Bildung & Cultuureducatie: Theorie, beleid en praktijk: KOPERGIETERY

Sara De Potter
 Kunst- en cultuureducatie in het Vlaamse onderwijs: Een tegendraadse leerling?Misschien omdat de definitie van cultuur met het komen van nieuwe generaties, en dus ook nieuwe generaties cultuur en kunstenaars, ondertussen achterhaald is. De kunstwereld staat nooit stil, verandert voortdurend. En het is de jeugd van tegenwoordig die deze wereld, misschien onbewust, grotendeels beïnvloedt. Niet alleen vernieuwen jongeren cultuur, ze verbreden ook het kunstdomein, verleggen grenzen. (Lize, 5e middelbaar)Kunst en cultuur zijn voortdurend in beweging, maar ook onderwijs staat niet stil.

Bildung & Cultuureducatie: Theorie, beleid en praktijk: KOPERGIETERY

 

Kunst- en cultuureducatie in het Vlaamse onderwijs: Een tegendraadse leerling?

Misschien omdat de definitie van cultuur met het komen van nieuwe generaties, en dus ook nieuwe generaties cultuur en kunstenaars, ondertussen achterhaald is. De kunstwereld staat nooit stil, verandert voortdurend. En het is de jeugd van tegenwoordig die deze wereld, misschien onbewust, grotendeels beïnvloedt. Niet alleen vernieuwen jongeren cultuur, ze verbreden ook het kunstdomein, verleggen grenzen. (Lize, 5e middelbaar)

Kunst en cultuur zijn voortdurend in beweging, maar ook onderwijs staat niet stil. Kunst en cultuur ontmoeten onderwijs, dagen uit, stellen in vraag... Toch lijkt het niet gemakkelijk een plaats te vinden voor kunst en cultuur in ons onderwijs vandaag. Over hoe een tegendraadse leerling ons recht in de ogen kijkt en brutaal durft vragen of het misschien ook anders kan.

Identiteit bestaat volgens de filosoof Mollenhauer[1] enkel als fictie en is geen vast te stellen feit. Hij stelt dat deze fictie echter wel een noodzakelijke voorwaarde is voor ons vormingsproces, want alleen daardoor blijft dit in beweging. ‘Identiteit’ is met andere woorden eerder procesmatig en niet vast te benoemen, want als we dat doen, dan sluiten we meteen haar veranderlijkheid en openheid naar de toekomst uit. Identiteit, dat zijn WIJ. En WIJ praten het liefst op onze EIGEN manier. Onze taal kan ‘talig’ zijn, maar ook zingen, dansen, schilderen, boetseren... Op school staat de ‘talige taal’ centraal, maar dit is lang niet voor elk kind de beste oplossing. Kunst- en cultuureducatie kunnen hier soelaas bieden door het kind de kans te geven andere ‘talen’ te ontdekken waar het misschien beter in is.

Toch lijkt het dat een structurele inbedding van kunst- en cultuureducatie in het Vlaamse onderwijs nog steeds zijn weg niet heeft gevonden. Professor Anne Bamford[2], die in opdracht van voormalig minister van onderwijs Franck Vandenbroucke onderzoek verrichtte naar kunst- en cultuureducatie in ons onderwijs, bekritiseerde fel. Ook in het jaarlijkse rapport van de Onderwijsinspectie[3] is muzische vorming nog steeds een pijnpunt, een slechte leerling die zich niet weet aan te passen; leerkrachten zitten met de handen in het haar.  Beleidsmatig werd nochtans zowel op Vlaams niveau als op internationaal niveau veel nagedacht en op papier gezet. UNESCO[4] ziet het belang van kunsteducatie in het stimuleren van creatieve capaciteiten bij de volgende generaties. Men heeft nood aan creatieve burgers die oplossingsgericht kunnen denken in onze steeds complexere samenleving. Creativiteit en innovatie worden hierbij beschouwd als twee sleutelkwalificaties die verwezenlijkt kunnen worden via kunsteducatie. Vlaams ministers Smet en Schauvliege[5] zien het persoonlijker en verwijzen in hun conceptnota ‘Groeien in cultuur’ naar het belang voor de identiteitsverwerving van het kind en naar de ‘culturele competentie’ die leerlingen moeten verwerven als essentiële competentie om met uitdagingen van vandaag en morgen om te leren gaan.

Wat opvalt in het beleid is dat het idee van cultuureducatie an sich nauwelijks in vraag wordt gesteld. Er leeft een consensus dat cultuureducatie per definitie goed is, enkel over de manieren waarop het geïmplementeerd en uitgevoerd dient te worden, verschillen de meningen. Kunst- en cultuureducatie worden in het onderwijs te vaak gezien als middel en niet als doel op zich, met name het artistieke of het culturele zelf.

Past het niet, dan wringt het. Er werden reeds vele pogingen gedaan om kunst- en cultuureducatie in het schoolse plaatje te doen passen. Maar moeten we deze tegendraadse leerling wel dwingen? Kunst vertrekt uit een fundamenteel ander perspectief dan weten-schap en heeft het vaak over een niet-weten. Kunst daagt uit, stelt in vraag wat we als vanzelfsprekend ervaren. Kunnen kunst- en cultuureducatie ons dan net niet uitdagen verder te kijken dan de enge schoolse structuur, deze doen verbreden en openstellen voor verandering en zo bijdragen tot een brede vorming? Een brede vorming, omdat het kind daar belang bij heeft voor zichzelf, om te ontdekken wie hij/zij echt is.

Vlaanderen is buiten het onderwijs rijk aan heel wat kunsteducatieve innitiatieven. In de zoektocht naar een legitimatie voor kunst- en cultuureducatie is het interessant ook hen aan het woord te laten. KOPERGIETERY[6] is een kinder- en jongerentheater te Gent en beschikt over een jarenlange expertise wat kunsteducatie betreft. KOPERGIETERY heeft de tegendraadsheid van kunsteducatie begrepen en lijkt niet te willen meegaan in het bepalen van meetbare doelstellingen, het competentiedenken en het van bovenaf proberen structureren. Zoiets raakt de kern van datgene waar het om gaat en legt op die manier het medium een beperking op. Kunst zou volgens de medewerkers van KOPERGIETERY in alles aanwezig moeten zijn. De complementariteit van cultuur, en theater specifiek, aan het klassieke onderwijs is de belangrijkste legitimering van cultuureducatie volgens KOPERGIETERY. Ook hier verwijst men naar ‘andere talen’ die ons referentiekader doen verbreden. Cultuureducatie kan in dit licht een medium zijn om met een andere bril naar de wereld te kijken. Het gaat om een algemene ontwikkeling op cognitief, sociaal en emotioneel vlak die het kind helpt bouwen aan een ‘persoonlijke Ik’.

 

Het laatste woord over kunst- en cultuureducatie lijkt nog lang niet gezegd. Het is belangrijk om in een verder debat voldoende stil te staan bij een dieperliggende legitimatie. We moeten ons durven afvragen of we deze tegendraadse leerling dwingen in ons onderwijsplaatje of als we een andere werkwijze om met kunst en cultuur aan de slag te gaan aanvaarden. “...verleggen grenzen”, schreef de leerlinge in bovenstaand citaat en dit kan misschien een mooie samenvatting zijn van wat ons te doen staat.

[1] Mollenhauer, K. (1986). Vergeten samenhang. Amsterdam: BoomMeppel.

[2] Bamford, A. (2007). Kwaliteit en consistentie, Kunst-en cultuureducatie in Vlaanderen. Brussel: Agentschap voor Onderwijscommunicatie.

[3] Onderwijsinspectie. (2012). Onderwijsspiegel 2012. Brussel: Vlaamse Overheid.

[4] UNESCO. (2010). Seoul Agenda: Goals for the development of arts education. Seoul.

[5] Schauvliege, J., & Smet, P. (2012). Groeien in cultuur: conceptnota cultuureducatie.

[6] www.kopergietery.be

 

Bibliografie

 

Van Dale Middelgroot Woordenboek Duits-Nederlands. (2009).Baarda, B., de Goede, M., & Teunissen, J. (2005). Basisboek kwalitatief onderzoek. Groningen/Houten: Stenfert Kroese.Bamford, A. (2006). The Wow Factor: Global research compendium on the impact of the arts in education. Münster: Waxmann.Bamford, A. (2007). Kwaliteit en consistentie, Kunst-en cultuureducatie in Vlaanderen. Brussel: Agentschap voor Onderwijscommunicatie.Bieri, P. (2008, Augustus 22). Hoe zou het zijn om ontwikkeld te zijn? Bildung volgens Prof Dr. Peter Bieri. De Groene Amsterdammer.Biesta, G. (2002). How general can Bildung be? Reflections on the future of a modern educational ideal. Journal of Philosophy of Education, 36(3), 377-390.Bleicher, J. (2006). Bildung. Theory, culture & society, 23(2-3), 364-365.Bottelberghs, P. (sd). Opgeroepen op Februari 1, 2011, van Platform rond mediawijsheid: http://www.ingebeeld4.beBrysbaert, M. (2006). Psychologie. Gent: Academia Press.Canon Cultuurcel. (sd). Opgeroepen op Februari 1, 2011, van Canon Cultuurcel: http://www.canoncultuurcel.beCanon Cultuurcel. (2008). Gedeeld/Verbeeld. Brussel: Agentschap voor Onderwijscommunicatie.Claiborne Park, C. (1984). A reconsideration: Werner Jaeger's paideia. Modern Age, 28(2-3), 152-155.Commissie Monard. (2009). Kwaliteit en kansen voor elke leerling: Een visie op de vernieuwing van het secundair onderwijs.Deleuze, G., & Guattari, F. (1994). What is philosophy? New York: Columbia University Press.Delors, J. (2005). Learning the treasure within. UNESCO.Fejes, A., & Nicoll, K. (Red.). (2008). Foucault and lifelong learning: Governing the subject. London: Routledge.Fromm, E. (2010). Dromen, sprookjes, mythen: Inleiding tot het verstaan van een vergeten taal. Utrecht: Bijleveld.Gur-ze'ev, I. (2002). Bildung and critical theory in the face of postmodern education. Journal of philosophy of education, 36(3), 391-408.HUB, faculteit taal en letterkunde. (2010). APA-richtlijnen. Opgeroepen op Mei 8, 2012, van HU Brussel: http://www.hubrussel.net/Pub/HUBrussel/HUBNET-PUBLIC-NL-(PUBLIC)/Bijlag…, E. (2006). Interculturele intoxicaties: Over kunst, cultuur en verschil. Berchem: Uitgeverij EPO.Klafki, W. (2000). The significance of classical theories of Bildung for a contemporary concept of Allgemeinbildung. In I. Westbury, S. Hopmann, & K. Riquarts, Teaching as a reflective practice: the German didaktik tradition (pp. 85-107). New Jersey: Lawrence Erlbaum Associates.Koller, H.-C. (2003). Bildung and radical plurality: Towards a redefinition of Bildung with reference to J.-F. Lyotard. Educational philosophy and theory, 35(2), 155-165.KOPERGIETERY. (sd). Opgeroepen op December 23, 2011, van Website van KOPERGIETERY: http://www.kopergietery.beKOPERGIETERY. (2011). Nieuw beleidsplan 2013-2016. Gent.KOPERGIETERY. (2011). Seizoen 2011-2012. Gent, Oost-Vlaanderen, België.KOPERGIETERY. (2011). Werkingsverslag 2010. Gent.Levering, B. (1999). Conceptuele analyse als empirische methode. In B. Levering, & S. Paulus, Opvoeding en onderwijs leren zien. Een inleiding in interpretatief onderzoek. (pp. 257-275). Amsterdam: Boom.Lüth, C. (1998). On Wilhelm von Humboldt's theory of Bildung dedicated tot Wolgang Klafki for his 70th birthday. Journal of curriculum studies, 30(1), 43-60.Masschelein, J. (2004). How to conceive of critical educational theory today? Journal of philosophy of education, 38(3), 351-367.Masschelein, J., & Ricken, N. (2003). Do we (still) need the concept of Bildung? Educational philosophy and theory, 35(2), 139-154.Masschelein, J., & Simons, M. (2007). Competentiegericht onderwijs: voor wie? Over de 'kapitalistische' ethiek van het lerende individu. Ethische perspectieven, 17(4), 398-421.Masschelein, J., & Simons, M. (2008). Our 'will to learn' and the assemblage of a learning apparatus. In A. Fejes, & K. Nicoll, Foucault and lifelong learning: governing the subject (pp. 48-60). London: Routledge.Mbuyamba, L. (2006). Closing Session of the World Conference on Arts Education: Building creative capacities for the 21st century. Lissabon: UNESCO.Meus, R. (2012, Mei). Groeipijnen in groeien in cultuur. Rekto Verso.Mollenhauer, K. (1986). Vergeten samenhang. Amsterdam: BoomMeppel.MUZES. (sd). Algemeen. Opgeroepen op Mei 4, 2012, van MUZES: http://www.muzes.be/Over_Muzes/Algemeen.htmlNussbaum, M. (1999). Leerscholen in menselijkheid: Liberaal onderwijs en burgerschap. Krisis, 19(4), 73-87.Nussbaum, M. (2011). Niet voor de winst: Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Amsterdam: Ambo.O'Farrell, L. (2010). Closing session on the second World Conference on Arts Education. Seoul: UNESCO.Olssen, M. (2008). Understanding the mechanisms of neoliberal control: Lifelong learning, flexibility and knowledge capitalism. In A. Fejes, & K. Nicoll, Foucault and lifelong learning: Governing the subject (pp. 34-47). London & New York: Routledge.Onderwijsinspectie. (2012). Onderwijsspiegel 2012. Brussel: Vlaamse Overheid.Paletschek, S. (2002). Die Erfindung der Humboldtschen Universität. Die Konstruktion der deutschen Universitätsidee in der erste Hälfte der 20. Jahrhundert. Historische Antropologie. Kultur - Gesellschaft - Alltag, 10(2), 183-205.Peukert, H. (2002). Beyond the present state of affairs: Bildung and the search for orientation in rapidly transforming societies. Journal of philosophy of education, 36(3), 421-435.Prange, K. (2004). Bildung: a paradigm regained? European Educational Research Journal, 3(2), 501-509.Sanctorum, J. (2007, November). Is er cultuur voorbij het Wow-effect? Kritisch-filosofische achtergrondreflecties rond het Bamford-rapport in Vlaanderen. Opgeroepen op Mei 12, 2012, van Visionair België: http://www.visionair-belgie.be/pdf/Bamford.pdfSchauvliege, J., & Smet, P. (2011, Januari 19). In september komt er een eerste topcultuurschool. Kunst en cultuur in het onderwijs. (E. Bracke, Interviewer) Knack.Schauvliege, J., & Smet, P. (2012). Groeien in cultuur: conceptnota cultuureducatie.Schönau, D. (2008). De wow-factor van goede kunsteducatie. In M. van Hoorn, Conferentie onderzoek in cultuureducatie 2008: een keuze uit gepresenteerde papers (pp. 70-78). Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.Smet, P. (2009). Onderwijs Beleidsnota 2009-2014.Soetaert, R., Mottart, A., & Verdoodt, I. (2004). Culture and pedagogy in teacher education. Review of education, pedagogy, and cultural studies, 26(2-3), 155-174.Speeltheater/Kopergietery. (sd). Manifest. Gent.UNESCO. (2010). Seoul Agenda: Goals for the development of arts education. Seoul.Van den Branden, K. (2004). Taalbeleid: een hefboom voor gelijke onderwijskansen? School en samenleving(5), 49-66.Van den Branden, K., & Van Avermaet, P. (2000-2001). Taal, onderwijs en ongelijkheid: quo vadis? Tijdschrift voor onderwijsrecht en onderwijsbeleid(5-6), 394-404.Van Heusden, B. (2008). Cultuur in de spiegel, projectplan voor subsidiepartners.Van Heusden, B. (2008). Onderzoeksvoorstel 'Cultuur in de Spiegel': naar een theoretisch kader en een raamleerplan cultuureducatie.Van Heusden, B. (2010). Cultuur in de spiegel, naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs.Van Mechelen, M. (2010). Samenwerking met scholen, eindtermen muzische vorming als kader. Brussel: Locus.Vasterling, V. (2003). Body and language: Butler, Merleau-Ponty and Lyotard on the speaking embodied subject. International journey of philosophical studies, 11(2), 205-223.Verhaeghe, P. (2012, februari 4). Een gif dat het slechtste uit ons naar boven haalt. De Standaard.Verhaeghe, P. (2012). Inleveren voor of tegen neoliberalisme. We strike back (pp. 1-8). Gent: Vooruit.Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (sd). Lager onderwijs: eindtermen muzische vorming. Opgeroepen op December 23, 2011, van Onderwijs Vlaanderen: http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/basisonderwijs/lager/eindtermen/muzisc… Ministerie van Onderwijs en Vorming. (sd). Secundair onderwijs - Eerste graad - Vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen - Uitgangspunten. Opgeroepen op Mei 2, 2012, van Onderwijs Vlaanderen: http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/secundair-onderwijs/vakoverschr… Humboldt, W. (1970). On the spirit and the organisational framework of intellectual institutions in Berlin. Minerva, 8(2), 243-250.

Universiteit of Hogeschool
Pedagogische Wetenschappen
Publicatiejaar
2012
Share this on: