Theater met LEF. Liberté, égalité, fraternité: de collectieve(n) revolutie.

Tineke Wellens
Persbericht

Theater met LEF. Liberté, égalité, fraternité: de collectieve(n) revolutie.

  

Het relaas van de collectieve(n) revolutie

 

Wat krijg je als je een stel creatieve, autonome, zelfzekere kunstenaars naast elkaar op een podium plaatst? Chaos, onenigheid, een clash van stijlen? Tientallen succesvolle theatercollectieven bewijzen het tegendeel. De collectieve manier van werken ontstond eind jaren zestig in de uithoeken van het Vlaamse theaterlandschap. Veertig jaar en vele verwezenlijkingen later is deze werkvorm van de periferie naar hartje centrum verhuisd. Een tocht die niet zonder slag of stoot verliep...

Over de geschiedenis van het Vlaamse theater is al heel wat inkt gevloeid. Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende decennia, waarbij de jaren zeventig steevast de jaren van het politiek theater worden genoemd, en de jaren tachtig het decennium van de ‘Vlaamse Golf’. Over het etiket van de jaren negentig bestaat minder eensgezindheid: het zijn de jaren van de consolidering, institutionalisering of professionalisering; maar het wordt ook wel het decennium van de collectieven genoemd. Want in de nineties won die werkvorm aan populariteit en schoten de theatercollectieven als paddenstoelen uit de grond.

Een aantal zaken bewogen me ertoe deze opmars tot onderwerp van mijn meesterproef te maken. Ten eerste schrok ik ervan hoe weinig mensen in mijn omgeving wisten wat een collectief precies was. Ten tweede viel het me op dat de aandacht – van critici, theaterwetenschappers, recensenten e.d. – meestal uitging naar de voorstellingen van de verschillende collectieven en het soort speelstijl dat ze hanteerden. Jammer genoeg lijken velen het ‘voorspel’ te vergeten, datgene wat aan een theaterstuk vooraf gaat. Tenslotte was er de waarom-vraag. Waarom besloten zoveel mensen in de jaren negentig om een collectief op te richten? Met andere woorden, hoe verklaar je de plotse boom van een werkvorm die zelfs vandaag nog niet aan populariteit heeft ingeboet?

Wat een theatercollectief is en waarom deze manier van werken zo populair is geworden, kon ik uitpluizen door met de juiste mensen te praten en veel te lezen. Wat het collectieve creatieproces betreft, heb ik het geluk gehad de voorgeschiedenis van een voorstelling van A tot Z te kunnen volgen. Gedurende drie maanden woonde ik de repetities bij van het theatercollectief De Kakkewieten in HetPaleis te Antwerpen, waar ze de voorstelling Apocalyps Wauw in elkaar knutselden. Omdat het me onmogelijk leek de energie, het spelplezier en de losgeslagen fantasie van deze groep in woorden te omschrijven, koos ik ervoor om deze case study in filmvorm te maken. Het resultaat is een documentaire over de totstandkoming van een voorstelling bij het zotste collectief van Vlaanderen.  

Het onderzoek en de documentaire werpen samen een nieuw licht op een ontwikkeling die het Vlaamse theaterlandschap danig heeft verrijkt. Ze bieden een blik achter de schermen van de collectieve(n) revolutie en een antwoord op de Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom en Hoe-vraag. Een ‘collectieve’ revolutie, omdat niet één persoon noch één oorzaak aan de basis lag, maar een samenloop van factoren. Een ‘collectieven’ revolutie, omdat groepen als tg Stan, De Roovers, Olympique Dramatique en Lazarus op korte tijd het theaterveld veroverden. Je zal zien dat Liberté, égalité, fraternité – de leuze van die andere grote revolutie – ook hier perfect past. Bovendien vormen de drie beginletters het acroniem LEF, en dat is het zonder twijfel: theater met lef!

Bibliografie

 BIBLIOGRAFIE

 

 

Aerts, Jef en Price, Michel red. (2000) De Roovers spelen. Brussel: Vlaams Theater Instituut. 

Baeten, Els et al. red. (1996) Naar een ontwikkelingsbeleid voor de podiumkunsten: De noden van de niet structureel gesubsidieerde initiatieven. Brussel: Vlaams Theater Instituut.

Blok, Annemieke en Kolpa, Peter (1993) Alles kan, mits goed gedaan: Een onderzoek naar de identiteit van de Vlaamse en Nederlandse theateropleidingen in opdracht van Het Theaterfestival in Antwerpen 1993. Antwerpen: Het Theaterfestival.

De Vos, Jozef (2009) “Regisseurstheater in de jaren tachtig.” Documenta, 27, p.163-176.

De Vuyst, Hildegard red. (1999) Alles is rustig: Het verhaal van de kunstencentra. Brussel: Vlaams Theater Instituut.

Gadeyne, Jolien (2010) “De durf om écht voor iemand te kiezen: Clara van den Broek en Mathijs Scheepers over het werken als collectief.” Courant: Over ‘spelen’ en ‘maken’, 92, p.31-33.   

Gielen, Pascal (1996) Dramatische opleidingen: Over de spanningsrelatie tussen het theateronderwijs en de artistieke praktijk. Brussel: Vlaams Theater Instituut.

Goris, Alfons (1992) “Herman Teirlinck en de vernieuwing van de toneelopleiding in Vlaanderen.” Ons Erfdeel, 5, p.674-690.

Heene, Steven (2010) “Spelenderwijs – of niet?” Courant: Over ‘spelen’ en ‘maken’, 92, p.6-10.  

Hillaert, Wouter (2009) “Inleiding: remembering the eighties.” Documenta, 27, p.89-107.

Janssens, Joris et al. red. (2007) Metamorfose in podiumland: een veldanalyse. Brussel: Vlaams Theater Instituut.

Janssens, Joris (2010a) “Fabeldier komt op de kaart: ‘Spelen’ en ‘maken’ in het Vlaamse theater sinds 1993.” Courant: Over ‘spelen’ en ‘maken’, 92, p.11-17.

Janssens, Joris (2010b) “Fin de siècle: Het spreken over de kunstencentra in de jaren negentig.” Documenta, 28, p.306-320. 

Kaaitheater vzw (2005), Kaaitheater <http://www.kaaitheater.be/productie.jsp?lang=nl&productie=625&gt; [Geraadpleegd op 20.06.2011] 

Laermans, Rudi (2002) Het Cultureel Regiem: Cultuur en Beleid in Vlaanderen. Tielt: Lannoo.

Lehmann, Hans-Thies (2006) Postdramatic Theatre. Oxon: Routledge.

Olaerts, Ann (2010a) “Woord vooraf: Maken en spelen wij.” Courant: Over ‘spelen’ en ‘maken’, 92, p.3-5.

Olaerts, Ann (2010b) “Woord Vooraf.” Documenta, 28, p.239-240.

Podiumkunstendecreet (1993) Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Toneelstof III: The Wonder Years (2009) Gent: Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst.

Toneelstof IV: Breaking The Wave? (2010) Gent: Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst.

Uytterhoeven, Michel red. (2004) Pigment: Tendensen in het Vlaamse podiumlandschap. Brussel: Vlaams Theater Instituut.Van den Dries, Luk (2001) Omtrent de opvoering: Heiner Müller en drie decennia theater in Vlaanderen. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Van den Dries, Luk (2009) “Het Vlaamse theater in de jaren tachtig: Aanzetten tot een invloedsgeschiedenis.” Documenta, 27, p.108-129.

Van den Dries, Luk (2010) “De tijd van de collectieven: Werkverhoudingen in het theater van de jaren negentig.” Documenta, 28, p.256-269.

Van de Voorde, Eline et al. (2010) “Inleiding: Remembering the nineties.” Documenta, 28, p.241-255.

Van Hoedenaghe, Isabel (1996) Omdat ik acteur wou worden: Een evaluatie van Vlaamse acteursopleidingen van einde jaren 80 in het kader van de spanning professionalisering – deprofessionalisering. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.

Van Kerkhoven, Marianne (2009) “Der Augenblickdenker.” Documenta, 27, p.177-192.

Universiteit of Hogeschool
Master Culturele Studies
Publicatiejaar
2011
Share this on: