La cartografia dello spazio urbano nella letteratura migrante italosomala

Lisa Christiaens
In deze scriptie wordt onderzocht hoe de stedelijke ruimte wordt weergegeven in de Italo-Somalische migrantenliteratuur, met behulp van het 'geocriticism' zoals beschreven door Robert Tally. De kritische blik van de personages op het stedelijke landschap in Italië wordt geanalyseerd en er wordt nagegaan welke persoonlijke betekenis ze geven aan hun traject en aan de ruimtelijke dimensie.

Op citytrip met Somalische gidsen in Rome

Zin om eens iets anders te zien in Rome dan de Spaanse Trappen, het Colosseum of het Sint-Pietersplein? Vijf Italo-Somalische migrantenauteurs nemen je mee op hun wel heel ongewone tocht door de Eeuwige Stad.

Lisa Christiaens bespreekt in haar scriptie de stedelijke ruimtes in hun romans en verhalen. Het begint bij de vrouwelijke personages thuis. Ook al woont de helft van hen al jaren in Italië, ze blijven het moeilijk vinden om zich helemaal thuis te voelen omdat veel ‘native’ Italianen hen ondanks hun verblijfspapieren nog vaak beschouwen als tweederangsburgers. Bij sommige oudere Somalische vrouwen is de heimwee naar Somalië daardoor zelfs zo groot dat ze al hun spullen in reiskoffers houden en zich geen kasten aanschaffen. De jongere generatie Somalische vrouwen laat zich daarentegen niet kisten door het moeilijke contact met de Italianen en probeert zich wel te settelen.

Vier muren volstaan echter niet om je echt thuis te voelen. Daarom creëren de vrouwen hun eigen thuis, met hun kinderen en andere vrouwelijke familieleden. De mannelijke personages komen weinig aan bod omdat ze vaak hun gezin in de steek gelaten hebben. Bovendien hebben ze meer moeite om een plaats te vinden in de Italiaanse samenleving.

Stazione Termini

De volgende plaatsen in de gegidste rondleiding zijn de luchthaven en het station Termini. Gewone toeristen proberen zo snel mogelijk van hieruit op hun ‘echte’ bestemming te geraken. Voor de Somalische gemeenschap echter is het station Termini de eindbestemming. Het centrum van Rome is voor hen niet het Colosseum, dat hen zelfs soms schrik aanjaagt, maar het station.

De personages worden immers aangetrokken door de geuren en kleuren van de specerijen in de Somalische winkeltjes en restaurants in de buurt. Daar kunnen ze ook hun landgenoten vinden. En als hun familieleden of geliefden elders in de wereld wonen, kunnen ze hen bellen in het ‘callcenter’, een soort telefoonwinkel. De telefoondraad verbindt dus de Somali’s in de diaspora.

Maar het station Termini heeft voor de Somalische migranten ook een minder goede bijklank. Het symboliseert de onmogelijke terugkeer naar het thuisland waar er grote onveiligheid heerst. Voor sommige personages is dit pijnlijk om te aanvaarden. Maryam bijvoorbeeld moet niet alleen afkicken van haar alcoholverslaving, maar ook van haar onweerstaanbare drang om telkens opnieuw naar Termini te gaan in de ijdele hoop dat ze kan terugkeren.

Koloniaal verleden

Verder passeren we enkele beroemde Romeinse pleinen, zoals het Piazza Santa Maria sopra Minerva waar de schrijfster Igiaba Scego het olifantje van Bernini vergelijkt met een Afrikaanse migrant omdat ze beiden een stil verlangen koesteren naar de vrijheid van de savanne.

Op Piazza Porta Capena legt Scego uit dat de Italianen er veel te lang over gedaan hebben om  de ‘stèle van Aksum’ (een antieke zuil geroofd in de koloniale periode) terug te geven aan Ethiopië. Ze betreurt dat er in de plaats daarvan een monument kwam voor 9/11 en geen monument voor de slachtoffers van het Italiaanse kolonialisme in Oost-Afrika.

Scego en de andere schrijfsters protesteren ook tegen het feit dat het koloniale verleden een vergeten hoofdstuk is in de Italiaanse geschiedenis en publieke opinie. Het idee leeft dat Italianen in vergelijking met de Engelsen en Fransen door hun korte kolonisatie minder gewelddadig waren, maar uit de verhalen van de familieleden van de personages blijkt dat niets minder waar is. Meer nog: de auteurs leggen expliciet de link tussen de superieure houding van de blanke Italiaanse koloniaal en het racisme in de huidige, Italiaanse samenleving. Doordat er geen echte fase van bewustwording en dekolonisatie plaatsgevonden heeft lijkt de koloniaal-fascistische discriminatie enkel van vorm veranderd te zijn. Ze illustreren deze continuïteit via hedendaagse voorbeelden van discriminatie door Italiaanse leerkrachten of medeleerlingen, en door verhalen van oudere personages in de vroegere Italiaanse scholen in Somalië.

Wat is Rome zonder haar kerken? Ook deze ontbreken niet in deze alternatieve reisgidsen, weliswaar opnieuw in een persoonlijk kleedje. Scego vertelt bijvoorbeeld dat ze in haar kindertijd bij de kerk moesten aankloppen om hulp en dat de pastoor hen in ruil vroeg de mis bij te wonen.

Werkplaatsen

De tocht gaat vervolgens naar de plaats waar de personages werken. Zuhra, een jonge Somalische, werkt in een commercieel centrum waar ze cd’s verkoopt. Op zich niks mis mee, ware het niet dat Zuhra een masterdiploma op zak heeft en vijf talen kent. Bovendien zien de Italiaanse klanten haar als verkoopster letterlijk niet staan. Doordat ze zwart is denken zij dat ze behoort tot het poetspersoneel.

Twee andere jonge vrouwen worden verkeerdelijk gezien als straatmadelief, enkel op basis van hun huidskleur. De ene door de politie terwijl ze gewoon wat mijmert op een bankje in de Villa Borghese, de andere terwijl ze tijdens haar werkpauze een espresso drinkt in de bar om de hoek. De schrijfsters tonen met deze voorbeelden aan dat de Italiaanse arbeidsmarkt de competenties van Afrikaanse vrouwen vaak onbenut laat. Een ander personage, Nadia, werkt als een soort gouvernante. Doordat ze inwoont bij een Italiaans koppel, verliest ze bijna volledig haar vrijheid en eigenheid.

Geen ordinaire citytrip.

Het traject dat de personages afleggen is zeer persoonlijk en enigszins subversief. Ze proberen zichzelf op de kaart te zetten, hun plaatsje op te eisen in de Italiaanse hoofdstad en samenleving.

Bovendien heeft deze reis ook een therapeutisch aspect. Sommige personages voelen zich herboren doordat ze het verhaal hebben kunnen doen over de discriminatie, vervreemding en eenzaamheid die ze ervaren. Dit gebeurt echter met veel ironie en humor. Op het einde van hun omzwervingen door de stad komen deze Italo-Somalische nomaden ertoe zowel hun Italiaanse als Somalische identiteit te aanvaarden.

Is het niet verrijkend om een beetje Mogadishu in Rome te ontdekken en Italië door een Somalische bril te leren kennen? Dat was in elk geval wat deze schrijvers voor oog hadden: via hun literatuur een soort ontmoetingsplaats creëren waar ze in dialoog kunnen gaan met de lezer, en deze een persoonlijke kaart van Rome en Italië aanreiken.

Bibliografie

Bibliografia

Bibliografia primaria

Ali Farah, Cristina. Madre Piccola. Milano: Frassinelli, 2007.

Fazel, Shirin Ramzanali. Lontano da Mogadiscio. Roma: Datanews, 1994.

Garane, Garane. Il latte è buono. Isernia: Kumacreola, 2005.

Mohamed Aden, Kaha. Fra-intendimenti. Roma: Nottetempo, 2010.

Scego, Igiaba. “Dismatria” in Pecore Nere. Bari: Laterza, 2005. 5-22.

Scego, Igiaba. “Salsicce” in Pecore Nere. Bari: Laterza, 2005. 23-36.

Scego, Igiaba. La mia casa è dove sono. Torino: Loescher, 2012.

Bibliografia secondaria

Albertazzi, Silvia. In questo mondo. Ovvero, quando i luoghi raccontano le storie. Roma: Meltemi, 2006.

――. La letteratura postcoloniale Dall’Impero alla World Literature. Roma: Carocci, 2013.

Bragantini, Caterina. “Recensione alla raccolta di racconti Fra-intendimenti di Kaha Mohamed Aden.” Il lavoro culturale (2013): Web. 7 gennaio 2017.

Brancato, Sabrina. “From routes to roots Afrosporic Voices in Italy.” Callaloo 30.2 (2007): 653-661.

Brioni, Simone. “Un dialogo che non conosce confine né di nazionalità, né di razza, né di cultura: temi, impatto e ricezione critica di Lontano da Mogadiscio.” Lontano da Mogadiscio/Far from Mogadishu. A cura di Simone Brioni. Milano: Laurana, 2013. 171-199.

――. “Doppia temporalità e doppia spazialità: il cronotopo dei Fra-intendimenti di Kaha Aden.” Maschere sulla lingua: Negoziazioni e performance identitarie di migranti nell'Europa contemporanea. A cura di Manuel Boschierio e Marika Piva. Bologna: Emil, 2016. 1-8.

Brogi, Daniela. “Being different without fear: on Igiaba Scego’s Oltre Babilonia (and more). ”Afroeuropean Configurations Readings and Projects. A cura di Sabrina Brancato. Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars, 2011. 198-209.

Buikema, Rosemarie. “A Poetics of Home: On Narrative Voice and the Deconstruction of Home in Migrant Literature.” Migrant Cartographies New Cultural and Literary Spaces in Post-Colonial Europe. A cura di Daniella Merolla e Sandra Ponzanesi. Lanham: Lexington Books, 2005. 177-187.

Buonanno, Fiorangelo. “Percorsi urbani nella letteratura di migrazione italiana.” Scritture italiane della migrazione 6 (2014): Web. 18 marzo 2018.

Camilotti, Silvia. “I ‘nuovi italiani’ e la crisi dell’italianità: La mia casa è dove sono di Igiaba Scego.” mediAzioni 16 (2014): 1-16. Web. 14 settembre 2017.

Ceola, Patrizia. Migrazioni narranti: l’Africa degli scrittori italiani e l’Italia degli scrittori africani: un chiasmo culturale e linguistico. Padova: Libreria universitaria, 2011.

Commare, Giuseppina. “La letteratura migrante come fattore d’integrazione europea.” I quaderni europei 7 (2008): 1-15. Web. 11 novembre 2017.

Conti, Eleonora. “Geografie identitarie nella narrativa italiana degli anni duemila.” Italogramma 4 (2012): 165-175.

Coppola, Manuela; Curti, Lidia; Fantone, Laura; Laforest, Marie-Hélène; Poole, Susanna. “Women, migration and precarity.” Feminist review 87 (2007): 94-103.

Curti, Lidia. “Female Literature of Migration in Italy.” Feminist Review 87 (2007): 60-75.

Darici, Katiuscia. “To draw a map is to tell a story: interview with Dr. Robert T. Tally Jr. on geocriticism.” Forma 11 (2015): 27-36.

De Certeau, Michel. Mai senza l’altro. Magnano: Edizioni Qiqajon, 1993.

――. L’invention du quotidien 1. Arts de faire. Saint-Amand: Gallimard, 1990.

Di Maio, Alessandra. “Perle per il mondo: origine ed evoluzione della diaspora postcoloniale.” Gli studi postcoloniali. A cura di S. Bassi e A. Sirotti. Firenze: Le Lettere, 2010. 79-100.

Gagiano, Annie. “Surveying the contours of a ‘country in exile’: Nuruddin Farah’s Somalia.”African Identities 4.2 (2006): 251-268.

――. “Contemporary female african authors imagining the postcolonial nation: two examples.” Contested Identities: Literary Negotiations in Time and Place. A cura di Claudia Marquis, Roger Nicholson e Gertrud Szamosi. Newcastle upon Tyne: Cambridge scholars, 2015. 177-196.

Garane, Garane. Intervista da Giulia Gadaleta. El Ghibli 3.12 2006: Web. giugno 2006.

Gerrand, Vivian. “Representing Somali resettlement in Italy: the writing of Ubax Cristina Ali Farah and Igiaba Scego.” Studio d’Italianistica nell’ Africa australe/Italian studies in Southern Africa 21.1-2 (2008): 270-295.

Gibellini, Cecilia (a cura di). Scrittori migranti in Italia. Verona: Fiorini, 2013.

Godioli, Alberto. “Walking Tours, Subjective Maps, and Spatial Justice: Urban and Non-Urban Spaces in Contemporary Italian Literature.” Polemos 11.2 (2017): 379-395.

Horn, Vera. “Reinterpretazione degli spazi urbani nella letteratura italiana della migrazione.” Shifting and Shaping a National Identity; Transnational Writers and Pluriculturalism in Italy Today. A cura di Grace Russo Bullaro e Elena Benelli. Leics: Troubador, 2014. 169-185.

Manson, Christina Siggers. “Sausages and Cannons. The search for an identity in Igiaba Scego’s Salsicce.” Quaderni del ‘900 4 (2004): 77-86. Web. 21 aprile 2018.

Marfè, Luigi. “Italian counter-travel writing: images of Italy in contemporary migration literature.” Studies in Travel Writing 16.2 (2012): 191-201.

Mengozzi, Chiara. “Città e modernità: nuovi scenari urbani nell’immaginario della ‘letteratura italiana della migrazione.” Scritture italiane della migrazione 6 (2014): Web. 18 marzo 2018.

Kleinert, Susanne. “Memporia postcoloniale e spazio ibrido del soggetto in Oltre Babilionia di Igiaba Scego.” Narrativa nuova serie 33/34 (2012): 205-214.

Oeyen, Annelies. “Urban Journeys Constructing Literary Space: An Analysis of “Cuando aparecen Aquéllos” by Marcelo Cohen.” RILCE-Revista de Filologia Hispanica  29.1 (2013): 99-115.

Parati, Graziella. Migrant writers and urban space in Italy. Cham: Palgrave Macmillan, 2017.

Ponzanesi, Sandra; Merolla, Daniella. Migrant Cartographies. Lanham: Lexington Books, 2005.

Proto Pisani, Anna; Souny, William. “De la poésie nationale au prisme du roman d’exil. Madre Piccola de Cristina Ali Farah.” Italies 17-18 (2013-2014): 769-809. Web. 4 aprile 2016.

Quacquarelli, Lucia. “Letteratura-mondo e/o francofonia.” La letteratura postcoloniale. A cura di Silvia Albertazzi. Roma: Carocci, 2013. 162-169.

Reichardt, Dagmar. “La presenza subalterna in Italia e la scrittura come terapia.” Incontri 28.1 (2013): 16-24. Web. 16 settembre 2016.

Sarnelli, Laura. “Affective routes in Postcolonial Italy: Igiaba Scego’s imaginary mappings.” Roots&Routes VIII 27 (2018): 1-13. Web. 4 maggio 2018.

Scego, Igiaba. Intervista da Pier Maria Mazzola. 2009: Web. 17 settembre 2017.

Shvanyukova, Polina. “Corpo-oggetto e oggetto-corpo: performatività degli oggetti e non-performatività dei corpi nei romanzi di Igiaba Scego.” Convegno nazionale Io sono molte. L’invenzione delle personagge/ La disposizione degli oggetti ci tradirà? Performatività degli oggetti. A cura della Società Italiana delle Letterate di Firenze. Genova, 2011. 49-54. Web. 28 aprile 2018.

Tally, Robert T. “This space that Gnaws and Claws at Us: Foucault, Cartographics, and Geocriticism.” Épistémocritique: Littérature et Savoirs IX, Numéro spécial Géocritique (2011): Web. 5 ottobre 2017.

――. The Routledge Handbook of Literature and Space. Oxon: Routledge, 2017.

――. Geocritical explorations. New York: Palgrave Macmillan, 2011.

Van Gorp, Hendrik; Delabastita, Dirk; D’Hulst, Lieven; Ghesquiere, Rita; Grutman, Rainier; Legros. Georges. “Espace littéraire.” Dictionnaire des termes littéraires. Paris: Honoré Champion, 2001. 182-183.

Vivan, Itala. “Comunicare e/o fraintendere? In margine al libro di Kaha Mohamed Aden, Rev. di Fra-intendimenti.” El Ghibli (2011): Web. 2 ottobre 2017.

Zangrando, Stefano. “Ibridazione cronotopica e scrittura dello spaesamento ne Il latte è buono di Garane Garane.” Al di là del genere. A cura di Massimo Rizzante, Walter Nardon e Stefano Zangrando. Trento: Università di Trento, 2010. 115-131.

――. “Rev. di Il latte è buono.” Enciclopedia de Estudios afroeuropeos. s.d. Web. 1 maggio 2016.

Zullo, Federica. “Scrivere oltre i confini in Italia: spazio, movimenti, prospettive.” La letteratura postcoloniale. A cura di Silvia Albertazzi. Roma: Carocci, 2013. 162-169.

Universiteit of Hogeschool
Master of Arts in de Taal-en letterkunde (Frans-Italiaans)
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Mara Santi
Kernwoorden