Head-and-shoulder outlined anthropomorphic graves in 9th-13th century Flanders: material characteristics and immaterial meaning

Maria Mejia Sian
Met kop en schouders; over een bijzondere middeleeuwse begraafwijzeAl vanaf het begin van de mensheid hebben nabestaanden hun overleden dierbaren een laatste rustplaats gegeven. De vorm van die graven verschilt uiteraard in de loop van de geschiedenis. Vaak bestaan meerdere graftypes een tijdlang naast elkaar. De studie van begraafgewoonten kan ons iets leren over hoe mensen in een bepaalde periode tegen het leven en de dood aankeken. In Vlaanderen blijkt een specifiek graftype gedurende enkele eeuwen bestaan te hebben. Het gaat hier over het zogenaamde hoofdnisgraf uit de volle middeleeuwen.

Head-and-shoulder outlined anthropomorphic graves in 9th-13th century Flanders: material characteristics and immaterial meaning

Met kop en schouders; over een bijzondere middeleeuwse begraafwijze

Al vanaf het begin van de mensheid hebben nabestaanden hun overleden dierbaren een laatste rustplaats gegeven. De vorm van die graven verschilt uiteraard in de loop van de geschiedenis. Vaak bestaan meerdere graftypes een tijdlang naast elkaar. De studie van begraafgewoonten kan ons iets leren over hoe mensen in een bepaalde periode tegen het leven en de dood aankeken. In Vlaanderen blijkt een specifiek graftype gedurende enkele eeuwen bestaan te hebben. Het gaat hier over het zogenaamde hoofdnisgraf uit de volle middeleeuwen. Dat is kistloos graf direct in de aarde, met een nis voor het hoofd. De vorm van het hoofd en de schouderlijn, zo kenmerkend voor een menselijk figuur, wordt dus  gevolgd en gemarkeerd. Daarom worden deze graven ook wel antropomorf of mensvormig genoemd. Nader onderzoek leert dat hoofdnisgraven bestemd leken voor bepaalde personen in de samenleving. De bijzondere grafvorm werd echter altijd afgedekt en was bovengronds niet te herkennen. Dat is intrigerend. Waarom zouden nabestaanden hiervoor gekozen hebben?

Een onderscheidend graftypeIn Vlaanderen zijn verschillende archeologische sites bekend met graven uit de middeleeuwen. Soms gaat het dan om kuilgraven, soms om kistgraven, en zoals hierboven aangegeven in enkele gevallen ook om hoofdnisgraven. Overigens zijn hoofdnisgraven niet uniek voor Vlaanderen. Elders in Europa zijn ze ook gevonden, uit min of meer dezelfde periode en met min of meer dezelfde kenmerken. Kijkend naar Vlaamse sites met antropomorfe of hoofdnisgraven vallen een aantal zaken op. Voor dit onderzoek zijn 11 archeologische sites in hedendaags Vlaanderen geselecteerd. Op al deze sites zijn hoofdnisgraven gevonden. Ze zijn allemaal te dateren tussen de 9e en de 13e eeuw; het hoogtepunt lijkt in de 10e en 11e eeuw te liggen. Een site bevat nooit alleen maar hoofdnisgraven. Soms vormen ze maar een fractie van het totale aantal graven. Belangrijke vindplaatsen met meerdere hoofdnisgraven zijn Gent, Aalst en Ronse. Dankzij in het graf teruggevonden endotafen, plaatjes met hun naam erin gebeiteld, is van sommige overledenen  bekend wie ze waren bij leven. Zo kennen we in de Gentse Sint-Baafs abdij bijvoorbeeld de abten Othelboldus en Odwinus, op de site van het Gentse Sint-Pietersplein de gegoede burgerman Vulferus en in de Leuvense Sint-Pieterskerk de adellijke jonge vrouw Conigunda.

Kijkend naar hoe de hoofdnisgraven eruitzagen, zijn er 3 constructietypen te onderscheiden. Allereerst is er het kuilgraf waarin de menselijke vorm in de aarde is aangebracht, dus met een uitsparing voor het hoofd. Vervolgens is er het semi-geconstrueerde graf waarin de menselijke vorm benadrukt is met behulp van materialen zoals stenen rondom het hoofd of een belijning van kalkmortel. Ten slotte is er het geconstrueerde graf, dat geheel uit materialen zoals stenen bestaat. Op één site konden meerdere types voorkomen. Hoofdnisgraven kregen vermoedelijk een dekplaat en werden vervolgens met aarde bedekt. Hun unieke vorm bleef dus verborgen in de grond. Het is aan de archeoloog om dit type graf behoedzaam uit te graven.

Om dit graftype nog beter te kunnen bestuderen en er iets uit te leren over onze geschiedenis, is het belangrijk voor archeologen om actief uit te kijken naar hoofdnisgraven, ze deugdelijk te beschrijven, te fotograferen en te tekenen en de gegevens internationaal beschikbaar te maken.

Vrome en vooraanstaande figurenDe naamplaatjes die in sommige graven zijn aangetroffen, leren ons dat hoofdnisgraven bedoeld waren voor belangrijke mensen uit de gemeenschap. Maar ook de begrafenisplekken zelf laten dat al zien. Vaak liggen hoofdnisgraven op gewilde plaatsen in of vlakbij een kerk, klooster, kapel of abdij. Daar werden mensen van aanzien en prestige bijgezet. Mensen uit de religieuze gemeenschap zelf, maar ook hun weldoeners uit de betere kringen vonden er hun laatste rustplaats. Veel mensen passeerden zulke graven of woonden er een mis bij en konden dan iedere keer een gebedje doen voor het zielenheil van de overledenen. Door de doden te gedenken werd steeds opnieuw de band met voorgaande  generaties bevestigd.                       

Opmerkelijk in sommige van de Vlaamse hoofdnisgraven is dat dat het hoofd enigszins opgetild is met behulp van stenen of een verhoging. Daardoor gaf de overledene de indruk het hoofd gebogen te houden. Dit was vermoedelijk een uitdrukking van vroomheid en nederigheid. Omstanders werden er zo nog eens op gewezen dat hier een toegewijd Christen te rusten werd gelegd aan wie ze een voorbeeld konden nemen. De begrafenisplechtigheid was bedoeld om indruk te maken op de omstanders. Immers, het lichaam werd met grote zorg  te rusten gelegd, ervoor wakend dat het hoofd niet opzij kon vallen. De overledene was weliswaar niet meer in leven, zo meende de middeleeuwse mens, maar toch ook nog niet helemaal in het rijk der doden. Zorgvuldige behandeling en positionering van het lichaam in het graf en het uitvoeren van begrafenisrituelen konden de overgang van de ene staat naar de andere vergemakkelijken.

Tot besluitVanaf de 13e eeuw verdwijnen de hoofdnisgraven vrijwel geheel van het toneel. Niet langer kuilgraven maar kistbegravingen worden de regel, misschien door andere opvattingen over hygiëne en over de weg die afgelegd moest worden naar het hiernamaals. Voortaan werd de ziel belangrijker gevonden dan het lichaam. Overigens imiteren de kisten in zekere mate de menselijke vorm, met een breder deel voor de schouders. De bewerkelijke en daardoor kostbare hoofdnisgraven zijn in de periode dat ze voorkwamen een weloverwogen en bewuste keuze geweest. Hun betekenis lag waarschijnlijk in het uitdrukken van het belang dat zij voor de nabestaanden hadden. Niet alleen waren zij vooraanstaande leden van de samenleving, maar ook waren ze exemplarisch vanwege hun devote leefstijl. Voor de aanwezigen bij de uitvaart moet dit overduidelijk zijn geweest in de aanblik van het graf, de positie van het hoofd, de woorden en gebaren. De personen die bijgezet waren in de hoofdnisgraven, staken als het ware met kop en schouders boven de middeleeuwse stervelingen uit.

Bibliografie

Archaeology Data Service, “Medieval Monastic Cemeteries of Britain (1050-1600): a digital resource and database of excavated samples Roberta Gilchrist, Barney Sloane, 2005”, in: Archaeology Data Service (online), 2015. http://archaeologydataservice.ac.uk/archives/view/cemeteries_ahrb_2005/… (20 June 2015).

P. Ariès & J. Holierhoek, 2003. Het beeld van de dood, Amsterdam.

P. Ariès, 2004. “The Hour of Our Death”, in: A.C.G.M. Robben (ed), Death, Mourning, and Burial: a Cross-Cultural Reader, Oxford, p. 40-48.

N. Arts, 1998. “Het archeologisch onderzoek. Doel, methode en resultaten”, in: N. Arts, A.J.A. Bijsterveld (Eds), De schaduw van een heiligdom. De geschiedenis van Aalst en zijn middeleeuwse kerk, Eindhoven, p. 15-42.

D. Alexandre-Bidon, 2010. “Het kerkhof, verblijfplaats van de doden… en de levenden”, in: S. Balace & A. De Poorter (eds), Tussen Hemel en Hel. Sterven in de Middeleeuwen 600 – 1600, Brussel, p. 245-251.

J.L. Baker, 2012. “Introduction”, in: J.L. Baker (ed), The funeral kit: mortuary practices in the archaeological record, Walnut Creek, p. 11-20.A. Bardel & R. Perennec, 2004. “Abbaye de Landévennec: evolution du context funéraire depuis de haut moyen âge”, in: A. Alduc-Le Bagousse (ed), Inhumations et édifices religieux au Moyen Âge entre Loire et Seine, Caen Basse-Normandie, p. 121-158.

J. Barrow, 2006. “Religion”, in: D. Power (ed), The Central Middle Ages. Europe 950-1320, Oxford, p. 121-147.

N. Berend, P. Urbańczyk & P. Wiszewski, 2013. “Society and the Economy, eleventh-twelfth centuries”, in: N. Berend, P. Urbańczyk & P. Wiszewski (eds), Central Europe in the High Middle Ages: Bohemia, Hungary and Poland, c.900–c.1300, Cambridge, p. 250-314.

P. Binski, 1996. Medieval Death, Londen.

A. Boddington, 1996. “Part I An Anglo-Saxon Church and Churchyard”, in: A. Boddington, G. Cadman, R. Cramp, D. Parsons, T. Pearson & F. Powell (eds), Raunds Furnells. The Anglo-Saxon church and churchyard, English Heritage 7, Londen, p. 5-71.

M-A Bru, M.C. Laleman & G. Vermeiren, 2009. “Het archeologisch onderzoek”, in: M.C. Laleman, M-A Bru & G. Vermeiren, Onder het Sint-Pietersplein Gent. Van hoogadellijke begraafplaats tot parking, Gent, p. 10-88.M-A. Bru, G. Stoops & G. Vermeiren, 2010. “Antropomorfe graven in Gent”, in: Novi Monasterii, vol 10, p. 89-104.

J. Burnouf, D. Arribet-Deroin, B. Desachy, F. Journot & A. Nissen-Joubert, 2009. “L’espace rurale“, in: J. Burnouf, D. Arribet-Deroin, B. Desachy, F. Journot & A. Nissen-Joubert (eds), Manuel d’archéologie médiévale et moderne, Parijs, p. 95-154.

P. Buyse, 2004. “Geschreven bronnen aan het woord. Het ontstaan en de ontwikkeling van Dendermonde in de middeleeuwen”, in: P. Buyse, L. Meganck, E. Vandeweghe & R. Vervoort (Eds), De grote markt van Dendermonde van boven tot onder bekeken, Gent, p. 6-22.

M. Carnier, 2004. “Het ontstaan van parochies”, in: Lezing te Zelzate, Nacht van de geschiedenis, 23 maart 2004.

M. Carver & J. Klapste, 2011. The archaeology of Medieval Europe. Vol.2: Twelfth to Sixteenth Centuries, Aarhus.

P. Charlier, A. Joly, J. Champagnat, L. Brun, G. Lorin de la Grandmaison & C. Hervé, 2013. “Death, Cadavers and Post-mortem Biomedical Research: A Point of View from a Christian Community”, in: Journal of Religion and Health 52, p. 1346-1355.

E.L. Cutts, 2013. “Customs”, in: E.L. Cutts (ed), Parish Priests and their People in the middle ages in England, Londen, p. 305-317.

V. Debiais, 2004. “Inscriptions funéraires et édifices religieux: formes et fonctions des épitaphes des abbés et abbesses (Nord-Ouest de la Frace, Xe-XIVe siècles)”, in: A. Alduc-Le Bagousse (ed), Inhumations et édifices religieux au Moyen Âge entre Loire et Seine, Caen Basse-Normandie, p. 23-46.

G. Declercq & A. Dierkens, 2009. “De abdijkerk van Sint-Pieters in Gent als hoogadellijke begraafplaats”, in: M.C. Laleman, M-A Bru & G. Vermeiren (eds), Onder het Sint-Pietersplein Gent. Van hoogadellijke begraafplaats tot parking, Gent, p. 114-133.

L. De Cock, 2006. Geschiedenis van de dood. Rituelen en gewoonten in Europa, Leuven.H.L. De Groot, T. Pot, C.A.M. Van Rooijen & J.H. Witte, 1989. Archeologische en Bouwhistorische Kroniek van de Gemeente Utrecht 1989, Utrecht.

S. Depuydt, 2013. Archeologisch rapport, in: S. Depuydt, F. Kinnaer & K. Van Den Vijver (eds), In de schaduw van de toren. Resultaten van het archeologisch onderzoek van het Sint-Romboutskerk in Mechelen, Mechelen, p. 9-118.

F. De Smidt, 1956a. “Woord vooraf”, in: F. De Smidt (ed.), Opgravingen in de Sint-Baafsabdij te Gent. De Abdijkerk, Gent, p. 7-8.

F. De Smidt, 1956b. “C-Graven”, in: F. De Smidt (ed.), Opgravingen in de Sint-Baafsabdij te Gent. De Abdijkerk, Gent, p. 251-278.

M. Durand, 1978. “Les tombes construites médiévales à cuve céphalique du sud-est de l'Oise, in: Revue archéologique de l'Oise 13, p. 41-44.

M. Durand, 1988. “Seconde partie: Archéologie du cimetière médiéval”, in: Revue archéologique de Picardie 6. Archéologie du cimetière médiéval au sud-est de l'Oise du VIIème au XVIème siècle relations avec l'habitat, évolution des rites et des pratiques funéraires, paléodémographie. p. 27-206.

B. Effros, 2009. “Death and Grave”, in: D.E. Bornstein (ed), A People’s History of Christianity. Medieval Christianity, vol. 4, Minneapolis, p. 53-74.

W. M. Flinders Petrie, 1904. Methods and Aims in Archaeology, Londen.

C. Fowler, 2004. “Performance, death and transformation”, in: C. Fowler (ed), The Archaeology of Personhood. An Anthropological Approach, Londen, p. 79-100.

H. Galinié, E. Zadora-Rio, P. Husi, M. Liard, X. Rodier, C. Thereau, 2001. “La fouille du site de Rigny, 7e-19e s. (commune de Rigny-Ussé, Indre-et-Loire) : l'habitat, les églises, le cimetière. Troisième et dernier rapport préliminaire (1995-1999)”, in: Revue archéologique du Centre de la France 40, p. 167-242.

V. Gazeau, 2004. “La mort des moines: sources textuelles et méthodologie (XIe-XIIe siècles)”, in: A. Alduc-Le Bagousse (ed), Inhumations et édifices religieux au Moyen Âge entre Loire et Seine, Caen Basse-Normandie, p. 13-22.

R. Gilchrist & B. Sloane, 2005. Requiem. The Medieval Monastic Cemetery in Britain, Londen.

R. Gilchrist, 2013a. “The Medieval Church and Cemetery: the Quick and the Dead”, in: R. Gilchrist (ed.), Medieval Life: Archaeology and the Life Course, Woodbridge, p. 169 -215.

R. Gilchrist, 2013b. “Archaeology and the Life course”, in: R. Gilchrist (ed.), Medieval Life: Archaeology and the Life Course, Woodbridge, p. 1-31.

P. Graves, 2008. From an Archaeology of Iconoclasm to an Anthropology of the Body: Images, Punishment, and Personhood in England, 1500–1660, Current Anthropology 49 (1), p. 35-60.

B. Gruwier & V. Vander Ginst, 2012. “Het fysisch-antropologisch onderzoek”, in: M. Smeets & V. Vander Ginst (eds), Het archeologisch onderzoek van de Sint-Willibrorduskerk te Meldert (Lummen), Archeo-rapport 95, Studiebureau Archeologie bvba, p. 41-59.

D.M. Hadley, 2001. Death in Medieval England: an Archaeology, Stroud.

D.M. Hadley, 2002. “Burial Practices in Northern England in the Later Anglo-Saxon Period, in: S. Lucy & A. Reynolds (eds), Burial in Early Medieval England and Wales, Society for Medieval Archaeology Monograph 17, Londen, p. 209-228.

D. M. Hadley & J.L. Buckberry, 2005. “Caring for the dead in late Anglo-Saxon England”, in: F. Tinti (ed), Pastoral Care in Late Anglo-Saxon England, Woodbridge, p. 121-147.

E. Hallam & J. Hockey, 2001a. “Figuring Memory: Metaphors, Bodies and Material Objects”, in: E. Hallam & J. Hockey (eds), Death, Memory and Material Culture, New York, p. 23-46.

E. Hallam & J. Hockey, 2001b. “Visualizing Death: Making Memories from Body to Image”, in: E. Hallam & J. Hockey (eds), Death, Memory and Material Culture, New York, p. 129-154.

C. Hawkes, 1954. “Archaeological Theory and Method: Some Suggestions from the Old World”, in: American Anthropologist (56), p. 155-168.

C. M. Heighway, M. Harman, L. Viner and D. J. Wilkinson, 1998. “Burials”, in: D.J. Wilkinson & A.D. McWhirr (eds), Cirencester. Anglo-Saxon Church and Medieval Abbey, Cirencester Excavations IV, Cirencester, p. 163-168.

G. Howarth, 2007. Death and Dying. A Sociological Introduction, Cambridge.

R. Huntington & P. Metcalf, 1979. Celebrations of Death. The Anthropology of Mortuary Ritual, Cambridge.M.C. Kearl, 1989. Endings. A Sociology of Death and Dying, New York.

S. Klinkenborg, W. De Maeyer & B. Cherretté, 2010. “Het archeologisch onderzoek”, in: Moorsel (Aalst) Centrum, Solva-rapport 12, Aalst, p. 14-64.

L. Korthorst & J. Nollen, 2008. “Resultaten”, in: L. Korthorst & J. Nollen (eds), Archeologisch onderzoek Eindhoven - Oude Toren te Woensel. De opgraving en het onderzoek van de menselijke skeletresten, Archeologisch Centrum Eindhoven Rapport 21, p. 31- 50.

M. Lauwers, “La mémore des ancêtres, le souci des morts. Foction et usages du culte des morts dans l’occident médiéval (diocèse de Liège XIe-XIIIe siècles)”, in: Cahiers du Centres de reserches historiques (online), 2009. http://ccrh.revues.org/2760 (25 June 2015).

M. Lauwers & C. Treffort, 2009. “De l’inhumation privilégiée à la sépulture de prestige. Conclusions de la Table ronde”, in: A. Alduc-Le Bagousse (ed), Inhumations de prestige ou prestige de l’inhumation? Expressions du pouvoir dans l’au-delà (IVe-XVe siècle), p. 439-450.MeMo, Medieval Memoria Online, "4.1 Definitions and terminology”, in: MeMo Medieval Memoria Online (online), 2013. http://memo.hum.uu.nl/database/pages/objects.html (2 July 2015).

J. Mertens, 1950. “De oudheidkundige opgravingen in de St. Lambertuskerk te Muizen (Brab.)”, in: Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, p. 115- 195.

J. Mertens, 1958. De Romaanse krocht en de oudere Sint-Pieterskerk te Leuven, V.S.P. reeks 2, Leuven.

J. Mertens, 1969. “Archeologische opgravingen in de Sint-Lambertuskapel te Heverlee”, in: Archeologica Belgica, 115, Brussel, p. 5- 45.

P. Mignot, 2010. “Sterven op het plateland tussen 550-1750. Archeologie van het parochiale kerkhof van Froidlieu”, in: S. Balace & A. De Poorter (eds), Tussen Hemel en Hel. Sterven in de Middeleeuwen 600 – 1600, Brussel, p. 173-181.

E. Müller, 2013. Slawische Bestattungssitten im Saalegebiet–die Gräberfelder von Niederwünsch und Oechlitz (Saalekreis, Sachsen-Anhalt), in: F. Biermann, T. Kersting, A. Klammt (Eds), Soziale Gruppen und Gesellschaftsstrukturen im westslawischen Raum, Beiträge zur Ur- und Frühgeschichte Mitteleuropas 70, p. 129-183.

N. Ohler, 1990. Sterben und Tod im Mittelalter, München.Open Edition, “Logette céphalique”, in: Open Edition (online), n.d. http://search.openedition.org/index.php?q=logette+c%C3%A9phalique&s=ADL… (29 June 2015).

M. Parker Pearson, 1999. “Learning from the Dead”, in: M. Parker Pearson (ed). The Archaeology of Death and Burial, Somerset, p. 1- 20.

F.S. Paxton, 1990. Christianizing Death. The Creation of a Ritual Process in Early Medieval Europe, New York.

D. Postles, 1996. “Monastic Burials of Non-Patronal Lay Benefactors”, in: The Journal of Ecclesiastical History 47, p. 620-637.

K. Quentelier & M. Vandenbruane, 2009. “Fysisch-antropologisch onderzoek van de opgegraven skeletten”, in: M.C. Laleman, M-A Bru & G. Vermeiren (eds), Onder het Sint-Pietersplein Gent. Van hoogadellijke begraafplaats tot parking, Gent, p. 88-101.

L. Rădvan, 2010. “Towns in the Kingdom of Hungary:, in: L. Rădvan (ed), At Europe's Borders: Medieval Towns in the Romanian Principalities, Leiden, p. 53-86.H.G. Ramm, 1971. “The tombs of Archbishops Walter de Gray (1216-55) and Godfrey de Ludham (1258-65) in York Minster and their contents”, in: Archaeologia 103, p. 101-48.

S. Roffey, 2012. “Medieval Leper Hospitals in England: An Archaeological Perspective”, in: Medieval Archaeology 52, p. 203-233.

S. Roffey & K. Tucker, 2012. “A contextual study of the medieval hospital and cemetery of St Mary Magdalen, Winchester, England”, in: International Journal of Paleopathology 2, p. 170-180.

H. Roosens & J. Mertens, 1950. De Oudheidkundige opgravingen bij St-Hermes te Ronse, Ronse.

L.A. Sam, M. Parlevliet, M. d’Hollosy & J.P. Flamman, 2005. “Het oude kerkhof van Oosterhout”, in: L.A. Sam, M. Parlevliet, M. d’Hollosy & J.P. Flamman (Eds), Graven op de markt. Een middeleeuwse nederzettingen en begraafplaats op de markt in Oosterhout, 32, Amsterdam, p. 38-80.

L.A. Sam, M. Parlevliet, M. d’Hollosy & J.P. Flamman, 2005. “Bijlage 7 catalogus n.a.v. fysisch antropologisch onderzoek skeletten”, in: L.A. Sam, M. Parlevliet, M. d’Hollosy & J.P. Flamman (Eds), Graven op de markt. Een middeleeuwse nederzettingen en begraafplaats op de markt in Oosterhout, 32, Amsterdam, p. 131-168.

R. Sprague, 2005. Burial Terminology. A Guide for Researchers, Oxford.

H. Stoepker, 2007. Evaluatie en synthese van het sinds 1995 in Limburg uitgevoerde archeologische onderzoek met betrekking tot de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, Maastricht.

V. Thompson, 2002. “Constructing Salvation: A Homiletic and Penitential Context for Late Anglo-Saxon Burial Practice”, in: S. Lucy & A. Reynolds (eds), Burial in Early Medieval England and Wales, Society for Medieval Archaeology Monograph 17, Londen, p. 229-240.

V. Thompson, 2003. “The View from the Edge: Dying, Power and Vision in Late Saxon England”, in: D. Griffiths, A. Reynolds & S. Semple (eds), Boundaries in Early Medieval Britain, Anglo-Saxon Studies in Archaeology and History 12, Oxford, p. 92-97.

E. Townsend, 2009. Death and Art : Europe 1200-1530, Londen.

C. Treffort, 2010. “Begrafenishandelingen en –rituelen”, in: S. Balace & A. De Poorter (eds), Tussen Hemel en Hel. Sterven in de Middeleeuwen 600 – 1600, Brussel, p. 115-123.

P. Trio, 2010. “De zorg voor het lichaam en ziel in het licht van de eeuwigheid (late middeleeuwen)”, in: S. Balace & A. De Poorter (eds), Tussen Hemel en Hel. Sterven in de Middeleeuwen 600 – 1600, Brussel, p. 237-243.

R. Van Belle, 2010. “Grafmonumenten in de twaalfde-zestiende eeuw”, in: S. Balace & A. De Poorter (eds), Tussen Hemel en Hel. Sterven in de Middeleeuwen 600 – 1600, Brussel, p. 151-161.

A.Van den Brempt & G. Vermeiren, 2004. “Archeologisch vooronderzoek op het Sint-Pietersplein en aan de Tweekerkenstraat”, in: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent n.r. LVIII, 23-58.

B. Van den Hoven van Genderen, 2013. “In steen gebeiteld. Utrechtse kanunniken en hun grafzerken: de samenhang met administratieve veranderingen”, in: P. Bitter, V. Bonenkampová & K. Goudriaan (eds), Graven spreken. Perspectieven op grafcultuur in de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden, Hilversum, p. 173-192.

J. Vandevelde, R. Annaert, A. Lentacker, A. Ervynck & M. Vandenbruaene, 2007. “Vierduizend jaar bewoning en begraving in Edegem-Buizegem”, in: Relicta 3, p. 9-67.

F. Verhaeghe, 2010. “Algemene inleiding”, in: S. Balace & A. De Poorter (eds), Tussen Hemel en Hel. Sterven in de Middeleeuwen 600 – 1600, Brussel, p. 10-13.

A. Van Lokeren, 1855. “Crypte de la Vierge”, in: A. Van Lokeren (ed), Histoire de l'abbaye de Saint-Bavon & de la crypte de Saint-Jean, Gent, p. 67-73.

R. Vervoort, 2004. “Archeologen kijken onder de markt”, in: P. Buyse, L. Meganck, E. Vandeweghe & R. Vervoort (Eds), De grote markt van Dendermonde van boven tot onder bekeken, Gent, p. 26-52.

E.B. Vitz, 2009. “Liturgy as Education in the Middle Ages”, in: R. B. Begley & J. W. Koterski (eds), Medieval Education, Fordham, p. 20-34.W. Wakeford, 1890. “Modes of Burial: Which is Right?”, in: LSE Selected Pamphlets, Society for Promoting Christian Knowledge, p. 3-47.

D. Westerhof, 2012. “Death and the Cadaver: Visions of Corruption”, in: D. Westerhof (ed), Death and the Noble Body in Medieval England, Cambridge, p. 13-32.R. S. Wieck, 1996. “The Death Desired: Books of Hours and the Medieval Funeral”, in: E.E. DuBruck & B. I. Gusick (eds), Death and Dying in the Middle Ages, New York, p. 431-444.

H. Williams, 2006. “Remembering through the body”, in: H. Williams (ed), Death and memory in early medieval Britain, Cambridge, p. 79-116.

ZMK, 2001. “Untersuchungen an Gipsmörteln aus einer archäologischen Grabung in Harsefeld bei Stade”, in: Tätigkeitsbericht 2000/2001, Norddeutsches Zentrum für Materialkunde von Kulturgut e.V., p. 11.

Universiteit of Hogeschool
Kunstwetenschappen en Archeologie
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: