Een Vlaams model van kwalitatief hoogstaande postnatale zorg. Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren vanaf ontslag uit het ziekenhuis

Katrien Helsloot & Mieke Walraevens Mieke Walraevens
 Sneller naar huis na de bevalling: reden tot bezorgdheid? Wereldwijd worden moeders na hun bevalling steeds vroeger naar huis gestuurd. Ook in België neemt de ligduur sterk af van 5,3 dagen in 2000 naar 4,1 dagen in 2015. Hierdoor ontstond enige onrust op het terrein. Vroedvrouwen in het ziekenhuis vrezen dat de werkdruk zal toenemen. Ziekenhuizen denken actief na over de meerwaarde van het lange verblijf op de kraamafdeling en stellen zich de vraag of het anders beter kan.

Een Vlaams model van kwalitatief hoogstaande postnatale zorg. Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren vanaf ontslag uit het ziekenhuis

 

Sneller naar huis na de bevalling: reden tot bezorgdheid?

 

Wereldwijd worden moeders na hun bevalling steeds vroeger naar huis gestuurd. Ook in België neemt de ligduur sterk af van 5,3 dagen in 2000 naar 4,1 dagen in 2015. Hierdoor ontstond enige onrust op het terrein. Vroedvrouwen in het ziekenhuis vrezen dat de werkdruk zal toenemen. Ziekenhuizen denken actief na over de meerwaarde van het lange verblijf op de kraamafdeling en stellen zich de vraag of het anders beter kan. Zelfstandige vroedvrouwen vrezen dat de postnatale zorg in de toekomst georganiseerd zal worden door grotere organisaties.  

Een besparingsmaatregel of opportuniteit?

Indien in de toekomst de ligduur verder wordt ingekort, zal dit dan ten koste gaan van de kwaliteit van zorg? Moeten we dit louter zien als een besparingsmaatregel van de regering of eerder als een opportuniteit om de kwaliteit van zorg te verbeteren? Eén van de grootste uitdagingen van de gezondheidszorg is immers de efficiëntie én de effectiviteit van de zorg te gaan verbeteren, waardoor de middelen beter worden aangewend met een verhoging van kwaliteit van zorg tot gevolg. Betere zorg dus voor minder geld!

De postnatale thuiszorg in Vlaanderen is bovendien erg versnipperd. Er zijn grote verschillen in de aangeboden zorg van regio tot regio. Uit een recent verschenen rapport van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) blijkt dat, om een goed georganiseerd systeem van postnatale zorg te kunnen opbouwen en behouden, het cruciaal is om evaluatiemechanismen voor de zorgkwaliteit in te voeren. Eén van de tien hoofdaanbevelingen in het rapport stelt dat er kwaliteitscriteria moeten vastgelegd worden voor postnatale thuiszorg op basis van klinische praktijkrichtlijnen.

De ideale verblijfsduur…

Een systematische literatuurstudie, uitgevoerd in het kader van deze studie, vertelt ons dat een verblijf van minimum 48 u in het ziekenhuis een goed alternatief is voor een gezonde moeder en haar pasgeborene. Langer in het ziekenhuis blijven na een bevalling zonder complicaties biedt dus geen meerwaarde voor de gezondheid van moeder en kind. Voor een goed verloop van de borstvoeding blijkt het evenmin noodzakelijk langer te blijven. Thuis verder opgevolgd worden door een vroedvrouw lijkt dan ook een goede keus. Een korter verblijf in de kraamkliniek moet echter wel hand in hand gaan met duidelijk omschreven ontslagcriteria. Dit houdt in dat moeder en kind het ziekenhuis pas kunnen verlaten wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan is. In samenspraak met de moeder moeten de gynaecoloog, vroedvrouw, kinderarts, etc. in overleg met elkaar de ideale verblijfsduur voor elke moeder afzonderlijk gaan bepalen. Daarnaast vraagt een kortere verblijfsduur om één op één zorg die rekening houdt met de stressoren en uitdagingen waarmee moeders in het postpartum worden geconfronteerd. De eerste weken en maanden thuis met een kersverse baby worden door heel wat moeders en vaders als erg stressvol ervaren. Vrouwen die voor het eerst moeder worden, vinden het zorgen voor hun nieuwe baby een heuse uitdaging, terwijl moeders die een 2de, 3de, …, baby krijgen vooral worstelen met de combinatie van zorgen voor de nieuwe baby en zorgen voor hun oudere kind(eren).

De postnatale zorg geboden door vroedvrouwen in Vlaanderen is structureel voorzien in ons gezondheidszorgbeleid en huisbezoeken worden volledig terugbetaald door het RIZIV tot 1 jaar na de geboorte. Deze aanpak is op wetenschappelijke evidentie gebaseerd. Uit onderzoek blijk immers dat huisbezoeken een positieve invloed kunnen hebben op de gezondheid van de baby, dat moeders over het algemeen tevreden zijn met de geboden zorg thuis én de begeleiding bij borstvoeding. Elke moeder kan in Vlaanderen verder beroep doen op een kraamverzorgende. Kraamverzorgenden staan in tegenstelling tot de vroedvrouw, die medische zorgen biedt, in voor dagelijkse hulp in het huishouden, de verzorging van moeder en baby en de zorg voor andere huisgenoten. Kraamzorg hoeft niet voor elk kraamgezin, maar het kan een meerwaarde betekenen voor moeders met weinig sociale steun zoals alleenstaande moeders.

Om goede postnatale zorg te bieden, moet rekening gehouden worden met de specifieke noden in elk kraamgezin. Een gezondheidszorgsysteem waarbij alle moeders en hun baby zorg op maat ontvangen, mét extra aandacht voor kwetsbare gezinnen, geniet dan ook de voorkeur.

Hoe zorgen voor kwalitatieve zorg?

Als moeders en hun baby’s het ziekenhuis steeds vroeger zullen verlaten na een bevalling, vraagt dit de nodige aanpassingen van ons huidig systeem. Om kwalitatieve zorg te kunnen bieden, is het belangrijk de norm te gaan bepalen waaraan postnatale zorg dient te voldoen. In deze studie werden daarom kwaliteitsindicatoren voor de postnatale zorg ontwikkeld. Een uitgebreide literatuurstudie én een experten-onderzoek, gevoerd in Vlaanderen in het najaar van 2014, resulteerden in 30 kwaliteitsindicatoren die de basis kunnen vormen voor het uitwerken van een verbeterde postnatale zorg. Tot slot werden deze indicatoren gebruikt om een ‘Vlaams model van kwalitatief hoogstaande postnatale zorg vanaf ontslag uit het ziekenhuis’ uit te tekenen. Dit model maakt het mogelijk de ligduur voor moeders en baby’s verder geleidelijk te gaan verkorten, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de zorg. Hierbij wordt uitgegaan van een minimum aan zorg die elke moeder en haar baby nodig hebben de eerste 6 tot 8 weken na de bevalling, zonder voorwaarden te stellen aan de verblijfsduur in het ziekenhuis.

Kunnen mama’s veilig naar huis?

Toch wel, op voorwaarde dat de postnatale zorg is aangepast aan de verblijfsduur in het ziekenhuis én mits er duidelijke afspraken zijn gemaakt omtrent doorverwijzing en overdracht van zorg. Elke ziekenhuis dient hiervoor specifieke ontslagcriteria op te stellen en lokale protocollen uit te werken in samenspraak met de postnatale zorgverleners, opdat elke kraamvrouw en haar baby de minimale zorg krijgen waarop ze recht hebben. Zo kan de continuïteit van zorg gewaarborgd blijven ook in de toekomst.

Werk aan de winkel!

Op federaal niveau worden initiatieven genomen om de effectiviteit en de efficiëntie van zorg binnen de ziekenhuizen te verbeteren. Ziekenhuizen slaan daarbij de handen in elkaar om samen met lokale zorgverleners en zorgorganisaties de zorg na de bevalling te optimaliseren, gebaseerd op het nieuw ontwikkelde zorgmodel. Zo kunnen moeders het ziekenhuis met hun kersverse baby met een gerust hart verlaten!

Bibliografie

 

Bibliografie

AAP & ACOG, 2012. Guidelines for perinatal care. In: A. A. o. Pediatrics, red. Seventh edition red. Washington: American Academy of Pediatrics and The American colleges of obstetricians and gynecologists, pp. 306-319.

ABM, 2008. Peripartum breastfeeding management for the healthy mother and infant at term. Breastfeeding Medicine, pp. 129-32.

AGREE Next Steps Consortium, 2009. AGREE II: Appraisal of Guidelines for Research and Evaluation, Canada: AGREE Next Steps Consortium.

Ahmed, A. & Sands, L., 2010. Effects of pre- and post discharge: Interventions on Breastfeeding Outcomes and Weight Gain Among Premature Infants. JOGNN, Volume 39, pp. 53-63.

AHRQ, 2007. Closing the Quality Gap:A Critical Analysis of Quality Improvement Strategies - volume 7 care coordination Publication No. 04(07)-0051-7, Stanford: Agency for Healthcare Research and Quality, Stanford University.

Beeckman, K., 2004. Kraamzorg, structureel verankerd binnen de thuiszorg, sl: Niet gepubliceerde licentiaatverhandeling: Universiteit Gent.

Belgische Senaat, 26 juni 2013. Voorstel van resolutie betreffende de implementatie van het poliklinisch bevallen, Brussel: Belgische Senaat.

Belgische vereniging van lactatiekundigen vzw, sd http://www.bvl-borstvoeding.be. [Online] Available at: http://www.bvl-borstvoeding.be/nl/de_lactatiekundige-2.html [Geopend 13 03 2014].

Benoit, C. et al., 2012. Privatisation & marketisation of post-birth care:the hidden costs for new mothers. International journal for equity in health, pp. 1-9.

Bernstein, H. et al., 2007. Decision-Making for postpartum discharge of 4300 mothers an their healthy infants: the life aroud newborn discharge study. Pediatrics, Volume 11, pp. 391-400. 2

BFI, 2013. Baby friendly initiative: evidence-informed key messages and resources, Ontario: best start resource centre & Baby friendly initiative.

Boulkedid, R. et al., 2011. Using and Reporting the Delphi Method for Selecting Healthcare quality indicators: a systematic review. Plos one, Issue 6, pp. 1-7.

Boulvain, M. et al., 2004. Home-based versus hospital-based postnatal care: a randomised trial. An International Journal of Obstetrics and Gynaecology, pp. 807 - 813.

Britton, J., Baker, A. & Spino, C. B. H., 2002. Postpartum discharge preferences of pediatricians: results from a national survey. Pediatrics,Volume 110, no.1, pp. 53-65.

Brown, S. et al., 2009. Early postnatal discharge from hospital for healthy mothers and term infants. Cochrane database, Volume 2, pp. 1-45.

Brumfield, C. et al., 1996. 24-Hour Mother-Infant Discharge With a Follow-up Home Health Visit: Results in a Selected Medicaid Population. Obstetrics & gynaecology, pp. 544-548.

Cammu, H., Martens, E., Van Mol, C. & Jacquemyn, Y., 2013. perinatale activiteiten in Vlaanderen 2012, Brussel: Vzw Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie .

Campbell, S. M., Braspenning, J., Hutchinson, A. & Marshall, M. N., 2003. Research methods used in developing and applying quality indicators of care. British medical journal, Volume 326, pp. 816-819.

Campbell-Voytal, K. et al., 2011. Postpartum doulas: Motivations and perceptions of practice. Midwifery, pp. 214-221.

CC Zorgadviseurs, 2008. Landelijk indicatieprotocol kraamzorg. [Online] Available at: http://www.knov.nl/fms/file/knov.nl/knov_downloads/712/file/Landelijk%2… [Geopend 15 09 2014].

Christie, J. & Bunting, B., 2011. The effect of health visitors’ postpartum home visit frequency on first-time mothers: Cluster randomised trial. International Journal of Nursing Studies, Volume 48, pp. 689-702. 3

Christie, J., Poulton, B. & Bunting, B., 2008. An integrated mid-range theory of postpartum family development: a guide for research and practice. Journal of Advanced Nursing, 61(1), pp. 38-50.

De Bruin-Kooistra, M., Amelinck-Verburg, M., Buitendijk, S. & G., W., 2012. Finding the right indicators for assessing quality midwifery care. International journal for quality in health care, 24(3), pp. 201-310.

de Koning, J., Smuders, A. & Glazinga, N., 2007. Appraisal of indicators through research and evaluation (AIRE), versie 2.0, Amsterdam: RIVM.

de Vos, M. & Graafmans, W., 2007. Indicatoren van kraamzorg: ontwikkeling van indicatoren voor kraamzorginstellingen, Bilthoven: RIVM.

Dedry, A., 2005. Zwanger van kraamzorg in Brussel, Leuven: de Bakermat.

Dodge, K. et al., 2013. Randomized Controlled Trial of Universal Postnatal Nurse Home Visiting: impact of emergency care. Pediatrics, 132(S140), pp. 140-146.

Dodge, K. et al., 2013. Toward population impact from home visiting. Zero Three, 33(3), pp. 17-23.

Dodge, K. et al., 2014. Implementation and randomized controlled trial evaluation of universal postnatal nurse home visisting. Research and practice, 104(S1), pp. 136-143.

Donabedian, A., 1980. The Definition of Quality and Approaches to its Assessment. Explorations in Quality Assessment and Monitoring. I red. Ann Arbor, Michigan: Health administration press.

Donabedian, A., 2005. Evaluating the Quality of Medical Care. The Milbank Quarterly, Vol. 83(No. 4), p. 691–729.

Elkan, R. et al., 2000. The effectiveness of domiciliary health visiting: a systematic review of international studies and a selective review of the British literature. Health Technology assessment, 4(13), pp. 1-361.

Elkan, R., Robinson, J., Williams, D. & Blair, M., 2001. Universal vs. selective services: the case of Britsh health visiting. Health and nursing policy issues, 33(1), pp. 113-119. 4

Ellberg, L. et al., 2008. Maternity care opitons influence readmisson of newborns. Acta Paediatrica, 97, pp. 579-583.

Escobar, G. et al., 2001. A Randomised comparison of home visits and hospital-based group follow-up visits after early postpartum discharge. Pediatrics, Issue 108, pp. 719-727.

Familiezorg, West-Vlaanderen vzw, 2007. Kwaliteitshandboek kraamzorg: de wieg, Brugge: Familiezorg West-Vlaanderen.

Fenwick, J. et al., 2010. Western Australian Women's perceptions of the style and quality of midwifery postnatal care in hospital or at home. Women and birth, Issue 23, pp. 10-21.

Fitch, K. et al., 2001. The RAND/ UCLA appropriateness Method Users' manual, Santa Monica: RAND.

Flaherman, V., Hicks, K., Cbana, M. & Lee, K., 2012. Maternal experience of interactions with providers among mothers with milk supply concern. Clinical Pediatrics, 51(8), pp. 778-784.

Forster, D. et al., 2008. The early postnatal period: Exploring women's views, expectations and experiences of care using focus groups in victoria, Australia. BMJ Pregnancy and Childbirth, 8(27), pp. 1-11.

Friedman, M. & Spitzer, A., 2004. Discharge criteria for the term newborn. Pediatric clinics of North America, 51, pp. 599-618.

Gagnon, A., Dougherty, G., Jimernez, V. & Leduc, N., 2002. Randomized Trial of Postpartum Care After Hospital Discharge. Pediatrics, Issue 109, pp. 1074-1080.

Gazmararian, J. et al., 1997. Maternity experiences in a managed care organisation. Health affairs, 16, no.3 pp. 198-208.

Goulet, L., Fall, A., D'Amour, D. & Pineault, R., 2007. Preparation for discharge, maternal satisfaction and newborn readmission for jaundice: coparing postpartum models of care. Birth, 34(2), pp. 131-139.

Graham, I. D. & Harrison, M. B., 2005. EBN users’ guide: evaluation and adaptation of clinical practice guidelines.. British Medical Journal, Issue 8, pp. 68-72. 5

Grol, R. & Wensing, M., 2012. Implementatie: effectieve verbetering van de patiëntenzorg. 5de druk red. Amsterdam: Reed Business Education.

Grypdonck, M., 2006. Qualitative Health Research in the Era of Evidence-Based Practice. Qualitative Health Research, Volume 16, pp. 1371- 1386.

Hannula, L., Kaunonen, M. & Tarkka, M.-T., 2008. A systematic review of professional support interventions for breastfeeding. Journal of Clinical Nursing, 17, pp. 1132-1143.

Hjälmhult, E. & Lomborg, K., 2012. Managing the first period at home with a newborn: a grounded theory study of mothers'experiences. Scandinavian Journal of Caring Sciences, Volume 26, pp. 654-662.

Institute of Medicine, 2001. Crossing the quality chasm: a new health system for the 21st century.. [Online] Available at: https://www.iom.edu/~/media/Files/Report%20Files/2001/Crossing-the-Qual… [Geopend 2014 09 09].

IVLWR, 2012. Briefing one: Maternity support workers. [Online] Available at: http://bucks.ac.uk/content/documents/Research/ivlwr/IVLWR_spring_newsle… [Geopend 1 12 2014].

Johansson, K. & Darj, E., 2004. What type of information do parents need after being discharged directly from the dilivery ward?. Upsala Journal of Medical Science, Volume 109, pp. 229-238.

Kamer van Volksvertegenwoordigers, 2014. De Belgische Grondwet. D/2014/4686/01. Brussel: sn

KCE, 2014. KCE Report 232: Caring for mothers and newborns after uncomplicated delivery: towards integrated postnatal care, Leuven: Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.

Kind en Gezin, sd Expertisecentra kraamzorg: inhoudelijke werking. [Online] Available at: http://www.kindengezin.be/gezinsondersteuning/partners/expertisecentra-6

kraamzorg/inhoudelijke-werking/ [Geopend 27 februari 2014].

Kind en gezin, sd Gezinsondersteuning na de geboorte. [Online] Available at: http://www.kindengezin.be/gezinsondersteuning/na-de-geboorte/consulten/ [Geopend 13 03 2014].

Kind en Gezin, sd http://www.kindengezin.be/img/kind-en-gezin.pdf. [Online] Available at: http://www.kindengezin.be/img/kind-en-gezin.pdf [Geopend 27 februari 2014].

KNOV, 2011. Hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode: aanbevelingen voor risicoselectie, diagnostiek en beleid, Utrecht: Koninklijke Nederlandse organisatie van verloskundigen.

KNOV, 2012. Multidisciplinaire richtlijn borstvoeding, Bilthoven: Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen.

Kooistra, M. et al., 2009. Kwaliteitsindicatoren voor de eerstelijnsverloskunde: bevalt het?, Bilthoven: RIVM.

Kronborg, H., Vaeth, M. & I., K., 2012. The effect op early postpartum home visits by health visitors: a natural experiment. Public Health Nursing, 29(4), pp. 289-302.

Kronborg, H. et al., 2007. Effect of early postnatal breastfeeding support: a cluster randomized community based trial. Acta Paediatrica, Issue 96, pp. 1064-1070.

Kuan, L. et al., 1999. Health system factors contributing to breastafeeding success. pediatrics, 104(28), pp. 1-7.

Kurtz Landy, C., Sword, W. & Ciliska, D., 2008. Urban women's socieconomic status, health service needs and utilization in the four weeks after postpartum hospital discharge: findings of a Canadian cross-setional survey. BMC Health Services Research, Volume 8, pp. 1-9.

Lamkaddem, M. & Wiegers, T., 2004. Monitoring kraamzorg, Utrecht: NIVEL.

Lee, K. et al., 1995. Association between duration of neonatal hospital stay and readmission rate. Journal of Pediatrics, Volume 127, no. 5, pp. 758-766. 7

Lewallen, L. M. et al., 2006. Breastfeeding support and early cessation. Journal of obstetric, gynecologic, and neonatal nursing, Volume 35, pp. 166-172.

Lieu, T. et al., 2000. A randomized comparisaon of jome and clinic follow-up after early postpartum hopital discharge. Pediatrics, Issue 105, pp. 1058-65.

Madden, J. et al., 2004. Length of stay policies and ascertainment of postdischarge problems in newborns. Pediatrics, 113(42), pp. 42-49.

Manniën, J. et al., BMJ health services research. Evaluation of primary care midwifery in the Netherlands: design and rationale of a dynamic cohort study (DELIVER). BMJ health services research, pp. 1-11.

Mc Keever, P. et al., 2002. Home versus Hospital Breastfeeding Support for Newborns: A Randomized Controlled Trial. Birth, 29 (4), pp. 258-265.

McComish, J. & Visger, J., 2009. Domains of postpartum doula care and maternal responsiveness and competence. Journal of obstetric, gynecologic, and neonatal nursing, Volume 38, pp. 148-156.

McDonald, S. et al., 2010. Effect of an extended midwifery postnatal support programme on the duration of breastfeeding: A randomised controlled trial. Midwifery, Volume 26, pp. 88-100.

McKenna, H. P., Hasson, F. & Keeney, S., 2004. Patient safety and quality of care: the role of the health care assistant. Journal of nursing management, Volume 12, pp. 452-459.

McLachlan, H. et al., 2009. Women’s views of postnatal care in the context of the increasing pressure on postnatal beds in Australia. Women and birth, Volume 29, pp. 128-133.

Meikle, S., Lyons, E., Hulac, P. & Orleans, M., 1998. Rehospitalizations and outpatient contacts of mothers and neonates after hospital discharge after vaginal delivery. Am J Obstet Gynecol, Volume 179 (1), pp. 166-171.

Morrell, C. et al., 2000. Costs and benefits of community postnatal support workers: a randomised controlled trial. Health Technology Assessment, Volume 4 (6), pp. 1-96.

MQIC, 2012. Routine prenatal and postnatal care, Southfield: Michigan quality improvement consortium. 8

Nationale Raad voor Vroedvrouwen, 2006. NRVR/2006/ADVIES Definitieve tekst: Beroepsprofiel voor vroedvrouwen. [Online] Available at: http://enzu.vlov.be/media/filebook/files/Beroepsprofiel%202006.pdf [Geopend 07 03 2014].

NICE, 2006. Routine postnatal care of women and their babies, Londen: National Institute for health and Clinical Excellence.

NICE, 2007. Antenatal and postnatal mental health, Londen: National Institute for health and Clinical Excellence.

NICE, 2007. Prenatal and postnatal mental health, Londen: National Institute for health and Clinical Excellence.

NICE, 2010. Neonatal jaundice, Londen: National Institute for health and Clinical Excellence.

NICE, 2013. Postnatal health: quality standard 37, Londen: National institute for health and care excellence.

NVK, 2008. Richtlijn preventie, diagnostiek en behandeling van hyperbilirubinemie bij de pasgeborene, geboren na een zwangerschapsduur meer dan 35 weken, Utrecht: Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde.

NVK, 2008. Richtlijn preventie, diagnostiek en behandeling van hyperbilirubinemie van de pasgeborene, geboren na een zwangerschapsduur van meer dan 35 weken, Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

OECD, 2001. Health at a glance: OECD 2001. [Online].

OECD, 2003. Health at a Glance 2003. [Online] Available at: http://www.oecd-ilibrary.org/docserver/download/8103131e.pdf?expires=14…

OECD, 2013. Health at a glance 2013: OECD Indicators. [Online] Available at: http://www.oecd-ilibrary.org/docserver/download/8113161e.pdf?expires=14…

&checksum=A8A67B61B101B87C4725F776ABFA9C23 [Geopend 12 11 2014].

O'Leary-Quinn, A., Koepsell, D. & Haller, S., 1997. "Breastfeeding Incidence After Early Discharge and Factors Influencing. JOGNN, Volume 26 (3), pp. 289-294.

Paavilainen, R. & Astedt-Kurki, P., 1997. Self-reported family health and well-being after early discharge from maternity hospital: a phenomenological study. Journal of Advanced Nursing, Volume 26, pp. 266-272.

Paul, I. et al., 2012. A Randomized Trial of Single Home Nursing Visits vs Office-Based Care After Nursery/Maternity Discharge. Arch Pediatr Adolesc, Volume 166(3), pp. 263-270.

Pearson, A., Field, J. & Jordan, Z., 2009. In: Evidence-Based Clinical Practice in Nursing and Health Care. sl:Blackwell Publishing, pp. 89-90.

Picard, M., 2014. Mireille Picard, Mondelinge communicatie. 20 maart.

Razurel, C. et al., 2011. Stressful events,social support and coping strategies of primiparous women. Midwifery, Volume 27, pp. 237-242.

Renfrew, M. J. et al., 2012. Support for healthy breastfeeding mothers with healthy term babies. The Cochrane Library, Issue 5, pp. 1-207.

Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, 2009. Kwaliteitsindicatoren voor de eerstelijnsverloskunde: Rapport 260101005/2009, Bilthoven: RIVM.

RIZIV, 2014. Nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen. [Online] Available at: http://www.riziv.fgov.be/care/nl/nomenclature/chapters.htm [Geopend 27 februari 2014].

Royale College of Midwives, 2012. The role and responsabilities of Maternity support workers. [Online] Available at: https://www.rcm.org.uk/sites/default/files/MSW%20R%26R%20Guide_4.pdf [Geopend 1 12 2014].

Ruchala, P., 2000. Teaching New Mothers: Priorities of Nurses and Postpartum Women. JOGNN, Volume 29 (3), pp. 265-273. 10

Seuntjens, L. et al., 2006. Zwangerschapsbegeleiding. Huisarts Nu, Volume 35(5), pp. 261-298.

Sheehan, D., Watt, S., Kruege, P. & Sword, W., 2006. The Impact of a New Universal Postpartum Program on Breastfeeding Outcomes. Journal of human lactation, Volume 22, pp. 398-408.

Smythe, E., Payne, D., Wilson, S. & Wynyard, S., 2013. The dwelling space of postnatal care. Women and birth, Volume 26, pp. 110-113.

Staehelin, K. et al., 2013. Predictors of early postpartum mental distress in mothers with midwifery home care – results from a nested case-control study. Swiss medical weekly, Volume 143, pp. 1-13.

stichting FAOT, 2009. Het beroepscompetentieprofiel van de kraamverzorgende t.b.v. de branche erkende opleiding tot kraamverzorgende, Den Haag: Stichting FAOT.

Straczek, H. et al., 2008. Sorties précoces de maternité : quels problèmes anticiper ?. Arch Pediatr , 15, pp. 1076-1082.

University of South Australia, 2011. Critical appraisal tools. [Online] Available at: http://www.unisa.edu.au/cahe/resources/cat/default.asp

Van Kelst, L., Spitz, B. & Sermeus, W., 2002. Bevallen met kort ziekenhuisverblijf: geïntegreerde zamenwerking tussen kraamzorg aan huis en ziekenhuis in de regio Leuven., Leuven: Ministerie van Sociale zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.

Van kelst, L., Spitz, B. & Sermeus, W., 2004. Bevallen met een kort ziekenhuisverblijf: geïntegreerde samenwerking tussen kraamzorg aan huis in de regio Leuven. Tijdschrijft voor vroedvrouwen, 10(4), pp. 218-221.

Vanhaesebrouck, P. et al., 2001. De eerste levensdagen van de pasgeborene. Tijdschr. Voor Geneeskunde, Volume 57 (13), pp. 928-935.

Vlaams Agentschap voor Zorg en Gezondheidheid, 2010. [Online] Available at: http://www.zorg-en-gezondheid.be/Cijfers/Zorgaanbod-en-verlening/Artsen… [Geopend 11 oktober 2013]. 11

Vlaams Agentschap zorg en gezondheid, afdeling preventie eerstelijn en thuiszorg, 2012. Vlaams bevolkingsonderzoek naar aangeboren aandoeningen bij pasgeborenen via bloedstaal: draaiboek 2012, Brussel: Vlaams Agentschap zorg en gezondheid.

Vlaamse Gemeenschap, 2010. Convenant tussen de Vlaamse gemeenschap en de Expertisecentra Kraamzorg, Brussel: Vlaamse gemeenschap.

Vlaamse overheid, 2013. Zorgkundige. [Online] Available at: http://www.ikgaervoor.be/public/uploads/files/zorgkundige.pdf [Geopend 2014 03 07].

Vlaamse regering, 2000. Vlaams Intersectoraal Voorakkoord voor de Socialprofit sector 2000-2005, Brussel: Vlaamse regering.

Vlaamse regering, 2003. art.2 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende de integratie van kraamcentra binnen diensten voor gezinszorg van 17 januari 2003, Brussel: BS 11 febr. 2003.

Vlayen, J. A. B. H. K. S. W. &. R. D., 2005. A systematic review of appraisal tools for clinical practice guidelines: multiple similarities and one common deficit.. International Journal for Quality in Health Care, Volume 17, pp. 235-242.

Voerman, G. et al., 2013. A systematic approach towards the development of a set of quality indicators for public reporting in community-based maternity care. Midwifery, Volume 29, pp. 3016-324.

Weiss, M., Lokken, L. & Nelson, M., 2004. Length of stay after vainale birth: sociodemographic and readiness-for-discharge factors. Pediatrics, 31(2), pp. 93-101.

WHO, 2005. the International Confederation of Midwives Council meeting. Brisbane, Australia, World Health organisation.

WHO, 2010. WHO Technical consultation on postpartum and postnatal care, zwitserland: World Health organisation.

Wiegers, T., 2006. Adjusting to motherhood Maternity care assistance during the postpartum period: How to help new mothers cope. Journal of neonatal nursing, pp. 163-171. 12

Wiegers, T., 2009. The quality of maternity care services as experienced by women in the Netherlands. BMC pregnancy and childbirth, pp. 1-8.

Yaffe, M. et al., 2001. Better care and better teaching: New model of postpartum care for early discharge programs. Can Fam physician, Volume 47, pp. 2027-2033.

Yonemoto, N., Dowswell, T., Nagai, S. & Mori, R., 2013. Schedules for home visits in the early postpartum period. The Cochrane Library, Issue 7, pp. 1-91.

Zadoroznyj, M., 2006. Postnatal care in the community: report of an evaluation of birthing women’s assessments of a postnatal home-care programme. Health and social care in the community, Volume 15 (1), pp. 35-44.

Zadoroznyj, M., 2009. Professionals, carers or 'strangers'? Liminality and the typification of postnatal home care workers. Sociology, Volume 43, pp. 268-285.

Zadoroznyj, M. & Sutherland, J., 2007. A New Postnatal Home Care Worker: Challenges for Training, Implementation and Policy. Austr. Journal of social issues, Volume 42 (2), pp. 227-240.

Zorginstituut Nederland, 2012. kwaliteitsindicatoren voor de kraamzorg, verslagjaar 2012, Diemen: Zorginstituut Nederland.

Zorgzoeker, 2011. [Online] Available at: www.zorgzoeker.be/Cms.aspx?id=129 [Geopend 27 februari 2014].

 

Universiteit of Hogeschool
Master Nursing Science
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: