Is het Westen dominant in de culturele dialoog?

Cedric Heyligen
Is het Westen te dominant in de interculturele dialoog?
 
Is het nog nuttig om iets neer te schrijven over religie? Leven we niet in een tijd waarin God door veel mensen al lang dood verklaard is? Het aantal vaste kerkgangers is als het ware op één hand te tellen en steeds minder mensen voelen er iets voor om de zin van het leven bij God te zoeken. Betekent dit dat onze huidige samenleving zich in een moreel verval bevindt? Is de huidige generatie haar levensbeschouwing aan het verliezen? Het lijkt er in ieder geval op dat de westerse samenleving steeds minder haar heil zoekt bij die éné God.

Is het Westen dominant in de culturele dialoog?

Is het Westen te dominant in de interculturele dialoog?

 

Is het nog nuttig om iets neer te schrijven over religie? Leven we niet in een tijd waarin God door veel mensen al lang dood verklaard is? Het aantal vaste kerkgangers is als het ware op één hand te tellen en steeds minder mensen voelen er iets voor om de zin van het leven bij God te zoeken. Betekent dit dat onze huidige samenleving zich in een moreel verval bevindt? Is de huidige generatie haar levensbeschouwing aan het verliezen? Het lijkt er in ieder geval op dat de westerse samenleving steeds minder haar heil zoekt bij die éné God. Anderzijds vervallen andere culturen volgens ons maar al te vaak in een religieus fanatisme dat ons doet huiveren. Ik doel hier niet alleen op de fanatiekelingen die zich opblazen om het martelaarschap te bereiken, ook de dagelijkse rituelen of ‘puja’ van onze hindoeïstische buurman komen ons zeer vreemd over. Hoe vaak wordt er niet gedacht dat je toch al een echte fanatiekeling moet zijn om dag in dag uit deze rituelen ter aanbidding van één of andere God uit te voeren? Is dit wel terecht? Kunnen we stellen dat zij fanatiekelingen zijn, die volslagen zinloze rituelen uitoefenen ter ere van een God die er niet is? Of moeten we ergens wel toegeven dat het vanuit deze westerse denkwijze zeer moeilijk is om een open dialoog op gang te brengen met andere culturen? Hoe komt het toch dat wij, westerlingen, er niet in schijnen te slagen om de ervaring van een andere cultuur in haar waarde te laten?

            Er is iets heel vreemds aan de gang in het huidige westerse denken. De mensen die nog geloven in God, de theïsten, denken automatisch dat alle mensen ter wereld in één of andere God geloven. Diegenen die dat niet doen zijn voor hen ongelovigen of afvalligen. Eén specifieke groep mensen in het academische landschap dat zich religieuze atheïsten noemt, zijn van mening dat zij uit deze gedachtegang stappen. Zij zijn van mening dat men niet in het bestaan van God hoeft te geloven om toch een gevoel van religiositeit te bereiken. Volgens hen is het zo dat elke cultuur, ook diegene waarin men zich niet tot één of andere God richt, een religieuze dimensie heeft. Tenslotte zijn er steeds meer mensen in het Westen die niet meer in het bestaan van God geloven. Steeds vaker is deze groep van mening dat de anderen die wel in het bestaan van God geloven, achterlijk en fanatiek zijn, in het beste geval onwetend.

In een wereld die multicultureler en globalistischer wordt opgevat, is een goede interculturele dialoog onontbeerlijk. Toch is een correcte weergave van de andere cultuur vaak ver te zoeken: ofwel stelt men andere culturen voor als religieus terwijl dit niet het geval is ofwel stelt men andere culturen voor als achtergestelden en onderontwikkelde landen ten opzichte van het moderne Westen. Ik geef u een concreet voorbeeld tot wat voor een psychologische inbreuk het kan leiden als men louter westerse principes hanteert om een andere cultuur te ‘beschrijven’. Professor S.N. Balagangadhara van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte te Gent, vertelde ons vaak over zijn jeugd in India. Zo deed hij als kind ‘puja’ voor Shiva linga. Sinds de kolonisatie door Engeland echter was in India het Engels de eerste voertaal geworden en leerde hij dat ‘puja’ eigenlijk ‘worship’ betekende of dat ‘devas’ eigenlijk ‘Gods’ waren. Net zoals vele andere Indiërs nam hij deze Engelse betekenissen over en herdefinieerde hij zijn eigen culturele ervaringen volgens de moderne zienswijze. Het was echter een grote shock voor hem toen hij op veertienjarige leeftijd te weten kwam dat ‘linga’ werd vertaald als phallus. Hij had met andere woorden van de Engelse wetenschappers geleerd dat hij eigenlijk rituelen uitvoerde ter ere van een grote penis! Ervaringen zoals deze leerde Indiërs om hun eigen cultuur te verachtten en te verwerpen. Maar moet men zich dan niet de vraag stellen of we op deze manier niet iemand beroven van zijn of haar eigen ervaringen, cultuur? Is het echt wel zo dat het dankzij de westerse wetenschap is dat mensen uit andere culturen hun eigen ervaringen op de enige en juiste manier kunnen beleven?

Dat men ervan uitgaat dat alle culturen een religieuze dimensie hebben, is problematisch. Waarom gaat men hier a priori van uit? Naar mijn weten heeft nog niemand een sluitend antwoord kunnen geven op wat er nu juist bedoeld wordt met de term religie. Het lijkt wel alsof het voor een westerling onmogelijk is om te denken dat er culturen bestaan die niet religieus zijn, die niet dat gevoel kennen wat wij trachten te verwoorden. Waarom kan het lichaam niet los staan van één of andere transcendentie of heelheid, zonder daarvoor God dood te moeten verklaren, zonder daardoor een wereldbeeld te verliezen? Waarom kan alles wat het leven is, niet vervat zitten in het lichaam en zijn beweging?

Om mijn punt duidelijker te maken, neem ik weer het voorbeeld van ‘rituelen’ omdat deze volledig het lichaam en zijn beweging behelzen. Alle westerse sociologen, antropologen en psychologen (uitgezonderd Frits Staal) gaan er van uit dat het ritueel een bijkomende functie heeft en niet op zich bestaat. Deze wetenschappers kunnen in twee groepen worden verdeeld. Volgens de eerste groep ‘experts’ dient het ritueel om in contact te komen een andere, religieuze dimensie. Volgens de tweede groep, die niet in de religieuze dimensie van het ritueel gelooft, is het een sociaal bindmiddel. Men vindt in bijna alle etnografische rapporten terug dat personen die zulke rituelen uitvoeren niet weten waarom ze dit doen of antwoorden dat ze dit doen omdat hun voorouders dit ook deden. Toch negeert men dit steeds in de westerse wetenschap en zoekt men steeds naar een bijkomende functie. Het lijkt wel of men er in de westerse wetenschap vanuit gaat dat deze mensen hun eigen ervaringen niet kunnen analyseren zoals wij westerlingen, en daarom moeten wij het voor hen doen. Dat is toch volslagen onlogisch zeg nu zelf? Ik ben toch niet de persoon die u moet vertellen wat u voelt? Waarom kunnen rituelen niet gewoon gaan over de juiste beweging van het lichaam? Waarom zijn rituelen geen cultuurspecifieke manier om met de omringende wereld om te gaan? Misschien is het voor ons zo moeilijk omdat wij automatisch al onze handelingen analyseren en er steeds een reden aan willen geven. 

Daarom vormt de obsessief-compulsieve stoornis of de dwangstoornis zo’n probleem voor de moderne wetenschap. Duidelijker: het feit dat mensen zichzelf verplichten om bepaalde handelingen uit te voeren, zonder dat daar een echte reden voor lijkt te zijn, plaatst de westerse wetenschap voor een raadsel. De personen die deze rituelen uitvoeren, weten ook niet waarom ze dit doen en toch wordt het als een ziekte beschouwd die kan verklaard worden. Waarom probeert het blinde Westen, te zien als het aankomt op het leren van andere culturen? Waarom voelt het Westen niet als het toch in het duister tast? Moet werkelijk alles neergeschreven staan om kennis te zijn?

Universiteit of Hogeschool
Letteren en wijsbegeerte, vergelijkende cultuurwetenschappen
Publicatiejaar
2003
Share this on: