Prinsessen met een fighting spirit. Krijgsvrouwen in de familie van Alexander de Grote

Annelies Mariën
Persbericht

Prinsessen met een fighting spirit. Krijgsvrouwen in de familie van Alexander de Grote

 

Troepen, training en tiara’s
Krijgsvrouwen in de familie van Alexander de Grote
 
De krijgsdaden van Alexander de Grote werden eeuwenlang welluidend geprezen, bezongen en becommentarieerd. De militaire bezigheden van zijn vrouwelijke verwanten zijn daarentegen slechts gefluister in de geschiedenis. Nochtans moesten zij in sterke wil en strijdlust niet voor hem onderdoen. Sommigen van hen commandeerden troepen, anderen regen zelf vijanden aan hun speer. Wie waren deze dames, die het Macedonische rollenpatroon doorbraken? En waarom konden zij zich wél begeven in het tumult van zwaarden en krijgstrompetten, van bloed, geweld en dood?
 
 
Zo moeder, zo dochter
 
Uit het huwelijk van Philippus II met 1 van zijn echtgenotes, de Illyrische Audata-Eurydice, ontspringt een tak van ware krijgsvrouwen (zie stamboom in bijlage). Onze bronnen vertellen ons niet of Audata-Eurydice ooit zelf tegenstanders neermaaide in een veldslag, maar als we de capaciteiten van haar dochter, Cynnane, onder de loep nemen, zegt onze logica wel dat Audata-Eurydice wist hoe je een speer hanteert. Hoewel Macedonische meisjes normaal niet leerden vechten, kon Cynnane toch een aardig potje knokken.
Waarom kon zij dit wel en de andere dochters van Philippus II niet? Alleen háár moeder stamde af van de Illyriërs, een krijgslustig volk waarbij niet louter mannen, maar ook vrouwen zich in de strijd stortten. Audata-Eurydice leerde haar dochter waarschijnlijk eigenhandig de kneepjes van het militaire vak. Als tiener mocht Cynnane met haar vader mee op veldtocht, waar ze zelf de vijandige koningin een kopje kleiner maakte – en dat mag je in dit geval vrij letterlijk nemen: ze sneed haar genadeloos de keel over. Na de dood van haar man, goot Cynnane haar enige kind, Adea-Eurydice, strijdlustigheid met de paplepel in en trainde haar volgens de Illyrische traditie. De single mom verzamelde haar troepen en trok naar Klein-Azië om een huwelijk tussen haar dochter en haar halfbroer te regelen. “Incest!” schreeuwen wij gechoqueerd vanuit onze moderne geest. “Legitimatie!” zouden zij terugbrullen vanuit hun maatschappij. Deze kreet weergalmde tot bij de andere spelers in het machtsspel, die deze alliantie koste wat het kost wilden verhinderen. Nadat ze onderweg al 2 vijandige legers overwon, vormden de soldaten van Alcetas, de broer van de toenmalige regent, een nieuw obstakel. Om haar huwelijksplan definitief van tafel te vegen, vermoordde Alcetas Cynnane voor de ogen van de beide legers. Hier toont Vrouwe Geschiedenis zich echter van haar meest ironische kant: zijn eigen soldaten kwamen in opstand. De enige manier om hen opnieuw te kalmeren, was het huwelijk toch te laten doorgaan.
Adea-Eurydice liet Cynnanes lessen in de krijgskunst niet ongebruikt wegroesten in haar geheugen. In 317 v. Chr. stond zij met haar leger in Euia tegenover de troepen van Alexanders moeder Olympias en dier bondgenoten Aeacides en Polyperchon. Adea-Eurydice verscheen voor de rangen, gekleed als een Macedonische soldaat. Ze leek 1 van hen, klaar om haar speer in de lucht te tillen, een strijdkreet over de vlakte te brullen en de aanval in te zetten. Bij het zien van de moeder van hun geliefde Alexander wisselden Adea-Eurydices soldaten echter zonder verpinken van kant. Nadat ze in de handen van Olympias viel, liet deze haar kiezen uit een gifbeker, een strop en een zwaard om zelfmoord te plegen. Zelfs toen weigerde Adea-Eurydice naar Olympias’ pijpen te dansen: ze verhing zich met haar eigen gordel.
Hier eindigt een lijn van drie generaties krijgsvrouwen. Of zit er nog een twijg van de stamboom verborgen? Olga Palagia meent op basis van een grafsteen dat Cynnane niet één, maar twee dochters had. Indien deze theorie zou kloppen, vormt dit een nieuw spoor op de queeste naar de krijgsvrouwen onder Alexanders verwanten. Adea-Eurydice was opgevoed volgens de Illyrische traditie. Zou haar mogelijke zus dan niet dezelfde vorming ontvangen hebben? Bevat Alexanders familie nog een verborgen krijgsprinses?
 
 
Come to mama
 
Alexanders moeder, Olympias, was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Maar was zij een krijgsvrouw? In de slag bij Euia verscheen ze ten tonele met een staf in de hand en een dierenhuid om haar bejaarde lichaam. Zonder enige militaire ervaring en gekleed als een priesteres, is de kans klein dat ze van plan was om zelf te vechten tegen de getrainde Adea-Eurydice. Onze bronnen zeggen niet eenduidig of Olympias of 1 van haar bondgenoten het bevel had over de troepen. We kunnen hier dus niet met zekerheid bepalen of zij een krijgsvrouw was. Toen Cassander, de zoon van de vorige regent, ten strijde trok tegen Olympias, was haar militaire macht wel duidelijk. Ze stelde zelf een generaal aan en dirigeerde strategisch waar de troepen naartoe moesten. Ondertussen trok ze zich terug in Pydna, waar ze wachtte op hulp van haar bondgenoten. Olympias trad hier dus op als bevelhebber. Waarom kon ze troepen commanderen? Had ze dit te danken aan haar Epirotische afkomst? Waarschijnlijk niet, want in Epirus leerden dames geen vijanden in de antieke pan te hakken. Heeft haar status als Alexanders moeder er dan iets mee te maken? Indien dit de enige reden was, zou Olympias al eerder een speler zijn geweest in het militaire schaakspel. Haar leiderschap wordt bij de slag bij Euia nog betwijfeld, maar nadien had zij duidelijk de commanderende touwtjes in handen. Mogelijk merkte de koningin pas in Euia dat ze militair gezag kon uitoefenen en paste ze dit later toe.
 
 
Gewapend naar het hiernamaals
 
In 1977 werd in het Griekse Vergina een antieke koninklijke tombe ontdekt, waar de resten van een man rustten in de hoofdkamer en die van een jonge vrouw in de voorkamer. Bij de dame lagen o.m. schitterende wapens – niet meteen de gebruikelijke, ‘vrouwelijke’ bling dus. Meer dan 30 jaar later wordt er nog steeds gebekvecht over haar identiteit. Hoewel er wapens in haar grafkamer liggen, is ook niet iedereen ervan overtuigd dat dit niet gewoon een foutje van de begrafenisondernemer was. Volgens Nicholas Hammond was Philippus II de man in kwestie en waren de wapens voor de vrouw bestemd. Wie was deze woeste strijdster dan?
Hammond meent dat het om 1 van zijn echtgenotes gaat: ofwel de Thracische Meda ofwel de dochter van de Skythische koning Atheas. Beiden stamden af van volkeren die vrouwen mee op oorlogspad lieten gaan. Er zijn echter geen krijgsdaden van Meda bekend. De dochter van Atheas is zelfs nog een groter mysterie: we hebben geen enkel bewijs voor haar bestaan.
 
De familie van Alexander de Grote bevatte dus meerdere onbevreesde Amazones. Onze bronnen kunnen ons niet terugvoeren naar het moment van de strijd zelf, naar het zweet van de vechtende soldaten en het geluid van speren die neerkomen op vijandige schilden. Toch brengen ze ons dichter naar het verhaal van deze vrouwen, die eeuwenlang in Alexanders schaduw stonden, hoewel hun wapens ooit even fel schitterden in de Macedonische zon.

Bibliografie

 

Bibliografie
 
Bronuitgaven
 
1. Literaire bronnen
 
            AELIANUS, Historical Miscellany, ed. trad. N.G. Wilson (The Loeb Classical Library), Londen en Cambridge, Massachusetts, 1997.
 
ARRIANUS, Alexander de Grote: het verhaal van zijn verovering van het Perzische Rijk, trad. S. Mooij-valk, Amsterdam, 1999.
 
ARRIANUS, Anabasis Alexandri (books I-IV), ed. trad. P.A. BRUNT (The Loeb Classical Library), Cambridge, Massachusetts, 1976.
 
ATHENAEUS, The Learned Banqueters, ed. trad. S.D. OLSON (The Loeb Classical Library), 6 dln., Londen en Cambridge, Massachusetts, 2006.
 
DIODORUS VAN SICILIË, Diodorus of Sicily in ten volumes, trad. C.H. OLDFATHER (The Loeb Classical Library), 10 dln., Londen en Cambridge, Massachusetts, 1933.
 
            OROSIUS, Seven Books of History against the Pagans, trad. A.T. FEAR (Translated Texts for Historians, 54), Liverpool, 2010.
 
            PAUSANIAS, Description de la Grèce. 1: Livre 1: L’Attique, ed. M. CASEVITZ, trad. J. POUILLOUX (Collection des universités de France), Parijs, 2002.
 
            PAUSANIAS, Description of Greece, trad. W.H.S. JONES (The Loeb Classical Library), 4 dln. en een companion volume, Londen en Cambridge, Massachusetts, 1918-1935.
 
            PHOTIUS, Bibliothèque, Tome II, ed. trad. R. HENRY (Collection des Universités de France), Parijs, 1960.
 
            PLUTARCHUS, Plutarch’s Moralia I, trad. F.C. BABBITT (The Loeb Classical Library), Londen en Cambridge, Massachusetts, 1927.
 
            PLUTARCHUS, Plutarch’s Moralia III, trad. F.C. BABBITT (The Loeb Classical Library), Londen en Cambridge, Massachusetts, 1931.
 
            PLUTARCHUS, Plutarch’s Moralia IV, trad. F.C. BABBITT (The Loeb Classical Library), Londen en Cambridge, Massachusetts, 1936.
 
            PLUTARCHUS, Plutarch’s Moralia V, trad. F.C. BABBITT (The Loeb Classical Library), Londen en Cambridge, Massachusetts, 1936.
 
PLUTARCHUS, Lives: Theseus and Romulus, Lycurgus and Numa, Solon and Publicola, trad. B. PERRIN (The Loeb Classical Library), Londen en Cambridge, Massachusetts, 1914.
 
POLYAENUS, Stratagems of War, ed. trad. P. KRENTZ en E.L. WHEELER, 2 dln., Chicago, 1994.
 
POLYAENUS, Stratagems of War, ed. trad. R. SHEPHERD, Chicago, 1793.
 
QUINTUS CURTIUS RUFUS, History of Alexander, ed. trad. J.C. ROLFE (The Loeb Classical Library), 2 dln., Londen en Cambridge, Massachusetts, 1946.
 
SATYRUS, Satyros aus Kallatis: Sammlung der Fragmente mit Kommentar, ed. trad. S. SCHORN, Basel, 2004.
 
2. Epigrafische bronnen
 
S.E.G., 24 (1969), no. 503
 
S.E.G., 9 (1944),no. 2.
 
Hulpinstrumenten
 
‘Adea’, W. HECKEL, Who’s Who in the Age of Alexander the Great: Prosopography of Alexander’s Empire, Oxford, 2006, 4-5.
 
‘Audata’, W. HECKEL, Who’s Who in the Age of Alexander the Great: Prosopography of Alexander’s Empire, Oxford, 2006, 64.
 
            BADIAN, E., ‘Alexandros [4] “der Grosse”’, Der Neue Pauly: Enzyklopädie der Antike, eerste band, 1996, 468-474.
 
BADIAN, E., ‘Eurydike [3]’, Der Neue Pauly: Enzyklopädie der Antike, vierde band, 1998, 297-298.
 
BADIAN, E., ‘Kyn(n)ane’, Der Neue Pauly: Enzyklopädie der Antike, zesde band, 1999, 977.
 
‘Cynnane’, W. HECKEL, Who’s Who in the Age of Alexander the Great: Prosopography of Alexander’s Empire, Oxford, 2006, 100-101.
 
‘e. Other Anonymous Women. F43’, W. HECKEL, Who’s Who in the Age of Alexander the Great: Prosopography of Alexander’s Empire, Oxford, 2006, 277.
 
            GUDEMAN, A., ‘Satyros. 16)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, tweede band, derde halfband, Stuttgart, 1921, 228-235.
 
KLOTZ, A., ‘Pompeius. 142)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, eenentwintigste band, tweeënveertigste halfband, Stuttgart, 1952, 2300-2313.
 
LAMMERT, F., ‘Polyainos 8)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, eenentwintigste band, tweeënveertigste halfband, Stuttgart, 1952, 1432-1436.
 
‘Meda’, W. HECKEL, Who’s Who in the Age of Alexander the Great: Prosopography of Alexander’s Empire, Oxford, 2006, 158.
 
            MEISTER, K., ‘Diyllos’, Der Neue Pauly: Enzyklopädie der Antike, derde band, Stuttgart, 1997, 720-721.
 
‘Olympias’, W. HECKEL, Who’s Who in the Age of Alexander the Great: Prosopography of Alexander’s Empire, Oxford, 2006, 181-183.
 
SCHWARTZ, E., ‘Arrianus. 9)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, derde band, München, 1895, 1230-1231.
 
            SCHWARTZ, E., ‘Diyllos. 2)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, vijfde band, negende halfband, Stuttgart, 1903, 1247.
 
WELLMANN, M., ‘Aelianus 11)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, eerste band, eerste halfband, München, 1893, 486-488.
                                                           
WENTZEL, G., ‘Athenaios 22)’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, tweede band, vierde halfband, Stuttgart, 1896, 2026-2033.
 
WOTKE, F., ‘Orosius’, Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, achttiende band, vijfendertigste halfband, Stuttgart, 1939, 1185-1195.
 
Moderne literatuur
 
            ADAMS, W.L., ‘The Royal Macedonian Tomb at Vergina: An Historical Interpretation’, The Ancient World, 3 (1980), 67-72.
 
ANDRONIKOS, M., The Royal Graves at Vergina, Athene, 1978.
 
BADIAN, E., ‘Eurydice’, W.L. Adams en E.N. Borza, Philip II, Alexander the Great and the Macedonian Heritage, Washington (D.C.), 1982, 99-110.
 
            BADIAN, E., ‘Plutarch’s Unconfessed Skill. The Biographer as a Critical Historian’, T. Hantos, Laurea internationalis: Festschrift für Jochen Bleicken zum 75. Geburtstag, Stuttgart, 2003, 26-44.
 
            BASLEZ, M.-F., ‘Olympias, la royauté et le sacré: à propos des affaires de Dodone et d’Oropos’, P. Cabanes, L’Illyrie méridionale et l’Épire dans l’Antiquité III, Parijs, 1999, 389-393.
 
            BERNARD, N., ‘Reines, régentes: le pouvoir au feminine dans l’Épire royale’, D. Berranger-Auserve, Épire, Illyrie, Macédoine… Mélanges offerts au Professeur Pierre Cabanes (Erga: recherches sur l’Antiquité, 10), Clermont-Ferrand, 2007, 253-267.
 
            BERVE, H., Das Alexanderreich auf prosopographischer Grundlage, München, 1926.
 
            BORZA, E.N., In the Shadow of Olympus: The Emergence of Macedon, Princeton, New Jersey, 1990.
 
            CABANES, P., ‘La place de la femme dans l’Epire antique’, Iliria: Revistë arkeologjike, 2 (1983), 201-209.
 
            CARNEY, E.D., ‘Foreign Influence and the Changing Role of Royal Macedonian Women’, Archaia Makedonia/Ancient Macedonia V. Papers read at the fifth international symposium held in Thessaloniki, October 10-15, 1989 (Institute for Balkan Studies, 240), Thessaloniki, 1993, 313-323.
 
            CARNEY, E.D., ‘Olympias, Adea Eurydice, and the End of the Argead dynasty’, I. Worthington, Ventures into Greek History, Oxford, 1994, 357-380.
 
            CARNEY, E.D., ‘Olympias and the Image of the Virago’, Phoenix, 47 (1993), 29-55.
 
            CARNEY, E.D., Olympias: Mother of Alexander the Great (Women of the Ancient World), New York en Londen, 2006.
 
            CARNEY, E.D., ‘The Career of Adea-Eurydice’, Historia: Zeitschrift für Alte Geschichte, 36 (1987), 496-502.
                                                                                                   
            CARNEY, E.D., ‘The Female Burial in the Antechamber of Tomb II at Vergina’, The Ancient World, 22 (1991), 17-26.
 
            CARNEY, E.D., ‘The Sisters of Alexander the Great: Royal Relicts’, Historia: Zeitschrift für Alte Geschichte, 37 (1988), 385-404.
 
            CARNEY, E.D., ‘Women and Basileia: Legitimacy and Female Political Action in Macedonia’, The Classical Journal, 90 (1995), 367-391.
 
            CARNEY, E.D., ‘Women and Military Leadership in Macedonia’, Ancient World, 35 (2004), 184-195.
 
            CARNEY, E.D., Women and Monarchy in Macedonia, Norman, 2000.
 
            ELLIS, J.R., Philip II and Macedonian Imperialism (Aspects of Greek and Roman Life), Londen, 1976.
 
EMBERGER, P., ‘Schwache Männer – starke Frauen? Grosse Frauengestalten des Altertums im Geschichtswerk des Pompeius Trogus/Iustinus’, Grazer Beiträge: Zeitschrift für die klassische Altertumswissenschaft, 26 (2008), 31-49.
 
FANTHAM, E. E.A., Women in the classical world: Image and Text, New York en Oxford, 1994.
 
            FREDERICKSMEYER, E.A., ‘Again the So-Called Tomb of Philip II’, American Journal of Archaeology, 85 (1981), 330-334.
 
            GREEN, P., Alexander to Actium: The Historical Evolution of the Hellenistic Age (Hellenistic Culture and Societey, 1), Berkely, 1990.
 
GREEN, P., ‘The Royal Tombs of Vergina: A Historical Analysis’, W.L. ADAMS en E.N. BORZA, Philip II, Alexander the Great and the Macedonian Heritage, Washington (D.C.), 1982, 129-151.
 
HAMMOND, N.G.L., ‘‘Philip’s Tomb’ in Historical Context’, Greek, Roman and Byzantine Studies, 19 (1978), 331-350.
 
HAMMOND, N.G.L., ‘The Archaeological Background to the Macedonian Kingdom’, B. Laourdas en C. Makaronas, Archaia Makedonia/Ancient Macedonia. Papers read at the first international symposium held in Thessaloniki, 26-29 August 1968 (Idrima meleton Chersonesou tou aimou, 122), Thessaloniki, 1970, 53-67.
 
HAMMOND, N.G.L., ‘The Evidence for the Identity of the Royal Tombs at Vergina’, W.L. Adams en E.N. Borza, Philip II, Alexander the Great and the Macedonian Heritage, Washington (D.C.), 1982, 111-127.
 
HAMMOND, N.G.L., The Macedonian State: Origins, Institutions, and History, Oxford, 1989.
 
HECKEL, W., ‘Adea-Eurydike’, Glotta, 61 (1983), 40-42.
 
HECKEL, W., ‘Kleopatra or Eurydike?’, Phoenix, 32 (1978), 155-158.
 
HECKEL, W., ‘Kynnane the Illyrian’, Rivista storica dell’ antichita, 13-14 (1983-1984), 193-200.
 
HECKEL, W., ‘Polyxena, the Mother of Alexander the Great’, Chiron, 11 (1981), 79-86.
 
            HENRICHS, A., ‘Greek Maenadism from Olympias to Messalina’, Harvard Studies in Classical Philology, 82 (1978), 121-160.
 
            HOFFMANN, G., ‘De la politeia des femmes en Épire et en Attique’, P. Cabanes, L’Illyrie méridionale et l’Épire dans l’Antiquité III, Parijs, 1999, 403-409.
 
            JACQUEMIN, A., ‘Le sang de Bardylis: une occasion manqué pour la Macédoine?’, D. Berranger-Auserve, Épire, Illyrie, Macédoine… Mélanges offerts au Professeur Pierre Cabanes (Erga: recherches sur l’Antiquité, 10), Clermont-Ferrand, 2007, 275-288.
 
KEBRIC, R.B., In the Shadow of Macedon: Duris of Samos (Historia: Zeitschrift für alte Geschichte. Einzelschriften, 29), Wiesbaden, 1977.
 
            LE BOHEC, S., ‘Les soldats illyriens au service des rois de Macédoine’, P. Cabanes, L’Illyrie méridionale et l’Épire dans l’Antiquité II, Parijs, 1993, 225-230.
 
            LEHMANN, P.W., ‘The So-Called Tomb of Philip II: A Different Interpretation’, American Journal of Archaeology, 84 (1980), 527-531.
 
            LOMAN, P., ‘No Woman No War: Women’s Participation in Ancient Greek Warfare’, Greece & Rome 51 (2004), 34-54.
 
            LONIS, R., La cité dans le monde grec: structures, fonctionnement, contradictions (Fac. Histoire), 2de uitg., Parijs, 2007.
 
            MACURDY, G.H., Hellenistic Queens: A Study of Woman-Power in Macedonia, Seleucid Syria, and Ptolemaic Egypt (The Johns Hopkins University Studies in Archaeology, 14), Baltimore en Londen, 1932.
 
            OGDEN, D., Polygamy, Prostitutes and Death: The Hellenistic Dynasties, Londen, 1999.
 
PALAGIA, O., ‘The Grave Relief of Adea, Daughter of Cassander and Cynnana’, T. HOWE en J. REAMES, Macedonian Legacies: Studies in Ancient Macedonian History and Culture in Honor of Eugene N. Borza, Claremont, 2008, 195-214.
 
PAYEN, P., ‘Femmes en guerre: peu de mots, des actes? (Grèce ancienne, VIIe-IVe sièvles avant J.-C.)’, Pallas, 85 (2011), 31-41.
                                                                                        
POMEROY, S.B., Women in Hellenistic Egypt: From Alexander to Cleopatra, New York, 1984.
 
            SACKS, K.S., ‘Diodorus and his Sources: Conformity and Creativity’, S. Hornblower, Greek Historiography, Oxford, 1994, 213-232.
 
SEALEY, R., Women and Law in Classical Greece, Chapel Hill en Londen, 1990.
 
SEIBERT, J., Das Zeitalter der Diadochen (Erträge der Forschung, 185), Darmstadt, 1983.
 
STIPCEVIC, A., The Illyrians: History and Culture, Park Ridge (New Jersey), 1977.
 
WORTHINGTON, I., Philip II of Macedonia, New Haven en Londen, 2008.
 
Websites
 

            CARNEY, E., Vergina/Aegae and the Royal Tombs, 2008 (http://people.clemson.edu/~elizab/aegae.htm).

Universiteit of Hogeschool
Geschiedenis van de Oudheid
Publicatiejaar
2011
Kernwoorden
Share this on: