Artainment: ervaring, beleving en vermaak. een onderzoek naar de verwachtingen van jonge bezoekers van kunstmusea en naar de museale strategieën om aan deze verwachtingen tegemoet te komen.

Natalie Libaers
‘Met de handen in het haar!’
 
Zowel op de onderzoeksagenda als op de politieke agenda wordt cultuur steeds belangrijker.  Neem bijvoorbeeld de beleidsnota van cultuur, die stelt dat cultuur onmisbaar is bij de volledige ontwikkeling van het individu en de samenleving.  Om persoonlijk volledig te kunnen ontplooien, is er aldus nood aan culturele participatie.  En als er nu iets is waar jongeren vaak geen tijd voor willen maken, dan is het wel voor cultuur.  Beleidsmakers, culturele centra en musea zitten met de handen in het haar en weten niet meer hoe ze cultuur voor jongeren interessanter

Artainment: ervaring, beleving en vermaak. een onderzoek naar de verwachtingen van jonge bezoekers van kunstmusea en naar de museale strategieën om aan deze verwachtingen tegemoet te komen.

‘Met de handen in het haar!’

 

Zowel op de onderzoeksagenda als op de politieke agenda wordt cultuur steeds belangrijker.  Neem bijvoorbeeld de beleidsnota van cultuur, die stelt dat cultuur onmisbaar is bij de volledige ontwikkeling van het individu en de samenleving.  Om persoonlijk volledig te kunnen ontplooien, is er aldus nood aan culturele participatie.  En als er nu iets is waar jongeren vaak geen tijd voor willen maken, dan is het wel voor cultuur.  Beleidsmakers, culturele centra en musea zitten met de handen in het haar en weten niet meer hoe ze cultuur voor jongeren interessanter én aanlokkelijker kunnen maken. 

 

In mijn eindverhandeling heb ik de wisselwerking die er bestaat tussen jongeren en het kunstmuseum onderzocht.  Wat verwachten jongeren van een kunstmuseum?  Heeft educatie bij hen plaats moeten maken voor plezier of is er ruimte voor beide?  Is er al dan niet sprake van ‘artainment’, waarbij de kunstbeleving gecombineerd wordt met plezier?  Welke strategieën gebruikt het kunstmuseum om aan de verwachtingen van de jongeren tegemoet te komen?  En hoe probeert men hierbij het educatieve aspect niet uit het oog te verliezen? 

 

Het heft in eigen handen nemen

Volgens de officiële definitie heeft het museum vier functies, namelijk het verwerven, behouden, onderzoeken en ontsluiten van de collectie.  Naast deze vier officiële functies kent het museum echter ook nog andere educatieve doelstellingen.  Het is immers nog steeds de bedoeling dat de bezoeker ook daadwerkelijk iets bijleert van zijn bezoek aan het museum.  De educatieve museumdienst speelt hier een belangrijke rol, daar het deze dienst is die de educatieve functie zo goed mogelijk naar de bezoeker tracht te vertalen. 

 

Natuurlijk zal het publiek deze opgedwongen educatieve rol van het museum niet zomaar aanvaarden.  De bezoeker heeft een grote macht en kan het museum door middel van zijn handelingen zelfs veranderen!  Zo nemen jongeren vaak het heft in eigen handen, dit niet door hun te bevrijden van de dwang en weg te lopen uit het museum, maar door in het museum zelf creatief om te gaan met de regels.  Je omzeilt de educatieve functie immers perfect wanneer je bijvoorbeeld met elkaar praat of al gewoon niet oplet tijdens de rondleiding door het museumpersoneel aangeboden. 

 

Waarom niet, waarom wel?!

Vanzelfsprekend moet er, voordat de rondleiding plaatsvindt, eerst de keuze gemaakt worden om het museum te bezoeken en zijn niet alle jongeren even benieuwd naar het kunstmuseum.  Sommigen zal je nooit in een museum aantreffen terwijl anderen er daadwerkelijk in geïnteresseerd zijn.  Zo tonen jongeren uit een hoger opleidingsniveau en met ouders die het museum regelmatig bezoeken ook zelf meer culturele interesse.  Maar niet alleen de opleiding of de opvoeding zal mensen verhinderen een bezoek te brengen aan een kunstmuseum.  Er is ook de tijdkost, de geldkost, het feit dat het museum ruimtelijk te ver gelegen is, enzovoort. 

 

Wanneer jongeren bevraagd worden naar hun redenen om het kunstmuseum te bezoeken, blijken ze in de eerste plaats te gaan omdat ze verplicht worden door hun school en in de tweede plaats om iets moois te zien.  Ondanks de verplichting vinden ze het wel een goed initiatief om met de klas een kunstmuseum te bezoeken, dit niet omdat ze er iets willen bijleren maar omdat het een leuke uitstap is. 

 

Redenen die jongeren hebben om het kunstmuseum niet te bezoeken zijn de desinteresse, het tijdsgebrek en het feit dat ze niet weten welke tentoonstellingen er lopen.  Het is bijgevolg niet alleen belangrijk om jongeren op een effectieve wijze te informeren van het aanbod, maar ook om zichzelf als interessante activiteit te profileren op de vrijetijdsmarkt.  Jongeren hebben immers de keuze tussen talloze bezigheden en zijn gewoon vaak niet volledig op de hoogte van alle keuzemogelijkheden die ze hebben!

 

Het gebruik van een website is voor een museum geen goede manier om jongeren te bereiken.  Het museum moet zich meer op receptieve informatiebronnen richten, zoals advertenties en televisiecampagnes.  Hierbij moeten de jongeren niet zelf actief op zoek gaan naar informatie maar worden ze er mee geconfronteerd.  Deze informatiebronnen lijken optimaal, daar jongeren hun drukke agenda niet altijd op voorhand plannen en de gebruikte informatiebronnen dus steeds kort op de bal moeten spelen. 

 

Andere redenen zoals de hoge toegangsprijs en de onbereikbaarheid van het museum zijn geen echte redenen.  Zo is er bijvoorbeeld in Londen reeds gebleken dat zelfs het gratis maken van het museumaanbod niet meer jongeren naar het museum lokt.  Deze redenen beschouwen we bijgevolg als ‘zoethoudertjes’ waar de jongeren zelf in wensen te geloven.  Zo voelen ze zichzelf niet schuldig als ze niet participeren. 

 

Artainment

Zowel plezier als educatie zijn klaarblijkelijk twee van de meest belangrijke verwachtingen die jongeren hebben van een museum.  Een ideale manier om een jong publiek te bereiken is dus het voorzien in evenementen, activiteiten en projecten die een kruising zijn tussen plezier en educatie en dus bij wijze van spreken een vorm van ‘artainment’ vormen.  Denk bijvoorbeeld maar aan het grote succes van de Belmondo-fuiven georganiseerd in het S.M.A.K. te Gent. 

 

Een vaakgehoorde kritiek op bijvoorbeeld de Belmondo-fuiven is dat men de kunstwereld niet juist overbrengt naar de jongere.  Niets is echter minder waar.  Door jongeren in het museum een positieve ervaring te laten meemaken, gaan ze later meer geneigd zijn om nog eens een museum te bezoeken en zal hun algemene interesse in de museumwereld stijgen.  Het toepassen van artainment is met andere woorden dé ideale manier om de museumwereld aan de leefwereld van de jongere te linken om zo de drempel van het museumbezoek drastisch te verlagen. 

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE

ALASUUTARI P. Researching Culture: qualitative method and cultural studies. Londen,

SAGE Publications, 1995, 208 p.

 

ANCIAUX B. Beleidsnota cultuur 2000 – 2004. Brussel, Ministerie van de Vlaamse

Gemeenschap, 2000, 74 p.

 

ANCIAUX B. Beleidsnota cultuur 2004 – 2009. Brussel, Ministerie van de Vlaamse

Gemeenschap, 2004, 55 p.

 

APPADURAI A., BRECKENRIDGE C.A. Museums are good to think. Heritage on view in India. In: BOSWELL D., EVANS J. (Eds.) Representing the nation: A reader: Histories, heritage and museums. Londen, Routledge, 1999, 471 p.

 

ARKSEY H., KNIGHT P. Interviewing for Social Scientists. Londen, SAGE Publications,

1999, 208 p.

 

BAARDA D.B., DE GOEDE M.P.M. Basisboek Methoden en Technieken. Groningen,

Stenfert Kroese, 2001, 399 p.

 

BAARDA D.B., DE GOEDE M.P.M. Basisboek Statistiek met SPSS voor Windows.

Groningen, Stenfert Kroese, 1999, 153 p.

 

BELCHER M. Exhibitions in Museums. Londen, Leicester University Press, 1991, 230 p.

 

BENNETT T. The Birth of the Museum. Londen, Routledge, 1998, 278 p.

 

BODEN D. The World as it Happens: Ethnomethodology and Conversation Analysis. In:

RITZER G. (Ed.) Frontiers of social theory. New York, Columbia University Press, 1990,

434 p.

 

BOURDIEU P. Distinction. A social critique of the judgement of taste. Londen, Routledge,

1994, 613 p.

 

BOURDIEU P. Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip. Amsterdam, Van Gennep, 1989, 352 p.

 

BROEKHUIZEN J., HUYSMANS F. Cultuur op het web. Het informatieaanbod op websites van musea en theater. In: Sociaal Cultureel Planbureau, 2002, 71 p.

133

 

CARPENTIER N. ICT als instrument voor culturele participatie. Een virtueel museumproject van nabij bekeken. In: Recreatief Vlaanderen, working paper, 2003-03, 21 p.

 

CORIJN E., STOFFEN M., NEEFS H., MATTHIJS K., DE KNOP P., THEEBOOM M.

Vrijetijd, onderzoek en beleid. In: DE KNOP P. (Ed.) Veertig jaar sport- en vrijetijdsbeleid in Vlaanderen. Brussel, VUBPRESS, 2000, 238 p.

 

CRESWELL J.W. Research Design. Qualitative, Quantitative, and Mixed Methods

Approaches. Londen, SAGE Publications, 2003, 246 p.

 

DE BRABANDER G., DESMET A., VAN WINKEL K. De Muzen nodigen uit!? Marketing in de Cultuursector. Brussel, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 1999, 253 p.

 

DE CERTEAU M. The practice of everyday life. Berkeley, University of California Press,

1984, 229 p.

 

DENZIN N.K. The Research Act. Chicago, Aldine Publishing Company, 1970, 368 p.

 

DENZIN N.K., LINCOLN Y.S. Introduction In: DENZIN N.K., LINCOLN Y.S. (Eds.)

Strategies of Qualitative Inquiry. Londen, SAGE Publications, 2003, 460 p.

 

DUNCAN C. From the princely gallery to the public art museum. In: BOSWELL D., EVANS J. (Eds.) Representing the nation: A reader: Histories, heritage and museums. Londen, Routledge, 1999, 471 p.

 

ELCHARDUS M. Sociologie. Brussel, VUB Dienst Uitgaven, 1996, 275 p.

ELIAS W. Cultuurbeleid in Vlaanderen, een stand van zaken. In: DE KNOP P. (Ed.) Veertig jaar sport- en vrijetijdsbeleid in Vlaanderen. Brussel, VUBPRESS, 2000, 238 p.

 

FOUNDATION DE FRANCE / ICOM. Museums Without Barriers. In: FOUNDATION DE FRANCE / ICOM. (Ed.) Museums without barriers. A new deal for disabled people. Londen, Routledge, 1991, 214 p.

 

GANS H.J. Popular Culture and High Culture. New York, Basic Books Inc. Publishers,

1974, 179 p.

 

GANZEBOOM H. Cultuurdeelname in Nederland. Assen/Maastricht, Van Gorcum, 1989,

194 p.

 

GELDOF K. Economie, exces, grens. Michel de Certeaus genealogie van de moderniteit. In: GELDOF K., LAERMANS R. (Eds.) Sluipwegen van het denken. Over Michel De Certeau. Nijmegen, SUN, 1996, 208 p.

 

GIDDENS A. Conversations with Anthony Giddens. Cambridge, Polity Press, 1999, 233 p.

 

GIDDENS A. Profiles and critiques in social theory. Londen, The Macmillan Press Ltd.,

1982, 239 p.

 

GIELEN P. Museumchronotopics. On the representation of the past in museums. In:

Recreatief Vlaanderen, working paper, 2004-03, 23 p.

 

GLORIEUX I. Vlaanderen in uren en minuten. Brussel, VUBPRESS, 2002, 36 p.

 

GLORIEUX I., MOENS M. Big Brother of Brave New World? Media, vrije tijd en levensstijl in een symbolische samenleving. In: CARPENTIER N., PAUWELS C., VAN

OOST O. (Eds.) Het on(be)grijpbare publiek. Brussel, VUBPRESS, 2004, 459 p.

 

HAANSTRA F. Beleving en waardering van museumbezoek. Een onderzoek in drie

historische musea. Amsterdam, Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek van de

Universiteit van Amsterdam, 1992, 158 p.

 

HALPIN M. Play it again, Sam: reflections on a new museology. In: Museum International, UNESCO, 1997, vol. 49, nr. 2, p. 52 - 56.

HEIN H.S. The Museum in Transition. Londen, Smithsonian Institution Press, 2000, 203 p.

 

HENDON W.S. Analyzing an Art Museum. New York, Praeger, 1979, 263 p.

 

HOOPER-GREENHILL E. Museum learners as active postmodernist: contextualizing

constructivism. In: HOOPER-GREENHILL E. (Ed.) The Educational Role of the Museum.

Londen, Routledge, 1999, 346 p.

 

HOOPER-GREENHILL E. Museums and communication: an introductory essay. In:

 

HOOPER-GREENHILL E. (Ed.) Museum, Media, Message. Londen, Routledge, 2001, 299 p.

 

HOOPER-GREENHILL E. Museums and the Interpretation of Visual Culture. Londen,

Routledge, 2000, 195 p.

 

HOOPER-GREENHILL E. Museums and the shaping of knowledge. Londen, Routledge,

2003, 232 p.

 

HOOPER-GREENHILL E. Museums and their Visitors. Londen, Routledge, 1994, 206 p.

 

HOOPER-GREENHILL E. Preface. In: HOOPER-GREENHILL E. (Ed.) The Educational Role of the Museum. Londen, Routledge, 1999, 346 p.

 

IMPEY O. The origins of museums. Oxford, Clarendon Press, 1987, 335 p.

 

LAERMANS R. Het cultureel regiem. Tielt, Lanno, 2002, 175 p.

 

LAMONT M., WUTHNOW R. Betwixt and Between: Recent Cultural Sociology in Europe and the United States. In: RITZER G. (Ed.) Frontiers of social theory. New York, Columbia University Press, 1990, 434 p.

 

LEEMANS P. 'Luchtmuur' tegen stof van toeristen voor David. In: Het Laatste Nieuws,

06/01/2005, p. 10.

 

LEWIS J. Cultural Studies. The basics. Londen, Sage, 2002, 492 p.

 

MAGNANT A. Access to historical monuments for disabled people: the policy of the

Direction du Patrimoine. In: FOUNDATION DE FRANCE / ICOM. (Ed.) Museums without barriers. A new deal for disabled people. Londen, Routledge, 1991, 214 p.

 

MATLIN M.W. Cognition. Chichester, Wiley, 2003, 591 p.

 

MAY T. Social Research. Issues, methodes and process. Buckingham, Open University

Press, 2001, 258 p.

 

MCLEAN F. Marketing the Museum. Londen, Routledge, 1997, 257 p.

 

MERRIMAN N. Museum Visiting as a Cultural Phenomenon. In: VERGO P. (Ed.) The new Museology. Londen, Reaktion Books Ltd, 2000, 230 p.

 

MOMMAAS H. Vrijetijd in een tijdperk van overvloed. In: Vrijetijdsstudies, 2003 / 2004,

vol. 21, nr. 2, p. 5 – 20.

MOORE D.S., MCCABE G.P. Statistiek in de praktijk. Den Haag, Academic Service, 2003,

721 p.

 

NEELS K. Principale Componenten Analyse. In: Toepassingen Multivariate Analyse in

Sociaal Onderzoek. Brussel, Vrije Universiteit Brussel, Dienst Uitgaven, 2005, 15 p.

 

ONFRAY M. Antihandboek voor de filosofie. Rotterdam, Lemniscaat, 2003, 320 p.

 

PAUWELS C., VAN OOST O., LAVENS A. Hip en Hype, bits en bytes: het kunstmuseum, culturele aanbod- en participatietrends in een digitaal tijdperk. In: Recreatief Vlaanderen, working papers, 2004-02, 18 p.

 

PEETERS T. Gratis cultuur leidt niet tot hogere participatie. In: De Tijd, 05/12/2003, p. 15.

 

POMIAN K. De oorsprong van het museum. Heerlen, De Voorstad, 1990, 101 p.

 

RITZER G. Micro-Macro Linkage in Sociological Theory: Applying a Metatheoretical Tool. In: RITZER G. (Ed.) Frontiers of social theory. New York, Columbia University Press, 1990, 434 p.

 

ROCHE M. Citizenship, popular culture and Europe. In: STEVENSON N. (Ed.) Culture &

Citizenship. Londen, SAGE Publications, 2001, 216 p.

 

ROOSE H.,WAEGE H. Publiek belicht. Handboek publieksonderzoek voor culturele

instellingen. Antwerpen, De Boeck, 2004, 159 p.

 

S.M.A.K. Brochure “Kalender 10.2004…01.2005”.

 

S.M.A.K. Brochure “Algemene informatie”.

 

SERET A. Museum Open. Enkhuizen, Nederlandse Museum Vereniging, 1978, 209 p.

 

SMALING A. Methodologische objectiviteit en kwalitatief onderzoek. Lisse, Swets en

Zeitlinger, 1987, 385 p.

 

SMITH C.S. Museums, Artefacts, and Meanings. In: VERGO P. (Ed.) The new Museology. Londen, Reaktion Books Ltd, 2000, 230 p.

 

SMITS W. Wat doen jongeren allemaal? In: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,

afdeling Jeugd en sport en CJP. Smakers. Jongeren en cultuur 2004. Brussel, 2004, 143 p.

 

STEVENSON N. Culture and citizenship: an introduction. In: STEVENSON N. (Ed.) Culture & Citizenship. Londen, SAGE Publications, 2001, 216 p..

 

TER BOGT T. One, Two, Three, Four… Popmuziek, jeugdcultuur en stijl. Utrecht, Uitgeverij Lemma BV, 1997, 132 p.

 

TEURLINGS J. In stukken en brokken: de invloed van Foucault op cultural studies. In:

Tijdschrift voor Sociologie, 2002, vol. 23, nr. 34, p. 261 – 279.

 

TURNER B.S. Outline of a general theory of cultural citizenship. In: STEVENSON N. (Ed.) Culture & Citizenship. Londen, SAGE Publications, 2001, 216 p.

 

VAN DEN BRANDE L., MARTENS L. Decreet tot erkenning en subsidiëring van musea.

Brussel, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 1996, 16 p.

 

VAN DEN BROECK K. Schoolvoorstellingen. In: De Morgen, 20/10/2004, p. 18.

 

VAN DER POEL H. Tijd voor vrijheid. Amsterdam, Uitgeverij Boom, 1999, 380 p.

 

VAN OOST O. De bezoeker van het kunstmuseum in de vitrine: gezichtspunten op

museumparticipatie. In: CARPENTIER N., PAUWELS C., VAN OOST O. (Eds.) Het

on(be)grijpbare publiek. Brussel, VUBPRESS, 2004, 495 p.

 

VAN OOST O. Museum participation in a network society: A reflection. In: Recreatief

Vlaanderen, working papers, 2003-01, 23 p.

 

VENMANS P. Certeau / Perec: schrijven als tactiek. In: GELDOF K., LAERMANS R. (Ed.) Sluipwegen van het denken. Over Michel De Certeau. Nijmegen, SUN, 1996, 208 p.

 

VERGO P. The Reticent Object. In: VERGO P. (Ed.) The new Museology. Londen, Reaktion Books Ltd, 2000, 230 p.

 

VLASSELAERS J. Culturele Studies: een status questionis. In: VLASSELAERS J.,

BAETENS J. (Eds.) Handboek culturele studies. Leuven, Acco, 1996, 213 p.

 

WALSH K. The representation of the Past. Londen, Routledge, 1992, 204 p.

 

WESTEN M.G. Inleiding. In: WESTEN M.G. (Ed.) Met den tooverstaf van ware kunst.

Leiden, Martinus Nijhoff, 1990, 252 p.

 

WESTEN M.G. Roert men den tooverstaf van ware kunst alle standen en rangen aan! In:

 

WESTEN M.G. (Ed.) Met den tooverstaf van ware kunst. Leiden, Martinus Nijhoff, 1990,

252 p.

 

WHITLEY B.E. Principles of research in behavioral science. New York, McGraw-Hill,

2001, 668 p.

 

Universiteit of Hogeschool
Communicatiewetenschappen
Publicatiejaar
2005
Share this on: