De rechtsbescherming van de belastingplichtige in het kader van de huidige 'una via'-regeling

Stevo Gatsos
In de strijd tegen fiscale fraude heeft de federale wetgever anno 2008 een parlementaire
onderzoekscommissie opgericht. De belangrijkste aanbeveling van deze parlementaire
onderzoekscommissie handelde over het instellen van een una via-regeling in fiscale
strafzaken. Dit heeft finaal geleid tot de wet 20 september 2012 tot instelling van het ‘una
via’-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging
van de fiscale penale boetes, oftewel de Una Via-wet.
Dit una via-principe houdt in dat slechts één weg kan ingeslagen worden in de beteugeling
van inbreuken op de fiscale wetten, hetzij strafrechtelijk met strafsancties, hetzij fiscaaladministratief
met fiscaal-administratieve sancties. De federale wetgever had met de
ontdubbeling van parallelle procedures een efficiënter fraudebeleid voor ogen. Concreet werd
dit gerealiseerd door het una via-overleg tussen de fiscale administraties, het Openbaar
Ministerie en de bevoegde politionele overheden, hetgeen de betrokken actoren in staat
diende te stellen uit te maken wat de meest adequate afhandelingswijze van het concreet
dossier zou zijn.
De federale wetgever heeft met de Una Via-wet eveneens gepoogd het non bis in idembeginsel,
zoals geïnterpreteerd door de Europese rechtscolleges, wettelijk te verankeren. Dit
beginsel belet dat eenzelfde persoon, die reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een
definitieve beslissing, opnieuw voor dezelfde feiten wordt berecht of bestraft. In dit opzicht is
het relevant om ook het strafrechtelijk karakter van administratieve sancties onder de loep te
nemen. Wanneer blijkt dat zowel een strafrechtelijke sanctie als een administratieve sanctie
met een strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM voor dezelfde feiten worden
opgelegd, zal het non bis in idem-beginsel toepassing vinden. Vóór de intrede van de Una
Via-wet voorzagen de fiscale wetboeken expliciet de mogelijk om strafrechtelijke sancties en
administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter te cumuleren. De Una Via-wet, met
respect voor het non bis in idem-beginsel, dient tegemoet te komen aan deze problematiek
door een decumul te voorzien, waarbij dezelfde rechtsonderhorige hetzij strafrechtelijk, hetzij
fiscaal-administratief gesanctioneerd wordt.

Het opzet van dit werk bestaat erin een analyse te maken van de rechtsbescherming van de
belastingplichtige in het kader van de huidige una via-regeling. Het onderzoek naar de
tegemoetkoming aan het non bis in idem-beginsel door de federale wetgever in het una viamodel
staat centraal. Om de evaluatie te kunnen maken of de wet hieraan voldoet is een
grondige uiteenzetting van de draagwijdte van het non bis in idem-beginsel in fiscale
strafzaken vereist. Dit gebeurt aan de hand van de bespreking van de bronnen en de
jurisprudentiële invulling van dit beginsel, met inbegrip van het strafrechtelijk karakter van
administratieve sancties. Vervolgens wordt, het non bis in idem-beginsel indachtig, de Una
Via-wet besproken. De totstandkoming, de onvolmaaktheden en de gedeeltelijke vernietiging
worden hierbij toegelicht. Het sluitstuk van dit onderzoek heeft betrekking op suggesties de
lege ferenda. Hierbij wordt onderzocht of het Nederlands una via-model, het sociaal
strafrecht en het aanrekeningsprincipe soelaas kunnen bieden.

Una Via: één weg, twee verschillende paden.

In het verleden was het niet ondenkbaar dat fiscale fraude zowel strafrechtelijk als administratief werd gesanctioneerd. De Belgische fiscale wetboeken verhinderden dit immers niet. Het non bis in idem-beginsel, zijnde het recht om niet tweemaal vervolgd dan wel bestraft te worden voor dezelfde feiten, werd lange tijd op deze manier niet geschonden. In het principearrest Zolothukin bepaalde het EHRM uitdrukkelijk dat het non bis in idem-beginsel verhindert dat dezelfde persoon wegens dezelfde feiten, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, voor een tweede maal vervolgd dan wel bestraft kan worden. In dit opzicht speelt het strafrechtelijk karakter van administratieve sancties een pertinente rol. Het non bis in idem-beginsel treedt, in het geval van een cumulatie van een administratieve en een strafrechtelijk sanctie, in werking indien de administratieve sanctie een strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM bevat. Om het strafrechtelijk karakter te bepalen, heeft het EHRM de Engel-criteria ontworpen. Op deze manier geldt het non bis in idem-beginsel ook in het geval van een cumulatie van administratieve en strafrechtelijke sancties. De Belgische wetgeving was niet in overeenstemming met deze rechtspraak. Om deze reden heeft de federale wetgever de Una Via-wet ingevoerd. Het una via-principe, waarbij de keuze voor de ene weg leidt tot het uitdoven van de andere weg, diende tegemoet te komen aan de rechtspraak van het EHRM. Al snel bleek dat de wet meerdere lacunes bevatte. De Una Via-wet kon het non bis in idem-beginsel, zoals geïnterpreteerd door het EHRM, niet voldoende waarborgen. Het was dan ook een kwestie van tijd vooraleer deze wet gedeeltelijk door het Grondwettelijk Hof werd vernietigd.

Intussen is het non bis in idem-beginsel sinds het najaar van 2016 onderhevig aan een nieuwe evolutie. Het EHRM is in het arrest A en B afgestapt van de strikte zienswijze sinds het Zolothukin-arrest, aangezien het geen antwoord kon geven op de vraag of geïntegreerde procedures, die één geheel vormen, het non bis in idem-beginsel schenden. In het arrest A en B heeft het EHRM geoordeeld dat wanneer zowel een administratieve als een strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld, het non bis in idem-beginsel niet geschonden wordt indien beide procedures substantieel en temporeel onlosmakelijk met elkaar in één concreet sanctiestelsel verbonden zijn.

De vernietiging door het Grondwettelijk Hof vond plaats op 3 april 2014 en hoewel de rechtspraak over het non bis in idem-beginsel waakt, is er nood aan wetgevend ingrijpen. De mogelijke inspiratiebronnen die naar voren worden geschoven zijn het Nederlands una via-model, het sociaal strafrecht en het aanrekeningsprincipe. 

Bibliografie

Wetgeving
Internationaal
 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden van 4
november 1950, CETS nr. 005.
 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 19 december 1966,
United Nations Treaty Series, vol. 999, 171.
 Protocol nr. 7 bij het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de
Fundamentele vrijheden van 22 november 1984, CETS nr. 117.
 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Pb.L. 26 oktober 2012, afl. 326, 391.
Nationaal
 Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, BS 17 februari 1994, 4054.
 Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten van 16
januari 1989, BS 17 januari 1989.
 Wetboek van 17 november 1808 van strafvordering, Bull.Off. 27 november 1808.
 Wetboek van 2 maart 1927 diverse rechten en taksen, BS 6 maart 1927, 927.
 Wetboek van 31 maart 1936 der successierechten, BS 7 april 1936, 2403.
 Wetboek van 30 november 1939 der registratie-, hypotheek- en griffierechten, BS 1
december 1939, 8002.
 Gerechtelijk Wetboek, BS 31 oktober 1967.
 Wetboek van 3 juli 1969 van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 17 juli 1969,
7046.
 Wet 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten in geval van inbreuk op
sommige sociale wetten, BS 13 juli 1971.
 Wet houdende goedkeuring van volgende Internationale akten: Internationaal Verdrag
inzake economische, sociale en culturele rechten; Internationaal Verdrag inzake burgerrechten
en politieke rechten, opgemaakt te New-York op 19 december 1966, BS 6 juli 1983.
 Wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen, BS 20 augustus 1986, 11408.
 Wetboek van 10 april 1992 van de inkomstenbelastingen 1992, BS 30 juli 1992, 17120.
118
 Wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, BS 27 maart
1999.
 Wet van 28 april 1999 tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van
het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor
titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der
verzekeringsondernemingen, BS 25 juni 1999, 23916.
 Wet van 6 maart 2007 houdende instemming met het Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter
Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, gedaan te
Straatsburg op 22 november 1984, BS 22 juni 2012.
 Wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, BS 1 juli 2010,
2010009590.
 Wet van 20 september 2012 tot instelling van het " una via "-principe in de vervolging van
overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes, BS 22
oktober 2012, 64132.
 Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 14
augustus 2015.
 Programma 25 december 2016, BS 29 december 2016.
Voorbereidende documenten
 Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie om de grote fiscale
fraude-dossiers te onderzoeken, Parl.St. Kamer 2007, nr. 52K0034/001.
 Verslag namens de onderzoekscommissie over het parlementair onderzoek naar de grote
fiscale fraude-dossiers, Parl.St. Kamer 2008-09, nr. 52K0034/004.
 Wetsontwerp tot invoering van een Sociaal Strafwetboek, Parl.St. Kamer 2008-09,
nr. 52-1666/001.
 Wetsvoorstel tot invoering van de una via-regel in fiscale strafzaken, de oprichting van een
fiscaal auditoraat en de oprichting van een comité F, Parl.St. Kamer 2009-10, nr.
52K2210/001.
 Advies van de Raad van State nr. 47 426/2 van 9 december 2009 betreffende het
wetsvoorstel tot invoering van de una via-regel in fiscale strafzaken, de oprichting van een
fiscaal auditoraat en de oprichting van een comité F, Parl.St. Kamer 2009-10, nr.
52K2210/002.
119
 Wetsvoorstel tot invoering van de una via-regel in fiscale strafzaken, de oprichting van een
fiscaal auditoraat en de oprichting van een comité F., Parl. St. Kamer 2010-2011,
53K0630/001.
 Wetsvoorstel tot instelling van het “una via”-principe in de vervolging van overtredingen
van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes, Parl.St. Kamer 2011-
12, nr. 53K1973/001.
 Verslag namens de Commissie voor de Financiën en de Begroting over het wetsvoorstel tot
instelling van het “una via”-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale
wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes, Parl.St. Kamer 2011-12, nr.
53K1973/005.
 Verslag namens de bijzondere commissie “Internationale fiscale fraude/Panama Papers”,
Parl. St.Kamer 2017-2018, nr. 54K2749/001.
Nederland
 Wetboek van Strafrecht
 Wetboek van Strafvordering
 Algemene wet rijksbelastingen
 Algemene wet bestuursrecht
 Protocol 16 juni 2015 inzake aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op
het gebied van douane en toeslagen, Stcrt. 2015, 17271.
Rechtspraak
EHRM
 EHRM 8 juni 1976, nr. 5370/72, Engel/Nederland, Publ.Eur.Court HR, Serie A, nr. 22.
 EHRM 21 februari 1984, nr. 8544/79, Öztürk/Duitsland, Publ.Eur.Court HR 1984, Serie A,
nr. 73.
 EHRM 25 augustus 1987, nr. 9912/82, Lütz/ Duitsland, Publ.Eur.Court HR 1987, Serie A,
nr. 123.
 EHRM 24 februari 1994, nr. 12547/86, Bendenoun/Frankrijk,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 23 oktober 1995, nr. 15963/90, Gradinger/Oostenrijk, Publ.Eur.Court HR 1996,
Serie A, nr. 328-C.
120
 EHRM 24 september 1997, nr. 18996/91, Garyfallou Aebe/Griekenland, Rep.Eur.Court. HR
1997, V, 1821.
 EHRM 30 juli 1998, nr. 25711/94, Oliveira/Zwitserland, Rep.Eur.Court. HR 1998, V, 1990.
 EHRM 14 september 1999, nr. 36855/97 en 41731/98, Ponsetti en Chesnel/Frankrijk,
RUDH 1999, 434.
 EHRM 28 oktober 1999, nr. 26780/95, Escoubet/België,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 30 mei 2000, nr.31982/96, R.T./Finland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 29 mei 2001, nr. 37950/97, Franz Fischer/Oostenrijk,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 9 oktober 2001 nr. 39665/98 en 40086/98, Ezeh & Connors/Verenigd Koninkrijk,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 23 juli 2002, nr. 34619/97, Janosevic/Zweden, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 3 oktober 2002, nr.48154/99, Zigarella/Italië, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 4 maart 2004, nr. 47650/99, Silvester’s Horeca Service/België,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 20 juli 2004, nr. 50178/99, Nikitin/Rusland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 30 september 2004, nr.6072/02, Falkner / Oostenrijk,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 1 februari 2005, nr. 61821/00, Ziliberberg/Moldavië,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 13 december 2005, nr.73661/01, Nilsson/Finland,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 9 maart 2006, nr. 5926/00, Meneshev /Rusland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 7 december 2006, nr. 37301/03, Hauser-Sporn/Oostenrijk,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 22 juli 2008, nr. 40199/02, Kallio/Finland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 10 februari 2009, nr. 14939/03, Sergueï Zolotoukhine/Rusland, RABG 2009, 871,
noot P. HOET, T.Strafr. 2009, 128.
 EHRM 16 juni 2009, nr. 13079/03, Ruotsalainen/Finland, TFR 2010, 501, noot B.
COOPMAN en K. HENS.
 EHRM 25 juni 2009, nr.55759/07, Maresti/Kroatië, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 18 oktober 2010, nr. 53785/09, Tomasovic/ Kroatië, JLMB 2013, 576, noot F.
KONINGS.
121
 EHRM 31 mei 2011, nr. 3699/08, Zugic/Kroatië, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM, 12 juli 2012, nr. 18851/07, Lagardère/Frankrijk,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 14 januari 2014, nr. 32042/11, Muslija/ Bosnië en Herzegovina.
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 20 mei 2014, nr. 11828/11, Nykänen/Finland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 20 mei 2014, nr. 37394/11, Glantz/Finland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 20 mei 2014, nr.35232/11, Pirttimäki/Finland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 27 januari 2015, nr. 17039/13, Rinas/Finland, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc
 EHRM 10 februari 2015, nr.53753/12, Kiiveri/Finland,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 15 november 2016, nr.24130/11 en 29758/11, A en B/Noorwegen,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 18 mei 2017, nr. 22007/11, Johannesson e.a./Ijsland,
www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
 EHRM 13 juni 2017, nr. 41788/11, Simkus/Lithouwen, www.echr.coe.int/ECHR/EN/hudoc.
Europees Hof van Justitie
 HvJ 11 februari 2003, C-187/01 en C-385/01, Gözütok en Brügge
 HvJ 10 maart 2005, C-463/03, Miraglia.
 HvJ 9 maart 2006, C436/04, Van Esbroeck, Pb. C. 3 juni 2006, afl. 131, 18.
 HvJ 29 juni 2006, C-289/04, Showa Denko KK.
 HvJ 28 september 2006, C-467/04, Gasparini.
 HvJ 28 september 2006, C-150/05, Van Straaten, T.Strafr. 2007, 26, noot P. HOET.
 HvJ 18 juli 2007, C-288/05, Kretzinger, NC 2007, 416.
 HvJ 18 juli 2007, C-367/05, Kraaijenbrink.
 HvJ 22 december 2008, C-491/07, Turansky.
 HvJ 26 februari 2013, C-617/10, Åklagaren v. Hans Åkerberg Fransson, concl. P. CRUZ
VILLALON.
 HvJ 27 mei 2014, C- 129/14, Spasic.
 HvJ 5 juni 2014, C-398/12, M.
 HvJ 29 juni 2016, C-486/14, Kossowski.
 HvJ 5 april 2017, C-217/15 en C-350/15, Orsi en Baldetti.
122
 Hvj 20 maart 2018, C-524/15, Menci.
 HvJ 20 maart 2018, C-537/16, Garlsson Real Estate e.a.
 HvJ 20 maart 2018, C-596/16, Di Puma.
 HvJ 20 maart 2018, C-597/16, Zecca.
Grondwettelijk Hof
 Arbitragehof 24 februari 1999, FJF 24 februari 1999, nr. 22/99.
 Arbitragehof 19 december 2001, nr.159/2001, BS 15januari 2002 (ed. 2), 1187.
 GwH 26 april 2007, nr. 67/2007, BS 13 juni 2007.
 GwH 6 november 2008, nr. 157/2008.
 GwH 18 juni 2008, nr. 91/2008, BS 10 september 2008, 47197.
 GwH 29 juli 2010, nr. 91/2010, Arr.GwH 2010, afl. 3, 1275.
GwH 1 maart 2012, nr. 28/2012.
 GwH 20 september 2012, nr.112/2012.
 GwH 21 februari 2013, nr.13/2013.
 GwH 19 december 2013, nr. 2013/181, NjW 2014, afl. 295, 83.
 GwH 30 mei 2013, nr. 74/2013.
 GwH 27 maart 2014, nr. 55/2014.
 GwH 3 april 2014, nr. 61/2014.
 GwH 18 januari 2018, nr. 7/2018.
 GwH 7 februari 2018, nr. 16/2018.
Hof van Cassatie
 Cass. 22 februari 1971, Arr.Cass. 1971, 599.
 Cass. 27 mei 1971, Arr. Cass. 1971, 959.
 Cass. 26 juni 1972, Pas. 1972, I, p.1003.
 Cass. 5 juni 1985, Arr. Cass. 1984-85, nr. 603.
 Cass. 7 september 1988, Arr. Cass. 1988-89, 19.
 Cass. 15 januari 1991, AR 2153, AC 1991, nr. 249, p. 504.
 Cass. 27 september 1991, RW 1991-92, 708.
 Cass. 5 mei 1992, Arr.Cass.. 1991-92, nr. 464.
 Cass. 22 februari 1994, Arr. Cass. 1994, nr. 89.
 Cass. 11 oktober 1996, AR F.93.0132.N, AC 1996, nr. 376, p. 916.
123
 Cass. 16 oktober 1997, RW 1998-1999, 464
 Cass. 5 februari 1999, RCJB 2002, (573), 588;
 Cass. 5 februari 1999, RW 1998-99, 1.352.
 Cass. 25 mei 1999, Fiskoloog 1999, afl. 719, 15, FJF, nr. 99/126.
 Cass. 24 januari 2002, TFR 2002, 763-765.
 Cass. 21 januari 2005, FJF, nr. 2005/174.
 Cass. 16 februari 2007, TFR 2007, noot G. GOOSSENS.
 Cass. 12 december 2008, F.06.0111.N, FJF nr. 2009/156.
 Cass. 2 december 2009, Pas. 2009, afl. 12, 2870.
 Cass. 25 mei 2011, NjW 2011, 772.
 Cass. 21 december 2011, Arr. Cass. 2011, afl. 12, 2681.
 Cass. 3 januari 2012, Pas. 2012, afl. 1, 8.
 Cass. 29 januari 2013, AR P.12.0402.N, AC 2013, nr. 67, p. 262
 Cass. 27 maart 2013, P.12.1945.F.
 Cass. 25 februari 2014, P.13.1409.N, www.cass.be
 Cass. 25 maart 2014, TFR 2014, 697.
 Cass. 20 mei 2014, P.13.0026.N, www.jura.be
 Cass. 17 juni 2014, P.13.1747.N, www.cass.be
 Cass. 24 juni 2014, AR P.13.1747.N, AC 2014, nr. 452, p. 1624
 Cass. 12 december 2014, F.13.0133.N.
 Cass. 17 februari 2015, Arr.Cass. 2015, 454.
 Cass. 24 april 2015, F.14.0045.N.
 Cass. 21 september 2017, F.15.0081.N.
 Cass. 28 november 2017, P.17.0830.N.
Hoven van beroep
 Antwerpen 8 mei 2001, A.F.T. 2001, 438.
 Antwerpen 27 juni 2012, TFR 2013, afl. 452, 978.
 Gent 27 juni 2013, nr. C/1133/13, niet gepubliceerd.
 Brussel 12 maart 2014, TBM/RCB 2014.2, 108-121.
 Brussel 13 juni 2014, Fiscoloog 2014, afl. 1404, 8.
 Gent 23 september 2014, Fisc.Koer. 2014, 654.
 Gent 30 september 2014, Fisc. Koer. 2014, 654.
124
 Antwerpen 24 februari 2015, RABG 2015, nr.19, 1343.
 Gent 3 maart 2015, RGCF 2015, 333.
 Antwerpen 24 november 2015, FJF 2016, 185;
 Antwerpen 14 februari 2017, Fiscoloog 2017, afl. 1543, 13.
 Antwerpen 24 februari 2017, Fiscoloog 2017, afl. 1543, 13.
 Gent 3 oktober 2017, FJF 2017/222.
Rechtbanken van eerste aanleg
 Rb. Gent 24 november 2008, F.J.F. 2009, 244.
 Rb. Gent 29 september 2014, TFR 2015, 473.
 Rb. Brussel 25 april 2017, 15/3140/A.
Nederland
 HR 23 februari 1982, NJ 1982/647;
 HR 7 september 1988, BNB 1988/298, FED 1988/715
 HR 11 oktober 1989, BNB 1990/87, FED 1990/421
 HR 19 juni 1990, NJ 1991/119
 HR 16 juni 1992, NJ 1992/820.
 HR 22 februari 2000, NJ 2000/557
Rechtsleer
Boeken
 DE NAUW, A., “Cumulatie van straffen en administratieve sancties met een strafrechtelijk
karakter na de arresten Zolothkhin en Ruotsalainen” in DE RUYCK, F. (ed.), Strafrecht meer
… dan ooit, Brugge, die Keure, 2011, 1-19.
• DESTERBECK, F., Krachtlijnen van het fiscaal strafrecht en fiscaal strafprocesrecht, Gent,
Larcier, 94p.
• HUYBRECHTS, L., Fiscaal strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2002, 317p.
 JORENS, Y., (eds), Sociaal strafrecht, van controle tot veroordeling, Brugge, Die Keure,
2011, 379p.
125
 MAUS, M., “Fiscaal-administratieve sanctionering en rechtsbescherming” in MAUS, M.
en ROZIE, M.Actuele problemen van het fiscaal strafrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011,
252p.
 MAUS. M., Handboek fiscale sanctionering, Brugge, Die Keure, 2015, 300p.
 MAUS, M., "De sancties" in M. DE JONCKHEERE (ed.), De fiscale procedure, Brugge,
Die Keure, 2016, 644p.
 MAUS, M., Wit is het nieuwe zwart!: pleidooi voor een hervorming van de fiscale
fraudebestrijding, Brussel, Larcier, 2016, 70p.
 MAUS, M., Handboek fiscale sanctionering, Brugge, Die Keure, 2017, 332p.
 MAUS, M. en VAN DOOREN, E., “De sancties”, in DE JONCKHEERE, M., (eds), De
fiscale procedure, Brugge, Die Keure, 2012, 317-411.
 SPEECKE, J., Fiscaal straf- en strafprocesrecht, Mechelen, Kluwer, 2015, 220p.
 SPEECKE, J., Fiscaal straf- en strafprocesrecht, Mechelen, Kluwer, 2013, 242p.
 THIEL, C. en LIPPENS, S., Het Belgisch una via-model in fiscale strafzaken. Een
vervolging en een beteugeling langs één weg?, Mechelen, Kluwer, 2012, 131p.
 TIBERGHIEN, A., Handboek voor fiscaal recht, Mechelen, Kluwer, 2016-2017, 2300p.
 VANDE LANOTTE, J., “Handboek EVRM – deel 1. Algemene beginselen”, Antwerpen,
Intersentia, 2005, 949 p.
 VANDERKERKEN, C., Fiscale strafvervolging en rechtsbescherming: wapengelijkheid,
zwijgrecht en bewijslastverdeling, Brussel, Larcier, 2006, 539p.
 VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen,
Maklu, 2011, 1277p.
 VAN HOUTTE, Beginselen van het Belgische Belastingsrecht, Gent, Story-Scientia, 1979,
251p.
 VERSTRAETEN, R., Handboek Strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, 1372p.
Tijdschriften
 ALEN, A., "Naar een betere rechtsbescherming inzake administratieve geldboeten na de
koerswijziging van het Hof van Cassatie in zijn arresten van 5 februari 1999", RW 1999, afl.
19, 630-638.
 BEUNE, R.B.H., “Fiscale en strafrechtelijke fraudebestrijding in Nederland: model voor
toekomstige Belgische regeling?” in VZW Fiskofoon (ed.), Reflecties over de aanpak van de
fiscale fraude en de rechten van de belastingplichtige, Brussel, Larcier, 2010, 144- 152.
126
 BOURS, J.P., “Droit pénal ou fiscal? Electa una via, recursus ad alteram non datur: La loi
du 20 septembre 2012”, JT 2013, 165-173.
 BUYSSE, C., “Cumul administratieve BTW-boete en strafsanctie: wanneer (on)mogelijk?”,
Fiscoloog 2013, afl. 1331, 6-10.
 BUYSSE, C., “Fiscale fraude: geen belastingverhoging 'in de mate' dat strafsanctie is
opgelegd”, Fiscoloog 2016, afl. 1469, 3-7.
COOPMAN, B. en HENS, K., “De ontoombare opgang van het non bis in idem-beginsel in
fiscalibus: ook het Unierecht laat geen dubbele bestraffing toe”, TFR 2013, afl. 444, 562-565.
 CONINGS, C., “Ne bis in idem: Tijd voor hetzelfde idem”, NjW 2012, 274-282.
 CNIJF, H. en DE BROECK, L., Fiscaal praktijkboek 2012-2013 – Directe belastingen,
Mechelen, Kluwer, 2012, 217-254.
 DAUGINET, V., DILLEN, C., en VERCAUTEREN, V., “Una via in België: een uitweg uit
de impasse?”, in My way, liber amicorum Hans Hertoghs, Amsterdam, De Bont Advocaten,
2016, 125-151.
 DEBELVA, F. en MOTTE, J., “De proportionaliteit van fiscale sancties: theoretisch kader,
grondslagen en verhouding tot mensenrechten”, TFR 2015, afl. 492, 968-981.
 DECUYPER, J., “De “una via”-wet en het Wetboek der Successierechten”,
Successierechten 2013, afl.5, 6-8.
 DE CLERCK, T., “Una via: het einde van een tweesporenbeleid inzake fraudedossiers?”,
Pacioli 2013, afl. 357, 4-8
 DE KOSTER, P., “Le principe ‘Non bis in idem’: de la révolution à l’intégration cinq ans
après l’arrêt Sergueï Zolotoukhine”, Rev. dr. pén. entr. 2015/1, 1-19.
 DE KOSTER, P., “Le Cantique du Non bis in idem et son application quantique: réflexions
sommaires à propos de l’arrêt de la Cour eur. D.H. du 15 novembre 2016”, Rev. dr. pén. entr.
2017/1, 9-15.
 DE JAEGER, M., en VAN VOLSEM F., “Een toelichting bij de una via-wet van 20
september 2012” T. Strafr. 2013, 2-23.
 DEFOOR, W., “De wet van 20 september 2012 tot instelling van het una via-principe bij de
vervolging van fiscale misdrijven: wegomleidingen blijven mogelijk”, Nieuwsbrief Notariaat
2013, afl. 5, 5-8.
 DESTERBECK, F., “Fiscale ambtenaren mogen politie inlichtingen verstrekken en die ook
spontaan aanvullen”, Fisc. Act. 2008, afl. 8, 9-10.
 DESTERBECK, F., “Grondwettelijk Hof keurt overleg fiscus-gerecht goed maar
veroordeelt praktische uitwerking”, Fisc. Act. 2014, afl. 13, 7-9.
127
 DESTERBECK, F., “Wordt het fiscaal strafrecht afgeschaft?”, Fisc. Act. 2015, afl. 11, 4-6.
 DESTERBECK, F., ”Una via: de patstelling doorbroken?” Fisc. Act. 2015, afl. 37, 7-10.
 DESTERBECK, F., “‘Charter van de belastingplichtige’ wordt gemoderniseerd”, Fisc. Act.
2016, afl. 39, 1-3.
 DESTERBECK, F., “‘Una via’: de rechtspraak geeft de richting aan”, Fisc. Act. 2017, afl.
41, 9-10.
 DESTERBECK, F., “”Una via” in het fiscaal strafrecht: een status quaestionis en een
aanzet tot een mogelijke oplossing”, RW 2017-18, afl. 29, 1122-1133.
 DIEPVENS, N., “Justitieplan is aanzet tot broodnodige hervormingen”, Fisc. Act 2015. nr.
11, 1-4.
 DUMONT, T., "Vlaamse Codex Fiscaliteit: het decreet van 17 juli 2015 met reparaties, de
oprichting van een Vlaamse rulingdienst en een wijziging van de ‘una via’-regeling",
Registratierechten 2015, afl. 3, 6- 13.
 GABRIËL, P., “Neen, toch niet nog eens… over het non bis in idem-beginsel in
belastingzaken” in M. DE JONCKHEERE (ed.), Een reis doorheen de fiscale
basisbeginselen, Brugge, Die Keure, 2011, 107-139.
 GNEDASJ, S. “’Ne bis in idem’: vrijspraak door de fiscus telt ook (buitenlandse), Fisc. Act.
2014, afl. 40, 14-15.
 GNEDASJ, S., "Strafsanctie vs. fiscale sanctie: wie eerst komt, eerst maalt?", Fisc. Act.
2014, afl. 20, 7-11.
 GNEDASJ, S. en VANHULLE, H., “ Not even God judges twice for the same act… and tax
offence. Draagwijdte en grenzen van het ne bis in idem-beginsel”, TFR 2014, alf. 466, 643-
686.
 GNEDASJ, S., “Na Brussel stapt ook Gent over op ruime invulling van ‘in idem’”, Fisc.
Act. 2015, afl. 7, 4-7.
 GNEDASJ, S., “‘Ne bis in idem’ in fiscaal strafrecht: ook bij vrijspraak door fiscus volgens
Cassatie”, Fisc. Act. 2015, afl. 12, 10-11.
 GNEDASJ, S., “Non bis in idem : argumentatie voor en door feitenrechter cruciaal voor ‘in
idem’-vereiste”, Fisc. Act. 2015, afl. 22, 10-11.
 GNEDASJ, S., “EHRM opent achterpoortje voor dubbele bestraffingen in fiscale en
strafzaken. Grijpt België weer naast de prijzen?” Fisc.Act. 2016, afl. 40, 2-12.
 GNEDASJ, S., “Ne bis in idem na het arrest A en B t. Noorwegen: alive and kicking!”,
Fisc. Act. 2017, afl. 2017/20,6-11 .
128
 HENDRIKS, M., “De una via-regeling in Nederland”, in VZW Fiskofoon (ed.), Reflecties
over de aanpak van fiscale fraude en de rechten van de belastingplichtige, Brussel, Larcier,
2010, 152- 161.
 HOET, P., "Het ne bis in idem-beginsel in het grensoverschrijdend strafrechtsverkeer",
CABG 2004, afl. 1, 1-60.
 HOET, P., “‘Una via’ of toch niet?”, Actua Leges 2018, afl. 2, 1-2.
 HOET, P., “Een administratieve (of tuchtrechtelijke) vervolging met een strafrechtelijk
karakter is mogelijk naast de uitoefening van de strafvordering, mits de beide procedures
complementair zijn en één geheel vormen”, T.Strafr. 2018, afl. 1, 21-27.
 HUBER, W., “Una via-wet terug naar af”, De juristenkrant 2014, afl. 289, 2.
 JANSEN, T., "Ook geringe fiscale sancties vallen onder artikel 6 EVRM ... maar niet
noodzakelijk met alle proceswaarborgen", Fisc.Act. 2008, afl. 10, 6-9.
 JANSEN, T., “Dubbele bestraffing van btw-inbreuk kan, zegt Hof van Justitie”, Fisc. Act.
2018, afl. 22, 5-6.
 JANSSENS, K., “Omzendbrief wijst op lacunes in ‘una via’-wet”, Fisc.Act. 2012, afl. 37, 1-
3.
 JANSSENS, K, " Una via treedt in werking op 1 november … maar niet noodzakelijk voor
boetes”, Fisc. Act. 2012, afl. 37, 8-9.
 JANSSENS, K., “Fraudeur te goeder trouw?”, Fisc. Act. 2017, afl. 23, 8-10.
 KONINGS, F., “Loi Una via: inconstitutionnalité de la suspension de l’exigibilité de la
sanction administrative”, JLMB 2014, afl. 21, 978-981.
 LAGASSE, P., “L'arrêt A et B contre Norvège entre continuité et évolution quant au
principe non bis in idem”, JT 2018/6, afl. 6718, 109-116.
 LECOCQ, A. en CECI, E., “La loi du 22 septembre 2012 instaurant le principe Una Via”,
Dr. pén. entr. 2012, 303p.
 LECOCQ, A. en CECI, E., “Réforme Una Via: le dessus de l'iceberg”, Dr.pén.entr. 2013, 3-
24.
 LECOCQ, A. en CECI, E, “Une Via: La cour constitutionnelle anoblit le ‘non bis in idem”,
Rev.dr.pén. 2014, afl. 2, 171-176.
 LECOCQ, A., “Arrêt ‘A et B c. Norvège’: l'application du principe non bis in idem en
présence de procédures parallèles ou mixtes affinée par la Cour européenne des droits de
l'homme”, JDE, 2017/5, afl. 239, 184-185.
 MAUS, M., Una via: een weg vol putten en bulten, Fisc.Act. 2012, afl. 19, 5-9.
129
 MAUS, M., “Kanttekeningen rond de fiscaal-administratieve sancties en de fiscale
geschillenprocedure in het licht van art. 6 EVRM”, TFR 1999, 332-361.
 MAUS, M., “Kritische bemerkingen bij de arresten van het Hof van Cassatie van 5 februari
1999 inzake de fiscaal-administratieve sancties”, AJT 1998-99, 981-989.
 MICHIELS, O. en FALQUE, G., “Le principe non bis in idem et les procédures mixtes un
camouflet infligé à la jurisprudence Zolotoukhine”, JLMB 2017/23, 1069-1078.
 NORE, D., “Una via in fiscaal recht weldra een feit”, Juristenkrant 2012, nr.245, 1.
 PUT J., “Rechtshandhaving door administratieve sancties in het recht”, RW 2001-2002, nr.
34, 1195-1209.
 ROSELETH, J., “Grondwettelijk Hof breidt toepassingsgebied van de una via-wet uit
wegens schending van het non bis in idem-beginsel”, RABG 2014/19, 1345-1351.
 ROZIE, J. “Ceci n’est pas une peine… Over de vraag hoelang het hybride sanctiebegrip nog
overeind kan blijven” in De wet voorbij: Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen
Intersentia, 2010, 319-335.
 SMET, F., “Una via’: ontdubbeling fiscale vervolging en sanctionering?”, Fiscoloog 2012,
afl. 1282, 8-10.
 SMET, F., “Grondwettelijk Hof : 'una via'-wet schendt non bis in idem”, Fiscoloog 2014,
afl. 1382, 1-5.
 SPEECKE, J., “Una via: de oplossing voor alle problemen?”, TFR 2013, afl. 452, 945-956.
 SPEECKE, J., “Una via-wet: terug naar af? Een analyse van het arrest van het
Grondwettelijk Hof d.d. 3 april 2014”, TFR 2014, afl. 467, 744-747.
 VAN BOCKEL, W.B., “’Coming of age’: de ontwikkeling van het ne bis in idem-beginsel
in de EU-rechtsorde", NtEr 2010, afl. 2, 66-72.
 VAN CROMBRUGGE, S., “Non bis in idem voor administratieve boeten: formalisme
troef”, Fiscoloog 2017, afl. 1542, 1-5.
 VANDERHAUWAERT, K., “Una via-principe ongrondwettelijk wegens schending van het
non bis in idem-beginsel. Een aantal beschouwingen” T. Strafr., nr. 5, 303-307.
 VAN DUERM, S., “Una Via dans les affaires fiscales pénales, une solution?”, RGCF 2014,
afl. 1, 69-74.
 VANHEESWIJCK, L., “De gedeeltelijke vernietiging van de una via-wet: storm in een glas
water?”, TFR 2014, afl. 462, 467-468.
 VAN STEENBERGE, A., “(De)penalisering van het fiscaal recht: biedt de Una Via-wet een
uitweg?”, TVW 2013, 220-231.
130
 VERSTRAETEN, B., “Op naar echtscheiding met onderlinge toestemming tussen fiscus en
parket”, Fisc.Act. 2012, afl. 7, 5-9.
 VERSTRAETEN, B. en HANNES, P., “Una via-koorts stijgt Vlaanderen naar het hoofd”,
Fisc.Act. 2015, afl. 23, 1-6.
 X., “Actualisering van het Charter van de belastingplichtige”, TFR 2009, nr. 371, 915-918.
 ZAGHEDEN, M., “Una via: de gulden middenweg of de weg zoek?”, in MAES, L., DE
CNIJF, H. en DE BROECK, L., Fiscaal praktijkboek 2012-2013 – Directe belastingen,
Mechelen, Kluwer, 2012, 217-254.
Omzendbrieven
 Omzendbrief nr. 11/2012 van het College van Procureurs-generaal bij de hoven van beroep,
Brussel, 22 oktober 2012.
 Omzendbrief nr. 11/2012 AFZ 8/2012 betreffende de “Una via”-wet en de wijzigingen aan
het Wetboek der registratie- hypotheek- en griffierechten, het Wetboek der successierechten
en het Wetboek diverse rechten en taksen, 22 oktober 2012.
 Omzendbrief AFZ 9/2012 betreffende de wet van 20/09/2012 tot instelling van het “una
via”-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging
van de fiscale penale boetes, 23 oktober 2012.
Andere bronnen
 Verslag van de Werkgroep van het Charter van de belastingplichtige van 10 september
2009, 14, http://tfrnet.larcier.be/html/9public/52009037101.pdf
 Verslag van het Rekenhof aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers over de organisatie
en werking van de Bijzondere Belastinginspectie, www.ccrek.be, Brussel, april 2010.
 Definitieve nota van College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude, Werkgroep
“Una Via” (thema 9), 15 december 2010.
 Actieplan van het College voor de Strijd tegen de Fiscale en Sociale Fraude 2012-2013.
Nederland
 HARTMANN, A.R., “Commentaar op art. 88 AWR”, Tijdschrift en Commentaar
strafrecht, Deventer, Kluwer, 2017, 1-10.
 VALKENBURG, W.E.C.A., Fiscaal straf- en strafprocesrecht, Deventer, Kluwer, 2010,
340p.
131
 VALKENBURG, W.E.C.A. en FEENSTRA, A.A., “Fiscaal strafrecht”, Delikt en
Delinkwent afl. 10, 2015/75, 829-832.