Investeren in kunstobjecten: een onderzoek naar vraag -en aanbodsgedrag met een bijzondere aandacht voor de prijsindexering.

Babila Poma
Een  tango van aantrekking en afwijzing: hebben schilderkunst en economie een relatie?
 
Kunst kent geen eenduidige definitie, vermits de invulling van het begrip afhankelijk is van persoon tot persoon. Kunst verandert enerzijds naargelang de emotie of boodschap die de kunstenaar wil weergeven en anderzijds naargelang de maatschappij waarin men leeft. De perceptie van de waarde wordt bepaald door een intrinsieke en door een extrinsieke waarde, die samen alle mogelijke meer– of minderwaarden van politieke, religieuze, sociale, esthetische,… aard omvatten.

Investeren in kunstobjecten: een onderzoek naar vraag -en aanbodsgedrag met een bijzondere aandacht voor de prijsindexering.

Een  tango van aantrekking en afwijzing: hebben schilderkunst en economie een relatie?

 

Kunst kent geen eenduidige definitie, vermits de invulling van het begrip afhankelijk is van persoon tot persoon. Kunst verandert enerzijds naargelang de emotie of boodschap die de kunstenaar wil weergeven en anderzijds naargelang de maatschappij waarin men leeft. De perceptie van de waarde wordt bepaald door een intrinsieke en door een extrinsieke waarde, die samen alle mogelijke meer– of minderwaarden van politieke, religieuze, sociale, esthetische,… aard omvatten. Hieruit kan afgeleid worden dat éénieder een verschillende waarde aan een kunstwerk toekent. Zulks belet niet dat er bepaalde tendensen in de kunstwereld kunnen vastgesteld worden met behulp van een prijsindex.

 

Alvorens de prijsindex te analyseren, moet het gedrag van de spelers op de vraag- en aanbodzijde onder de loep genomen worden, vermits zij de prijsvorming beïnvloeden.

 

Zo bestaat de vraagzijde uit de individuele kunstverzamelaars, de overheid en de bedrijven en in het bijzonder uit de banken.

Zoals we allemaal wel weten is de kunstwereld een fascinerende wereld met veel schoonheid en provocatie. Maar wat misschien niet altijd even duidelijk is, is dat kunst bijdraagt tot een beter algemeen welzijn.

Uit verschillende interviews met Belgische banken en uit de talrijke boeken, artikelen en studies, die geschreven werden over dit onderwerp, blijkt dat kunst een meerwaarde creëert voor zowel de bedrijven, individuen, kunstenaars als voor de gemeenschap zelf.

De kleuren en de boodschappen die kunst weerspiegelt, roepen tal van emoties en reacties op. Deze zijn direct en indirect verantwoordelijk voor veranderingen in de economische en sociale structurering van de maatschappij. Wanneer een bedrijf bijvoorbeeld kunst in haar bedrijfscultuur tracht te integreren, dan zal dit niet enkel een positieve invloed hebben op haar personeelsleden, maar ook op ongeveer haar hele nabije omgeving. Deze positieve sfeer verhoogt de productiviteit van de onderneming en maakt van de omgeving een ‘place to be’, waardoor er nieuwe geschoolde mensen daarheen worden aangetrokken. Dit komt dan weer het bedrijf ten goede. Dit fenomeen ziet men vaak in en rond grote steden, waar er een hoge economische activiteitsgraad is en waar er een actief cultureel leven, met vele cinema’s, theaters, concertgebouwen en musea, aanwezig is. Een bedrijf investeert dus in kunst door enerzijds kunstwerken aan te kopen om op die manier haar bedrijfsimago en dus externe communicatie op te krikken, om haar bedrijfscultuur een bepaalde richting te geven, om van de esthetische schoonheid te genieten en om eventuele financiële voordelen te verkrijgen. Anderzijds kan ze aan bedrijfssponsoring doen, wat voordelen meebrengt zowel voor het bedrijf zelf als voor de artistieke instelling.

 

Nu het duidelijk is dat kunst bijdraagt tot het algemeen welzijn, is het ook logisch dat de overheid de taak heeft om het culturele gebeuren te steunen. Aan de hand van allerlei subsidies, cultuurbonnen, ondersteuning van het kunstonderwijs en de oprichting van helpdesks tracht de overheid de kunstwereld meer toegankelijk te maken voor een breder publiek. Bovendien tracht ze het culturele erfgoed te beschermen, de toeristische sector op deze manier te doen opleven en de ontwikkeling mogelijk te maken van kunstenaars waar de natie trots op mag zijn. Zo zal de overheid het zich nog niet beklaagd hebben dat ze destijds de – controversiële – Jan Fabre subsidies verleend heeft. Deze kunstenaar heeft nu immers wereldfaam en zelfs de koninklijke familie heeft hem het plafond van een van de kamers van het koninklijke paleis laten bewerken.

 

Sommige kunstverzamelaars hebben in het aankopen van een kunstwerk een nieuw heil gezien. Prijsindexen maken duidelijk dat verschillende kunstwerken over de jaren heen enorm in prijs gestegen zijn. Dit inspireerde sommige onder hen om kunst aan te kopen en deze daarna opnieuw te verkopen, om zo van een hopelijk enorme winst te genieten. Op het ontstaan van dit nieuwe fenomeen speelden banken in door het creëren van kunstfondsen. Deze hebben als voordeel dat de transactiekosten gedrukt kunnen worden en dat er een grotere liquiditeit en diversifiëring van de kunstportefeuille ontstaat, maar men heeft echter geen genot van het bezit van het kunstwerk. Vele kunstliefhebbers verachten echter deze manier van kunst verzamelen. Zij bevinden zich vaak op de bovenste trede van de piramide van Maslow en ze verzamelen dus kunst om zich te kunnen onderscheiden van de massa. Het interesseert hen vaak niet meer geld bij te verdienen door het speculeren op kunst. Zij verzamelen uit passie, om een zekere status te verwerven of om intellectuele voldoening te verkrijgen.

 

Tot de actoren op de aanbodszijde, die hieronder kort besproken worden, behoort in de eerste plaats de kunstenaar zelf. Hij wordt hierin echter wel bijgestaan door galerieën, veilinghuizen en enkele particulieren. Wanneer men in 2001 in Nederland een studie deed naar het profiel en de inkomensverdeling van de Nederlandse beeldende kunstenaars, kwam men tot de conclusie dat nog geen tien percent genoeg verdiende uit zijn hoofdactiviteit, zijnde het maken van schilderijen, om te overleven. Het grootste deel van de kunstenaars zijn afhankelijk van de financiële steun van hun familie, partner, vrienden of overheid. Bovendien zijn de meeste artiesten verplicht om nog een parttime of fulltime job te nemen om zo rond te komen.

Met de galerieën en veilinghuizen is het financieel beter gesteld, niettegenstaande ze onderling wel regelmatig discussiëren. De vraag is of zij de kunstmarkt niet te veel beïnvloeden. Galerieën kunnen soms de reputatie van een kunstenaar doen staan of vallen. Zij kunnen dus in beperkte mate bepalen welke artiest bekendheid verwerft en welke niet. Het probleem rond de veilinghuizen ligt anders. Zij verkrijgen hun inkomen uit een commissie die een percentage vormt van de verkoopprijs. Dus wanneer zij de verkoopprijs in de hoogte kunnen jagen, krijgen ze hoge inkomsten. Dit zou misschien een motivatie van de veilinghuizen kunnen geweest zijn om een verandering van cliënteel te bewerkstelligen, waardoor zij de reserveprijs konden beïnvloeden en dus onrechtstreeks ook de verkoopprijs. Er moet dus over gewaakt worden dat de veilinghuizen en de galerieën de markt niet te veel manipuleren. Men kan de manipulatie proberen te beperken door het verwerven van genoeg kennis van de kunstmarkt, waardoor men zich niet zo snel laat beïnvloeden.

 

Het gevaar dat de kunstmarkt beïnvloed wordt, kan ook komen uit de hoek van de economische wereld. We hebben reeds besproken dat bedrijven vaak kunst in hun bedrijfscultuur integreren en dat dit positieve gevolgen heeft voor het algemeen welzijn. Ook kan er vastgesteld worden dat er een omgekeerde integratie plaatsvindt, zijnde die van de economie in de kunstwereld.

Het is duidelijk dat deze twee begrippen met elkaar samenhangen. Een zekere mate van integratie brengt positieve effecten teweeg, maar een te diepe integratie kan dan weer schadelijk zijn voor zowel de kunstmarkt als voor het bedrijf. Wanneer de kunst in een bedrijf de overhand neemt, zal het bedrijf niet meer goed kunnen functioneren door het gebrek aan een rationele winstmaximaliserende visie. Wanneer de economie de overhand neemt op de kunst, dan zal de kunst geen creatief, innovatief en revolterend karakter hebben, waardoor de belangrijkste aspecten van de kunst zullen wegvallen, zijnde de emotie en het irrationele. Men kan dus besluiten dat een zekere mate van integratie onvermijdelijk is en gestimuleerd moet worden, maar zolang dit maar met mate gebeurt.

 

Het wordt dus duidelijk dat de spelers op de kunstmarkt afwijken van het rationele gedrag dat de spelers op een economische markt vertonen. Er zijn verschillende andere factoren van emotionele en filosofische aard die hier de oorzaak van zijn. Er moet dus opgelet worden dat wanneer men de kunstmarkt wil analyseren op een economische wijze, men dan rekening houdt met deze onregelmatigheden.

 

Bibliografie

Bibliografie

1. Monografieën:

ABBING, H. 1989. Een Economie van de Kunsten. Groningen, Historische Uitgeverij, 273 p.

 

BERNDT, E.R., 1991, The Practice of Econometrics: Classic and Contemporary, Massachusetts, Addison-Wesley Publishing Company, 702 p.

 

DE GRAUWE, P. 1990. De Nachtwacht in het Donker. Over Kunst en Economie. Tielt, Lannoo, 180 p.

 

DE MONTHOUX, P.G. 1991. Action an Existence: Art and Anarchism for Business Administration. Starnberg, Novotny, 294 p.

 

DESPONTIN, M. 2002. Cursus Multivariate Analyse. Brussel, VUBPress, 119 p.

 

DILLEMANS, R. & SCHRAMME, A. 2005. Wegwijs Cultuur. Leuven, Davidsfonds, 392 p.

 

FREY, B.S. 2000. Arts and Economics: Analysis & Cultural Policy. Berlin, Springer- Verslag, 240 p.

 

GRILICHES, Z. 1971. Price Indexes and Quality Change. Cambridge, Harvard University Press, 287 p.

 

HEILBRUN, J. & GRAY, C.M. 2001. The Economics of Art and Culture. Cambridge, University Press, 410 p.

 

KOTLER, P., ARMSTRONG, G., e.a. 2003. Principes van Marketing. Pearson Education Benelux, 975 p.

 

MATTHIJS, H., NAERT, F. & VUCHELEN, J. 2001. Handboek openbare financiën. Antwerpen, Intersentia, 446 p.

 

MOSSELMANS, B. 2001. Kunst te Koop? Over Bruggen en Breuken tussen Kunst en Economie. Roeselare, Roularta Books, 170 p.

 

SEGERS, K. 1992. Sponsoring in België. VUBPress. Grimbergen, Brussel en Variety NV, 278 p.

 

TOWSE, R. 2003. A Handbook of Cultural Economics. Cheltenham, Elgar, 494 p.

 

VAN PUFFELEN, F. 2000. Culturele Economie in de Lage Landen. De Bijdrage van Nederlandse en Vlaamse economen aan kunstbeleid en kunstmanagement. Meppel, Krips, 189 p.

 

VARIAN, H.R. 1999. Intermediate Microeconomics: A Modern Approach. New York & London, W.W.Norton & Company. 662 p.

 

VERMEYLEN, F. 2003. Painting for the Market: Commercialization of Art in Antwerp’s Golden Age. Turnhout, Brepols Publishers N.V., 208 p.

 

2. Kunstboeken:

VAN JOLE, M., CLAES, T., ZIMMERMAN, Y. & VAN BUYNDER, E. 2002. Art at the Airport. Lier, Antilope N.V., 303 p.

 

EMERSON, B. 1985. Delvaux. Antwerpen, Mercator fonds, 279 p.

 

3. Eindverhandelingen:

BLEYENBERG, A. 2004. De bedrijfswereld en non-profit sector: “Waarom zoeken bedrijven zinvolle relaties met cultuur?. Eindverhandeling, Rijksuniversiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde, 62 p.

 

DEGRIECK, K. 1991. De Kunsthandel en de Kunstbelegging. Eindverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, Faculteit ESP, 103 p.

 

MANNAERTS, C. 1995. De Aankoop en de Verkoop op de Kunstmarkt: Economische, Financiële, Fiscale en Juridische Aspecten. Eindverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, Faculteit ESP, 105 p.

 

4. Artikels in tijdschriften:

AGNELLO, R.J. & PIERCE, R.K. 1996. Financial Returns. Price Determinants and Genre Effects in American Art Investment. In: Journal of Cultural Economics 20: p. 359-383.

 

ASHENFELTER, O. 1989. How Auctions Work for Wine and Art. In: Journal of Economic Perspectives 3 (3): p. 23-36

 

ASHENFELTER, O. & GRADDY, K. 2003. Auctions and the Price of Art. In: Journal of Economic Literature XLI: p. 763-787

 

BAUMOL, W.J. 1986. Unnatural Value: Art Investment as Floating Crap Game. In: American Economic Review 76: p.10-14

 

BUELENS, N. & GINSBURGH, V. 1991. Revisiting Baumol’s Unnatural Value or Art as a Floating Crap Game. In: European Economic Reviews 37. p. 1351-1371.

 

CHANEL, O., GéRARD-VARET, L.A. & GINSBURGH, V. 1996. The Relevance of Hedonic Price Indices: The Case of Paintings. In: Journal of Cultural Economics 20: p.1-24.

 

CONNIFFE, D. & DUFFY, D. 1999. Irish House Price Indices – Methodological Issues. In: The Economic and Social Review 30 (4): p.403-423.

 

GINSBURGH, V., MEI, J. & MOSES, M. 2004. Prices and Returns. In: Journal of Economic Perspectives 3: p.23-36

 

HULTEN, C.R. 2003. Price hedonics: A Critical Review. In: Economic Policy Review 9: p.5-15

 

LANCASTER, K.J. 1966. A New Approach to Consumer Theory. In: Journal of Political Economics 74: p.132-157

 

LOCATELLI, M. & ZANOLA, R. 2003. The market for Picasso Prints: An Hybrid Model Approach. In: Journal of Cultural Economics: p.1-28

 

MEI, J. & MOSES, M. 2002. Art as an investment and the underperformance of masterpieces. In: American Economic Review 92: p.1656-1668.

 

MEI, J. & MOSES, M.. 2004. Vested Interest and Biased Price Estimates: Evidence from an Auction Market . In: Journal of Finance. (Forthcoming).

 

PESANDO, J.E. 1993. Art as an Investment: The Market for Modern Prints. In: The American Economic Review 83 (5): p.1075-1089.

 

PESANDO, J.E. & SHUM, P.M. 1999. The returns to Picasso’s Prints and to Traditional Financial Assets, 1977 to 1996.In: Journal of Cultural Economics 23: p. 182-192

 

RENNEBOOG, L. & VAN HOUTTE, T. 1998. The Monetary Appreciation of Paintings: from Realism to Magritte. In: Brussels Economic Review 165: p.69-106

 

WANG, F.T. & ZORN, P.M. 1999. Estimating House Price Growth with Repeat Sales Data: What’s the Aim of the Game?. In: Journal of Housing Economics 6: p.93-118.

 

WIELAND, K., DONALDSON, J. & QUINTERO, S. 1998. Are Real Assets Priced Internationally? Evidence from the Art Market. In: Multinational Finance Journal 2 (3): p.167-187.

 

5. Working Papers en Discussion Papers:

CHANEL, O., GERARD-VARET, L.A. & GINSBURGH, V. 1994. Prices and Returns on Paintings – An Exercise on how to Price the Priceless. Geneva Papers on Risk and Insurance Theory 19 (1): p.7-21.

 

CLAPHAM, E., ENGLUND, P., QUIGLEY, M. & REDFEARN, C. 2004. Revisiting the Past: Revision in Repeat Sales and Hedonic Indexes of House Prices. Working paper No. W04-005. Fisher Center for Real Estate and Urban Economics, University of California, Berkeley.

 

D’SOUZA, C. & PRENTICE, D. 2001. Auctioneer Strategy and Pricing: Evidence from an Art Auction. Discussion paper. La Trobe University. School of Business.

 

GINSBURGH, V. & SCHWED, N. 1992. Price Trends for Old Masters’ Drawings: 1980- 1991. Discussion Paper. Université Libre de Bruxelles. 16 p.

 

GOETZMANN, W.N. 1998. The Effect of Seller Reserves on Market Index Estimation. Working Paper. Yale School of Management, 17 p.

 

GOETZMANN, W.N. & PENG, L., 2001, The Bias of the RSR Estimator and the Accuracy of Some Alternatives, NBER Technical Working Papers 0270, National Bureau of Economic Research, Inc, 37 p.

 

GRILICHES, Z. 1961. Hedonic Price Indexes for Automobiles: An Econometric Analysis of Quality Change. The Price Statistics of the Federal Government, NBER Staff Report no. 3, General Series, no. 73, New York. p. 173-96.

 

GRILICHES, Z. 1990, Hedonic Price Indexes and the Measurement of Capital and Productivity: Some Historical Reflections, in Fifty Years of Economic Measurement: The Jubilee of the Conference on Research in Income and Wealth, , NBER Studies in Income and Wealth (54). Chicago, University of Chicago Press. p.185-202

 

PICCI, L. & SCORCU, A.E. 1999. Price Dynamics in Sequential Auctions. New Evidence using Art Auction Data. Working Paper 352. Universita degli studi di Bologna. 16 p.

 

6. Artikels in verzamelwerken:

COURT, A.T. 1939. Hedonic Price Indexes with Auto motive Examples. In: The Dynamics of Automobile Demand, General Motors Corporation, New York: p. 99-117.

 

DE PILES, R. 1708. Cours des Peintures par Principes. In THUILLIER, J. 1989. In: Balance des Peintres. Paris: Gallimard. Appendix.

 

GINSBURGH, V. & WEYERS, S. 2003. On the Contemporaneousness of Roger de Piles’ Balance des Peintres. In: AMARIGLIO, J., CULLENBERG, S. & CHILDERS, J. The aesthetics of value. London: Routeledge.24 p.

 

ROSENTHAL, N., 1997: The blood must continue to flow. In: the companion book to the Sensation exhibition. In: ROSENTHAL, N, et al., 1997, Sensation: Young British Artists from the Saatchi Collection. London: Thames and Hudson, p.8-11.

 

TRIPLETT, J.E. 2004. Handbook on Hedonic Indexes and Quality Adjustments in Price Indexe: Special Application in Information Technology Products. Directorate for science, Technology and Industry. Paris: Organization for Economic Co-operation and Development.

Hoofdstuk 3, p.1-65, Forthcoming.

http://www.brookings.edu/views/papers/triplett/200407_book.htm

 

7. Krantenartikels:

MICHIELS, A., 2005, Veilinghuis Campo en Campo zet aanval in tegen Aldi-kunst, De Nieuwe Gazet, 08/04/2005, p21.

 

N.N., 2005, Kunstenaars en bedrijven vullen elkaar perfect aan, Het Nieuwsblad, 03/01/2005.

 

N.N. 2000. Art and Industry. Art Monthly. No.237. 06/2000: p19.

RUYTERS, M. 1995. Nieuwe b.t.w.-regeling slechts spreekwoordelijke druppel. Kunstgalerist, een bedreigd beroep?. De Financieel-economische Tijd. 08/04/1995.

 

VANDERSMISSEN, M. 1998. Kunstwerken zijn geen Luxeproducten. Grote willekeur bij btw-tarieven in culturele sector. De Standaard. 20/03/1998.

 

RAMPART, E. 2005. De Racewagen is Thuis. Gazet Van Antwerpen, 20/07/2005.

 

8. Onderzoeken en andere:

ASHENFELTER, O. & GRADDY, K. 2004. Art Auction. Prepared for the Conference of Art and Culture organized by ECARES at the University of Princeton. 41 p.

 

BEROEPSVERENIGING VAN HANDELAARS IN MODERNE EN HEDENDAAGSE KUNST.1995. Persconferentie: Nieuwe BTW-regeling. 20/04/1995. 2 p.

 

HIETBRINK, S., VAN PUFFELEN, F., WESSELING, J. 1985. De Economische Betekenis van de Professionele Kunsten in Amsterdam. In opdracht van de Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam. 246 p.

 

LIEVENS, B., SEGERS, K. 2004. Zaken voor de Kunst: Bedrijfssponsoring in de Muziek en Podiumkunstensector in Vlaanderen. In opdracht van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Administratie Cultuur: 219 p.

http://www.wvc.vlaanderen.be/cultuurbeleid/onderzoek/zakenvoordekunst/z…

_onderzoeksrapportbedrijfsponsoring_muziekenpodiumkunsten.doc

 

MINISTERIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN. 2001. De markt voor beeldende kunst en financiële positie van beeldende kunstenaars. In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Nederland.

http://www.minocw.nl/kunsten/marktkunst.pdf

 

PESANDO, J.E. 2002. The Auction Market for Modern Prints: What have We learned about Art as an Investment? . Prepared for Conference entitled “Beautiful Assets: Art as an Investment,” Stern School of Business, New York University, November 8, 2002. 18 p.

http://culturalpolicy.uchicago.edu/workshop/artpaper.pdf

 

VELTHUIS, O. 2003. Promoters versus Parasites: Art Dealers, Auction Houses and the Contested Potential of Art as an Investment. Prepared for Constance International Conference on the Social Studies of Finance. 21 p.

 

9. Papers op het internet:

ASHENFELTER, O., GRADDY, K. & STEVENS, M. 2002. A Study of Sale Rates and Prices in Impressionist and Contemporary Art Auctions. Working Paper. Oxford University. United Kingdom. 43 p.

http://www.econ.ox.ac.uk/members/kathryn.graddy/research/auctionsurvey…

 

BENHAMOU, F. & GINSBURGH, V. 2005. Copies of Artworks: The Case of Paintings and Prints. Working Paper. Université Libre de Bruxelles. Belgium. 34 p.

http://www.ecare.ulb.ac.be/ecare/people/members/ginsburgh/papers/15.cop…

 

CANDELA, G., FIGINI, P. & SCORCU, A.E. 2003. Price Indices for Artists – A Proposal. Working Paper. University of Bologna. Italy. 23 p.

http://amsacta.cib.unibo.it/archive/00000609/01/491.pdf

 

GINSBURGH, V., MEI, J. & MOSES, M. 2005. On the computation of price indices. Discussion Paper. Université Libre de Bruxelles. Belgium. 40 p.

http://www.ecare.ulb.ac.be/ecare/people/members/ginsburgh/papers/rsr-he…

 

HIGGS, H. & WORTHINGTON, A.C. 2004. Financial Returns and Price Determinants in the Australian Art Market, 1973-2003. Discussion Paper 184. Queensland University of Technology. Australia. 29 p.

http://www.bus.qut.edu.au/schools/economics/research/documents/DPNo184- WorthingtonHiggs.pdf

 

MADE, C. 2004. Contemporary Patronage: Corporate Art Investment. Working Paper. University of St-Andrews. United Kingdom. 72 p.

http://eprints.standrews.

ac.uk/archive/00000356/01/Caroline_Made_dissertation_no_illustrations.pdf

 

RUBINO, L.A. 2001. Art as an Asset Class. Working Paper. Universita di Milano. Italy. 24 p.

http://faculty.fuqua.duke.edu/~charvey/Teaching/Independent_Studies_200…

 

VON AUER, L. 2004. The Hedonic Regression Time-Dummy Method and the Monotonicity Axioms. Discussion Paper. University of Magdeburg. Germany. 3 p.

http://www.ipeer.ca/papers/comments/Auer,Aug.%209,%20comment%20on%20Mel…

SSHRC%20paper%2016,%20July%2020,%202004.pdf

 

10. Artikels op het internet:

GWEE, J. 2004. The Place of Art in Corporations. Discussion Paper. Singapore Institute of Management. http://www1.sim.edu.sg/sim/pub/mag/sim_pub_mag_list.cfm?ID=1465

 

HARRISON, S. 2002. Censorship and Controversy in Contemporary Art. CSA.

http://www.csa.com/hottopics/art/overview.php

 

N.N., 2005, Kunstendecreet krijgt 16 miljoen euro extra, De Financieel-economische Tijd, 24/06/2005. http://www.tijd.be/nieuws/artikel.asp?Id=1786515

 

N.N., 2005, Prova-car van Panamarenko blijft in Vlaanderen, De Financieel-economische Tijd. 24/06/2005, http://www.tijd.be/vrije_tijd/artikel.asp?Id=1786498

 

PALUDAN, J.P. 2001. Art and Art Museums of the future. Copenhagen Institute For Futures Studies. 24/09/2001. http://www.cifs.dk/scripts/artikel.asp?id=457&lng=2

 

PECOIL, V., 2002, Brand Art, Art Monthly, No 265, 04/2002, p1-6, www.artmonthly.co.uk

 

SPITTLES, D. 2001. Art for Work’s Sake. Evening Standard. Londen. 11/07/2001.

http://www.findarticles.com/p/articles/mi_qn4153/is_20010711/ai_n119801…

 

11. Gebruikte Websites:

http://www.arteconomy.be/history.php

http://web.artprice.com/start.aspx?l=en

http://www.christies.com/home_page/home_page.asp

http://www.compagnie.be/

http://faculty.washington.edu/krumme/350/impacts.html

http://www.gotim.be/BUP

http://hmestrum.blogs.com/photos/uncategorized/maslow.jpg

http://www.ibknet.be

http://ke-congres.hku.nl/3scenarios-pagina.html

http://www.kunstenloket.be

http://www.littlevangogh.com

http://www.minocw.nl/cultuurbeleid/nota1/15.html

http://www.saatchi- gallery.co.uk/charlesqa/qa.htm

http://search.sothebys.com/

National Survey of Business Support to the Arts, 2004, Business Committee for the Arts, Inc.

http://www.bcainc.org/programs.asp?pg=5#drls

de CPI for Urban Consumers, US Department for Labor Statistics,

https://ep.eur.nl/bitstream/1765/785/1/TOWSE+EBOOK_pages0155-0163.pdf

uit ftp://ftp.bls.gov/pub/special.requests/cpi/cpiai.txt

 

12. Publicaties bij Banken:

ASAERT, W., 2004, Kunst & Antiek als beleggingsvorm: Hoe is de interesse voor kunst en antiek als beleggingsproducten? Wat zijn Fine Arts Funds? Een Gesprek met Private Bank Mees Pierson, Look-Out Beleggingen, p.145-150

 

N.N., Fine Art Fund investeert in Topkunst: van El Greco tot Luc Tuymans, Quarterly Magazine, Mees Pierson

 

N.N., 2001, Hedendaagse kunst uit Zuid-West Vlaams privé bezit, ING, p.9-10

 

N.N., 2000, ForwArt, ING, p.18-21

 

N.N. 1997. BBL - La collection d' Art. BBL - De Kunstverzameling. BBL - The Art Collection.

BBL - Die Kunstsammlung. Brussel: Wrappers. 294 p.

N.N., , Art@work, ING ,p10-13

 

13. Interviews:

· BEX, F., verschaffen van informatie omtrent de Contraprestatie in Nederland, zie p.55.

· COLMANT, A., telefonisch en schriftelijk onderhoud, zie bijlage: p.148.

· DE BAERE, B., bezorgen van literatuur

· GINSBURGH, V., 15 maart 2005, zie onderliggende informatie in hoofdstuk 4: p.59-116.

· JASPERS, P, 11 april 2005, zie bijlage: p.149-151.

· PETRE, A., 23 februari 2005, zie bijlage, p.143-147.

· RAEMDONCK, A. 5 augustus 2005, zie hoofdstuk 4, onderliggende informatie over de galeries: p.49.

· ROTSART, O., 8 april 2005, zie bijlage: p.136-139.

· VAN DE VELDE, H., 14 maart 2005, zie bijlage: p.129-135.

· VANHOVE, D., 21 maart 2005, zie bijlage: p.139-142.

· VAN BUYNDER, E, 4 augustus 2005, algemene informatie en overaanbod.

· VAN JOLE, M., 29 juli 2005, zie onderliggende informatie in hoofdstuk 1: p.9-13.

 

14. Debatten:

ArtBrussels, Drieëntwintigste Hedendaagse Kunstbeurs: 16 April 2005:

1)‘Private Collection – Public Connection’ (Panel: Anne Pontgnie, Eva Gonzalez-Sancho, Francis De Beir, Mario Cristiani, inleiding door Pascal Gielen, moderators: Bart De Baere en Wim Peeters)

2)‘How can Trade adapt to Artists’ (Panel: Chris Dercon, Mic hael Neff, Els Opsomer, Gert Robijns, moderators: Bart De Baere en Wim Peeters)

 

Universiteit of Hogeschool
Handelsingenieur
Publicatiejaar
2005
Share this on: