DE IMPACT VAN NEOFILISCHE EN NEOFOBISCHE RECLAMECUES OP AD LIKEABILITY

Kathlien Verlodt
In deze paper werd nagegaan waarom consumenten enerzijds aangetrokken worden tot nieuwe zaken en ervaringen, maar anderzijds ook een zeker afkeer hebben van het nieuwe en toevlucht gaan zoeken in het familiaire. Met andere woorden waarom mensen enerzijds neofilisch, maar anderzijds ook neofobisch kunnen zijn.

DE IMPACT VAN NEOFILISCHE EN NEOFOBISCHE RECLAMECUES OP AD LIKEABILITY

In deze paper werd nagegaan waarom consumenten enerzijds aangetrokken worden tot nieuwe zaken en ervaringen, maar anderzijds ook een zeker afkeer hebben van het nieuwe en toevlucht gaan zoeken in het familiaire. Met andere woorden waarom mensen enerzijds neofilisch, maar anderzijds ook neofobisch kunnen zijn. Om de ‘waarom’ vragen van dit alles te kunnen oplossen gingen werd te rade gegaan bij de evolutionaire psychologie.  Hieruit bleek dat neofilie en neofobie geëvolueerde psychologische mechanismen zijn die door natuurlijke selectie ontstaan zijn om adaptieve problemen van overleving en reproductie op te lossen. Verder wordt duidelijk dat neofilische en neofobische reclamecues kunnen functioneren als fitness cues. Dit impliceert dat mensen aangetrokken worden door deze cues aangezien ze onbewust evolutionair succes signaleren. Hierdoor worden ze bovendien als aangenaam ervaren en kunnen ze dus een positieve affectieve reactie en ad likeability opwekken. Om na te gaan of dit inderdaad zo is werd een onderzoek opgezet. In dit onderzoek werd ook nagegaan of leeftijd, persoonlijkheid of productcategorie eventueel een invloed kunnen hebben op de voorkeur voor reclame-uitingen met neofilische of neofobische cues. De resultaten van dit onderzoek wijzen erop dat zowel neofilische als neofobische cues een invloed hebben op de ad likeability van reclame-uitingen. Uit de resultaten kon echter niet geconcludeerd worden dat hoe (hoog/laag) iemand scoort op de onderzochte persoonlijkheidskenmerken of tot welke leeftijdsgroep men behoort een invloed heeft op de voorkeur voor reclame-uitingen met neofilische cues of neofobische cues. Het onderzoek wees daarnaast wel uit dat de productcategorie waarvoor reclame gemaakt wordt een invloed lijkt te hebben op de voorkeur voor de reclame-uiting met de neofilische cue of de reclame-uiting met de neofobische cue.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

This paper examines the reasons why people are drawn to new things and experiences, but also have a certain aversion to these things, and therefore also drawn to familiar things and experiences. In other words why people are neophilic on the one hand, and neophobic on the other.  Evolutionary psychology is used as theoretical framework because it answers the question as to why these preferences for the new or the familiar exist. It revealed that neophilia and neophobia are evolved psychological mechanisms that arose through natural selection to resolve adaptive problems of survival and reproduction. It also became clear that neophilic and neophobic advertising cues function as fitness cues. This implies that people are attracted to these cues, because they unconsciously identify evolutionary success. Therefore these cues are perceived as pleasant and can thus evoke a positive affective reaction and ad likeability. 

To determine whether neophilic and neophobic advertising cues can in fact have an impact on ad likability, an experiment was conducted. This experiment also examined whether age, personality or product category could have an impact on the preference for advertisements with neophilic or neophobic cues. The results of this study indicated that both neophilic and neophobic cues have an impact on ad likeability. Remarkably, we couldn’t conclude that how people score on the personality traits that we studied, or what age group they belong to, has an influence the preference for advertisements with neophilic or neophobic cues. The study did, however point out that the product category that is being advertised has an influence on the preference for the advertisements with the neophilic or neophobic cues.

Bibliografie

Artikels uit wetenschappelijke- en vaktijdschriften:Addessi, E., Galloway, A.T., Visalberghi, E. & Birch,L.L (2005). Specific social influences on the acceptance of novel foods in 2-5-year-old children. Appetite, 45(3), 264-271.Ban, S. & Lee, M. (2006). Selective attention-based novelty scene detection in dynamic environments. Neurocomputing, 69, 1723-1727.Bardo, M.T., Donohew, R.L. & Harrington, N.G. (1996). Psychobiology of novelty seeking and drug seeking behavior. Behavioral Brain Research, 77, 23-43.Biel, A.L. (1990, september). Love the ad, buy the product? Why liking advertising and preferring the brand aren’t such strange bedfellows after all. Admap.Birch, L.L. (1999). Development of food preferences. Annual review of nutrition, 19, 41-62. Bornstein, R.F. (1989). Exposure and Affect: overview and meta-analysis of research, 1968-1987. Psychological Bulletin, 106(2), 265-289. Buss, D.M. (1995). Evolutionary psychology: a new paradigm for psychological science.Psychological Inquiry, 6(1), 1-30. Cloninger, C.R. (1987). A systematic method for clinical description and classification ofpersonality variants. A proposal. Archives of General Psychiatry, 44(6), 573-588. Cloninger, C.R., Svrakic, D.M. & Przybeck, T.R. (1993). A psychobiological model oftemperament and character. Archives of General Psychiatry, 50, 975–990. Colarelli, S.B. & Dettmann, J.R. (2003). Intuitive evolutionary perspectives in marketingpractices. Psychology & Marketing, 20(9), 837-865.Cooke, L.J., Haworth, C.M.A. & Wardle, J. (2007). Genetic and environmental influences on children’s food neophobia. The American journal of clinical nutrition, 86, 428-433.29Daffner, K. R., Ryan, K. K., Williams, D. M., Budson, A. E., Rentz, D., Wolk, D. & Holcomb, P. J. (2006). Age-related differences in attention to novelty among cognitively high performing adults. Biological Psychology, 72, 67–77.Gibson, E.J. (1988). Exploratory behavior in the development of perceiving, acting, and the acquiring of knowledge. Annual Review of Psychology, 39, 1-41.Haley, R.I. & Baldinger, A.L. (2000, november/december). The ARF copy research validity project. Journal of Advertising Research, 40(6).Hansenne, M., Reggers, J., Pinto, E., Kjiri, K., Ajamier, A. & Ansseau, M. (1999). Temperament and character inventory (TCI) and depression. Journal of Psychiatric Research, 33, 31-36.Kelley, A.E., Schochet, T. & Landry, C.F. (2004). Risk taking and novelty seeking in adolescence: introduction to part I. Annals of the New York Academy of Sciences, 1021, 27– 32.Saad, G. & Gill, T. (2000). Applications of evolutionary psychology in marketing. Psychology & Marketing, 17(12), 1005-1034.Schaller, M. & Murray, D.R. (2008). Pathogens, personality, and culture: disease prevalence predicts worldwide variability in sociosexuality, extraversion, and openness to experience. Journal of Personality and Social Psychology, 95(1), 212–221.Smit, E.G., Van Meurs, L. & Neijens, P.C. (2006). Effects of advertising likeability: a 10-year perspective. Journal of advertising research, 46(1), 73-83.Stephan, Y. (2009). Openness to experience and active older adults’ life satisfaction: a trait and facet-level analysis. Personality and Individual Differences, 47, 637-641.Sullivan, R. J. & Hagen, E. H. (2001). Psychotropic substance-seeking: evolutionary pathology or adaptation? Addiction, 97, 389–400.Yamaguchi, S., Hale, L.A., D’Esposito, M. & Knight, R.T. (2004). Rapid prefrontal- hippocampal habituation to novel events. The journal of neuroscience, 24(23), 5356-5363.30•    Boeken en bijdragen uit readers: Barkow, J.H., Cosmides, L. & Tooby, J. (1992). The adapted mind: Evolutionary psychologyand the generation of culture. New York, NY: Oxford University Press.Buss, D.M. (2008). Human nature and individual differences. Evolution of human personality. In O.P. John, R.W. Robins & L.A. Pervin (Eds.), Handbook of personality: theory and research (pp. 29-60). New York, NY: The Guilford Press.Campbell, C. (1992). The desire for the new. Its nature and social location as presented in theories of fashion and modern consumerism. In R. Silverstone & E. Hirsch (Eds.), Consuming technologies. Media and information in domestic spaces (pp. 48-64). London: Routledge.Cloninger, C. R., Przybeck, T. R., Svrakic, D. M. & Wetzel, R. D. (1994). The Temperament and Character Inventory (TCI): a guide to its development and use. St. Louis, MO: Center for Psychobiology of Personality.Costa, P.T. & McCrae, R.R. (1992). Revised NEO Personality Inventory (NEO-PI-R) and the Five Factor Inventory (NEO-FFI): Professional manual. Odessa, FL: Psychological Assessment Resources Inc.De Pelsmacker, P., Geuens, M. & Van Den Bergh, J. (2008). Marketingcommunicatie: derde editie. Amsterdam: Pearson Education Benelux.Donohew, L., Palmgreen, P., Lorch, E., Zimmerman, R. & Harrington, N. (2002). Attention, persuasive communication and prevention. In W.C. Crano & M. Burgoon (Eds.), Mass media and drug prevention: classic and contemporary theories and research (pp. 119- 143). New Jersey, NJ: Laurence Erlbaum Associates.Duijsens, I.J. & Spinhoven, P. (2006). VTCI. Handleiding van de Verkorte Nederlandse Temperament en Karakter Vragenlijst. Leiderdorp: Datec.Du Plessis, E. (2005). The advertised mind. Ground-breaking insights into how our brains respond to advertising. London: Millward Brown.Evans, D. & Zarate, O. (2005). Introducing: evolutionary psychology. Cambridge: Icon31Books.Neuberg, S.L., Kenrick, T.D. & Shaller, M. (2010). Evolutionary social psychology. In S.T. Fiske, D.T. Gilbert & G. Lindzey (Eds.), Handbook of Social Psychology, Volume 2 (5th ed.) (pp. 761-796). Hoboken, NJ: John Wiley & Sons, Inc.Franzen, G. (1992). Hoe reclame echt werkt: bevindingen uit empirisch onderzoek. Den Haag: Kluwer Bedrijfswetenschappen.Franzen, G., Goessens, C., Hoogerbrugge, M., Kappert, C., Schuring, R.J. & Vogel, M. (2002). Merken en reclame. Hoe reclame-effectiviteit brand equity beïnvloedt. Deneveter: Samson.Gallagher, W. (2012). New. Understanding our need for novelty and change. New York, NY: The Penguin Press.Hoekstra, H.A., de Fruyt, F. & Ormel, J. (2007). NEO-PI-R en NEO-FFI: persoonlijkheidsvragenlijsten: handleiding. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.Kashdan, T.B. (2004). Curiosity. In C. Peterson & M.E.P. Seligman (Eds.), Character strengths and virtues (pp.125-141). New York, NY: Oxford University Press.Larsen, J.R. & Buss, D.M. (2005). Differential and personality psychology. Domains of knowledge about human nature (2nd ed.). New York, NY: McGraw-Hill Higher Education.McCrae, R. R. & Sutin, A. R. (2009). Openness to Experience. In M. R. Leary and R. H. Hoyle (Eds.), Handbook of Individual Differences in Social Behavior (pp. 257-273). New York, NY: Guilford.McCrae, R.R. & Costa, P.T. (1997). Conceptions and correlates of openness to experience. In R. Hogan, J.A. Johnson & S.R. Briggs (Eds.), Handbook of personality psychology (pp. 825- 847). Orlando, FL: Academic Press.Miller, G. F. (2009). Spent: sex, evolution and consumer behavior. New York, NY: Viking. Morris, D. (1967). The naked ape. New York, NY: McGraw-Hill Book Company.32Moskowitz, H.R., Beckley, J.H. & Resurreccion, A.V.A. (2012). Sensory and Consumer Research in Food Product Design and Development (2nd ed.). Oxford: Wiley-Blackwell.Piaget, J. (1952). The origins of intelligence in children. New York, NY: International University Press.Pinker, S. (2009). How the mind works. New York, NY: W.W. Norton & Company. Pisula, W. (2009). Curiosity and information seeking in animal and human behavior. Florida,FL: BrownWalker Press.Rozin, P. (1976). The selection of food by rats, humans and other animals. In J.S. Rosenblatt, R.A. Hinde, E. Shaw & C. Beers (Eds.), Advances in the study of behavior (pp. 21-76). New York, NY: Academic Press.Saad, G. (2007). The evolutionary basis of consumption. Mahwah, New York, NY: Lawrence Erlbaum.Smit, E. & Neijens, P. (1999). Publiekbeïnvloeding te midden van overvloed. In J. Cuilenburg, P. Neijens & O. Scholten (Eds.), Media in overvloed (pp.134-149). Amsterdam: Amsterdam University Press.Zuckerman, M. (1979). Sensation seeking: beyond the optimal level of arousal. Hillsdale, NJ: Laurence Erlbaum Associates.Zuckerman, M. (1994). Behavioral expressions and biosocial bases of sensation seeking. New York, NY: Cambridge University Press.Zuckerman, M. (2009). Sensation seeking. In M.R. Leary & R.H. Hoyle (Eds.) Handbook of Individual Differences in Social behavior (pp. 455–465). New York, NY: The Guildford Press.33•    Bronnen geraadpleegd op het internet:Cosmides, L. & Tooby, J. (1997, 13 januari). Evolutionary psychology: A primer. Geraadpleegd op 16 februari 2011 op het World Wide Web: http://www.psych.ucsb.edu/research/cep/primer.htmlHTS (n.d.). NEO-PI-R: Persoonlijkheidsvragenlijst. Geraadpleegd op 14 juni 2012 op het World Wide Web: http://www.unifr.ch/ztd/HTS/inftest/WEB- Informationssystem/nl/4nl001/44c91c3890384282b71f445e4a48f0f5/hb.htm•    Andere bronnen:Nayena, A. & Blankston, A. (2008). Shyness, attachment security, and cognitive abilities: measurement and relationships. Niet-gepubliceerd proefschrift, California, Faculty of the Graduate School University of Southern California.Vyncke, P. (2008). Cue management: using fitness cues to enhance advertising effectiveness. Niet-gepubliceerd manuscript, Gent, Vakgroep Communicatiewetenschappen.

Universiteit of Hogeschool
Communicatiewetenschappen
Publicatiejaar
2012
Kernwoorden
Kathlien
Share this on: