Financiële audit & de boekhoudfraude bij L&H

Sigrid De Bou
De belangrijkste taak van een auditor is  een financiële audit uitvoeren. Hij of zij doet dit om de getrouwe weergave van een jaarrekening te waarborgen. Wat wordt er echter verstaan onder een financiële audit? Kort omschreven is dit de controle van de jaarrekening. De auditor gaat na of alles wat een onderneming in haar jaarrekening opneemt correct is en overeenstemt met wat er in de boekhouding werd opgenomen.Wat in geval een auditor al dan niet bewust betrokken raakt bij fraude? En is de goedgekeurde verklaring van de jaarrekening door de revisor wel altijd terecht?

Financiële audit & de boekhoudfraude bij L&H

De belangrijkste taak van een auditor is  een financiële audit uitvoeren. Hij of zij doet dit om de getrouwe weergave van een jaarrekening te waarborgen. Wat wordt er echter verstaan onder een financiële audit? Kort omschreven is dit de controle van de jaarrekening. De auditor gaat na of alles wat een onderneming in haar jaarrekening opneemt correct is en overeenstemt met wat er in de boekhouding werd opgenomen.

Wat in geval een auditor al dan niet bewust betrokken raakt bij fraude? En is de goedgekeurde verklaring van de jaarrekening door de revisor wel altijd terecht? Kan de kleine aandeelhouder de revisor nog wel vertrouwen? In het bekende L&H-dossier heeft de kleine aandeelhouder zich jarenlang gebaseerd op de goedgekeurde verklaring van de jaarrekening door KPMG. Al deze jaarrekeningen werden echter onterecht goedgekeurd. Dit om te vermijden dat een grootschalige fraude aan het licht zou komen.

De financiële audit kan men omschrijven als een systematisch proces waarbij bewijsmateriaal wordt verzameld en wordt nagegaan of dit overeenstemt met wat er in de boekhouding werd opgenomen. Het is da taak van de auditor om na te gaan in hoeverre de boekhouding werd gevoerd en de jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de wetgeving. Daarnaast kijkt hij of zij ook of de informatie die opgenomen is in de toelichting voldoende en relevant is. Op het einde van een controle moet de auditor dus in staat zijn om een oordeel te geven over de balans, resultatenrekening en de toelichting.

Het financieel auditproces kan men in vier fasen onderverdelen: planning, uitvoering, afsluiting en opvolging. Bij de planning zal de auditor nagaan op welke wijze hij de auditopdracht kan uitvoeren, welke stappen hij hiervoor zal ondernemen en in welke mate van detail. In de fase van de uitvoering zal de auditor eerst het intern controlesysteem bekijken. Als dit gebeurd is zal hij de balanscijfers controleren met de nodige documenten. Nadien bekijkt de auditor de werkzaamheden op het niveau van de hele jaarrekening. Hij zal hierover een oordeel geven en eventuele verschillen en correcties bespreken met de bedrijfsleiding. Tot slot zal de auditor erop toezien dat zijn voorgestelde correcties ook werkelijk werden doorgevoerd in de boekhouding. Ook zal hij erop toezien dat deze versie van de jaarrekening openbaar wordt gemaakt en tijdig wordt neergelegd.

De algemene controlenormen van het IBR (Instituut der BedrijfsRevisoren) schrijven voor dat de auditor verplicht aantekeningen maakt  van de controlewerkzaamheden zodat een getrouw beeld van de uitgevoerde opdracht kan worden verkregen. Deze documenten worden werkpapieren genoemd. De structuur van de werkpapieren kan men in drie groepen verdelen. Eerst en vooral is er het permanent dossier. Hierin worden werkpapieren verzameld die zowel voor de huidige als voor toekomstige controle gebruikt kunnen worden. Een voorbeeld hiervan zijn aflossingstabellen van leningen die over meerdere jaren lopen. Daarnaast is er het werkdossier per jaar. Dit dossier bevat de werkpapieren met aantekeningen en besluiten van de huidige controle en het controleprogramma. Als laatste groep is er het controleprogramma zelf. Dit is een overzicht van alle onderdelen van de balans en resultatenrekening die de auditor zal controleren.

Tijdens de controle zal de auditor frequent gebruikmaken van steekproeven omdat het controleren van alle onderliggende cijfers van een balanspost te veel tijd zou vragen. Bijvoorbeeld: de auditor doet enkel controle van alle leveranciersbedragen die meer dan 2.500 euro bedragen. In dit geval spreken we van een steekproef op de gehele leverancierspost.

De auditor kan gebruikmaken van verschillende soorten van bewijsmateriaal. Zo is er het documentair bewijsmateriaal dat vooral gaat om facturen, rekeninguittreksels,… Daarnaast  is er nog het rekenkundig bewijsmateriaal. Hier zal de auditor zelf berekeningen maken om na te gaan of de uitkomsten overeenkomen met wat opgenomen is in de boekhouding. Een mooi voorbeeld hiervan is het herberekenen van afschrijvingsbedragen. Toch zijn er enkele risico’s aan een controle. Zo bestaat het risico dat de auditor een verkeerde verklaring geeft. Daarnaast is er ook een bepaalde omvang die een fout moet hebben om het oordeel van een gebruiker van de jaarrekening te veranderen. Stel dat iemand zou beslissen om aandelen te kopen van een onderneming, maar achteraf blijkt dat er fouten in deze jaarrekening zaten. Dan zal de auditor deze fout als materieel beschouwen indien de gebruiker van de jaarrekening beslist zou hebben om geen aandelen te kopen van deze onderneming.

De persoon die centraal staat gedurende deze controle is de wettelijke auditor van België. Naast de controle van de jaarrekening kan deze zich ook ontpoppen tot adviseur van de onderneming. De wetgever heeft daarnaast ook nog enkele andere wettelijke opdrachten voorzien voor de auditor, zoals het opstellen van diverse verslagen voor o.a. een vereffening, een omzetting en een kapitaalsverhoging.

In heel veel boeken en naslagwerken zal men deze theorie terugvinden. Deze theorie vormt de basis voor de daadwerkelijke uitvoering van de controle door de auditor. Toch wordt deze theorie niet altijd toegepast en zal de auditor een vertekend beeld van de werkelijkheid weergeven. Wanneer dit het geval is ken men gaan spreken van ‘boekhoudfraude’.

Het laatste decennium is het fenomeen boekhoudfraude niet meer weg te denken uit de dagelijkse stroom aan financieel-economische informatiewisseling. Deze trend staat ontegenzeggelijk in verband met een sluipenderwijs ontwikkelende crisis in de economieën van de westerse wereld. Die moeten steeds meer terreinprijsgeven aan emerging markets of groeiende markten zoals China en Rusland. Een van de beste voorbeelden is de boekhoudfraude van Lernout & Hauspie waar revisor KPMG jarenlang onterecht een goedkeurende verklaring van de jaarrekening gaf.

Lernout & Hauspie maakte gebruik van verschillende fraudetechnieken. Ze bliezen de omzet op en er werden kleine bedrijfjes opgericht in Korea waar ze hun licenties aan verkochten. Deze bedrijven waren echter helemaal niet solvabel. Om dit probleem op te vangen gaf L&H enkele Koreaanse banken de opdracht om in hun plaats het geld van de licenties te innen. Uiteindelijk bedroog L&H deze banken want aangezien de kleine bedrijfjes niet solvabel waren, konden de banken ook geen geld innen omdat er gewoonweg helemaal geen geld was. Daarnaast zouden investeerders ook 30 miljoen dollar gestort hebben op de rekening van L&H en ze zouden ook de onderneming in Ieper bezocht hebben. Achteraf werd er ontdekt dat deze investeerders in werkelijkheid nooit hebben bestaan.

Een laatste fraudetechniek was ‘fake presentations’ of valse presentatie. Op presentaties van de onderneming werden producten getoond die in werkelijkheid helemaal niet bestonden of werkten. Dit bleek toen een journalist een presentatie bijwoonde waarbij Russische teksten met een simpele druk op de knop werden omgezet in een duidelijk leesbare Engelse tekst. Als deze journalist vroeg of hij ook een tekst kon indienen om te laten vertalen, was dit onmogelijk. Volgens L&H was de computer hier niet op ingesteld. Hierdoor sprak de journalist de verdenking uit dat de presentaties voorgekookt waren.

De rol van KPMG was veel sterker aanwezig dan wat KPMG zelf beweerde. KPMG pleegde van in het begin obstructie van het onderzoek door werkdocumenten achter te houden die toch belangrijker waren dan eerst beweerd werd. Hierop werd een onderzoek gestart. De conclusie van het rapport was allesbehalve positief voor KPMG:  ‘ De overdreven toegefelijke wijze waarop KPMG haar audit heeft uitgevoerd, toont aan dat er niet enkel sprake is van onzorgvuldigheid maar ook van bedrieglijke opzet.’ Ook KPMG-partner, Paul Behets, kreeg een topfunctie binnen de onderneming van L&H. Het overstappen van een controleur naar de controlekant  is volgens Miche Kat (Auteur van heb boek ‘Boekhoudschandalen’) vaak een grote indicator dat er in de onderneming fraude aanwezig kan zijn.

Volgens  Jo Lernout, was KPMG wel degelijk betrokken bij de fraude. Aan de hand van enkele voorbeelden heeft hij geprobeerd dit aan te tonen. Zo eiste KPMG dat L&H in hun contracten enkele voorwaarden opnam omdat KPMG de omzet anders niet zou goedkeuren. Op 27 april 2001 vond de algemene vergadering van aandeelhouders plaats. Net op die dag zat Jo Lernout in de gevangenis. Volgend Jo Lernout was dit geen toeval want KPMG wist dat er op die vergadering een nieuwe CEO benoemd zou worden die zich misschien meer vragen zou stellen bij de rol van KPMG binnen de onderneming van L&H. Indien er geen nieuwe CEO benoemd zou worden, zou KPMG gewoon rustig verder kunnen doen.

In september 2010 viel het doek over de fraudezaak van L&H. De voornaamste beklaagden waren Jo Lernout, Pol Hauspie en KMPG. Ze werden o.a. verdacht van valsheid in de jaarrekening, oplichting en misbruik van vertrouwen. Voor Jo Lernout en Pol Hauspie oordeelde het Hof dat beiden jarenlang het management gedomineerd hadden en dat ze de fraude hebben gepleegd om tijd te winnen zodat de techniek verder kon ontwikkelen en ze een beter product konden afleveren. Beiden werden veroordeeld tot vijf jaar cel en een boete van ongeveer 25.000 euro elk.

Het openbaar ministerie heeft geprobeerd te bewijzen dat KPMG heeft meegewerkt aan de fraude door aan te tonen dat KPMG zelf de bevestigingsbrieven heeft opgesteld en dat de werkpapieren in strijd bleken te zijn met de door het management getekende bevestigingen. Toch besluit het Hof dat er een gebrek was aan efficiënte communicatie tussen KPMG en het management. KPMG werd vrijgesproken van alle beschuldigingen.

Het oordeel van een auditor is niet alleen van groot belang voor de onderneming zelf, maar ook voor de gebruikers van de jaarrekening. De auditor moet zijn taken uitvoeren met volledige onafhankelijkheid.  Een controle van een jaarrekening uitvoeren van een onderneming waar de auditor familie of kennissen heeft  is verboden. De controle gebeurt in verschillende fasen en de auditor beschikt over verschillende vormen van bewijsmateriaal. De auditor mag in geen geval deelnemen in de totstandkoming van beslissingen in het bedrijf. Wanneer hij advies verstrekt dient hij erop te letten dat het bij advies blijft en dat hij de onderneming geen beslissingen opdringt.

 En toch is de auditor niet altijd even oprecht als hij zelf beweert. Soms raakt de auditor betrokken bij de fraude en worden er onterecht goedkeurende verklaringen gegeven zodat de fraude niet aan het licht zou komen. Wat er destijds werkelijk is gebeurd zal niemand ooit te weten komen. Maar wie kan de gewone mens nog vertrouwen als de auditor een verkeerd beeld geeft over de financiële situatie van een onderneming?

Bibliografie

Boeken:

  • De Beelde, I. (2008). Financiële audit. Gent: Academia Press.
  • Dries, R., Van Brussel, L. &Willekens, M. (2001). Handboek auditing.
  • Van Vlaenderen, D. & Van Loocke, T. (2008). Externe controle in de praktijk. (3e druk). Antwerpen: De
  • Boeck.
  • Kat, M. (2010). Boekhoudfraude. Nederland: Belfra Publisher forSuccess.
  • Joris, F. (2005). Jo Lernout: Mijn verhaal. Antwerpen: Houtekiet.

Brochures:

  • Brochure BIBF

Internet:

Wetteksten:

 

Universiteit of Hogeschool
Accountancy-Fiscaliteit
Publicatiejaar
2011
Kernwoorden
Share this on: