Punitive Damages. Noodzaak, inpasbaarheid en verzekerbaarheid naar Belgisch recht

Isabelle Vrancken
Persbericht

Punitive Damages. Noodzaak, inpasbaarheid en verzekerbaarheid naar Belgisch recht

‘Aansprakelijke persoon’: meer dan enkel loze woorden? Punitive damages als oplossing voor een maatschappelijke problematiek.

Stel: een BV wordt in alle tijdschriften beschuldigd van overspel, met een relatiebreuk tot gevolg. Erger nog, naaktfoto’s van op vakantie worden overal gepubliceerd, met enorme reputatieschade, zoals bij Kate Middleton en Prins Harry het geval was. Wanneer iemand dus schade lijdt door inbreuken op zijn privacy of het publiceren van foto’s zonder zijn toestemming, wordt hij veelal niet vergoed. De drempel om naar de rechtbank te stappen is immers te groot. Als het slachtoffer dan toch naar de rechtbank stapt, is de schadevergoeding uiterst beperkt. De winsten die geboekt worden met deze schendingen zijn wel immens. Het rechtvaardigheidsgevoel van velen is dan ook gekrenkt. In het Belgische recht is er vandaag geen oplossing om hieraan tegemoet te komen. De invoering van een nieuwe rechtsfiguur, punitive damages, zou een goede oplossing zijn. Dit zijn vergoedingen die bovenop een schadevergoeding worden toegekend als ‘private straf’. Dit vormt het onderwerp van de masterthesis van Isabelle Vrancken, rechtenstudente aan Universiteit Antwerpen.

Gebrekkig rechtssysteem

Burgers wantrouwen vandaag meer en meer het gerecht en voelen zich als slachtoffer tekort gedaan. Het strafrecht is momenteel niet op degelijke wijze in staat haar doelstelling van bestraffing en bescherming te vervullen. Niet alleen is de bewijslast en de prioriteitsstelling door het openbaar ministerie een harde noot om te kraken, ook de uitvoering van straffen laat te wensen over. Vooral op het gebied van persmisdrijven bestaat er feitelijke straffeloosheid. Dit soort misdrijven moet immers beslecht worden voor het hof van assisen, wat er op neerkomt dat dit in feite niet gebeurt.  

Hiermee gekoppeld komt de problematiek van de lucratieve fout op de proppen, die vooral opvalt bij persoonlijkheidsrechten. Dit is een fout waarbij men de potentiële winst vergelijkt met de potentieel te betalen schadevergoeding. Bij een positief resultaat, begaat men bewust een berekende fout. De pers kan dus momenteel woekerwinsten boeken en moet hiervoor slechts een lage schadevergoeding uitkeren aan de schadelijder. Deze fout doet zich ook voor bij milieuaansprakelijkheid, kartelinbreuken, intellectuele eigendom en mogelijks ook bij productaansprakelijkheid.

Door de lage schadevergoedingen, de hoge kosten en de tijd en moeite die een proces vergt, is er daarenboven een zeer hoge drempel voor de rechtszoekende. Het rechtvaardigheidsgevoel wordt echter wel gekrenkt. Op die manier kan het recht zijn preventieve functie niet vervullen. Deze functie wordt bovendien te weinig erkend. De klemtoon wordt immers gelegd op de vergoedende functie, waarbij men oogkleppen opzet voor een ontradende, reglementerende of bestraffende functie. De emotionele en de schadespreidende functie worden slechts erkend als neveneffect.

Punitive damages

Dat er iets schort aan de rechtshandhaving is dus een feit, zowel strafrechtelijk als privaatrechtelijk. De hybride rechtsfiguur van punitive damages kan een uitweg bieden voor beide problematieken. Deze Angelsaksische rechtsfiguur legt bovenop een schadevergoeding een extra bedrag op ter bestraffing van specifieke omschrijvingen van laakbaar gedrag. Bij de beoordeling van deze ‘schade’-vergoeding wordt de zwaarte van de fout in rekening gebracht. Het is dus een rechtsfiguur waarbij de schadeverwekker centraal staat. Toch is het beter te spreken van een oneigenlijke schadevergoeding, aangezien niet enkel de schade wordt vergoed. Het bedrag dat wordt opgelegd, overstijgt immers de eigenlijke schade waardoor de ‘damage’ een punitief element krijgt. Bovenop de integrale schadevergoeding wordt dus nog een extra vergoeding opgelegd. De rechter kan zo in privaatrechtelijke verhoudingen een straf of boete opleggen, waarvan het bedrag toekomt aan het slachtoffer en niet aan de staat. De functies van bestraffing, preventie en ontrading worden hoog in het vaandel gedragen; rechtshandhaving is eveneens een belangrijke component. Het is dus een privaatrechtelijke rechtsfiguur met strafrechtelijke elementen.

De vraag rijst of de invoering van deze rechtsfiguur in het Belgische recht wenselijk en mogelijk zou zijn. Deze vorm van private straf gaat immers in tegen de scheiding van straf- en privaatrecht en tegen de regel van het integraal en objectief herstel. Er wordt immers een ‘straf’ opgelegd zonder tussenkomst van de overheid, men krijgt meer dan de geleden schade en men houdt ook rekening met andere elementen dan de schade zelf. Bijkomend wordt beweerd dat dit ongrondwettig zou zijn en tegen de belangrijke internationale verdragen zou ingaan. Volgens tegenstanders zou de invoering van punitive damages leiden tot een ongerechtvaardigd voordeel voor de eiser. Tot slot vreest men Amerikaanse toestanden met een echte claimcultuur en buitensporige private rechtshandhavers in ons rechtssysteem.

Een onderzoek naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer toont echter aan dat de bezwaren tegen punitive damages zorgvuldig weerlegd kunnen worden. Er blijkt vooral een behoudsgezindheid aan de basis te liggen, die afschrikt tot evolutie. Omtrent de bezwaren kan echter nog steeds een debat worden gevoerd. Tóch zou een invoering mogelijk kunnen zijn. Zoals de rechtsgeleerde Morgan het stelt: “Oil and vinegar may not mix in solution but they combine to make an acceptable salad dressing.” Een nieuw wetsartikel, nl. artikel 1383bis BW, is hiervoor geschikt.

De verzekerbaarheid van punitive damages wordt eveneens onderzocht. De wenselijkheid hiervan is te weerleggen. Punitive damages verzekeren zou neerkomen op het ondergraven van de hele rechtsfiguur. Daarenboven is dit naar alle waarschijnlijkheid tegen de openbare orde. Het Belgische recht verbiedt tot slot nog de verzekerbaarheid van opzettelijke fouten, wat lucratieve fouten per definitie zijn. Nochtans is ook de verzekerbaarheid voor discussie vatbaar.

Tot slot wordt gekeken naar Nederland, Frankrijk en Duitsland. De drie landen staan allen op één of andere manier meer open voor de invoering van punitive damages dan België. Dit is een teken aan de wand dat de vrees vanuit het Belgische recht minstens ten dele onterecht is.

Moraal van het verhaal

Moraal van het verhaal: er moet aan het aansprakelijkheidsrecht gesleuteld worden en punitive damages zijn een waardige kandidaat. De bezwaren hiertegen zijn systematisch te weerleggen en een apart wetsartikel met de nodige beperkingen is een mooie oplossing. Bovendien plant de Minister van Justitie hervormingen in het juridische landschap. Dit schept opportuniteiten om het debat omtrent punitive damages in een hogere versnelling te brengen.

Er is dus misschien wel licht aan het einde van de tunnel voor de Belgische Kate’s en Harry’s.

 

Bibliografie

A.Gedrukte bronnen

Adriaanse, P.C., Barkhuysen, T., den Houdijker, F.M.J. en Zippro, E.-J., “Het EVRM-kader voor invoering van punitive damages in mededingingszaken. Europese toestanden in het schadevergoedingsrecht?”, NTBR 2008, afl. 7, 274-286.

Appeldoorn, J., “Schade door prijsafspraak. De NMA als scheidsman en damnum emergens als bestuursrechtelijk begrip?”, NJB 2007, afl. 17, 1051-1054.

Baeck, J., “(R)evolutie in ontbindingsland?” (noot onder Cass. 16 februari 2009), RW 2011-12, afl. 42, 1844-1849.

Barendrecht, J.M., “Aansprakelijkheid en welzijn”, NJB 2002, afl. 12, 605-617.

Barendrecht, J.M., “Rechtvaardigheid en het welbevinden van slachtoffers”, NJB 2003, afl. 23, 1175-1184.

Bhole, B. en Wagner, J., “On the consideration of potential harm in the award of punitive damages”, Economics Bulletin 2009, vol. 29, 1102-1106.

Bocken, H., en Boone, I., Inleiding tot het schadevergoedingsrecht, Brugge, die Keure, 2011, 284 p.

Bolt, A.J. en Spier, J., m.m.v. Haazen, O.A., De uitdijende reikwijdte van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad – Preadvies uitgebracht voor de Nederlandse Vereniging voor Rechtsvergelijking, Zwolle, W.E.J. Tjeenk Willink, 1996, 405 p.

Boot, J., “Privaatrecht & boete. Over double damages bij privaatrechtelijke handhaving van mededinging”, Ars Aequi 2008, afl. 3, 200-208.

Boone, I., “Coördinatie van aansprakelijkheid en andere vergoedingssystemen” in X., Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen – XXXIIIe Postuniversitaire Cyclus Willy Delva 2006-07, Mechelen, Kluwer, 2007, 597-741 (865 p.).

Boone, I., Verhaal van derde-betalers op de aansprakelijke, Antwerpen, Intersentia, 2009, 722 p.

Borghetti, J.-S., “Punitive Damages in France” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 55-74 (335 p.).

Brand, R.A., “Punitive damages in US law and the recognition of judgements”, NILR 1996, 143-186.

Brewaeys, E., “Recht op afbeelding”, NJW 2010, afl. 218, 206.

Carette, A., “Milieuaansprakelijkheid” in E. Dirix en A. Van Oevelen (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV. Commentaar verbintenissenrecht, Titel III, Hfdst. 13, afd. 4, Mechelen, Kluwer, 2004, 1-69.

Cauffman, C., “Naar een punitief Europees verbintenissenrecht? Een rechtsvergelijkende studie naar de draagwijdte, de grondwettigheid en de wenselijkheid van het bestraffend karakter van het verbintenissenrecht”, TPR 2007, afl. 2, 799-873.

Cauffman, C. en Weyts, B., “Privaatrecht en rechtshandhaving” in X., Preadviezen 2009, Den Haag, Boom Juridische Uitgever, 2009, 303-366 (369 p.).

Chao-Duivis, M.A.B., “Vergelding als schadevergoeding”, NJB 1990, afl. 14, 513-520.

Claessens, B., Hens, T., Van Putten, W. en Vega Léon, M.-A. “De uitwerking van de overeenkomst tussen partijen” in X., Bestendig Handboek Verbintenissenrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, II.4-143 – II.4-227.

Colby, T.B., “Clearing the smoke from Philip Morris v. Williams: the past, the present, and future of punitive damages”, Yale Law Journal 2009, vol. 118, 393-479.

Colle, P., Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, 269 p.

Coomans, C., noot onder Rb. Hasselt 12 december 2003, Limb.Rechtsl. 2004, afl. 1, 52-56.

Cousy, H. en Droshout, D., “De “Principles of European Tort Law” (PETL). Proeve van een Nederlandstalige versie” in X., Vigilantibus ius scriptum. Feestbundel voor Hugo Vandenberghe, Brugge, die Keure, 2007, 71-89 (472 p.)

Cousy, H., “Over aansprakelijkheidsrecht en verzekering: living together apart?” in X., Liber Amicorum Walter van Gerven, Deurne, Kluwer, 2000, 203-222 (600 p.).

De Geest, G. en Wuyts, F., “Penalty Clauses and Liquidated Damages” in B. Bouckaert en G. De Geest (eds.), Encyclopedia of Law and Economics, Volume III. The Regulation of Contracts, Cheltenham, Edward Elgar, 2000, 141-161 (1205 p.).

De Hert, P. en Saelens, R., “Recht op afbeelding”, TPR 2009, afl. 2, 867-917.

De Keyser, E., “Morele schade en andere schade bij overlijden” in X., Handboek Letselschade Gemeen Recht, Mechelen, Kluwer, 2012, D.II.1/1 – D.III.2/1.

De Kezel, E., “The Protection and Enforcement of Private Interest by (the Recognition of U.S.) Punitive Damages in Belgium: Limits and Opportunities” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 213-244 (533 p.).

Deakin, S., Johnston, A. en Markesinis, B., Markesinis and Deakin’s Tort Law, Oxford, Clarendon Press, 2008, 1056 p.

Debaene, M. en Debaene, P., “Aansprakelijkheid voor eigen foutieve daad” in E. Dirix en A. Van Oevelen (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2005, 52 p.

Deene, J., noot onder Antwerpen 5 mei 2003, NJW 2003, afl. 48, 1194.

Deene, J., “Intellectuele rechten kroniek 2005”, NJW 2006, afl. 145, 530-550.

Deene, J., “Hof van Beroep geeft Clijsters haar portretrecht terug”, Juristenkrant 2008, afl. 171, 1.

Delbrouck, I., “Aanranding van de eer of de goede naam van personen” in X., Postal Memoralis. Lexicon Strafrecht, strafvordering en bijzondere wetten, Mechelen, Kluwer, 2007, A 15/6 – A 15/53.

Delbrouck, L., “Roep niet te snel laster en eerroof”, Juristenkrant 2008, afl. 168, 5.

Deloddere, S., “Ecologische schade en het herstel ervan”, NJW 2004, afl. 56, 38-44.

Dewez, J., “La résolution du contract par accord mutuel des parties”, TBBR 2010, afl. 5, 226-235.

Diependaele, J.-P., “Eenmaal? Andermaal? Cumul van administratieve sancties in de werkloosheid met strafsancties (of met administratieve sancties): de opflakkering van een oud zeer”, RW 2012-13, afl. 23, 882-892.

Dirix, E. en Broeckx, K., Beslag – APR, Mechelen, Kluwer, 2010, 627 p.

Ebert, I., “Punitive Damages and Liability Insurance” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 213-218 (335 p.).

Fasquelle, D. en Mésa, R., “Les fautes lucratives et les assurances de dommages”, RGAR 2004, nr. 13949, 23 p.

Faure, M. en Hartlief, T., “Het kabinet en de claimcultuur”, NJB 1999, afl. 43, 2007-2015.

Gash, J., “Understanding and Solving the Multiple Punishments Problem” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 65-105 (533 p.).

Geistfeld, M.A., “Due Process and The Deterrence Rationale for Punitive Damages” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 107-118 (533 p.).

Geysels, F., “Milieuhandhaving” in X., Het onroerend goed in de praktijk, Mechelen, Kluwer, 2007, VIbis.Aocties.1-1 - VIbis.Aocties.1-93.

Giard, R.W.M. en van Boom, W.H., “De empirische dimensies van zorgplicht. Kanttekeningen bij het Skeeler-arrest (HR 25 november 2005, JA 2006, 1, RvdW 2005, 132)”, NTBR 2006, afl. 8, 360-368.

Goegebuer, A., “Strafbedingen” in E. Dirix en A. Van Oevelen (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2004, 51 p.

González, A.O., “Punitive Damages for Cartel Infringements: Why Didn’t The Commission Grasp the Opportunity?” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 437-458 (533 p.).

Guldix, E. en Wylleman, A., “De positie en de handhaving van persoonlijkheidsrechten in het Belgisch privaatrecht”, TPR 1999, afl. 4, 1589-1657.

Haazen, O.A., “Amerikaanse toestanden. Qui tam”, NJB 2006, afl. 21, 1156-1158.

Hanssen, K., “Product recall: (kinder)ziektes in producten en wetgeving”, Limb.Rechtsl. 2001, afl. 1, 1-33.

Hartkamp, A.S. en Sieburgh, C., Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht – Verbintenissenrecht. De verbintenis in het algemeen, II, Deventer, Kluwer, 2009, 410 p.

Hartkamp, A.S. en Sieburgh, C., Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht – Verbintenissenrecht. De verbintenis uit de wet, IV, Deventer, Kluwer, 2011, 465 p.

Hartlief, T. en Tjittes, R.P.J.L., “De invloed van verzekeringen op de civiele aansprakelijkheid: Privaatrechtelijke aspecten” in R. van den Bergh, M. Faure en T. Hartlief (eds.), De invloed van verzekering op civiele aansprakelijkheid, Lelystad, Koninklijke Vermandere, 1990, 55-115 (119 p.).

Hartlief, T., “De meerwaarde van het aansprakelijkheidsrecht” in T. Hartlief en S. Klosse (eds.), Einde van het aansprakelijkheidsrecht?, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2003, 1-76 (379 p.).

Hartlief, T., “Leven in een claimcultuur: wie is er bang voor Amerikaanse toestanden?”, NJB 2005, afl. 16, 830-834.

Hartlief, T., “Heeft het aansprakelijkheidsrecht (de) toekomst?”, TPR 2007, afl. 3, 1651-1732.

Hartlief, T., “Heeft het aansprakelijkheidsrecht (de) toekomst?” in X., Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen – XXXIIIe Postuniversitaire Cyclus Willy Delva 2006-07, Mechelen, Kluwer, 2007, 807-865 (865 p.).

Hartlief, T., “Gij zult handhaven!”, NJB 2007, afl. 15, 915.

Hartlief, T., “Handhaving in het aansprakelijkheidsrecht. Op weg naar een betere samenleving?”, WPNR 2008, afl. 6772, 769-777.

Hartlief, T., “Van aalmoes naar aanspraak. Weg met het personenschaderecht?” in in T. Hartlief en S. Lindenbergh (eds.), Tien pennenstreken over personenschade, Den Haag, Sdu Uitgevers, 2009, 1-23 (193 p.).

Hartlief, T., “Wat staat het burgerlijk recht te doen?”, NJB 2009, afl. 25, 1553.

Hartlief, T., “Geld zetten op aansprakelijkheidsrecht”, TPR 2009, afl. 2, 565-580.

Hartlief, T., “De schrik van het burgerlijk recht”, NJB 2009, afl. 35, 2253.

Hartlief, T., Anno 2010. Beschouwingen over aansprakelijkheid en verzekering, Amsterdam, DeLex, 2009, 128 p.

Hartlief, T., “Aansprakelijkheid zonder verzekering”, NJB 2011, afl. 25, 1601.

Hazelhorst, M., “Private enforcement of EU competition law: why punitive damages are a step too far”, ERPL 2010, afl. 4, 757-772.

Herbots, J., “De punitieve vergoeding in het Engelse en Amerikaanse recht van de onrechtmatige daad en van de contracten” in Bernauw, K. (ed.), Liber Amicorum Yvette Merchiers, Brugge, die Keure, 2001, 141-163 (1030 p.).

Heyman, T., “Amerikaanse claimcultuur dreigt in Europa”, Juristenkrant 2010, afl. 217, 15.

Hoet, P., “Gelijkheid van feiten of van inbreuken en van strafrechtelijke vervolgingen of van vervolgingen met een strafrechtelijk karakter?” (noot onder EHRM 10 februari 2009), RABG 2009, afl. 13, 890-902.

Hondius, E., “Punitive damages: acceptabel, zij het met mate”, NJB 2003, afl. 38, 2019-2020.

Hullebroeck, G., noot onder Beslagr. Brussel 5 april 2011, T.Verz. 2012, afl. 1, 97.

Hulst, E., “Actualiteiten milieuaansprakelijkheid. De les van Exxon Valdez: ‘Punitive damages’ corrigeren fout gedrag toch niet”, TMA 2004, afl. 6, 199-202.

Idomon, C., “Enkele bedenkingen omtrent de burgerlijke vordering wegens het niet inlassen van een antwoord en lasterlijke publicaties”(noot onder Brussel 10 maart 2004), RW 2005-06, afl. 25, 985-987.

Isidro, M.R., “Punitive Damages From a Private International Law Perspective in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 237-256 (335 p.).

Isidro, M.R., “Punitive Damages: How Do They Look Like When Seen From Abroad?” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 311-335 (533 p.).

Jafferali, R., “Rome II ou la loi applicable aux obligations non contractuelles”, RGAR 2008, nr. 14399, 22 p.

Jansen, N. en Rademacher, L., “Punitive Damages in Germany” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 75-86 (335 p.).

Jocqué, G., “Bewustzijn en subjectieve verwijtbaarheid” in X., Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen, Mechelen, Kluwer, 2007, 1-101 (865 p.).

Jocqué, G., “Verzekeringsrecht kroniek 2009-2011. Rechtspraakoverzicht Grondwettelijk Hof en Hof van Cassatie (juli 2009 – juni 2011)”, NJW 2011, afl. 246, 478-488.

Jocqué, G., “Opzet in de gezinsaansprakelijkheidsverzekering”, T.Verz. 2001, afl. 335, 215-229.

Jongen, F., noot onder Rb. Luik 21 september 1999, AM 2000, 159.

Jongen, F., “¨Préjudice moral, préjudice matériel et sécurité juridique” (noot onder Cass. 12 oktober 2001), JLMB 2002, afl. 10, 401-402.

Jongen, F., “Hiérarchie des normes?” (noot onder Corr. Brussel 23 juni 2009), JLMB 2010, afl. 3, 127-128.

Judo, F., “Uitgever vangt bot”, Juristenkrant 2003, afl. 66, 7.

Kerkmeester, O.H., “Punitive damages ter compensatie van een lage veroordelingskans”, NJB 1998, afl. 40, 1807-1813.

Koch, B.A., “Punitive Damages in European Law” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 197-209 (335 p.).

Kortmann, J. en Sieburgh, C., “Handhaving door Nederlands privaatrecht” in X., Preadviezen 2009, Den Haag, Boom Juridische Uitgever, 2009, 249-302 (369 p.).

Kortmann, J., “The Tort Law Industry”, ERPL 2009, afl. 5, 789-811.

Koziol, H., “Punitive Damages: Admission into the Seventh Legal Heaven or Eternal Damnation? Comparative Report and Conclusions” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 275-308 (335 p.).

Kruithof, M., “De vordering tot voordeeloverdracht”, TPR 2011, afl. 1, 12-74.

Laenens, J., Broeckx, K., Scheers, D. en Thiriar, P., Handboek Gerechtelijk Recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 853 p.

Lambert, P., “La diffamation” in X., Postal Mémoralis. Lexique du droit penal et des lois spéciales, Mechelen, Kluwer, 2008, D 130/01 – D 130/19.

Lamon, H., “Gele Davidster om ‘een jood’ aan te wijzen: who cares?”, Juristenkrant 2009, afl. 197, 4-5.

Larmuseau, I., “Het voorzorgsbeginsel niet langer een papieren tijger?”, AJT 1998-99, 811-815.

le Tourneau, P. en Cadiet, L., Droit de la Responsabilité, Parijs, Dalloz, 1996, 938 p.

le Tourneau, P., Bloch, C., Guettier, C., Giudicelli, A., Julien, J., Krajeski, D. en Stoffel-Munck, P., Droit de la responsabilité et des contrats, Parijs, Dalloz, 2008, 1778 p.

Lebon, C., “Prima-faciebeoordeling van de rechtsgeldigheid van de buitengerechtelijke ontbinding van een overeenkomst”, NJW 2010, afl. 230, 717-718.

Lemmens, K., “Parlando ma non troppo: artikel 10 van het E.V.R.M. en kritiek op gerecht en politiek”, AJT 1999-00, 277-291.

Lemmens, K., “Wie is Demol? Bedenkingen bij een boek en een arrest”, AM 2006, afl. 2, 147-160.

Linden, A.M. en Feldthusen, B., Canadian Tort Law, Toronto, Butterworths, 2006, 868 p.

Lindenbergh, S.D., “De positie en de handhaving van persoonlijkheidsrechten in het Nederlandse privaatrecht”, TPR 1999, afl. 4, 1665-1707.

Lindenbergh, S.D., “Tranen met duiten. Over het paradoxale karakter van het smartengeld” in T. Hartlief en S. Lindenbergh (eds.), Tien pennenstreken over personenschade, Den Haag, Sdu Uitgevers, 2009, 147-157 (193 p.).

Lunney, M. en Oliphant, K., Tort Law. Text and Materials, Oxford, Oxford University Press, 2008, 993 p.

Magnus, U., “Commentary: Art. 10.101. Nature and Purpose of Damages” in European Group on Tort Law (ed.), Principles of European Tort Law. Text and Commentary, Wenen, Springer-Verlag, 2005, 149-153 (278 p.).

Magnus, U., “Punitive Damages and German Law” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 245-260 (533 p.).

Mahé, C.B.P., “Punitive Damages in the Competing Reform Drafts of the French Civil Code” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 261-281 (533 p.).

Masschelein, M.A., “Het verval van een recht (la déchéance)”, RW 2010-11, afl. 17, 690-700.

Matthé, S., “Enforcement in Family Law by Means of Private Penalties” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 381-411 (533 p.).

McGovern, F.E., “Punitive Damages and Class Actions”, Louisiana Law Review 2010, vol. 70, 435-462.

Meeus, R., “Een toekomst voor de transactie als sanctioneringsinstrument in het milieurecht? Lessen uit de praktijk in België en Nederland”, TMR 2011, afl. 4, 325-345.

Meurkens, L., “The Punitive Damages Phenomenon in Continental Europe: Food for Thought” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 3-62 (533 p.).

Meurkens, L., “Epilogue” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 523-531 (533 p.).

Morgan, J., “Reflections on Reforming Punitive Damages in English Law” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 183-210 (533 p.).

Mulder, J., “Hoe schadevergoeding kan leiden tot gevoelens van erkenning en gerechtigheid”, NJB 2010, afl. 5, 293-296.

Muller, E., “Roddel, Schuld & Boete”, NJB 2008, afl. 24, 1464-1470.

Murphy, J., Street on Torts, New York, Oxford University Press, 2007, 705 p.

Nagy, C., “Recognition and enforcement of US judgments involving punitive damages in continental Europe”, NIPR 2012, afl. 1, 4-11.

Neven, J.-F. en Mormont, H., “Cumul des sanctions administrative et pénale en matière de chômage: la Cour de cassation ignore-t-elle la jurisprudence de Strasbourg sur l’identité d’infraction?” (noot onder Cass. 25 mei 2011), JT 2011, afl. 6449, 651-655.

Nordin, E., “Private straffen in het contractenrecht beschouwd vanuit het perspectief van artikel 6 EVRM” in J. Rozie, A. Van Oevelen en S. Rutten (eds.), Toetsing van sancties door de rechter, Antwerpen, Intersentia, 2011, 147-171 (203 p.).

Nordin, E. en Wuyts, D., “The Insurability of Punitive Damages Under Belgian Law” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 415-435 (533 p.).

Owen, D.G., “Punitive Damages as Restitution” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 119-131 (533 p.).

Patart, D., “Considerations relatives à la portée de l’article 1451 du code judiciaire” (noot onder Brussel 12 mei 2000), JLMB 2003, afl. 31, 1352-1361.

Petillion, F., “Inbreuken op portretrecht leiden tot contractuele en/of extracontractuele schadevergoeding” (noot onder Gent 21 februari 2008), RABG 2008, afl. 20, 1274-1276.

Phang, A. en Lee, P.W., “Restitutionary and Exemplary Damages Revisited”, Journal of Contract Law 2003, 1-39.

Pirotte, N., “Sanction du tiers saisi: pénalité ou indemnité?” (noot onder Beslagr. Brussel 23 april 1998), JLMB 1999, afl. 10, 408-412.

Polinsky, A.M., “Are Punitive Damages Really Insignificant, Predictable, and Rational? A Comment on Eisenberg et al.”, The Journal of Legal Studies 1997, vol. 26, 663-677.

Polinsky, A.M. en Shavell, S., "Punitive Damages: an Economic Analysis", Harvard Law Review 1998, 869-962.

Polinsky, A. M. en Shavell, S., “Punitive damages” in B. Bouckaert en G. De Geest (eds.), Encyclopedia of Law and Economics, Volume II. Civil Law and Economics, Cheltenham, Edward Elgar, 2000, 764-781 (807 p.).

Priest, G.L., “Insurability and Punitive Damages”, Alabama Law Review 1988-89, 1009-1035.

Raneri, G.-F., “Non bis in idem – La Cour de cassation rejette-t-elle la jurisprudence Zolotoukhine?” (noot onder Cass. 25 mei 2011), JTT 2012, afl. 1118, 52-54.

Roddy, N.E., “Punitive Damages in Strict Products Liability Litigation”, Wm. & Mary L. Rev. 1981, 333-361.

Rogers, W.V.H., “Commentary: Art. 10:301. Non-Pecuniary Damage” in European Group on Tort Law (ed.), Principles of European Tort Law. Text and Commentary, Wenen, Springer-Verlag, 2005, 171-178 (278 p.)

Ronse, J., Schade en schadeloosstelling (onrechtmatige daad) - APR, Gent, Larcier, 1957, 813 p.

Russell, G. en Thornton, J.D., “Exemplary Damages”, BUMC Proceedings 2002, 441-442.

Samoy, I. en Aguirre, M., “De raakvlakken tussen de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid. Schadeherstel, schadevergoeding en interesten” in S. Stijns en P. Wéry (eds.), De raakvlakken tussen de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid, Brugge, die Keure, 2010, 97-135 (290 p.)

Samoy, I., “Nietigheid van ongeoorloofde schadebedingen in het gemene recht: welles niets…” (noot onder Antwerpen 20 september 2004), RW 2006-07, afl. 19, 797-801.

Samyn, L. en Volders, B., Belgisch Internationaal Privaatrecht – Communautaire, internationale en nationale instrumenten, Antwerpen, Maklu, 2011, 725 p.

Schelhaas, H., “Waarheen met het boetebeding in Europa? Een analyse van het Engelse, Schotse, Belgische en Nederlandse recht en de Principles of European Contract law”, TPR 2000, afl. 4, 1371-1434.

Schmit, J., Pritchett, S. en Fields, P., “Punitive Damages: Punishment or Further Compensation?”, The Journal of Risk and Insurance 1988, 453-466.

Schoors, T., Baeyens, T. en Devroe, W., “Schadevergoedingsacties na kartelinbreuken”, NJW 2011, afl. 239, 198-213.

Schryvers, J., “Gemeenrechtelijke letselschade – de beginselen en hun schending”, TAVW 2001, 288-309.

Schuermans, L., Van Oevelen, A., Persyn, C., Ernst, P. en Schuermans, J.-L., “Onrechtmatige daad. Schade en schadeloosstelling (1983-1992)”, TPR 1994, 856-909.

Schuermans, L., Grondslagen van het Belgisch verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2008, 852 p.

Schulze, R., Dörner, H., Ebert, I., Eckert, J., Hoeren, T., Kemper, R., Saenger, I., Schulte-Nölke, H. en Staudinger, A., Bürgerliches Gesetzbuch. Handkommentar. 4. Auflage, Baden-Baden, Nomos Verlagsgesellschaft, 2005, 2355 p.

Schwitters, R.J.S., “Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van een instrumenteel aansprakelijkheidsrecht?” in M. Hertogh en H. Weyers (eds.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen, Ars Aequi Libri, 2011, 327-347 (514 p.).

Sebok, A.J. en Wilcox, V., “Aggravated Damages” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 257-274 (335 p.).

Sebok, A.J., “Punitive Damages in the United States” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 155-196 (335 p.).

Sebok, A.J., “The U.S. Supreme Court’s Theory of Common Law Punitive Damages: An Inauspicious Start” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 133-146 (533 p.).

Shavell, S., “On the proper magnitude of punitive damages: Mathias v. Accor Economy Lodging, Inc.”, Harvard Law Review 2007, vol. 120, 1223-1227.

Sieburgh, C., “Recht en verdriet, het is en blijft een ongemakkelijke combinatie” in T. Hartlief en S. Lindenbergh (eds.), Tien pennenstreken over personenschade, Den Haag, Sdu Uitgevers, 2009, 57-68 (193 p.).

Simoens, D., Schade en schadeloosstelling, Antwerpen, Story-Scientia, 1999, 433 p.

Sottiaux, S., “Het conflict tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy” (noot onder Gent 12 juni 2001), TBBR 2003, afl. 5, 308-311.

Stijns, S., “Contractualisering van sancties in het privaatrecht, inzonderheid bij contractuele wanprestatie”, RW 2001-02, afl. 34, 1258-1287.

Swerts, K., “(De juridische staat van de persoon) De naam”, TPR 2009, afl. 2, 774-792.

Tilbury, M. en Luntz, H., “Punitive Damages in Australian Law”, Loy. L.A. Int’l & Comp. L.J. 1995, 769-792.

Timmermans, R., “(Syndicus van flatgebouwen) Handhaving reglementen van mede-eigendom en van orde” in X., Het onroerend goed in de praktijk, Mechelen, Kluwer, 2003, XIV.L-166 – XIV.L-177.

Timmermans, R., “Handhaving van het reglement van orde, geen eenvoudige klus”, T.App. 2007, 3-9.

Timmermans, R., “Syndicus” in X., Het Onroerend Goed in de Praktijk, Mechelen, Kluwer, 2010, XV.O-337 – XV.O-559.

Traest, M., “Het recht van toepassing op niet contractuele verbintenissen” in E. Dirix en A. Van Oevelen (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2009, 105 p.

Van den Wyngaert, C., m.m.v. B. De Smet, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen – Deel I: Strafrecht, Antwerpen, Maklu, 2006, 670 p.

Van den Wyngaert, C., m.m.v. De Smet, B., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen – Deel II: Strafprocesrecht, Antwerpen, Maklu, 2009, 1286 p.

van Boom, W.H. en Faure, M., “Introducing “Shift in Compensation Between Private and Public Systems”” in W.H. van Boom en M. Faure (eds.), Shifts in Compensation Between Private and Public Systems, Wenen, Springer-Verlag, 2007, 1-27 (246 p.).

van Boom, W.H., “Effectuerend handelen in het privaatrecht”, NJB 2007, afl. 16, 982-992.

van Boom, W.H., “Iets over handhaving in het privaatrecht”, WPNR 2008, afl. 6772, 765-769.    

Van Camp, S., “Productveiligheid en Product recall”, TBH 2010, afl. 6, 451-488.

Van Damme, A., Pauwels, L., Pleysier, S. en Van de Velde, M., “Beelden van vertrouwen: het vertrouwen in politie en justitie in perspectief geplaatst” in X., Beelden van vertrouwen in justitie en politie, Orde van de dag 2010, afl. 52m m , 7-20.

van de Gehuchte, D., Productaansprakelijkheid in België, Gent, Mys & Breesch, 2000, 145 p.

Van de Walle, S., “Vertrouwen en vertrouwdheid – waar komen vertrouwen en wantrouwen in justitie vandaan?” in X., Beelden van vertrouwen in justitie en politie, Orde van de dag 2010, afl. 52m m , 21-26.

van den Bergh, R. en Faure, M., “De invloed van verzekering op de civiele aansprakelijkheid: een rechtseconomische analyse” in R. van den Bergh, M. Faure en T. Hartlief (eds.), De invloed van verzekering op civiele aansprakelijkheid, Lelystad, Koninklijke Vermandere, 1990, 9-53 (119 p.).

Van der Heijden, E.M., “Punitive damages en de calculerende schadeveroorzaker”, NJB 2001, afl. 36, 1749-1756.

van der Wiel, B., “Schadevergoeding bij schending van mededingingsrecht”, NJB 2009, afl. 12, 724-731.

Van Driessche, D., “Rechtmatige schadebedingen: geen ontkomen aan?” (noot onder Vred. Torhout 21 december 2004), TBBR 2008, afl. 1, 33-39.

van Emmerik, M., “Schadevergoeding bij schending van mensenrechten: de rechtspraktijk onder het EVRM”, Ars Aequi 1997, afl. 10, 712-719.

Van Herck, K. en Vermylen, C.-P., “Commentaar bij art. 1445 Ger.W.” in P. Depuydt, B. Allemeersch, D. Lindemans en S. Raes (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 1986, 1-46.

Van Hoorick, G., “Milieubeleid en recht” in X., Het onroerend goed in de praktijk, Mechelen, Kluwer, 2004, VIbis.A.1-1 – VIbis.A.1-35.

van Maanen, G. “De rol van het (aansprakelijkheids)recht bij de verwerking van persoonlijk leed. Enkele gedachten naar aanleiding van het experiment in het Veterans Affairs Medical Centre in Lexington USA” in G. van Maanen (ed.), De rol van het aansprakelijkheidsrecht bij de verwerking van persoonlijk leed, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2003, 1-24 (280 p.).

Van Oevelen, A., “Enige beschouwingen vanuit het oogpunt van het Belgische recht, bij de Principles of European Tort Law” in X., Vigilantibus ius scriptum. Feestbundel voor Hugo Vandenberghe, Brugge, die Keure, 2007, 351-363 (472 p.).

Van Oevelen, A., “Enkele recente ontwikkelingen inzake schade en schadebegroting in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht” in X., Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen – XXXIIIe Postuniversitaire Cyclus Willy Delva 2006-07, Mechelen, Kluwer, 2007, 327-369 (865 p.).

Van Oevelen, A., Persyn, C., De Temmerman, B. en Jocqué, G., “(Onrechtmatige daad: schade en schadeloosstelling) Algemene beginselen”, TPR 2007, afl. 2, 941-1012.

Van Schaik, R., “De calculerende pers. Smartengeld bij onrechtmatige perspublicaties”, Mediaforum 1999, afl. 6, 169-173.

Van Schoubroek, C., “Over opzettelijk veroorzaakte schadegevallen en verzekering”, TBH 2005, afl. 8, 819-829.

van Zeeland, C.M.C., Kamminga, Y.P. en Barendrecht, J.M., “Waar het mensen om gaat en wat het burgerlijk recht daarmee kan”, NJB 2003, afl. 16, 818-827.

Vanden Berghe, O., “Bedingen en schadevergoeding: strafbedingen, opzegbedingen en exoneratiebedingen” in S. Stijns (ed.), Verbintenissen – reeks Themis, Brugge, die Keure, 2004, 43-70 (99 p.).

Vandenberghe, H., “Over civielrechtelijke persaansprakelijkheid. Een stand van zaken” in M. Debaene en P. Soens (eds.), Aansprakelijkheidsrecht. Actuele tendensen, Gent, Larcier, 2005, 109-155 (246 p.).

Vandenberghe, H. “Persaansprakelijkheid. De bijzondere zorgvuldigheidsnorm. Een glijdende schaal”, TPR 2010, afl. 4, 1827-1846.

Vandenberghe, H., “Over persaansprakelijkheid. De specifieke context”, TPR 2010, afl. 4, 1814-1827.

Vandenbogaerde, M., “De verbintenisrechtelijke aard van de schuldenaarsverklaring bij derdenbeslag revisited”, TBBR 2012, afl. 6, 261-267.

Vanderhaeghen, A., “Verklaring van derde-beslagene” (noot onder Gent 24 juni 2008), NJW 2009, afl. 196, 133-134.

Vandewal, C., “Ik droom van groene weiden. Overwegingen omtrent het strafrechtelijk beleid inzake het leefmilieu”, TMR 2003, afl. 6, 548-583.

Vanleenhove, C., “Punitive Damages and European Law: Quo Vademus?” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 337-353 (533 p.).

Vanlerberghe, B., “De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader” in J. Rozie, A. Van Oevelen en S. Rutten (eds.), Toetsing van sancties door de rechter, Antwerpen, Intersentia, 2011, 1-36 (203 p.).

Vanlersberghe, P., “Commentaar bij art. 17 Ger.W.” in P. Depuydt, B. Allemeersch, D. Lindemans en S. Raes (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2002, 67 p.

Vanlersberghe, P., “Commentaar bij art. 18 Ger.W.” in P. Depuydt, B. Allemeersch, D. Lindemans en S. Raes (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2002, 42 p.

Vansweevelt, T. en Weyts, B., “Het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht: situering, doelstellingen, krachtlijnen, kritiek en vooruitzichten” in UALS (eds.), Verantwoordelijkheid en recht, Mechelen, Kluwer, 2008, 108-131 (544 p.).

Vansweevelt, T. en Weyts, B., Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, 935 p.

Verheij, A., “Punitive damages, immateriële schade en fundamentele rechtsbeginselen”, Ars Aequi 1997, afl. 2, 71-81.

Vermeulen, L., “Over het ‘non bis in idem’-principe” (noot onder Cass. 25 mei 2011), RW 2011-12, afl. 38, 1673-1679.

Visscher, L.T., “Economic Analysis of Punitive Damages” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 219-236 (335 p.).

Visscher, L., “The Law and Economics of Punitive Damages” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 471-497 (533 p.).

Voorhoof, D. en Valcke, P., Handboek Mediarecht, Brussel, Larcier, 2011, 686 p.

Voorhoof, D., “Ook gevangene heeft recht op vergetelheid”, Juristenkrant 2001, afl. 37, 1.

Voorhoof, D., “RTL-TVI en minister veroordeeld wegens schending recht op afbeelding van gevangene”, Juristenkrant 2001, afl. 37, 16.

Voorhoof, D., “VTM-journaal veroordeeld wegens signaleren vermeende hormonenzwendel”, Juristenkrant 2003, afl. 63, 1 en 5.

Voorhoof, D., “Boek krenkt eer en goede naam van VB-politicus”, Juristenkrant 2005, afl. 116, 13.

Voorhoof, D., “Gents hof van beroep bestudeert naaktfoto’s”, Juristenkrant 2006, afl. 139, 5.

Voorhoof, D., “De Standaard veroordeeld in zaak Brouwers”, Juristenkrant 2008, afl. 163, 6.

Voorhoof, D., “Dedecker moet dopingkritiek inslikken”, Juristenkrant 2009, afl. 161, 6-7.

Voorhoof, D., “BASF moet kritiek kunnen verdragen”, Juristenkrant 2009, afl. 189, 5.

Voorhoof, D., “Weblogs en websites zijn voortaan ook ‘drukpers’”, Juristenkrant 2012, afl. 246, 4-5.

Voorhoof, D., “Rechtspraak integreert Code van de Raad voor de Journalistiek bij beoordeling van ‘fout’ in toepassing van art. 1382 B.W.” (noot onder Rb. Brugge 30 april 2012), AM 2012, afl. 6, 596-597.

Wagner, K., “Commentaar bij art. 1456 Ger.W.” in P. Depuydt, B. Allemeersch, D. Lindemans en S. Raes (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2005, 1-13.

Wagner, K., “De schuldenaarsverklaring bij laattijdige of onnauwkeurige verklaring van de derde beslagene” (noot onder Brussel 22 juni 2004), RABG 2005, afl. 4, 314-320.

Wagner, G., “(Un)insurability and the Choice between Market Insurance and Public Compensation Systems” in W.H. van Boom en M. Faure (eds.), Shifts in Compensation Between Private and Public Systems, Wenen, Springer-Verlag, 2007, 87-112 (246 p.).

Walther, D.L. en Plein, T.A., “Punitive Damages: a critical analysis: Kink v. Combs”, Marquette Law Review 1965-66, vol. 49, 369-386.

Wester-Ouisse, V., “La Cour de cassation ouvre la porte aux dommages-intérêts punitifs!”, RCA 2011, afl. 3, étude 5. Ook raadpleegbaar via www.lexisnexis.fr.

Weyts, B., “Wordt de algemene zorgvuldigheidsnorm steeds subjectiever?” (noot onder Cass. 5 juni 2003), TBBR 2005, afl. 2, 112-115.

Weyts, B., “Lucratieve fouten in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht. The winner takes it all”, RW 2005-06, afl. 42, 1641-1652.

Weyts, B., “Objectieve aansprakelijkheid” in X., Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen – XXXIIIe Postuniversitaire Cyclus Willy Delva 2006-07, Mechelen, Kluwer, 2007, 371-415.

Weyts, B., “De ene opzettelijke fout is de andere niet. Over opzet in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht” in X., Liber amicorum Jean-Luc Fagnart, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2008, 363-376 (1014 p.).

Weyts, B., “Punitieve elementen in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht” in J. Rozie, A. Van Oevelen en S. Rutten (eds.), Toetsing van sancties door de rechter, Antwerpen, Intersentia, 2011, 173-203 (203 p.).

Weyts, B., “Opzet in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht: the story continues” in H. Vuye en Y. Lemense (eds.), Springlevend aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, 265-292 (470 p.).

Wilcox, V., “Punitive Damages in the Armoury of Human Rights Arbiters” in L. Meurkens en E. Nordin (eds.), The Power of Punitive Damages – Is Europe Missing Out?, Antwerpen, Intersentia, 2012, 499-521 (533 p.).

Wilcox, V., “Punitive Damages in England” in H. Koziol en V. Wilcox (eds.), Punitive Damages: Common Law and Civil Law Perspectives, Wenen, Springer-Verlag, 2009, 7-54 (335 p.).

Wuyts, D., “De definiëring van het opzettelijk veroorzaakt schadegeval in de zin van artikel 8 WLVO” (noot onder Cass. 24 april 2009), RABG 2010, afl. 20, 1313-1324.

Zipursky, B.C., “Punitive Damages After Philip Morris USA v. Williams”, Court Review 2007, vol. 44, 134-154.

B.Online-verwijzingen

Baumann, F. en Friehe, T., “Punitive damages in oligopolistic markets”, 2011, 28 p., www.ecpol.vwl.uni-muenchen.de.

Friehe, T., “On Avoidance Activities After Accidents”, 2006, 16 p., www.socialpolitik.de.

Hersch, J. en Viscusi, K., “Punitive Damages: How Judges and Juries perform”, 2002, 57 p., http://www.law.harvard.edu.

Jobin-Laberge, O., “Moral damages and exemplary damages: The supreme court sets certain principles”, 1996, 7p., www.lavery.ca.

Jones, M.A., “Remedies in Tort”, 2000, 8 p., www.lawteacher.co.uk.

Morgan, F., “A Current Look at Punitive Damages”, 1995, 11 p., http://www.sbaer.uca.edu.

Reuters, T., “Civil Laws. Remedies. Punitive Damages (statutes)”, 2011, 49 p., westlaw-databank.

Shavell, S., “Economics and liability for accidents”, 2005, 13 p., http://lsr.nellco.org.

Torrico, E., “Punitive Damages in Nederland: een waardevolle aanvulling op het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht! – Een rechtsvergelijkend onderzoek tussen Nederland en de Verenigde Staten”, 2009, 47 p., http://arno.uvt.nl.

van den Dikkenberg, S., “Een privaatrechtelijk instrument ontrafeld: De theorie en empirie achter punitive damages”, 2010, 23 p., http://arno.uvt.nl.

Viscusi, W.K., “Tort Reform and Insurance Markets”, 2003, 28 p., www.law.harvard.edu

X. “Aggravated and Punitive Damages”, 2006, 9 p., www.nelligan.ca.

C.Volledige links, volgens bovenstaande volgorde

http://www.ecpol.vwl.uni-muenchen.de/downloads/fiwi_kolloq/punitive_damages.pdf

http://www.socialpolitik.de/tagungshps/2007/paper/Friehe.pdf

http://www.law.harvard.edu/programs/olin_center/papers/pdf/362.pdf

http://www.lavery.ca/publications/our-publications/other/moral-damages-and-exemplary-damages-the-supreme-court-sets-certain-principles/

http://www.lawteacher.net/tort-law/lecture-notes/remedies-lecture.php

http://www.sbaer.uca.edu/research/sma/1995/pdf/11.pdf

http://lsr.nellco.org/cgi/viewcontent.cgi?article=1323&context=harvard_olin

http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=94945

http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=113253

http://lsr.nellco.org/cgi/viewcontent.cgi?article=1228&context=harvard_olin

http://www.nelligan.ca/e/pdf/Aggravated_&_Punitive%20_Damages.pdf

Universiteit of Hogeschool
Rechten
Publicatiejaar
2013
Share this on: