'Simpele harten verleyt?' Gender-analyse van de geloofsvervolging in de kerngebieden van de Nederlanden, 1520-1540

Lynn Callewaert
Simpele harten verleyt?Gender-analyse van de geloofsvervolging in de kerngebieden van de Nederlanden,1520-1540‘Ik ben een simpele vrouw, ik weet van niets’, ‘Ik ben mijn man gevolgd’, ... Vandaag de dag nemen vrouwen zulke argumenten niet zo gemakkelijk meer in de mond. Ten tijde van de geloofsvervolgingen in de zestiende-eeuwse Nederlanden was dat wel anders. Vrouwen die verdacht werden van ketterij en dreigden terecht gesteld te worden, haalden deze en andere argumenten aan om zich alsnog uit hun hachelijke situatie te redden.

'Simpele harten verleyt?' Gender-analyse van de geloofsvervolging in de kerngebieden van de Nederlanden, 1520-1540

Simpele harten verleyt?Gender-analyse van de geloofsvervolging in de kerngebieden van de Nederlanden,1520-1540

‘Ik ben een simpele vrouw, ik weet van niets’, ‘Ik ben mijn man gevolgd’, ... Vandaag de dag nemen vrouwen zulke argumenten niet zo gemakkelijk meer in de mond. Ten tijde van de geloofsvervolgingen in de zestiende-eeuwse Nederlanden was dat wel anders. Vrouwen die verdacht werden van ketterij en dreigden terecht gesteld te worden, haalden deze en andere argumenten aan om zich alsnog uit hun hachelijke situatie te redden. Historica Lynn Callewaert dook de procesdossiers in en onderzocht hoe vrouwen handelden binnen een maatschappij die door religieuze onrust geteisterd werd.

Lynn Callewaert deed onderzoek naar het handelen van vrouwen tijdens de geloofsvervolging in Vlaanderen, Brabant, Holland en Zeeland tussen 1520 en 1540. Ze legde de nadruk op het handelen van vrouwen die vervolgd werden, maar ook vrouwen die optraden als getuige kwamen aan bod. Binnen de zestiende-eeuwse maatschappij werden mannen en vrouwen niet op dezelfde manier behandeld. Dat was ook niet het geval bij de geloofsvervolging, zo blijkt onder meer uit het verschil in straffen. Executies gebeurden bij vrouwen op een andere manier dan bij mannen: vrouwen werden gewurgd, verbrand of verdronken in plaats van onthoofd omdat verondersteld werd dat vrouwen bij het zien van het zwaard zouden panikeren en de executie zouden bemoeilijken. Hieruit blijkt de invloed van gender (sociaal geconstrueerde verschillen tussen mannen en vrouwen die cultureel bepaald zijn en doorheen de tijd kunnen veranderen) bij geloofsvervolgingen. Met aandacht voor het genderaspect onderzocht Callewaert het discours en bij uitbreiding het hele handelen van vrouwen tijdens de geloofsvervolging vanuit drie verschillende contexten: het proces zelf, het gezin en de bredere gemeenschap.

Vrouwen definieerden zichzelf steeds in relatie tot iemand anders, bijvoorbeeld tot hun man, hun kinderen, hun leraar. Slechts wanneer een vrouw helemaal alleen kwam te staan, zoals tijdens het proces, beriep ze zich voornamelijk op geloofsargumenten en benadrukte zo in feite haar relatie met God. Ook vrouwen die kozen voor het martelaarschap en wilden ontsnappen uit de hiërarchische patriarchale maatschappij door hun rol als echtgenote en moeder van zich af te gooien, definieerden zichzelf in relatie tot God. Lynn Callewaert toont met deze studie aan dat vrouwen als echtgenote, moeder en gastvrouw steeds in het centrum stonden van de relaties. Ze vormden het cement van onderlinge netwerken en hielden het gezin en de familie bijeen. Binnen de context van het proces, het gezin en de gemeenschap benutten ze alle kansen om hun stempel te drukken op de gebeurtenissen tijdens de geloofsvervolgingen in de zestiende eeuw.

Het proces

Binnen de context van het proces valt op dat de argumenten die vrouwen ter verdediging aanhaalden, verschilden naargelang de vrouwen alleen of samen met hun man verhoord werden. Vrouwen konden zich beroepen op geloofsargumenten: op Pasen naar de biecht en naar de communie gaan of de vasten respecteren. Daarnaast gebruikten ze genderargumenten zoals onwetendheid, simpelheid en onnozelheid. Ze probeerden vaak de verantwoordelijkheid voor hun daden op iemand anders af te schuiven door te verklaren dat ze een man (hun echtgenoot, hun zoon, een leraar) gevolgd waren, zoals in een patriarchale maatschappij van vrouwen verwacht werd. Door middel van hun discours probeerden vrouwen greep te krijgen op de verwarrende omstandigheden tijdens de geloofsvervolgingen aan het begin van de zestiende eeuw.

Het gezin

Binnen de context van het gezin konden vrouwen hun invloed laten gelden vanuit hun rol als echtgenote, moeder of zus. Als echtgenote kon een vrouw haar man verdedigen of zeggen dat ze niets van zijn zaken afwist, waardoor ze zichzelf en haar man geen schade berokkende. Sommige vrouwen legden hun rol als echtgenote naast zich neer omwille van hun eigen geloof. Ook het moederschap beïnvloedde het gedrag van vrouwen tijdens de geloofsvervolging. Moeders probeerden hun kinderen die verdacht werden van ketterij te beschermen, vaak ten koste van hun eigen leven. Daarnaast had het geloof van de moeder invloed op het geloof van de kinderen, waardoor de geloofskeuze de familiebanden kon versterken. In de woelige zestiende eeuw was het veiligstellen van de familiebanden echter helemaal geen sinecure. Toch was eenheid binnen de familie belangrijker dan religieuze eenheid. Naast echtgenotes en moeders, speelden ook zussen een essentiële rol spelen bij het beschermen en samenhouden van de familie.

De gemeenschap

Binnen de gemeenschap waren de gevolgen van de religieuze onrust eveneens voelbaar. Sommige vrouwen uitten hun engagement voor het nieuwe geloof op een uitzonderlijke manier en kozen resoluut voor de zichtbare actie door hun deelname aan protestacties. Anderen lieten zich gelden op een minder opvallende, maar daarom niet minder invloedrijke manier. Ze fungeerden als gastvrouw en lieten voortvluchtige ‘ketters’ in hun huis onderduiken. Op die manier konden vrouwen zichzelf in het centrum van een netwerk plaatsen, waardoor hervormingsgezinde ideeën in stand werden gehouden en verspreid werden. Wanneer deze vrouwen opgepakt werden, trad hun buurvrouw, die meestal van veel dingen op de hoogte was, vaak op als getuige. Haar getuigenis had een enorme invloed bij het bepalen van de strafmaat.

Doorgaans wordt aangenomen dat de invloed van vrouwen in het Ancien regime beperkt was. Lynn Callewaert toont met deze studie aan dat vrouwen ten tijde van de geloofsvervolgingen in de zestiende eeuw een grotere invloed konden uitoefenen dan aanvankelijk werd verwacht. Ze deden dat door hun troeven vanuit hun positie op het proces, in het gezin of binnen de gemeenschap maximaal uit te spelen. Haar spreken kon haar eigen leven of dat van iemand anders redden of op het spel zetten; met haar zorgzaamheid kon ze haar echtgenoot, kinderen, familieleden, vrienden of zelfs onbekende vluchtelingen beschermen. Ze kon er echter ook voor kiezen uit de rollen te stappen die van haar verwacht werden en los van haar echtgenoot, haar gezin of haar vrienden haar eigen overtuiging te volgen en mee te strijden voor ‘het ware geloof’. ‘Simpele’ of eerder bewonderenswaardige vrouwen? Aan u de keuze…

 

Bibliografie

Bibliografie

1.Archivalische bronnen

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, papieren van Staat en Audiëntie

Nr. 1177, Register over de inquisitie en de ketterij (1429-1566).

Nr. 1177/1, Verschillende stukken uit 1523, 1525 en 1526.

Nr. 1177/4, Briefwisseling van Karel V en Filips II met regionale en kerkelijke autoriteiten over ketterij en inquisitie in de Nederlanden.

Nr. 1177/6, Varia in verband met ketterijen, o.a. documenten van de familie Orley en rekeningen.

Nr. 1177/19, Briefwisseling over in beslagnamen voor ketterij en rebellie tegen vorst met bijlagen (1535-1569).

Nr. 1475/1, Briefwisseling over ketterij met bijlagen, 1525-1555.

Nr. 1504, Documenten in verband met ketterij van 1520 tot 1542 en uit 1573.

2.Gedrukte bronnen

BLAUPOT TEN CATE, S., Geschiedenis der Doopsgezinden in Holland, Zeeland, Utrecht Gelderland, van derzelver Onstaan tot op dezen Tijd, uit oorspronkelijke Stukken en echte Berigten opgemaakt, Amsterdam, 1847.

BRANDT, G., G. Brandts Historie der reformatie en andere kerkelyke geschiedenissen in en omtrent de Nederlanden. Met eenige aentekeningen ..., Amsterdam, 1677.

CRESPIN, J., Histoire des martyrs persécutez et mis à mort pour la vérité de l’Evangile, depuis le temps des apostres jusques à présent, Genève, 1608.

TE WATER, J.W., Kort verhaal der Reformatie van Zeeland in de zestiende eeuwe: benevens eenige verhandelingen dienende tot ophelderinge van de historie der kerk-hervorminge aldaar, Middelburg, 1766.

VAN BRAGHT, T. J., Het Bloedig toneel of Martelaers Spiegel der Doops-gezinde of Weerloose Christenen, J. VAN DEYSTER ed., Amsterdam, 1685.

VAN HAEMSTEDE, A.C., De historie der martelaren, die om het getuygenisse der Evangelischer waerheyt haer bloet gestort hebben, van de tijden Christi onses Saligmakers af tot den jare sesthienhondert vijf-en-vijftigh toe…oversien…, Amsterdam, 1671.

3.Uitgegeven bronnen

CRAMER, S. en PIJPER, F. ed., Het offer des Heeren: de oudste verzameling doopsgezinde martelaarsbrieven en offerliederen, ‘s-Gravenhage, 1904.

CRESPIN, J., Le livre des martyrs: ‘vie de saints’, extraite de martyrologe protestant, T. MONOD ed., Neuilly, 1930.

FREDERICQ, P. ed., Corpus documentorum inquisitionis haereticae pravitatis Neerlandicae, dln. 4 en 5, Gent, 1889-1906.

GENARD, P., ‘Personen te Antwerpen in de 16de eeuw, voor het feit van religie gerechtelijk vervolgd. Lijst en ambtelijk bijhoorige stukken’, Antwerpsch Archievenblad, dln. 7 en 10.

GRAUWELS, J. ed., Dagboek van gebeurtenissen opgetekend door Christiaan Munters, 1529-1545, Assen, 1972.

GORTER-VAN ROYEN, L. en HOYOIS, J.P. ed., Correspondance de Marie de Hongrie avec Charles Quint et Nicolas de Granvelle, I, 1532 et années antérieures, Turnhout, 2009.

GROSHEIDE, G. ed., ‘Verhooren en vonnissen der Wederdoopers, betrokken bij aanslagen op Amsterdam’, Bijdragen en mededelingen van het Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht, 41 (1920).

GROTHE, J.A. ed., ‘Merkwaardige vonnissen uit den tijd ter geloofsvervolging te Amsterdam in de 16de eeuw’, Kronijk van het Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht, 12 (1856), 108.

JOLDERSMA H. en GRIJP L. ed., Elisabeth’s manly courage, testimonials and songs of martyred women in the Low Countries, Milwaukee, 2001.

MELLINK, A.F. ed., ‘Documenta Anabaptistica Neerlandica deel I: Friesland en Groningen (1530-1550)’, Kerkhistorische bijdragen, 6 (1979).

MELLINK, A.F. ed., ‘Documenta Anabaptistica Neerlandica deel II: Amsterdam (1536-1578)’, Kerkhistorische bijdragen,6 (1980).

MELLINK, A.F.ed., ‘Documenta Anabaptistica Neerlandica deel V: Amsterdam (1531-1536)’, Kerkhistorische bijdragen, 12 (1985).

VANDER HAEGHEN, F, ARNOLD, T. en VAN DEN BERGHE R. ed., Bibliographie des martyrologes protestants néerlandais, I. Monographies, II. Recueils, Den Haag, 1890.

VERHEYDEN, A.L.E. ed., Het Brugsche Martyrologium, 12 oktober 1527- 7 augustus 1573, Brussel, 1944.

VERHEYDEN, A.L.E. ed., Het Gentsche Martyrologium (1530-1595), Brugge, 1946.

VERHEYDEN, A.L.E. ed., Le martyrologe Courtraisien et le martyrologe Bruxellois, Vilvoorde, 1950.

VERHEYDEN, A.L.E. ed., Le martyrologe protestant des Pays-Bas du Sud au XVI me siècle, Brussel, 1960.

4.LiteratuurAERTS E. en WYNANTS M. red., Heksen in de zuidelijke Nederlanden, 16-17eeuw, Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën educatieve dienst dossiers, tweede reeks, nr. 2, Brussel, 1989.

BACKHOUSE, M. ‘Recensie van J. Decavele, De dageraad van de reformatie in Vlaanderen (1520-1565)’, Revue belge de philologie et d’histoire, 56 (1978), 493-494.

BEZEMER, W., ‘Geloofsvervolgingen te Rotterdam, 1534-1539’, Archief voor Nederlandsche kerkgeschiedenis, 6 (1896), 45-62.

BLOCKMANS, W.P., ‘De vorming van een politieke unie (veertiende-zestiende eeuw)’, J.C.H. BLOM en E. LAMBERTS red., Geschiedenis van de Nederlanden, Baarn, 2009, 46-113.

BOEGLIN, M., L’Inquisition espagnole au lendemain du concile de Trente. Le tribunal du Saint-Office de Séville. 1560-1700, Montpellier, 2003.

BYNUM, C.W. en HARELL S. red., Gender and religion: on the complexity of symbols, Boston, 1986.

BYNUM, C.W., Fragmentation and redemption: essays on gender and the human body in medieval religion, New York, 1991.

CHOJNACKA, M. en WIESNER-HANKS, M. red., Ages of Woman, Ages of Man: Sources in European Social History, 1400-1750, Harlow, 2002.

COHN, H.J., The long Reformation: Lutheran’, B. Kümin red., The European World 1500-1800. An Introduction to Early Modern History, Londen/New York, 2008, 96-116.

DE HOOP SCHEFFER, J.G., ‘Cornelis Wouterszoon van Dordrecht, een martelaar der Hervorming’, Kerkhistorisch Archief, W. MOLL en N.C. KIST red., deel IV, Amsterdam, 1866, 6-15.

DE SCHEPPER, H., Belgium nostrum, 1500-1650, Over integratie en desintegratie van Nederland, Antwerpen, 1987.

DECAVELE, J., ‘Katherina van Boetzelaer’, Bulletin de la société d’histoire du protestantisme belge, 5 (1969), 151-171.

DECAVELE, J., De dageraad van de reformatie in Vlaanderen (1520-1565), 2dln., Brussel, 1975.

DECAVELE, J., De eerste protestanten in de Lage Landen. Geloof en heldenmoed, Leuven, 2004.

DUBY G. en PERROT M. red., Histoire des Femmes en occident, dl. 3, Parijs, 1991.

DUKE, A., Reformation and revolt in the Low Countries, Londen, 1990.

DUKE, A., POLLMANN, J. en SPICER, A., Dissident identities in the early modern Low Countries, Ashgate, 2009.ERDMANN, A., My gracious silence: women in the mirror of the 16th century printing in Western Europe, Luzern, 1999.

FREDERICQ, P., Geschiedenis der inquisitie in de Nederlanden tot aan hare inrichting onder Keizer Karel V (1025-1520), Gent, 1897.

GIELIS, G., Verdoelde schaepkens, bytende wolven: inquisitie in de Lage landen, Leuven, 2009.

GILES, M. red., Women in the Inquisition, Spain and the New World, Baltimore en Londen, 1998.GINZBURG, C., De kaas en de wormen: het wereldbeeld van een zestiende-eeuwse molenaar, Amsterdam, 1982.

GINZBURG, C., ‘Der Inquisitor als Anthropologe’, R. HABERMAS en N.MINKMAR red., Das Schwein des Häuptlings. Beitragezur Historischen Anthropologie, Berlijn, 1992, 42-56.

GOOSENS, A., Les inquisitions modernes dans les Pays-Bas meridionaux 1520-1633, 2 dln., Brussel, 1997-1998.

GOOSENS, A., ‘Karel V en de onderdrukking van de wederdopers’, Doopsgezinde Bijdragen, 27 (2001), 15-31.

GREGORY, B., Salvation at Stake. Christian Martyrdom in Early Modern Europe, Cambridge, 1990.

GREGORY, B., ‘Particuliere martelaarsbundels uit de late zestiende eeuw’, Doopsgezinde Bijdragen, 19 (1993), 81-106.

HOOG, I.M.J., De martelaren der hervorming in Nederland tot 1566, Schiedam, 1885.

HOOG, I. M. J., ‘Onze martelaren’, Nederlandsch archief voor kerkgeschiedenis, 1(1900), 82-114.

HUNT, R., ‘Some pamphlets of the Revolt of the Netherlands against Spain’, The English Historical Review, 44 (1929), 388-399.

JANSE, W., ‘Vroeg-reformatorische bewegingen in de Nederlanden onder Karel V. Met een beknopte bibliografie, 1975-2000’, Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis, 3 (2000), 59-71.

KAPLAN, B.J., Divided by Faith. Religious conflict and the practice of toleration in early modern Europe, Cambridge, 2007.

KARANT-NUNN S. en WIESNER-HANKS M. red., Luther on Women: A sourcebook, Cambridge, 2003.

KLASSEN, J., ‘Women and the family among Dutch Anabaptist Martyrs’, Mennonite Quarterly Review, 60 (1986), 548-571.

KNIPPENBERG, H., De religieuze kaart van Nederland. Omvang en geografische spreiding van de godsdienstige gezindten vanaf de Reformatie tot heden, Assen, 1992.

KOENIGSBERGER, H.G., ‘The Organization of Revolutionary Parties in France and the Netherlands during the Sixteenth Century’, The Journal of Modern History, 27 (1955), 335-351.

KUIKEN, K., Boetzelaer, Catharina van (den), in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 15/04/2012 (http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Catharinav…).

KÜHLER, W.J., Geschiedenis der Nederlandsche Doopsgezinden in de zestiende eeuw, 2 dln, Haarlem, 1932 en 1940.

MARNEF, G., Antwerpen in de tijd van de Reformatie: ondergronds protestantisme in een handelsmetropool, 1550-1577, Amsterdam, 1996.

MARNEF, G., ‘Tussen tolerantie en repressie: protestanten en religieuze dissidenten in Antwerpen in de 16de eeuw’, H. SOLY en A.K.L. THIJS, Minderheden in West-Europese steden (16de -20ste eeuw), Brussel, 1995.

MARNEF, G., ‘Verleid en bedrogen: berouwvolle doopsgezinden in Brabantse remissiebrieven, 1543-1565’, Doopsgezinde bijdragen, 22 (1996), 69-77.

MARSHALL, S., The Dutch gentry, 1500-1650: Family, Faith and Fortune, Greenwood, 1987.

MARSHALL, S. red., Women in Reformation and Counter-Reformation Europe: Public en private worlds, Bloomington, 1989.

MARSHALL, S., ‘Women in the Reformation Era’, R. BRIDENTHAL en C. KOONZ red., Becoming visible: Women in European History, Boston, 1977, 165-191.

MARSHALL, S., ‘Family Allegiance and Religious Persuasion: The Lesser Nobility and the Revolt of the Netherlands’, The Sixteenth Century Journal, 12 (1981), 43-60.

MARSHALL, S., ‘Women and religious choices in the sixteenth-century Netherlands’, Archive für Reformationsgeschichte, 75 (1984), 276-289.

MATTOX, M.L., ‘Luther on Eve, Women and the Church’, Lutheran Quarterly, 17 (2003), 456-474.

MEADE, T. en WIESNER-HANKS, M. red., A companion to gender history, Malden, 2004.

MELLINK, A.F., Wederdopers in de Noordelijke Nederlanden 1531-1544, Groningen, 1943.

MELLINK, A. F., ‘Antwerpen als anabaptistencentrum’, Nederlands archief voorkerkgeschiedenis, 46 (1963-1964), 155-168.MEYHOFFER, J. red., Le martyrologe protestant des Pays-Bas (1523-1579). Etude Critique, Nessonvaux, 1907.NISSEN, P., ‘De Nederlanden en de vroege Reformatie in Europees perspectief: transport, transformatie en diffusie’, Trajecta, 1 (1992), 217-232.

NORBERG, K., ‘The Counter-Reformation and Women, Religious and Lay’, J. O’MALLEY red., Catholicism in early modern history: a Guide to Research., St. Louis, 1988, 133-146.

PIJPER, F., Martelaarsboeken, Den Haag, 1924.

ROOZE-STOUTHAMER, C., Hervorming in Zeeland (ca.1520-1572), Goes, 1996.

SCHEERDER, J., De inquisitie in de Nederlanden in de XVIe eeuw, Antwerpen, 1944.

SCHEERDER, J., ‘De werking van de inquisitie’, Opstand en Pacificatie in de Lage Landen. Bijdrage tot de studie van de Pacificatie van Gent. Verslagboek van het tweedaags colloquium bij de vierhonderdste verjaring van de Pacificatie van Gent, Gent, 1976, 153-165.

SOEN, V., Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het koninklijk en pauselijk generaal pardon (1570-1574) en over inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576), Brussel, 2007.

SOEN, V., ’De reconciliatie van ketters in de zestiende-eeuwse Nederlanden (1520-1590)’, Trajecta, 14 (2005), 337-362.

THOMAS, W., ‘De mythe van de Spaanse inquisitie in de Nederlanden van de zestiende eeuw’, Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, 105 (1990), 325-353.

VALVEKENS, P., De inquisitie in de Nederlanden der zestiende eeuw, Brussel, 1949.

VAN DE WIELE, J., ‘De inquisitierechtbank van Pieter Titelmans in de zestiende eeuw in Vlaanderen’, Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, 97 (1982), 19-63.

VAN SCHOOR, J., Quade leeraers ende verleyders. Brabantse gratiebrieven voor ketters, 1550-1566, Ongepubliceerde licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 2009-2010.

VAN SLEE, J. C., ‘Wendelmoet Claesdochter van Monnikendam 20 November 1527’, Nederlandsch archief voor kerkgeschiedenis, 20 (1927),121-156.

VANYSACKER, D., ‘Het aandeel van de Zuidelijke Nederlanden in de Europese heksenvervolging (1450-1685)’, Trajecta, 9 (2000), 329-349.

VERCRUYSSE, J., ‘De Antwerpse augustijnen en de lutherse reformatie, 1513-1523’, Trajecta, 16 (2007), 193-216.

VOLLENDORF, L., The Lives of Women: A New History of Inquisitional Spain, Nashville, 2005.

VROLIJK, M., Recht door gratie: gratie bij doodslagen en andere delicten in Vlaanderen, Holland en Zeeland (1531-1567), Hilversum, 2004.

WAITE, G., ‘Staying alive: the Methods of Survival as Practiced by an Anabaptist Fugitive, David Joris’, Mennonite Quarterly Review, 61 (1987), 46-57.

WAITE, G., ‘Dienaren en dienaressen van de duivel. Anabaptisten en duivelse samenzweringen in het vroeg-moderne Europa’, Doopsgezinde Bijdragen, 27 (2001), 33-72.

WAITE, G., ‘Wraakzuchtige gastheren en het als bij toverslag kunnen lezen en schrijven. Propaganda tegen en vervolging van anabaptisten en heksen in de Zuidelijke Nederlanden, 1530-1600’, Doopsgezinde Bijdragen, 33 (2007), 41-67.

WIESNER-HANKS, M., Women and gender in early modern Europe, Cambridge, 1996.

WIESNER-HANKS, M., Religious transformations in the early modern world: a brief history with documents, Boston, 2009.

WIESNER-HANKS, M., Christianity and sexuality in the early modern World: regulating desire, reforming practice, Londen, 2010.

WIENSER-HANKS, M., ‘Beyond Women and the Family: Towards a Gender Analysis of the Reformation’, Sixteenth Century Journal, 18 (1987), 311-321.

ZAGORIN, P., Ways of lying: dissimulation, persecution and conformity in Early Modern Europe, Cambridge, 1990.

ZEMON DAVIS, N., Fiction in the Archives, Pardon Tales and their Tellers in Sixteenth-Century France, Stanford, 1987.

 

Universiteit of Hogeschool
Geschiedenis
Publicatiejaar
2012
Share this on: