Blind vertrouwen in de toekomst

Joke Soetaert
“Zou u niet beter uw foetus laten aborteren?” en “Is het wel gezond voor een baby om een blinde moeder te hebben?”, deze opmerkingen kregen twee blinde zwangere vrouwen voorgeschoteld van een wildvreemde op straat.Ook heel wat zorgverleners staan negatief tegenover moeders met een beperking.

Blind vertrouwen in de toekomst

“Zou u niet beter uw foetus laten aborteren?” en “Is het wel gezond voor een baby om een blinde moeder te hebben?”, deze opmerkingen kregen twee blinde zwangere vrouwen voorgeschoteld van een wildvreemde op straat.Ook heel wat zorgverleners staan negatief tegenover moeders met een beperking. Deze vooroordelen vloeien vaak voort uit een gebrek aan kennis, ervaring en vaardigheden om het moederschap bij een vrouw met een beperking optimaal te begeleiden.Om hieraan tegemoet te komen werd, aan de hand van literatuur en telefonische interviews met tien blinde moeders, onderzocht hoe moeders met een visuele beperking hun bevalling en kraamtijd beleven. Hieruit vloeide een leidraad voor vroedvrouwen voort waarin beschreven wordt hoe de zorg geoptimaliseerd kan worden. Deze leidraad werd verspreid in alle West-Vlaamse ziekenhuizen.

Net als andere ouders maken blinde moeders zich zorgen over de opvoeding en begeleiding van hun kind, stabiliteit van het gezin, geduld en vermoeidheid. Daarnaast hebben blinde moeders ook specifieke bezorgdheden zoals omgaan met negatieve reacties van anderen, tijd management, veiligheid en transport.Het moederschap bij blinde vrouwen wordt frequent bekritiseerd en is vaak een onbegrepen keuze voor buitenstaanders. Het recht om kinderen te krijgen is fundamenteel, maar voor ouders met een beperking wordt dit recht nogal eens in twijfel getrokken. Door negatieve reacties van de omgeving ervaren blinde vrouwen druk om anderen te overtuigen dat ze een goede moeder zijn. Deze ervaring wordt veelal gezien als een kwalitatief verschil in ouderschap tussen ouders met en zonder visuele beperking.

De geboorte is een abrupte confrontatie met de realiteit. De vrouw wordt een moeder. Na de geboorte heeft een blinde moeder niet direct een reëel beeld van haar baby zoals een ziende moeder heeft. Dit beeld wordt door een blinde moeder beetje bij beetje gevormd door voorzichtig te tasten, voelen en ruiken aan het lichaam van haar baby.

Veel blinde moeders kiezen voor borstvoeding. Naast de vele voordelen voor de gezondheid van de baby, is het ook eenvoudiger dan flesvoeding. De flesjes klaarmaken is voor blinde moeders niet gemakkelijk. Bovendien biedt het huid-op-huid contact, dat er gewoonlijk bij de eerste borstvoeding is, een belangrijke hulp bij het opbouwen van een intieme, tedere, vertrouwelijke band tussen de blinde moeder en haar baby. Daarnaast verlengt borstvoeding de gevoelens van tijdens de zwangerschap. Ook het moederinstinct wordt versterkt door wederzijdse gewenning aan elkaars geur.Een blinde moeder kan twijfelen om hulp bij de borstvoeding te vragen, omdat ze ingaat tegen familieleden en zorgverstrekkers die haar aanraden om flesvoeding te geven. Bovendien kan de blinde moeder zich overwelmd voelen door tegenstrijdige raad van moeders die menen dat ze hierover weinig weet omdat ze blind is.

De meeste blinde moeders hebben nood aan individuele begeleiding op maat van hun behoeften. Hierbij is het belangrijk dat de vroedvrouw de keuze van de blinde vrouw om kinderen te krijgen aanvaardt en dat ze gelooft in de capaciteiten van de moeder.Blind of niet, alle moeders zijn verschillend en vereisen individuele zorg.

Ondanks de grote invloed van een visuele beperking op verschillende aspecten van het leven, slagen veel blinden erin om een goede moeder te zijn. Bovendien blijkt dat de vele  bezorgdheden geen negatieve impact hebben op hun eerste ervaringen als moeder. Vrouwen met een visuele beperking raden andere blinde vrouwen met een kinderwens aan om het ouderschap aan te gaan.

Het gaat immers niet over een blinde vrouw die moeder wordt, maar over een moeder die toevallig blind is.

Bibliografie

Adamson, L., Als, H., Tronick, E., Brazelton, B. (1977) The Development of Social Reciprocity between a Sighted Infant and Her Blind Parents: A Case Study. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 16, 2, p. 194 – 207.

Bacon, D. (2006). Hands-on parenting: a resource guide for parents who are blind or partially sighted. Berkeley California: Through the looking glass.

Belgische Senaat (2006). Vragen en Antwoorden: Belgische Senaat. On-line, Internet, 1 maart 2013. Beschikbaar: http://www.senaat.be/www/?MIval=/consulteren/publicatie2&BLOKNR=91&COLL…

Betker, J. (1988). Parent tips: A guide for blind and visually impaired parents. New Brighton: Janiece Betker.

Bieber-Schut, R. (s.a.). Visually Impaired Woman as Mothers. Canadien women studies. 13, 4, p. 63 – 66.

Blindenzorg Licht & Liefde (s.a.). Blinden en slechtzienden: Cijfers (Ongepubliceerd document).

Brailleliga. (2012). Een andere kijk op het dagelijkse leven. Brussel: Michel Magis.

Brailleliga. (s.a.). Pre- en postnatale lessen (Ongepubliceerd document).

Brewster, D. (1979). You can breastfeed your baby, even in special situations. Emmaus: Rodale Press.

Candilis-Huisman, D., Thoueille, E., Vermillard, M. (2006) La passation transcrite de l’echelle de brazelton à l’usage des mères handicapées visuelles, et des autres mères. Médecine & Hygiène. 18, p. 315 – 332.

Casalin, S., Vliegen, N. (2009). De baby en zijn omgeving in beeld: Instrumenten die kunnen helpen bij de klinische diagnostiek van vroege ontwikkeling binnen primaire relaties. Tijdschrift Klinische Psychologie. 39, 4, p. 243 – 265.

Cataract of grijze staar. (s.a.). On-line, Internet, 12 april 2013. Beschikbaar: http://www.oogartsenpraktijk.be/html/cataract.htm

Claeys, K., Geens, P., Vanden Broek, A., Vandermeir, V., Van Waes, M. (2005). Een dienst in de kijker: blinden en slechtziende ouders bijstaan. De witte stok. 4, p. 5 – 7.

Conley-Jung, C. & Olkin, R. (2001). Mothers with visual impairments who are raising young children. Journal of visual impairment & blindness. January, p. 14 – 29.

Cookson, M. (1992). LLL and the mother who is blind. Leaven. 28, 5, p. 67 – 69.

Daisy- en braillecatalogus (2013). On-line, Internet, 7 april 2013. Beschikbaar: http://daisybraille.bibliotheek.be/

Disability, Pregnancy & Parenthood International [DPPI]. (2006). Planning, pregnancy and birth: A guide for visually impaired parents and professionals.

Disability, Pregnancy & Parenthood International [DPPI]. (2006). From birth onwards: A guide for visually impaired parents and professionals.

Good Mojab, C. (1999). Helping the Visually Impaired or Blind Mother Breastfeed. Leaven. 35, 3, p. 51 – 56.

Jochems, A.A.F. & Joosten F.W.M.G. (2009). Coëlho Zakwoordenboek der Geneeskunde (29ste druk). Amsterdam: Elsevier.

Kent, D. (2002). Beyond Expectations: Being Blind and Becoming a Mother. Sexuality and Disability. 20, 1, p. 81 – 88.

Lipson, J. & Rogers, J. (2000). Pregnancy, Birth, and Disability: Women’s health care experiences. Health Care for Woman International, 21, p. 11 – 26.

Maseland, A. (2001). Kijk eens door een wazige bril: omgaan met slechtziendheid. Tijdschrift voor verzorgenden. 3, p. 20 – 23.

McFadden, A. & Herbert, F. (2001). Visual impairment: The challenges of providing midwifery care. The practicing midwife. 4, 3, p. 14 – 15.

McKay-Moffiat, S. (2003). Meeting the needs of mothers with disabilities. The practicing midwife. 6, 7, p. 12 – 15.

Mirlesse, V., Dalmon, C., Magny, J-F., Thoueille, E. (2009). Pregnancy care of visual deficient woman: What specificity? Gynécologie Obstétrique & Fertilité. 38, p. 95 – 100.

Ricability. (2004). A guide for parents with disabilities: Pushchairs.

Rosenblum, P. L., Hong, S., Harris, B. (2009). Experiences of parents with visual impairments who are raising children. Journal of Visual Impairment & Blindness. February, p. 81 – 92.

Royal College of Nursing [RCN]. (2007). Pregnancy and disability: RCN guidance for midwives and nurses.

Royal College of Nursing [RCN]. (2008). Maternity Care for Disabled Women: Guidance Paper.

Thoueille, E. (2006). La maternité des femmes aveugles. La psychiatrie de l’enfant. 49, p. 285 - 348

Thoueille, E., Binel, G. (2006). Accompagnement de la maternité des femmes handicapées visuelles. Soins pédiatrie/puériculture. 229, p. 22 – 26.

Van der Velden, C. (2011). Ziekte van Stargardt. On-line, Internet, 12 april 2013. Beschikbaar: http://www.erfelijkheid.nl/node/403

Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid. (2008). Leeftijd van de moeder. On-line, Internet, 21 april 2013. Beschikbaar: http://zorg-en-gezondheid.be/Cijfers/Geboorte-en-bevalling/Leeftijd-van-de-moeder/#pariteit

Universiteit of Hogeschool
Vroedkunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: