Rome, "L'Erma" di Bretschneider, 1988, 263 p.

-              “Electoral Campaigning in Pompeii: a reconsideration” In: Athenaeum, vol. 87, 1999, pp. 515-523.

-              Plebs and Politics in the Late Roman Republic. Cambridge University Press, 2001, 164 p.

-              “Mobility and social change in Italian towns during the principate” In: Parkins (H.) ed. Roman Urbanism: Beyond The Consumer City. Londen, Routledge, 2005 (1ste editie 1997), pp. 59-82.

-              The Freedman in the Roman World, Cambridge University Press, 2011, 344 p.

-              “Mayer, The Ancient Middle Classes” In: Bryn Mawr Classical Review 2012.09.40

                via < http://bmcr.brynmawr.edu/2012/2012-09-40.html > (10/05)

                 -                “Local Elites in Italy and the Western Provinces” In: Bruun (C.) & Edmondson (J.), eds. The Oxford Handbook of Roman Epigraphy, Oxford UP, 2014, pp. 227-249.

 

Munro (J.). “The origins of the English ‘new draperies’: the ressurection of an old Flemish industry 1270-1570” In: Harte (N.) ed. The New draperies in the Low Countries and England 1300-1800, Oxford University Press, 1997, pp. 35-127.

 

Mus (O.). “Het aandeel van de Ieperlingen in de Engelse wolexport, 1280-1330” In: Van Houtte (J.A.) en Mus (O.). eds. Prisma van de Geschiedenis van Ieper. Tielt, Lannoo (Stadsbestuur Ieper), 1974, pp. 332-355.

 

Naerebout (F.G.) & Singor (H.W.). De Oudheid. Amsterdam, Ambo, 2012 (16de druk), 531 p.

 

 

 

Nicholas (D.). “Economic Reorientation and Social Change in Fourteenth-Century Flanders” In: Past and Present, vol. 70., 1976, pp. 3-29.

-              The Metamorphosis of a Medieval City: Ghent in the Age of the Arteveldes, 1302-1390. Leiden, Brill, 1987, 369 p.

-              The Van Arteveldes of Ghent. Cornell University Press, 1988, 212 p.

-              Medieval Flanders. Londen, Routledge, 2014, 480 p.

 

Nicols (J.). “Wallace-Hadrill (Ed.): Patronage in Ancient Society”. In: Gnomon, vol. 64 (nr. 2), 1992, pp. 129-135.

 

Nilson (K.A.), Persson (C.B.) en Zahle (J.). “The foundation and the core of the podium and of the tribunal” In: Nilson (K.A.) et al., eds. The Temple of Castor and Pollux III: The Augustan Temple, Rome, "L'Erma" di Bretschneider, 2008,  pp. 21-73.

 

Nippel (W.). Aufruhr und "Polizei" in der römischen Republik. Stuttgart, Klett-Cotta, 1988, 334 p.

-              Public Order in Ancient Rome, Cambridge University Press, 1995, 163 p.

-              “Die plebs urbana und die politische Gewalt in der späten Republik im Spiegel der jüngeren französischen und deutschen Forschung”. In: Die späte römische Republik. La fin de la République romaine. Un débat franco-allemand d’histoire et d’historiographie. Rome : École Française de Rome, 1997, pp. 237-252.

 

North (J.A.). “Democratic Politics in Republican Rome” In: Past and Present, vol. 126 (nr. 1), 1990, pp. 3-21.

-              “The Constitution of the Roman Republic” In: Rosenstein (N.) & Morstein-Marx (R.) eds.  A Companion to the Roman Republic, Wiley-Blackwell, 2010, pp. 256-277.

 

Nouwen (R.). Keizer Augustus en de Lage Landen. Leuven, Davidsfonds, 2009, 245 p.

 

Nowak (K.J.). Der Einsatz privater Garden in der späten römischen Republik. Doctoraatsverhandeling, München, 1973, 182 p.

 

Ober (J.). Mass and Elite in Democratic Athens : Rhetoric, Ideology, and the Power of the People. Princeton University Press, 1989, 390 p.

 

Ogilvie (S.). Institutions and European Trade: Merchant Guilds, 1000–1800. Cambridge University Press, 2011, 500 p.

-              “The Economics of Guilds” In: Journal of Economic Perspectives, vol. 28 (nr. 4), 2014, pp. 169-192.

 

Patterson (J.R.). “The collegia and the transformation of the towns of Italy in the second century AD” In: L’Italie d’Auguste à Dioclétien. Actes du colloque international de Rome. Rome: Ecole Française de Rome, 1994, pp. 227-238.

-              Landscapes and cities, Oxford University Press, 2006, 348 p.

 

 

Perry (J.S). The Roman Collegia. Leiden, Brill, 2006, 247 p.

-              “Organized Societies: Collegia”. In: Peachin (M.), ed. The Oxford Handbook of Social Relations in the Roman World. Oxford University Press, 2011, pp. 499-515.

 

Prak (M.). “Corporate politics in the Low Countries” In: Prak (M.) et al., eds. Craft Guilds in the Early Modern Low Countries. Farnham, Ashgate, 2006, 269 p.

 

Prevenier (W.). “Leliaards en Klauwaards voor en na 1302. Loyauteit, collaboratie en opportunisme” In: Trio (P.), Heirbaut (D.) en van den Auweele (D.) eds. Omtrent 1302. Universitaire Pers Leuven, 2002, pp. 137-159.

 

Price (S.R.F.).  Rituals and Power: The Roman Imperial Cult in Asia Minor. Cambridge University Press, 1984, 289 p.

 

Purcell (N.). “The Apparitores: A Study in Social Mobility” In: Papers of the British School at Rome, vol. 51, 1983, pp. 125-173.

 

Rawson (E.). “The Eastern Clientelae of. Clodius and the Claudii” In: Historia, vol. 22 (nr. 2), 1973, pp. 219-239.

-              “More on the "Clientelae" of the Patrician Claudii” In: Historia, vol. 26 (nr. 3), 1977, pp. 340-357.

 

Reinhard (W.). “State, History of” In:  Smelser (N.J.) en Baltes (P.B) eds. International Encyclopedia of the Social and Behavioral Sciences. Pergamon, 2001, pp. 14972-14973.

 

Rich (J.W.). “Tatum: The Patrician Tribune: Publius Clodius Pulcher”. In: Bryn Mawr Classical Review 2000.03.18, via http://bmcr.brynmawr.edu/2000/2000-03-18.html (geraadpleegd op 23/04/2016)

 

Richardson (P.). “Early synagogues as Collegia in the Diaspora and Palestine” In: Kloppenborg (J.S.) & Wilson (S.G.) eds. Voluntary associations in the Graeco-Roman World. Londen, Routledge, 1996, pp. 90-109.

 

Rickman (G.). The corn supply of ancient Rome. Oxford, Clarendon Press, 1980, 290 p.

 

Riggsby (A.M.). Crime and Community in Ciceronian Rome. Austin, University of Texas Press, 1999, 249 p.

-              “Review: Mass oratory and political power” In: Bryn Mawr Classical Review 2005.03.10

                via < http://bmcr.brynmawr.edu/2005/2005-03-10.html > (10/05)

 

Robinson (O.F.). Ancient Rome: City planning and administration. Londen, Routledge, 1992, 272 p.

 

 

 

Rogghé (P.). “Het Gentsche stadsbestuur van 1302 tot 1345. Eén en ander betreffende het Gentsche stadspatriarchaat” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, vol. 1, 1944, pp. 135-163.

-              “De Samenstelling der Gentse Schepenbanken in de 2e helft der 14e eeuw” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, 4, 1950, pp. 22-31.

-              Vlaanderen en het zevenjarig beleid van Jacob Van Artevelde. Eeklo, H. Steyaert, 1955, 117 p.

 

Rohde (D.). Zwischen Individuum und Stadtgemeinde: die Integration von Collegia in Hafenstädten. Mainz, Verlag Antike, 2012, 477 p.

 

Rosser (G.). “Crafts, Guilds and the Negotiation of Work in the Medieval Town” In: Past and Present, vol. 154, 1997, pp. 3-31.

-              The Art of Solidarity in the Middle Ages: Guilds in England 1250-1550. Oxford University Press, 2015, 264 p.

 

Royden (H.L.). The Magistrates of the Roman Professional Collegia in Italy. Pisa: Giardini, 1988, 281 p.

 

Ruffing (K.). “Driving Forces for Specialization” In: Wilson (A.). en Flohr (M.) eds. Urban Craftsmen and Traders in the Roman World. Oxford University Press, 2016, pp. 115-131.

 

Rüpke (J.). “Religion in the lex Ursonensis” In: Ando (C.) en Rüpke (J.) eds. Religion and Law in Classical and Christian Rome. Stuttgart, Franz Steiner Verlag, 2006, pp. 34-46.

 

Sabbe (J.). Vlaanderen in opstand 1323-1328. Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele (Genootschap voor Geschiedenis), 2005, 132 p.

 

Sage (M.M.). The Republican Roman Army. Londen, Routledge, 2008, 320 p.

 

Saelens (W.). “Tquadie van Ghent”: Een sociaal-politieke studie van de Gentse wevers in een eeuw tussen oud en nieuw (1302-1385). Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2014-2015, 217 p.

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:002212827 > (10/05)

 

Sandys (J. E.). Latin Epigraphy: An Introduction to the Study of Latin Inscriptions. CUP Archive, 1919, 324 p.

 

Sawyer (S. W.). “Foucault and the state” In: The Tocqueville Review, vol. 36 (nr. 1), 2015, pp. 135-164.

 

Scheidel (W.). “Progress and problems in Roman demography” In: Scheidel (W.) ed. Debating Roman Demography. Leiden, Brill, 2001, pp. 1-82.

-              “Studying the State” In: Bang (P.F.) en Scheidel (W.) eds. The Oxford Handbook of the State in the Ancient Near East and Mediterranean, Oxford University Press USA, 2013, pp. 5-57.

 

Scheidel (W.), Morris (I.) en Saller (R.P.) eds. The Cambridge Economic History of the Greco-Roman World. Cambridge University Press, 2007, 942 p.

Schulz-Falkenthal (H.). “Die Magistratswahlen in Pompeji und die Kollegien” In: Altertum, vol. 17, 1971, pp. 24-32.

“Zur politischen Aktivität der römischen Handwerkerkollegien”. In: Wissenschaftliche Zeitschrift Halle, vol. 21 (1972), pp. 79-99.

 

Seager (R.). “The First Catilinarian Conspiracy” In: Historia, vol. 13 (nr. 3), 1964, pp. 338-347.

-              “Iusta Catilinae” In: Historia, vol. 22 (nr. 2), 1973, pp. 240-248.

-              Pompey the Great, Hoboken, John Wiley and Sons, 2008, 288 p.

 

Shotter (D.C.A). “Elections under Tiberius” In: The Classical Quarterly, vol. 16 (nr. 2), 1966, pp. 321-332.

 

Sinningen (W. G.). “The Roman Secret Service” In: The Classical Journal, vol. 57 (nr. 2), 1961, pp. 65-72.

 

Sirks (A.J.B.). “Munera publica and exemptions (vacation, excusatio and immunitas)” In: Pelaez (M.J.) ed. Studies in Roman Law and Legal History in Honour of Ramon D’Abadal I de Vinyals on the Occasion of the Centenary. Barcelona, 1989, pp. 79-111.

 

Skinner (Q.). Liberty before Liberalism. Cambridge University Press, 1998, 152 p.

 

Smolders (S.). De opstand in Vlaanderen van 1323 tot 1328 vanuit Iepers perspectief. Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Leuven, Academiejaar 2000-2001

Permalink: < http://www.ethesis.net/opstand_vl/opstand_vl_inhoud.htm > (10/05)

 

Soly (H.) en Lis (C.). Werken volgens de regels : ambachten in Brabant en Vlaanderen 1500-1800. Brussel, VUB Press, 1994, 327 p.

 

Stabel (P.). “Militaire organisatie, bewapening en wapenbezit in het laatmiddeleeuwse Brugge” In: Revue belge de philologie et d'histoire, vol. 89 (nr. 3), 2011, pp. 1049-1073.

 

Stabryla (S.). “P. Clodius Pulcer: A politician or a terrorist?” In: Styka (J.) ed. Violence and Agression in the Ancient World. Krakau, Księgarnia Akademicka, 2006, pp. 203-215.

 

Stockton (D.). Cicero: A Political Biography. Oxford University Press, 1971, 359 p.

 

Stöger (J.). Rethinking Ostia: A Spatial Enquiry into the Urban Society of Rome’s Imperial Port-Town. Doctoraatsverhandeling, Universiteit Leiden, 2011, 315 p.

Permalink: < https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/18192 > (10/05)

 

Stone (L.). The Causes of the English Revolution, 1529-1642. Hove, Psychology Press, 2001, 185 p.

 

Syme (R.). Sallust. University of California Press, 2002 (1ste editie 1964), 433 p.

 

Takacs (S.A.). Isis and Sarapis in the Roman World. Leiden, Brill, 1995, 235 p.

 

Tatum (W.J.). The PatricianTribune: Publius Clodius Pulcher. University of North Carolina Press, 1999, 365 p.

 

Taylor (J.E.). Jewish Women Philosophers of First-Century Alexandria: Philo's 'Therapeutae' Reconsidered. Oxford University Press, 2003, 434 p.

 

Taylor (L.R.). Party Politics in the Age of Caesar. University of California Press, 1971, 255 p.

 

Terpstra (T.T.). Trading Communities in the Roman World. Leiden, Brill, 2013, 248 p.

 

Thrupp (S.). “The Gilds” In: Postan (M.M.) et al., eds. Economic Organization and Policies in the Middle Ages. Cambridge University Press, 1963, pp. 230-280.

 

Tilly (C.). Coercion, Capital, and European States, AD 990-1990. Oxford, Blackwell Publishers, 1990, 288 p.

-              Europese Revoluties 1492-1992. Amsterdam, Agon 1993, 303 p. (vertaling Pieter de Smit)

-              The Politics of Collective Violence. Cambridge University Press, 2003, 276 p.

 

Tran (N.). Les membres des associations romaines. Rome: Ecole française de Rome, 2006, 577 p.

 

Treggiari (S.). Roman Freedmen during the Late Republic. Oxford, Clarendon Press, 1969, 293 p.

 

Trio (P.). “Achtergronden bij het ontstaan de tuindagprocessie: bronnen en situering” In: Vinckier (R.), ed. Ieper Tuindag: Zesde Eeuwfeest, Ieper, Stedelijke Culturele Raad, 1983, pp. 107-128.

-              “Bestuursinstellingen van de stad Ieper (einde 11de eeuw-1795)” In: Prevenier (W.) en Augustyn (B.) eds. De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Vlaanderen tot 1795. Brussel, Algemeen Rijksarchief, 1997, pp. 333-360.

-              P. Trio, “Vlaanderen de Leeuw. Het relaas van de slag bij Kortrijk opnieuw aan de bronnen getoetst” In: Trio (P.), Heirbaut (D.) en van den Auweele (D.) eds. Omtrent 1302. Universitaire Pers Leuven, 2002, pp. 81-110.

-              “What Factors Contributed to the Establishment of Mendicant Orders in the Thirteenth-Century Ypres” In: Robson (M.) en Röhrkasten (J.) eds. Franciscan Organisation in the Mendicant Context. LIT Verlag Münster, 2010, pp. 103-118.

 

Vandenberghe (M.). De oorzaken van de Joodse Opstand (66 tot 70 n. Chr.) : een socio-antropologische studie, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, Academiejaar 2010-2011, 396 p.

Permalink: < http://lib.ugent.be/catalog/rug01:001786463 > (10/05)

 

Vandenpeereboom (A.). Ypriana. Notices, études, notes et documents sur Ypres. Brugge, De Zuttere, 1878-1883, 7 vols.

 

Vanderbroeck (P. J. J.). Popular Leadership and Collective Behavior in the Late Roman Republic, Amsterdam, J.C. Gieben, 1987, 281 p.

Vandenbroeke (C.). “Prijzen en lonen als sociaal-economische verklaringsvariabelen” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, vol. 36, 1982, pp. 103-137.

 

Vandermaesen (M.). et al. De witte kaproenen : de Gentse opstand (1379-1385) en de geschiedenis van de Brugse Leie. Gent, Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 1979, 110 p.

 

Vandevoorde (L.). “Augustales and Decuriones: Sixteen Inscriptions from Narbonese Gaul” In: Latomus, vol. 71 (nr. 2), 2012, pp. 404-423.

 

Vanherpe (I.). de Kronieken van de Westhoek, 5 vols.

 

Van Bellingen (S.) en Dewilde (M.). “De verdwenen Sint-Michielswijk te Ieper: Interimverslag 1994” In: Archeologie in Vlaanderen IV, 1994, pp. 149-167.

 

Van Bruaene (A-L.). De Gentse Memorieboeken als spiegel van stedelijk historisch bewustzijn (14de tot 16de eeuw). Gent, Verhandelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, 1998, 390 p.

 

Van Daele (B.). Wakend over Rome, Leuven, Davidsfonds, 2009, 272 p.

-                     Rome brandt. Zwolle, Spa uitgevers B.V., 2013, 200 p.

 

Van der Hallen (E.). “Het Gentse meerseniersambacht (1305-1340)” In: Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, vol. 31, 1977, pp. 77-149.

 

Van Houtte (J.A.). “Makelaars en waarden te Brugge van de 13e tot de 16e eeuw” In: Bijdragen voor de Geschiedenis der Nederlanden, vol. 5, 1950, pp. 1-30. en pp. 177-197.

-              De geschiedenis van Brugge, Tielt, Lannoo, 1982, 606 p.

 

Van Huele (K.). Het beleid van de grafelijke gerechtsdienaren tijdens de Gentse opstand in Brugge en het Brugse Vrije (1379-1385). Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, Academiejaar 1997-1998

Permalink: < http://www.ethesis.net/gerechtsdienaren/gerechtsdienaren_inhoud.htm > (10/05)

 

Van Minnen (P.). “Urban Craftsmen in Roman Egypt” In: Munsterische Beitrage zur Antiken Handelsgeschichte, vol. 6.1, 1987, pp. 31-88.

 

Van Nijf (O.). The civic world of professional assocations in the Roman East. Amsterdam, J.C. Gieben, 1997, 314 p.

-              “Collegia and Civic Guards two chapters in the history of sociability” In: Jongman (W.) & Kleijwegt (M.), eds. After the Past: essays in ancient history in honour of H.W. Pleket, Leiden, Brill, 2002, pp. 305-340.

-              “Global players: Athletes and Performers in the Hellenistic and Roman World” In: Hephaistos, vol. 24, 2006, pp. 225-235.

 

Van Oost (A.). “Sociale stratificatie van de Gentse opstandelingen van 1379-1385. Een kritische benadering van konfiskatiedokumenten” In: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, vol. 29, 1975, pp. 59-92.

 

Van Overmeire (K.). De Guldensporenslag: het verhaal van een onmogelijke gebeurtenis. Brussel, Uitgeverij Egmont, 2002, 319 p.

 

Verboven (K.). “The associative order. Status and ethos among Roman businessmen in Late Republic and Early Empire” In: Athenaeum, vol. 95, 2007, pp. 861-893.

-              “Professional collegia: guilds or social clubs” In: Ancient Society, vol. 41, 2011, pp. 187-195.

 

Verbruggen (J.F.) en Falter (R.). 1302: Opstand in Vlaanderen. Tielt, Lannoo, 2002, 278 p.

 

Verbruggen (R.). Geweld in Vlaanderen: Macht en onderdrukking in de Vlaamse steden tijdens de veertiende eeuw. Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele, 2005, 208 p.

 

Vermaut (J.). De textielnijverheid in Brugge en op het platteland in westelijk Vlaanderen voor 1800. Doctoraatsverhandeling, Universiteit Gent, 1974, 4 vols.

 

Vermote (K.). “Libertus, collegiatus, pistor en coniunx. De meervoudige identiteit van Romeinse vrijgelatenen” In: Handelingen: Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatshappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, vol. 67, 2014, pp. 113-130.

 

Veyne (P.). Le pain et le cirque. Parijs, Seuil, 1976, 896 p.

-              “Existait-il une classe moyenne en ces temps lointains?” In: Veyne (P.) ed. L’empire gréco-romain. Parijs, Seuil, 2005, pp. 117-162.

 

Virlouvet (C.). “Les naviculaires d'Arles.  A propos de l'inscription provenant de Beyrouth” In: Mélanges de l'École française de Rome: Antiquité, vol. 116, 2004, pp. 327-70.

 

Vittinghoff (F.). “Gesellschaft” In: Vittinghoff (F.), ed. Europaïsche Wirtschafts- und Sozialgeschichte in der Römische Kaiserzeit, Stuttgart, 1990, pp. 161-369. (Handbuch der Europäischen Wirtschafts- und Sozialgeschichte Bd. 1)

 

Wallace-Hadrill (A.). “Elites and Trade in the Roman Town” In: Rich (J.) en Wallace-Hadrill (A.) eds. City and Country in the Ancient World. Londen, Routledge, 1991, pp. 241-272.

-              Houses and Society in Pompeii and Herculaneum. Princeton University Press, 1994, 244 p.

 

Waltzing (J.P.). Etude historique sur les corporations professionnelles chez les romains. Leuven, Peeters, 1895-1900,  4 vols.

 

Ward (A.M.). “Politics in the Trials of Manilius and Cornelius” In: Transactions and Proceedings of the American Philological Association, vol. 101, 1970, pp. 545-556.

 

Will (W.). Der Römische Mob: Soziale Konflikte in der späten Republik. Darmstadt, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 1991, 280 p.

 

Woolf (G.). “Provincial Revolts in the Early Roman Empire” In: Popovic (M.) ed. The Jewish Revolt against Rome. Leiden, Brill, 2011, pp. 27-44.

 

Wrong (G.). “De kruistocht van 1383 of de kruistocht v/d Bisschop van Norwich” In: Vinckier (R.), ed. Ieper Tuindag: Zesde Eeuwfeest, Ieper, Stedelijke Culturele Raad, 1983, pp. 1-57.

 

Wyffels (C.). “Les corporations flamandes et l'origine des corporations de métiers” In: Revue du Nord, vol. 32, 1950, pp. 193-205.

-              “Twee oude Vlaamse ambachtskeuren : de Vleeshouwers van Brugge (2 december 1302) en de Smeden van Damme (eerste helft 1303)” In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, vol. 87, 1950, pp. 93-109.

-              De Oorsprong der Ambachten in Vlaanderen en Brabant. Brussel, Paleis der Academiën, 1951, 159 p.

-              “Nieuwe gegevens betreffende een XIIIde-eeuwse 'democratische' stedelijke opstand: De Brugse Moerlemaye” In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, vol. 132, 1966, pp. 37-142.

 

Yakobson (A.). Elections and Electioneering in Rome. Stuttgart, Franz Steiner Verlag, 1999, 251 p.

 

Yavetz (Z.). “The Failure of Catiline’s Conspiracy” In: Historia, vol. 12 (nr.4), 1963, pp. 485-499.

-              La Plèbe et le Prince. Parijs, La Découverte, 1984, 245 p.

 

Zizek (S.). Violence. Londen, Profile Books, 2008, 272 p.

 

Zuiderhoek (A.). The Politics of Munificence in the Roman Empire. Citizens, Elites and Benefactors in Asia Minor. Cambridge University Press, 2009, 218 p.

Universiteit of Hogeschool
Master of Arts in de geschiedenis
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
dr. Wim Broekaert
Kernwoorden
Share this on: