The Fourth Wall of Architecture

Bart Decroos
De meest gefotografeerde woonwijk in de stadsrandNiemand herinnerde zich nog wanneer de eerste toeristen onze straten kwamen bezichtigen. Maar eenmaal ze er waren, was het onmogelijk geworden onze wijk nog zonder ze in te beelden.Die ochtend stond ik in de deuropening, starend naar de vrouw waarmee ik samenwoonde. “Ik zag daarnet weer één van die toeristen,” zei ik, “foto’s aan het nemen van onze voordeur.” Ze stond aan het aanrecht haar kop koffie uit te spoelen.

The Fourth Wall of Architecture

De meest gefotografeerde woonwijk in de stadsrand

Niemand herinnerde zich nog wanneer de eerste toeristen onze straten kwamen bezichtigen. Maar eenmaal ze er waren, was het onmogelijk geworden onze wijk nog zonder ze in te beelden.Die ochtend stond ik in de deuropening, starend naar de vrouw waarmee ik samenwoonde. “Ik zag daarnet weer één van die toeristen,” zei ik, “foto’s aan het nemen van onze voordeur.” Ze stond aan het aanrecht haar kop koffie uit te spoelen. Op de achtergrond speelde de radio, de ene reclamespot na de andere. “Nu slechts tijdelijk beschikbaar,” zei de radio, “Alleen verkrijgbaar met een extra optionele megabyte geheugenkaart.” “Me-ga-byte,” zei Charlotte.Onze dochter zat aan de ontbijttafel, voor zich uit aan het praten. Ze was bijna vier en begon sinds kort stemmen op de radio of televisie na te praten.“Ik weet het, ik zag hem ook, in de voortuin van Rem,” zei ze, “Ik had bijna medelijden met hem, hoe hij in dit koude weer zijn statief met blote handen moest opstellen.”Ik keek hoe Jane haar koffiekop terug op het rek plaatste, voor ze mijn richting uitliep en zich langs me door de deuropening wrong, onze lichamen elkaar bijna rakend.Na een huwelijk van 6 jaar hadden we beslist te scheiden. We deelden het huis nog, omwille van financiële redenen, omwille van onze dochter, omwille van het gemak. Jane bleef in de slaapkamer, terwijl ik verhuisde naar de gastenkamer, die bedoeld was als kamer voor ons tweede kind. We maakten afspraken over het gebruik van de badkamer, over het ontvangen van bezoek, over het feit dat onenightstands niet aan de ontbijttafel mochten, en over Charlotte.

Toen ik later terug de trap opliep, zag ik de toerist opnieuw door het raam aan de voordeur. Hij keek naar me terwijl ik hem stond aan te staren. Hij glimlachte en begon langs de zijkant van ons huis naar de achtertuin te wandelen, ongestoord. We waren de personages in het verhaal die hij kwam fotograferen, niets meer.

Ons huis werd gebouwd als deel van een grootschalig ontwikkelingsproject, gepland door één van de grotere projectontwikkelaars in de buurt. We kregen brochures in de bus met beelden van de zonnige toekomst van de eengezinswoningen die te koop waren.Toen we het contract bij de ontwikkelaar gingen tekenen, zaten we te wachten in de wachtkamer met een aantal andere jonge stellen. De stoelen van de wachtkamer stonden zij aan zij, tegenover een blanco muur met enkele ingekaderde affiches. De affiches toonden dezelfde beelden die ieder van ons via de post had ontvangen, uitsluitend lachende gezichten en zonneschijn.In de wachtkamer ontmoetten we onze toekomstige buur, Rem K.,  als enige alleen tussen de andere stellen. Rem was een journalist, maar hij schreef vooral boeken over architectuur. Hij had een kort succes gekend met een publicatie over New York, maar dat was al een hele tijd geleden.“Je vrouw kon er niet bij zijn?” vroeg ik, ervan uitgaand dat enkel stereotiepe koppels met cliché namen in woonwijken in de stadsrand gingen leven.“Ik ben niet getrouwd,” zei hij, “en ik ben ook niet bepaald geïnteresseerd in het huwelijksleven. Ik ben hier om een studie te doen naar de theoretische gevolgen van het wonen in een voorstedelijke omgeving, waar elk perceel tegelijkertijd identiek en uniek is; waar elk perceel is samengesteld uit dezelfde elementen maar op een andere manier, in een poging zich te onderscheiden van de andere, wetende dat dit desondanks onvermijdelijk zal falen; waar elk perceel gericht is op eenheid en identiteit, maar net daardoor spreiding en middelmatigheid creëert.”

Ik staarde naar de muur.Iemand riep Rem’s naam. Het was zijn beurt om het contract te gaan tekenen.“Denk je dat we echt zo gelukkig gaan worden, Tom?” vroeg Jane glimlachend, wijzend naar één van de posters.“Natuurlijk,” zei ik, terwijl ik één van de breed lachende acteurs op de poster probeerde na te bootsen, “we zijn hier niet om een huis te kopen, we zijn hier om een droom te kopen.”Toen we iets later voor de verkoper zaten, vroeg ik me af waarom we hier nog steeds mee doorgingen, goed wetende dat die beelden niets anders dan fictie waren.

Het huis had zich aangepast aan de scheiding. Niet zozeer het gebouw zelf, maar wel de beweging doorheen het huis was veranderd, de sporen die erin werden nagelaten doorheen de tijd.Er was de badkamer die we deelden, met twee stapels handdoeken en een sleutel op de deur. Er was de afwezigheid van familiefoto’s in de leefruimte. Er waren de twee verschillende merken koffie op het rek in de keuken, en de twee verschillende koffietoestellen op het aanrecht.Er waren de lege wijnglazen op de salontafel in de ochtend, wanneer Jane haar nieuwe vriend was blijven slapen. Andere nachten verliet ik de gastenkamer, op uitnodiging, en sliep ik bij Jane. Het voelde nog steeds aan als de gastenkamer.Er was het fotoalbum, ergens in een doos op zolder. Nadat we het contract hadden getekend, had de verkoper ons aangeraden om een soort fotodagboek bij te houden van het bouwproces. We zouden ons meer betrokken voelen, zei hij. Wanneer we ook konden, in het weekend en na het werk, reden we naar de werf om foto’s te nemen van de vooruitgang van die dag. Laat in de avond, in bed, toen we nog samen sliepen, vulden we het album verder aan. Op de cover van het album hadden we een brochure geplakt, met een beeld van de voorgevel van een eengezinswoning, gelijkend op de voorgevel die voor ons werd gebouwd. De opvolging van de werf ten opzichte van het beeld op de cover bevatte een bepaald soort spanning.Iets meer dan een jaar later was het huis klaar en konden we verhuizen.

Toen ik die avond naar huis reed, zag ik een nieuw verkeersbord aan de rand van onze buurt. DE MEEST GEFOTOGRAFEERDE WOONWIJK IN DE STADSRAND. Een pijl wees in de richting van onze straat. Iets verderop, terwijl ik verder in de richting van de pijl reed, zag ik twee tourbussen geparkeerd staan aan de kant van de weg, enkele meters voor de hoek van onze straat. Bij het nemen van de bocht moest ik tussen een groep toeristen door manoeuvreren, die in het midden van de straat aan het wandelen waren, en uiteindelijk parkeerde ik me iets verderop, aangezien de groep de doorgang volledig versperde. Ik stapte uit en begon naar huis te wandelen. Bijna thuis dook Rem aan mijn zijde op.“Niemand ziet de woningen,” zei hij.“Hoe bedoel je?”“De toeristen, ze zien de woningen niet. Eenmaal je de borden richting onze wijk hebt gezien, eenmaal je erover hebt gelezen in reisgidsen, wordt het onmogelijk de woningen nog te zien.”Niet helemaal zeker waar hij het over had, staarde ik in de richting van mijn huis, waar een kleine groep mensen met camera’s en statieven net de oprit verliet.“Ze zijn hier niet om foto’s te nemen, ze zijn hier om er één in stand te houden. Elke foto versterkt het aura. Ze zien enkel wat de anderen zien. Ze zijn deel van een collectieve perceptie. Dit kleurt hun blik, letterlijk. Een religieuze ervaring op een bepaalde manier, zoals elke vorm van toerisme. Ze nemen foto’s van het nemen van foto’s.”Hij zweeg. We luisterden naar het onophoudelijke geklik van ontspanners rondom ons.“Hoe zag onze wijk eruit voor alles werd gefotografeerd?” vervolgde hij. “Hoe zag het er uit, hoe was het hier anders dan andere woonwijken, hoe was het hier gelijkaardig aan andere woonwijken? We kunnen deze vragen niet meer beantwoorden omdat wij nu ook de borden hebben gezien, de mensen foto’s zien nemen. We leven niet meer in onze woning, we leven nu in beelden van onze woning.”Hij leek hier heel erg tevreden mee.Ik liep naar binnen.

Toen het huis klaar was, konden we het fotoalbum ook vervolledigen. De laatste foto die we namen was een imitatie van de brochure op de cover. We plaatsten een statief in het midden van de oprit, met de voordeur en de zijkant van de auto in beeld. Ik stond in de deuropening, zwaaiend, de rol van huisvader, terwijl Jane de autodeur half open hield, ergens tussen aankomen en vertrekken in. De foto toont onze geforceerde glimlachen, bijna brekend door ons ingehouden gelach.We waren gelukkig.

Bibliografie

Barthes, Roland. 1975. Roland Barthes par Roland Barthes. Paris: Éditions du Seuil.English: Barthes, Roland. 2010 [1977]. Roland Barthes by Roland Barthes. Farrar, Strauss and Giroux, trans. New York: Hill and Wang.

Barthes, Roland. 2004. Het werkelijkheidseffect. Brussel: Historische Uitgeverij.

Bataille, Georges. 1929, May. “Dictionnaire Critique: Architecture.” Documents. Paris.

Baudrillard, Jean. 1981. Simulacres et simulation. Paris: Éditions Galilée.English: Baudrillard, Jean. 1994. Simulacra and simulation. Sheila Faria Glaser, trans. MI: The University of Michigan Press.

Carroll, David. 2007. Albert Camus the Algerian: Colonialism, Terrorism, Justice. New York: Columbia University Press.

Cuyvers, Wim. 2005. Text on text. Den Haag: Stroom.

DeLillo, Don. 2011 [1982]. The Names. London: Picador.

DeLillo, Don. 2011 [1985]. White Noise. London: Picador.

Hollier, Denis. 1974.  La prise de la Concorde. Paris: Éditions Gallimard.English: Hollier, Denis. 1992. Against Architecture: The Writings of Georges Bataille. Betsy Wing, trans. Massachusetts: MIT Press.

Homer, Sean. 2005. Jacques Lacan. New York: Routledge.

Lacan, Jacques. 1970. Écrits. Paris: Éditions du Seuil.English: Lacan, Jacques. 2001 [1977]. Écrits. A Selection. Alan Sheridan, trans. New York: Routledge.

Lyotard, Jean-François. 1979. La condition postmoderne - rapport sur le savoir. Paris: Éditions de Minuit.English: Lyotard, Jean-François. 1984. The Postmodern Condition: A Report on Knowledge. Geoffrey Bennington and Brian Massumi, trans. Manchester: Manchester University Press.

Montessori, Nicolina / Schuman, Hans / De Lange, Rob. 2012. Kritische discours-analyse. De macht en kracht van taal en tekst. Brussel: ASP.

Rossi, Aldo. 1990. Autobiografia scientifica. Parma: Pratiche Editrice.English: Rossi, Aldo. 2010 [1981]. A Scientific Autobiography. Venutti, Lawrence, trans. Massachusetts: MIT Press.

Tschumi, Bernard. 1996. Architecture and Disjunction. Massachusetts: MIT Press.

Verschaffel, Bart. 2010 [2006]. Van Hermes en Hestia. Gent: A&S/books.

Waugh, Patricia. 1984. Metafiction: The Theory and Practice of Self-Conscious Fiction. New York: Routledge.

Wayne, Leslie, et. al. 2014, 5 November. “Leaked Documents Expose Global Companies’ Secret Tax Deals in Luxembourg.” The International Consortium of Investigative Journalists. (http://www.icij.org/project/luxembourg-leaks/leaked-documents-expose-gl…). Accessed: 21 May 2015.

Willett, John, ed. 1964. Brecht on Theatre. New York: Hill and Wang. 

“A Cup of Decaf Reality.” In: Lacan. (http://www.lacan.com/zizekdecaf.htm) Accessed: 19/04/2015

Žižek, Slavoj. 2006. How To Read Lacan. London: Granta.

Žižek, Slavoj. 2008 [1989]. The Sublime Object of Ideology. London: Verso.

Universiteit of Hogeschool
Master of Science in Architectuur
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Deel deze scriptie