Mannen, vouwen en emoties. Wie wint?

Katrien Koolen
Mannen, vrouwen en emoties. Wie wint?Je bent net terug van een gezellig etentje met je vriend. Hoewel je zo je best hebt gedaan om er een perfecte avond van te maken door zijn favoriete restaurant uit te kiezen en het jurkje aan te trekken waarin hij je het liefste ziet, reageert hij al heel de dag kortaf. Tijdens het eten heb jij vooral het gesprek gaande moeten houden. Enige bedanking was er teveel aan. Wat is er aan de hand? In lichte paniek sla je aan het denken. Wat heb ik niet goed gedaan? Zie ik er dan niet goed uit? Heeft hij iemand anders?

Mannen, vouwen en emoties. Wie wint?

Mannen, vrouwen en emoties. Wie wint?

Je bent net terug van een gezellig etentje met je vriend. Hoewel je zo je best hebt gedaan om er een perfecte avond van te maken door zijn favoriete restaurant uit te kiezen en het jurkje aan te trekken waarin hij je het liefste ziet, reageert hij al heel de dag kortaf. Tijdens het eten heb jij vooral het gesprek gaande moeten houden. Enige bedanking was er teveel aan. Wat is er aan de hand? In lichte paniek sla je aan het denken. Wat heb ik niet goed gedaan? Zie ik er dan niet goed uit? Heeft hij iemand anders? Of heeft hij misschien iets vervelend meegemaakt op het werk?

Ons leven wordt geleid en gekleurd door emoties. Het voorbeeld hierboven toont aan dat we emoties op verschillende manieren proberen te begrijpen. Afhankelijk van onze ‘bagage’ die gevuld is met onder andere vroegere ervaringen, onze geschiedenis, onze afkomst en zo veel meer, zoeken we een weg doorheen onze emotionele wereld. Maar dat blijkt soms niet altijd even makkelijk te lopen. Hoe komt dit?

Naast het begrijpen van emoties, zijn er nog andere vaardigheden die ons helpen bij het vorm geven van onze emotionele ervaringen. Zo is het natuurlijk ook belangrijk om emoties accuraat te kunnen waarnemen en te weten welke emoties nuttig kunnen zijn in een bepaalde situatie en welke niet. Wanneer de hond van de buurman voor de vijfde keer zijn boodschap achterlaat op je gazon, kan het nuttig zijn om je eens goed boos te maken. Je bent er dan niet gebaat bij om verlegen  en met rode wangen aan te bellen aan zijn voordeur en bibberend te vragen of hij het de volgende keer alsjeblieft wil opruimen. Als laatste moeten we ook weten hoe we moeten omgaan met onze emoties. Wanneer je baas boos wordt op je en dreigt met ontslag, is het geen goed plan om terug te roepen.

Al deze elementen samen noemen we emotionele intelligentie (EI). Omdat ze stuk voor stuk belangrijk zijn om ons aan te passen aan de omgeving, gaat men er vaak vanuit dat er een positieve link is tussen EI en psychologisch welzijn. Zo vond men reeds dat EI geassocieerd is met minder alcoholgebruik, depressie, angst en stress. Kortom: een betere gezondheid. Maar de link tussen EI en welzijn blijkt niet altijd zo rooskleurig te zijn. Sommige onderzoekers toonden aan dat emotionele intelligente mensen net gevoeliger kunnen zijn voor de effecten van stress.

Omdat deze resultaten zo verschillend zijn, vroeg ik me af of er geen bijkomende factoren zijn die de richting van deze link een duwtje in de rug geven. Een van deze mogelijke factoren is gender. Vrouwen zijn bijvoorbeeld meer geneigd om te praten over hun emoties en ervaren ze ook frequenter en intenser dan mannen. Mannen en vrouwen conceptualiseren, gebruiken, reguleren en ervaren emoties zeer verschillend. Omdat deze aspecten elk belangrijk zijn voor emotionele intelligentie en psychologisch welzijn, kan gender dus een belangrijke factor zijn die de link tussen EI en psychologisch welzijn beïnvloedt.

Wat kunnen we op basis hiervan verwachten? Ten eerste kan het zijn dat vrouwen die een hoge emotionele intelligentie hebben hier meer voordeel uit halen dan mannen. Dit kan het geval zijn omdat vrouwen beter emoties kunnen herkennen of meer aandacht geven aan hun emoties. Een tweede mogelijkheid is dat mannen met een hoge emotionele intelligentie een beter psychologisch welzijn kennen. Terwijl vrouwen er net geen voordeel uit halen wanneer ze een hoge emotionele intelligentie hebben. Dit zou mogelijk zijn omdat van mannen minder verwacht wordt dan vrouwen als het over emoties gaat. Hierdoor kunnen mannen soms verassend uit de hoek kunnen komen en daar dan ook een groter voordeel uit halen.

Aan de hand van verschillende vragenlijsten probeerde ik na te gaan wat de invloed is van het geslacht op de voordelen van het hebben van een hogere emotionele intelligentie. Is het echt zo dat mannen minder goed zijn met emoties dan vrouwen? En als ze dan gemiddeld een minder hoge emotionele intelligentie hebben, kennen ze hier dan ook nadelen van? Of zijn ze net meer gebaat bij het hebben van een hogere emotionele intelligentie dan de gemiddelde man en vrouw?

Uit de resultaten blijkt dat vrouwen over het algemeen een hogere emotionele intelligentie hebben dan mannen. Niet echt verassend. Maar het zijn de mannen die net een voordeel halen uit het hebben van een hoge emotionele intelligentie. Gender is dus wel degelijk een belangrijke factor die de link tussen emotionele intelligentie en psychologisch welzijn beïnvloedt. Zo kennen mannen met een hoge emotionele intelligentie minder angst en depressie terwijl vrouwen hier helemaal geen voordeel uit halen. Niet wat je verwacht had, hé? Inderdaad, veel mensen zouden denken dat vrouwen beter zijn met emoties dan mannen en hier dan ook de vruchten van plukken. Niets is minder waar. Hoe kunnen we dit verklaren? Mogelijk ontvangen mannen met een hoge emotionele intelligentie meer sociale steun omdat ze net uitzonderlijk goed zijn met emoties. We zijn het niet gewoon dat een man zijn innerlijke emotionele wereld uit de doeken doet, waardoor we dan ook maar al te graag komen aandraven met onze steun en goede adviezen. Een bijkomende verklaring is dat vrouwen meer geneigd zijn om te piekeren over hun problemen, wat net een negatief gevolg kan zijn van een hoge emotionele intelligentie.

Maar wat betekent dit nu? Omdat mannen baat hebben bij een hoge emotionele intelligentie, kan het goed zijn om hierop in te spelen. Door het aanmoedigen en aanleren van mannen om hun emoties goed waar te nemen, te reguleren en te gebruiken, kunnen we hun voorzien van een beter psychologisch welzijn op lange termijn. Voor vrouwen is deze intelligentie al aanwezig, maar moeten we net inzetten op het betere gebruik ervan.

Zoals Aristoteles ooit zei:

“Iedereen kan boos worden, dat is gemakkelijk. Maar om boos te zijn op de juiste persoon, op het juiste moment, voor de juiste reden en op de juiste manier. Zonder te overdrijven. Dat is (zelfs voor vrouwen) moeilijk. “

 

Bibliografie

References

Aiken, L. S., & West, S. G. (1991). Multiple regression: Testing and interpreting interactions.

Newbury Park, CA: Sage.

Barrett, L. F., Robin, L., Pietromonaco, P. R., & Eyssell, K. M. (1998). Are Women the “More

Emotional” Sex? Evidence From Emotional Experiences in Social Context. Cognition & Emotion.

 

Barrett, L. F., Lane, R. D., Sechrest, L., & Schwartz, G. E. (2000). Sex differences in emotional

awareness. Personality and Social Psychology Bulletin, 26(9), 1027-1035.

 

Beck, A. T. & Steer, R. A. (1990). Manual for the Beck Anxiety Inventory. The Psychological

Corporation: San Antonio, Tex.

 

Brackett, M. A., & Mayer, J. D. (2003). Convergent, discriminant, and incremental validity of

competing measures of emotional intelligence. Personality and social psychology bulletin, 29(9), 1147-1158.

 

Brackett, M. A., Mayer, J. D., & Warner, R. M. (2004). Emotional intelligence and its relation to

everyday behavior. Personality and Individual differences, 36(6), 1387-1402.

 

Brackett, M. A., Rivers, S. E., Shiffman, S., Lerner, N., & Salovey, P. (2006). Relating emotional

abilities to social functioning: a comparison of self-report and performance measures of emotional intelligence. Journal of personality and social psychology, 91(4), 780.

 

Brackett, M. A., & Salovey, P. (2006). Measuring emotional intelligence with the Mayer-Salovery

Caruso Emotional Intelligence Test (MSCEIT). Psicothema, 18(Suplemento), 34-41.

 

Brody, L. R., & Hall, J. A. (2008). Gender and emotion in context. Handbook of emotions, 3, 395

-408.

 

 

Ciarrochi, J., Deane, F. P., & Anderson, S. (2002). Emotional intelligence moderates the

relationship between stress and mental health. Personality and individual differences, 32(2), 197-209.

 

Fivush, R., Brotman, M. A., Buckner, J. P., & Goodman, S. H. (2000). Gender differences in parent

child emotion narratives. Sex roles, 42(3-4), 233-253.

 

Ghorbani, N., Bing, M. N., Watson, P. J., Davison, H. K., & Mack, D. A. (2002). Self-reported

emotional intelligence: Construct similarity and functional dissimilarity of higher-order processing in Iran and the United States. International Journal of psychology, 37(5), 297-308.

 

 

Girdler, S. S., Turner, J. R., Sherwood, A., & Light, K. C. (1990). Gender differences in blood

pressure control during a variety of behavioral stressors. Psychosomatic Medicine, 52, 571–591.

 

 

Gohm, C. L., Corser, G. C., & Dalsky, D. J. (2005). Emotional intelligence under stress: Useful,

unnecessary, or irrelevant?. Personality and Individual Differences, 39(6), 1017-1028.

 

Gross, J. J., & John, O. P. (2003). Individual differences in two emotion regulation processes:

implications for affect, relationships, and well-being. Journal of personality and social psychology, 85(2), 348.

 

Grossman, M., & Wood, W. (1993). Sex differences in intensity of emotional experience: a social

role interpretation. Journal of personality and social psychology, 65(5), 1010.

 

Haden, C. A., Haine, R. A., & Fivush, R. (1997). Developing narrative structure in parent–child

reminiscing across the preschool years. Developmental psychology, 33(2), 295.

 

Hall, J. A. (1984). Nonverbal sex differences: Communication accuracy and expressive style.         Baltimore: Johns Hopkins University Press.

 

Head, C. (2002). Revealing moods: a diary study of everyday events, personality and

mood. Unpublished senior thesis, Yale University.

 

Humpel, N., Caputi, P., & Martin, C. (2001). The relationship between emotions and stress among

mental health nurses. Australian and New Zealand Journal of Mental Health Nursing, 10(1), 55-60.

 

Jaušovec, N., & Jaušovec, K. (2005). Differences in induced gamma and upper alpha oscillations in

the human brain related to verbal/performance and emotional intelligence. International Journal of Psychophysiology, 56(3), 223-235.

 

Joseph, D. L., & Newman, D. A. (2010). Emotional intelligence: an integrative meta-analysis and

cascading model. Journal of Applied Psychology, 95(1), 54.

 

Mayer, J. D., Caruso, D. R., & Salovey, P. (1999). Emotional intelligence meets traditional

standards for an intelligence. Intelligence, 27(4), 267-298.

 

Mayer, J. D., Caruso, D. R., & Salovey, P. (2000). Selecting a measure of emotional intelligence:

The case for ability scales. In R. Bar-On & J. D. A. Parker (Eds.), The handbook of emotional intelligence. (pp. 320-342). New York: Jossey-Bass.

 

Mayer, J. D., Salovey, P., Caruso, D. R., & Sitarenios, G. (2001). Emotional intelligence as a

standard intelligence. Emotion (Washington, D.C.), 1(3), 232-242.

 

Mayer, J. D., Salovey, P., Caruso, D. R., & Sitarenios, G. (2003). Measuring emotional intelligence

with the MSCEIT V2.0. Emotion, 3(1), 97–105.

 

Mayer, J. D., Roberts, R. D., & Barsade, S. G. (2008). Human abilities: emotional intelligence.

Annual review of psychology, 59, 507-536.

 

Nolen-Hoeksema, S. (1987). Sex differences in unipolar depression: evidence and theory.

Psychological bulletin, 101(2), 259.

O'Connor, R. M., & Little, I. S. (2003). Revisiting the predictive validity of emotional intelligence:

Self-report versus ability-based measures. Personality and Individual Differences, 35(8), 1893-1902.

 

Radloff, L. S. (1977). The CES-D scale a self-report depression scale for research in the general

population. Applied psychological measurement, 1(3), 385-401.

 

Rotter, N. G., & Rotter, G. S. (1988). Sex differences in the encoding and decoding of negative

facial emotions. Journal of Nonverbal Behavior, 12(2), 139-148.

 

 

Salovey, P., Bedell, B. T, Detweiller, J. B., & Mayer, J. D. (2000). Coping intelligently: emotional

intelligence and the coping process. In C. R. Snyder (Ed.), Coping: the psychology of what works (pp. 141–164). New York: Oxford University Press.

 

Sanchez-Nunez, M., Fernandez-Berrocal, P., Montanes, J., & Latorre, J. M. (2008). Does Emotional

Intelligence Depend on Gender? The Socialization of Emotional Competencies in Men and Women and Its Implications. Electronic Journal of research in educational psychology, 6(2), 455-474.

 

Schutte, N. S., Malouff, J. M., Thorsteinsson, E. B., Bhullar, N., & Rooke, S. E. (2007). A meta

analytic investigation of the relationship between emotional intelligence and health. Personality and Individual Differences, 42(6), 921–933.

 

Shields, C. M. (2004). Dialogic leadership for social justice: Overcoming pathologies of silence.

Educational Administration Quarterly, 40(1), 109-132.

 

Shields, S. A. (2002). Speaking from the heart: Gender and the social meaning of emotion.

Cambridge University Press.

 

Troy, A. S., Wilhelm, F. H., Shallcross, A. J., & Mauss, I. B. (2010). Seeing the silver lining:

cognitive reappraisal ability moderates the relationship between stress and depressive symptoms. Emotion (Washington, D.C.), 10(6), 783-795.

 

Tsai, J. L., Knutson, B., & Fung, H. H. (2006). Cultural variation in affect valuation. Journal of

personality and social psychology, 90(2), 288.

 

Tsaousis, I., & Nikolaou, I. (2005). Exploring the relationship of emotional intelligence with    physical and psychological health functioning. Stress and Health, 21(2), 77-86.

 

 

Universiteit of Hogeschool
Psychologie
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: