Waar kijken we naar als we televisie kijken? Kijkgedrag en kijkidentificatie in het Vlaamse televisielandschap

Ferre Vandervreken
Vlamingen zijn geroutineerde televisiekijkersTrouwe één-kijkers maken het VIER moeilijkVlamingen zijn geroutineerde televisiekijkers. Dat blijkt uit de masterscriptie van Ferre Vandervreken, student communicatiewetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Met de komst van VIER in september vorig jaar, en de verhuis van enkele sterke Woestijnvis-programma’s naar deze nieuwe zender, werd verwacht dat het televisiekijkgedrag van de Vlaming sterk zou veranderen. Die verwachte revolutie bleef echter uit.

Waar kijken we naar als we televisie kijken? Kijkgedrag en kijkidentificatie in het Vlaamse televisielandschap

Vlamingen zijn geroutineerde televisiekijkers

Trouwe één-kijkers maken het VIER moeilijkVlamingen zijn geroutineerde televisiekijkers. Dat blijkt uit de masterscriptie van Ferre Vandervreken, student communicatiewetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Met de komst van VIER in september vorig jaar, en de verhuis van enkele sterke Woestijnvis-programma’s naar deze nieuwe zender, werd verwacht dat het televisiekijkgedrag van de Vlaming sterk zou veranderen. Die verwachte revolutie bleef echter uit. “Vertrekkende vanuit dat idee, wou ik onderzoeken hoe Vlamingen zich identificeren met een zender of programma en welke factoren hierbij belangrijk zijn”, zegt Vandervreken. Uit de resultaten blijkt dat Vlamingen zeer stabiel zijn in hun kijkgedrag. “Dit stabiele kijkpatroon kan alvast een verklaring zijn voor de huidige kijkcijfers”, gaat Vandervreken verder.

Zender of programma?Of we op een bepaalde zender dan wel eerder op een specifiek programma afstemmen, kan voor een groot stuk verklaard worden door de reden waarom we televisie kijken. De studie, afgenomen in maart bij 1517 Vlamingen, toont dat mensen die eerder omwille van informatie of sociale interactie kijken, vooral zendergericht zijn, terwijl entertainment-kijkers voornamelijk programmagericht zijn. Louter uit tijdverdrijf naar televisie kijken, kan niet worden verklaard door een voorkeur voor een bepaalde zender of bepaald programma.

Vlamingen stemmen ook af op bepaalde zenders om specifieke behoeften te vervullen. Eén en VTM scoren goed op entertainment, informatie en sociale interactie. Canvas kijkt men vooral omwille van informatie en naar VIER, 2BE en VIJF vooral voor entertainment. Of mensen zich sterker identificeren met een zender of eerder met specifieke programma’s blijkt sterk te variëren naargelang de zender. Eén en Canvas blijken zeer zendergerichte kijkers te lokken, terwijl 2BE en VIER vooral een programmagericht publiek aanspreken. Bij VTM bemerken we zowel zeer zendertrouwe kijkers als kijkers die enkel voor specifieke programma’s op de zender afstemmen.  

Deze resultaten kunnen verklaren waarom het voor VIER het afgelopen jaar niet makkelijk was om de één-kijker naar zicht toe te trekken. De grote zendertrouw van de VRT-kijkers vertaalt zich in een vast kijkpatroon dat moeilijk te doorbreken valt. “Dit zien we ook in de kijkcijfers”, zegt Vandervreken. “Een sterke programmeerstrategie en loyaal publiek zorgden ervoor dat Iedereen Beroemd relatief probleemloos Man Bijt Hond opvulde.”

VIER-programma’s vaker uitgesteld 

Daarnaast besteedde de studie ook aandacht aan uitgesteld kijken. “Vlamingen kijken regelmatig uitgesteld, maar deze tendens mag zeker niet worden overschat. Jongere mensen die vooral omwille van entertainment of uit tijdverdrijf televisie kijken, kijken vaker uitgesteld, maar ook zij kijken nog regelmatig lineair”, zegt Vandervreken. De resultaten tonen aan dat vooral VIER-programma’s vaker dan andere programma’s in het onderzoek uitgesteld worden bekeken. “Traditionele één-kijkers blijken zich wel sterk te identificeren met programma’s als Met Man en Macht en De Pappenheimers. Dit kan impliceren dat één-kijkers hun favoriete Woestijnvis-programma’s nog wel willen zien, maar dat ze er hun vast kijkpatroon niet voor zullen aanpassen; ze kijken die programma’s vaker uitgesteld.

Vandervreken benadrukt wel dat het onderzoek een momentopname is en dat het cruciaal wordt om op lange termijn te kunnen kijken naar het kijkgedrag van mensen.

 

Bibliografie

Bibliografie Aaker, D. A. (1991). Managing brand equity: Capitalizing on the value of a brand name: Simonand Schuster.Abelman, R., & Atkin, D. (2000). What children watch when they watch TV: Putting theory intopractice. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 44(1), 143-154.Abelman, R., Atkin, D., & Rand, M. (1997). What viewers watch when they watch TV: affiliationchange as case study. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 41(3), 360-379.Abramson, A. (2003). The history of television, 1942 to 2000: McFarland.Barwise, T. P., Ehrenberg, A. S., & Goodhardt, G. J. (1982). Glued to the box?: Patterns of TVrepeat‐ viewing. Journal of Communication, 32(4), 22-29.Bauer, R. A. (1963). The initiative of the audience. Journal of Advertising Research, 3, 2-7.Bignell, J. (2012). An introduction to television studies: Routledge.Bilandzic, H., Hasebrink, U., & Rössler, P. (1999). Psychische Prozesse bei der selektivenFernsehnutzung: Beschreibung und Erklärung von Programmentscheidungen mit derMethode des lauten Denkens. Publikumsbindungen: Medienrezeption zwischenIndividualisierung und Integration, Reihe Angewandte Medienforschung des MedienInstituts Ludwigshafen, 12, 86-110.Biocca, F. A. (1988). Opposing conceptions of the audience: The active and passive hemispheres ofmass communication theory. Communication yearbook, 11, 51-80.Brennan, M., & Syn, M. (2001). Television viewing behaviour during commercial breaks. Paperpresented at the 2001 Australian & New Zealand Marketing Academy Conference (Anzmac2001).Broniarczyk, S. M., & Alba, J. W. (1994). The importance of the brand in brand extension. Journalof marketing research, 214-228.Brosius, H. B., Wober, M., & Weimann, G. (1992). The loyalty of television viewing: Howconsistent is TV viewing behavior? Journal of Broadcasting & Electronic Media, 36(3),321-335.Bruner, G. C., Hensel, P. J., & James, K. (2005). Marketing scales handbook Volume IV: consumerbehavior. South Western Educational Publishing: Cincinnati, Ohio.Chan-Olmsted, S. M., & Kim, Y. (2001). Perceptions of branding among television stationmanagers: An exploratory analysis. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 45(1), 75-91.Chan-Olmsted, S. M., & Kim, Y. (2002). The PBS brand versus cable brands: Assessing the brandimage of public television in a multichannel environment. Journal of Broadcasting &Electronic Media, 46(2), 300-320.Cohen, J. (2001). Defining identification: A theoretical look at the identification of audiences withmedia characters. Mass Communication & Society, 4(3), 245-264.Cohen, J. (2002). Television viewing preferences: Programs, schedules, and the structure ofviewing choices made by Israeli adults. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 46(2),204-221.Comstock, G., & Scharrer, E. (1999). Television: What's on, who's watching, and what it means:Academic Press.Cooper, R. (1996). The status and future of audience duplication research: An assessment ofratings‐ based theories of audience behavior. Journal of Broadcasting & Electronic Media,40(1), 96-111.Danaher, P. J. (1995). What happens to television ratings during commercial breaks? Journal ofAdvertising Research.Derrick, J. L., Gabriel, S., & Hugenberg, K. (2009). Social surrogacy: How favored televisionprograms provide the experience of belonging. Journal of Experimental Social Psychology,45(2), 352-362.Dick, A. S., & Basu, K. (1994). Customer loyalty: toward an integrated conceptual framework.Journal of the academy of marketing science, 22(2), 99-113.Donahue, M. (1995). Translating vision into a meaningful identity: Brand loyalty marketing. Brandbuilding research by Advertising Research Foundation.Drijvers, J. (2012). Media engagement and advertising impact: the missing link. TNS Media.Drinkwater, P., & Uncles, M. (2007). The impact of program brands on consumer evaluations oftelevision and radio broadcaster brands. Journal of Product & Brand Management, 16(3),178-187.Ellis, J. (2000). Scheduling: the last creative act in television? Media, Culture & Society, 22(1), 25-38.Ferguson, D. A., & Perse, E. M. (2004). Audience satisfaction among TiVo and ReplayTV users.Journal of Interactive Advertising, 4(2), 1-12.Fowles, J. (1992). Why viewers watch: A reappraisal of television's effects: Sage Publications,Incorporated.Godlewski, L. R., & Perse, E. M. (2010). Audience activity and reality television: Identification,online activity, and satisfaction. Communication Quarterly, 58(2), 148-169.Gordon, W., & Cowley, D. (1991). Accessing the brand through research. Understanding Brands(By People Who Do), 33-56.Guo, M. (2010). Do satisfied television viewers watch more? Examining Moderating Influences onTelevision Program Loyalty. Conference paper- international communication association,1.Heeter, C., D'Alessio, D., Greenberg, B. S., & McVoy, S. (1988). Cableviewing behaviors: Anelectronic assessment. Cableviewing, 51-63.Heeter, C., & Greenberg, B. (1985). Cable and program choice. Selective exposure tocommunication, 203-224.Hoffman, D. L., & Batra, R. (1991). Viewer response to programs: Dimensionality and concurrentbehavior. Journal of Advertising Research, 31(4), 46-56.Huston, A. C., Zuckerman, D., Wilcox, B. L., Donnerstein, E., Fairchild, H., Feshbach, N. D., . . .Rubinstein, E. A. (1992). Big world, small screen: The role of television in Americansociety: University of Nebraska Press.Katz, E. (2009). The end of Television. Annals, 625, 6-219.Katz, E., Blumler, J. G., & Gurevitch, M. (1974). Utilization of mass communication by theindividual. The uses of mass communications: Current perspectives on gratificationsresearch, 3, 19-32.Katz, E., Haas, H., & Gurevitch, M. (1973). On the use of the mass media for important things.American Sociological Review, 164-181.Keller, K. L. (2003). Brand synthesis: The multidimensionality of brand knowledge. Journal ofconsumer research, 29(4), 595-600.Klein, P. (1971). The men who run TV aren't stupid... they know us better than you think. NewYork, 20-29.Klövekorn, N. (2002). Sehen wir, was wir wollen?: Die Fernsehprogrammauswahl unterBerücksichtigung langfristiger Zuschauerpräferenzen und Programmierungsstrategien derFernsehsender: Reinhard Fischer.Levy, M. R. (1978). Television News Uses: A Cross-National Comparison. Journalism Quarterly,55(2), 334-337.Lin, C. A., Atkin, D. J., & Abelman, R. (2002). The influence of network branding on audienceaffinity for network television. Journal of Advertising Research, 42(3), 19-32.Lotz, A. (2007). The television will be revolutionized: NYU Press.Lu, X., & Lo, H. (2007). Television audience satisfaction: Antecedents and consequences.JOURNAL OF ADVERTISING RESEARCH-NEW YORK-, 47(3), 354.Mahrt, M., & Schoenbach, K. (2009). Genre Preference and Channel Loyalty: A Closer Look at theRole of Individual Values for Media Use. Conference Papers -- InternationalCommunication Association, 1-36.Manero, C. B., Uceda, E. G., & Serrano, V. O. (2013). Understanding the Consumption ofTelevision Programming: Development and Validation of a Structural Model for Quality,Satisfaction and Audience Behaviour. International Journal of Marketing Studies, 5(1),p142.Marsden, C., & Ariño, M. (2005). From analogue to digital. Digital terrestrial television in Europe,3-35.McQuail, D., Blumler, J. G., & Brown, J. (1972). The television audience: A revised perspective.Media studies: A reader, 271-284.Meyer, D., & Muthaly, S. (2008). New measures and a new model for television network loyalty(MOTNL). Marketing Bulletin, 19(1), 1-19.Meyer, S. S. (2007). The Elephant in the Living Room: Make Television Work for Your Kids.Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine, 161(3), 307.Moshkin, N. V., & Shachar, R. (2002). The asymmetric information model of state dependence.Marketing Science, 21(4), 435-454.Neuman, W. R., & Guggenheim, L. (2011). The Evolution of Media Effects Theory: A Six‐ StageModel of Cumulative Research. Communication Theory, 21(2), 169-196.Owen, B. M., & Wildman, S. S. (1992). Video economics: La Editorial, UPR.Perse, E. M. (1998). Implications of cognitive and affective involvement for channel changing.Journal of Communication, 48(3), 49-68.Prior, M. (2007). Post-broadcast democracy: How media choice increases inequality in politicalinvolvement and polarizes elections: Cambridge University Press.Rhee, J., Kim, E., & Shim, M. (2009). Does Quality Matter in Television? Program Quality andRating as Determinants of Television Channel Brand Equity. Paper presented at the annualmeeting of the International Communication Association, Sheraton New York, New YorkCity, NY.Robinson, J. P. (1981). Television and leisure time: A new scenario. Journal of Communication,31(1), 120-130.Rosenstein, A. W., & Grant, A. E. (1997). Reconceptualizing the role of habit: A new model oftelevision audience activity. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 41(3), 324-344.Rubin, A. M. (1983). Television uses and gratifications: The interactions of viewing patterns andmotivations. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 27(1), 37-51.Rubin, A. M. (1984). Ritualized and instrumental television viewing. Journal of Communication,34(3), 67-77.Schulman, M. (1973). The Ravenous Eye. Cassell and Company.Severin, W. J., & Tankard Jr, J. W. (1997). Uses of mass media. Reading, 2, 4.Spigel, L., & Olsson, J. (2004). Television after TV: Essays on a Medium in Transition: DukeUniversity Press Books.Stipp, H. (2008). Channel/program loyalty. In W. Donsbach (Ed.), The International Encyclopediaof Communication (pp. 448-451): Blackwell Publishing Ltd.Television, S. G. s. S. A. C. o., & Behavior, S. (1972). Television and growing up: The impact oftelevised violence: US Department of Health, Education and Welfare.Trilling, D., & Schoenbach, K. (2013). Skipping current affairs: The non-users of online and offlinenews. European Journal of Communication, 28(1), 35-51.Turner, G. (2009). Television studies after tv: understanding television in the post-broadcast era:Routledge.VRT, S. (2012). Het najaar onthuld? Focus op één, Canvas en VIER.Weaver, J. B., Brosius, H.-B., & Mundorf, N. (1993). Personality and movie preferences: Acomparison of American and German audiences. Personality and Individual Differences,14(2), 307-315.Webster, J. G., & Phalen, P. F. (1997). The mass audience: Rediscovering the dominant model:Erlbaum Mahwah, NJ.Webster, J. G., & Wakshlag, J. J. (1982). The impact of group viewing on patterns of televisionprogram choice. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 26(1), 445-455.Webster, J. G., & Wakshlag, J. J. (1983). A theory of television program choice. CommunicationResearch, 10(4), 430-446.Westerik, H., Renckstorf, K., Wester, F., & Lammers, J. (2005). The situational and time varyingcontext of routines in television viewing: A event history analysis. Communications, 30(2),2005.Williams, R. (1974). Television: Technology and cultural form. Williams London and New YorkRoutledge.Wonneberger, Schoenbach, & Meurs, v. (2012). Staying Tuned: TV News Audiences in theNetherlands 1988–2010. Journal of Broadcasting & Electronic Media, 56(1), 55-74.Wonneberger, Schoenbach, K., & van Meurs, L. (2009). Dynamics of individual television viewingbehavior: Models, empirical evidence, and a research program. Communication Studies,60(3), 235-252.Yuan, E. J., & Webster, J. G. (2006). Channel repertoires: Using peoplemeter data in Beijing.Journal of Broadcasting & Electronic Media, 50(3), 524-536.

Universiteit of Hogeschool
Communicatiewetenschappen optie Mediacultuur
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
https://twitter.com/FerreVander
Share this on: