Het signaaleffect van overscholing en werkloosheid in Vlaanderen. Verschillend in de publieke en private sector?

Tine Baert Stijn Baert
Persbericht

Het signaaleffect van overscholing en werkloosheid in Vlaanderen. Verschillend in de publieke en private sector?

DE PERFECTE SOLLICITANT: SCHOOLVERLATER, WERKLOZE OF OVERGESCHOOLDE?

Stel, u bent een werkgever die op zoek is naar een nieuwe, jonge werkkracht voor uw onderneming. U krijgt drie kandidaten over de vloer: een pas afgestudeerde sollicitant, eentje die reeds een jaar werkloos is sinds zijn diploma-uitreiking en eentje die meteen na zijn studies een jaar een job uitoefende beneden zijn opleidingsniveau (i.e. een overgeschoolde kandidaat). Zou u een voorkeur hebben voor één van deze drie profielen? Zou u de schoolverlater kiezen omwille van de aangeleerde kennis en vaardigheden die nog fris in zijn geheugen zitten, of de werkloze om hem de kans te geven zich te bewijzen? Of toch de overgeschoolde kandidaat, omdat hij reeds kennismaakte met een werkvloer?

WERKLOOSHEID VERSUS OVERSCHOLINGWerkloosheid is in de huidige crisis een brandend actueel thema: nieuwsuitzendingen, kranten en sociale media nemen verse statistieken over werkloosheid steeds gretig op in hun verslaggeving. Ook het begrip ''overscholing'' wint steeds meer aan belangstelling. Het percentage jonge werknemers wiens opleidingsniveau hoger is dan het niveau dat nodig is om zijn of haar baan naar behoren uit te voeren bedroeg in 2006 reeds 20%. Het maatschappelijk belang van de arbeidsmarktsituaties van jonge werkzoekenden, in het bijzonder werkloosheid en overscholing, is kennelijk zeer groot. Maar hechten werkgevers hier ook belang aan bij de aanwerving van een nieuwe werknemer? Houden ze rekening met deze arbeidsmarktsituaties uit het recente verleden van hun sollicitanten en zo ja, worden kandidaten met dergelijke achtergrond bevoordeeld of benadeeld? Een veldonderzoek op de Vlaamse arbeidsmarkt onderzocht de eventuele ongelijke behandeling van schoolverlaters, werklozen en overgeschoolden. Eerdere onderzoeken bestudeerden de effecten van werkloosheid en overscholing reeds afzonderlijk. Deze studie onderzocht daarnaast ook het onderlinge verschil in behandeling tussen werklozen en overgeschoolden.

CORRESPONDENTIETESTOm de eventuele ongelijke behandeling te kunnen detecteren, werd in Vlaanderen een veldexperiment uitgevoerd, meer bepaald een correspondentietest. Deze methodologie is erg geschikt om ongelijke behandeling op de arbeidsmarkt te identificeren. Hiertoe verstuurden de onderzoekers fictieve trio's van cv's en motivatiebrieven naar bestaande openstaande vacatures. Deze drie cv's verschilden enkel inzake recente arbeidsmarktsituatie. Naar elke betrekking werd namelijk één cv en motivatiebrief van een schoolverlater, één van een werkloze en één van een overgeschoolde kandidaat gestuurd. Gedurende enkele maanden werden de responsen van de betreffende werkgevers op de sollicitaties geregistreerd. Op basis van die gegevens kon onderzocht worden of de drie profielen al dan niet ongelijk behandeld worden. In totaal werden 1188 sollicitaties naar 396 vacatures verzonden.

WERKLOOSHEID SCHAADTDe onderzoeksresultaten tonen dat werklozen beduidend minder uitnodigingen voor een jobgesprek krijgen dan schoolverlaters. Voor de lagere aanwervingskansen van overgeschoolden ten opzichte van schoolverlaters werd geen empirische evidentie gevonden. Ook een ongelijke behandeling tussen werklozen en overgeschoolden kon de correspondentietest niet aantonen. Werkgevers zien dus enkel recente werkloosheid als een sterk negatief signaal en zijn dus geneigd werklozen minder snel in dienst te nemen.

SIGNAALEFFECTENWaarom heeft werkloosheid nu zo'n slechte connotatie bij werkgevers? En waarom lijken overgeschoolden te ontsnappen aan deze negatieve bijklank? Het concept van de signaaleffecten geeft een antwoord op deze vraag. Werkgevers willen steeds de sollicitant aanwerven die de openstaande job kwalitatief het best zal uitoefenen. Dit vertaalt zich in een zoektocht naar de kandidaat met de hoogste productiviteit. Uit een cv of motivatiebrief kunnen ze echter moeilijk afleiden hoe productief een werknemer in zijn baan zal zijn. Ze zullen zich bij de selectieprocedure dan ook vaak baseren op de gemakkelijk waarneembare eigenschappen van sollicitanten, zoals hun huidige werkstatus en hun arbeidsmarktsituatie in het recente verleden. Dit impliceert dat zowel recente werkloosheid als recente arbeid in een job beneden hun scholingsniveau een signaaleffect heeft naar werkgevers toe. Eerdere onderzoeken namen deze effecten reeds afzonderlijk onder de loep.

Werkloze sollicitanten sturen zowel positieve als negatieve signalen uit naar werkgevers. Verschillende studies tonen aan dat de negatieve signalen van werkloosheid de positieve overheersen, wat inhoudt dat werkloze sollicitanten een lagere aanwervingskans hebben dan werkenden. De theorie van de negatieve duurafhankelijkheid stelt bovendien dat die kans nog verlaagt naarmate de werkloosheidsperiode langer duurt. De correspondentietest in Vlaanderen bevestigt deze resultaten.

Ook overgeschoolde kandidaten signaleren zowel voor- als nadelen naar werkgevers toe. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de nadelen de voordelen domineren. Dit betekent dat (volgens die onderzoeken) een overgeschoolde sollicitant minder kans maakt om aangeworven te worden dan iemand die een job uitoefent die overeenstemt met zijn opleidingsniveau. Sommige theoretische studies tonen zelfs aan dat het signaaleffect van overscholing negatiever kan zijn dan het signaaleffect van werkloosheid. Dit resulteert in situaties waarbij werkzoekenden werkloosheid verkiezen boven een job beneden hun scholingsniveau, ook al ondervinden ze geen nadelen door te werken. De resultaten van de correspondentietest suggereren echter dat de positieve en negatieve signaaleffecten van overscholing elkaar compenseren, waardoor werkgevers geen voorkeur hebben tussen schoolverlaters en overgeschoolde kandidaten.

WEG MET WERKLOOSHEIDU zou bijgevolg kunnen stellen dat werkloosheid te allen tijde voorkomen moet worden, maar dit verschilt natuurlijk van individu tot individu, afhankelijk van zijn of haar situatie. Het kan bijvoorbeeld niet aangewezen zijn om om het even welke jobaanbieding te aanvaarden, zelfs al spreekt de functie u helemaal niet aan. Aan alle jonge werklozen: veelvuldig en gericht naar een geschikte job op uw niveau zoeken is de boodschap!

Bibliografie

[1] Ahmed, A., Andersson, L. & Hammarstedt, M. (2013). Sexual orientation and full-time monthly earnings, by public and private sector: evidence from Swedish register data. Review of Economics of the Household, 11, 83-108.[2] Allen, J. & van der Velden, R. (2001). Educational mismatches versus skill mismatches: effects on wages, job satisfaction, and on-the-job search. Oxford Economic Papers, 5, 434-452.[3] Arrow, K.J. (1973). The Theory of Discrimination. Princeton University Press.[4] Baert, S. (2013). Gastles: discriminatie op de arbeidsmarkt [powerpointpresentatie]. Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde.[5] Baert, S., Cockx, B., Gheyle, N. & Vandamme, C. (Forthcoming). Is there Less Discrimination in Occupations where Recruitment is Difficult?. Industrial and Labor RelationsReview.[6] Baert, S., Cockx, B. & Verhaest, D. (2013). Overeducation at the Start of the Career: Stepping Stone or Trap?. Labour Economics, 25, 123-140.[7] Becker, G.S. (1957). The Economics of Discrimination. The University of Chicago Press.[8] Becker, G.S. (1962). Investment in Human Capital: A Theoratical Analysis. Journal of Political Economy, 70 (5), 9-49.[9] Bertrand, M. & Mullainathan, S. (2004). Are Emily and Greg more employable than Lakisha and Jamal? A field experiment on labor market discrimination. American Economic Review, 94, 991-1013.[10] Byron, R.A. (2010). Discrimination, Complexity, and the Public/Private Sector Question. Work and Occupations, 37, 435-475.[11] CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). (2010). Standaard Beroepenclassificatie 2010. Geraadpleegd op 11 april 2014 viahttp://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/1C6DBBDD-4376-4924-87D5-5DAADADDF955/0/2…] CGKR (Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding). (2014). De antidiscriminatiewet van 10 mei 2007. Geraadpleegd op 30 maart 2014 viahttp://www.diversiteit.be/de-antidiscriminatiewet-van-10-mei-2007[13] Coles, M.G. & Smith, E. (2006). Marketplaces and matching. International Economic Review, 39, 239-255.[14] de Grip, A., Bosma, H., Willems, D. & van Boxtel, M. (2008). Job-worker mismatch and cognitive decline. Oxford Economic Papers, 60, 237-253.[15] De Morgen (2014, 4 maart). Vlaanderen telt tien procent meer werklozen. Geraadpleegd op 8 maart 2014 viahttp://www.demorgen.be/dm/nl/3324/Financiele-crisis/article/detail/1804…] Devriese, P. (2014). De impact van overscholing op latere aanwervingskansen op de Vlaamse arbeidsmarkt: een veldonderzoek. [Masterproef]. Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde.[17] Drucker, E.F. (1973). Managing the public service institution. The Public Interest, 33, 43-60.[18] Eriksson, S. & Lagerström, J. (2006). Competition between employed and unemployed job applicants: Swedish evidence. Scandinavian Journal of Economics, 108, 373 396.[19] Freeman, R. (1976). The Overeducated American. Academia Press.[20] FOD Economie (Federale Overheidsdienst). (2014). Actieve (werkende en werkloze) en inactieve bevolking sinds 1999 op basis van de Enquête naar de ArbeidsKrachten, per jaar, gewest, leeftijdsklasse en onderwijsniveau. Geraadpleegd op 24 maart 2014 viahttp://bestat.economie.fgov.be/BeStat/BeStatMultidimensionalAnalysis?lo…] Hartog, J. (2000). Overeducation and earnings: where are we, where should we go? Economics of Education Review, 19, 131-147.[22] Heckman, J. & Siegelman, P. (1993). The Urban Institute audit studies: Their methods and findings in Clear and convincing evidence: Measurement of discrimination in America, ed. Fix M. and Struyk R.J.(1993). Urban Institute Press, 187-258.[23] ILO (International Labour Organization). (2014). Definitions. Geraadpleegd op 19 maart 2014 viahttp://www.ilo.org/ilostat/faces/help_home/conceptsdefinitions?_adf.ctr…] IGVM (Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen). (2011). Vrouwen en mannen in België: genderstatistieken en genderindicatoren. Geraadpleegd op 9 april 2014 via http://igvm-iefh.belgium.be/nl/binaries/GenderStat_N_Hfdst1-8_tcm336-16…] Jowell, R. & Prescott-Clark, P. (1970). Racial discrimination and white-collar workers in Britain. Race, 11, 397-417.[26] Kroft, K., Lange, F. & Notowidigdo, M. J. (2013). Duration Dependence and Labor Market Conditions: Evidence from a Field Experiment. Quarterly Journal of Economics, 128, 1123-1167.[27] Leasher, M.K. & Miller, C.E. (2012). Discrimination Across the Sectors: A Comparison of Discrimination Trends in Private and Public Organizations. Public Personnel Management, 41, 281-326.[28] Lecluyse, W. (2014, 3 februari). Vlaamse werkloosheid blijft stijgen. Het Nieuwsblad. Geraadpleegd op 8 maart 2014 viahttp://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20140203_0096…] Lecluyse, W. (2014, 2 mei). Jeugdwerkloosheid daalt voor eerst in 3 jaar. De Standaard. Geraadpleegd op 8 maart 2014 viahttp://www.standaard.be/cnt/dmf20140502_01089383[30] Ma, C. A. & Weiss, A. M. (1993). A signaling theory of unemployment. European Economic Review, 37, 135-157.[31] McCormick, B. (1990). A Theory of Signalling During Job Search, Employment Efficiency, and "Stigmatised"Jobs. Review of Economic Studies, 57, 299-313.[32] Meeussen, G. (2014, 1 april). Hoge werkloosheid Vlaanderen houdt aan. De Tijd. Geraadpleegd op 8 maart 2014 viahttp://www.tijd.be/nieuws/politiek_economie_belgie/Hoge_werkloosheid_Vl… aan.9485106-3137.art[33] Oberholzer-Gee, F. (2008). Nonemployment stigma as rational herding: A field experiment. Journal of Economic Behavior & Organization, 65, 30-40.[34] OIG (Office of the Inspector General). (2014). Making false statements on claims. Geraadpleegd op 21 april 2014 viahttp://oig.ssa.gov/making-false-statements-claims[35] Omey, E. (2013). Arbeid en tewerkstelling [syllabus]. Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde.[36] Pager, D. (2007). The use of field experiments for studies of employment discrimination: contributions, critiques, and directions for the future. Annals of the American Academy of Political and Social Science, 609, 104-133.[37] Phelps, E.S. (1972). The Statistical Theory of Racism and Sexism. American Economic Review, 62, 659-661.[38] Riach, P.A. & Rich, J. (2002). Field Experiments of Discrimination in the Market Place. The Economic Journal, 112, 480-518.[39] Riach, P.A. & Rich, J. (2004). Deceptive Field Experiments of Discrimination: Are they Ethical. Kyklos, 57, 457-470.[40] Sicherman, N. & Galor, O. (1990). A theory of career mobility. Journal of Political Economy, 98, 169-192.[41] Steel, T. & Jiang I. (2014, 5 mei). Van masterdiploma tot werkloosheid. Schamper. Geraadpleegd op 8 maart 2014 viahttp://www.schamper.ugent.be/542/van-masterdiploma-tot-werkloosheid[42] Tsang, , M. & Levin, H. (1985). The economics of overeducation. Economics of Education Review, 4 (2), 93-104.[43] VDAB. (2014). Beroepsinschakelingstijd. Geraadpleegd op 29 maart 2014 viahttp://www.vdab.be/wegwijs/beroepsinschakelingstijd.shtml[44] Verhaest, D. (2006). Overscholing: statistische fictie of realiteit? [Doctoraatsproefschrift]. Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde.[45] Verhaest, D. & Omey E. (2003). Overeducation in the transition from school to work: the case of Flanders. The Netherlands’ Journal of Social Sciences, 39 (3), 202-226.[46] Verhaest, D. & Omey E. (2009). Objective over-education and worker well-being: A shadow price approach. Journal of Economic Psychology, 30, 469-481.[47] Vishwanath, T. (1989). Job Search, Stigma Effect, and Escape Rate from Unemployment. Journal of Labor Economics, 7, 487-502.

 

Universiteit of Hogeschool
Algemene Economie
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: