Meubelmaker Van den Berghe - Pauvers

Ellen De Clercq
Van den Berghe-Pauvers.
 
Van hout tot meubel, twee generaties moderne vormgeving vertelt het verhaal van de meubelfabriek Van den Berghe-Pauvers, die reeds sinds 1907 in de Meibloemstraat te Gent gevestigd is. Nog steeds is het bedrijf in handen van de familie Van den Berghe, die achttiende-eeuwse wortels in de houtsector heeft.
Na een aantal jaren te hebben samengewerkt met zijn broer Florimond, stichtte Désiré Van den Berghe, de grootvader van de huidige leidinggevende generatie, in 1920 samen met zijn echtgenote de meubelfabriek Van den Berghe-Pauvers.

Meubelmaker Van den Berghe - Pauvers

Van den Berghe-Pauvers.

 

Van hout tot meubel, twee generaties moderne vormgeving vertelt het verhaal van de meubelfabriek Van den Berghe-Pauvers, die reeds sinds 1907 in de Meibloemstraat te Gent gevestigd is. Nog steeds is het bedrijf in handen van de familie Van den Berghe, die achttiende-eeuwse wortels in de houtsector heeft.

Na een aantal jaren te hebben samengewerkt met zijn broer Florimond, stichtte Désiré Van den Berghe, de grootvader van de huidige leidinggevende generatie, in 1920 samen met zijn echtgenote de meubelfabriek Van den Berghe-Pauvers. Deze naam bleef tot heden gebruikt voor de nog steeds bestaande onderneming.

 

Terwijl de meubelen van Désiré een nog erg traditionele uitstraling kenden, koos Désiré’s zoon, Albert Van den Berghe reeds midden jaren twintig voor een meer eigentijdse vormgeving, aansluitend bij de geldende invloed van de art deco. Waar deze art deco meubelen nog het midden hielden tussen traditie en vernieuwing, evolueerde Alberts smaak naar een voorkeur voor moderne vormgeving. Als meubelfabrikant ontving hij opdrachten van de jonge en vooruitstrevende Gentse architecten François Meirlé (1903-1968), Robert Verbanck (1911) en Gaston Eysselinck (1907-1953), naar wiens ontwerpen bij Van den Berghe-Pauvers meubelen vervaardigd werden. 

Nadat de tweede wereldoorlog de opgang van het bedrijf had geremd en een bombardement de gebouwen had beschadigd, behoorde het meubelbedrijf, na een snelle heropbouw en bloei, in de jaren vijftig tot de koplopers van de Gentse meubelscène. Van den Berghe-Pauvers maakte deel uit van het eind 1951 opgerichte collectief Het Gentse Meubel en exposeerde op de drie edities van het Nationale Salon voor Modern Sociaal Meubel, twee initiatieven kaderend in de context van het sociaal meubel, een concept dat algemene verspreiding kende in de Belgische meubelwereld tijdens de jaren vijftig. Het bedrijf, dat een zekere bekendheid genoot, werkte mee aan diverse tentoonstellingen en richtte een groot aantal modelwoningen en –appartementen in, evenementen die eveneens in de context van het sociale meubel te situeren zijn.

In 1958 was het meubelbedrijf van Albert Van den Berghe op de Brusselse Expo aanwezig met een door Jos De Mey (1928) ontworpen meubel-ensemble. Gedurende de jaren vijftig en zestig werd de meubellijn van Van den Berghe-Pauvers bepaald door de creaties van deze ontwerper. Zonder zijn belangrijk aandeel was het Gentse meubelbedrijf nooit geworden wat het ooit was en nog steeds is. Omgekeerd kan ook worden gesteld dat zonder de idealistische ingesteldheid en ambachtelijke kennis van Albert, en zijn voorkeur voor moderne vormgeving, de meubelontwerpen van Jos de Mey mogelijk nooit, of in elk geval minder talrijk gerealiseerd werden.

 

Eind 1959 werd een Van den Berghe-Pauvers stoel, naar ontwerp van Rik Gerard, bekroond met het Gouden Kenteken. Dit kwaliteitslabel werd in 1963 overgenomen door het Brusselse Design Centre. Een groot aantal meubelen van Dries (1943) en Bob (1947) Van den Berghe, die vanaf eind jaren zestig eveneens meubelen begonnen te ontwerpen voor het bedrijf van hun vader Albert Van den Berghe, werden tijdens de jaren zeventig en tachtig door dit Design Centre geselecteerd. 

Waar Bob aanvankelijk met meubelreeksen in hoogglanslak, iets totaal nieuw wilde brengen, werd even snel opnieuw overgeschakeld naar de vertrouwde en natuurlijke uitstraling van het hout. Hoewel de Van den Berghe-Pauvers meubelen uit de verschillende decennia van de tweede helft van de twintigste eeuw een duidelijke evolutie vertonen, worden ze alle gekenmerkt door een sobere vormgeving. Een aantal ontwerpen uit de jaren tachtig vallen, door hun vluchtige raakpunten met de toen algemeen geldende stroming van het postmodernisme, uit de boot in het door eenvoud gekarakteriseerde oeuvre van Van den Berghe-Pauvers. De bekendste meubelen hierin zijn ongetwijfeld de Cirkante tafel, het Iris dressoir en de Iris stoel. Deze dateren respectievelijk van 1976 en 1982 en worden nog steeds verkocht, net als andere reeds oudere, maar tijdloze ontwerpen.

 

In de Van den Berghe-Pauvers filosofie wordt de Latijnse herkomst van het woord meubel, mobilis, eer aangedaan, en is een meubel niet enkel mobiel in de ruimte, maar bij voorkeur ook mobiel in zichzelf. De kracht van de Van den Berghe-Pauvers meubelen schuilt in dit gehanteerde mobiliteitsprincipe en in het tijdloze karakter, kenmerkend voor de ontwerpen. 

Hedendaagse, maar tijdloze vormgeving is in de Van den Berghe-Pauvers filosofie een prioriteit, die geen ruimte laat voor veel ornamenten en fantasietjes. De nagestreefde schoonheid door eenvoud is het kenmerk geworden van de Gentse meubelen, maar is tevens de grootste beperking die de ontwerpers zichzelf opleggen. Perfecte afwerking is een andere belangrijke troef van het bedrijf en zorgt mede voor de kwaliteit, die gegarandeerd wordt door het gehanteerde halfambachtelijke productieproces, waardoor elk meubel een stukje ziel en een ondefinieerbare meerwaarde krijgt.

 

Uniek is dat zowel ontwerp en fabricatie als verkoop, levering en nazorg binnen en door hetzelfde bedrijf gebeuren. Hoewel Van den Berghe-Pauvers ook met externe ontwerpers samenwerkte, bleef de nauwe relatie tussen ontwerper en fabrikant, telkens gewaarborgd. Dries en Bob huldigen, net als onder meer de ontwerpers Jean Prouvé (1901-1984) en Willy Van Der Meeren (1923), het principe, dat de designer “aan de machine moet staan, sans parasites entre créateurs et exécutants”.

Na jaren activiteit in de hout- en meubelsector en na twee generaties moderne vormgeving is Van den Berghe-Pauvers nog steeds aanwezig in de Vlaamse en Belgische designwereld. Het bedrijf dat eertijds één van de koplopers was inzake moderne vormgeving, mist vandaag de vitale uitstraling van weleer. Heel wat meubelen die nu verkocht worden, werden jaren terug ontworpen, wat opnieuw wijst op de tijdloze kracht van deze ontwerpen. Aan de enkele nieuwe meubelen, die nu effectief gerealiseerd worden, gaat heel wat denkwerk vooraf. Deze recente creaties sluiten nauw aan bij de oudere meubelontwerpen waardoor kan gesteld worden dat een zekere berusting gevonden werd in de stijl eigen aan Van den Berghe-Pauvers meubelen.

De tijdloosheid en eenvoud zijn, samen met een perfecte en ambachtelijke afwerking de kenmerkende ingrediënten van een Van den Berghe-Pauvers meubel, dat zijn oorsprong vindt in de liefde voor het hout.

 

Van hout tot meubel werd de monografie van een meubelfabriek, die tot op heden niet de aandacht ontving waarop ze recht heeft. Met deze verhandeling werd getracht een eerste aanzet te geven tot het invullen van de leemte in onze, al beperkte Belgische meubelgeschiedenis. Gebrek aan correct wetenschappelijk onderzoek naar het Belgische naoorlogse meubel, in combinatie met het doodzwijgen van figuren die in dit gebeuren een prominente rol speelden, maakt dat een totaal onecht beeld ontstaat. Wil men geen verwaterde meubelgeschiedenis achterlaten, dan is zeker nog werk aan de winkel.

 

                                                                                                                        Ellen De Clercq

 

Universiteit of Hogeschool
Kunstwetenschappen
Publicatiejaar
2003