De sluipwegen van de roem: De ontwikkeling van een markt voor Ensor ten tijde van 'Les XX' (1883-1893)

Marjoleine Delva
Deze scriptie bestudeert de marktontwikkeling voor James Ensor ten tijde van 'Les XX' (1883-1893) en gaat op zoek naar de verschillende factoren die daarvoor verantwoordelijk waren. Daarbij wordt zowel bestudeerd hoe die markt 'van buitenaf' als 'van binnenuit' vorm kreeg. Zo speelden kunstcritici 'van buitenaf' een belangrijke rol in de opbouw van zijn reputatie en ontwikkeling van zijn markt. Daarnaast kreeg zijn markt ook 'van binnenuit' vorm doordat hij zichzelf in die markt ging plaatsen. Zo streefde hij op heel wat verschillende manieren naar roem.

James Ensor, marketeer van het jaar

James Ensor, marketeer van het jaar

 

“Ensor is een artiest die niet verkoopt en erin toestemt om niet te verkopen” berichtte La Gazette naar aanleiding van de tweede tentoonstelling van ‘les XX’ op 10 februari 1885. Niets was echter minder waar. Bij de Brusselse avant-garde groep ‘les XX’ (1883-1893) ontwikkelde er zich een beginnende markt voor de jonge Oostendse schilder. Het populaire geloof dat avant-gardistische kunstenaars als James Ensor louter geïnteresseerd waren in een ‘kunst-om-de-kunst’ verlangt dan ook enige nuancering. Ten tijde van ‘les XX’ was Ensor actief bezig met het promoten en verkopen van zijn werken en ontpopte hij zich tot een veeleisend criticus en zelfpromotor. Hij verbond er zich zowel met burgerlijke figuren, als met collega-Vingtisten, zoals de leden van ‘les XX’ ook werden genoemd. Tijdens de jaarlijkse tentoonstellingen van de groep verkocht hij zo op regelmatige basis enkele van zijn werken aan personen uit zijn zorgvuldig opgebouwde netwerk.

 

Bruisend Brussel

 

 “C’était au temps où Bruxelles bruxellait” zong Jacques Brel in 1962. Hij verwees ermee naar het bruisende fin-de-siècle Brussel dat zich op de kaart zette als culturele trekpleister van Europa, Parijs achterna. In die sfeer werd in 1883 de avant-garde kunstenaarsgroep ‘les XX’ opgericht. De centrale figuur was de advocaat en kunstkenner Octave Maus. Hij fungeerde als drijvende kracht van de groep en stond in voor de administratieve en organisatorische kant van de beweging. ‘Les XX’ kende een tienjarig bestaan (1883-1893) en telde een twintigtal leden. Onder andere de Gentse schilder Theo Van Rysselberghe, de Luikse beeldhouwer Achille Chainaye en de Oostendse schilder James Ensor behoorden tot de groep. 

 

De Vingtisten maakten deel uit van een reeks Brusselse avant-garde groepen, maar onderscheidden zich doordat ze zich niet bonden aan enige vorm van regels. Ze organiseerden jaarlijks in februari een tentoonstelling waar er naast hun eigen werken ook werken van binnen- en buitenlandse genodigden werden tentoongesteld. De Vingtisten slaagden er in het Brusselse artistieke leven gedurende tien jaren volledig naar hun hand te zetten.

 

Veeleisende zelfpromotor

 

In de aanloop naar de tentoonstellingen moesten ieder jaar opnieuw heel wat praktische zaken worden geregeld.  Met het oog op de perfecte presentatie van zijn werken, liet Ensor zijn stem daarbij gelden. In zijn briefwisseling met Maus kwam dat sterk tot uiting. Ensor diende ieder jaar de titels door te geven van de werken die hij zou exposeren, zodat de tentoonstellingscatalogus kon worden opgesteld en bijschriften bij de werken konden worden geplaatst. Ensor besteedde hier veel aandacht aan. Hij gedroeg zich perfectionistisch en stelde het absoluut niet op prijs wanneer er ook maar iets veranderde aan de namen die hij doorgaf.

 

Niet enkel de formulering van zijn titels, maar ook de specifieke opstelling van zijn werken baarde hem zorgen. Zo berekende hij nauwkeurig hoeveel meter wand hij ter beschikking wou krijgen. In zijn brieven tekende hij zelfs plattegronden met wandafmetingen van de expositieruimtes. Via een lotingsysteem werd bepaald welke kunstenaar op welke plaats werd opgehangen. In functie van het volledig tot zijn recht komen van zijn eigen werken, drukte Ensor regelmatig zijn minachting uit over dat systeem. Zo maakte hij Maus in februari 1887 duidelijk dat het slechte nummer dat hij had getrokken hem verontruste. In februari 1888 vroeg hij Maus dan weer om de werken van Toulouse-Lautrec te vervangen door de zijne.

 

Vriendendiensten

 

Hoewel Ensor zich niet altijd even populair maakte bij zijn collega-Vingtisten met zijn hoge eisen voor de opstelling van zijn werken, smeedde hij er toch ook enkele vriendschapsbanden. Zo kreeg hij heel wat steun van zijn collega-Vingtiste Anna Boch. Zij verdedigde vaak doeken van Ensor die door andere collega’s werden afgekeurd. Op zo’n momenten gaf ze hem sterkte en wilskracht, zo verklaarde hij zelf. Op de tentoonstelling van 1886 bewees ze hem een ultieme vriendendienst met het aankopen van zijn Musique Russe (1881).

 

Ook buiten ‘les XX’ bouwde Ensor een netwerk uit. Zo verbond hij zich met de gerenommeerde kunstcriticus Emile Verhaeren, van wie hij in 1892 een portret tentoonstelde bij de Vingtisten. Verhaeren was de enige criticus geweest die het in 1884 had opgenomen voor Ensor, toen hij in de algemene pers zwartgemaakt en afgeschilderd werd als té vooruitstrevend. Hij was het die op het salon van 1892 Ensors Le Domaine D’Arnheim (1890) aankocht. Sinds de vroege jaren 1880 bouwde Ensor ook een hechte vriendschap op met de kunstliefhebber en kunstverzamelaar Ernest Rousseau en zijn familie. De familie Rousseau kocht op de negende expositie van ‘les XX’ in 1892 L’Intrigue (1890), één van Ensors meest spraakmakende schilderijen. Ensor slaagde erin zichzelf te vermarkten door enerzijds veel aandacht te vestigen op de presentatie van zijn werken en anderzijds een netwerk uit te bouwen. Alles samen verkocht hij gedurende de verschillende tentoonstellingen van ‘les XX’ een twintigtal werken. Kortom, voor Ensor bestond het kunstbedrijf niet enkel uit een zuiver ‘kunst-om-de-kunst’-principe, maar hield het ook een commerciële component in.

 

(Marjoleine Delva)

Gepubliceerd op: http://cultuurgeschiedenis.be/james-ensor-marketeer-van-het-jaar/

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE

 

Bronnen

 

A. Onuitgegeven bronnen

 

ANTWERPEN, KMSKA, Archief James Ensor, nr. EJ 161: Brief van Ensor aan Chainaye, februari 1905.

 

ANTWERPEN, KMSKA, Archief James Ensor, nr. EJ 414: Formulier met biografische fiche van Ensor voor M. Edouard Joseph, 1929.

 

ANTWERPEN, KMSKA, Archief James Ensor, nr. EJ 95: Kladbrief van Ensor aan Verhaeghe, (s.d.).

 

BRUSSEL, KMSKB - AHKB, Fonds Vanderlinden, nr. 6304: Verslag van de stemming voor ontbinding van ‘Les XX’, 1893.

 

VERSCHAFFEL, T., College Cultuurgeschiedenis na 1740: actoren en infrastructuur, De organisatie van de beeldende kunsten II, 12 oktober 2015.

 

B. Uitgegeven bronnen

 

‘A La Haye – Exposition d’œuvres de quelques membres des XX et de L’Association pour L’Art, L’Art Moderne (11 september 1892), 296.

 

‘A Travers les Arts – Les XX’, La Meuse (4 maart 1886).

 

‘Arts, Sciences et Lettres – Aux XX’, Le Patriote (9 februari 1892).

 

‘Au Cercle Artistique: Exposition Vogels – Ensor – ’s Gravesande’, L’Art Moderne (16 maart 1884), 86-87.

 

‘Aux XX – L’Avis des Visiteurs – Ensor’, La Réforme (2 februari 1889).

 

‘Aux XX’, La Gazette (19 januari 1890).

 

‘Aux XX’, La Meuse (11 februari 1892).

 

‘Buitentekst-plaat van GEORGE MINNE’, Van Nu en Straks (1893).

‘Buitentekst-plaat van X. MELLERY’, Van Nu en Straks (1893).

 

‘Chronique Artistique – Les XX’, Le Message (26 januari 1890).

 

‘Chronique Artistique’, Journal de Bruxelles (10 februari 1889).

 

‘Chronique Artistique’, Journal de Charleroi (18 februari 1884).

 

‘Chronique Bruxelloise’, Le Soir (11 februari 1891).

 

‘Clôture du Salon des XX’, L’Art Moderne (12 februari 1893), 107.

 

‘Clôture du Salon des XX’, L’Art Moderne (13 maart 1892), 81.

 

‘Huitième Salon des Vingt, à Bruxelles’, Journal des Artistes (1891).

 

‘L’Art Indépendant’, L’Art Moderne (20 maart 1887), 91.

 

‘L’Art Nouveau – Les XX’, La Nation (12 februari 1890).

 

‘L’Exposition des XX à Gand’, L’Art Moderne (16 april 1893), 124.

 

‘L’Exposition des XX’, Journal de Bruxelles (8 maart 1891).

 

‘L’Exposition des XX’, L’Impartial (9 februari 1887).

 

‘L’Exposition des XX’, La Nation (22 februari 1888).

 

‘Le chiffre de la fin’, La Chronique (20 april 1884).

 

‘Le Salon des Refusés’, L’Art Moderne (19 oktober 1884), 341-342.

 

‘Le Vingtisme à Anvers’, L’Art Moderne (20 maart 1887), 89.

 

‘Les Peintres Belges du Salon’, L’Art Moderne (1884), 205.

 

‘Les Vingt’, L’Art Moderne (8 februari 1885).

 

‘Les XX, dix années de campagne, un peu de statistique’, L’Art Moderne (9 april 1893), 117.

 

‘Mecenas’, La Chronique (17 februari 1884).

 

‘Memento des expositions et concours’, L’Art Moderne (7 februari 1886), 46.

 

‘Obituary – Georges Petit’, American Art News (5 juni 1920), 4.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (10 maart 1889), 79.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (12 februari 1893), 54.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (13 april 1884), 126.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (14 oktober 1883), 330.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (15 februari 1885), 55.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (17 juli 1892), 231.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (19 april 1891), 128.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (19 mei 1889), 159.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (2 februari 1890), 39.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (2 maart 1890), 71.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (20 januari 1889), 23.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (22 maart 1885), 95.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (27 januari 1884), 30.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (3 februari 1884), 38.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (7 februari 1886), 47.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (7 maart 1886), 78.

 

‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (7 oktober 1883), 321.

 

‘Plaat van JAMES ENSOR’, Van Nu en Straks (1894).

 

‘Salons des XX II’, Patriote (8 februari 1886).

 

‘Têtes de Vingtistes’, Le Progrès (10 februari 1886).

 

Belgique (10 februari 1888).

 

CHAINAYE, A., ‘Salon des XX – Les Impressionnistes’, La Réforme (10 februari 1886).

 

CHAINAYE, A., La Réforme (6 februai 1887).

 

DE MONT, P., ‘De Schilder en Etser James Ensor, De Vlaamsche School, 5 (1895), 110-117.

 

DE MONT, P., ‘De Schilder en Etser James Ensor: Een bijdrage tot de geschiedenis der kunst van den laatsten tijd’, De Vlaamsche School, 5 (1895), 110-117.

 

DE VIGNE, ‘Exposition des XX au Musée Moderne’, Nouvelles du Jour (9 februari 1891).

 

DEMOLDER, E., James Ensor: Mort mystique d’un théologien, Brussel, 1892.

 

DIDIER, Y., ‘La Lutte Pour L’Art’, Le National Belge (23 februari 1884).

 

ENSOR, J., ‘Lettres de James Ensor à Octave Maus’, Bulletin des Musées Royaux des Beaux-Arts de Belgique, F.C. LEGRAND ed., 15 (1966), 17-54.

 

ENSOR, J., Lettres, X. TRICOT ed., Brussel, 1999.

 

GEORGES, E., ‘Aux XX’, Revue de Deux Jours (15 februari 1891).

 

GILLE, V., ‘Banquet du dixième anniversaire de la “Jeune Belgique” 15 janvier 1891’, La Jeune Belgique (februari 1891), 97-110.

 

HAGEMANS, M., ‘Un académicien chez les XX’, La Nation (9 februari 1886).

 

Het Land (20 januari 1890).

 

Het prospectus van de eerste reeks van het tijdschrift “Van Nu en Straks”, Brussel, 1892.

 

IDLER, T., The Belgian News (1893).

 

Journal de Bruxelles (7 februari 1892).

 

Journal de Liège (17 februari 1891).

 

L’Art Moderne (11 september 1892), 296.

L’Escaut (12 februari 1889).

 

L’Impartial (9 februari 1892).

 

La Gazette (2 februari 1889).

 

La Gazette (20 februari 1893).

 

La Nation (6 februari 1887).

 

LAGYE, G., ‘Exposition des XX’, La Fédération Artistique: Journal des Beaux-Arts (1 maart 1884).

 

Le Soir (5 februari 1889).

 

Les XX. Catalogue des dix expositions annuelles, R. DEVELOY ed., Brussel, 1981.

 

MAUS, ‘Petite Chronique’, L’Art Moderne (1884), 150.

 

MAUS, O., ‘Journaux et Revues’, Journal des Artistes (21 maart 1889).

 

MECOENAS, ‘Les Apporteurs de Neuf’, La Chronique (27 februari 1887).

 

Moniteur des Arts (15 januari 1890).

 

Moniteur des Arts (28 februari 1893).

 

Moniteur des Arts (8 maart 1889).

 

Nouvelles du Jour (februari 1886).

 

REDING, V., ‘Exposition des XX’, La Fédération Artistique: Journal des Beaux-Arts (14 februari 1885).

 

SOLVAY L., La Gazette (11 februari 1884).

 

SOLVAY, L., ‘Chronique Bruxelloise’, La Nation (14 februari 1887).

 

SOLVAY, L., ‘L’Exposition des XX’, La Gazette (10 februari 1885).

 

SOLVAY, L., ‘Les XX’, Le Soir (4 februari 1890).

 

SOLVAY, L., Une vie de journaliste, Brussel, 1934.

 

VAN CLEEF, I., ‘L’Exposition des XX à Bruxelles’, Revue Artistique (15 maart 1884).

 

VAN DEN BUSSCHE, W., James Ensor en de avant-gardes aan zee, Brussel, 2006.

 

VAN DIJCK, L., LISSENS, J.P. en SALDIEN, T. red., Het ontstaan van Van Nu en Straks: een brieveneditie 1890-1894 (Volume I & II), Antwerpen, 1988.

 

VERDAVAINNE, G., ‘L’Exposition des XX’, La Fédération Artistique: Journal des Beaux-Arts (13 februari 1886).

 

VERDAVAINNE, G., ‘L’Exposition des XX’, La Fédération Artistique: Journal des Beaux-Arts (20 februari 1886).

 

VERHAEREN, E., James Ensor, J. ANTOINE ed., Brussel, 1980.

 

VIGOUREUX, H., ‘Chronique Artistique: Les XX’, L’Etudiant (5 februari 1885).

 

VILLIERS, E., ‘International Picture Exhibition in the Rue de Sèze – Recent Decorative Painting – The Leloir Sale’, The Art Amateur (1 mei 1884), 10-12.

 

C. Picturale en fotografische bronnen

 

[ROUSSEAU, E.], Mariette Rousseau en James Ensor in de tuin van de familie Rousseau, Vautierstraat, Brussel, foto, [1888].

 

[ROUSSEAU], James Ensor voor een raam van het huis van de familie Rousseau in Brussel, foto, [1888].

 

Affiche voor de ‘Exposition Internationale de Peinture et de Sculpture, organisée par les XX’, affiche, 1884 (BRUSSEL, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel, Archief AFKB, Inv. 11357).

 

ENSOR, J., Adam et Eve chassés du Paradis Terrestre, olieverf op doek, 1887 (ANTWERPEN, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Inv. 2072).

 

ENSOR, J., L’Entrée du Christ à Bruxelles en 1889, olieverf op doek, 1888-1889 (LOS ANGELES, The J. Paul Getty Museum, 87.PA.96).

 

ENSOR, J., L’Intrigue, olieverf op doek, 1890 (ANTWERPEN, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Inv. 1856).

ENSOR, J., La crue, Jésus montré au Peuple, potloodtekening op papier, 1885 (GENT, Museum voor Schone Kunsten Gent).

 

ENSOR, J., Mangeuse d’Huîtres, olieverf op doek, 1882 (ANTWERPEN, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Inv. 2073).

 

ENSOR, J., Portrait d’Emile Verhaeren, olieverf op panneel, 1890 (BRUSSEL, Koninklijke Bibliotheek van België Albert I).

 

ENSOR, J., Squelettes se disputant un Pendu, olieverf op doek, 1891 (ANTWERPEN, Museum voor Schone Kunsten Antwerpen).

 

ENSOR. J., La Dame en Détresse, olieverf op doek, 1882 (PARIJS, Musée d’Orsay, RF 1977 165 – JdeP 616).

 

ENSOR. J., Musique Russe, olieverf op doek, 1881 (BRUSSEL, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel, Inv. 4679).

 

Postkaart van Ensor aan Maus (25 december 1889), postkaart, 1889, (BRUSSEL, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel, Archief AHKB, Inv. 5348).

 

VAN RYSSELBERGHE, T., Portrait d’Octave Maus, olieverf op doek, 1885 (BRUSSEL, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel, Inv. 6383).

 

Literatuur

 

ACKERMANS, J.J., ‘Woord vooraf’, R. HOOZEE e.a. red., Brussel kruispunt van culturen, Antwerpen, 2000, 13.

 

AVERMAETE, R., James Ensor, Antwerpen, 1947.

 

BECKS-MALORNY, U., James Ensor 1860-1949: De maskers, de dood, de zee, Keulen, 2007.

 

BERMAN, P., James Ensor: Christ’s Entry Into Brussels in 1889, Los Angeles, 2002.

 

BLOCK, J., ‘Laboratoria voor nieuwe ideeën in de Belgische Kunst: Les XX en La Libre Esthétique’, M. STEVENS en R. HOOZEE red., Van Realisme tot Symbolisme: De Belgische Avant-Garde 1880-1900, Londen, 1994, 40-62.

 

BLOCK, J., Les XX and Belgian Avant-Gardism (1868-1894), Michigan, 1981.

BOTERBERGE, R., ‘Henri Van Cutsem en Blankenberge’, Ensor en de XX aan de kust: Blankenberge en de verzameling Henri Van Cutsem, 95-101.

 

BOWNESS, A., The Conditions of Success: How the Modern Artist Rises to Fame, New York, 1989.

 

BREL, J., ‘Bruxelles’, Les Bourgeois, cd, Barclay, 2003.

 

BURKE, P., ‘Performative History: The Importance of Occasions’, Rethinking History, 9 (2005), 35-52.

 

CANNING, S.,  A History and Critical Review of the Salons of Les Vingt (1884-1893), Onuitgegeven doctoraatsverhandeling, Pennsylvania State University, Department of Art History, 1980.

 

CRESPELLE, J.P., La vie quotidienne des impressionnistes: du Salon des Refusés à la mort de Manet (1863-1883), Parijs, 1985.

 

DE BODT, S. en TODTS, H., ‘Met Gragapança naar Zeeland: Het schetsboek ‘Voyage en Hollande’, S. DE BODT e.a. red., James Ensor: Universum van een fantast, Antwerpen, 2011, 56-65.

 

DE CRITS, F., Brussel in het Fin-de-Siècle, 100 jaar Van Nu en Straks, Brussel, 1993.

 

DE GEEST, J., ’30 jaar verzamelen’, Ensor en de XX aan de kust: Blankenberge en de verzameling Henri Van Cutsem, 103-109.

 

DE POORTER, W., Impressionisme en Symbolisme, Nijmegen, 1979.

 

DUPONT, C., ‘La vie avant l’œuvre? Notes sur les biographies de peintres et de sculpteurs en Belgique au XIXe siècle’, Revue Belge de Philologie et d’Histoire, 83 (2005), 1125-1239.

 

FLORIZOONE, P., ‘Eugène Demolder en James Ensor, een wederzijdse heiligverklaring’, P. VAN DEN BOSSCHE e.a. red., Bij Ensor op bezoek, Brasschaat, 2010, 57-76.

 

GOBYN, R., ‘Kroniek’, M. STEVENS en R. HOOZEE red., Van Realisme tot Symbolisme: De Belgische Avant-Garde 1880-1900, Londen, 1994, 302-321.

 

GOLDMAN, N., ‘Les XX et le nouveau marché de l’art’, Un monde pour les XX, Onuitgegeven doctoraatsverhandeling, Université Libre de Bruxelles, Faculté de Philosophie et Lettres, 2012.

GOLDMAN, N., ‘Paris et Bruxelles, capitales de l’art moderne (1884-1894), MOSAÏQUE, revue des jeunes chercheurs en SHS Lille Nord de France-Belgique francophone, 2 (2010), 1-25.

 

GOYENS DE HEUSCH, S., Het Impressionisme en Fauvisme in België, Antwerpen, 1988.

 

HAESAERTS, P., James Ensor, Brussel, 1973.

 

HARDEMAN, D., ‘Niet het sentiment, maar de feiten: De ontvangst en waardering van het werk van James Ensor in Nederland’, S. DE BODT e.a. red., James Ensor: Universum van een fantast, Antwerpen, 2011, 34-55.

 

HEINICH, N., ‘Entre œuvre et personne: l’amour de l’art en régime de singularité’, Communications, 64 (1997), 153-171.

 

HEINICH, N., Ce que l’art fait à la sociologie, Parijs, 1998.

 

HEINICH, N., Het Van Gogh-effect en andere essays over kunst en sociologie, Amsterdam, 2003.

 

HOMBLE, N., De twee-eenheid van kunst en politiek: L’art moderne en Les XX (1881-1893), Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Letteren, 1992.

 

HOOZEE, R., ‘Inleiding: Belgische Kunst 1880-1900’, M. STEVENS en R. HOOZEE red., Van Realisme tot Symbolisme: De Belgische Avant-Garde 1880-1900, Londen, 1994, 13-29.

 

HOSTYN, N., ‘De familie van James Ensor’, P. VAN DEN BOSSCHE e.a. red., Bij Ensor op bezoek, Brasschaat, 2010, 117-136.

 

HOSTYN, N., ‘De Oostendse beeldende kunstenaars van zijn tijd’, VAN DEN BOSSCHE e.a. red., Bij Ensor op bezoek, Brasschaat, 2010,  91-106.

 

JENSEN, R., Marketing Modernism in Fin-de-Siècle Europe, Princeton, 1994.

 

LEGRAND, F.C., ‘Octave Maus: Secretaris van de XX (1884-1893), Directeur van de ‘Libre Esthétique’ (1894-1914)’, Bulletin des Musées Royaux des Beaux-Arts de Belgique, 15 (1966), 13-16.

 

LEGRAND, F.C., Le groupe des XX et son temps, Brussel, 1962.

 

LONGUE, M., Léopold II: Une vie à pas de géant, Brussel, 2007.

MAUS, O.M., Trente années de lutte pour l’art: Les XX, La Libre Esthétique (1884-1914), Brussel, 1926.

 

MIN, E., De eeuw van Brussel: biografie van een wereldstad 1850-1914, Antwerpen, 2013.

 

MIN, E., James Ensor: een biografie, Antwerpen, 2008.

 

MOFFETT, C.S., The New Painting: Impressionism 1874-1886, Genève, 1986.

 

MULS, J. en GUISLAIN, A., James Ensor: peintre de la mer. Le paysage impressioniste des XX à la Libre Esthétique, Brussel, 1941.

 

Musée D’Orsay – James Ensor: En quête de modernité, 2006 (http://www.musee-orsay.fr/fr/evenements/expositions/au-musee-dorsay/pre…). Laatst geraadpleegd op 4 maart 2016.

 

NOCHLIN, L., Impressionism and Post-Impressionism, 1874 - 1904, Sources and documents, New York, 1966.

 

PAENHUYSEN, A. en VERSCHAFFEL, T., ‘De strategieën van de roem. Het publieke leven van de kunstenaar, 19-20ste eeuw. Bij wijze van inleiding’, Revue Belge de Philologie et d’Histoire, 83 (2005), 1207-1210.

 

PAENHUYSEN, A., ‘De avant-gardist als entrepreneur. Roem, geschiedenis en fictie van de Belgische avant-garde’, Revue Belge de Philologie et d’Histoire, 83 (2005), 1301-1317.

 

PIERRON, S., ‘Henri Van Cutsem’, Ensor en de XX aan de kust: Blankenberge en de verzameling Henri Van Cutsem, 7-14.

 

PIERRON, S., Collection Henri van Cutsem: Catalogue descriptif des peintures et sculptures, Parijs, 1926.

 

PIRON, H.T., Ensor: een psychoanalytische studie, Antwerpen, 1968.

 

ROBERTS-JONES, P., ‘Brussel, kruispunt en smeltkoers van het fin de siècle’, P. ROBERTS-JONES e.a. red., Brussel fin de siècle, Parijs, 1994.

 

SCHOONBAERT, L., James Ensor: Etsen uit de verzameling van de Kredietbank, Antwerpen, 1995.

 

TODTS, H., ‘Een pleinairist wordt modernist’, S. DE BODT e.a. red., James Ensor: Universum van een fantast, Antwerpen, 2011, 8-33.

 

TODTS, H., Ensor ontmaskerd, Brussel, 2010.

 

TODTS, H., James Ensor: Schilderijen en tekeningen uit de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Antwerpen, 2008.

 

TRICOT, X., ‘James Ensor in zijn atelier’, P. VAN DEN BOSSCHE e.a. red., Bij Ensor op bezoek, Brasschaat, 2010, 24-46.

 

TRICOT, X., Catalogue raisonné of the paintings, Keulen, 1992.

 

TRICOT, X., Ensor, Antwerpen, 2006.

 

TRICOT, X., James Ensor: Sa vie, son œuvre: Catalogue raisonné des peintures, Brussel, 2009.

 

VAN KALCK, M., De Koninklijke musea voor schone kunsten van België: twee eeuwen geschiedenis, Tielt, 2003.

 

VERSCHAFFEL, B., ‘‘Siffler les vices et les laideurs de la civilisation…’ Het groteske oeuvre van James Ensor en de Encyclopédie de la caricature van Jules Champfleury’, De Witte Raaf, 181 (2016), 14-21.

 

VERVLIET, R., ‘Van Nu en Straks: de geschiedenis van een baanbrekend tijdschrift in Vlaanderen’, F. DE CRITS red., Brussel en het fin-de-Siècle, 100 jaar Van Nu en Straks, Brussel, 1993, 7-38.

 

WHITE, B.E., ‘The Bather of 1887 and Renoir’s Anti-Impressionism’, The Art Bulletin, 55 (1973), 106-126.

 

WODON, M., ‘Hannon-Rousseau’, Biographie nationale publiée par l’Académie royale des sciences, des lettres et des Beaux-Arts: extrait du tome trente septième, Brussel, 1971, 405-409.

 

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de Geschiedenis
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Prof. Dr. Tom Verschaffel
Deel deze scriptie