Seksualiteits- en relatiebeleving na het verlies van een partner aan kanker: Een fenomenologische studie

Stefan Rolf
In deze masterproef is onderzocht wat personen ervaren in de periode na het overlijden van hun partner, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan de relatie- en seksualiteitsbeleving. De resultaten onthulden vier thema’s: (1) ‘Overleden partner is (nog) altijd aanwezig’; (2) ‘‘Gewoon’ ik terug’; (3) ‘De omgeving en het onderwerp ‘seks en (nieuwe) relaties’’; en (4) ‘Tegenstrijdige gevoelens en gedachten over het verdergaan’.

Seks en relaties na het overlijden van je ‘lief’ aan kanker

Het verlies van je ‘lief’ is meer dan enkel het verlies van een man of vrouw, vriend of vriendin, echtgenoot of echtgenote. De werkelijkheid waarin is geleefd, wordt door elkaar geschud. Sociale rollen en verantwoordelijkheden worden herverdeeld. De overgebleven partner krijgt het etiket weduwe of weduwnaar toegewezen. De identiteit die gedurende de relatie is opgebouwd en daaraan verbonden is geweest, verandert. Er ‘moet’ afscheid worden genomen van de relatie. De toekomst die met de overledene was voorgesteld, moet ergens worden losgelaten om vanuit de werkelijkheid van een alleenstaande, rouwende ‘ik’ een nieuwe (aanvaardbare) toekomst te vormen. Bevat deze toekomst dan een nieuw ‘lief’? Bevat deze toekomst seks? Aan de hand van beschrijvende fenomenologie zijn in dit onderzoek van zeven personen de ervaringen beschreven uit de periode na het overlijden van hun partner aan kanker, waarbij specifiek aandacht is besteed aan seksualiteit en relaties.

 

Hij/zij is nog altijd aanwezig

Het lijkt haast vanzelfsprekend dat voor mensen, waarvan de partner is overleden, het gemis van hun partner nog een belangrijke plaats heeft in hun dagelijkse leven. Desalniettemin bestaat in de omgeving van de nabestaande toch vaak onbegrip over de pijn van het verlies en het gemis van alle aspecten van de relatie, met name als er ‘een bepaalde tijd’ is verstreken. Het verlies van een ‘lief’ is echter niet zo eenvoudig. Deelnemers aan het onderzoek missen onder meer de ontbrekende vanzelfsprekendheid van de relatie, de weggevallen fysieke intimiteit (i.e., een knuffel, een aanraking of seks) en de afwezigheid van een “maatje”. Hoofzakelijk datgene wat typisch was voor de partner wordt gemist en de steun van vrienden, collega’s en familie kan dit niet altijd voldoende compenseren. Veel nabestaanden onderhouden dan ook een fysieke (kleding, foto’s en persoonlijke bezittingen) en/of een emotionele (praten met overledene) band met de overleden partner. Daarnaast vinden nabestaanden het belangrijk dat er voor de overleden partner een plaats is in hun toekomst en daarmee in een eventuele, toekomstige relatie. Hij of zij is immers een deel van hun leven en hun identiteit. De aanwezigheid van de overledene, thans in gedachten, duurt dan ook voort in het heden en de toekomst.

 

‘Gewoon’ ik terug

Na het verlies van de partner spreken deelnemers over de terugkeer naar een ‘ik’. Deze ‘ik’ bevindt zich buiten de context van een relatie en wordt in de periode na het overlijden van de partner (her)ontdekt door de nabestaanden. De persoonlijke betekenis van relaties en seksualiteit, alsook de wijze waarop elke persoon daar invulling aan geeft, zijn daarbij in belangrijke mate bepaald door de ervaringen in de relatie met de overleden partner. De confrontatie met het ontbreken van deze relatie, doet bijzonder veel pijn en geeft voor velen de aanzet tot verlangens naar de fysieke en geestelijke intimiteit van een relatie. Dit kan zich ontwikkelen tot een meer uitgesproken wens naar een relatie, die dikwijls gekoppeld wordt aan de (gewenste) toekomst. In meer of mindere mate ervaren nabestaanden daarbij een strijd tussen enerzijds hun verlangens en wensen, anderzijds de identiteit die zij willen behouden. De betekenis van zelfbevrediging na het verlies van een partner kan symbool staan voor een verlangen om in contact te blijven met de overleden partner, maar kan eveneens een meer ‘ik-gerichte’ handeling (i.e., ontlading) betreffen. Zelfbevrediging komt voor deelnemers tegemoet aan de behoefte tot bevrediging van de nood aan intimiteit. Voor velen is dit echter geen ideaal en volwaardig alternatief voor de intimiteit die zij hadden of willen hebben. De gedachte aan de jaren die nog gaan komen is verwarrend, waarbij zowel de gedachte aan ongewilde eenzaamheid als de gedachte aan het vinden van een nieuwe partner complexe, tegenstrijdige gevoelens met zich meebrengt.

 

‘Het verdergaan’

Verdergaan met het leven. Tot op zekere hoogte wordt daarmee veronderstelt dat het verlies een plaats heeft gekregen en er ruimte is om na te denken over een nieuwe invulling van het leven. De gedachte aan de toekomst moet verdragen kunnen worden. Voor de meeste deelnemers lijkt ‘verdergaan’ te starten met een innerlijk conflict tussen het gemis van de partner, de behoefte aan fysieke intimiteit, de wens naar een nieuwe partner en de angsten, twijfels en remmingen ten aanzien van een nieuwe relatie. Dit conflict lijkt zich continu te herhalen, waarbij de verschillende aspecten steeds een ander gewicht krijgen en door nabestaanden wordt toegewerkt naar een aanvaardbare werkelijkheid. In het begin wordt (vaak) weerstand ervaren tegenover een nieuwe relatie, de suggestie van een nieuwe relatie en/of een gedachten aan een nieuwe seksuele partner. Naarmate het verlies geïntegreerd raakt in de nieuwe werkelijkheid, wordt de mogelijkheid van een nieuwe relatie makkelijker verdragen, hoewel dit zich niet noodzakelijk vertaalt tot de wens naar een nieuwe relatie.

 

Een nieuw lief

Om tot een nieuwe relatie te komen lijkt daarnaast een bepaalde onzekerheid over de duurzaamheid en kwaliteit van de nieuwe relatie te moeten worden geaccepteerd. Dit lijkt de overgang van de vanzelfsprekendheid van de ‘oude’ relatie naar de onzekerheid van een nieuwe relatie lastig te maken. Nabestaanden lijken dan ook voortdurend een interne dialoog te voeren, waarin de voor- en nadelen van een nieuwe relatie en de zoektocht daarnaar uiteen worden gezet. Bij het ondernemen van seksueel contact met een nieuwe partner lijken er eveneens “barrières” geslecht te moeten worden. Dit proces brengt tegenstrijdige gevoelens en, als gevolg hiervan, “verwarring” met zich mee. Na verloop van tijd lijken de verbindingen met het verleden (e.g., het gemis van en de voortdurende verbinding met de overleden partner) beter een plaats te krijgen in nieuwe ervaringen, die met of zonder nieuwe partner kunnen worden beleefd. De duur en intensiteit van dit proces verschillen per individu, zoals ook de hoop op en wensen met betrekking tot de ideale invulling van hun persoonlijke wereld verschillen.

 

Tot slot

Herkenning in de verhalen van anderen en het besef dat er grote verschillen zijn tussen nabestaanden in (seksuele) wensen, verlangens en gedragingen, kunnen helpen bij de verliesverwerking. Voor mensen die hun partner hebben verloren lijkt het dan ook belangrijk dat de diversiteit en ‘normaliteit’ van verschillende ervaringen wordt erkend.

Bibliografie

Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium. (2016a). Bevolking per geslacht en burgerlijke staat voor België, 2005-2015. Verkregen van http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/bevolking/structuur/burg…

Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium. (2016b). Kanker verantwoordelijk voor meer dan één overlijden op vier. Verkregen van http://statbel.fgov.be/nl/binaries/PERSBERICHT%20doodsoorzaken%202013_t…

Archer, J. (2007). Grief from an evolutionary context. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut, Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 263-283). Washington, DC: American Psychological Association.

Aron, A., McLaughlin-Volpe, T., Mashek, D., Lewandowski, G., Wright, S.C., & Aron, E.N. (2004). Including others in the self. European Review of Social Psychology, 15(1), 101-132.

Bevan, D., & Thompson, N. (2003). The social basis of grief: Age, disability, and sexuality. Journal of Social Work, 3(2), 179-194.

Bildtgård , T., & Öberg, P. (2017). New intimate relationships in later life: Consequences for the social and filial network? Journal of Family Issues, 38(3), 381-405.

Bober, S. L., & Varela, V. S. (2012). Sexuality in adult cancer survivors: Challenges and intervention. Journal of Clinical Oncology, 30(30), 3712-3719.

Bonanno, G. (2007). Grief and emotion: A social-functional perspective. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut, Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 493-515). Washington, DC: American Psychological Association.

Buysse, A., Caen, M., Dewaele, A., Enzlin, P., Lievens, J., T’Sjoen, G., Van Houtte, M., & Vermeersch, H. (2013). Seksuele gezondheid in Vlaanderen. Gent: Academia Press.

Carnelly, K.B., Wortman, C.B., Bilger, N., & Burke, C.T. (2006). The time course of grief reactions to spousal loss: Evidence from a national probability sample. Journal of Personality and Social Psychology, 91(3), 476-492.

Carpenter, L.M., Nathason, C.A., & Kim, Y.J. (2006). Sex after 40?: Gender, ageism, and sexual partnering in midlife. Journal of Aging Studies, 20(2), 93-106.

Carr, D. (2004). The desire to date and remarry among older widows and widowers. Journal of Marriage and Family, 66(4), 1051-1068.

Carr, D. (2010). New perspectives on the Dual Process Model (DPM): What have we learned? What questions remain? Omega – Journal of Death and Dying, 61(4), 371–380.

Carr, D., & Boerner, K. (2013). Dating after late-life spousal loss: Does it compromise relationships with adult children? Journal of Aging Studies, 27(4), 487-498.

Carr, D., House, J.S., Wortman, C., Nesse, R., & Kessler, R.C. (2001). Psychological adjustment to sudden and anticipated spousal loss among older widowed persons. Journal of Gerontology, 56(4), S237-S248.

Carstensen, L. L., Isaacowitz, D. M., & Charles, S. T. (1999). Taking time seriously: A theory of socioemotional selectivity. American Psychologist, 54(3), 165-181.

Chan, Z. C., Fung, Y.-l., & Chien, W.-t. (2013). Bracketing in phenomenology: Only undertaken in the data collection and analysis process? The Qualitative Report, 18(59), 1-9.

Creswell, J. W. (2007). Qualitative inquiry and research design: Choosing among five approaches. Thousand Oaks, CA: Sage Publications, Inc.

Crotty, M. (1998). The foundations of social research: Meaning and perspective in the research process. London: Sage.

Daggett, L.M. (2002). Living with loss: Middle-aged men face spousal bereavement. Qualitative Health Research, 12(5), 625-639.

Dahlberg, K., Drew, N., & Nystrom, M. (2001). Reflective lifeworld research. Lund: Studentliteratur.

De Graaf, H., Neeleman, A., & De Haas, S. (2009). De seksuele levensloop. In L. Gijs, W.L. Gianotten, I. Vanwesenbeeck, & P.T.M. Weijenborg (Eds.), Seksuologie (pp. 157-179). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

De Jong Gierveld, J. (2002). The dilemma of repartnering: Considerations of older men and women entering new relationships in later life. Ageing International, 27(4), 61–78.

De Jong Gierveld, J. (2004). Remarriage, unmarried cohabitation, living apart together: Partner relationships following bereavement or divorce. Journal of Marriage and Family, 66(1), 236-243.

De Jong Gierveld, J., & Merz, E.-M. (2013). Parents' partnerships decision making after divorce or widowhood: The role of (step)children. Journal of Marriage & Family, 75(5), 1098-1113.

De Vocht, H.M. (2011). Sexuality and intimacy in cancer and palliative care in the Netherlands: A hermeneutic study (Doctoral Dissertation). Vekregen van http://www.issc.nu/uploads/Thesis% 20Hilde%20de%20Vocht.pdf

DeLamater, J., & Koepsel, E. (2015). Relationship and sexual expression in later life: A biopsychosocial perspective. Sexual and Relationship Therapy, 30(1), 37-59.

Dideon, J. (2005). The year of magical thinking. London: Fourth Estate.

Dykstra, P. A., & de Jong Gierveld, J. (2004). Gender and marital-history differences in emotional and social loneliness among Dutch older adults. Canadian Journal on Aging/La Revue Canadienne      Du Vieillissement, 23(2), 141-155.

Enzlin, P., & Pazmany, E. (2006). Wanneer lust verwordt tot last…: De invloed van chronische aandoeningen op partnerrelaties. In L. Migerode & J. van Brussel (Eds.), Als liefde alleen niet volstaat (pp. 155-172). Leuven: LannooCampus.

Fasse, L., & Zech, E. (2016). Dual Process Model of coping with bereavement in the test of the subjective experiences of bereaved spouses: An interpretative phenomenological analysis. Omega – Journal of Death and Dying, 74(2), 212-238.

Finlay, L. (2009). Debating phenomenological research methods. Phenomenology & Practice, 3(1), 6-25.

Fleming, S., & Robinson, O. (2007). Grief and cognitive-behavioral therapy: The reconstruction of meaning. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 647-669). Washington, DC: American Psychological Association.

Flick, U. (2009). An introduction to qualitative research (4th Edition ed.). London: Sage.

Gass-Sternas, K. A. (1994). Single parent widows: Stressors, appraisal, coping, resources, grieving responses and health. Marriage & Family Review, 20(3-4), 411-445.

Giorgi, A. (1994). A phenomenological perspective on certain qualitative research methods. Journal of Phenomenological Psychology, 25(2), 190-220.

Gott, M., & Hinchliff, S. (2003). How important is sex in later life? The views of older people. Social Science & Medicine, 56(8), 1617-1628.

Groenewald, T. (2004). A phenomenological research design illustrated. International Journal of Qualitative Methods, 3(1).

Guba, E. G. (1981). Criteria for assessing the truthworthiness of naturalistic inquiries. Educational Communication and Technology, 29(2), 75-91.

Guba, E. G., & Lincoln, Y. S. (1998). Competing paradigms in qualitative research. In N. K. Denzin, & Y. S. Lincoln (Eds.), The landscape of qualitative research: Theories and issues. (pp. 195-220). London: Sage.

Guzzo, K. B. (2006). How do marriage market conditions affect entrance into cohabitation vs. marriage? Social Science Research, 35(2), 332–355.

Ha, J.-H. (2008). Changes in support from confidants, children, and friends following widowhood. Journal of Marriage and Family, 70(2), 306-318.

Haase, T. J., & Johnston, N. (2012). Making meaning out of loss: A story and study of young widowhood. Journal of Creativity in Mental Health, 7(3), 204–221.

Helsen, M. (2012). Hechtingstijl en relationele en seksuele tevredenheid (Masterproef, Universiteit Gent, Gent, België). Verkregen van http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/894/182/RUG01-001894182_2012_0001…

Howard, J.R., O'Neill, S.O., & Travers, C. (2006). Factors affecting sexuality in older Australian women: Sexual interest, sexual arousal, relationships and sexual distress in older Australian women. Climacteric, 9(5), 355-367.

Hyener, R. H. (1999). Some guidelines for the phenomenological analysis of interview data. In A. Bryman, & R. G. Burgess (Eds.), Qualitative research (Vol. 3, pp. 143-164). London: Sage.

Kalra, G., Subramanyam, A., & Pinto, C. (2011). Sexuality: Desire, activity, and intimacy in the elderly. Indian Journal of Psychiatry, 53(4), 300-306.

Khosravan, S., Salehi, S., Ahmadi, F., Sharif, F., & Zamani, A. (2010). Experiences of widows with children: A qualitative study about spousal death in Iran. Nursing and Health Sciences, 12(2), 205-211.

Kissane, D.W., Bloch, S., McKenzie, D.P. (1997). Family coping and bereavement outcome. Palliative Medicine, 11(3), 191-201.

Klass, D., Silverman, P.R., & Nickman, S.L. (1996). Continuing bonds: New understandings of grief. Washington, DC: Taylor & Francis.

Klass, D., & Walter, T. (2007). Processes of grieving: How bonds are continued. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 431-448). Washington, DC: American Psychological Association.

Koren, C. (2011). Continuity and discontinuity: The case of second couplehood in old age. The Gerontologist, 51(5), 687-698.

Koren, C. (2014). The intertwining of second couplehood and old age. Ageing & Society, 35(9), 1864-1888.

Koren, C., & Eisikovits, Z. (2011). Life beyond the planned script: Accounts and secrecy of older persons living in second couplehood in old age in a society in transition. Journal of Social and Personal Relationships, 28(1), 44-63.

Lauwers, H. (2008). Fenomenologisch onderzoek in de pedagogische wetenschappen of leren omgaan met ambiguïteit: Een literatuurstudie. Mechelen: Onderzoekscentrum Kind & Samenleving.

Leichtentritt, R., & Pedatsur-Sukenik, N. (2012).  Old ties and new relationships: Bereaved girlfriends' experiences in new romantic relationships after the loss. Journal of Social and Personal Relationships, 29(7), 94-966.

Levaro, E.B. (2012). Theorizing age and gender in pursuit of love in later life. (Doctoral Dissertation). Verkregen van https://ir.library.oregonstate.edu/xmlui/handle/1957/22664.

Lewis, C. S. (1964). A grief observed. London: Faber & Faber.

Lopata, H.Z. (1986). Becoming and being a widow: Reconstruction of the self and support system. Journal of Geriatric Psychiatry, 19(2), 203-214.

Lowe, M.E., & McClement, S.E. (2011). Spousal bereavement: The lived experience of young Canadian widows. Omega – Journal of Death and Dying, 62(2), 127-148.

Lund, D., Caserta, M., De Vries, B., & Wright, S. (2004). Restoration after bereavement. Generations Review, 14(4), 9-15.

Lund, D.A., Caserta, M.S., Utz, R., & De Vries, B. (2010). Experiences and early coping of bereaved spouses/partners in an intervention based on the dual process model (DPM). Omega – Journal of Death and Dying, 61(4), 291-313.

Marhánková, J.H. (2016). Women's attitudes toward forming new partnerships in widowhood: The search for "your own someone" and for freedom. Journal of Women & Aging, 28(1), 34-45.

Martikainen, P., & Valkonen, T. (1996). Mortality after the death of a spouse: Rates and causes of death in a large Finnish cohort. American Journal of Public Health, 86(8), 1087-1093.

Martin-Matthews, A. (2011). Revisiting widowhood in later life: Changes in patterns and profiles, advances in research and understanding. Canadian Journal on Aging, 30(3), 339-354.

Moestakas, C. (1994). Phenomenological research methods. Thousand Oaks, CA: Sage.

Moorman, S.M., Booth, A., & Fingerman, K.L. (2006). Women's romantic relationships after widowhood. Journal of Family Issues, 27(9), 1281-1304.

Moss, M.S., Moss, S.Z., & Hansson, R.O. (2007). Bereavement and old age. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 241-260). Washington, DC: American Psychological Association.

Neimeyer, R. A. (2006). Widowhood, grief, and the quest for meaning: A narrative perspective on resilience. In D. Carr, R. M. Nesse, & C. B. Wortman (Eds.), Late life widowhood in the United States (pp. 227-254). New York, NY: Springer.

Onrust, S.A., & Cuijpers, P. (2006). Mood and anxiety disorders in widowhood: A systematic review. Aging & Mental Health, 10(4), 327-334.

Park, C.L. (2010). Making sense of the meaning literature: An integrative review of meaning making and its effects on adjustment to stressful life events. Psychological Bulletin, 136(2), 257-301.

Pietkiewicz, I., & Smith, J. A. (2012). A practical guide to using Interpretative Phenomenological Analysis in qualitative research psychology. Czasopismo Psychologiczne (Psychological Journal), 18(2), 361-369.

Polkinghorne, D. E. (1989). Phenomenological research methods. In R. S. Valle, & S. Halling, Existential-phenomenological pespectives in psychology (pp. 41-60). New York: Plenum.

Prigerson, H.G., & Jacobs, S.C. (2007). Traumatic grief as a distinct disorder: A rationale, consensus criteria, and a preliminary empirical test. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 613-645). Washington, DC: American Psychological Association.

Reinders, G. M. (2012). Understanding the difference between Husserl's (descriptive) and Heidegger's (interpretative) phenomenological research. Journal of Nursing & Care, 1(5), 1-3.

Ringdal, G.I., Jordhøy, M.S., Ringdal, K., & Kaasa, S. (2001). Factors affecting grief reactions in close family members to individuals who have died of cancer. Journal of Pain and Symptom Management, 22(6), 1016-1026.

Rodger, M.L., Sherwood, P., O'Connor, M., & Leslie, G. (2006). Living beyond the unanticipated sudden death of a partner: A phenomenological study. Omega – Journal of Death and Dying, 54(2), 107-133.

Sadovsky, R., Basson, R., Krychman, M., Morales, A.M., Schover, L., Wang, R., & Incrocci, L. (2010). Cancer and sexual problems. Journal of Sexual Medicine, 7(1 pt. 2), 349-373.

Schaefer, J. A., & Moos, R. H. (2007). Bereavement experiences and growth. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 145-167). Washington, DC: American Psychological Association.

Schneider, R.M. (2006). Group bereavement support for spouses who are grieving the loss of a partner to cancer. Social Work with Groups, 29(2-3), 259-278.

Smith, J. A., & Osborn, M. (2003). Interpretative phenomenological analysis. In J. A. Smith (Ed.), Qualitative psychology: A practical guide to research methods. (pp. 53-80). London: Sage.

Stevens, N. (2002). Re-engaging: new partnerships in late-life widowhood. Ageing International, 27(4), 27–42.

Stroebe, M., Finkenauer, C., Wijngaards-de Meij, L., Schut, H., van den Bout, J., & Stroebe, W. (2013). Partner-oriented self-regulation among bereaved parents: The costs of holding in grief for the partner's sake. Psychological Science, 24(4), 395-402.

Stroebe, M. S., Hansson, R. O., Stroebe, W., & Schut, H. (2007a). Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. Washington, DC: American Psychological Association.

Stroebe, M. S., Hansson, R. O., Stroebe, W., & Schut, H. (2007b). Introduction: Concepts and issues in contemporary research on bereavement. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 3-22). Washington, DC: American Psychological Association.

Stroebe, M., & Schut, H. (1999). The dual process model of coping with bereavement: Rationale and description. Death Studies, 23(3), 197–224.

Stroebe, M.S., & Schut, H. (2007). Models of coping with bereavement: A review. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 375-403). Washington, DC: American Psychological Association.

Stroebe, M.S., & Schut, H. (2016). Overload: A missing link in the Dual Process Model. Omega – Journal of Death and Dying, 74(1), 96-109.

Stroebe, W., & Schut, H. (2007). Risk factors in bereavement outcome. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 349-371). Washington, DC: American Psychological Association.

Taylor, N.C., & Robinson, W.D. (2016). The lived experience of young widows and widowers. The American Journal of Family Therapy, 44(2), 67-79.

Trompeter, S.E., Bettencourt, R., & Barrett-Connor, E. (2012). Sexual activity and satisfaction in healthy community-dwelling older women. The American Journal of Medicine, 125(1), 37-43.

Valdimarsdóttir, U. (2004). Awareness of husband's impending death from cancer and long-term anxiety in widowhood: A nationwide follow-up. Palliative Medicine, 18(5), 432-443.

Van den Bout, J., Boelen, P.A., & De Keijser, J. (1998). Behandelstrategieën bij gecompliceerde rouw en verliesverwerking. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.

Van den Hoonaard, D.K. (2002). Attitudes of older widows and widowers in New Brunswick, Canada towards new partnerships. Ageing International, 27(4), 79-92.

Van Manen, M. (1990). Researching lived experience: Human science for an action sensitive pedagogy. Albany: State University of New York Press.

Waugh, C.E., & Fredrickson, B.L. (2006). Nice to know you: Positive emotions, self-other overlap, and complex understanding in the formation of a new relationship. The Journal of Positive Psychology, 1(2), 93-106.

Watson, W.K., Bell, N.J., & Stelle, C. (2010). Women narrate later life remarriage: Negotiating the cultural to create the personal. Journal of Aging Studies, 24(4), 302-312.

Watson, W.K., & Stelle, C. (2011). Dating for older women: Experiences and meanings of dating in later life. Journal of Women & Aging, 23(3), 263-275.

Weis, R. (2007). Grief, bonds, and relationships. In M. S. Stroebe, R. O. Hansson, W. Stroebe, & H. Schut (Eds.), Handbook of bereavement research: Consequences, coping, and care. (pp. 47-62). Washington, DC: American Psychological Association.

Whittemore, R., Chase, S. K., & Mandle, C. L. (2001). Validity in qualitative research. Qualitative Health Research, 11(4), 522-537.

Winn, R.L., & Newton, N. (1982). Sexuality in aging: A study of 106 cultures. Archives of Sexual Behavior, 11(4), 283-298.

Wu, Z., Schimmele, C.M., & Ouellet, N. (2014). Repartnering after widowhood. Journals of Gerontology, Series B: Psychological Sciences and Social Sciences, 70(3), 496-507.

Yopp, J.M., & Rosenstein, D.L. (2013). A support group for fathers whose partners died from cancer. Journal of Oncological Nursing, 17(2), 169-173.

Yüksel, P., & Yıldırım, S. (2015, January). Theoretical frameworks, methods, and procedures for conducting phenomenological studies in educational settings. Turkish Online Journal of Qualitative Inquiry, 6(1), 1-20.

Universiteit of Hogeschool
Seksuologie
Publicatiejaar
2017
Promotor
Prof. dr. Erick Janssen
Kernwoorden