Welbevinden wel bevonden?

Lin
Tulfer

image

"Mijn ADHD’er heeft het weer druk vandaag!

"Pfff, onze ASS’er had weer een crisisje!”

“Ik zit met mijn handen in het haar, mijn hoogbegaafde heeft weer niks te doen…”

Inleiding

ADHD, ASS, hoogbegaafd, dyslexie, dysfasie, leerstoornissen, gedragsstoornissen,… deze labels zijn niet meer weg te denken uit het hedendaagse onderwijs. Alle leerkrachten gebruiken ze, hopen leerlingen bezitten ze. Of zo lijkt het toch.

Mensen worden niet geboren met dat label, het is onze manier om alles – wetenschappelijk – te kunnen verklaren. In gewone dagelijkse situaties maken we ons niet druk dat mensen anders zijn. We vinden het zelfs heel gewoon dat we die ene gekke vriend hebben die altijd dolenthousiast is en door niets wordt tegengehouden, of dat lief dat alles weet over een bepaald televisieprogramma.

In het onderwijs proberen we om te gaan met al die verschillen, leerlingen te begeleiden en streven we voor elke leerling optimale ontwikkelingskansen na. We differentiëren zo veel mogelijk om elke leerling op zijn niveau te ondersteunen en uit te dagen en leerkrachten gaan volop aan de slag met activerende werkvormen.

Sinds 1 december 2015 is het M-decreet in voege, waarbij de M staat voor maatregelen. Dat houdt in dat het verlenen van redelijke aanpassingen een recht is voor elk kind. Een aanpassing is redelijk als men die aanpassing (en alles wat die met zich meebrengt) bekijkt in verhouding tot de kwaliteit van het resultaat dat men ermee bekomt, namelijk de participatie van de leerling aan de les of het schoolgebeuren.

Door het aanpassen van de omgeving aan de onderwijsbehoeften van de persoon blijkt differentiëren in de praktijk niet altijd even gemakkelijk. Er bestaan labels voor alle soorten kinderen en voor elk label is er een andere soort zorg nodig. In klassen met meer dan 20 leerlingen, komt een leerkracht soms handen, ogen en oren tekort om elk kind individueel te begeleiden.

In elke school wordt een zorgtraject aangeboden voor leerlingen die een label hebben opgeplakt gekregen. Zo wordt niet alleen de leerling, maar ook de leerkracht ondersteund in de klas en wordt er alles aan gedaan om leerlingen op weg te helpen om de eindtermen te behalen.

 

Onderzoeksvraag

Maar hoe voelt zo’n leerling zich eigenlijk in de klas? Hoe ervaren de leerlingen met een label de zorg die ze krijgen? Zijn ze gelukkig(er) in de klas? Hoe reageren hun klasgenoten op de aangereikte hulpmiddelen? Hoe gaat het eigenlijk met het welbevinden van die leerlingen en hoe kan men dat verhogen?

 

Onderzoek

Ik vergeleek de leerlingen van 2 basisscholen in het Antwerpse met elkaar. 2 scholen uit verschillende netten, maar met een gelijkaardige ervaringsgerichte werking. In beide scholen kregen de leerlingen uit de derde graad een uitgebreide enquête voorgeschoteld. In beide groepen zal een even groot percentage leerlingen ‘met een label’. Hoewel dit slechts een kleinschalig onderzoek was, sprongen enkele resultaten in het oog.

 

Conclusie

Leerlingen met een label hebben het gevoel dat ze voldoende ondersteund worden door de leerkrachten en dat ze over voldoende didactische hulpmiddelen beschikken om goed te presteren. De scholen bieden de leerlingen voldoende opvolging, ontwikkelings- en onderwijskansen en ze werken gericht binnen het zorgcontinuüm om deze leerlingen te ondersteunen.

Toch zien we dat zij zich vaker negatieve emoties zoals angst of schaamte ervaren en dat ze minder geneigd zijn openlijk vragen te stellen in de klas.

image

De leerlingen zonder label werden als vergelijking opgenomen en hoewel het niet de bedoeling was om deze leerlingen specifiek te bekijken, bleken zij zich minder ondersteund te voelen in de klas dan leerlingen met een label. Ze gaven aan dat de leerkracht minder praat over hun prestaties op school dan dat leerlingen met een label dit ervaren.

image image image

Bovendien wensen ze meer hulpmiddelen zoals een hoofdtelefoon of een rustige ruimte. Het valt ook op dat zij zich vaker onzeker voelen in de klas dan leerlingen met een label. Deze leerlingen hebben het gevoel dat de leerkrachten niet altijd evenveel tijd hebben om hen te begeleiden.

Alle leerlingen vertellen dat ze zich soms vervelen in de klas, ofwel doordat ze andere dingen interessanter vinden dan de leerstof, ofwel omdat ze reeds klaar zijn met de taken die ze moeten uitvoeren. Ook blijkt wiskunde het vak waarmee de meeste leerlingen moeite hebben. Mogelijk sluit de leerstof niet altijd aan bij de leefwereld van de leerlingen.

 

Suggesties

Het welbevinden van alle leerlingen moet op de klasvloer worden bewaakt. Alle leerlingen hebben nood aan positieve bekrachtiging en motivatie, maar vooral leerlingen met een label mogen niet vergeten worden om op een positieve manier beloond te worden voor hun harde werken. Hun prestaties zijn misschien minder dan die van een ander, hun inspanning is dat vaak niet.

Een ervaringsgerichte leerkrachtstijl kan helpen om het welbevinden en betrokkenheid te verhogen bij leerlingen. Een leerkracht die in staat is zich in zijn leerlingen te verplaatsen en te begrijpen wat er zich in de leerling afspeelt, begrijpt ook hoe hij het welbevinden van de leerling kan verhogen. Een positief en veilig klasklimaat in combinatie met een rustige en ontspannen werksfeer wordt door alle leerlingen positief onthaald.

Leerlingen met een label gaven nog meer aan dat ze nood hebben aan ontspanning tussendoor. De aandachtsspanne van een 12-jarige ligt gemiddeld rond de 25 minuten. Bewegingstussendoortjes kunnen hier een uitkomst bieden, maar ook activerende werkvormen zoals projectwerk of spelvormen kunnen worden ingeschakeld om langere tijd met eenzelfde taak bezig te zijn. Door regelmatig te wisselen van werkvorm blijft de aandacht langer vastgehouden.

Differentiëren blijft een hoofdvoorwaarde om alle leerlingen betrokken te houden, al blijkt dat in de praktijk niet altijd even gemakkelijk. De individuele verschillen van leerlingen erkennen en ermee aan de slag gaan, zorgt voor een rijk klimaat waarin alle leerlingen optimaal functioneren.

 

image

 

Download scriptie (2.35 MB)
Universiteit of Hogeschool
AP Hogeschool Antwerpen
Thesis jaar
2018
Promotor(en)
Brenda Froyen
Thema('s)