Het gebruik van contactreflecties: hoe ik contact heb proberen te maken met Gert en zijn wereld.

Elke Matthyssen
het gebruik van contactreflecties
Hoe ik contact heb proberen te maken met Gert en zijn wereld …
 
Maandagmorgen 08u15, de meeste bewoners hebben zich gewassen en aangekleed maar Gert is nog op zijn kamer …
 




BEGELEIDER


Ben je bijna klaar Gert? We gaan zo meteen eten.




BEWONER


Gert kijkt even op naar me en trekt zijn jeansbroek op.




BEGELEIDER


Goed hoor Gert.

Het gebruik van contactreflecties: hoe ik contact heb proberen te maken met Gert en zijn wereld.

het gebruik van contactreflecties

Hoe ik contact heb proberen te maken met Gert en zijn wereld …

 

Maandagmorgen 08u15, de meeste bewoners hebben zich gewassen en aangekleed maar Gert is nog op zijn kamer …

 

BEGELEIDER

Ben je bijna klaar Gert? We gaan zo meteen eten.

BEWONER

Gert kijkt even op naar me en trekt zijn jeansbroek op.

BEGELEIDER

Goed hoor Gert. Neem je schoenen maar en dan gaan we eten.

BEWONER

Gert kijkt naar zijn broek en doet deze weer omlaag.

BEGELEIDER

Doe je broek maar terug aan Gert. We zijn al wat laat.

BEWONER

Gert kijkt niet naar me op en doet zijn broek weer omlaag en omhoog.

BEGELEIDER

Kom Gert, doe eens wat verder. Doe je broek nu maar vast en doe je schoenen aan…

 

Contact maken en/of bevorderen bij personen met een mentale handicap is niet altijd even eenvoudig. Dit heb ik ondervonden tijdens mijn stage in een bezigheidstehuis voor volwassen personen met een mentale handicap. Het hierboven beschreven voorbeeld maakte ik toen dagelijks mee. Gert is een man van 33 jaar met een ernstig mentale handicap en een autismespectrumstoornis. Spreken deed hij nooit. Soms zei hij een enkel woord. Hij vertoonde veel dwanghandelingen, zoals zijn broek bij het aan-en uitkleden steeds een x-aantal keer omhoog en omlaag te doen.

Toen ik hoorde over het gebruik van contactreflecties, leek dit iets wat ik perfect kon toepassen op de doelgroep waarmee ik werkte.

 

Het gebruik van contactreflecties in een notendop

Het gebruik van contactreflecties staat stil bij de vraag hoe je contact tot stand kan brengen en/of bevorderen bij personen die contactgestoord zijn. Het gaat hier dus verder dan alleen personen met een mentale handicap, bijvoorbeeld ook personen met een psychose.

Het gebruik van contactreflecties is een bepaalde methodiek die is ingebed in een bredere context, namelijk die van pre-therapie. De eigenlijke grondlegger van pre-therapie en de hierbij horende contactreflecties, is Garry Prouty. Onder contactreflecties verstaat Prouty het gedrag en de omgeving van de cliënt dat op gevoelige wijze precies en concreet wordt benoemd. Oorspronkelijk is pre-therapie bedoeld om in een therapeutische context toe te passen. Via mijn studies als opvoeder-begeleider, wilde ik ook eens weten of het toepasbaar is in een contactmilieu, bijvoorbeeld een leefgroep.

 

Grondslagen pre-therapie

Prouty heeft pre-therapie ontwikkeld vanuit een voornamelijk cliëntgerichte achtergrond. Bij de klassieke cliëntgerichte psychotherapie van Carl Rogers kan therapie pas mogelijk zijn wanneer er psychologisch contact is tussen therapeut en cliënt. Onder psychologisch contact verstaat Prouty het contact krijgen met de werkelijkheid, het tot stand brengen van affectief contact en het bevorderen van het communicatieve contact. Daar dit psychologisch contact er bijna nooit is bij personen met een contactstoornis, kan er ook geen sprake zijn van een reguliere therapie, zoals cliëntgerichte gesprekstherapie. Prouty ontwikkelde een manier om toch in contact te komen met deze mensen zodat hierna de gangbare cliëntgerichte psychotherapie van Rogers wel effect kan hebben. Het voorvoegsel ‘pre’ in pretherapie slaat op een methode die voor de eigenlijke therapie komt.

 

De methodiek of het gebruik van contactreflecties

Situational reflection

De therapeut probeert de actuele situatie en de omgeving van de cliënt te overzien en benoemt daarbij de concrete omstandigheden of het gedrag van de cliënt dat daarmee samenhangt. “Gert zit nu in de zetel in de woonkamer en is in een tijdschrift aan het bladeren.”

Facial reflection

De therapeut observeert de cliënt en verwoordt het gevoel dat onrechtstreeks van de cliënt spreekt. De mimiek van de cliënt wordt hier als aanknopingspunt gebruikt. “Ik zie dat Gert lacht!” of “Gert fronst zijn wenkbrauwen.” of “Ik zie een traan op Gert zijn gezicht.”

Body reflection

De therapeut beschrijft of spiegelt wat het lichaam van de cliënt aan het doen is. “Gert staat gebukt boven het toilet en wrijft met een stukje toiletpapier in het toilet.”

 

 

Word for word reflection

De therapeut herhaalt of neemt de zinvolle woorden, zinsdelen of affectief geladen klanken op. Meestal reageerde Gert op mijn vragen door ja of neen te knikken. Soms gebeurde het dat hij antwoordde. Als ik bijvoorbeeld vroeg of hij appelsap of appelsiensap wilde drinken, zei hij soms “appelsien”. Als hij dit zei, was mijn reflectie: “appelsien”. Gert reageerde hier dan op door me te bevestigen en te knikken.

Reiterative reflection

Het principe van opnieuw herhalen gaat over interventies die vruchtbaar bleken te zijn, die een moment van contact tot stand brachten. Deze worden dan door de therapeut herhaald. Dit principe is een belangrijk hulpmiddel om het contact te verstevigen.

 

Pre-expressief gedrag

Personen die contactgestoord zijn, uiten zich vaak in een taal die geen betekenis lijkt te hebben. Wat deze personen zeggen, lijkt ‘geen realiteit’ te kennen. Vaak worden deze personen gezien als personen die ‘gestoord gedrag’ vertonen.

Volgens Prouty en anderen draagt de benaming ‘gestoord gedrag’ een beoordeling op voorhand met zich mee. Het lijkt alsof er niets meer kan veranderen, terwijl Prouty ervan uitgaat dat er wel iets kan veranderen, dat het gedrag een potentieel aan reële betekenissen in zich draagt. Hij stelt dat we de expressie in het gedrag niet zien, maar dat ze wel ergens is.

 

Kritische bedenkingen

De grootste valkuil van het gebruik van contactreflecties is dat het bedrieglijk eenvoudig is. Het lijkt eenvoudig, nadoen of zeggen wat je ziet gebeuren. Het is echter complexer dan dat. Je moet bewust voor bepaalde contactreflecties kiezen, je moet vooraf weten wat je tot stand wil brengen of bevorderen. Je bent voortdurend aandachtig bezig met gericht te observeren, wat ertoe leidt dat je een minder duidelijk zicht hebt op wat er zich voor de rest in de leefgroep afspeelt.

Als voornaamste meerwaarde, voor mij persoonlijk, vond ik dat het gebruik van contactreflecties steeds een houvast aan mijn handelen bood. De cliëntgerichte basishouding van echtheid, empathie en aanvaarding is hierbij zeker belangrijk.

 

Slotbeschouwing

Om af te ronden, zou ik graag deze methode willen opentrekken naar meer hulpverleningssituaties.

Ook voor personen die niet contactgestoord zijn, kan het gebruik van contactreflecties nuttig zijn. Personen zoals u en ik kunnen soms ook even het contact met de werkelijkheid, … kwijt zijn. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan crisissituaties, zoals personen die juist een auto-ongeval hebben meegemaakt. Personen moeten niet eerst het contact kwijt zijn, vooraleer contactreflecties toegepast mogen worden. Contactreflecties kunnen ook gebruikt worden om alleen contactbevorderend te werken. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan kinderen die schrik hebben omdat ze naar de tandarts moeten. Als de tandarts contactreflecties zou gebruiken, zou het kind misschien sneller voelen dat hij/zij begrepen wordt. Het contact kan verstevigd worden en het kind krijgt misschien minder schrik.

 

© 2005 Elke Matthyssen

 

Bibliografie

 

LEIJSSEN, M., ROELENS, L., Herstel van contactfuncties bij zwaar gestoorde patiënten door middel van Prouty’s pre-therapie. Tijdschrift voor klinische psychologie, jrg. 18, nr. 1, 1988, p. 21-34.

 

PETERS, H.,Toepassing van Prouty’s pretherapeutische methodes in de behandeling van geestelijk gehandicapten. Tijdschrift voor orthopedagogiek, kinderpsychiatrie en klinische kinderpsychologie, jrg. 21, nr. 1, 1996, p. 23-35.

 

VAN WERDE, D., Restauratie van het psychologisch contact bij acute psychose: Een toepassing van Prouty’s pre-therapie. Tijdschrift voor psychotherapie, jrg. 15, nr. 5, 1989, p. 271-279.

 

VAN WERDE, D., PROUTY, G., Het herstellen van het psychologisch contact bij een schizofrene jonge vrouw: Een toepassing van van pre-therapie. Tijdschrift voor klinische psychologie, jrg. 22, nr. 4, 1992, p. 269-279.

 

VAN WERDE, D., VAN AKOLEYEN, J., ‘Verankering’ als kernidee van residentiële psychosenzorg. Tijdschrift voor klinische psychologie, jrg. 24, nr. 4, 1994, p. 293-302.

 

DIJKSTRA, C., Rogeriaanse therapie: Thema en variaties. Amsterdam, Swets & Zeitlinger, 1989, 319 p.

 

LIETAER, G. (red.), VAN KALMTHOUT, M. (red.), Praktijkboek gesprekstherapie: Psychopathologie en experiëntiële procesbevordering. Utrecht, De Tijdstroom, 1995, 316 p.

 

MORRES, H. F. M., Gestalttherapie en zwakzinnigen: Een verkennende studie met praktische consequenties voor de concrete zwakzinnigenzorg. Lisse, Swets & Zeitlinger, 1979 (laatste druk: 1995), 67 p.

PETERS, H., Psychotherapie bij geestelijk gehandicapten. Amsterdam, Swets & Zeitlinger, 1992, 189 p.

 

PROUTY, G., VAN WERDE, D., PÖRTNER, M., Pre-therapie: Cliëntgericht werken met ernstig contactgestoorde mensen. Maarssen, Elsevier gezondheidszorg, 1998 (laatste druk:2001), 202 p.

 

UNRUH, J. F., De zorg voor kinderen met Downsyndroom: Een gids voor hulpverleners, opvoeders en ouders. Leuven, Acco, 1994 (laatste druk: 1999), 105 p.

 

VANDEREYCKEN, W. (red.), HOOGDUIN, C. A. L. (red.), EMMELKAMP, P. M. G. (red.), Handboek psychopathologie: Deel één, basisbegrippen. Houten/Diegem, Bohn Stafleu Van Loghum, 1990 (laatste druk: 2000), 579 p.

 

DEPESTELE, F., Therapeutische ruimte(n) vanuit experiëntieel perspectief. Tijdschrift cliëntgerichte psychotherapie, jrg. 38, nr. 4, 2000, p. 237-262. Gevonden op het internet op 24-02-’05, (http://www.focusing.org/therarui-publicatietekst.html)

 

GENDLIN, E. T., Focussing: Listening manual. Gevonden op het internet op 24-02-’05, (http://home.wanadoo.nl/a.heer/Foc-listen.html).

 

VERENIGING CLIËNTGERICHTE PSYCHOTHERAPIE, Wat is cliëntgerichte psychotherapie? Gevonden op het internet op 10-02-’05, (http://www.vcgp.nl/ mainindex.php?page=010101).

 

WIKIPEDIA, DE VRIJE ENCYCLOPEDIE, De steen van Rosette. Gevonden op het internet op 15-04-’05, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Steen_van_Rosette).

 

Gesprek met C. Adams, lector aan de Plantijn Hogeschool, Antwerpen, 21 maart 2005.

 

Gesprek met L. Suykerbuyk, maatschappelijk assistente van De Regenboog, Essen, 16 december 2004.

 

ADAMS, C., DEFIEUW, M., Cursus methoden van opvoeding en begeleiding voor het tweede jaar orthopedagogie. Plantijn hogeschool, 2003-2004, 110 p.

 

DE REGENBOOG, Functieomschrijving leefgroepbegeleid(st)ers. Essen, 4 p.

 

DE REGENBOOG, Infobrochure. Essen, 7 p.

 

DE REGENBOOG, Kwaliteitshandboek. Essen, pagina’s genummerd per hoofdstuk.

 

DE REGENBOOG, Sociaal verslag van Gert. Essen, mei 1994, 1 p.

 

HELLENBOSCH, G., Cursus psychopathologie voor het tweede jaar orthopedagogie. Plantijn hogeschool, 2003-2004, 104 p.

 

LEIJSSEN, M., Cursus psychopedagogische begeleiding: Counseling en consultatie voor 1ste licentie psychologie. Katholieke Universiteit Leuven, 2004-2005, 300 p.

Universiteit of Hogeschool
Graduaat Orthopedagogie
Publicatiejaar
2005