Slachtofferschap van agressie bij en impact van gewelddadig optreden op voetbalscheidsrechters

Jonas Visschers
Voetbalscheidsrechters als gebeten (of geslagen?) honden‘Jonge scheidsrechter geveld met karatetrap’, ‘Scheidsrechter van 16 in elkaar geslagen door speler van 18’, ‘Tieners schoppen grensrechter dood’. Het zijn maar enkele voorbeelden van krantenkoppen die de afgelopen twee jaar in de Vlaamse pers zijn verschenen over agressie tegen voetbalscheidsrechters. In de media wordt vaak melding gemaakt van dergelijke gevallen, maar tot op heden bestaan er nauwelijks wetenschappelijke inzichten over agressie tegen voetbalscheidsrechters.

Slachtofferschap van agressie bij en impact van gewelddadig optreden op voetbalscheidsrechters

Voetbalscheidsrechters als gebeten (of geslagen?) honden

‘Jonge scheidsrechter geveld met karatetrap’, ‘Scheidsrechter van 16 in elkaar geslagen door speler van 18’, ‘Tieners schoppen grensrechter dood’. Het zijn maar enkele voorbeelden van krantenkoppen die de afgelopen twee jaar in de Vlaamse pers zijn verschenen over agressie tegen voetbalscheidsrechters. In de media wordt vaak melding gemaakt van dergelijke gevallen, maar tot op heden bestaan er nauwelijks wetenschappelijke inzichten over agressie tegen voetbalscheidsrechters. Evenmin is er in de wetenschappelijke literatuur iets bekend over de impact van voetbalgerelateerd geweld op scheidsrechters. De masterscriptie ‘Slachtofferschap van agressie bij en impact van gewelddadig optreden op voetbalscheidsrechters’ brengt hier verandering in.

Afgelopen jaren lijkt de gevoeligheid voor agressiegerelateerde fenomenen te zijn toegenomen. Zo ook voor agressie tegen voetbalscheidsrechters. Verschillende initiatieven werden genomen om agressie tegen voetbalscheidsrechters, en bij uitbreiding agressie tegen alle scheidsrechters van sportwedstrijden, zo veel mogelijk te voorkomen (zie bijvoorbeeld de goedkeuring door de Belgische wetgever van een strengere bestraffing voor daders van opzettelijke slagen en verwondingen wanneer het slachtoffer een sportscheidsrechter is). Evenwel worden voetbalscheidsrechters vandaag de dag nog steeds slachtoffer van agressie en, als we de media mogen geloven, gebeurt dit nog vaak ook. Maar beschikken we over wetenschappelijke inzichten aangaande dit fenomeen? Nauwelijks.

Het enige wetenschappelijk onderzoek dat tot nog toe dergelijke inzichten heeft voortgebracht, is dat van de Zweedse onderzoekers Per Folkesson, Claes Nyberg, Trevor Archer en Torsten Norlander, die meer dan tien jaar (!) geleden een onderzoek voerden naar agressie tegen voetbalscheidsrechters. Hun onderzoek leverde duidelijke cijfers op over het aantal Zweedse voetbalscheidsrechters dat al slachtoffer is geweest van agressie (i.c. fysieke agressie, psychische agressie en bedreiging). Het valt echter ten zeerste te betwijfelen of de door hun gevonden cijfers vandaag de dag zomaar geprojecteerd kunnen worden op Vlaanderen. Aan de ene kant kan men vraagtekens plaatsen bij de vergelijkbaarheid van agressie tegen Zweedse en Vlaamse voetbalscheidsrechters. Aan de andere kant, en waarschijnlijk nog belangrijker, lijkt agressie tegen voetbalscheidsrechters vandaag de dag niet meer te vergelijken met tien jaar geleden.

De scriptie ‘Slachtofferschap van agressie bij en impact van gewelddadig optreden op voetbalscheidsrechters’ komt tegemoet aan de nood aan recente wetenschappelijke cijfers over agressie tegen Vlaamse voetbalscheidsrechters. Verder wordt er ook een beeld gegeven van de impact van voetbalgerelateerd geweld op bepaalde aspecten van het scheidsrechterlijk en persoonlijk functioneren van Vlaamse scheidsrechters.

De overgrote meerderheid van de actieve Vlaamse voetbalscheidsrechters is al eens slachtoffer geworden van agressie. Zo verklaarde 85,9% al eens geconfronteerd te zijn met fysieke agressie, psychische agressie en/of bedreiging. 33,2% gaf aan al te maken hebben gehad met fysieke agressie, 61,0% rapporteerde al eens te zijn bedreigd en 79,2% verklaarde al eens slachtoffer te zijn geworden van psychische agressie. Verwacht kan worden dat dit laatste percentage in werkelijkheid nog hoger ligt. Immers, voetbalscheidsrechters beschouwen uitgescholden worden niet altijd als psychische agressie, ook al kan het hier strikt genomen wel onder geplaatst worden. Deze cijfers, en zeker dat van fysieke agressie, kunnen als zorgwekkend worden beschouwd.

Er wordt niet enkel inzicht geboden in het aantal Vlaamse voetbalscheidsrechters dat al slachtoffer is geweest van agressie, maar de gevonden cijfers worden ook vergeleken met de cijfers uit de hierboven vermeldde Zweedse studie. Zo lagen de gevonden cijfers veel hoger (van 15,6% voor psychische agressie tot 25,9% voor bedreiging) dan de cijfers uit de Zweedse studie. Waarschijnlijk is dit verschil te wijten aan een toename van agressie tegen voetbalscheidsrechters in de afgelopen jaren.

Voetbalgerelateerd geweld heeft een zwakke tot zeer zwakke impact op het functioneren van Vlaamse scheidsrechters. Er werden wel verschillen gevonden tussen jongere en oudere scheidsrechters betreffende enkele aspecten van het persoonlijk en scheidsrechterlijk functioneren. Zo was de impact van voetbalgerelateerd geweld op prestatie, zelfvertrouwen als scheidsrechter, zelfvertrouwen als persoon en onveiligheidsgevoel als scheidsrechter groter voor jongere scheidsrechters dan voor oudere scheidsrechters. Er werden echter geen verschillen gevonden tussen jongere en oudere scheidsrechters betreffende de impact van voetbalgerelateerd geweld op concentratie, motivatie en onveiligheidsgevoel als persoon.

Ten slotte worden ook aanbevelingen gegeven voor een verdere exploratie van agressie tegen voetbalscheidsrechters, een thema dat tot dusver nauwelijks wetenschappelijke aandacht heeft gekregen. Indien gevolg wordt gegeven aan deze aanbevelingen, kan een diepgaander inzicht verworven worden in deze problematiek. Dit laat toe om praktische oplossingen naar voor te schuiven die kunnen helpen bij de bestrijding ervan.

Het voorgaande maakt duidelijk dat voetbalscheidsrechters soms letterlijk de geslagen en vaker nog de afgeblafte en/of bedreigde honden zijn. Voetbalgerelateerd geweld maakt van scheidsrechters echter geen geslagen honden in de figuurlijke betekenis van het woord. De meesten worden namelijk niet of nauwelijks geaffecteerd door voetbalgerelateerd geweld. Belangrijk hierbij op te merken is dat enkel gewag wordt gemaakt van actieve voetbalscheidsrechters. Mogelijkerwijs hebben voetbalscheidsrechters die hun functie hebben opgegeven, dit als gevolg van voetbalgerelateerd geweld, en misschien zelfs van agressie tegen hun persoon, gedaan.

Vandaar ook de vraag van de onderzoeker om respect te hebben voor spelers, trainers, supporters, en zeker voor scheidsrechters. Net zoals spelers die verkeerde passes geven en trainers die verkeerde tactische keuzes maken, nemen scheidsrechters soms een foute beslissing. Als voetbal u of uw kinderen dierbaar is, kunt u dit accepteren en zich onthouden van het bedreigen, het verbaal en zeker het fysiek aanvallen van de scheidsrechter. Besef dat als u dit toch zou doen, u verantwoordelijk kunt zijn voor scheidsrechters die stoppen met hun hobby, en op termijn ook voor het ontbreken van voldoende personen die de taak van scheidsrechter op zich willen nemen. 

Bibliografie

Anderson, C. A., & Bushman, B. J. (2001). Effects of violent video games on aggressive behavior, aggressive cognition, aggressive affect, physiological arousal, and prosocial behavior: A meta-analytic review of the scientific literature. Psychological Science, 12, 353-359. doi: 10.1111/1467-9280.00366 Bandura, A. (1973). Aggression: A social learning analysis. Englewood Cliffs: Prentice-Hall. Barelds, D., Luteijn, F., Van Dijk, H., & Starren, H. (2007). Nederlandse persoonlijkheidsvragenlijst-2. Amsterdam: Harcourt. Baron, R. A., & Richardson, D. R. (1994). Human aggression (2nd ed.). New York: Plenum Press. Berkowitz, L. (1962). Aggression: A social psychological analysis. New York: McGraw Hill. Berkowitz, L. (1965). The concept of aggressive drive: Some additional considerations. In L. Berkowitz (Ed.), Advances in experimental social psychology (pp. 301-329). New York: Academic Press. Bijleveld, C. C. J. H. (2009). Methoden en technieken van onderzoek in de criminologie. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. Blackburn, R. (1993). The psychology of criminal conduct: Theory, research and practice. Oxford: John Wiley & Sons. Brown, K., Atkins, M. S., Osborne, M. L., & Milnamow, M. (1996). A revised teacher rating scale for reactive and proactive aggression. Journal of Abnormal Child Psychology, 24, 473-480. doi: 10.1007/BF01441569 Buss, A. H. (1961). The psychology of aggression. New York: Wiley. Connor, D. F. (2003). Aggression and antisocial behavior in children and adolescents: Research and treatment. New York: Guilford Press. Crick, N. R., & Dodge, K. A. (1996). Social information-processing mechanisms on reactive and proactive aggression. Child Development, 67, 993-1002. doi: 10.2307/1131875 Dens, G. (1996). Agressie en geweld: Een aanzet tot beter begrip. Antwerpen: Pax Christi Vlaanderen. DeVellis, R. F. (1991). Scale development: Theory and applications. Newbury Park: Sage. Dodge, K. A., & Coie, J. D. (1987). Social-information-processing factors in reactive and proactive aggression in children's peer groups. Journal of Personality and Social Psychology, 53, 1146-1158. doi: 10.1037/0022-3514.53.6.1146 Dollard, J., Doob, L. W., Miller, N. E., Mowrer, O. H., & Sears, R. R. (1974). Frustration and aggression. New Haven: Yale University Press. Feshbach, S. (1964). The function of aggression and the regulation of aggressive drive. Psychological Review, 71, 257-272. doi: 10.1037/h0043041 Feshbach, S. (1970). Aggression. In P. H. Mussen (Ed.), Carmichael's manual of child psychology (pp. 159-259). New York: Wiley. Folkesson, P., Nyberg, C., Archer, T., & Norlander, T. (2002). Soccer referees’ experience of threat and aggression: Effects of age, experience, and life orientation on outcome of coping strategy. Aggressive Behavior, 28, 317-327. doi: 10.1002/ab.90028 Friman, M., Nyberg, C., & Norlander, T. (2004). Threats and aggression directed at soccer referees: An empirical phenomenological psychological study. The Qualitative Report, 9, 652-672. Geen, R. G. (1998). Processes and personal variables in affective aggression. In R. G. Geen & E. D. Donnerstein, Human aggression: Theories, research, and implications for social policy (pp. 2-17). San Diego: Academic Press. Gorey, K. M., & Leslie, D. R. (1997). The prevalence of child sexual abuse: Integrative review adjustment for potential response and measurement biases. Child Abuse and Neglect, 21, 391-398. doi: 10.1016/S0145-2134(96)00180-9 Hancké, C. (4 december 2012). Tieners schoppen grensrechter dood. De Standaard. Geconsulteerd van http://www.standaard.be/zoeken?keyword=. Hartup, W. W., & de Wit, J. (1974). The development of aggression: Problems and perspectives. In J. de Wit & W. W. Hartup, Determinants and origins of aggressive behavior (pp. 595-620). The Hague: Mouton. Hinde, R. A. (1974). The study of aggression: Determinants, consequences, goals and functions. In J. de Wit & W. W. Hartup, Determinants and origins of aggressive behavior (pp. 3-28). The Hague: Mouton. IBM Corp. (2013). IBM SPSS Statistics for Windows, Version 22.0. Armonk: IBM Corp. Jones, L. M., Finkelhor, D., & Kopiec, K. (2001). Why is sexual abuse declining? A survey of state child protection administrators. Child Abuse and Neglect, 25, 1139-1158. doi: 10.1016/S0145-2134(01)00263-0 Loeber, R., & Schmaling, K. B. (1985). Empirical evidence for overt and covert patterns of antisocial conduct problems: A metaanalysis. Journal of Abnormal Child Psychology, 13, 337-352. doi: 10.1007/BF00910652 Lozar Manfreda, K., & Vehovar, V. (2008). Internet surveys. In E. D. de Leeuw, J. J. Hox, & D. A. Dillman (Eds.), International handbook of survey methodology (pp. 264-284). London: Psychology Press. Meloy, J. R. (1988). The psychopathic mind: Origins, dynamics, and treatment. Lanham: Jason Aronson. Nunnally, J. C. (1978). Psychometric methods. New York: McGraw-Hill. Pauwels, L., & Ponsaers, P. (2009). De band tussen theorie en methoden. In J. Goethals, & L. Pauwels (Eds.), Kwantitatieve en kwalitatieve criminologische onderzoeksmethodes: een introductie (pp. 20-33). Leuven: Acco. Pergens, P., & Van den Broeck, D. (6 mei 2013). Jonge scheidsrechter geveld met karatetrap. Het Nieuwsblad. Geconsulteerd van www.nieuwsblad.be/Search/Index.aspx. Rainey, D. W. (1994). Assaults on umpires: A statewide survey. Journal of Sport Behavior, 17, 148-155. Rainey, D. W., & Cherilla, K. (1993). Conflict with baseball umpires: An observational study. Journal of Sport Behavior, 16, 49-59. Rainey, D. W., & Duggan, P. (1998). Assaults on basketball referees: A statewide survey. Journal of Sport Behavior, 21, 113-120. Rainey, D. W., & Hardy, L. (1999). Assaults on rugby union referees: A three union survey. Journal of Sport Behavior, 22, 105-113. Redant, W. (18 november 2012). Scheidsrechter van 16 in elkaar geslagen door speler van 18. Het Nieuwsblad. Geconsulteerd van www.nieuwsblad.be/Search/Index.aspx. Rule, B. G. (1974). The hostile and instrumental functions of human aggression. In J. de Wit & W. W. Hartup, Determinants and origins of aggressive behavior (pp. 125-146). The Hague: Mouton. Scheier, M. F., & Carver, C. S. (1985). Optimism, coping, and health: Assessment and implications of generalized outcome expectancies. Health Psychology, 4, 219-247. doi: 10.1037/0278-6133.4.3.219 Scheier, M. F., Carver, C. S., & Bridges, M. W. (1994). Distinguishing optimism from neuroticism (and trait anxiety, self-mastery, and self-esteem): A reevaluation of the Life Orientation Test. Journal of Personality and Social Psychology, 67, 1063-1078. doi: 10.1037/0022-3514.67.6.1063 ten Klooster, P. M., Weekers, A. M., Eggelmeijer, F., van Woerkom, J. M., Drossaert, C. H. C., Taal, E., Baneke, J. J., & Rasker, J. J. (2010). Optimisme en/of pessimisme: factorstructuur van de Nederlandse Life Orientation Test-Revised. Psychologie en Gezondheid, 38, 89-100. doi: 10.1007/BF03089356 Van Eyken, A. (1987). Aggression: myth or model? Journal of Applied Philosophy, 4, 165-176. doi: 10.1111/j.1468-5930.1987.tb00214.x Van Waesberghe, K. (5 januari 2014). Topper tussen KVV en Petegem kent geen einde. Het Nieuwsblad. Geconsulteerd van www.nieuwsblad.be/Search/Index.aspx. Vitiello, B., Behar, D., Hunt, J., Stoff, D., & Ricciuti, A. (1990). Subtyping aggression in children and adolescents. The Journal of Neuropsychiatry and Clinical Neurosciences, 2, 189-192. Vitiello, B., & Stoff, D. (1997). Subtypes of aggression and their relevance to child psychiatry. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 36, 307-315. doi:10.1097/00004583-199703000-00008 Voetbalfederatie Vlaanderen (2012). Beleidsplan 2013-2016. Brussel: Voetbalfederatie Vlaanderen. Waschbusch, D. A., Willoughby, M. T., & Pelham Jr., W. E. (1998). Criterion validity and the utility of reactive and proactive aggression: Comparisons to attention deficit hyperactivity disorder, oppositional defiant disorder, conduct disorder, and other measures of functioning. Journal of Clinical Child Psychology, 27, 396-405. doi: 10.1207/s15374424jccp2704_3 Zillmann, D. (1979). Hostility and aggression. Hillsdale: Erlbaum.

Universiteit of Hogeschool
Criminologische wetenschappen
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: