De relatie tussen workaholisme, bevlogenheid en arbeidstevredenheid. Autonome versus gecontroleerde motivatie vanuit de Zelf-Determinatie Theorie als verklaring.

Kristel Vanden Eynde
Werkverslaafd of Enthousiast? Verschillen in motivatie en tevredenheid!
 
Steeds meer mensen werken overuren, maar wanneer is iemand verslaafd aan zijn werk? Waarom werken workaholics zo hard? En zijn ze tevreden met hun werk? In dit onderzoek werd geprobeerd om op deze vragen een antwoord te geven.
 
In de volksmond krijgt iemand die veel en lange uren klopt op het werk al gauw het etiket ‘werkverslaafde’ opgeplakt.

De relatie tussen workaholisme, bevlogenheid en arbeidstevredenheid. Autonome versus gecontroleerde motivatie vanuit de Zelf-Determinatie Theorie als verklaring.

Werkverslaafd of Enthousiast? Verschillen in motivatie en tevredenheid!

 

Steeds meer mensen werken overuren, maar wanneer is iemand verslaafd aan zijn werk? Waarom werken workaholics zo hard? En zijn ze tevreden met hun werk? In dit onderzoek werd geprobeerd om op deze vragen een antwoord te geven.

 

In de volksmond krijgt iemand die veel en lange uren klopt op het werk al gauw het etiket ‘werkverslaafde’ opgeplakt. In de wetenschappelijke literatuur wordt echter een verschil gemaakt tussen ‘echte werkverslaafden’ en mensen die gewoon veel werken omdat ze enthousiast of bevlogen zijn voor hun werk. Werkverslaafden werken lange uren omdat ze hun werk niet kunnen loslaten, ze denken er voortdurend aan of ze nu willen of niet. Werkverslaafden werken dus excessief op een compulsieve manier. Doordat werkverslaafden zoveel tijd spenderen aan hun werk en er constant aan denken blijft er amper tijd over voor hun familie of hobby’s. Werkverslaving is dus eerder iets negatiefs. Bevlogenen daarentegen werken veel omdat ze het werk op zich heel interessant vinden. Bevlogenheid wordt gekenmerkt door vitaliteit, toewijding en absorptie. Een bevlogen werknemer bruist van energie, is heel betrokken bij zijn werk en gaat er helemaal in op. Het gevoel van druk om veel te werken ontbreekt bij bevlogenen. Zij vinden het plezierig om veel te werken waardoor bevlogenheid als iets positiefs wordt beschouwd.

 

Ondanks het feit dat zowel werkverslaafden als bevlogen werknemers veel tijd besteden aan hun werk, zijn ze niet even tevreden over hun werk. Zo blijkt uit voorgaand onderzoek dat

hoe meer iemand verslaafd is aan zijn werk, hoe minder tevreden hij er doorgaans mee is. Bij bevlogen werd echter het omgekeerde vastgesteld: hoe meer iemand bevlogen is ten aanzien van zijn werk, hoe meer tevreden hij er doorgaans mee is.

Om meer inzicht te verkrijgen in deze verschillen deden we in deze masterproef een beroep op de Zelf-Determinatie Theorie. De Zelf-Determinatie Theorie is een motivatietheorie die een onderscheid maakt tussen autonome en gecontroleerde motivatie. Werknemers die op een autonome wijze gemotiveerd zijn, willen veel werken omdat ze het werk leuk, interessant en waardevol vinden. Bijvoorbeeld wanneer een werknemer zich inzet voor zijn werk omdat hij het persoonlijk belangrijk vindt om moeite te doen voor zijn werk. Werknemers die op een gecontroleerde wijze gemotiveerd zijn, hebben het gevoel dat ze veel moeten werken omdat ze door zichzelf of anderen onder druk worden gezet. Een voorbeeld hiervan is een werknemer die een taak uitvoert om meer waardering te verkrijgen van zijn leidinggevende.

 

In deze masterproef, waaraan 211 bedienden uit verschillende bedrijven deelnamen, vonden we de verwachte relaties tussen werkverslaving, bevlogenheid en arbeidstevredenheid terug. Werkverslaafden zijn inderdaad minder tevreden over hun werk, in tegenstelling tot bevlogen werknemers die meer arbeidstevredenheid ervaren. Naar een mogelijk motivationeel verschil tussen werkverslaafden en bevlogenen werd tot noch toe geen onderzoek verricht. Uit het gevoerde onderzoek in deze masterproef blijkt dat er wel degelijk een verschil in motivatie bestaat tussen werkverslaafden en bevlogen werknemers. Zo blijken werkverslaafden op een gecontroleerde manier gemotiveerd te zijn. Bevlogen werknemers daarentegen werken veel vanuit een autonome motivatie. Hieruit kan afgeleid worden dat werkverslaafden veel werken vanuit gevoelens van druk terwijl bevlogen werknemers veel werken omdat ze hun werk graag doen.

Daarnaast werd in dit onderzoek nagegaan of dit verschil in motivatie tussen werkverslaafden en bevlogen werknemers rol speelde bij de ervaren arbeidstevredenheid. Voor de werkverslaafden werd er geen verband gevonden tussen hun gecontroleerde motivatie en de gepercipieerde arbeidstevredenheid: gevoelens van druk om veel te werken bleek dus geen verklaring te kunnen bieden voor de lagere arbeidstevredenheid die ervaren wordt door werkverslaafden. Bij de bevlogen werknemers werd er wel een verband gevonden tussen hun autonome motivatie en hun ervaren arbeidstevredenheid. Veel werken vanuit een sterke interesse in het werk kan de hogere arbeidstevredenheid bij bevlogen werknemers gedeeltelijk verklaren.

 

Uit dit onderzoek kunnen we besluiten dat werkverslaafden en bevlogen werknemers vanuit een verschillende motivatie veel werken. Deze motivationele verschillen kunnen echter de ervaren arbeidstevredenheid niet geheel verklaren. Er spelen dus nog andere processen die kunnen verklaren waarom werkverslaafden minder en bevlogenen meer tevreden zijn met hun werk. Maar dit is voer voor verder onderzoek.

Bibliografie

Referentielijst

Assor, A., Vansteenkiste, M., & Kaplan, A. (2009). Identified versus introjected-approach and introjected-avoidance motivations in school and in sports: The limited benefits of selfworthstrivings. Journal of Educational Psychology, 2, 482–497.

Baard, P., Deci, E.L., Ryan, R.M. (2004). Intrinsic need satisfaction: A motivational basis of performance and well-being in two work settings. Journal of Applied Social Psychology, 34, 2045-2068.

Bakker, A.B. (2008). Building engagement in the workplace. In C.L. Cooper & Burke (Eds.), The peak performing organization,( pp. 50-72). Routledge: Oxon.

Bakker, A.B., & Demerouti, E. (2007). The job-demands-resources model: State of art. Journal of Managerial Psychology, 22 (3), 309-328.

Bakker, A.B., Demerouti, E. & Burke, R.J. (2009). Workaholism and relationship quality: A spillover-crossover perspective. Journal of Occupational Health Psychology, 14, 23-33.

Baron, R.M., & Kenny, D.A. (1986). The moderator-mediator -variable distinction in social psychological research: Conceptual, strategic, and statistical considerations. Journal of Personality and Social Psychology,51 (6), 1173-1182.

Baumeister, R., & Leary, M. (1995). The need to belong. Desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation. Psychological Bulletin, 117, 497-529.

Beulens, M., & Poelmans, S.A.Y. (2004). Enriching the Spence and Robbins’ typology of workaholism: demographic, motivational and organizational correlates. Organizational Change Management, 17, 459-470.

Burke, R.J. (1999). It’s not how hard you work but how you work hard: Evaluating workaholism components. International Journal of Stress Management, 6, 225-240.54

Burke, R.J., MacDermid, G. (1999). Are workaholics job satisfied and successful in their careers? Career Development International, 4, 277-282.

Brett, J.M., & Stroh, L.K. (2003). Working 61 plus hours per week: why do managers do it? Journal of Applied Psychology, 88, 67-78.

Conway, J.M. (2002). Method variance and method bias in industrial and organizational psychology. In S.G. Rogelberg (Ed.), Handbook of Research Methods in Organizational and Industrial Psychology (pp. 344-365). Malden, NJ: Blackwell Publishers.

DeCharms, R. (1968). Personal causation: The internal affective determinants of behaviour. New York: Academic Press.

Deci, E.L. (1971). Effects of externally mediated rewards on intrinsic motivation. Journal of Personality and Social Psychology, 18, 105-115.

Deci, E.L. (1975). Intrinsic motivation. New York: Plenum.

Deci, E.L., Connel, J.P., & Ryan, M.R. (1989). Self-determination in a work organisation. Journal of Applied Psychology, 4, 580-590.

Deci, E.L., Eghari, H., Patrick, B.C., & Leone, D.R. (1994). Facilitating internalisation: The self-determination theory perspective. Journal of Personality, 62, 119-142.

Deci, E.L., & Ryan, R.M. (1985). Intrinsic motivation and self-determination in human behaviour. New York: Plenum Publishing Co.

Deci, E.L., & Ryan, R.M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological inquiry, 11, 319-338.

Deci, E.L. & Ryan, R.M. (2000). The what en why of goal pursuits. Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11, 227-268.55

Deci, E.L., Koestner, R., Ryan , RM., (1999). A meta-analytic review of experiments examining the effect of extrinsic rewards on intrinsic motivation, Psychological Bulletin, 125 (6), 627-668.

Elliot, A.J. (2005). A conceptual history of the achievement goal construct. In A.J. Elliot & C.S. Dweck (Eds.), Handbook of competence and motivation (pp. 52-72). New York: Guilford.

Fernet, C., Guay, F., & Senécal, C. (2004). Adjusting to job demands: The role of work self-determination and job control in predicting burnout. Journal of Vocational Behavior, 65, 39-56.

Field, A. (2005). Discovering statistics using SPSS (2e Ed.). London: Sage Publications Ltd.

Gagné, M., & Deci, E.L. (2005). Self-determination theory and work motivation. Journal of Organizational Behavior, 26, 331-362.

Gagné, M., Ryan, R., & Bargmann, K. (2003). Autonomy support and need satisfaction in the motivation and wellbeing of gymnasts. Journal of Applied Psychology, 15, 372-390.

Grolnick, W.W.,Deci, E.L., &, Ryan, R.M. (1997). Internalization within the family: The self-determination theory perspective. In J.E. Grusec & L. Kuczynski (Eds.), Parenting and children’s internalization of values: A handbook of contemporary theory (pp. 135-161). New York: Wiley.

Hackethorn, D. (1997). Respondent-driven sampling: a new approach to the study of hidden populations. Social Problems, 44, 174-199.

Judge, T.A., Bono, J.E., Erez, A., & Locke, E.A., (2005). Core self-evaluations and job and life satisfaction: The role of self-concordance and goal attainment. Journal of Applied Psychology, 90, 257-268.56

Kasser, T., & Ryan, R.M., (1996). Further examining the American dream: Differential correlates of intrinsic and extrinsic goals. Personality and Social Psychology Bulletin, 22, 280-287.

Lam, C.F. & Gurland, S.T. (2008). Self-determined work motivation predicts job autcoms, but what predicts self-determined work motivation? Journal of Research in Personality, 42, 1109-115.

Lepine, J.A., Erez, A., & Johnson, D.E. (2002). The nature and dimensionality of organizational citizenship behavior: A critical review and meta-analysis. Journal of Applied Psychology, 87 (1), 52-65.

Lynch, M., Plant, R., & Ryan, R. (2005). Psychological needs and threat to safety: Implications for staff and patients in a psychiatric hospital for youth. Professional Psychology – Research and Practice, 36, 415-425.

Locke, E., & Latham, G. (2002). Building a practically useful theory of goal setting and task motivation – A 35-year odyssey. American Psychologist, 57, 705-717.

Maslach, C., Schaufeli, W.B., & Leiter, M.P. (2001). Job burnout. Annual review of Psychology, 52, 397-422.

McMillan, L.H.W., & O’Driscoll, M.P. (2004). Workaholism and health: implications for organizations. Organizational Change Management, 17, 509-19.

Mortelmans, D., Dehertogh, B. (2008). Factoranalyse. Acco Uitgeverij: Leuven

Mudrack, P.E. (2006). Understanding workaholism: The case for behavioral tendencies. In: R.J. Burke (Ed.), Research companion to working time and work addiction (pp. 108-128). Northampton, MA: Edward Elgar.

Maslach, C., & Leiter, M.P. (1997). The truth about burn-out. San Fransisco Jossey-Bass.

Mobley, W.H. (1977). Intermediate linkages in the relationship between job satisfaction and employee turnover. Journal of Applied Psychology, 62 (2), 237-240.57

Neyrinck, B. (2008). De zelf-determinatie theorie: Van oorsprong tot mensbeeld. (Beschikbaar aan de faculteit psychologische en pedagogische wetenschappen aan de K.U.Leuven, Tiensestraat 102, 3000 Leuven, BE).

Ng., T.W.H., Sorensen, K.L., & Feldman, D.C. (2007). Dimensions, antecedents, and consequences of workaholism: a conceptual integration and extension. Journal of Organizational Behavior, 28, 111-136.

Nunnaly, J. (1978). Psychometric theory. New York: McGraw-Hill.

Oates, W. (1968). On being a ‘workaholic’ (A serious jest). Pastoral Psychology, 19, 16-20.

Oates, W. (1971). Confessions of a workaholic: The facts about work addiction. New York: World.

Perrow, C. (1986). Complex organizations: A critical essay(3rd ed.). New York: Random House.

Podsakoff, P.M., MacKenzie, S.B., & Podsakoff, N.P. (2003). Common method biases in behavioral research: A critical review of the literature and recommended remedies. Journal of Applied Psychology, 88 (5), 879-903.

Reis, H.T., Sheldon, K.M., Gable, S.L., Roscoe, J., & Ryan, R.M. (2000). Daily well-being: The role of autonomy, competence, and relatedness. Personality and Social Psychology Bulletin, 26, 419-435.

Reuben M. B. ,& David A. K. (1986). The moderator-mediator variable distinction in social psychological research: Conceptual, strategic, and statistical considerations. Journal of Personality and Social Psychology, 51 (6), 1173-1182.

Richer, S.F., Blanchard, C., & Vallerand, R.J. (2002). A motivational model of work turnover. Journal of Applied Social Psychology, 32, 2089-2113.58

Robinson, B.E., Flowers, C., Caroll, J. (2001). Work stress and marriage: A theoretical model examining the relationships between workaholism and marital cohesion. International Journal of Stress Management, 8 (2), 165-175.

Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55, 68-79.

Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). When rewards compete with nature: The undermining of intrinsic motivation and self-regulation. In C. Sansone & J.M. Harackiewicz (Eds.), Intrinsic and extrinsic motivation: The search for optimal motivation and performance (pp. 13-54). New York: Academic Press.

Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2006). Self-regulation and the problem of human autonomy: Does psychology need choice, self-determination, and will? Journal of Personality, 74, 1557-1586.

Ryan, R.M., & Connell, J.P., (1989).. Journal of Personality and Social Psychology, 57, 749-761.

Schaufeli, W.B. & Bakker, A. (2001). Werk en welbevinding. Naar een positieve benadering in de arbeids- en gezondheidspsychologie. Gedrag & Organisatie, 5, 229-253.

Schaufeli, W., & Bakker, A. (2003). Utrecht Work Engagement Scale (UWES) Preliminary Manual [Version 1, November 2003]. Occupational Health Psychology Unit, Utrecht University.

Schaufeli, W.B., Taris, T.W. & Bakker, A.B. (2008). It takes two to tango. Workaholism is working excessively and working compulsively. In R.J. Burke & C.L. Cooper, The long work hours culture. Causes, consequences and choices (pp. 203-226). Bingley, UK: Emerald.59

Schaufeli, W.B., Shimazu, A, Taris, T.W. (2009). Being driven to work excessively hard. The evaluation of a two-factor measure of workaholism in the Netherlands and Japan. Cross-Cultural Research, 43, 320-348.

Schaufeli, W.B., Taris, T.W., & Bakker, A. (2006). Dr. Jekyll and Mr. Hide: On the differences between work engagement and workaholism. In R. Burke (Ed), Research companion to working time and work addiction (pp. 193-217). Northhampton, UK:Edward Elgar.

Schaufeli, W.B., Taris, T.W., & Van Rhenen, W. (2008). Workaholism, burnout and engagement: Three of a kind or three different kinds of employee well-being. Applied Psychology: An International Review, 57, 173-203.

Schaufeli, W.B., Taris, T., Le Blanc, P., Peeters, M., Bakker, A., & De Jonge, J. (2001). Maakt arbeid gezond? Op zoek naar de bevlogen werknemer. De Psycholoog, 36, 422-428.

Scott, K.S., Moore, K.S., & Miceli, M.P. (1997). An exploration of the meaning and consequences of workaholism. Human Relations, 50, 287-314.

Sheldon, K., Turban, D., Brown, K., Barrick, M., & Judge, T. (2003). Applying Self-Determination Theory to organizational research. Research in Personnel and Human Resources Management, 22, 357-393.

Shimazu, A. & Schaufeli, W.B. (2009). Towards a positive occupational health psychology: The case of work engagement. Japanese Journal of Stress Science, 24, 181-187.

Skinner, B.F. (1974). About behaviorism. New York: Knopf.

Sobel, M.E. (1982). Asymptotic intervals for indirect effects in structural equations models. In S. Leinhart (Ed.), Sociological methodology 1982 (pp.290-312). San Francisco: Jossey-Bass.60

Spector, P.E. (1997). Job satisfaction: Application, assessment, causes, and consequences. Thousand Oaks, CA: Sage.

Spector, P.E. (2006). Method variance in organizational research: Truth or urban legend? Organizational Research Methods, 9, 221-232.

Spence, J.T., & Robbins, A.S. (1992). ‘Workaholism: Definition, measurement, and preliminary results’. Journal of Personality assessment, 58, 160-78.

Standage, M., Duda, J., & Pensgaard, A.M. (2005). The effect of competitive outcome and task-involving, ego-involving, and cooperative structures on the psychological well-being of individuals engaged in a co-ordination task: A self-determination approach. Motivation and Emotion, 29, 41-68.

Taris, T.W., Geurts, S.A.E., Schaufeli, W.B., Blonk, R.W.B., & Lagerveld, S. (2008). All day and all of the night: The relative contribution of workaholism components to well-being among self-employed workers. Work & Stress, 22, 153-165.

Taris, T. & Schaufeli, W.B. (2003). Werk, werk en nog eens werk: over de conceptualisering en gevolgen van werkverslaving. De Psycholoog, 38, 506-512.

Taris, T.W. & Schaufeli, W.B. (2007). Workaholisme. In W.B. Schaufeli & A.B. Bakker (Red.). De psychologie van arbeid en gezondheid (pp. 359-372). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Taris, T.W., Schaufeli, W.B. & Shimazu, A. (2010). The push and pull of work: About the difference between workaholism and work engagement. In A.B. Bakker & M.P. Leiter (Eds.), Work engagement: A handbook of essential theory and research (pp. 39-53). New York: Psychology Press.

Vansteenkiste, M. (2005). Intrinsic versus extrinsic goal promotion and autonomy support versus control. Facilitating performance, persistence, socially adaptive functioning and well-being. Upublished Doctoral Dissertation, Katholiele Universiteit Leuven.61

Vansteenkiste, M., Zhou, M., Lens, W., & Soenens, B. (2005). Experiences of autonomy and control among Chinese learners: Vitalizing or immobilizing? Journal of Educational Psychology, 97,468-483.

Vansteenkiste, M., Lens, W., & Deci, E.L. (2006). Intrinsic versus extrinsic goal contents in Self-Determination Theory: Another look at the quality of academic motivation. Educational Psychologist, 41 (1), 19-31.

Vansteenkiste, M., Lens, W., & De Witte, H. (2005). Intrinsic versus extrinsic goal promotion and autonomy support versus control. Facilitating performance, persistence, socially adaptive functioning and well-being. Katholieke Universiteit Leuven.

Vansteenkiste, M., Neyrinck, B., Niemic, C., Soenens, B., De Witte, H., & Van den Broeck, A. (2007). Examining the relations among extrinsic versus intrinsic work value orientations, basic need satisfaction, and job experience: A self-determination theory approach. Journal of Occupational and Organizational Psychology, 80, 251-277.

Van den Broeck, A., Vansteenkiste, M., & De Witte, H. (2008). Self-determination theory: A theoretical and empirical overview in occupational health psychology. In J. Houdmont & S. Leka (Eds.), Occupational health psychology: Euro perspectives on research, education. (Vol 3, pp. 63-88.). Nottingham University Press.

Van den Broeck, A., Vansteenkiste, M., De Witte, H., & Lens, W. (2008). Explaining the relationship between job characteristics, burnout, and engagement: The role of basic psychological need satisfaction. Work & Stress, 22 (3), 277-294.

Van den Broeck, A., Vansteenkiste, M., Lens, W., De Witte, H., Van Coillie (in druk). Unraveling the quantity and the quality of workers’ motivation: A person-centered perspective.

Van Dyne, L., Cummings, L.L., & Parks, J. (1995). Extra-role behaviors: In pursuit of construct and definitional clarity. Research in Organizational Behavior, 17, 215-285.62

Wanous, J. P., Reichers, A. E., & Hudy, M. J. (1997). Overall job satisfaction: How good are single-itemmeasures? Journal of Applied Psychology, 82, 247–252.

Warr, P. (1990). Decision latitude, job demands, and employee well-being. Work and Stress, 4, 285-294.

White, R. (1959). Motivation reconsidered: The concept of competence. Psychological Review, 66, 279-333.

Ybema, J.F., Smulders, P.G.W., & Bongers, P.M. (2010). Antecedents and consequences of employee afsenteeism: A longitudinal perspective on the role of job satisfaction and burnout. European Journal of Work and Organizational Psychology, 19 (1), 102-124.

Universiteit of Hogeschool
Arbeids- en Organisatiepsychologie
Publicatiejaar
2010
Share this on: