Het verband tussen het gebruik van digitale media en welzijn: een verkennend onderzoek bij kinderen van 9 tot 12 jaar

Helena Bruggeman
In deze masterproef bestudeerden we de relatie tussen schermgebruik, sociale relaties en subjectief welbevinden bij kinderen tussen 9 en 12 jaar. We vonden een belangrijke samenhang tussen zowel de kwaliteit als de kwantiteit van hun sociaal netwerk met hun subjectief welbevinden. We vonden geen betekenisvolle relatie tussen schermgebruik en subjectief welbevinden enerzijds en sociaal netwerk anderzijds.

‘Schermsport’ bij kinderen, een invloed op sociale relaties en geluk?

‘Schermsport’ bij kinderen, een invloed op sociale relaties en geluk?

Onlangs verscheen deze schreeuwende kop boven een artikel op De Redactie: ‘Jongeren let op: Facebook en Instagram schaden jullie mentale gezondheid’. De klassieke media benadrukken vaak de gevaren van digitale media, vooral onder de jongeren. Een recente Britse studie wees op de negatieve impact van digitale media op de mentale gezondheid van adolescenten. Digitale media maken ongelukkig, worden bestempeld als verslavender dan alcohol en sigaretten en ze worden bovendien gerelateerd aan verhoogde maten van angst, depressie en slaaparmoede.

Niemand kan ontkennen dat de digitale ontwikkelingen van de laatste decennia een enorme impact hebben op het gedrag van mensen. We weten dat het gebruik van digitale media de laatste jaren sterk is toegenomen en dat de beginleeftijd verder afneemt. Deze trend zal zich in de toekomst steeds verder zetten, evenals de bezorgdheid van veel ouders hoe ze met dit fenomeen best kunnen omgaan.

Deze media zijn niet alleen voor volwassenen en adolescenten een bron van communicatie, informatie en amusement, maar ook steeds meer jonge kinderen spenderen hier meer en meer tijd aan. Het gebruik van allerlei elektronische toestellen zoals pc/laptop, tablet en gsm maken vanzelfsprekend deel uit van het dagelijkse leven van kinderen van lagere schoolleeftijd. Het is zinvol aandacht te hebben voor deze specifieke groep van (piep)jonge internetgebruikers. Het doel van deze studie was dan ook een beter beeld te krijgen van het gebruik van digitale media bij kinderen tussen 9 en 12 jaar.

Een nog belangrijkere vraag is of er een relatie bestaat tussen het gebruik van digitale media, sociale relaties en geluk. Hebben deze digitale media een invloed op het aantal en de kwaliteit van vriendschapsrelaties en via deze weg op hoe de kinderen zich voelen? Zijn kinderen die minder online communiceren gelukkiger dan kinderen die dit niet doen?

Om een antwoord te bieden op deze vragen, kregen we voor deze masterproef de mogelijkheid mee te werken aan een bevraging waaraan uiteindelijk 13871 kinderen deelnamen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar uit 163 lagere scholen verspreid over de provincie Antwerpen.

BEELD SCHERMGEBRUIK

Uit onze studie blijkt dat niet minder dan 62 procent van de kinderen in onze steekproef elke dag of een paar keer per week een pc of laptop gebruiken, dat 67 procent van hen een tablet en 34 procent een smartphone hanteren. Deze worden vooral gebruikt voor amusementsdoeleinden, zoals het bekijken van filmpjes en het spelen van spelletjes. Bovendien heeft 18 procent van de kinderen een eigen Facebookprofiel, terwijl dit officieel slechts vanaf 13 jaar mogelijk is. Dat kinderen met beide voeten in de digitale wereld staan, blijkt ook uit onderstaande figuur. Lagereschoolkinderen gebruiken frequent allerlei vormen van digitale media.

" "

Aangezien zo vele kinderen deze diverse elektronische media gebruiken, is de vraag wat die media met hun sociale relaties en subjectief welbevinden doen, uitermate relevant.

EFFECTEN SCHERMGEBRUIK

Onderzoek naar de effecten van het gebruik van digitale media bij adolescenten heeft vooralsnog niet tot een consensus geleid. In feite zijn er in de literatuur twee grote, elkaar tegensprekende theorieën. Een eerste groep onderzoekers stelt dat adolescenten die meer tijd spenderen aan schermgebruik, minder en slechtere sociale relaties hebben en dus ongelukkiger zijn. De andere groep stelt dat het gebruik van sociale media een positief effect heeft op het sociale netwerk en bijgevolg ook op het geluk. Binnen deze laatste groep denken sommige onderzoekers dat vooral de adolescenten met een groot sociaal netwerk baat hebben bij online communicatie, terwijl anderen van mening zijn dat vooral degenen met een beperkt sociaal netwerk meer baat hebben bij online communicatie. Gemeenschappelijk aan deze theorieën is wel dat ze het belang van sociale relaties voor het geluk benadrukken.

We hebben deze verschillende hypotheses kunnen toetsen in een grote steekproef. Op basis van dit onderzoek, kunnen we een aantal gangbare meningen bevestigen of ontkrachten. Over het algemeen zijn kinderen tussen 9 en 12 jaar zeer gelukkig, en zo hoort het ook. Ze halen gemiddeld een score van 8 op een elf-puntenschaal (0=heel ongelukkig; 10=heel gelukkig). De uitspraak ‘schermgebruik maakt kinderen (on)gelukkig’ is niet correct, althans voor deze leeftijdsgroep. Hoeveel tijd kinderen besteden aan schermgebruik heeft geen enkele invloed op hun subjectief welbevinden, of dit nu om recreatief, informatief of communicatief schermgebruik gaat. Meer specifiek, het gebruik van Facebook of andere sociale media hangt niet samen met hun geluk. Zelfs het al dan niet gepest worden op Facebook heeft geen invloed op het geluk, als we rekening houden met het offline gepest worden.

Natuurlijk is het wel belangrijk op te merken dat onze resultaten niet impliceren dat er helemaal geen impact is van het schermgebruik op de ontwikkeling van het kind. Zo is het best mogelijk dat schermgebruik een impact heeft op andere domeinen zoals schoolresultaten, neurologische functies, Body Mass Index,…. Ook kunnen we op basis van ons onderzoek niets zeggen over de eventuele langetermijneffecten van schermgebruik. Schermgedrag nu heeft mogelijks een invloed op schermgedrag later. Misschien ontwikkelen vroege internetgebruikers vaardigheden die hen beter zullen beschermen tegen de negatieve effecten op latere leeftijd, zoals internetverslaving, sexting,…. Aan de andere kant is het ook denkbaar dat een vroege beginleeftijd van excessief internetgebruik in de toekomst meer kans geeft op een hardnekkige internetverslaving. Dit zijn belangrijke vragen voor vervolgonderzoek.

Uit ons onderzoek blijkt dat de impact van de online wereld op het geluk, tegen alle verwachtingen in, op deze leeftijd quasi onbestaand is, terwijl de offline sociale wereld wel een grote rol speelt. Meer bepaald vonden we dat offline sociale relaties uitermate belangrijk zijn voor het geluk van kinderen. Bovendien bleek het aantal vrienden belangrijker dan de kwaliteit van de vriendschapsrelaties. Het is dan ook belangrijk dat scholen, jongerenorganisaties en ouders erover waken dat het  sociale netwerk van kinderen niet te beperkt is. Er zou een alarmbelletje moeten afgaan als ze merken dat kinderen weinig vrienden hebben…

Uiteraard is het van belang aandacht te hebben voor het schermgebruik door jonge kinderen. Maar naar aanleiding van dit onderzoek kunnen we voorzichtig de vraag stellen: “Maken we ons niet te ongerust over het gebruik van digitale media?”

 

Bibliografie

Bibliografie

Ahn, D., & Shin, D. H. (2013). Is the social use of media for seeking connectedness or for  avoiding social isolation? Mechanisms underlying media use and subjective well-being. Computers in Human Behavior, 29(6), 2453-2462.

Altman, I., & Taylor, D. A. (1973). Social penetration: The development of interpersonal relationships. Holt, Rinehart & Winston.

Asher, S.R, & Renshaw, P.D. (1981). Children without friends: social knowledge and social-skill training. In S.R., Asher, & J.M., Gottman (Eds.), The development of children’s friendships (273-296). Cambridge: University Press.

Baker, L. R., & Oswald, D. L. (2010). Shyness and online social networking services. Journal of Social and Personal Relationships, 27(7), 873-889.

Bargh, J. A., & McKenna, K. Y. (2004). The Internet and social life. Annu. Rev. Psychol., 55, 573-590.

Benhorin, S., & McMahon, S. D. (2008). Exposure to violence and aggression: Protective roles of social support among urban African American youth. Journal of Community Psychology, 36, 723-743.

Bessiere, K., Kiesler, S., Kraut, R., & Boneva, B. S. (2008). Effects of Internet use and social resources on changes in depression. Information, Community & Society, 11(1), 47-70.

Boniel-Nissim, M., Tabak, I., Mazur, J., Borraccino, A., Brooks, F., Gommans, R., Finne, E. (2015). Supportive communication with parents moderates the negative effects of electronic media use on life satisfaction during adolescence. International journal of public health, 60(2), 189-198.

Booker, C. L., Skew, A. J., Kelly, Y. J., & Sacker, A. (2015). Media use, sports participation, and well-being in adolescence: cross-sectional findings from the UK Household Longitudinal Study. American journal of public health, 105(1), 173-179.

Boulton, M. J., & Smith, P. K. (1994). Bully/victim problems in middle‐school children: Stability, self‐perceived competence, peer perceptions and peer acceptance. British journal of developmental psychology, 12(3), 315-329.

Bru, E., Murberg, T. A., & Stephens, P. (2001). Social support, negative life events and pupil misbehaviour among youth Norweigian adolescents. Journal of Adolescence, 24, 715-727

Bukowski, W.M., Newcomb, A.F., & Hartup, W.W. (1996). The company they keep: friendship in childhood and adolescence. Cambridge: University Press.

Cheng, H., & Furnham, A. (2001). Attributional style and personality as predictors of happiness and mental health. Journal of Happiness Studies, 2(3), 307-327.

Cheng, H., & Furnham, A. (2003). Personality, self-esteem, and demographic predictions of happiness and depression. Personality and individual differences, 34(6), 921-942.

Chu, P. S., Saucier, D. A., & Hafner, E. (2010). Meta-analysis of the relationships between social support and well-being in children and adolescents. Journal of Social and Clinical Psychology, 29(6), 624-645.

Csikszentmihalyi, M. (1999). If we are so rich, why aren't we happy?. American psychologist,54(10), 821.

Cotterell, J. (2007). Social networks in youth & adolescence. London: Routledge

Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2002). Overview of self-determination theory: An organismic dialectical perspective. Handbook of self-determination research, 3-33.

DeNeve, K. M., & Cooper, H. (1998). The happy personality: a meta-analysis of 137 personality traits and subjective well-being. Psychological bulletin, 124(2), 197.

de Bolle, M., De Fruyt, F., & Decuyper, M. (2010). The Affect and Arousal Scales: Psychometric properties of the Dutch version and multigroup confirmatory factor analyses. Assessment,17, 241–258.

Diener, E., Emmons, R. A., Larsen, R. J., & Griffin, S. (1985). The Satisfaction With Life Scale. Journal of Personality Assessment, 49, 1, 71–75.

Diener, E., Larsen, R. J., & Emmons, R. A. (1984). Person× Situation interactions: Choice of situations and congruence response models. Journal of personality and social psychology, 47(3), 580.

Dykstra, P. A., Van Tilburg, T. G., & de Jong Gierveld, J. (2005). Changes in older adult loneliness results from a seven-year longitudinal study. Research on aging, 27(6), 725-747.

Ellison, N. B., Steinfield, C., & Lampe, C. (2007). The benefits of Facebook “friends:” Social capital and college students’ use of online social network sites. Journal of Computer‐Mediated Communication, 12(4), 1143-1168.

Franco, N., & Levitt, M.J. (1998). The social ecology of middle childhood: family support, friendship quality en and self-esteem. Family Relations, 47 (4), 315-321.

Furman, W., & Buhrmester, D. (1992). Age and sex differences in perceptions of networks of personal relationships. Child Development, 63, 103–115.

Furnham, A., & Brewin, C. R. (1990). Personality and happiness. Personality and Individual differences, 11(10), 1093-1096.

Furnham, A., & Cheng, H. (2000a). Perceived parental behaviour, self-esteem and happiness. Social psychiatry and psychiatric epidemiology, 35(10), 463-470.

Furnham, A., & Cheng, H. (2000b). Lay theories of happiness. Journal of happiness studies,1(2), 227-246.

Gifford-Smith, M.E., & Brownell, C.A. (2003). Childhood peer relationships: social acceptance. Journal of School Psychology, 41, 235–284.

Gruber, E., DiClemente, R. J., Anderson, M. M., & Lodico, M. (1996). Early drinking onset and its association with alcohol use and problem behavior in late adolescence. Preventive medicine, 25(3), 293-300.

Hawker, D. S., & Boulton, M. J. (2000). Twenty years' research on peer victimization and psychosocial maladjustment: A meta-analytic review of cross-sectional studies. The Journal of Child Psychology and Psychiatry and Allied Disciplines, 41(4), 441-455.

Hayes, N., & Joseph, S. (2003). Big 5 correlates of three measures of subjective well-being. Personality and Individual differences, 34(4), 723-727.

Helgeson, V. S., Cohen, S, Schulz, R, & Yasko, J. (2000). Group support interventions for women with breast cancer: Who benefits from what? Health Psychology, 19, 107-114.

Helliwell, J. F., Layard, R., & Sachs, J. (2013). World happiness report [2012].

Helliwell, J. F., & Putnam, R. D. (2004). The social context of well-being. Philosophical transactions-royal society of London series B biological sciences, 1435-1446.

Hills, P., & Argyle, M. (2001a). Emotional stability as a major dimension of happiness. Personality and individual differences, 31(8), 1357-1364.

Hills, P., & Argyle, M. (2001b). Happiness, introversion–extraversion and happy introverts. Personality and individual Differences, 30(4), 595-608.

Hills, P., & Argyle, M. (2002), The Oxford Happiness Questionnaire: a compact scale for the measurement of psychological well-being. Personality and Individual Differences, 33.

Holder, M. D., & Coleman, B. (2008). The contribution of temperament, popularity, and physical appearance to children’s happiness. Journal of Happiness Studies, 9(2), 279-302.

Huang, H. Y. (2016). Examining the beneficial effects of individual's self-disclosure on the social network site. Computers in Human Behavior, 57, 122-132.

Huppert, F. A., & So, T. T. (2013). Flourishing across Europe: Application of a new conceptual framework for defining well-being. Social Indicators Research, 110(3), 837-861.

Hymel, S., Schonert-Reichl, K. A., & Miller, L. D. (2006). Reading,riting,rithmetic and relationships: considering the social side of education. Exceptionality Education Canada, 16(2/3), 149.

Inchley, J., & Currie, D. (2016). Growing up unequal: gender and socioeconomic differences in young people's health and well-being. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2013/2014 survey. WHO, 2016. Health policy for children and adolescents, (7).

Kahneman, D., & Tversky, A. (2003). Experienced utility and objective happiness: A moment-based approach. The psychology of economic decisions, 1, 187-208.

Kahneman, D., Diener, E., & Schwarz, N. (Eds.). (1999). Well-being: Foundations of hedonic psychology. Russell Sage Foundation.

Khan, S., & Petróczi, A. (2015). Stimulus-response compatibility tests of implicit preference for food and body image to identify people at risk for disordered eating: a validation study. Eating behaviors, 16, 54-63.

Kraut, Robert, M. Patterson, and V. Lundmark. (1998). "Internet Paradox: A Social Technology That Reduces Social Involvement and Psychological Well-being“ American Psychologist, 53:1017-31..

Kraut, R., Kiesler, S., Boneva, B., Cummings, J., Helgeson, V., & Crawford, A. (2002). Internet paradox revisited. Journal of social issues, 58(1), 49-74.

Kross, E., Verduyn, P., Demiralp, E., Park, J., Lee, D. S., Lin, N., ... & Ybarra, O. (2013). Facebook use predicts declines in subjective well-being in young adults. PloS one, 8(8), e69841

Lakey, B., & Cassady, P. B. (1990). Cognitive processes in perceived social support. Journal of Personality and Social Psychology, 59, 337-343.

Larose, S., Guay, F., & Boivin, M. (2002). Attachment, social support, and loneliness in young adulthood: A test of two models. Personality and Social Psychology Bulletin, 28(5), 684-693.

Laurent, J., Catanzaro, S. J., Joiner Jr, T. E., Rudolph, K. D., Potter, K. I., Lambert, S., ... &

Gathright, T. (1999). A measure of positive and negative affect for children: scale development and preliminary validation. Psychological assessment, 11(3), 326.

Lee, S. J. (2009). Online communication and adolescent social ties: Who benefits more from Internet use?. Journal of Computer‐Mediated Communication, 14(3), 509-531.

Lenhart, A., Kahne, J., Middaugh, E., Macgill, A. R., Evans, C., & Vitak, J. (2008). Teens, video games, and civics: teens' gaming experiences are diverse and include significant social interaction and civic engagement. Pew internet & American life project.

Lyubomirsky, S., King, L., & Diener, E. (2005). The Benefits of Frequent Positive Affect: Does Happiness Lead to Success? Psychological Bulletin Vol. 131, No. 6, 803–855.

Lykken, D. T. (2000). Happiness: The nature and nurture of joy and contentment. New York: St. Martin’s Press.

Maslow, A. H. (1943). A theory of human motivation. Psychological review, 50(4), 370.

Mazurek, M. O., & Wenstrup, C. (2013). Television, video game and social media use among children with ASD and typically developing siblings. Journal of autism and developmental disorders, 43(6), 1258-1271.

Mazurek, M. O., Shattuck, P. T., Wagner, M., & Cooper, B. P. (2012). Prevalence and correlates of screen-based media use among youths with autism spectrum disorders. Journal of autism and developmental disorders, 42(8), 1757-1767.

McDougall, P., Hymel, S., Vaillancourt, T., & Mercer, L. (2001). The consequences of childhood peer rejection. Interpersonal rejection, 213-247.

McKenna, K. Y., & Bargh, J. A. (1999). Causes and consequences of social interaction on the Internet: A conceptual framework. Media Psychology, 1(3), 249-269.

Must, A., Phillips, S. M., Curtin, C., Anderson, S. E., Maslin, M., Lividini, K., & Bandini, L. G. (2014). Comparison of sedentary behaviors between children with autism spectrum disorders and typically developing children. Autism, 18(4), 376-384.

Natvig, G. K., Albreksten, G., Anderssen, N., & Qvarnstrom, U. (1999). School-related stress and psychosomatic symptoms among school adolescents. Journal of School Health, 69, 362-368.

Neto, F. (2001). Personality predictors of happiness. Psychological Reports, 88(3), 817-824.

Nie, N. H. (2001). Sociability, interpersonal relations, and the internet reconciling conflicting findings. American behavioral scientist, 45(3), 420-435.

Nie, N. H., & Hillygus, D. S. (2002). The impact of Internet use on sociability: Time-diary findings. It & Society, 1(1), 1-20.

Nie, N. H., Hillygus, D. S., & Erbring, L. (2002). Internet use, interpersonal relations, and sociability. The Internet in everyday life, 215-243.

Niemiec, C. P., & Ryan, R. M. (2009). Autonomy, competence, and relatedness in the classroom: Applying self-determination theory to educational practice. School Field, 7(2), 133-144.

Olweus, D. (1978). Aggression in the schools: Bullies and whipping boys. Hemisphere.

Papacharissi, Z., & Rubin, A. M. (2000). Predictors of Internet use. Journal of broadcasting & electronic media, 44(2), 175-196.

Parducci, A. (1995). Happiness, pleasure, and judgment: The contextual theory and its applications. Mahwah, NJ: Erlbaum.

Pavot, W., Diener, E., & Fujita, F. (1990). Extraversion and happiness. Personality and individual differences, 11(12), 1299-1306.

Putnam, R. D. (2000). Bowling alone: America’s declining social capital. In Culture and Politics (pp. 223-234). Palgrave Macmillan US

Radloff (1977). The CES-D scale: A self-report depression scale for research in the general population. Applied Psychological Measurement, 1, 385–401.

Robinson, J. P., Kestnbaum, M., Neustadtl, A., & Alvarez, A. (2000). Mass media use and social life among Internet users. Social Science Computer Review, 18(4), 490-501.

RSPH; YHM. (2016). Social media and young people’s mental health and wellbeing. Geraadpleegd van https://www.rsph.org.uk/our-work/policy/social-media-and-young-people-s…

Rubin, K., Fredstrom, B., & Bowker, J. (2008). Future directions in… friendship in childhood and early adolescence. Social development, 17 (4), 1085-1095.

Ryff, C. D., & Keyes, C. L. M. (1995). The structure of psychological well-being revisited. Journal of personality and social psychology, 69(4), 719.

San Jose, C. (2016). Growth driven by more than one billion new internet users and 10 billion new devices and connections over the next five years. geraadpleegd op 27 mei 2017 via https://newsroom.cisco.com/press-release

Saerens, Z. (2017). Jongeren let op: Facebook en Instagram schaden jullie mentale gezondheid. Geraadpleegd op 16 juni 2017 via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2983322

Sarason, I. G., Levine H. M., Basham, R. B., (1983). Assessing social support: The social support questionnaire. Journal of Personality and Social Psychology, 44, 124-139.

Schneider, B.H. (2000). Friends and enemies: Peer relations in childhood. New York: Oxford University Press.

Seligman, M. E. P. (2002). Authentic Happiness: Using the New Positive Psychology to Realize Your Potential for Lasting Fulfillment. New York: Free Press.

Seligman, M. E. (2011). Flourish: a visionary new understanding of happiness and well-being. Policy, 27(3), 60-1.

Shah, Nojin Kwak, R. Lance Holbert, D. (2001). " Connecting" and" disconnecting" with civic life: Patterns of Internet use and the production of social capital. Political communication, 18(2), 141-162.

Shane, H. C., & Albert, P. D. (2008). Electronic screen media for persons with autism spectrum disorders: Results of a survey. Journal of autism and developmental disorders, 38(8), 1499-1508.

Shklovski, I., Kraut, R., & Rainie, L. (2004). The Internet and social participation: Contrasting cross‐sectional and longitudinal analyses. Journal of Computer‐Mediated Communication, 10(1), 00-00.

Slee, P. T. (1994). Situational and interpersonal correlates of anxiety associated with peer victimisation. Child Psychiatry and Human Development, 25(2), 97-107.

Spiegel, D. (1993). Social support: How friends, family and groups can help. In D. Goleman &

J. Gurin (Eds.), Mind body medicines: how to use your mind for better health (pp. 331 350).

Strasburger, V. C., Jordan, A. B., & Donnerstein, E. (2010). Health effects of media on children and adolescents. Pediatrics, 125(4), 756-767.

Strasburger, V. C., Hogan, M. J., Mulligan, D. A., Ameenuddin, N., Christakis, D. A., Cross, C., & Moreno, M. A. (2013). Children, adolescents, and the media. Pediatrics, 132(5), 958-961.

Suh, E., Diener, E., & Fujita, F. (1996). Events and subjective well-being: only recent events matter. Journal of personality and social psychology, 10, 1091-1102.

Teppers, E., Luyckx, K., Klimstra, T. A., & Goossens, L. (2014). Loneliness and Facebook motives in adolescence: A longitudinal inquiry into directionality of effect. Journal of adolescence, 37(5), 691-699.

Uchino, B. N., Cacioppo, J. T., & Kiecolt-Glaser, J. K. (1996). The relationship between social support and physiological processes: a review with emphasis on underlying mechanisms and implications for health. Psychological bulletin, 119(3), 488.rs, NY: Consumer Reports Books.

Valkenburg, P. M., & Peter, J. (2007a). Online communication and adolescent well‐being: Testing the stimulation versus the displacement hypothesis. Journal of Computer‐Mediated Communication, 12(4), 1169-1182.

Valkenburg, P. M., & Peter, J. (2007b). Preadolescents' and adolescents' online communication and their closeness to friends. Developmental psychology, 43(2), 267.

van der Ploeg, J.D. (2007a). Gedragsproblemen: ontwikkelingen en risico’s (9e druk). Rotterdam: Lemniscaat.

van der Ploeg, J.D. (2007b). Kinderen (z)onder vrienden. Rotterdam: Lemniscaat.

Van Hiel, A. (2012). Sociale psychologie. Gent: Academia Press.

Vansteenkiste, M., Neyrinck, B., Niemiec, C. P., Soenens, B., Witte, H., & Broeck, A. (2007). On the relations among work value orientations, psychological need satisfaction and job outcomes: A self‐determination theory approach. Journal of occupational and organizational psychology, 80(2), 251-277.

Vergeer, M., & Pelzer, B. (2009). Consequences of media and Internet use for offline and online network capital and well‐being. A causal model approach. Journal of Computer‐Mediated Communication, 15(1), 189-210.

de Vries, D. A., & Kühne, R. (2015). Facebook and self-perception: Individual susceptibility to negative social comparison on Facebook. Personality and Individual Differences, 86, 217-221.

Watson, D. & Clark, L. A. (1988). Development and Validation of Brief Measures of Positive and Negative Affect: The PANAS Scales. Journal of Personality and Social Psychology. Vol. 54. No.6, 1063–1070

Weiser, E. B. (2001). The functions of Internet use and their social and psychological consequences. CyberPsychology & behavior, 4(6), 723-743.

Wentzel, K. R. (1998). Social relationships and motivation in middle school: The role of parents, teachers and peers. Journal of Educational Psychology, 90, 202-209.

Yugar, J.M. & Shapiro, E.S. (2001). Elementary children’s schools friendships: a comparison of peer assessment methodologies. School Psychology Review, 30 (4), 568-585.

Zegers, H. (2010). Wat Maakt u Gelukkig? Triangulatie van positieve psychologie studies en een wereldwijde kwalitatieve studie. Geraadpleegd op 1 maart 2017 via http://www.scriptiebank.be/scriptieoverzicht

Zegers, H. (2011). A person is no average. Bijdrage in The World Book of Happiness. The knowledge and wisdom of one hundred happiness professors from all around the world. Leo Bormans (ed.). Tielt: Lannoo uitgeverij.

Universiteit of Hogeschool
Master Klinische Psychologie
Publicatiejaar
2017
Promotor
Alain Van Hiel
Kernwoorden