Is het Belgische geboorteverlof voldoende adequaat om gelijke arbeidskansen te verzekeren?

Liesbet Debecker
Deze masterscriptie is een juridisch onderzoek naar het ontstaan, de effecten en de alternatieven van de ongelijkheid in het geboorteverlof.

Genderstereotypes in Belgisch beleid bestendigen loonkloof

Ondanks een stevige discriminatiewetgeving verdienen vrouwen jaarlijks gemiddeld 20,6 procent minder dan mannen. Ook werkte in 2016 45 procent van de vrouwen deeltijds, ten opzichte van 10,5 procent van de mannen. Is er iets serieus mis met ons beleid? De scriptie van Liesbet Debecker (KULeuven) zoekt het uit.

Zorgtaken

De verklaring voor deze grote verschillen ligt in een ander frappant cijfer. Vrouwen die een partner en kinderen hebben, verdienen gemiddeld 9 procent bruto uurloon minder dan mannen. Vrouwen die geen partner en kinderen hebben, verdienen gemiddeld 8 procent bruto uurloon méér dan mannen. Bij mannen heeft het hebben van een gezin een verwaarloosbaar effect op hun loon. Van zodra vrouwen dus een gezin stichten, heeft dit een zichtbare impact op hun carrière. Ze nemen het grootste deel van de zorgtaken op zich en kunnen zo dus minder tijd in hun werk investeren.

Gebrekkig geboorteverlof

Deze kloof in zorgtaken begint al vanaf de geboorte. Waar vrouwen tot vijftien weken kunnen thuisblijven – waarvan één week verplicht voor de bevalling en negen verplichte weken erna – krijgen mannen slechts tien dagen geboorteverlof toegekend. Deze zijn niet verplicht en enkel de eerste drie dagen is er volledig behoud van loon. De overige dagen ontvangt de vader 60 procent van het begrensde loon, een loonverlies dat kersverse ouders terughoudend kan maken om het verlof op te nemen. Daardoor wordt de vader de kans ontzegd om kostbare tijd met zijn pasgeborene door te brengen en krijgt hij de rol van kostwinner op zich. De moeder daarentegen neemt zo de rol van voornaamste zorgdrager op zich.

Vrouw als moeder

Een deel van het moederschapsverlof is logischerwijs nodig voor het fysieke herstel van de moeder. Algemeen wordt echter aangenomen dat zeven weken volstaat. Dus waarom krijgen vrouwen in totaal vijftien weken toegekend? Historisch gezien werd het moederschapsverlof ingevoerd om het familieleven in stand te houden. De vrouw moest een moeder zijn. Ook nu nog houdt het Europese Hof van Justitie deze visie aan. Het Hof vestigde deze rechtspraak in de zaak Hofmann. Daarin stelde het Hof dat het geen discriminatie was dat een man het moederschapsverlof van zijn partner niet (deels) kon overnemen. De reden hiervoor was enerzijds de fysieke bescherming van de moeder, anderzijds de bescherming van de band tussen moeder en kind. Waarom er geen bescherming is van de band tussen vader en kind, legt het Hof niet uit. Tot nu toe is het Hof nog niet van deze rechtspraak afgeweken.

Discriminatie?

Volgens het Europese Hof van Justitie is er geen sprake van discriminatie wanneer mannen geen geboorteverlof kunnen opnemen, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens denkt hier anders over. In de zaken Konstantin Markin tegen Rusland en Hulea tegen Roemenië was het volgens het Hof discriminatoir dat er geen geboorteverlof voor mannen was voorzien, maar wel voor vrouwen. Een belangrijk argument voor het Hof was de veranderende visie op gendergelijkheid in de maatschappij. Deze rechtspraak houdt voor België echter geen verplichting in om het systeem te wijzigen.

Ook internationale verdragen, zoals het Kinderrechtenverdrag en het Herzien Europees Sociaal Handvest, spreken over de verplichting van staten om een meer gelijke verdeling van gezinsverantwoordelijkheden te bewerkstelligen.

Beter welzijn

De aandacht voor het probleem is in stijgende lijn. Onder andere de Europese Commissie, de Internationale Arbeidsorganisatie en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen pleitten al voor meer geboorteverlof voor kersverse vaders. Het comité dat de naleving van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen monitort, linkt genderstereotypes zelfs direct aan de loonkloof. Studies wijzen bovendien op duidelijke voordelen van meer betrokken vaders: ze hebben een grotere algemene tevredenheid en een betere gezondheid, bedrijven zijn minder terughoudend om vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan te nemen en kinderen hebben betere cognitieve en gedragsresultaten.

Alternatieven

De kennis is er dus. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het systeem grondig moet veranderen indien we vrouwen betere arbeidskansen willen bieden en mannen meer betrokken vaders willen maken. Ondanks dat het aanmoedigen van gelijke arbeidskansen een van de punten is in het huidige regeerakkoord, zijn er geen plannen om het geboorteverlof te hervormen.

De alternatieven zijn er, zoals bijvoorbeeld het Zweedse systeem. Dit biedt ouders 480 dagen verlof, waarvan elke ouder minstens 90 dagen moet opnemen. Het systeem heeft een zichtbare impact gehad op de vrouwelijke arbeidsparticipatie en de betrokkenheid van vaders. Waar wacht men dus nog op?

Bibliografie

Bibliografie

Wetgeving

Internationaal

Report of the Fourth World Conference on Women (4-15 September 1995), UN Doc. A/CONF.177/20/Rev.1 (1996).

Report of a Technical Working Group. Postpartum Care of the Mother and Newborn: a practical guide, UN Doc. WHO/RHT/MSM/98.3 (1998).

General Recommendation No. 25, adopted by the Committee on the Elimination of Discrimination against Women at its 20th session (1999).

Verklaring van de IAO betreffende de sociale rechtvaardigheid voor een billijke mondialisering, goedgekeurd tijdens de 97e Internationale Arbeidsconferentie (2008).

Resolutie 65/229 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (21 december 2010), UN Doc. A/RES/65/229 (2011).

Europees

Richtl. nr. 75/117/EEG, 10 februari 1975 betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers, Pb.L.19 februari 1975, afl. 45, 19.

Richtl. nr. 76/207/EEG, 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, Pb.L. 14 februari 1976, afl. 39, 40.

Richtl. nr. 79/7/EEG, 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van manen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid, Pb.L. 10 januari 1979, afl. 6, 24.

Richtl. nr. 92/85/EEG, 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (Zwangerschapsrichtlijn), Pb.L. 28 november 1992, afl. 348, 1.

Richtl. nr. 2000/43/EG, 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming, Pb.L. 19 juli 2000, afl. 180, 22.

Richtl. nr. 2000/78/EG, 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, Pb.L. 2 december 2000, afl. 303, 16.

Richtl. nr. 2006/54/EG, 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking), Pb.L. 27 juli 2006, afl. 204, 23.

Richtl. nr. 2010/41/EG, 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandige werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad, Pb.L. 15 juli 2010, afl. 180, 1.

Richtl. nr. 2004/113/EG, 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, Pb.L. 21 december 2004, afl. 373, 37.

Voorstel (Comm.) voor een besluit van de Raad betreffende het Vierde communautaire actieprogramma inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen (1996-2000), 19 juli 1995, COM(95) 381 def.

Besch.Raad. nr. 2001/51/EG, 20 december 2000 betreffende het programma in verband met de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005), Pb.L. 19 januari 2001, afl. 17, 22.

Mededeling (Comm.) betreffende een routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (2006-2010), 1 maart 2006, COM(2006) 92 def.

Concl.Raad over het Europees pact voor gendergelijkheid (2011-2020), 7 maart 2011, Pb.C. 25 mei 2011, afl. 155, 10.

Mededeling (Comm.) betreffende de strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (2010-2015), 21 september 2010, COM(2010) 491 def.

Mededeling (Comm.) betreffende een strategisch engagement voor gendergelijkheid (2016-2019), 3 december 2015, SWD(2015) 278 final.

Aanbeveling (Comm.) on the European pillar of social rights, 26 april 2017, C(2017) 2600 def.

Mededeling (Comm.) betreffende een initiatief om het evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers te ondersteunen, 26 april 2017, COM(2017)252 def.

België

Wet van 13 december 1889 betreffende den arbeid van vrouwen, jongelingen en kinderen in de nijverheidsgestichten, BS 22 december 1889 en Pasin. 1889, 597.

Wet 7 maart 1948 tot wijziging van artikel 5 der wetten betreffende de vrouwen- en kinderarbeid, samengeordend bij koninklijk besluit van 28 februari 1919 en gewijzigd en aangevuld bij de wetten van 14 juni 1921 en 7 april 1937, BS 4 april 1948, 2720 en Bull.lég.b. 1948, 255.

Internationaal Verdrag (nr. 100) van 29 juni 1951 betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde, aangenomen op 29 Juni 1951, te Genève, door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vier en dertigste zitting, BS 23 oktober 1952.

Koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, [de dienstboden,] de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, BS 11 september 1963, 8864.

Wet van 19 maart 1964 houdende goedkeuring van het Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw, afgesloten op 31 maart 1953 te New York, BS 2 september 1964, 9445.

Arbeidswet van 16 maart1971, BS 30 maart 1971, 3931.

Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Arbeidsovereenkomstenwet), BS 22 augustus 1978, 9277.

Wet van 16 februari 1977 houdende goedkeuring van het Verdrag nr. 111 betreffende discriminatie in beroep en beroepsuitoefening, aangenomen te Geneve op 25 juni 1958, door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar tweeënveertigste zitting, BS 23 september 1977, 11683.

Wet van 15 mei 1981 houdende goedkeuring van volgende Internationale akten: a) Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten; b) Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten opgemaakt te New York op 19 december 1966, BS 6 juli 1983, 8806.

Wet van 11 mei 1983 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, opgemaakt te New York op 18 december 1979, BS 5 november 1985, 16178.

Wet van 26 juni 2000 houdende instemming met het aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest ter invoering van een systeem van collectieve klachten, gedaan te Straatsburg op 9 november 1995, BS 24 juli 2003, 39076.

Wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven, BS 15 september 2009, 30949.

Wet van 12 januari 2007 strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de wereldvrouwenconferentie die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de federale beleidslijnen, BS 13 februari 2007, 7027.

Decreet van 23 november 2007 houdende instemming met het Verdrag nr. 156 betreffende gelijke kansen voor en gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers: werknemers met gezingsverantwoordelijkheid aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzestigste zitting in Genève op 23 juni 1981, BS 25 februari 2008, 11755.

Wetsontwerp betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven, Parl.St. Kamer, 2000-2001, nr. 1291/001.

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, Parl.St. Kamer, 2006-2007, nr. 2721/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen en van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, Parl.St. Kamer 2014, nr. 0027/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wat het geboorteverlof betreft, Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 0991/001.

Voorstel van wet tot wijziging van artikel 30 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, teneinde vaderschapsverlof verplicht te maken, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 1678/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, teneinde het geboorteverlof te verlengen en verplicht te maken, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 1833/001.

Voorstel van wet tot verbetering van de toegankelijkheid van ouderschapsverlof en vaderschapsverlof, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 2166/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet op de arbeidsovereenkomsten wat betreft het recht op geboorteverlof in geval van de geboorte van een meerling, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2727/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet op de arbeidsovereenkomsten wat betreft het recht op geboorteverlof in geval van langdurig ziekenhuisverblijf van de pasgeborene, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2728/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet op de arbeidsovereenkomsten wat betreft het recht op geboorteverlof, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2729/001.

Voorstel van wet tot wijziging van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen wat het discriminatieverbod op vaderschap of meemoederschap betreft, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2794/001.

Hand. Kamer 2001, 18 oktober 2001-02, nr. 2-148, 64 (vraag nr. 2-566 S. de BETHUNE).

 

Rechtspraak

Europees Hof voor de Rechten van de Mens

EHRM 25 mei 1985, nr. 9214/80, 9473/81 en 9474/81, Abdulaziz, Cabales en Balkandali/Verenigd Koninkrijk.

EHRM 27 maart 1998, nr. 20458/92, Petrovic/Oostenrijk.

EHRM 16 november 2004, nr. 29865/96, Ünal Tekeli/Turkije.

EHRM 13 november 2007, nr. 57325/00, D.H. and others/Tsjechië.

EHRM 22 maart 2012, nr. 30078/06, Konstantin Markin/Rusland.

EHRM 2 oktober 2012, nr. 33411/05, Hulea/Roemenië.

EHRM 2 februari 2016, nr. 7186/09, di Trizio/Zwitserland.

EHRM 3 oktober 2017, nr. 16986/12, Alexandru Enache/Roemenië.

Europees Hof van Justitie

HvJ 8 april 1976, nr. C-43-75, ECLI:EU:C:1976:56, Defrenne/Sabena.

HvJ 12 juli 1984, nr. C-184/83, ECLI:EU:C:1984:273, Hofmann/Barmer Ersatzkasse.

HvJ 25 oktober 1988, nr. C-312/86, ECLI:EU:C:1988:485, Commissie/Frankrijk.

HvJ 8 november 1990, nr. C-177/88, ECLI:EU:C:1990:383, Dekker/VJV-Centrum.

HvJ 5 mei 1994, nr. C-421/92, ECLI:EU:C:1994:187, Habermann-Beltermann/Arbeiterwohlfahrt.

HvJ 14 juli 1994, nr. C-32/93, ECLI:EU:C:1994:300, Webb/EMO Air Cargo.

HvJ 4 oktober 2001, nr. C-109/00, ECLI:EU:C:2001:513, Tele Danmark/Handels- og Kontorfunktionærernes Forbund.

HvJ 4 oktober 2001, nr. C-438/99, ECLI:EU:C:2001:509, Jiménez Melgar/Ayuntamiento de Los Barrios.

HvJ 11 oktober 2007, nr. C-460/06, ECLI:EU:C:2007:601, Nadine Paquay/Société d’architectes Hoet + Minne SPRL.

HvJ 30 september 2010, nr. C-104/09, ECLI:EU:C:2010:561, Roca Álvarez/Sesa Start España ETT SA.

Concl.Adv.Gen. WATHELET 11 april 2013, nr. C-5/12, ECLI:EU:C:2013:230, Betriu Montull/INSS.

HvJ 19 september 2013, nr. C-5/12, ECLI:EU:C:2013:571, Betriu Montull/INSS.

HvJ 18 maart 2014, nr. C-167/12, ECLI:EU:C:2014:169, C.D./S.T.

HvJ 18 maart 2014, nr. C-363/12, ECLI:EU:C:2014:159, Z./A Government department + The Board of management of a community school.

Concl.Adv.Gen. JÄÄSKINEN 17 juli 2014, nr. C-354/13, ECLI:EU:C:2014:2106, Kaltoft/Billund Kommune.

HvJ 18 december 2014, nr. C-354/13, ECLI:EU:C:2014:2463, Kaltoft/Billund Kommune.

België

RvS 3 juli 1995, nr. 54.196, TBP 1996 (verkort).

GwH 12 februari 2009, nr. 17/2009.

 

Rechtsleer

ALEN, A. en LEMMENS, P., Gelijkheid en non-discriminatie. Égalité et non-discrimination, Antwerpen, Kluwer, 1991, 228p.

AXELSSON, T., Men’s Parental Leave in Sweden: policies, attitudes and practices, 2014, Wenen, Joanneum Research, 33p.

BAYART, C., SOTTIAUX, S. en VAN DROOGHENBROECK, S. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten. Les nouvelles lois luttant contre la discrimination, Brugge, Die Keure, 2008, 849p.

BAYART, C., SOTTIAUX, S. en S. VAN DROOGHENBROECK (eds.), Actuele topics discriminatierecht, Brugge, Die Keure, 2010, 422p.

BERGHS, K. en RAVESLOOT, S. (eds.), Gender mainstreaming en de syndicaten in België, Antwerpen, Intersentia, 2006, 126p.

BLANPAIN, R., Europees Arbeidsrecht, Brugge, Die Keure, 2012, 616p.

BOULANGER, C., Les congés dans les secteurs public et privé au regard du droit européen, Antwerpen, Kluwer, 2013, 240p.

BREMS, E. en STEVENS, L., Recht en gender in België, Brugge, Die Keure, 2011, 266p.

BRIBIOSA, E., RORIVE, I. en VAN DROOGHENBROECK, S. (eds.), Droit de la non-discrimination. Avancées et enjeux, Brussel, Bruylant, 2016, 251p.

CARACCIOLO DI TORELLA, E., en MASSELOT, A., “Pregnancy, maternity and the organization of family life: an attempt to classify the case law of the Court of Justice”, European Law Review 2001, afl. 3, 239-260.

CARACCIOLO DI TORELLA, E., “Brave New Fathers for a Brave New World? Fathers as Caregivers in an Evolving European Union”, European Law Journal 2014, afl. 1, 88-106.

CHEVALIER, W., DENEVE, C. en PETIT, D., Praktische Handleiding voor Sociaal Recht, Kortrijk, INNI Publishers, 2013, 262p.

COSTELLO, C. en DAVIES, G., “The Case Law of the Court of Justice in the Field of Sex Equality since 2000”, Common Market Law Review 2006, afl. 43, 1567-1616.

CUYPERS, D. (ed.), Gelijkheid in het arbeidsrecht. Gelijkheid zonder grenzen?, Antwerpen, Intersentia, 2003, 363p.

DE GROOF, S., Arbeidstijd en vrije tijd in het arbeidsrecht. Een juridisch onderzoek naar work-life balance, Brugge, Die Keure, 2017, 352p.

DENEVE, C., Internationaal arbeidsrecht, Brugge, Die Keure, 2010, 440p.

DEWULF, S. en PACQUÉE, D., 60 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, Antwerpen, Intersentia, 2008, 270p.

DORSSEMONT, F., VAN DROOGHENBROECK, S. en VAN LIMBERGHEN, G. (eds.), Europees Sociaal Handvest, sociale rechten en grondrechten op de werkvloer, Brugge, Die Keure, 2016, 454p.

DUMONT, M. (ed.), Le droit du travail dans tous ses secteurs, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2008, 616p.

FOUBERT, P. en IMAMOVIĆ, Š., “The pregnant workers directive: must do better: lessons to be learned from Strasbourg?”, Journal of Social Welfare and Family Law, 2015, afl. 3, 309-320.

FREDMAN, S., “Changing the Norm: Positive Duties in Equal Treatment Legislation”, Maastricht Journal of European and Equality Law 2005, afl. 4, 369-397.

FREEMAN, M.A., CHINKIN, C. en RUDOLF, B., The UN Convention on the Elimination of all Forms of Discrimination against Women, Oxford, Oxford Univeristy Press, 2012, 731p.

HENDRICKX, F., Inleiding tot het Belgisch Arbeidsrecht, Brugge, Die Keure, 2017, 313p.

HEPPLE, B. en VENEZIANI, B. (eds.), The Transformation of Labour Law in Europe. A comparative study of 15 countries 1945-2004, Londen, Hart Publishing, 2007, 394p.

HERVEY, T.K. en KENNER, J., Economic and Social Rights under the EU Charter of Fundamental Rights, Oregon, Hart Publishing, 2003, 327p.

HEYLEN, D. en VERREYT, I., Arbeidsrecht toegepast, Antwerpen, Intersentia, 2016, 464p.

JACQMAIN, J., Protection de la maternité in Études pratiques de droit social, Mechelen, Kluwer, 2012, 122p.

KOSLOWSKI, A., BLUM, S. en MOSS, P. (eds.), 12th International Review of Leave Policies and Related Research 2016, Wenen, International Network on Leave Policies and Research, 2016, 386p.

MACKAY, F. en BILTON, K., Learning from experience: lessons in mainstreaming equal opportunities, Edinburgh, Institute of Governance – University of Edinburgh, 2003, 165p.

MCCRUDDEN, C., “Rethinking Positive Action”, Industrial Law Journal 1986, 219-243.

MCGLYNN, C., “Ideologies of Motherhood in European Community Sex Equality Law”, European Law Journal 2000, afl. 1, 29-44.

MEENAN, H. (ed.), Equality Law in an Enlarged European Union. Understanding the Article 13 Directives, Cambridge, Cambridge University Press, 2007, 370p.

NYBERG, A., “Gender Equality Policy in Sweden: 1970s-2010s”, Nordic journal of working life studies 2012, afl. 4, 67-84.

O’BRIEN, M. en WALL, K. (eds.), Comparative Perspectives on Work-Life Balance and Gender Equality. Fathers on Leave Alone, Cham, Springer, 2017, 266p.

ONDER, B., “Difference in Treatment on the Ground of Sex Arising from Penal Policy Issues: Alexandru Enache v. Romania”, The Strasbourg Observers 2017, https://strasbourgobservers.com/2017/11/07/difference-in-treatment-on-t….

PASTRE-BELDA, B., “La femme dans la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme”, RTDH 2017, afl. 110, 265-294.

PÂQUES, M. en SCHOLSEM, J.-C. (eds.), L’égalité : nouvelle(s) clé(s) du droit ?, verz. CUP, nr. 73, Brussel, Larcier, 2004, 271p.

POEL, K. en MARNEFFE, W., “De federale regelgevingsimpactanalyse: een stand van zaken na zes maanden”, TVW 2014, afl. 3, 185-201.

POEL, K., MARNEFFE, W. en VAN HUMBEECK, P., “De federale regelgevingsimpactanalyse: nood aan hervormingen?”, TVW 2016, afl. 3, 196-216.

POLLACK, M.A. en HAFNER-BURTON, E., “Mainstreaming gender in the European Union”, Journal of European Public Policy 2000, afl. 3, 432-456.

RAAD VAN EUROPA, Gender Equality Commission,

https://www.coe.int/en/web/genderequality/gender-equality-commission (consultatie 25 november 2011).

REES, T., Mainstreaming equality in the European Union.Education, Training and Labour Market Policies, Londen, Routledge, 1998, 260p.

REYNIERS, K., (Verboden) arbeid, Antwerpen, Intersentia, 2012, 546p.

RÖNNMAR, M. (ed.), Labour Law, Fundamental Rights and Social Europe: Swedish Studies in European Law, Londen, 2011, Hart Publishing, 280p.

SCHIEK, D., WADDINGTON, L. en BELL, M., Cases, Materials and Text on National, Supranational and International Non-Discrimination Law, Oxford, Hart Publishing, 2007, 998p.

SCHIEK, D. en CHEGE, V., European Union Non-Discrimination Law. Comparative perspectives on multidimensional equality law, Abingdon, Routledge Cavendish, 2009, 411p.

SENAEVE, P., VERSCHELDEN, G. en SWENNEN, F. (eds.), Ouders en kinderen, Antwerpen, Intersentia, 2013, 310p.

SERVAIS, J.-M., Droit International du Travail, Brussel, Larcier, 2015, 484p.

SEVERIJNS, H., “Inroepbaarheid van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”, Jura Falc. 2013-2014, afl. 4, 1003-1033.

SEUTIN, B. en VAN HAEGENDOREN, G. (eds.), De bevoegdheden van de gemeenschappen, Brugge, Die Keure, 2017, 580p.

SHELTON, D. (ed.), The Oxford Handbook of International Human Rights Law, Oxford Handbooks Online, 2013 en DOI: 10.1093/law/9780199640133.001.0001.

SMIS, S., VAN LAETHEM, K., JANSSENS, C., en MIRGAUX, S., Handboek Mensenrechten, Antwerpen, Intersentia, 2011, 660p.

SOTTIAUX, S., “Het discriminatiebeginsel: langs oude paden en nieuwe wegen”, RW 2008-09, alf. 17, 690-702.

SOTTIAUX, S., Themis 103 - Publiekrecht, Brugge, Die Keure, 2018, 232p.

STROOBANT, M. en RAUWS, W. (eds.), Sociale en economische grondrechten – les droits économiques et sociaux, Antwerpen, Intersentia, 2010, 212p.

T’KINDT, P. en VAN NIEUWENHOVE, J., “De federale voorafgaande regelgevingsimpactanalyse (RIA) – Een wassen neus of een stapje vooruit?”, TVW 2014, afl. 3, 168-184.

VAN DROOGHENBROECK, S., DORSSEMONT, F. en VAN LIMBERGHEN, G. (eds.), Europees Sociaal Handvest, sociale rechten en grondrechten op de werkvloer, Brugge, Die Keure, 2016, 454p.

VAN HIEL, I., “Moederschapsverlof vereist zwangerschap en bevalling”, Juristenkrant 2014, afl. 288, 4-5.

VERMEULEN, L., Discriminatie in Arbeidsrelaties, Brussel, Larcier, 2015, 142p.

VERVLIET, V., HEYLEN, D., VERMEULEN, L., VERBEECK, I., VERREYT, I., Socialezekerheidsrecht toegepast, Antwerpen, Intersentia, 2011, 340p.

VOTINIUS, J. J., Country Report. Gender Equality. Sweden, Brussel, Europese Commissie, 2017, 20 en DOI: 10.2838/265429.

WAUTELET, P. (ed.), Le droit de la lutte contre la discrimination dans tous ses états, Luik, Anthemis, 2009, 254p.

X, “Judgement in the case of Petrovic v. Austria”, The International Journal of Human Rights 1998, afl. 2, 122-124.

X, “Geboorteverlof voor meemoeders”, Juristenkrant 2011, afl. 230, 2.

X, Doing better for families, 2011, OECD Publishing, 137, DOI: 10.1787/9789264098732.

X, Maternity and paternity at work. Law and practice across the world, Genève, International Labour Organisation, 2014, 193p.

X, Europees Instituut voor gendergelijkheid – EIGE in het kort, Vilnius, Europees Instituut voor gendergelijkheid, 2015, DOI:10.2839/512729.

X, ETUC Position on the Second Stage Consultation of the social partners at European Level under Article 154 TFEU on possible action addressing the challenges of work-life balance faced by working parents and caregivers, 2016, 5p. (https://www.etuc.org/sites/www.etuc.org/files/document/files/position_o…).

X, “Parental leave: where are the fathers?”, OECD Policy Brief 2016, 1, http://www.oecd.org/policy-briefs/parental-leave-where-are-the-fathers….

X, Families on the edge. Building a comprehensive European work-life balance reality, Brussel, COFACE Families Europe, 2017, 32p. (www.coface-eu.org/wp-content/uploads/2016/12/COFACE-paper_Families-on-t…).

X, Parental Benefit, https://www.forsakringskassan.se/privatpers/foralder/nar_barnet_ar_fott… (consultatie 28 maart 2018).

 

Andere

KLEVEN, H., LANDAIS, C. en SØGAARD, J.E., “Children and Inequality: Evidence from Denmark”, NBER Working Papers Series, afl. 24219 (http://www.nber.org/papers/w24219).

MOOIJMAN, R., “Loonkloof smalst in België”, De Standaard 9 maart 2017, http://m.standaard.be/cnt/dmf20170308_02770421.

DE MUYTER, F. en ELSOUCHT, T. (eds.), Jaarverslag 2016, Brussel, Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, 2017, 5 (http://www.rsvz.be/nl/publication/rsvz-jaarverslag-2016)

STATBEL, Deeltijds werk, https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/deeltijds… (consultatie 17 april 2018).

VAN HOVE, H. en DE VOS, D., De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Rapport 2017, Brussel, Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, 2017, 79p.

X, De ervaringen van werknemers met vaderschapsverlof in België. Aanbevelingen, Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, 2011 (http://igvm-iefh.belgium.be/sites/default/files/adivsories/ervaringen_v…).

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de rechten
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Koen Lemmens
Kernwoorden