Zwanger na een fertiliteitstraject - Impact op de beleving van zwangerschap, postpartum en pril ouderschap

Hilke Vervenne
In deze literatuurstudie werd nagegaan wat de gevolgen zijn van een behandeling met artificiële reproductieve technieken, specifiek in het kader van fertiliteitsproblematiek, op de beleving van zwangerschap, bevalling en postpartum/ouderschap. Aanvullend werd er uitgezocht hoe de vroedvrouw deze beleving positief kan beïnvloeden.

‘Normaal’ maar toch ‘niet normaal’: zwanger na IVF

Zwanger worden. Het lijkt de meest natuurlijke zaak van de wereld, maar dat is het lang niet altijd. Het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie becijferde dat in het jaar 2015 alleen al 4448 zwangerschappen in Vlaanderen het gevolg waren van een behandeling voor onvruchtbaarheid. Ingrepen zoals hormonale stimulatie, kunstmatige inseminatie en vooral in-vitrofertilisatie (IVF), al dan niet in combinatie met intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) waarbij de zaadcel in de eicel wordt gebracht, zijn de laatste 25 jaar in opmars. Het is evident dat het realiseren van een zwangerschap het eerste streefdoel is van de fertiliteits-geneeskunde, maar wat daarna? Hoe beleef je als vrouw en als koppel een zwangerschap die niet op een natuurlijke manier ontstond?

 

Tot op vandaag worden vrouwen na een kunstmatige bevruchting op dezelfde manier opgevolgd als vrouwen met een natuurlijke zwangerschap. Toch kunnen we ons de vraag stellen of dat wel helemaal terecht is. Je zíet natuurlijk geen verschil tussen deze vrouwen, maar zowel fysiek als mentaal is extra begeleiding bij IVF-zwangerschappen geen overbodige luxe. In veel gevallen is de zwangerschap het resultaat van een lange en emotionele weg, waarvan de psychologische belasting zwaar is. Ook het sociale stigma dat verbonden is aan onvruchtbaarheid is voor veel koppels niet makkelijk los te laten, zélfs wanneer ze uiteindelijk zwanger worden. Naast de psychosociale kwetsbaarheden zijn er ook risico’s verbonden aan de zwangerschap en bevalling op zich. De kans op een vroeg miskraam en een buitenbaarmoederlijke zwangerschap is groter, net zoals het risico op placentaproblemen, zwangerschapsdiabetes, hoge bloeddruk en zwangerschapsvergiftiging. In het geval van ICSI zou er bijkomend een grotere kans bestaan op aangeboren afwijkingen bij de baby. Het is daarom niet ondenkbaar dat vrouwen en koppels die op een kunstmatige manier zwanger werden, andere – of bijkomende – noden en verwachtingen hebben in vergelijking met een spontane zwangerschap.

 

Dichten van de kloof

De voorbije jaren is er geleidelijk aan meer aandacht gekomen voor de manier waarop vrouwen en koppels met vruchtbaarheidsproblemen een IVF-zwangerschap ervaren. Zo is het voor deze koppels vooral belangrijk dat ze tijdens de zwangerschap regelmatige begeleiding op maat krijgen. We mogen niet vergeten dat ze in veel gevallen een intensieve en emotioneel belastende periode in de fertiliteitskliniek hebben doorgemaakt. Enerzijds zijn ze blij dat deze fase achter de rug is en dat hun zwangerschap wordt opgevolgd ‘zoals alle andere’. Maar aan de andere kant blijven ze een grotere behoefte hebben aan controles en aan aandacht voor hun uitzonderlijke situatie. Ze voelen zich normaal, maar toch weer niet zo normaal.

Door die tegenstrijdige gevoelens ervaren veel van deze vrouwen, en vaak ook hun partners, in verschillende opzichten een kloof bij de verdere opvolging van hun zwangerschap. Eerst en vooral voelen ze een tijdskloof tijdens de weken die voorbij gaan tussen de laatste controle in de fertiliteitskliniek en de eerste afspraak bij de vroedvrouw of gynaecoloog die de zwangerschap verder opvolgt. Voor koppels die een (lang) traject hebben doorstaan om zwanger te worden, is dit vanzelfsprekend een periode van grote onzekerheid en bang afwachten. Ten tweede kunnen vrouwen na het verlaten van het fertiliteitscentrum met een kenniskloof geconfronteerd worden. Ze vinden dat vroedvrouwen en artsen niet goed op de hoogte zijn van hun voorgeschiedenis – of dat ze dit in ieder geval te weinig laten merken. Tot slot ervaren vrouwen met een IVF-zwangerschap in veel gevallen een zorgkloof. De angst of twijfel waar vrouwen mee te maken krijgen tijdens de eerste helft van de zwangerschap, is bij vrouwen die zwanger werden via IVF vaak nog een stuk groter en overheersender. Het standaard opvolgschema – met controles om de 4 tot 6 weken – schiet in veel gevallen tekort om aan hun onzekerheid tegemoet te komen. 

Het ‘dichten van de kloof’ is daarom iets waar naar gestreefd moet worden, en net daar kan de vroedvrouw een grote rol spelen. Een vroege eerste afspraak aanbieden zal de tijdskloof beperken en de overgang draaglijker maken. Expliciet vragen naar de manier waarop hun vroegere ervaringen de beleving van de zwangerschap beïnvloeden, kan zorgen voor een gevoel van begrip en opent de weg naar het uiten van emoties. Tot slot zouden vroedvrouwen na moeten gaan of de vrouwen behoefte hebben aan frequentere afspraken om hun zwangerschap te bevestigen en bezorgdheden te bespreken.

 

Ruimte voor negatieve gedachten

Maar niet alleen de andere noden naar zorgverlening toe maken een zwangerschap na kunstmatige bevruchting anders. IVF behandelingen zijn duur en worden in België tot 6 keer terugbetaald door het ziekenfonds. Hierdoor is onbewust de opvatting ontstaan dat koppels die zwanger worden via zo’n dure behandeling in de eerste plaats dankbaar en gelukkig moeten zijn. Onze maatschappij biedt geen ruimte voor negatieve gevoelens en gedachten die het gevolg kunnen zijn van het behandelingstraject, van zwangerschap op zich, of door het besef van het aankomende ouderschap. Er wordt onterecht vanuit gegaan dat deze toekomstige ouders immuun zijn voor negatieve gevoelens omdat het succes van de zwangerschap dit alles overstijgt. Vrouwen en koppels die zwanger werden via IVF vervallen hierdoor makkelijk in self silencing: ze verzwijgen hun échte gevoelens en gedachten of gaan deze overdreven relativeren, omdat ze ervan uitgaan dat deze sociaal niet gepast of aanvaardbaar zijn.

Ook hier kan de vroedvrouw het verschil maken. In de eerste plaats kan ze erop toezien dat onterechte gevoelens van schuld of overdreven dankbaarheid niet ontstaan of worden gestimuleerd. En als deze gedachten er toch zijn, kan de vroedvrouw ze bespreekbaar maken en doen inzien dat het niet abnormaal is om deze te hebben.  

 

Moeten vrouwen die zwanger werden na een vruchtbaarheidsbehandeling dan fundamenteel anders behandeld worden? Waarschijnlijk niet – al betekent dit ook niet dat ze automatisch mogen worden gelijkgesteld met vrouwen die spontaan zwanger werden. Zorgverleners, en op de eerste plaats vroedvrouwen, zouden zich op elk moment bewust moeten zijn van de impact die zo’n behandeling kan hebben op de zwangerschapservaring. Want een ‘gezonde zwangerschap’, niet louter fysiek maar in álle opzichten, moet uiteindelijk het streefdoel zijn van een vruchtbaarheidsbehandeling. Alleen zo creëren we niet alleen gezonde baby’s, maar bieden we tegelijk ook zorg op maat aan deze groeiende groep van toekomstige ouders.

Bibliografie

Allan, H. T., & Finnerty, G. (2009). Motherhood following successful infertility treatment. In B. Hunter, & R. Deery, Emotions in midwifery and reproduction (pp. 125-139). Basingstoke: Palgrave Macmillan.

Barnes, M., Roiko, A., Reed, R., Williams, C., & Willcocks, K. (2013). Experiences of birth and breastfeeding following assisted conception. Breastfeeding Review, 21(1): 9-15.

Bergum, V. (1997). A child on her mind. The experience of becoming a mother. Westport: J F Bergin & Garvey. Cockx, J. (2015). Een kind gekregen: een empirisch praktisch-theologisch onderzoek over spiritualiteit van Vlaamse heteroseksuele koppels tijdens de perinatale periode. (Proefschrift, K.U.Leuven, België).

Cromi, A., Serati, M., Candeloro, I., Uccella, S., Scandroglio, S., Agosti, M., & Ghezzi, F. (2015). Assisted reproductive technology and breastfeeding outcomes: a case-control study. Fertility and Sterility, 103(1): 89-94.

Darwiche, J., Maillard, F., Germond, M., Favez, N., Lancastle, D., de Roten, Y., . . . Despland, J.-N. (2013). The transition of care from fertility specialists to obstetricians: maternal adjustment and postpartum depressive symptoms. Women's Health, 9(1): 109-118.

De Pascalis, L., Agostini, F., Monti, F., Paterlini, M., Fagandini, P., & La Sala, G. B. (2012). A comparison of quality of life following spontaneous conception and assisted reproduction. International Journal of Gynecology and Obstetrics, 118(3): 216-219.

Dehaene, T. (1996). Op elke vraag een antwoord? Een ethische kijk op het omgaan met hulpvragen. Tijdschrift voor Welzijnswerk.

Devlieger, R., Martens, E., Martens, G., Van Mol, C., & Cammu, H. (2016). Perinatale activiteiten in Vlaanderen 2015. Brussel: SPE.

Dicheva, D. (2015, November 30). Transition to parenthood: What happened to me? Geraadpleegd op 30 november 2015 via http://www.developmentalscience.com/blog/2015/11/30/the-transition-to- parenthood-what-happened-to-me

Dornelles, L. M., MacCallum, F., Lopes, R. d., Piccinini, C. A., & Passos, E. P. (2014). 'Living each week as unique': Maternal fears in assisted reproductive technology pregnancies. Midwifery, 30(3): e115-e120.

Dutney, A. B. (2007). Religion, infertility and assisted reproductive technology. Clinical Obstetrics & Gynaecology, 21(1): 169-180.

El Kissi, Y., Romdhane, A. B., Hidar, S., Bannour, S., Idrissi, K. A., Khairi, H., & Ali, B. B. (2013). General psychopathology, anxiety, depression and self-esteem in couples undergoing 46 infertility treatment: a comparative study between men and women. European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 167(2): 185-189.

ESHRE Psychology and Counselling Guideline Development Group. (2015). Routine psychosocial care in infertility and medically assisted reproduction - A guide for fertility staff. Grimbergen, Belgium: ESHRE.

Fisher, J. R., & Hammarberg, K. (2012a). Psychological and social aspects of infertility in men: an overview of the evidence and implications for psychologically informed clinical care and future research. Asian Journal of Andrology, 14(1): 121-129.

Fisher, J. R., Rowe, H., & Hammarberg, K. (2012b). Admissions for early parenting difficulties among women with infants conceived by assisted reproductive technologies: a prospective cohort study. Fertility and Sterility, 97(6): 1410-1416.

Fisher, J., Hammarberg, K., Wynter, K., McBain, J., Gibson, F., Boivin, J., & McMahon, C. (2013). Assisted conception, maternal age and breastfeeding: an Australian cohort study. Acta Paediatrica, 102(10): 970-976.

French, L. R., Debbie , S. J., & Turner, K. M. (2015). Antenatal needs of couples following fertility treatment: a qualitative study in primary care. British Journal of General Practice, 65(638): e570-e577.

Gameiro, S., Boivin, J., Dancet, E., de Klerk, C., Emery, M., Lewis-Jones, C., . . . Vermeulen, N. (2015). ESHRE guideline: routine psychosocial care in infertility and medically assisted reproduction - a guide for fertility staff. Human Reproduction, 30(11): 2476- 2485.

Gameiro, S., Nazaré, B., Fonseca, A., Moura-Ramos, M., & Canavarro, M. (2011). Changes in marital congruence and quality of life across the transition to parenthood in couples who conceived spontaneously or with assisted reproductive technologies. Fertility and Sterility, 96(6): 1457-1462.

Glover, L., Abel, P. D., & Gannon, K. (1998). Male subfertility: is pregnancy the only issue? Britisch Medical Journal, 316(7142): 1405-1406.

Guedeney , A., & Tereno, S. (2010). Transition to parenthood. In S. Tyano, M. Keren, H. Herrman , & J. Cox, Parenthood and mental health - A bridge between infant and adult psychiatry (pp. 171-179). UK: Wiley-Blackwell.

Hammarberg, K., Fisher, J. R., Wynter, K. H., & Rowe, H. J. (2011). Breastfeeding after assisted conception: a prospective cohort study. Acta Paediatrica, 100(4): 529-533.

Hammarberg, K., Fisher, J., & Rowe, H. (2008). Women's experiences of childbirth and post- natal healthcare after assisted conception. Human Reproduction, 23(7): 1567-1573.

Hammarberg, K., Rowe, H., & Fisher, J. (2009). Early post-partum adjustment and admission to early parenting services in Victoria, Australia after assisted conception. Humen Reproduction, 24(11): 2801-2809. 47

Hansen, M., Kurinczuk, J. J., Milne, E., de Klerk, N., & Bower, C. (2013). Assisted reproductive technology and birth defects: a systematic review and meta-analysis. Human Reproduction Update, 19(4): 330-353.

Hewitt, M., & Ganz, P. (2006). From cancer patient tot cancer survivor: lost in transition. Washington, DC, USA: National Academies Press.

Hjelmstedt, A., Widström, A.-M., Warmsby, H., Matthiesen, A.-S., & Collins, A. (2003). Personality factors and emotional responses to pregnancy among IVF couples in early pregnancy: a comparative study. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica, 82(2): 152-161.

Inhorn, M. C., & Birenbaum-Carmeli, D. (2008). Assisted reproductive technologies and culture change. Annual Review of Antropology, 37: 177-196.

Korja, R., Nolvi, S., Grant , K., & McMahon C. (2017). The relations between maternal prenatal anxiety or stress and child's early negative reactivity or self-regulation: a systematic review. Child Psychiatry & Human Development, doi: 10.1007/s10578-017-0709-0.

Kringeland, T., Daltveit, A. K., & Moller, A. (2009). What characterizes women in Norway who wish to have a caesarean section? Scandinavian Journal of Public Health, 37(4): 364- 371.

Kunseler, F. (2015). A longitudinal and experimental analysis of the transition to parenthood: Explaining parenting self-efficacy, anxiety symptoms, and depressive symptoms (Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam, Nederland).

Levin, J. S. (1991). The factor structure of the Pregnancy Anxiety Scale. Journal of Health and Social Behavior, 32(4): 368-381.

Listijono, D. R., Mooney, S., & Chapman, M. (2014). A comparative analysis of postpartum maternal mental health in women following spontaneous or ART conception. Journal of Psychosomatic Obstetrics & Gynecology, 35(2): 51-54.

Luce, A., Cash, M., Hundley, V., Cheyne, H., van Teijlingen, E., & Angell, C. (2016). "Is it realistic?" the portrayal of pregnancy and childbirth in the media. BMC Pregnancy and Childbirth, DOI 10.1186/s12884-016-0827-x.

Martins, M. V., Basto-Pereira, M., Pedro, J., Peterson, B., Almeida, V., Schmidt, L., & Costa, M. E. (2016). Male psychological adaptation to unsuccessful medically assisted reproduction treatments: a systematic review. Human Reproduction Update, 22(4): 466-478.

McGrath, J. M., Samra, H. A., Zukowsky, K., & Baker, B. (2010). Parenting after infertility: issues for families and infants. American Journal of Maternal Child Nursing, 35(3): 156- 164.

McMahon, C. A., Boivin, J., Gibson, F. L., Hammarberg, K., Wynter, K., Saunders, D., & Fisher, J. (2013). Pregnancy-specific anxiety, ART conception and infant temperament at 4 months post-partum. Human Reproduction, 28(4): 997-1005. 48

Michels, K. A., Mumford, S. L., Sundaram, R., Bell, E. M., Bello, S. C., & Yeung, E. H. (2016). Differences in infant feeding practices by mode of conception in a United States cohort. Fertility and Sterility, 105(4): 1014-1022.

Modh, C., Lundgren, I., & Bergbom , I. (2011). First time pregnant women's experiences in early pregnancy. International Journal of Qualitative Studies on Health and Well-being, 6(2).

Monti, F., Agostini, F., Paterlini, M., Andrei, F., De Pascalis, L., Palomba, S., & La Sala, G. B. (2015). Effects of assisted reproductive technology and of women's quality of life on depressive symptoms in the early postpartum period: a prospective case-control study. Gynecological Endocrinology, 31(5): 374-378.

Paulson, R. (2016). Pregnancy outcome after assisted reproductive technology. Geraadpleegd op 21 november 2016 via http://www.uptodate.com/contents/pregnancy-outcome- after-assisted-reproductive-technology

Peterson, B. D., Pirritano, M., Block, J., & Schmidt, L. (2011). Marital benefit and coping strategies in men and women undergoing unsuccessful fertility treatments over a 5- year period. Fertility and Sterility, 95(5): 1759-1763.

Peterson, B. D., Sejbaek, C. S., Pirritano, M., & Schmidt, L. (2013). Are severe depressive symptoms associated with infertility-related distress in individuals and their partners? Human Reproduction, 29(1): 76-82.

Poikkeus, P., Saisto, T., Punamaki, R.-L., Unkila-Kallio, L., Flykt, M., Vilska, S., . . . Tiitinen, A. (2014). Birth experience of women conceiving with assisted reproduction: a prospective multicenter study. ACTA Obstetricia et Gynecologica Scandinavia, 93(9): 880-887.

Raguz, N., McDonald, S. W., Metcalfe, A., O'Quinn, C., & Tough, S. C. (2014). Mental health outcomes of mothers who conceived using fertility treatment. Reproductive Health, 11(1): 19.

Reis, S., Xavier, M. R., Coelho, R., & Montenegro, N. (2013). Psychological impact of single and multiple courses of assisted reproductive treatments in couples: a comparative study. European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 171(1): 61-66.

Rini, C. K., Dunkel-Schetter, C., Wadhwa, P. D., & Sandman, C. A. (1999). Psychological adaptation and birth outcomes: the role of personal resources, stress, and sociocultural context in pregnancy. Health Psychology, 18(4): 333-345.

Rooks, J. P. (1999). The midwifery model of care. Journal of Nurse-Midwifery, 44(4): 370-374.

Ross, L. E., McQueen, K., Vigod, S., & Dennis, C.-L. (2011). Risk for postpartum depression associated with assisted reproductive technologies and multiple births: a systematic review. Human Reproduction Update, 17(1): 96-106. 49

Rutstein, S. O., & Shah, I. H. (2004). Infecundity, infertility, and childlessness in developing countries. Demographic and Health Surveys (DHS) Comparative reports No. 9. Calverton, Maryland, USA: ORC Macro and the World Health Organization.

Sandall, J., Soltani, H., Gates, S., Shennan, A., & Devane, D. (2016). Midwife-led continuity models versus other models of care for childbearing women. Cochrane Database of Systematic Reviews, doi: 10.1002/14651858.CD004667.pub5.

Schotsmans, P. (2010). In Vitro Fertilisatie (IVF) in een personalistisch kader. Of waarom een katholiek ethicus de Nobelprijs Geneeskunde voor Robert Edwards kan toejuichen... Ethische Perspectieven, doi: 10.2143/EPN.20.4.2061188.

Steptoe, P. C., & Edwards, R. G. (1978). Birth after the reimplantation of a human embryo. Lancet, 2(8085): 366.

The Harbin Consensus Conference Workshop Group. (2014). Improving the reporting of clinical trials of infertility treatments (IMPRINT): modifying the CONSORT statement. Human Reproduction, 2075-2082.

van Balen, F., Naaktgeboren, N., & Trimbos-Kemper, T. (1996). In-vitro fertilization: the experience of treatment, pregnancy and delivery. Human Reproduction, 11(1): 95-98.

Warmelinck, C. J., Adema, W., Pranger, A., & de Cock, P. T. (2016a). Client perspectives of midwifery care in the transition from subfertility to parenthood: a qualitative study in the Netherlands. Journal of Psychosomatic Obstetrics & Gynecology, 37(1): 12-20.

Warmelink, C. J., Meijer, J. M., Mulder, N., Mulder, S., & van Lohuizen, M. T. (2016b). Perception of the psychosocial aspects of subfertility by parents following successful medically assisted conception: a qualitative study. Open Journal of Obstetrics and Gynecology, 6: 830-845.

Warmelink, C. J., Stramrood, C. A., Paarlberg, M. K., Haisma, H. H., Vingerhoets, A. J., Weijmar Schultz, W. C., & van Pampus, M. G. (2012). Posttraumatic stress disorder, anxiety and depression following pregnancies conceived through fertility treatments. The Journal of Reproductive Medicine, 57(3-4): 115-122.

World Health Organization en Unicef. (2003). Global Strategy for Infant and Young Child Feeding. Geneva: World Health Organization.

Younger, M., Hollins-Martin, C., & Choucri, L. (2014). Individualised care for women with assisted conception pregnancies and midwifery practice implications: An analysis of the existing research and current practice. Midwifery, 31(2): 265-270.

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in de vroedkunde
Publicatiejaar
2017
Promotor
Marc Peersman
Kernwoorden