Alternatieve geschillenbeslechting van consumentengeschillen

Laura Traest
Deze scriptie onderzoekt hoe de (procedurele en materiële) rechten van de consument beschermd worden in ADR-procedures en spoort mogelijke lacunes in de regelgeving op.

Alternatieve geschillenbeslechting voor consumenten: weg van de rechter is niet weg van het recht

Stel, u boekt een droomreis naar een exotische bestemming voor het hele gezin. De vlucht, het all-inclusive hotel gecombineerd met een paradijselijke omgeving: het plaatje klopt volledig. Eens ter plaatse blijkt echter dat het zwembad groen is, de kamer in de verste verte niet voldoet aan welke hygiëne- of veiligheidsstandaard dan ook, en dat het golfterrein en welnesscentrum nog in aanbouw zijn. Uw terechte klachten stuiten op onbegrip bij het hotelpersoneel en de reisorganisator. Eens terug in België laat tot overmaat van ramp uw pas aangekochte tweedehandsauto het afweten. De verkoper verzekert u dat hij zo goed als nieuw was en weigert alle hulp. Wat nu?

 

Een voor de hand liggende reactie is de stap naar de rechter. Toch is dit niet steeds de beste keuze. Onder meer de gerechtelijke achterstand en de hoge (advocaten)kosten kunnen specifiek consumenten ontmoedigen om via deze weg een oplossing voor hun geschil te zoeken.

ADR – Alternative Dispute Resolution oftewel alternatieve geschillenbeslechting – kan hiervoor een alternatief bieden. Hierbij blijft men weg van de rechter en probeert men het geschil via bemiddeling of arbitrage op te lossen. Meer nog, dit systeem is voorzien van een wettelijk kader en talloze instellingen in verschillende sectoren (onder andere bij reizen, verzekerings-, bouw- of notariële geschillen) zijn hierin gespecialiseerd. De meerderheid hiervan behandelt geschillen zelfs gratis of tegen een fractie van de normale gerechtskosten.

Toch blijft de vraag: worden je rechten in dit traject op dezelfde manier gewaarborgd?

 

Alternatieve geschillenbeslechting voor consumenten

Arbitrage en bemiddeling betekenen allebei het bekomen van een oplossing buiten de rechtbank om, maar verschillen onderling op een essentieel punt: bij arbitrage wordt door één of meer arbiters een oplossing opgelegd, terwijl die bij bemiddeling door de partijen zelf gevonden wordt. Dit laatste weliswaar onder begeleiding van een bemiddelaar die het gesprek faciliteert en in meer of mindere mate stuurt.

Hoewel er verschillende meng- en afgeleide vormen van ADR bestaan, zijn deze in essentie allemaal terug te brengen tot bemiddeling of arbitrage.

 

Toegang tot ADR

Een ADR-traject kan op verschillende manieren opgestart worden. Dit kan enerzijds schriftelijk overeengekomen zijn met de onderneming of anderzijds door de consument aangevat worden.

Een bemiddelings- en arbitragebeding mogen slechts na het ontstaan van het geschil afgesloten worden en de weg naar de rechter niet afsluiten. De voorwaarden voor een geldig arbitragebeding zijn strenger aangezien hier daadwerkelijk een beslissing wordt opgelegd die enkel in specifieke gevallen door een rechter herbekeken kan worden. Deze regels zijn afkomstig van EU-niveau maar werden omgezet in het nationale recht.

Wanneer men als consument een geschil aan een ADR-instantie wil voorleggen, is het van belang eerst contact op te nemen met de onderneming en op die manier het probleem te verhelpen. Als dit niet lukt, kan u een klacht indienen bij de ADR-instelling die sectoraal bevoegd is voor het geschil.

Er zijn immers verschillende entiteiten die bemiddeling en/of arbitrage voor consumenten aanbieden binnen een bepaald domein. Ze zijn met andere woorden georganiseerd op sectoraal niveau en werden vaak opgericht door een beroepsorganisatie. Wanneer zij aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen (dit gaat onder meer over onafhankelijkheid en onpartijdigheid, transparantie, toegankelijkheid en bekwaamheid), kunnen zij erkend worden als zogenaamde gekwalificeerde entiteit. Dit houdt in dat deze instellingen de rechten van verdediging waarborgen. Een lijst van deze entiteiten is beschikbaar op de website van de FOD Economie. De bekendste zijn de Geschillencommissie Reizen (die zowel bemiddeling als arbitrage aanbiedt) en de Verzoeningscommissie Bouw.

Het opstarten van een ADR-traject wordt sinds midden 2015 gestroomlijnd door de Consumentenombudsdienst (www.consumentenombudsdienst.be/nl). Dit functioneert als een uniek loket voor klachten: wanneer bij hen melding wordt gemaakt van een geschil dat door een specifieke entiteit behandeld kan worden, stuurt ze deze door. Wanneer echter geen bevoegde gekwalificeerde entiteit bestaat, zal de Consumentenombudsdienst dit zelf doen en formuleert ze – bij gebreke van een minnelijke oplossing – een aanbeveling. Deze aanbeveling is echter niet bindend.

 

Toepassing van het consumentenrecht bij arbitrage

Een punt dat in de literatuur nog omstreden is, is de vraag of een regel van consumentenrecht die de consument nalaat in te roepen tijdens een arbitrageprocedure, door de arbiter ambtshalve (uit zichzelf) mag opgeworpen worden. In dat geval brengt de arbiter een regel in het debat die anders niet op het geschil toegepast was. Dit is – binnen bepaalde grenzen – mogelijk in een gerechtelijke procedure: wanneer de rechter een bepaling toepasselijk vindt op het geschil kan hij deze inroepen en mogen partijen hierover hun visie geven.

Hoewel hierover dus geen eensgezindheid bestaat, moet ambtshalve opwerping door een arbiter mogelijk zijn voor de meeste Belgische consumentenbeschermende normen met een Europeesrechtelijke oorsprong: het Hof van Justitie erkent immers steeds meer dat deze regels ‘gelijkwaardig zijn aan een nationale bepaling van openbare orde’. Dit betekent dat de norm van essentieel belang is in onze rechtsorde, zo belangrijk zelfs dat ze door de arbiter uit eigen beweging opgeworpen moet worden.

 

Besluit

Al hetgeen hierboven besproken werd, is slechts een fractie van het geheel van normen dat de rechtswaarborgen van consumenten in ADR garandeert.

Zo is er de erkenning als gekwalificeerde entiteit en de informatieverstrekking en hulpverlening door de Consumentenombudsdienst die de verbruiker op weg kunnen helpen. De Geschillencommissie Reizen zal zich bijvoorbeeld als gekwalificeerde ADR-entiteit kunnen buigen over uw vakantie die wel erg ongelukkig uitdraaide.

Daarnaast vormen de regels omtrent bemiddelings- en arbitragebedingen ervoor dat een consument niet onverhoeds meegesleurd wordt in een ADR-traject, noch dat zijn weg naar de rechter afgesloten wordt.

Kortom, het wettelijk kader is goed uitgebouwd en ook in de praktijk hebben dergelijke instanties veel ervaring en expertise. Het grootste probleem waar ADR voor consumenten in feite nog mee af te rekenen heeft, is bekendheid bij het grote publiek. Een mentaliteitswijziging moet ADR dus op de kaart zetten als een volwaardig en betrouwbaar alternatief voor de vaak trage en dure gerechtelijke procedure.

Bibliografie

Bibliografie

Wetgeving

Internationaal

UNCITRAL Modelwet inzake internationale handelsarbitrage van 1985, aangenomen door de Commissie van de Verenigde Naties voor het Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL) op 21 juni 1985, UN doc. A/40/17.

Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechtelijke uitspraken, opgemaakt te New York op 10 juni 1958, United Nations Treaty Series, vol. 330, 3.

Europees

Verord. 524/2013 van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen, Pb.L. 18 juni 2013, afl. 165, 1.

Richtl. 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb.L. 18 juni 2013, afl. 165, 63.

Richtl. 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad, Pb.L. 22 november 2011, afl. 304, 64.

Richtl. 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken, Pb.L. 24 mei 2008, afl. 136, 3.

Richtl. 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, Pb.L. 21 april 1993, afl. 95, 29.

Aanbev. 98/257/EG (Comm.) van 30 maart 1998 betreffende de principes die van toepassing zijn op de organen die verantwoordelijk zijn voor de buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen, Pb.L. 17 april 1998, afl. 115, 31.

Nationaal

Wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bempalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015, 65.084 (Potpourri I).

Wet van 4 april 2014 houdende de invoeging van Boek XVI, “Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen” in het Wetboek van economisch recht, BS 12 mei 2014, 38262.

Wet van 24 juni 2013 tot wijziging van het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage, BS 28 juni 2013, 41263.

Wet van 21 februari 2005 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek in verband met de bemiddeling, BS 22 maart 2005, 12772.

Wet van 19 februari 2001 betreffende de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken, BS 3 april 2001, 11218.

KB van 24 december 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, BS 31 december 1992.

KB van 16 februari 2015 tot verduidelijking van de voorwaarden waaraan de gekwalificeerde entiteit bedoeld in boek XVI van het Wetboek van economisch recht moet voldoen, BS 25 februari 2015, 14.287.

 

Boeken

CAMBIE, P., Onrechtmatige bedingen, Brussel, Larcier, 2009, 478 p.

CARON, D.D., en L.M. CAPLAN, The UNCITRAL Arbitration Rules. A Commentary, Oxford, Oxford University Press, 2013, 1048 p.

CRUYPLANTS, J., GONDA, M., en WAGEMANS, M., Droit et pratique de la médiation, Brussel, Bruylant, 2008, 405 p.

DAVID, R., L’arbitrage dans le commerce international, Parijs, Economica, 1982, 613 p.

DEMEULENAERE, B., De beslechting van consumentengeschillen naar Belgisch recht, Antwerpen, Kluwer, 1986, 374 p.

DE MEULEMEESTER, D., en VERBIST, H., Arbitrage in de Praktijk. Op basis van het CEPANI-Arbitragereglement van 1 januari 2013 en met verwijzingen naar deel VI van het Gerechtelijk Wetboek, Brussel, Bruylant, 2013, 498 p.

DE MEYER, F., m.m.v. GAYSE, B., Bemiddeling in familiezaken, burgerlijke- en handelszaken en sociale zaken, Roeselare, Roularta Books, 2008, 312 p.

DE ROO, A., en JAGTENBERG, R., Europese mediationpraktijken, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2004, 138 p.

HENRY, M., Le devoir d’indépendance de l’arbitre, Parijs, LGDJ, 2001, 404 p.

HODGES, C., BENÖHR, I. en CREUTZFELD-BANDA, N., Consumer ADR in Europe. Civil Justice Systems, Hart, Oxford, 2012, 479 p.

JACOBS, W.A., ADR en consument. Een rechtsvergelijkende studie naar de mogelijkheden van alternatieve geschillenoplossing, Deventer, Kluwer, 1998, 412 p.

JAROSSON, C., La notion d’arbitrage, Parijs, Librairie Générale de droit et de jurisprudence, 1987, 407 p.

KAUFMANN-KOHLER, G. en SCHULTZ, T, Online Dispute Resolution: Challenges for Contemporary Justice, Den Haag, Kluwer Law International, 2004, 384 p.

KEUTGEN, G. en DAL, G.-A., L’arbitrage en droit belge et international, Brussel, Bruylant, 2006, vol. I, 670 p.

LINSMEAU, J., L’arbitrage volontaire en droit privé belge, Brussel, Bruylant, 1991, 210 p.

LOQUIN, E., L’amiable composition en droit comparé et international. Contribution à l’étude du non-droit dans l’arbitrage commercial, Parijs, Librairies Techniques Paris, 1980, 385 p.

MUSTILL, M.J., en Boyd, S.C., The Law and Practice of Commercial Arbitration in England, Londen, Butterworths, 1982, 725 p.

PIERS, M., Sectorale arbitrage, Antwerpen, Intersentia, 2007, 521 p.

SINGER, J., MACKIE, K., HARDY, T. en MASSIE, G., The EU Mediation Atlas: Practica and Regulation, Butterworths, Londen, 2004, xxii + 230 p.

SOURDIN, T., Alternative Dispute Resolution (2de ed.), Sydney, Lawbook Co., 2005, 363 p.

STEENNOT, R., m.m.v. DEJONGHE, S., Handboek Consumentenbescherming en Handelspraktijken, Antwerpen, Intersentia, 2007, 628 p.

TERRYN, E., Bedenktijden in het consumentenrecht. Het herroepingsrecht als instrument van consumentenbescherming, Antwerpen, Intersentia, 2008, 686 p.

VELU, J., en ERGEC, R., La Convention européenne des droits de l’homme, Brussel, Bruylant, 1990, 1185 p.

VERBIST, H. en DE VUYST, B., Arbitrage en alternatieve geschillenbeslechting in België, Brugge, die Keure, 2002, 536 p.

VERBIST, H., De rechtsbescherming van partijen in privaatrechtelijke handelsarbitrage, Antwerpen, Intersentia, 2011, 195 p.

WALTON, H., Russell on the Law of Arbitration, Londen, Stevens, 1970, 542 p.

 

Bijdragen uit verzamelwerken

ALLEMEERSCH, B., “Een geactualiseerde inleiding tot de bemiddelingswet”, in R. VAN RANSBEECK (ed.), Bemiddeling, Brugge, die Keure, 2008, 20-67.

ALLEMEERSCH, B., GAYSE, B., en SCHOLLEN, P., “De wet van 21 februari 2005 in verband met de bemiddeling” in B. ALLEMEERSCH, B. GAYSE, P. SCHOLLEN, P. TAELMAN, en P. VAN ORSHOVEN, De nieuwe wet op de bemiddeling, Brugge, die Keure, 2005, 9-57.

ANDRIES, K., “Knelpunten bij de implementatie van het bemiddelingsbeding” in A.-L. VERBEKE (ed.), Knelpunten onderhandelen en bemiddelen van contracten, Antwerpen, Intersentia, 2001, 33-64.

ANDRIES, K., “Cedo Nulli… Over de autonome werking van het arbitrage- en bemiddelingsbeding” in VAN RANSBEECK (ed.), Bemiddeling, Brugge, die Keure, 2008, 211-244.

ANDRIES, K., “Bemiddelingsbedingen” in E. TERRYN, A.-L. VERBEKE, H. DE DECKER, G.-L. BALLON, B. TILLEMAN en V. SAGAERT (eds.), Gemeenrechtelijke clausules, Antwerpen, Intersentia, 2013, vol. II, 1631-1647.

ATALAY, N., “The Historical Development of the Institution of KADI: Ombudsman During the Islamic and/or Ottoman Periods” in L.M. VENY en R. PASSEMIERS (eds.), Looking for ombudsman standards, Gent, Mys & Breesch, 2001, 47-56.

BAEL, J., “De impact van de wetgeving inzake marktpraktijken en bescherming van de consument op de verkoop van onroerende goederen: het nieuwe boek VI van het Wetboek van Economisch Recht” in I. CLAEYS en R. STEENNOT (eds.), Aansprakelijkheid, veiligheid en kwaliteit, Mechelen, Wolters Kluwer, 2015, 353-494.

BALTHAZAR, H., “Historical overview of the ombuds-function” in L.M. VENY en R. PASSEMIERS (eds.), Looking for ombudsman standards, Gent, Mys & Breesch, 2001, 39-46.

BANIFATEMI, Y., “Le ‘droit au juge’ et l’arbitrage commercial international” in Libertés, justice, tolérance. Mélanges en hommage au Doyen Gérard Cohen-Jonathan, Brussel, Bruylant, 2004, Vol. I, 167-188.

BENSAUDE, D., “Les moyens relevés d’office par l’arbitre en arbitrage international”, in A. MOURRE (ed.) Les Cahiers de l’Arbitrage, Parijs, Gazette du Palais, 2006, 45-48.

BERMANN, G.A., “The Prospects of Eco Swiss v Benetton” in P. WAUTELET, T. KRUGER en G. COPPENS (eds.), The Practice of Arbitration. Essays in Honour of Hans van Houtte, Oxford, Hart, 2012, 305-311.

BLERO, B., “Introduction générale” in B. BLERO en F. SCHRAM (eds.), Een federale ombudsman voor de 21ste eeuw: verankering door vernieuwing?, Antwerpen, Intersentia, 2011, 11-26.

BRAND, R.A., “The Unfriendly Intrusion of Consumer Legislation into Freedom to Contract for Effective ODR” in Liber Amicorum Johan Erauw, Antwerpen, Intersentia, 2014, 365-380.

BRENNINKMEIJER, A.F.M., “Mediation” in H.J. BONENKAMP, A.F.M. BRENNINKMEIJER, J. VAN BRUGGEN en P. WALTERS, Handboek Mediation, Den Haag, Sdu, 2001, 1-17.

BROUWERS, S., “Langs nieuwe wegen, van familierechtbank naar bemiddeling” in Departement Permanente Vorming van de Orde van Advocaten van de Balie van Kortrijk (ed.), Alternatieve geschillenbeslechting, Brussel, Larcier, 2015, 1-23.

CAPRASSE, O., “La médiation en matière commerciale” in P.-P. RENSON (ed.), La médiation. Voie d’avenir aux multiples facettes ou miroir aux alouettes?, Limal, Anthemis, 2008, 73-92.

CAPRASSE, O., “La liberté dans le nouveau droit belge de l’arbitrage” in Liber Amicorum Johan Erauw, Antwerpen, Intersentia, 2014, 381-386.

CHARPY, E., “L’application des principes directeurs du procès à la médiation: cas du principe du contradictoire” in F. OSMAN (ed.), La médiation en matière civile et commerciale, Brussel, Bruylant, 2012, 117-129.

CORNELIS, L., en SAGAERT, V., “Postcontractuele bedingen” in S. STIJNS en K. VANDERSCHOT (eds.), Contractuele clausules rond de (niet-)uitvoering en de beëindiging van contracten, Antwerpen, Intersentia, 2006, 291-333.

DAL, G.-A., “Le point de vue belge” in P. LAMBERT (ed.), L’arbitrage et la Convention européenne des droits de l’homme, Brussel, Bruylant, 2001, 56-68.

DE BAUW, S., en GAYSE, B., Bemiddeling en rechtspraak hand in hand. Wegwijs voor de rechter, die Keure, Brugge, 2009, 83-90.

DE CONINCK, H., “Buitengerechtelijke beslechting van geschillen in consumentenzaken” in Vlaamse Conferentie der Balie van Gent (ed.), De consument in het recht: verwend, verwaand of miskend?, Antwerpen, Maklu, 2003, 249-260.

DE MEULEMEESTER, D., en PIERS, M., “De nieuwe Belgische Arbitragewet” in Permanente Vorming van de Orde van Advocaten van de Balie van Kortrijk (ed.), Alternatieve geschillenbeslechting, Brussel, Larcier, 2015, 85-106.

DEMEYERE, L., “De arbitrageovereenkomst en de aribtreerbaarheid” in M. PIERS (ed.), De nieuwe arbitragewet 2013, Antwerpen, Intersentia, 2013, 1-26.

DE LEVAL, G., “Les interactions entre la mediation et le procès judiciaire” in G. DE LEVAL, L. GOLVERS ea, La nouvelle loi sur la médiation. Actes du colloque du CEPANI du 21 avril 2005, Brussel, Bruylant, 2005, 49-66.

DEVENYN, M.-A., “Commentaar bij art. 1725 Ger.W.” in X., Commentaar Gerechtelijk recht, Mechelen, Wolters Kluwer, 2009, losbl., 67-84.

DEVENYN, M.-A., “Commentaar bij art. 1731 Ger.W.” in X., Commentaar Gerechtelijk recht, Mechelen, Wolters Kluwer, 2009, losbl., 104-115.

D’HUART, V., “Modes alternatifs de règlement des conflits” in D. MATRAY (ed.), Arbitrage et modes alternatifs de règlement des conflits, Luik, ULg. Formation Permanente CUP, 2002, 5-56.

FAURE, M., FERNHOUT, F., en PHILIPSEN, N., “No cure, no pay and contingency fees” in M. TUIL en L. VISSCHER (eds.), New Trends in Financing Civil Litigation in Europe. A Legal, Empirical, and Economic Analysis, Cheltenham, Edward Elgar, 2010, 33-56.

GEERS, I., “De consument en de alternatieve geschillenbeslechting: de arbitrage inzake reisgeschillen” in Y. MERCHIERS (ed.), Consumentenrecht, Brugge, die Keure, 1998, 339-358.

GLANSDORFF, F., “Contractuele aspecten van de mediatie” in H. VAN HOUTTE en P. WAUTELET (eds.), Mediatie van handelsgeschillen, Leuven, Acco, 2000, 77-92.

GREGORY, R., “Comparing Ombudsman offices: statistics, statutory provisions, style and working practices” in L.M. VENY en R. PASSEMIERS (eds.), Looking for ombudsman standards, Gent, Mys & Breesch, 2001, 13-38.

HANOTIAU, B., “Favor arbitrandum” in X., Hommage aan Guy Keutgen voor zijn inspanningen om arbitrage te promoten, Brussel, Bruylant, 2014, 233-244.

HODGES, C., “Consumer ADR and Appeals” in A. UZELAC en C.H. VAN RHEE (eds.), Nobody’s Perfect. Comparative Essays on Appeals and other Means of Recourse against Judicial Decisions in Civil Matters, Cambridge, Intersentia, 2014, 339-351.

JARROSSON, C., “Response to the Report of Mr. Frédéric Henry” in X., Hommage aan Guy Keutgen voor zijn inspanningen om arbitrage te promoten, Brussel, Bruylant, 2014, 205-212.

KEUTGEN, G., “L’indépendance et l’impartialité de l’arbitrage en droit belge” in J. VAN COMPERNOLLE en G. TARZIA, L’impartialité du juge et de l’arbitre. Étude de droit comparé, Brussel, Bruylant, 2006, 275-297.

LANCKSWEERDT, E., “De rol van de advocaat die zijn cliënt bijstaat in het raam van een bemiddeling met openbare besturen” in Permanente vorming van de Orde van Advocaten van de Balie van Kortrijk (ed.) Alternatieve geschillenbeslechting, Brussel, Larcier, 2015, 47-84.

LEMAÎTRE, H.-P., “New Trends in Arbitration” in X., Hommage aan Guy Keutgen voor zijn inspanningen om arbitrage te promoten, Brussel, Bruylant, 2013, 73-87.

LEVEL, P., “Brèves réflexions sur l’office de l’arbitre”, in Nouveaux juges, nouveaux pouvoirs? Mélanges en l’honneur de Roger Perrot, Parijs, Dalloz, 1996, 259-276.

LINSMEAU, J., “L’arbitrage sectoriel et les principes généraux du droit” in Les modes non judiciaires de règlement des conflits, Brussel, Bruylant, 1995, 37-66.

MATRAY, G., “L’obligation d’indépendance de l’arbitre” in Hommage aan Guy Keutgen voor zijn inspanningen om arbitrage te promoten, Brussel, Bruylant, 2013, 583-607.

MICKLITZ, H.-W., “Unfair Terms in Consumer Contracts” in N. REICH, H.-W. MICKLITZ, P. ROTT ea. (eds.), European Consumer Law, Cambridge, Intersentia, 2014, 125-164.

MOURRE, A., “Réflexions sur quelques aspects du droit à un procès équitable en matière d’arbitrage après les arrêts des 6 novembre 1998 et 20 février 2001 de la cour de cassation française” in P. LAMBERT (ed.), L’arbitrage et la Convention européenne des droits de l’homme, Brussel, Bruylant, 2001, 23-55.

PIERS, M., “De ‘dissenting opinion’. Wettelijkheid – wenselijkheid – werkbaarheid” in Hommage aan Guy Keutgen voor zijn inspanningen om arbitrage te promoten, Brussel, Bruylant, 2014, 691-703.

QUEIROLO, I., CARPANETO, L., en DOMINELLI, S., “Italy” in C. ESPLUGUES MOTA, J.L. IGLESIAS en G. PALAO (eds.) Mediation in civil and commercial matters in Europe: national mediation rules and practices, Oxford, Intersentia, 2012, 251-282.

REICH, N., “Negotiation and Adjudication: Class Actions and Arbitration Clauses in Consumer Contracts” in CAFAGGI, F. en MICKLITZ, H.-W., New Frontiers of Consumer Protection. The Interplay Between Private and Public Enforcement, Oxford, Intersentia, 2009, 345-358.

REICH, N., “Legal Protection of Individual and Collective Consumer Interests” in N. REICH, H.-W. MICKLITZ, P. ROTT ea. (eds.), European Consumer Law, Cambridge, Intersentia, 2014, 339-392.

SCHRAM, F., “Optimalisering van de werking van de ombudsfunctie en wenselijkheid van uitbreiding van de taken van de federale Ombudsman vanuit rechtsvergelijkend en bestuurskundig perspectief” in B. BLERO en F. SCHRAM (eds.), Een federale ombudsman voor de 21ste eeuw: verankering door vernieuwing?, Antwerpen, Intersentia, 2011, 101-152.

TOSSENS, J.-F., “La confidentialité de l’arbitrage: valeur cardinale ou poncif?” in P. CALLENS, O. CAPRASSE, M. FLAMÉE, F. LEFÈVRE, D. MATRAY, G. MATRAY, J.-F. TOSSENS en K. VAN DEN BROECK, Arbitrage en vertrouwelijkheid, Brussel, Bruylant, 2014, 21-36.

STEENNOT, R., “Sanctionering van inbreuken op het consumentenrecht: de zoektocht naar een rechtvaardige oplossing” in F. EVERS en P. LEFRANC (eds.), Kiezen tussen recht en rechtvaardigheid, Brugge, die Keure, 2009, 145-155.

STEENNOT, R., “Art. 74.22 Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming” in Artikelsgewijze commentaar handels- en economisch recht, Mechelen, Wolters Kluwer, 2012, losbl.

STORME, M. “Privatisering van het geding?” in Les modes non judiciaires de règlement des conflits, Brussel, Bruylant, 1995,

STORME, M., “Over de wraking van arbiters. Een partijdige bijdrage voor een geliefd oud-student” in M. PIERS, Liber Amicorum Johan Erauw, Antwerpen, Intersentia, 2014, 409-415.

STRAETMANS, G., “Enkele recente ontwikkelingen inzake Europees consumentenrecht” in I. GOVAERE (ed.), Europees recht: Moderne interne markt voor de praktijkjurist, Mechelen, Wolters Kluwer, 2012, 355-409.

STRAETMANS, G., “Onderneming, vrij beroep en consument”, nav. Studiedag Consument en WER (24 november 2015).

STUYCK, J., “Boeken XVI & XVII. Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen en bijzondere rechtsprocedures (i.h.b. vordering tot staking)” in E. TERRYN en B. KEIRSBILCK (eds.), Het Wetboek van economisch recht: van nu en straks?, Antwerpen, Intersentia, 2014, 341-360.

TAELMAN, P., “Bemiddeling: Quo vadis? Inleidende beschouwingen bij een colloquium” in ALLEMEERSCH, B., GAYSE, B., SCHOLLEN, P., TAELMAN, P., en VAN ORSHOVEN, P., De nieuwe wet op de bemiddeling, Brugge, die Keure, 2005, 1-8.

VAN COMPERNOLLE, J., “Expertise et arbitrage” in J. VAN COMPERNOLLE en B. DUBUISSON (eds.) L’expertise, Brussel, Bruylant, 2002, 37-57.

VAN DROOGHENBROECK, J.-F., “Réajustement de la protection du justiciable défaillant” in J.-F. VAN DROOGHENBROECK (ed.), Le code judiciaire en pot-pourri. Promesses, réalités et perspectives, Brussel, Larcier, 197-242.

VAN EECKE, P., en VERBRUGGE, E., “De elektronische overeenkomst” in P. VAN EECKE (ed.) Recht en elektronische handel, Gent, Larcier, 2011, 204-222.

VAN HOUTTE, H., “Zes knelpunten in de mediatie-wet”, in G. DE LEVAL, L. GOLVERS ea, La nouvelle loi sur la médiation. Actes du colloque du CEPANI du 21 avril 2005, Brussel, Bruylant, 2005, 125-135.

VANLERBERGHE, B., en RUTTEN, S., “De regel van de dubbele aanleg en de mogelijke beperking van eht hoger beroep in het licht van artikel 6.1 EVRM” in P. TAELMAN (ed.) Het hoger beroep opnieuw bekeken, Brugge, die Keure, 2012, 17-34.

VAN LEYNSEELE, P., “La structure de la loi du 21 février 2005 sur la médiation” in ALLEMEERSCH, B., GAYSE, B., SCHOLLEN, P., TAELMAN, P., en VAN ORSHOVEN, P., De nieuwe wet op de bemiddeling, Brugge, die Keure, 2005, 19-47.

VAN OMMESLAGHE, P., “Le consumérisme et le droit des obligations conventionelles: révolution, évolution ou statu quo?” in Hommage à Jacques Heenen, Brussel, Bruylant, 1994, 509-556.

VAN ORSHOVEN, P., “Niemand kan tegen zijn wil worden afgetrokken van de rechter die de wet hem toekent (art. 13 G.W.)” in B. ALLEMEERSCH, B. GAYSE, P. SCHOLLEN, P. TAELMAN, en P. VAN ORSHOVEN, De nieuwe wet op de bemiddeling, Brugge, die Keure, 2005, 59-64.

VERBIST, H., “’On-line’ arbitrage en alternatieve geschillenbeslechting” in Privaatrecht in de reële en virtuele wereld, Antwerpen, Kluwer, 2002, 755-779.

VERBIST, H., “De vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak na de hervorming van het Belgische arbitragerecht door de wet van 24 juni 2013” in M. PIERS (ed.), De nieuwe arbitragewet 2013, Antwerpen, Intersentia, 2013, 105-130.

VEROUGSTRAETE, I., “De basisprincipes van de arbitrageprocedure” in M. PIERS (ed.), De nieuwe arbitragewet 2013, Antwerpen, Intersentia, 2013, 27-42.

WALLGREN, C., “ADR and Business” in J.C. GOLDSMITH, G.H. POINTON en A. INGEN-HOUSZ (eds.), ADR in Business. Practice and Issues across Countries and Cultures, Alphen aan den Rijn, Kluwer Law International, 2006, 3-19.

WAUTELET, P., “Autonomie de la volonté et règles de procédure” in X., Hommage aan Guy Keutgen voor zijn inspanningen om arbitrage te promoten, Brussel, Bruylant, 2013, 19-38.

 

Tijdschriftartikelen

ALDERMAN, R.M., “Pre-dispute Mandatory Arbitration in Consumer Contracts: A Call for Reform”, Hous. L. Rev. 2001-02, 1137-1268.

ALLEMEERSCH, B., “Bemiddeling en verzoening in het burgerlijk proces” TPR 2003, 409-491.

ALLEMEERSCH, B. en SCHOLLEN, P., “De nieuwe bemiddelingswet”, RW 2004-05, afl. 38, 1481-1494.

ANDRIES, K., “Bemiddelingsbeding”, NJW 2011, afl. 242, 318-328.

BRANDON, I., “L’office du juge dans la conciliation”, JT 1995, afl. 5766, 505-516.

BRAZIL, W.D., “Early Neutral Evaluation or Mediation – When Might ENE Deliver More Value”, Dispute Resolution Magazine 2007-08, afl. 1, 10-15.

BROUWERS, S., “Bemiddeling tijdens de procesgang. Is er een wettelijke basis?'' (noot onder Gent 10 mei 1999), AJT 1999-00, 193-196.

BROUWERS, S., “Tucht en deontologie van de bemiddelaar”, Ius & Actores 2008, afl. 2, 15-30.

BROUWERS, S. “Bemiddelingsprotocol, bemiddelingsakkoord en bemiddelingsbeding: zoek de verschillen!” (noot onder Gent 30 september 2011), RABG 2012, afl. 5, 311-315.

CAPRASSE, O., “De la tierce décision obligatoire”, JT 1999, afl. 5936, 565-576.

CAPRASSE, O. “Tierce décision obligatoire et motivation” (noot onder Luik 26 juni 2002), JLMB 2003, afl. 31, 1371-1374.

CAPRASSE, O., “Recours en annulation et exequatur des senteces: questions diverses” (noot onder Brussel 19 juni 2014), b-Arbitra 2014, afl. 2, 367-373.

CHENEVIERE, C., “Arrêts Pannon et Asturcom : Le caractère abusif des clauses attributives de compétence dans la lignée de la jurisprudence Oceano”, REDC 2010, afl. 2, 351-363.

CORTÉS, P., “Developing Online Dispute Resolution for Consumers in the EU: A Proposal for the Regulation of Accredited Providers”, 19 IJL & IT 2010, afl. 1, 1-28.

DAVIES, J., en SZYSZCZAK, E., “ADR: effective protection of consumer rights ?”, ELRev. 2010, afl. 5, 695-707.

DE CONINCK, H., “De alternatieve geschillenbeslechting in België: heden, verleden en toekomst”, DCCR 2013, afl. 100-101, 217-226.

DE CONINCK, H., Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen, DCCR 2014, afl. 105, 23-35.

DEMEYERE, L., “Hoe alternatief is alternatieve geschillenbeslechting (ADR-Alternative Dispute Resolution)?” RW 1996-97, afl. 16, 521-530.

EBERS, M., “From Océano to Asturcom: Mandatory Consumer Law, Ex Officio Application of European Union Law and Res Judicata”, ERPL 2010, afl. 4, 823-846.

ERNSTE, M.P., “De Nederlandse geschillencommissies voor consumentenzaken langs de meetlat van de Richtlijn ADR consumenten en de Verordening ODR consumenten”, NtEr 2013, afl. 8, 286-295.

GAYSE, B., “Bemiddeling. Een veralgemeende wettelijke grondslag”, NJW 2005, afl. 107, (434) 435.

GRAF, B.U. en Appleton, A.E., “ECJ Case C-40/08 Asturcom – EU Unfair Terms Law Confirmed as a Matter of Public Policy”, ASA Bulletin 2010, afl. 2, 413-418.

HANOTIAU, B., “Le principe du contradictoire devant les tribunaux arbitraux” (noot onder Brussel 25 september 1997), JT 1998, afl. 5881, 313-314.

HANOTIAU, B., “Arbitrage, médiation, conciliation: approches d’Europe continentale et de common law”, International Business Law Journal 1996, afl. 2, 203-220.

HANOTIAU, B., en DUQUESNE, B., “L’exécution en Belgique des sentences arbitrales belges et étangères”, JT 1997, 305-314.

HANOTIAU, B. en CAPRASSE, O., “Les droits de la défense dans la procédure arbitrale” (noot onder Cass. 25 mei 2007), RCJB 2010, 453-469.

HONDIUS, E., “Geschillenbeslechting voor consumenten wordt Europees”, NtEr 2012, afl. 3, 113-117.

HÖRNLE, J., “Encouraging online alternative dispute resolution (ADR) in the European Union and beyond”, E.L.Rev. 2013, 187-208.

LANCKSWEERDT, E., “Naar een faciliterende wetgeving voor bemiddeling met openbare besturen”, TBP 2010, afl. 9, 511-530.

LEFEBVRE, P., en SERVAIS, M., “Vers une conception large de l’ordre public à l’instar de la portée qui lui est conférée dans le cadre de l’annulation de sentences arbitrales”, b-Arbitra 2014, afl. 2, 297-350.

LESSELIERS, V., “De notaris en bemiddeling: 10 jaar later” Not.Fisc.M. 2009, afl. 7, 277-288.

LYSENS, T., en NAUDTS, L., “Deskundige. Verzoener, bemiddelaar of arbiter”, NJW 2010, afl. 222, 338-348.

MARZOCCO, A.M., en NINO, M., “The EU Directive on Mediation in Civil and Commercial Matters and the Principle of Effective Judicial Protection”, LESIJ 2012, afl. XIX-2, 105-127.

MAK, C., Noot onder HvJ 6 oktober 2009, ERCL 2010, afl. 4, 437-448.

MATTHIJS, H., “De ombudsman”, TBP 1994, 236-245.

MCGUIRE, J.E., “Mediation Mandate”, 9 Dispute Resolution Magazine 2002-03, afl. 1, 17-19.

MEERDINK, E.R., noot onder HvJ 26 oktober 2006, TvA 2007, afl. 4, 149.

MOSTEN, F.S., “The Evolving Field of Mediation in the United States”, Bond Law Review 2001, afl. 2, 1-19.

MICHIELS, A., “Arbitrage, bemiddeling of rechtszaak. Doordacht kiezen is de kunst”, Forward december 2005, 52-55.

MISSON, L., en KAËNS, L., “Arbitrage et droits fondamentaux”, JLMB 2011, afl. 23, 1085-1088.

MOURRE, A., Noot onder HvJ 26 oktober 2006, JDI 2007, afl. 13, 583-593.

NOLAN-HALEY, J., “Mediation Exceptionality”, 78 Fordham Law Review 2009, afl. 3, 1247-1264.

NOLAN-HALEY, J.M., “Is Europe Headed Down the Primrose Path with Mandatory Mediation?” 37 N.C. J. Int'l L. & Com. Reg. 2011-12, 981-1011.

OOMS, A., “De rechterlijke onpartijdigheid is niet steeeds wat ze lijkt. Een historische en prospectieve analyse over de grens tussen objectieve en subjectieve onpartijdigheid”, CDPK 2010, afl. 4, 499-524.

PARMENTIER, S., “Mediatie, de derde weg”, RW 2000-01, 1531-1533.

PHILIPPE, D., “Modernisation of the Belgian law on arbitration”, DAOR 2014, afl. 109, 5-20.

PIERS, M., “De vernietiging van de arbitrale uitspraak op grond van een schending van de rechten van verdediging” (noot onder Cass. 25 mei 2007), P&B 2008, afl. 2-3, (97) 101.

PIERS, M., “De consument in arbitrage: het ‘principe van vrijheid’” (noot onder Vred. Antwerpen 4 oktober 2007), T.Vred. 2009, afl. 3, 229-240.

PIERS, M., “Europees consumentenrecht en arbitrage”, TPR 2010, 1321-1382.

PIERS, M., “Europe’s Role in Alternative Dispute Resolution: Off to a Good Start?”, J. Disp. Resol. 2014, afl. 2, 269-306.

PIERS, M., en VERBIST, H., “Recente vernietigingen van arbitrale uitspraken van de Geschillencommissie Reizen: een analyse”, DCCR 2005, afl. 68, 3-30.

PIERS, M., en DE MEULEMEESTER, D., “Nieuwe arbitragewet. België is voortaan een ‘UNCITRAL-modelwet’-land”, NJW 2013, afl. 289, 726-736.

RENIER, G., “Le règlement extrajudiciaire des litiges de consommation. Analyse de la transposition de la directive ‘ADR’ 2013/11/UE en droit belge”, DCCR 2015, afl. 107, 3-45.

SIDOLI DEL CENO, J., “Compulsory mediation: civil justice, human rights and proportionality”, IJLBE 2014, afl. 3, vol. 6, 286-299.

STEENNOT, R., “Consumentenbescherming 2003-2007. Algemene bepalingen betreffende de verkopen van producten en diensten aan consumenten”, TPR 2009, 263-320.

STORME, M., “De bindende derden beslissing of het bindend advies als middel ter voorkoming van gedingen. Een rechtsvergelijkend onderzoek op de grenzen van het contractenrecht en het procesrecht”, TPR 1984, 1243-1288.

STORME, M., en STORME, M.E., “De bindende derdenbeslissing naar Belgisch recht”, TPR 1985, 713-748.

TAELMAN, P., “De arbiters en hun bevoegdheden”, TPR 1999, 1709-1745.

TOSSENS, J.-F., en GOLDMAN, S., “Commentaire de l’arrêt de la Cour d’appel de Bruxelles du 3 décembre 2012 à
la lumière de la nouvelle loi sur l’arbitrage” (noot onder Brussel, 3 december 2012), b-Arbitra 2013, afl. 2, 440-448.

TRSTENJAK, V., en BEYSEN, E., “European Consumer Protection Law: Curia Semper Dabit Remedium?” CML Rev. 2011, afl. 48, 95-124.

VAN COMPERNOLLE, J., “L’application des garanties de l’article 6 de la Convention Européenne des Droits de l’Homme à l’arbitrage: question mal posée ou enjeu veritable?”, Rev.dr.int.comp. 2010, afl. 3, 386-397. 

VAN DEN BERGH, B., “(Grenzen aan) het recht van verdediging: toe- gepast op een eis tot nietigverklaring van een arbitrale sententie (noot onder Brussel 22 april 2014)”, RW 2015-16, afl. 1, 22-26.

VAN DER HAEGEN, O., “European Public Policy in Commercial Arbitration: Bridge over Troubled Water?”, MJ 2009, afl. 4, 449-476.

VAN EIJK, N.A.N.M., “Noot onder HvJ 18 maart 2010”, TvC 2011, afl. 1, 24-25.

VAN LEYNSEELE, P., en VAN DE PUTTE, F., “La médiation dans le code judiciaire”, JT 2005, afl. 6179, 297-308.

VERBIST, H., “Het echte, becijferde beeld van arbitrage in België”, RW 1998-99, afl. 11, 345-362.

VERBIST, H., “Rechtsbescherming van partijen in arbitrageprocedures naar Belgisch recht. Een overzicht van rechtspraak”, b-Arbitra 2014, afl. 2, 257-296.

VERBRAEKEN, C., en VINCKE, F., “Les méthodes alternatives de règlement des litiges” JT 1996, afl. 5792, 161-167.

VOET, S., “Online ADR in Europa en België: a new frontier”, Nederlands-Vlaams tijdschrift voor Mediation en conflictmanagement 2013, afl. 3, 26-45.

VOET, S., “Buitengerechtelijke regeling consumentengeschillen”, NJW 2014, afl. 308, 674-685.

WAGEMANS, M., “Médiation et droit des contrats”, Rev.not.b. 2004, 270-290.

WAGNER, K., en BARBIER, J., “Over het arbitragebeding in algemene voorwaarden” (noot onder arb. uitspr. 20 januari 2012), P&B 2014, afl. 4, (132) 135.

WIJCKMANS, F., “Moderne kijk op het mededingingsrecht en arbitrage. Arbitrage, mededingingsrecht en… Brussel”, b-Arbitra 2013, afl. 2, 243-273.

YU, H., en NASIR, M., “Can online arbitration exist within the traditional arbitration framework?”, J.Int.Arb. 2003, 455-473.

ZEYEN, G., “Indépendance et impartialité d’un arbitre: entre doutes « légitimes » (Belgique) et doutes «raisonnables » (France). Entre une approche qui va en-deca du droit (Belgique) et une approche qui va au-delà du droit (France)?”, b-Arbitra 2015, afl. 1, (157) 165.

 

Rechtspraak en arbitrale uitspraken

HvJ 19 mei 1994, C-36/92, ECLI:EU:C:1994:205, SEP/Commissie.

HvJ 13 juli 1996, C-56-58/64, ECLI:EU:C:1966:41.

HvJ 1 juni 1999, C-126/97, ECLI:EU:C:1999:269, Eco Swiss.

HvJ 27 juni 2000, C-240/98, ECLI:EU:C:2000:346, Océano Grupo Editorial.

HvJ 7 mei 2002, C-478/99, ECLI:EU:C:2002:281, Commission v Kingdom of Sweden.

HvJ 21 november 2002, C-473/00, ECLI:EU:C:2002:705, Cofidis s.a. v. Jean-Louis Fredout.

HvJ 20 januari 2005, nr. C-464/01, ECLI:EU:C:2005:32, Gruber v. Bay Wa AG.

HvJ 27 januari 2005, C-125/04, ECLI:EU:C:2005:69, Denuit.

HvJ 26 oktober 2006, C-168/05, ECLI:EU:C:2006:675, Mostaza Claro.

HvJ 4 juni 2009, C-243/08, ECLI:EU:C:2009:350, Pannon GSM.

HvJ 6 oktober 2009, C-40/08, ECLI:EU:C:2009:615, Asturcom Telecomunicaciones.

HvJ 18 maart 2010, C-317-320/08, ECLI:EU:C:2010:146, Alassini.

HvJ 9 november 2010, C-137/08, ECLI:EU:C:2010:659, VB Pénzügyi Lízing

HvJ 26 april 2012, C-472/10, ECLI:EU:C:2012:242, Invitel.

Besch.HvJ 3 april 2014, C-342/13, ECLI:EU:C:2014:1857, Sebestyen.

HvJ 4 juni 2015, C-497/13, ECLI:EU:C:2015:357, Froukje Faber.

 

Dunnett v. Railtrack, [2002] EWCA (Civ) 303, [2002] WLR 2434.

Halsey v. Milton Keynes Gen. Hosp., [2004] EWCA (Civ) 576, [2004] WLR 3002 [9].

 

Cass. 5 september 1980, JT 1981, 518.

Cass. 10 november 2005, AC 2005, 2224.

Cass. 25 mei 2007, AC 2007, 1110.

Cass. 24 december 2009, TBBR 2011, afl. 7, 332, noot S. JANSEN.

Cass. 2 november 2012, C.11.0018.N.

 

Antwerpen 15 maart 2000, AJT 2000-01, 915.

Bergen 6 juni 2000, JT 2001, 474.

Luik 26 juni 2002, JLMB 2003, afl. 31, 1364, noot O. CAPRASSE.

Gent 1 februari 2006, DCCR 2007, afl. 2, 179, noot H. DE CONINCK.

Gent 31 mei 2010, NJW 2011, afl. 241, 305, noot A. VANDERHAEGHEN.

Gent 30 september 2011, RABG 2012, afl. 5, 303, noot S. BROUWERS.

Brussel 3 december 2012, b-Arbitra 2013, afl. 2, 433, noot J.-F. TOSSENS en S. GOLDMAN.

Antwerpen 3 december 2012, RW 2013-14, afl. 17, 663.

Gent 9 december 2014, TGR 2015, afl. 3, 175, noot F. MOEYKENS.

Kh. Gent 18 september 1997, TBH 1999, 43.

Rb. Brussel, 14 december 2006, JT 2007, afl. 6260, 207, noot G. KEUTGEN.

Rb. Gent 8 november 2007, RABG 2009, afl. 9, 231, noot S. BROUWERS.

Kh. Brussel 15 oktober 2008, TRV 2011, 587.

Arbrb. Gent 24 juni 2010, TGR 2011, 190.

Vred. Gent 9 maart 1998, DCCR 1999, 59, noot J. SPEYBROECK.

Vred. Antwerpen 4 oktober 2007, T.Vred. 2009, afl. 3, 226.

Arb. uitspr. 3 november 1977, Yearbook Commercial Arbitration 1982, 77.

Arb. uitspr. 29 november 1980 (ICC Case No. 3380), Yearbook Commercial Arbitration 1982, 116.

 

Overheidspublicaties en parlementaire voorbereiding

Groenboek betreffende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting op het gebied van het burgerlijk recht en het handelsrecht van de Europese Commissie, 19 april 2002, COM (2002) 196.

Res. (EP) over het Groenboek van de Commissie betreffende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting op het gebied van het burgerlijk recht en het handelsrecht, Pb.C. 256.

Wetsontwerp houdende de invoeging van Boek XVI, “Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen” in het Wetboek van economisch recht, Parl.St. Kamer 2013-14, 3360/1.

Commissieverslag van wetsontwerp houdende de invoeging van Boek XVI, “Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen” in het Wetboek van economisch recht, Parl.St. Kamer 2013-14, 3360/4.

Wetsontwerp tot wijziging van het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage, Parl.St. Kamer 2012-13, 2743/1.

Wetsvoorstel van 13 september 2012 tot inrichting van buitengerechtelijke groepsvorderingen ten aanzien van organisaties met overheidsparticipaties en tot groepering van de federale ombudsdiensten voor Telecommunicatie, Post, Energie, Trein- en Luchtverkeer, Parl.St. Senaat 2011-12, 5-1790/1.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek in verband met bemiddeling, Parl.St. Kamer 2003-04, 327/9.

 

Varia

IBA Guidelines on conflicts of interest in international arbitration, http://www.ibanet.org/Publications/publications_IBA_guides_and_free_mat….

“’Rebooting’ the mediation directive: Assessing the limited impact of its implementation and proposing measures to increase the number of mediations in the EU”, 8. Te raadplegen op: http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/etudes/join/2014/493042/IP….

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Master of Laws
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Prof. Dr. Reinhard Steennot
Share this on: