The Position of Rasa in Dance in Contemporary India. An anthropological approach

Lara Groeneweg
This thesis is an anthropological account of Indian art aesthetics. The article is divided in three main parts: the introduction of Indian art aesthetics, postcolonial nationalism and identity politics, and 'the anthropology of aesthetic emotions.'

Indische Kunstesthetica als Wapen van het Hindoenationalisme

Hoe zijn Indische kunstesthetica en hindoenationalisme aan elkaar gelinkt? Ze lijken ver uit elkaar te staan, de éne een theorie over kunst die waarschijnlijk ontstond in de 6e eeuw onze jaartelling, de andere een ideologie met wortels in de onafhankelijkheidsbewegingen die opkwamen in India rond 1892. Toch staat binnen de Indische podiumkunsten het ene niet los van het andere. Aangezien Indische kunstesthetica vooral ontwikkeld werd om toe te passen op theater en dans, is dit de context waarbinnen de connectie tussen Indische kunstesthetica en hindoenationalisme gemaakt zal worden. Eén concept, uitgedragen als dé basis van Indische kunstesthetica, springt hierbij in het oog: “rasa”.

Wat is Rasa?

Uitdrukking van de heroïsche rasa.

Binnen de podiumkunsten, wordt rasa gezien als de “essentie van het drama”, waarmee gedoeld wordt op acht basisemoties. Volgens het oude India was er immers geen theater zonder emotie, daarom werden acht basisemoties gezien als de essentie van het theater. Rasa wordt vandaag de dag gebruikt om een onderscheid te maken tussen “klassieke Indische dans” en “Indische volksdans”, waarbij er wordt gesteld dat “klassieke Indische dans” de complete reeks van acht emoties zal uitdrukken en dat “volksdans” maar een paar zal uitdrukken omdat het enkel gericht is op vermaak. “Klassieke Indische dans”, omdat het zogezegd een bredere waaier aan emoties uitdrukt, wordt zo gezien als een “hogere” dansvorm. Hier vormt zich het probleem dat de splitsing tussen “klassieke hoogcultuur” en “volkse laagcultuur” een Westers onderscheid is. Voor de komst van de Britten in India bestond dit onderscheid niet.

Wat is hindoenationalisme?

India is een groot land met een immense verscheidenheid aan culturen. Wanneer u zich een beeld probeert te vormen over India, is het noodzakelijk te onthouden dat men spreekt over een oppervlakte vergelijkbaar met Europa, waarbij één deelstaat al snel als een klein land kan worden aanzien met een heel eigen cultuur. Ondanks dat de grote meerderheid van de mensen één of andere stroming van het hindoeïsme aanhangt, zijn ook andere religies sterk aanwezig. Binnen India is er zo ook een verscheidenheid aan Islamitische strekkingen. Omdat er een meerderheid aan hindoes is in India, bevinden zij zich momenteel in de sterkste machtspositie. Wanneer er gesproken wordt over nationalisme in India, is het daarom belangrijk om een onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld hindoenationalisme en islamitisch nationalisme. De hindoecultuur die uitgedragen wordt door het hindoenationalisme, is niet representatief voor heel India, omdat er zoveel andere vormen van Indische cultuur zijn.

Indische dans: van marginalisering tot cultureel symbool

Rond ongeveer 1892, nog voor de onafhankelijkheid van India, werd er veel kritiek gegeven op bepaalde Indische gebruiken. Hindoenationalisten vonden gebruiken zoals het kinderhuwelijk “on-Indisch”. Maar ook een bepaalde Zuid-Indische dansvorm werd geviseerd, omdat de hindoenationalisten deze te erotisch vonden. De danseressen werden bijgevolg prostituees genoemd. Dit vloeide geleidelijk over in minachting ten opzichte van Indische dans in het algemeen. Een tijdlang stonden de Indische podiumkunsten er slecht voor door het stigma van prostitutie. Na de onafhankelijkheid wenste men opnieuw een échte Indische cultuur op te bouwen. Paradoxaal genoeg ging men hiervoor bepaalde denkwijzen ontlenen aan het Westen, om aan te tonen dat de Indische cultuur niet moest onderdoen voor de Westerse cultuur. Zo werd de tweesplitsing tussen “klassieke dans” en “volksdans” overgenomen, want de hindoenationalisten wouden aantonen dat India ook een “klassieke hoogcultuur” had. Aangezien deze tweesplitsing aanvankelijk helemaal niet typisch Indisch was, werden er tijdens de jaren ‘30 geschiedenissen geschreven voor deze nieuwe dansvormen. Zo werd er verteld dat deze dansvormen waren ontstaan uit de Indische kunstesthetica uit de 6e eeuw onze jaartelling. Rasa, als de zogezegde basis van de Indische kunstesthetica, werd het nieuwe kenmerk van “Indische” dansvormen. Omdat deze dansvormen er voor een Westerse blik exotisch en mystiek uitzagen, beslisten de hindoenationalisten om Indische dans te promoten als een symbool van India. Sindsdien kun je op de meeste culturele programma’s over India één of ander dansoptreden terugvinden.

Culturele Appropriatie

Indische dans uitgevoerd door een Westerse vrouw. Een vorm van culturele appropriatie?

Het gebruik van deze exotiserende blik op India heeft belangrijke gevolgen voor dansers in India vandaag. Omdat “klassieke” dansers gebruikt worden om de cultuur van India te promoten, krijgen zij heel wat beurzen, maar enkel als zij het gewenste beeld over India uitdragen. Dit plaatst veel druk op dansers. Beeld u in dat de Nederlandse regering enkel beurzen zou geven aan dansers die op internationale festivals de klompendans brengen, zonder dat ze ook maar iets mogen wijzigen aan de typische bewegingen of kostuums. Dit zouden de meeste Nederlandse dansers niet pikken. Daar komt nog bij dat niet enkel de Indische regering verwacht dat dansers de Indische cultuur weergeven in hun werk, vaak wordt ook in het buitenland verwacht dat een Indische danser typisch “Indisch” danst. Denk maar aan de vele stereotyperende overnames van Indische dans in populaire cultuur, zoals bijvoorbeeld in de muziekvideo van Black or White van Michael Jackson. Stel u voor dat in een Indische muziekvideo iemand op de achtergrond de Nederlandse klompendans staat te doen, dat zou voor ons ook vreemd overkomen. Wij ervaren dit misschien eerder als lachwekkend, maar in India, waar “Indische klassieke dans” hoog in het vaandel wordt gedragen, kan zo’n overname als kwetsend worden aanzien. Daarom is het steeds belangrijk bij interesse in een andere cultuur om goed na te denken over wat de aspecten die u interessant vind, zoals dans of kleding, betekenen voor de cultuur in kwestie vooraleer ze zomaar over te nemen. Overname van elementen uit een cultuur die verschilt van uw eigen cultuur, zonder respectvol te blijven tegenover de cultuur waaruit wordt geleend, wordt culturele appropriatie genoemd.

Indische dans en de kunstesthetica waar Indische dans op steunt, zijn dus niet zo onschuldig als ze lijken. Ze worden gebruikt door het hindoenationalisme voor de promotie van een hindoecultuur, terwijl India een veel grotere verscheidenheid aan culturen heeft. Daarbij wordt dit beeld zonder na te denken overgenomen door Westerse media. Het zou vergelijkbaar zijn met de regering van Nederland die de klompendans promoot als representatief voor heel Europa en daarbij de superioriteit van de Nederlandse cultuur probeert te verkondigen. Daar zou de rest van Europa toch ook niet blij mee zijn?

Bibliografie

A Board of Scholars (ed.) (2003): Nāṭya Śāstra. Delhi: Sri Satguru Publications.

Allen, Matthew Harp (2010): “Rewriting the script for South Indian dance”. In: Bharatanatyam: A Reader. Edited by Davesh Soneji. Delhi: Oxford University Press, 205-252.

Barlingay, Surendra Sheodas (2007): A Modern Introduction to Indian Aesthetic Theory: The Development from Bharata to Jagannātha. New Delhi: D.K. Printworld (P) Ltd.

Beatty, Andrew (2014): “Anthropology and Emotion”. Journal of the Royal Anthropological Institute, Vol. 20, No. 3: 545-563.

Buckland, Theresa (1999): “All Dances are Ethnic, but Some Are More Ethnic Than Others: Some Observations on Dance Studies and Anthropology”. Dance Research: The Journal of the Society for Dance Research, Vol. 17, No. 1: 3-21.

Burt, Ramsay (2000): “Dance Theory, Sociology, and Aesthetics”. Dance Research Journal, Vol. 32, No. 1: 125-131.

Chakravorty, Pallabi (1998): “Hegemony, Dance and Nation: The Construction of the Classical Dance in India”. Journal of South Asian Studies, Vol. 21, No. 2: 107-120.

Chakravorty, Pallabi (2000): “From Interculturalism to Historicism: Reflections on Classical Indian Dance”. Dance Research Journal, Vol. 32, No. 2: 108-119.

Chakravorty, Pallabi (2006): “Multiple Narratives of India’s Kathak Dance”. Dance Research Journal, Vol. 38, No. 1/2: 115-136.

Chatterjee, Partha (1993): The Nation and its Fragments: Colonial and Postcolonial Histories. New Jersey: Princeton University Press.

Chaudhury, Pravas Jivan (1965): “The Theory of Rasa”. The Journal of Aesthetics and Art Criticism, Vol. 24, No. 1: 145-149.

Coorlawala, Uttara Asha (2004): “The Sanskritized Body”. Dance Research Journal, Vol. 36, No. 2: 50-63.

Coorlawala, Uttara Asha (2010): “It Matters For Whom You Dance: Audience Participation in Rasa Theory”. In: Audience Participation: Essays on Inclusion in Performance. Edited by Susan Kattwinkel. Connecticut: Praeger, 37-63.

Coorlawala, Uttara Asha (2016): “Writing out otherness”. Studies in South Asian Film and Media, Vol. 4, No. 2: 143-156.

Cuneo, Danielle (2013): “Unfuzzying the Fuzzy. The distinction between rasas and bhāvas in Abhinavagupta and Bharata”. In: Puṣpikā: Tracing Ancient India Through Texts and Traditions. Contributions to Current Research in Indology. Edited by Nina Mirnig, Péter-Dániel Szántó, and Michael Williams. Oxford: Oxbow Books, 49-75.

Desjarlais, Robert and Wilce, James (2003): “The Cultural Construction of Emotion”. The Oxford India Companion to sociology and social anthropology: 1179-1204.

Eriksen, Thomas (2010): Ethnicity and Nationalism: Anthropological Perspectives. London: Pluto Press.

Flood, Gavin (1996): An Introduction to Hinduism. Cambridge: Cambridge University Press.

Gargi, Balwant (1962): Theatre in India. New York: Theatre Art Books.

Gellner, Ernest (1983): Nations and Nationalism. New York: Cornell University Press.

Ghosh, Manomohan (1967): The Natyashastra vol. 1. Calcutta: Granthalaya.

Ghosh, Manomohan (1961): The Natyashastra vol. 2. Asiatic Society.

Grau, Andrée (2007): “Dance, identity, and identification processes in the postcolonial world”. In: Dance discourses: keywords in dance research. Edited by Franco, Susanne and Nordera, Marina. Abingdon: Routledge, 189-207.

Grau, Andrée (2007): “Dance, anthropology, and research through practice”. Society of dance history scholars proceedings: 1-5.

Grau, Andrée (2011): “Dancing bodies, spaces/places and the senses: A cross-cultural investigation”. Journal of Dance and Somatic Practices, Vol. 3, No. 1 and 2: 5-24.

Higgins, Kathleen Marie (2007). An Alchemy of Emotion: Rasa and Aesthetic Breakthroughs. Special issue of The Journal of Aesthetics and Art Criticism. Vol. 65.

Kaeppler, Adrienne L. (1978): “Dance in Anthropological Perspective”. Annual Review of Anthropology, Vol. 7: 31-49.

Kaeppler, Adrienne L. (2000): “Dance Ethnology and the Anthropology of Dance”. Dance Research Journal, Vol. 32, No. 1: 116-125.

Katrak, K.H. (2011): Contemporary Indian Dance: New Creative Choreography in India and the Diaspora. New York: Palgrave Macmillan.

Kymlicka, Will (2001): Politics in the Vernacular: Nationalism, Multiculturalism, and Citizenship. Oxford: Oxford University Press.

Lopez y Royo, Alessandra (2003): “Classicism, post-classicism and Ranjabati Sircar’s work: re-defining the terms of Indian contemporary dance discourses”. Sage Journals, Vol. 23, No. 2.

Lutz, Catherine and White, Geoffrey M. (1986): “The Anthropology of Emotions”. Annual Review of Anthropology, Vol. 15: 45-436

Mason, David (2006): “Rasa, ‘Rasaesthetics’ and Dramatic Theory as Performance Packaging”. Theatre Research International, Vol. 0, No. 1: 69-83.

Meduri, Avanthi (1988): “Bharatha Natyam-What are you?”. Asian Theatre Journal, Vol. 5, No. 1: 1-22.

Meru Education Foundation (2018): Meru Education Foundation: Objectives. Imeru.net (20/03/2018).

Ministry of Culture, Government of India (2018): Dance, Ministry of Culture, Government of India. https://indiaculture.nic.in/dance (05/08/2018)

O’Shea, Janet (1998): “‘Traditional’ Indian Dance and the Making of Interpretive Communities”. Asian Theatrhe Journal, Vol. 15, No. 1: 45-63.

Pintchman, Tracy (ed.) (2007): Women's Lives, Women's Rituals in the Hindu Tradition. Oxford: Oxford University Press.

Pollock, Sheldon (2016): A Rasa Reader. New York: Columbia University Press.

Purkayastha, Prarthana (2012): “Dancing Otherness: Nationalism, Transnationalism, and the Work of Uday Shankar”. Dance Research Journal, Vol. 44, No. 1: 69-92.

Reddy, William M. (1999): “Politics and History in the Anthropology of Emotions”. Cultural Anthropology, Vol. 14, No. 2: 256-288.

Reed, Susan A. (1998): “The Politics and Poetics of Dance”. Annual Review of Anthropology, Vol. 27: 503-532.

Roy, Srirupa (2007): “Beyond Belief: India and the Politics of Postcolonial Nationalism”. United States: Duke University Press.

Sahai, Shrinkhla (2017): “Mapping the Nation: Performance Art in India and Narratives of Nationalism and Citizenship”. In: Gendered Citizenship. Edited by B. Dutt et al. New Delhi: Jawaharlal Nehru University press, 99-116.

Shweder, R.A. and Haidt, J. (2000): “The cultural psychology of the emotions: Ancient and new”. In: Handbook of emotions, 2nd edition. Edited by M. Lewis and J.M. Haviland-Jones. New York: Guilford, 397-414.

Srinivasan, Amrit (1996): “Women and Reform of Indian Tradition: Gandhian Alternative to Liberalism”. In: Women and Indian Nationalism. Edited by Kasturi, L. and Mazumdar, V. Delhi: Vikas Publishing House PVT LTD, 1-15.

Stoler Miller, Barbara (ed.) (1984): Theater of Memory: The Plays of Kalidasa. Columbia: Columbia University Press.

Stroeken, Koen (2013): De ondeelbare mens: Antropologie ingeleid. Antwerpen: Garant-Uitgevers nv.

Strybol, Astrid (2015): “Performing the Nation's Identity: Nationalisme in Indische 'klassieke' dans”. Gent: Universiteit Gent.

Thampi, Mohan (1965): “‘Rasa’ as Aesthetic Experience”. The Journal of Aesthetics and Art Criticism, Vol. 24, No. 1: 75-80.

Triveni Kala Sangam (2018): About Triveni kala Sangam. http://trivenikalasangam.org/about-triveni/ (05-08-2018)

Turner, Terrence J. (1990): “What’s Basic About Basic Emotions?”. Psychological Review, Vol. 97, No. 3: 315-331.

Vatsyayan, Kapila (1967): “The Theory and Technique of Classical Indian Dancing”. Artibus Asiae, Vol. 29, No. 2/3: 229-238.

Youngerman, Suzanne (1975): “Method and Theory in Dance Research: An Anthropological Approach”. Yearbook of the International Folk Music Council, Vol. 7: 116-133.

Universiteit of Hogeschool
Master of Arts in de Oosterse talen en culturen
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Dr. Eva De Clercq, Dr. Ayla Joncheere
Kernwoorden