Filmkritiek in Vlaanderen. De filmrecensies van Patrick Duynslaegher kritisch bekeken

Sophia Van Keer
Persbericht

Filmkritiek in Vlaanderen. De filmrecensies van Patrick Duynslaegher kritisch bekeken

“Filmkritiek in Vlaanderen. De filmrecensies van Patrick Duynslaegher kritisch bekeken”, door Sophia Van Keer, Master in Filmstudies en Visuele Cultuur, Universiteit Antwerpen 2008.

In dit onderzoek staat de probleemstelling centraal die peilt naar de mogelijkheid om bepaalde stijlkenmerken en patronen te koppelen aan een filmrecensent aan de hand van een kritische analyse van zijn filmrecensies. De acht meest kenmerkende elementen of aspecten van een recensie zullen toegepast worden op deze recensies. Deze aspecten worden één voor één besproken en geïllustreerd door het gebruik van recensiecitaten. Deze acht elementen zijn de  inhoud en vorm, stijl, opbouw, het waardeoordeel, de argumentatietechniek, beschrijving, interpretatie en evaluatie in een recensie. Als casestudy wordt het oeuvre van Patrick Duynslaegher, de huidige hoofdredacteur van Focus Knack, onder de loep genomen. Met zijn  schrijfstijl wist hij in het verleden bij vriend en vijand controverse uit te lokken. Misschien mag men zelfs stellen dat dankzij Duynslaegher het recenseren van films in het Vlaamse perslandschap geëvolueerd is naar een meer liberale en individualistische discipline? Of was het creëren van deze controverse slechts een commerciële strategie?

Met deze acht elementen als uitgangspunt was het mogelijk een antwoord te formuleren op de onderzoeksvragen die als globale leidraad dienst deden. De eerste onderzoeksvraag betrof de definitie, functie en evolutie van de filmrecensie. Voorgaand onderzoek wees uit dat de recensie oorspronkelijk een grotere impact had. Deze invloed loopt ook parallel met die van het medium film. De functie van film lijkt dan weer te evolueren van didactisch naar zuiver entertainend. Zo moet volgens Duynslaegher een goede recensie leesbaar, onderhoudend en geschreven zijn vanuit een kritische attitude.

Een tweede onderzoeksvraag spitst toe op de posities van Vlaamse filmcritici. Deze posities hebben een transformatie ondergaan. Aanvankelijk was de recensent namelijk verbonden met het blad of de krant waarvoor hij werkte. Het blad of de krant in kwestie had zich dan aangesloten bij een politieke strekking. Alle publicaties werden dan vanuit die context geschreven, zo ook de recensies. Na een tijd had deze politieke context minder greep op de samenleving en op de geschreven pers. De posities van critici werden veel liberaler en individueler. Elke recensent kon vanaf dat moment zijn eigen stijl ontwikkelen. Om de kwaliteit van een recensie hoog te houden, is het belangrijk een hoog aantal recensies te publiceren en zoveel mogelijk recensenten in dienst te hebben. De selectie van een waaier aan diverse soorten films is hiervoor ook een pluspunt. Hier schiet misschien Knack in zijn oorspronkelijke vorm wat te kort door Duynslaegher als enige recensent aan te stellen. Dit wordt duidelijk gemaakt in zijn besprekingen die soms erg schommelen qua niveau. Bij de voorselectie geeft Duynslaegher toe dat Focus Knack een evenwicht zoekt bij het recenseren van zowel cinefiele als commerciële films. De artistieke opleidingen die Duynslaegher zonder succes heeft aangevat hebben hem toch een visuele ingesteldheid opgeleverd. Deze ingesteldheid kwam hem van pas als recensent bij het analyseren van beelden en komt hem nu als hoofdredacteur van pas bij het samenstellen en beoordelen van de lay-out. Duynslaegher heeft als filmjournalist een heel eigen en herkenbare stijl. Zo maakt hij graag gebruik van humor (ironie) en poëtische beschrijvingen aan de hand van stijlfiguren zoals allusies en hyperbolen. Duynslaegher hanteert geen vaste volgorde voor de afzonderlijke onderdelen van zijn teksten en begint regelmatig ‘in medias res’. 

Een derde onderzoeksvraag bevraagt de hoeveelheid aan objectieve en subjectieve elementen in een recensie. Hier moet men rekening houden met de invloed van de auteurpolitiek. Onbewust heeft deze filmtheorie ervoor gezorgd dat recensenten konden vervallen in een soort van subjectivisme. Duynslaegher meent dan weer dat men net die onafhankelijkheid als recensent moet exploiteren. Aanvankelijk bleef deze recensent langer stilstaan bij het narratieve (objectieve) aspect van een film, later kreeg de interpretatie en het waardeoordeel (subjectief) een groter en explicieter aandeel in zijn recensies. Daarbij houdt Duynslaegher rekening met de verhoudingen van zichzelf als recensent tot de regisseur, tot de film als autonoom geheel en tot de werkelijkheid. Deze filmvisies geven voor hem de doorslag bij de  eindevaluatie. Het soort argumenten die hij het meest in beschouwing neemt zijn de mimetische en de avant-gardistische of traditionele. Deze argumentsoorten komen overeen met de criteria die Duynslaegher een oordeel helpen vellen over een film. Zo peilt een mimetisch argument naar de geloofwaardigheid. Die waarheidsgetrouwe elementen hangen uiteraard samen met de cinematografische kwaliteit van een film. Duynslaegher zal altijd belang hechten aan de kwaliteit van het geluid, de kleuren, de belichting en de cameravoering, maar hij let vooral op de waarde van de mise-en-scène. Traditionele of avant-gardistische argumenten hangen dan weer samen met de criteria rond maatschappelijke en culturele waarden van een film.   

De vierde en laatste onderzoeksvraag zoomt in op de historische context van het blad Knack. Het is uitgegroeid van een politiek geladen blad naar een blad bestaande uit drie volwaardige onderdelen. Focus Knack is daarvan de jongste met een heel breed gamma aan lectuur rond cultuur en entertainment. Knack is ook doorheen de jaren een aantal keer veranderd van lay-out. Het blad schijnt nog steeds een liberaal beleid aan te hangen en dit weerspiegelt zich in de gepubliceerde artikels. Knack, Weekend Knack en Focus Knack lijken hun spraakmakende opinies als handelsmerk te bestempelen. 

Dankzij de analyse van deze invalshoeken binnen het onderzoek naar filmrecensies, wordt het duidelijk hoe cruciaal een vaste definitie zou kunnen zijn voor verdere studie rond hetzelfde thema. De onderzoeksresultaten bevestigen ook de onderhoudende functie van de recensie in hedendaagse tijdschriften en kranten die parallel loopt met de veranderende functie van het medium film. Tenslotte zorgt de huidige liberale positie van de filmrecensent ervoor dat diens eigen mening een centrale factor wordt in de hedendaagse filmrecensies. Duynslaegher lijkt wel de eerste recensent die op de barricade ging staan om die liberale status te vrijwaren en de evolutie van de Vlaamse filmkritiek bevestigt slechts dit feit. 

 

 

 

Bibliografie

Bibliografie

I. Werken

Abel, Richard, French Film Theory and Criticism. A History/Anthology, 2 vol., Princeton, 1988.

Aumont, Jacques, Michel Marie, L’analyse des films, Parijs, 1988.

Bekius, Willem, Werkboek journalistieke genres, Bussum, 2003.

Bobker, Lee R., Elements of Film, New York, 1969.  

Boonstra, H. T., “van waardeoordeel tot literatuuropvatting”, de gids, 147, 4 (1979): 243-253.

Bordwell, David, Kristin Thompson, Film Art: an introduction, New York, 1990.

Bosma, Peter, Filmkunde: een inleiding, Nijmegen, 1991.

Brandt, E, “Argumentatie in literaire dagbladrecensies: een ideaalmodel”, Tijdschrift voor Taalbeheersing, 16(1994): 127-135.

Cadbury, William, Leland Pogue, Film Criticism. A Counter Theory, Ames, 1982.

Dalton Blades Jr., Joseph, A Comparative Study of Selected American Film Critics, 1958-1974, New York, 1976.

Debrabandere, Peter F. A., Een stilistische beschrijving van de tekstsoort recensie, Tekstlinguistiek, 29(1988): 33-53.

Debrabandere, Peter F. A., Een structurele analyse van de tekstsoort recensie, Aspecten van tekstwetenschappelijk onderzoek, 15(1988): 9-52.

De Jong, Martien, Over kritiek en critici. Facetten van de Nederlandstalige literatuurbeschouwing in de twintigste eeuw, Tielt, 1977.

de Kuyper, Eric, “Voor kijkers en recensenten”, Skrien, Amsterdam, 99(1980): 13-19.

De Moor, Wam, De kunst van het recenseren van kunst, Bussum, 1993.

Duynslaegher, Patrick, “THE TOWERING INFERNO”, Knack, Brussel, 5, 15(1975): 17.

Duynslaegher, Patrick, “EFFICIENT”, Knack Weekend, 19, 8(1989): 5-6.

Duynslaegher, Patrick, “GRANDIOOS”, Knack Weekend, 19, 10(1989): 5.

Duynslaegher, Patrick, “MONOTOON”, Knack Weekend, 19, 10(1989): 5.

Duynslaegher, Patrick, Knack’s filmencyclopedie, Roeselare, 1993.

Duynslaegher, Patrick, Blik op zeven, Zellik, 1995.

Duynslaegher, Patrick, “GÊNANT”, Weekend Knack, 26, 17(1996): 87.

Duynslaegher, Patrick, “REVOLUTIONAIR”, Knack Weekend, 26, 13(1996): 156.

Duynslaegher, Patrick, “STROEF”, Weekend Knack, 26, 17(1996): 87.

Duynslaegher, Patrick, “TROOSTELOOS”, Weekend Knack, 26, 10(1996): 129-130.

Duynslaegher, Patrick, “VERBLUFFEND”, Weekend Knack, 26, 11(1996): 188.           

Geeraert, Katrijn, Filmkritiek in literaire tijdschriften tussen 1963 en 1978, Leuven, 2005.

Giannetti, Louis, Understanding Movies, New York, 1996.

Gould Boyum, Joy, Adrienne Scott, Film as Film: critical responses to film art, Boston, 1971.

Haberski, J. Raymond, It’s only a movie! Films and critics in American culture, Lexington, 2001.

Kael, Pauline, Deeper into Movies, Boston-Toronto, 1973.

Kauffmann, Stanley, A World on Film. Criticism and comment, New York, 1966.

Kracauer, Siegfried, Kino. Essays, Studien, Glossen zum Film, Frankfurt, 1974.

Mast, Gerald, Marshall Cohen, Film Theory and criticism. Intro Readings, New York – Londen, 1974.

Muysoms, Marleen, Literatuur. Het oordeel van de recensent. Inhoudsanalyse van de literaire perskritieken in de Vlaamse dagbladpers, Leuven, 1990.

Nichols, Bill, Movies and Methods. An Anthology, Londen, 1976.

Olyslagers, Patrick, Profiel van de Vlaamse filmcriticus, Leuven, 1991.       

Overduin, Boudewijn, Rapporteren. Het schrijven van rapporten, nota’s, scripties en artikelen, Utrecht, 1986.

Perkins, V. F., Film as Film. Understanding and Judging Movies, Harmondsworth, 1972.

Renkema, Jan en Wim Daniëls, “Tekst en effect. De recensie”, Vonk, 20, 3(1981): 22-31.

Röpcke, Jo, “Weer een heel grote Buñuel”, Knack, 2, 50(1972): 94.

Rymenans, Rita, “Ingeblikt: (recensie van) indrukken uitdrukken”, Vonk, Antwerpen, 20, 5(1981): 49-51.

Schellens, Peter Jan, Gerard Verhoeven, Argument en tegenargument, Leiden, 1988.

Segers, J., De filmrecensie in de Belgische kranten, Leuven, 1957.

Stegert, Gernot, Filme rezensieren in Presse, Radio und Fernsehen, München, 1993.

van Belle, William, Tekstsamenhang en tekstanalyse. Een inleiding in de structuur van conversaties en van betogende teksten, 1987.

van Belle, William, Tekst en argument. Een pragmalinguïstische benadering, Leuven, 1993.

van Deel, Tom, Recensies, Amsterdam, 1980.

van de Kreeke, Carolien, De filmrecensie: de opbouw van een structuur en stijlmodel gekoppeld aan een onderzoek naar de hedendaagse situatie in Vlaanderen, Leuven, 1998.

van der Haar, Paul, Recensentengids. Handleiding voor het schrijven van een aanschafinformatie-tekst, gids voor recensenten van de Lectuurinformatiedienst van het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, Den Haag, 1987.

Van de Vel, Vicky, Filmdistributie en exploitatie in België, Antwerpen, 2000.

van den Berk, Tjeu, Het filmgesprek: een manier om beelden ter sprake te brengen, Kampen, 1994.

Wiegand, Herbert Ernst, “Nachdenken über Wissenschaftliche Rezensionen. Anregungen zur Linguistischen Erforschung einer wenig erforschten Textsorte”, Deutsche Sprache, 11(1983): 122-137.

II. Elektronische bronnen

K.U.T.: online filmtijdschrift,<http://kutsite.com/interview&gt;, 2008.

III. Interviews

Duynslaegher, Patrick, Hoofdredacteur Focus Knack, Brussel, vrijdag 13 juni 2008.

 

 

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Master Filmstudies en Visuele Cultuur
Publicatiejaar
2008
Kernwoorden
Share this on: