De positie en de belangen van dader en slachtoffer in kaart: een kritische evaluatie over de diverse strafprocedures heen

Margo Ghijs
Een kritische analyse omtrent de positie en belangen van dader en slachtoffer binnen de assisenprocedure en het nieuwe wetsvoorstel inzake de criminele kamers. Houdt dit laatste een fundamentele verbetering in voor beide partijen ten opzichte van de assisenprocedure of is er nog werk aan de winkel?

De criminele kamers: do or don't?

 

De voorbije decennia is er enorm veel commotie geweest omtrent de assisenprocedure en zijn relevantie binnen de moderne samenleving. Hierbij gingen er vele kritieken op omtrent onder andere de lange duurtijd van zo’n proces en de torenhoge kostprijs. Het werd dus al snel duidelijk dat deze situatie naar de toekomst toe niet houdbaar zal blijven en er dus dringend nood is aan verandering. De grote vraag is echter of we assisen volledig moeten afschaffen en zo ja, wat komt er dan in de plaats? Hierop heeft minister van justitie Koen Geens getracht een antwoord te bieden door het wetsvoorstel inzake de criminele kamers te introduceren. Concreet genomen zou deze nieuwe procedure een brug vormen tussen de assisenprocedure en de procedure voor de correctionele rechtbank. De intrede van het nieuwe wetsvoorstel deed echter nog diverse onbeantwoorde vragen rijzen en bleef niet gespaard van kritiek.

 

Binnen het kader van mijn scriptie heb ik onderzoek en navraag gedaan bij diverse actoren naar hun mening omtrent de assisenprocedure en het nieuwe wetsvoorstel inzake de criminele kamers. Het eigenlijke doel was om na te gaan of het nieuwe wetsvoorstel een initiële verbetering zou inhouden van de positie van dader en slachtoffer binnen de strafrechtsgang. Ik deed hierbij eerst een grondige literatuurstudie om een solide achtergrond te hebben omtrent de diverse strafrechtsprocedures, de rechten, de juridische belangen en de affectieve behoeftes van daders en slachtoffers. Deze theoretische kennis heb ik dan door middel van diepte-interviews afgetoetst bij een aantal personen die dagdagelijks vanuit professioneel standpunt met daders en slachtoffers in contact komen. Het ging hierbij onder meer om advocaten, justitieassistenten, bevoegd in daderbegeleiding, en medewerkers van het slachtofferonthaal. Ik heb voor deze diverse personen gekozen om de balans tussen dader en slachtoffer in evenwicht te houden en de thematiek vanuit diverse standpunten te benaderen.

 

Na het voeren van mijn onderzoek ben ik tot een aantal conclusies gekomen waaronder het feit dat er dus weldegelijk dringend nood is aan verandering, maar dat het wetsvoorstel inzake de criminele kamers niet volledig voldoet aan de behoeftes van de diverse partijen. De initiële insteek en aanzet is goed en het effent het pad voor verdere eventuele nieuwe voorstellen, maar er zijn nog een aantal tekortkomingen die opgelost moeten worden. Dit is ook gebleken uit de recente mediaberichtgeving die meldde dat het parlement het wetsvoorstel inzake de criminele kamers officieel heeft afgewezen. Concreet genomen houdt dit dus in dat het wetsvoorstel opnieuw in de koelkast moet worden gestopt en dat de oude assisenprocedure opnieuw zal worden aangewend als noodzakelijk kwaad. Dit is in mijn ogen een duidelijk alarmsignaal dat stelt dat we nu moeten handelen.

 

Naar aanleiding hiervan heb ik aan de hand van mijn bevindingen een aantal aanbevelingen geformuleerd die eventueel kunnen worden gebruikt bij het optimaliseren van het wetsvoorstel inzake de criminele kamers of bij de ontwikkeling van een compleet nieuw wetsvoorstel. Zo lijkt het mij nuttig om een team van experten aan te stellen die een grondig onderzoek kunnen voeren en een bevraging kunnen doen bij een algemene steekproef. In deze bevraging zou kunnen gepolst worden naar de wensen en verlangens van de doorsnee burger. Dit zou een optimaal beeld kunnen geven van de tekortkomingen die er momenteel nog heersen. Deze bevindingen zouden dan in diverse jaarrapporten kunnen worden gegoten, zodat de informatie transparant naar buiten wordt gebracht en zowel de burger als de regering er toegang tot en kennis van heeft.

 

Doorheen mijn onderzoek heb ik ondervonden dat het ontbreken van de beroepsmogelijkheid binnen de assisenprocedure en de lange duurtijd de twee meest prominente problemen vormen. Deze moeten in het kader van het ontwikkelen van een nieuw wetsvoorstel dus zeker worden aangepakt. Er moet werk gemaakt worden van een strikte regeling omtrent de aansleeptijd van de behandeling van dossiers en van de duurtijd van de zittingen. Zo lijkt mij de afhandeling van het proces binnen de drie dagen een haalbare termijn. Op die manier vermijd je de onmenselijke duurtijd van weken of maanden die binnen de huidige assisenprocedure werkzaam is. Toch wordt er op die manier ook op toegezien dat de zaak niet te snel wordt afgehandeld en bijgevolg aan grondigheid moet inboeten. Dit is iets wat we tegenwoordig vaak binnen een correctionele procedure terug zien komen. Het invoeren van de beroepsmogelijkheid lijkt me na mijn onderzoek een evidentie en één van de belangrijkste punten die binnen een nieuw wetsvoorstel aanwezig zouden moeten zijn. Ik pleit er echter voor om deze beroepsmogelijkheid in te voeren voor alle betrokken partijen. Concreet zou dit inhouden dat ook slachtoffers hier beroep op zouden moeten kunnen doen. Iets wat de dag van vandaag niet binnen hun mogelijkheden ligt en dus een fundamentele inperking van hun rechten en hun positie inhoudt.

 

Als laatste element wordt er ook heel vaak kritiek geuit tegenover het gebruik van de lekenjury binnen de assisenprocedure. De vraag of dit ook in een nieuw wetsvoorstel aanwezig moet zijn, kwam dan ook sterk naar voren tijdens mijn onderzoek. Het is echter een fenomeen die met enige nuance en voorzichtigheid moet worden benaderd. Er zijn zowel voor-als tegenstanders van een lekenjury. Een complete afketsing of een klakkeloze overneming van het principe binnen een nieuw wetsvoorstel lijkt mij dus geen van beiden een gepaste reactie. Er moet daarom opnieuw naar een guldenmiddenweg gezocht worden die tegemoet komt aan de standpunten van de diverse partijen en die hen enigszins kan verenigen in een compromis. Het lijkt me daarom een aanvaardbaar voorstel om gebruik te maken van een college van een drietal beroepsrechters die moeten oordelen over de schuldvraag en de stafmaat. Deze keuze volgt uit het feit dat het volgens mij noodzakelijk is dat er met kennis van zaken wordt geoordeeld en dit kan naar mijn mening enkel door professionelen die er een gepaste opleiding voor hebben gevolgd en de nodige ervaring in het werkveld hebben opgedaan. Om het principe van de democratie toch niet volledig aan de kant te schuiven, kan er daarnaast gebruik gemaakt worden van een adviescommissie die bestaat uit leken. Deze zouden de beroepsrechters kunnen bijstaan en adviseren, doch zou dit advies niet bindend zijn en zou de eindbeslissing nog steeds in handen liggen van de professionelen.

 

Het is duidelijk dat er dus zeker ruimte is voor het ontwikkelen of het uitwerken van een wetsvoorstel die de logge assisenprocedure kan vervangen. Er is nog veel werk om aan alle kritieken tegemoet te komen, maar er zijn zeker al stappen in de goede richting gezet. Het is nu de boodschap voor de regering om de komende jaren op dit elan verder te werken, samen te werken en niet op te geven. Enkel zo kunnen we er in slagen om een nieuw en accuraat wetsvoorstel te ontwikkelen die het juridisch landschap en de positie van zowel dader als slachtoffer in de toekomst fundamenteel zal verbeteren.

 

Bibliografie

 

  1. (2017). Actualia strafrecht en evaluatie Potpourri II.
  2. Arnou, L., Delmulle, J., & De Nauw, A. (2006). Strafrecht en strafprocesrecht. Mechelen: Kluwer.
  3. Barents, R. (2002). Strafrecht. Deventer: Kluwer.
  4. Bornstein, B. H., Miller, M. K., Nemeth, R. J., Page, G. L., & Musil, S. (2005). Juror reactions to jury duty: perceptions of the system and potential stressors. Behavioral sciences & the law, 23(3), 321-346.
  5. Depauw, S., & Van Puyenbroeck, L. (2016). Potpourri II : wijzigingen m.b.t. het strafrecht en de strafvordering. Mechelen: Wolters Kluwer Belgium.
  6. Council of Europe. (2017). European Court of Human Rights. Geraadpleegd van: http://www.echr.coe.int/Pages/home.aspx?p=home&c=
  7. Deruyck, F., & De Nauw, A. (2015). Overzicht van het Belgisch algemeen strafrecht. Brugge: Die Keure

 

  1. Dhooge, S., & Traest, P. (2010). Het geheim van het vooronderzoek in strafzaken.

 

  1. Dupont, L., Verstraeten, R., Hutsebaut, F., & Spriet, B. (2001). Straf(proces)recht. Brugge: Die Keure.

 

  1. Duquenne, S. (2015). Discussie over het belang van de jury binnen België en een kritische evaluatie van de juryrechtspraak van het Hof van Assisen.

 

  1. De Hert, P. (2006). Hervorming van het assisenhof: België blijft slow. Panopticon. Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk, 1, 1-11.

 

  1. De Kamer van volksvertegewoordigers. (2016). Wetsontwerp tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende de diverse bepalingen inzake justitie. Geraadpleegd van: https://www.koengeens.be/policy/tekst-ppii

 

  1. De Kamer van volksvertegenwoordigers. (2018). Parlementair document 54K1418: wetsontwerp tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende de diverse bepalingen inzake justitie. Geraadpleegd van: http://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=flwb&language=nl&cfm=/…

 

  1. De Meester, T., & Augustyns, L. (2016). Potpourri II : strafrecht en strafprocesrecht. Antwerp: Intersentia.

 

  1. De Neve, E. (2011). Accusatoire rechtspleging. Geraadpleegd van:          

http://www.elfri.be/juridische-informatie/accusatoire-rechtspleging

 

 

  1. De Ruyver, B., Traest, P., & Van den Wyngaert, C. (1997). Jurisprudentiebundel strafrecht en strafprocesrecht. Antwerpen: Maklu.

 

  1. Eerste Kamer der Staten-Generaal. (2017). Wetsvoorstel. Geraadpleegd van: https://www.eerstekamer.nl/begrip/wetsvoorstel

 

  1. Federale overheidsdienst Justitie. (2016). Het hof van assisen. Geraadpleegd van: https://justice.belgium.be/sites/default/files/downloads/Het%20hof%20va…

 

 

 

 

 

  1. Federale overheidsdienst Justitie. (2017). Correctionele rechtbank: welke zaken? Geraadpleegd van: https://justitie.belgium.be/nl/rechterlijke_orde/hoven_en_rechtbanken/r…

 

  1. Frère, S. (2010). De assisenprocedure historisch en kritisch bekeken.

 

  1. Geens, K., & van Justitie, M. (2015). Het justitieplan. Een efficiëntere justitie voor meer rechtvaardigheid. 119p.

 

  1. Grondwettelijk hof. (2017, 21 december). Arrest 148/2017. Geraadpleegd van: http://www.const-court.be/public/n/2017/2017-148n-info.pdf

 

  1. Hamerlynck, M., De Geest, P., & Norman, F. (1969). Pro en contra de jury in het hof van assisen : sprekers: W. Delva, P. Ghysbrecht, Vandevijver, L. Martens, Louis De Lentdecker. [Gent]: [Rijksuniversiteit Gent].

 

  1. Hasenbos, E. (2010). Assisenverslaggeving in Vlaamse kranten. Ontwikkelingen en inhoudsanalyse. Een.

 

  1. Hoste, R. (2010). Het recht op privacy en het vermoeden van onschuld.

 

  1. Hoven en Rechtbanken van België. (2017). Hof van Assisen. Geraadpleegd van: https://www.rechtbanken-tribunaux.be/nl/rechtbanken-hoven/hof-van-assis…

 

 

 

 

 

 

  1. Intolaw. (2017). Hoe verloopt de strafprocedure? Geraadpleegd van: https://www.intolaw.be/verkeersrecht/gedagvaard/de-procedure/hoe-verloo…

 

  1. Kaderbesluit van de Raad van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure (2001).

 

  1. Marseille, A. T., de Graaf, K. J., & Smit, A. J. H. (2008). Een advocaat-generaal voor de hoogste bestuursrechters. Over de noodzaak en de vormgeving. Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht 2008, afl. 3, p. 67-76, 3, 67-76.

 

  1. Meese, J., & Heymans, J. (2016). Potpourri II: een overzicht. Geraadpleegd van: http://vansteenbrugge-advocaten.be/potpourri-ii/

 

  1. Ministerie van Veiligheid en Justitie. (2017). U wordt verdacht van een strafbaar feit. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2017/03/01/u-wordt-ve…

 

  1. Moesick, K. (2013). Het Hof van Assisen: behouden of afschaffen? : Benaderd vanuit de positie van de burgerlijke partij.

 

  1. Potpourri II: bijna geen misdaden meer voor assisen. (2015). De Standaard.

 

  1. Rosendor, I. (2017). De gevolgen van de Potpourri II-wet op het hof van assisen: Evolutie of Revolutie?.

 

 

  1. Scheirs, T. L. W. (1998). Basiswetteksten inzake strafrecht en strafprocesrecht. Antwerpen: Intersentia.

 

  1. Schuermans, F. (2017, november). Het strafrechtelijk beleid van de minister van Justitie. Mondelinge presentatie tijdens het college van strafrechtelijk beleid, Gent.

 

  1. Sila. (2008). Strafrecht & gerechtelijk vooronderzoek. Geraadpleegd van: https://wetenschap.infonu.nl/recht-en-wet/9909-strafrecht-gerechtelijk-…

 

 

  1. Traest, P., Verhage, A., Vermeulen, G., Jorens, Y., Gillis, D., De Potter, T., Rozie, J., De Wolf, D., Daems, T., Magis, Y., De Bondt, W., Goossens, S., Van Puyenbroeck, L., Claes, L., Van Cauwenberghe, K., Vander Beken, T., De Nil, N., Meese, J., Deruyck, F., Waeterinckx, P., De Ruyver, B., Schuermans, F., & Geens, K. (2017). Strafrecht en strafprocesrecht : doel of middel in een veranderde samenleving?. Mechelen: Wolters Kluwer Belgium.

 

  1. Traest, P., Vermeulen, G., & De Bondt, W., Gombeer, T., Raats, S. & Van Puyenbroeck, L. (2015). Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure: een praktijkgericht knelpuntenonderzoek. IRCP-reeks (Vol. 49). Antwerp, Portland: Maklu 

 

  1. Vandermeersch, D. (2015). Eléments de droit pénal et de procédure pénale. 5e éd. Bruxelles: La Charte.

 

  1. Vandevenne, S. (2016). Economische evaluatie en remediëring van het beleid inzake gratis rechtsbijstand (Master's thesis, UHasselt).

 

 

  1. Van Aken, P. (2013). Behouden of afschaffen van het Hof van Assisen : een rechtsvergelijkende studie.

 

  1. Van den Wyngaert, C. & Vandromme, S. (2014). Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen. 9e herziene uitgave Antwerpen: Maklu.

 

  1. Van den Wyngaert, C., & Vandromme, S. (2006). Strafrecht, strafprocesrecht en internatioonaal strafrecht : in hoofdlijnen. 6e uitgave Antwerpen: Maklu.

 

  1. Van Dievel, L. (2013). Pro en contra assisen. Geraadpleegd  van:

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/analyse/1.1555388#

 

  1. Van Quickenborne, M. (1987). Feit en recht of De rechter en de procespartijen. Brussel: Swinnen.
  2. Van Wynsberge, T. (2017). [Over justitieplannen, potpourri-wetten en nieuwe wetboeken].|
  3. Verbruggen, F., Vanthienen, C., Spriet, B., & Verstraeten, R. (2016). Straf- en strafprocesrecht. Brugge: Die Keure.

 

  1. Verstraeten, R., & Verbruggen, F. (2010). Straf- en strafprocesrecht. Brugge: Die Keure.

 

  1. Verstraeten, R., & Verbruggen, F. (2013). Strafrecht en strafprocesrecht voor bachelors. 7e herziene uitgave Antwerpen: Maklu.

 

  1. Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek (1998).

 

  1. Ziyadov, N. (2013). Choosing for juries : application and development of juries in old and new jury trial countries. Antwerpen ; Apeldoorn ; Portland: Maklu Publisher.

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de criminologische wetenschappen
Publicatiejaar
2018
Promotor
Wendy De Bondt
Kernwoorden