Vocal Quality in Theatre Actors and the Influence of a Performance on the Vocal Quality

Clara Leyns Julie Daelman
Het onderzoek meet en vergelijkt de objectieve en subjectieve stemkwaliteit van professionele en niet-professionele toneelacteurs en gebruikt als controlegroep professionele dansers. Zo kan er bepaald worden of er risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van stemstoornissen in deze populatie en kan de impact gemeten worden van zware stembelastende voorstellingen op de stemkwaliteit.

Impact van acteren op de stem: feit of fictie?

Heeft u zich soms al eens afgevraagd wat er de laatste jaren met Al Pacino’s stem gebeurd is? Zou zijn ruwer geworden stem veroorzaakt worden door de ‘roepende’ karakters die hij portretteerde in klassiekers zoals Scarface en The Devil’s Advocate? Of is dit eerder te wijten aan zijn levensstijl als verstokte kettingroker? Ondanks het feit dat er een taboe heerst rond stemproblemen bij acteurs, blijkt dit toch een frequent voorkomend probleem te zijn..

“A defective voice will always preclude an artist from achieving the complete development of his art, however intelligent he may be.... The voice is an instrument which the artist must learn to use with suppleness and sureness, as if it were a limb.” (Sarah Bernhardt, The Art of the Theatre)

Reeds een eeuw geleden beschreef The Divine Sarah de acteursstem aan The Art of the Theatre. Ze wees op het feit dat de stem onlosmakelijk verbonden is met het volledige lichaam en dat hier genoeg aandacht moet aan geschonken worden. Tegenwoordig blijkt dat acteurs toch nog steeds een significant deel van de populatie van patiënten vormen die aankloppen bij de NKO-arts. Hoewel hun kennis over juist stemgebruik uitgebreider zou zijn dan die van andere professionele stemgebruikers, overbelasten en vermoeien ze hun stem tijdens het performen. Er wordt vaak in stoffige theaterzalen gespeeld, meestal zonder stemversterking waardoor ze zelf hun stem moeten projecteren. Ook houden acteurs er een onregelmatige levensstijl op na en ervaren ze tevens regelmatig druk en stress door werkonzekerheid. Hierdoor rijst de vraag of acteren de stem rechtstreeks beïnvloedt en of de stemproblemen van acteurs misschien eerder te wijten zijn aan hun manier van leven.

Om deze vraag te beantwoorden werden 27 professionele en 19 niet-professionele acteurs onder de loep genomen. Er werden eveneens stemonderzoeken gedaan bij 8 professionele dansers. Dit om de impact van een stemprobleem te kunnen meten.

Hoe gaat zo'n stemonderzoek in zijn werk? De onderzoekers bezochten een 50-tal theater- en dansvoorstellingen waarbij de acteurs werden geacht om voor en na de voorstellingen 15 minuten vrij te houden. In dit tijdsbestek werden er stemopnames gemaakt en een aantal vragenlijsten ingevuld. Deelnemers hielden een /aa/ aan op een normale toonhoogte en een zo lang, laag, hoog, luid en stil mogelijke /aa/. Ook lazen ze een standaardtekst voor. Via het softwareprogramma Praat konden er akoestische analyses gebeuren op deze stalen.

De testresultaten bevestigen de trend die reeds in voorgaand onderzoek werd aangehaald: een theatervoorstelling heeft een licht verbeterend effect op de stem. De toonhoogte van de acteurs stijgt namelijk zowel bij professionele als niet-professionele acteurs. Omdat deze trend zich niet bij dansers vertoont, kan men stellen dat het stemgebruik aan de basis ligt. Dezelfde trend ziet men na opwarmingsoefeningen. Het doet voorzichtig vermoeden dat een voorstelling hetzelfde effect zou kunnen veroorzaken dan een opwarmingsoefening. Verder blijkt uit de vragenlijsten dat de acteurs meer discomfort ervaren in het keelgebied. Is het misschien mogelijk dat zij dan toch een negatief effect ervaren van het stemgebruik tijdens een voorstelling? Dansers geven na de voorstelling aan meer pijn te ervaren in vergelijking met ervoor. Aangezien deze proefgroep wordt blootgesteld aan heel wat fysieke inspanning, kan dit uiteraard het voorgaande resultaat verklaren. Verontrustend nieuws dook op bij het analyseren van een algemene vragenlijst over de gezondheid van de deelnemers. De acteurs hebben duidelijk andere leefgewoonten dan de dansers. Ze drinken meer alcohol, roken meer, zijn vaker oververmoeid en lijden heel wat stress. De leefwereld van een acteur en een danser verschilt, waarbij dansers dikwijls bewuster zijn van hun lichaam en gezondheid.

Meer en breder onderzoek kan uitsluitsel bieden over de effectieve impact van een theatervoorstelling op lange termijn. Het is belangrijk om tevens aandacht te vestigen op het effect van stemtraining en preventie tijdens theateropleidingen.

Ondanks het licht positieve effect van een theatervoorstelling op de stem, is de levensstijl van acteurs alarmerend. Niet alleen een gezonde geest, maar zeker ook een gezonde stem huist in een gezond lichaam.

Bibliografie

 ADDIN EN.REFLIST Boersma, P. P. G. (2002). Praat, a system for doing phonetics by computer. Glot international, 5.

Couch, S., Zieba, D., Van der Linde, J., & Van der Merwe, A. (2015). Vocal effectiveness of speech-language pathology students: Before and after voice use during service delivery. S Afr J Commun Disord, 62(1), E1-7. doi: 10.4102/sajcd.v62i1.95

D'haeseleer, E., Claeys, S., & Lierde, K. (2013). The effectiveness of manual circumlaryngeal therapy in future elite vocal performers. The Laryngoscope, 123(8), 1937-1941.

D'haeseleer, E., Meerschman, I., Claeys, S., Leyns, C., Daelman, J., & Van Lierde, K. (2016). Vocal Quality in Theater Actors. J Voice. doi: 10.1016/j.jvoice.2016.11.008

De Bodt, M., Jacobson, B., Musschoot, S., Zaman, S., Heylen, L., Mertens, F., . . . Wuyts, F. (2000). De voice handicap index. Een instrument voor het kwantificeren van de psychosociale consequenties van stemstoornissen. Logopedie, 13, 29-33.

Dejonckere, P. H., Remacle, M., Fresnel-Elbaz, E., Woisard, V., Crevier-Buchman, L., & Millet, B. (1995). Differentiated perceptual evaluation of pathological voice quality: reliability and correlations with acoustic measurements. Revue de laryngologie-otologie-rhinologie, 117(3), 219-224.

Elliot, N., Sundberg, J., & Gramming, P. (1995). What happens during vocal warm-up? Journal of Voice, 9(1), 37-44.

Emerich, K. A., Titze, I. R., Svec, J. G., Popolo, P. S., & Logan, G. (2005). Vocal range and intensity in actors: a studio versus stage comparison. J Voice, 19(1), 78-83. doi: 10.1016/j.jvoice.2004.08.006

Ferrone, C., Leung, G., & Ramig, L. O. (2004). Fragments of a Greek Trilogy: impact on phonation. J Voice, 18(4), 488-499. doi: 10.1016/j.jvoice.2004.01.001

Gauffin, J., & Sundberg, J. (1980). Data on the glottal voice source behavior in vowel production: na.

Goulart, B. N., & Vilanova, J. R. (2011). Professional theatre actors: environmental and socio-occupational use of voice. J Soc Bras Fonoaudiol, 23(3), 271-276.

Guzman, M., Correa, S., Munoz, D., & Mayerhoff, R. (2013). Influence on spectral energy distribution of emotional expression. J Voice, 27(1), 129.e121-129.e110. doi: 10.1016/j.jvoice.2012.08.008

Hirano, M. (1981). Clinical examination of voice (Vol. 5): Springer.

Hoffman-Ruddy, B., Lehman, J., Crandell, C., Ingram, D., & Sapienza, C. (2001). Laryngostroboscopic, acoustic, and environmental characteristics of high-risk vocal performers. J Voice, 15(4), 543-552. doi: 10.1016/s0892-1997(01)00054-6

Jacobson, B. H., Johnson, A., Grywalski, C., Silbergleit, A., Jacobson, G., Benninger, M. S., & Newman, C. W. (1997). The voice handicap index (VHI) development and validation. American Journal of Speech-Language Pathology, 6(3), 66-70.

Lerner, M. Z., Paskhover, B., Acton, L., & Young, N. (2013). Voice disorders in actors. J Voice, 27(6), 705-708. doi: 10.1016/j.jvoice.2013.05.006

Luyten, A., Bruneel, L., Meerschman, I., D'haeseleer, E., Behlau, M., Coffe, C., & Van Lierde, K. (2016). Prevalence of Vocal Tract Discomfort in the Flemish Population Without Self-Perceived Voice Disorders. J Voice, 30(3), 308-314. doi: 10.1016/j.jvoice.2015.04.017

Marchant-Haycox, S. E., & Wilson, G. D. (1992). Personality and stress in performing artists. Personality and individual differences, 13(10), 1061-1068.

Maryn, Y., De Bodt, M., & Roy, N. (2010). The Acoustic Voice Quality Index: toward improved treatment outcomes assessment in voice disorders. Journal of communication disorders, 43(3), 161-174.

Maryn, Y., & Weenink, D. (2015). Objective dysphonia measures in the program Praat: smoothed cepstral peak prominence and acoustic voice quality index. J Voice, 29(1), 35-43. doi: 10.1016/j.jvoice.2014.06.015

Master, S., De Biase, N., Chiari, B. M., & Laukkanen, A. M. (2008). Acoustic and perceptual analyses of Brazilian male actors' and nonactors' voices: long-term average spectrum and the "actor's formant". J Voice, 22(2), 146-154. doi: 10.1016/j.jvoice.2006.09.006

Master, S., Guzman, M., Azocar, M. J., Munoz, D., & Bortnem, C. (2015). How do laryngeal and respiratory functions contribute to differentiate actors/actresses and untrained voices? J Voice, 29(3), 333-345. doi: 10.1016/j.jvoice.2014.09.003

Mathieson, L., Hirani, S., Epstein, R., Baken, R., Wood, G., & Rubin, J. (2009). Laryngeal manual therapy: a preliminary study to examine its treatment effects in the management of muscle tension dysphonia. Journal of Voice, 23(3), 353-366.

McHenry, M., Johnson, J., & Foshea, B. (2009). The effect of specific versus combined warm-up strategies on the voice. J Voice, 23(5), 572-576. doi: 10.1016/j.jvoice.2008.01.003

Ng, M., Freeman, M. K., Fleming, T. D., & et al. (2014). Smoking prevalence and cigarette consumption in 187 countries, 1980-2012. JAMA, 311(2), 183-192. doi: 10.1001/jama.2013.284692

Novak, A., Dlouha, O., Capkova, B., & Vohradnik, M. (1991). Voice fatigue after theater performance in actors. Folia Phoniatr (Basel), 43(2), 74-78.

Ormezzano, Y., Delale, A., & Lamy-Simonian, A. (2011). [The prevention of voice disorders in the actor: protocol and follow-up nine months of professional theater]. Rev Laryngol Otol Rhinol (Bord), 132(1), 41-44.

Raes, J., Wuyts, F. L., de Bodt, M., & Clement, P. (2005). The Dysphonia Severity Index used with a percentage scale. Stem-, spraak-en taalpathologie, 11(1).

Ragan, K. (2016). The Impact of Vocal Cool-down Exercises: A Subjective Study of Singers' and Listeners' Perceptions. Journal of Voice, 30(6), 764. e761-764. e769.

Raphael, B. N., & Scherer, R. C. (1987). Voice modifications of stage actors: acoustic analyses. Journal of Voice, 1(1), 83-87.

Rothman, H. B., Brown, W. S., Jr., & LaFond, J. R. (2002). Spectral changes due to performance environment in singers, nonsingers, and actors. J Voice, 16(3), 323-332.

Roy, N., Ryker, K. S., & Bless, D. M. (2000). Vocal violence in actors: an investigation into its acoustic consequences and the effects of hygienic laryngeal release training. J Voice, 14(2), 215-230.

Timmermans, B., De Bodt, M. S., Wuyts, F. L., Boudewijns, A., Clement, G., Peeters, A., & Van de Heyning, P. H. (2002). Poor voice quality in future elite vocal performers and professional voice users. J Voice, 16(3), 372-382.

Van de Weijer, J., & Slis, I. (1991). Nasaliteitsmeting met de nasometer. Logopedie en Foniatrie, 63, 97-101.

Van Houtte, E., Van Lierde, K., D'haeseleer, E., & Claeys, S. (2010). The prevalence of laryngeal pathology in a treatment-seeking population with dysphonia. Laryngoscope, 120(2), 306-312. doi: 10.1002/lary.20696

Van Lierde, K. M., D'haeseleer, E., Baudonck, N., Claeys, S., De Bodt, M., & Behlau, M. (2011). The impact of vocal warm-up exercises on the objective vocal quality in female students training to be speech language pathologists. Journal of Voice, 25(3), e115-e121.

Van Lierde, K. M., D'haeseleer, E., Wuyts, F. L., De Ley, S., Geldof, R., De Vuyst, J., & Sofie, C. (2010). The objective vocal quality, vocal risk factors, vocal complaints, and corporal pain in Dutch female students training to be speech-language pathologists during the 4 years of study. Journal of Voice, 24(5), 592-598.

Varosanec-Skaric, G. (2008). Acoustics characteristics of voice and vocal care in acting and other students. Clin Linguist Phon, 22(10-11), 881-889. doi: 10.1080/02699200802173151

Wellens, W. A., & Van Opstal, M. (2001). Performance stress in professional voice users. Occupational Voice: Care and Cure. The Hague, Kugler, 81-100.

Wuyts, F. L., De Bodt, M. S., Molenberghs, G., Remacle, M., Heylen, L., Millet, B., . . . Van de Heyning, P. H. (2000). The dysphonia severity indexan objective measure of vocal quality based on a multiparameter approach. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 43(3), 796-809.

Zeine, L., & Waltar, K. L. (2002). The voice and its care: survey findings from actors' perspectives. J Voice, 16(2), 229-243.

 

Universiteit of Hogeschool
Logopedische en Audiologische Wetenschappen: logopedie
Publicatiejaar
2017
Promotor
Prof. Dr. Evelien D'haeseleer
Kernwoorden