Het absoluut gehoor

Celien Byttebier Johan Rijckaert
Het absoluut gehoor (AG) is een mysterieuze en druk onderzochte vaardigheid die invloed heeft op de muziekbeleving van bepaalde mensen. In dit onderzoek werd de huidige kennis over deze vaardigheid vanuit de literatuur samengelegd. Een lijst van verschillende parameters werd vastgesteld zodat zo een betrouwbare en valide test zou kunnen worden opgesteld om het AG te onderzoeken.

Kwaakt een kikker de noot re?

We leven in een wereld vol muziek: in de auto, op het werk, in de winkel enz. Een normale dag zonder muziek lijkt tegenwoordig bijna onmogelijk. Toch zijn maar weinig mensen in staat om tonen of klanken te herkennen én te benoemen zonder gebruik van enige referentie. Mensen met deze vaardigheid beschikken over een absoluut gehoor. Het is essentieel om de muziekbeleving van deze mensen te begrijpen. Daardoor wordt het bijvoorbeeld mogelijk om hulp te bieden via een aangepast hoortoestel. Helaas is er hierover nog veel te weinig gekend. Dit onderzoek legt een nieuwe basis voor het beter begrijpen van absoluut gehoor en het genot van muziek in het algemeen.  

Doorheen de jaren deden reeds vele onderzoekers pogingen om het ontstaan, de expressie en de vele andere facetten van het AG te beschrijven. Uit deze onderzoeken blijkt dat niet alleen meerdere factoren, zoals de beginleeftijd van de muzikale opleiding, genetica, etnische afkomst,… een rol spelen in het tot uiting komen van een AG, maar ook dat er binnen de AG-bezitters zelf veel variatie is. Deze variatie is mede te wijten aan het feit dat er geen uniformiteit is in enerzijds de definiëring van dit fenomeen en anderzijds in de test-, scorings- en interpretatiemethoden. Alles staat of valt echter met een eenduidige definitie van deze vaardigheid. Pas dan kan dit fenomeen onderzocht worden en onderzoeken onderling vergeleken worden. Daarom werd in dit onderzoek eerst de reeds bestaande literatuur over deze vaardigheid in kaart gebracht. Op basis daarvan werd een poging voor een alomvattende definitie opgezet. Daarnaast werden parameters beschreven aan de hand waarvan een test opgesteld kan worden om zo het AG op een betrouwbare en valide manier te kunnen toetsen. Ten slotte werd een eigen onderzoek uitgevoerd. Aan de hand van dit verkennend onderzoek werd gepoogd om antwoorden te vinden op de vragen ‘is een AG een ‘all-or-nothing’ vaardigheid?’, ‘heeft de beginleeftijd van de muzikale opleiding een invloed op de ontwikkeling van een AG?’ en ‘komt een AG vaker voor bij professionele dan amateur muzikanten?’.

De proefgroep bestond uit 39 participanten die allemaal in staat waren om klanken via notennamen te benoemen en van zichzelf dachten over een AG te beschikken. Hun scores volgden elkaar systematisch op, waardoor er geen duidelijke indicatie was dat dit een ‘all-or-nothing’ vaardigheid is. AG kan dus eerder geplaatst worden op een schaal met verschillende gradaties gaande van minimaal, matig, goed tot bijzonder goed ontwikkeld AG. Slecht één participant voldeed aan de zelf opgestelde criteria, die rekening houden met de meest gehanteerde definitie, en kan bijgevolg beschouwd worden als iemand met een AG. Deze persoon was blind, wat mogelijk een invloed heeft op de ontwikkeling van een AG. Hij vertelde dat hij als hij gaat wandelen elk omgevingsgeluid met een notennaam kan benoemen. Zo gaf hij zonder enige twijfel aan dat kikkers kwaken op een toonhoogte re.

Verder was er geen correlatie te zien tussen de beginleeftijd van de muzikale opleiding en de scores van de participanten. Volgens dit onderzoek zou iedereen die op om het even welke leeftijd gestart is met zijn muzikale opleiding en wie de juiste genen bezit, in staat zijn om een AG te ontwikkelen.

Tussen professionele- en amateurmusici waren er eveneens geen significante verschillen op te merken.  

Verder onderzoek naar deze materie is aangewezen aangezien er nog vele aspecten over deze vaardigheid ongekend zijn.

 

Dit onderzoek toonde aan dat AG wel bestaat maar zeldzaam is. Onze muziekbeleving is dus erg relatief. Verder onderzoek, ook in samenspraak met de neurologie is nodig om verder te onderzoeken hoe mensen met een AG tonen én klanken op centraal niveau verwerken, wat de verschillen zijn met andere muzikanten en welke invloed dit heeft op de hoortoestelaanpassing.

Bibliografie

 

Athos, E. A., Levinson, B., Kistler, A., Zemansky, J., Bostrom, A., Freimer, N., & Gitschier, J. (2007). Dichotomy and perceptual distortions in absolute pitch ability. Proceedings of the National Academy of Sciences, 104(37), 14795-14800. doi:10.1073/pnas.0703868104

Bachem, A. (1954). Time factors in relative and absolute pitch determination. The Journal of the Acoustical Society of America, 26(5), 751-753. doi:10.1121/1.1907411

Baggaley, J. (1974). Measurement of absolute pitch. Psychology of Music, 2(2), 11-17. doi:10.1177/030573567422002

Baharloo, S., Johnston, P. A., Service, S. K., Gitschier, J., & Freimer, N. B. (1998). Absolute pitch: an approach for identification of genetic and nongenetic components. The American Journal of Human Genetics, 62(2), 224-231. doi:10.1086/301704

Beck, D. L. (2008, november 17). Absolute Pitch, Perfect Pitch, Relative Pitch, and other Musical Notes. Opgeroepen op april 5, 2016, van audiology: http://www.audiology.org

Bermudez, P., & Zatorre, R. J. (2009). A distribution of absolute pitch ability as revealed by computerized testing. Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 27(2), 89-101. doi:10.1525/mp.2009.27.2.89

Blumenthal, T. D. (1988). The startle response to acoustic stimuli near startle threshold: Effects of stimulus rise and fall time, duration, and intensity. Psychophysiology, 25(5), 607-611. doi:10.1111/j.1469-8986.1988.tb01897.x

Boschma, H. (sd). Lijst van Clinics: muzikaal gehoor. Opgeroepen op april 6, 2016, van embouchure: http://www.embouchure.nl

Burge, D. L. (2016). What is perfect pitch? Opgeroepen op april 7, 2016, van perfectpitch: http://www.perfectpitch.com

Burns, E. M., & Ward, W. D. (1999). Intervals, scales, and tuning. The psychology of music, 2, 215-264. doi:10.1016/B978-012213564-4/50008-1

Clinckspoor, R. (2016-2017). Audiologie bij complexe zorgvragen. Arteveldehogeschool.

Cooper, W. B., Tobey, E., & Loizou, P. C. (2008). Music perception by cochlear implant and normal hearing listeners as measured by the Montreal Battery for Evaluation of Amusia. Ear and hearing, 29(4), 315-326. doi:10.1097/AUD.0b013e318174e787

Deutsch, D. (2002). The puzzle of absolute pitch. Current Directions in Psychological Science, 11(6), 200-204. doi:10.1111/1467-8721.00200

Deutsch, D. (2013). Absolute pitch. In D. Deutsch, The psychology of music (3de ed., pp. 141-182). United states of America: Elsevier inc.

Deutsch, D., Henthorn, T., Marvin, E., & Xu, H. (2006). Absolute pitch among American and Chinese conservatory students: Prevalence differences, and evidence for a speech-related critical period. The Journal of the Acoustical Society of America, 119(2), 719-722. doi:10.1121/1.2151799

Dewilde, J. (2015, april 29). Hersenen, muzikaliteit, muzikaal talent en opvoeding. Opgeroepen op februari 13, 2017, van Mens en samenleving: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie/155227-hersenen-muzika…

Drayna, D. T. (2007). Absolute pitch: A special group of ears. Proceedings of the National Academy of Sciences, 104(37), 14549-14550. doi:10.1073/pnas.0707287104

Drennan, W. R., & Rubinstein, J. T. (2008). Music perception in cochlear implant users and its relationship with psychophysical capabilities. J Rehabil Res Dev, 45(5), 779–789. doi:10.1682/JRRD.2007.08.0118

Drennan, W. R., & Rubinsteinah, J. T. (2015). Clinical evaluation of music perception, appraisal and experience in cochlear implant users. International Journal of Audiology, 54(2), 114-123. doi:10.3109/14992027.2014.948219

Dubé, L., & Le Bel, J. (2003). The content and structure of laypeople's concept of pleasure. Cognition & emotion, 17(2), 263-295. Opgeroepen op februari 9, 2017, van http://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/02699930302295?needAccess=tr…

Efron, R. (1970). Effect of stimulus duration on perceptual onset and offset latencies. Attention, Perception, & Psychophysics, 8(4), 231-234. doi:10.3758/BF03210211

Elmer, S., Rogenmoser, L., Kühnis, J., & Jäncke, L. (2015). Bridging the gap between perceptual and cognitive perspectives on absolute pitch. Journal of Neuroscience, 35(1), 366-371. doi:10.1523/JNEUROSCI.3009-14.2015

Gordon, E. E. (2007). Learning sequences in music: A contemporary music learning theory. GIA Publications.

Gregersen, P. K., Kowalsky, E., Kohn, N., & Marvin, E. W. (1999). Absolute pitch: prevalence, ethnic variation, and estimation of the genetic component. American journal of human genetics, 65(3), 911-912. doi:10.1086/302541

Halpern, A. R. (1989). Memory for the absolute pitch of familiar songs. Memory & Cognition, 17(5), 572-581. doi:10.3758/BF03197080

Heaton, P., Hermelin, B., & Pring, L. (1998). Autism and pitch processing: A precursor for savant musical ability? Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 15(3), 291-305. Opgeroepen op februari 28, 2017, van https://www.researchgate.net/profile/Pamela_Heaton/publication/23921402…

het absoluut gehoor. (2016). Opgehaald van hoorzaken: http://www.hoorzaken.nl

Hickok, G., & Poeppel, D. (2007). The cortical organization of speech processing. Nature Reviews Neuroscience, 8(5), 393-402. doi:10.1038/nrn2113

Hochberg, I. (1975). Most comfortable listening for the loudness and intelligibility of speech. Audiology, 14(1), 27-33. doi:10.3109/00206097509071720

Hockley, N. S., Bahlmann, F., & Chasin, M. (2010, september). Programming hearing instruments to make live music more enjoyable. Hearing Journal, 63(9), 30-38. doi:10.1097/01.HJ.0000388538.27405.93

Hoffren, J. (1964). A test of musical expression. . Bulletin of the Council for Research in Music Education, 32-35.

Kerkhofs, K. (2016). Klinische audiometrie bij kinderen. Arteveldehogeschool te Gent.

Kraus, N., Zatorre, R. J., & Strait, D. L. (2014). Editors’ introduction to Hearing Research special issue: Music: A window into the hearing brain. Hearing research, 308, 1.

Leite, R. B., Mota-Rolim, S. A., & Queiroz, C. M. (2016). Music proficiency and quantification of absolute pitch: a large-scale study among Brazilian musicians. Frontiers in neuroscience, 10, 1-11. doi:10.3389/fnins.2016.00447

Lenhoff, H. M., Perales, O., & Hickok, G. (2001). Absolute pitch in Williams syndrome. Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 18(4), 491-503. Opgeroepen op februari 28, 2017, van http://mp.ucpress.edu/content/18/4/491.full.pdf+html

Levitin, D. J. (1994). Absolute memory for musical pitch: Evidence from the production of learned melodies. Attention, Perception, & Psychophysics, 56(4), 414-423. doi:10.3758/BF03206733

Levitin, D. J. (1999). Absolute pitch: Self-reference and human memory. International Journal of Computing Anticipatory Systems, 4, 255-266. doi:10.4135/9781412972000.n1

Levitin, D. J. (2012). What does it mean to be musical. Neuron, 73(4), 633-637. doi:10.1016/j.neuron.2012.01.017

Levitin, D. J., & Rogers, S. E. (2005). Absolute pitch: perception, coding, and controversies. Trends in cognitive sciences, 9(1), 26-33. doi:10.1016/j.tics.2004.11.007

Lockhead, G. R., & Byrd, R. (1981). Practically perfect pitch. The Journal of the Acoustical Society of America, 70(2), 387-389. doi:10.1121/1.386773

Looi, V., McDermott, H., McKay, C., & Hickson, L. (2008). Music Perception of Cochlear Implant Users Compared with that of Hearing Aid Users. Ear and hearing(29(3)), 421-434. doi:10.1097/AUD.0b013e31816a0d0b

Loui, P., Li, H. C., Hohmann, A., & Schlaug, G. (2011). Enhanced cortical connectivity in absolute pitch musicians: a model for local hyperconnectivity. Journal of cognitive neuroscience, 23(4), 1015-1026. doi:10.1162/jocn.2010.21500

Marvin, E. W., & Brinkman, A. R. (2000). The effect of key color and timbre on absolute pitch recognition in musical contexts. Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 18(2), 111-137. doi:10.2307/40285905

McDermott, J. H., & Oxenham, A. J. (2008). Music perception, pitch, and the auditory system. Current opinion in neurobiology, 18(4), 452-463. doi:10.1016/j.conb.2008.09.005

Miyazaki, K. I. (1988). Musical pitch identification by absolute pitch possessors. Attention, Perception, & Psychophysics, 44(6), 501-512. doi:10.3758/BF03207484

Miyazaki, K. I. (1989). Absolute pitch identification: Effects of timbre and pitch region. Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 7(1), 1-14. doi:10.2307/40285445

Miyazaki, K. I. (2004). Recognition of transposed melodies by absolute‐pitch possessors. Japanese Psychological Research, 46(4), 270-282. doi:10.1111/j.1468-5584.2004.00260.x

Musical ear. (sd). Opgehaald van Oxford dictionaries: https://en.oxforddictionaries.com/definition/musical_ear

Nelken, I., Bizley, J., Shamma, S. A., & Wang, X. (2014). Auditory cortical processing in real-world listening: the auditory system going real. Journal of Neuroscience, 34(46), 15135-15138. doi:10.1523/JNEUROSCI.2989-14.2014

Nimmons, G. L., Kang, R. S., Drennan, W. R., Longnion, J., Ruffin, C., Worman, T., . . . Rubinstein, J. T. (2008, Februari). Clinical Assessment of Music Perception in Cochlear Implant listeners. Otology & Neurotol, 29(2), 149-155. doi:10.1097/mao.0b013e31812f7244

Oechslin, M. S., Meyer, M., & & Jäncke, L. (2010). Absolute pitch: functional evidence of speech-relevant auditory acuity. Cerebral Cortex, 20, 447-455. doi:10.1093/cercor/bhp113

Oikkonen, J., Huang, Y., Onkamo, P., Ukkola-Vuoti, L., Raijas, P., Karma, K., . . . Järvelä, I. (2014). A genome-wide linkage and association study of musical aptitude identifies loci containing genes related to inner ear development and neurocognitive functions. Molecular Psychiatry, 20, 275–282. doi:10.1038/mp.2014.8

Park, J. (2016, oktober 12). What is musicality? Opgeroepen op februari 16, 2017, van Human beatbox: https://www.humanbeatbox.com/articles/what-is-musicality/

Pedersen, C. B. (1974). Brief-tone audiometry in persons treated with salicylate. Audiology, 13(4), 311-319. doi:10.3109/00206097409071688

Peretz, I., Champod, A. S., & Hyde, K. (2003). Varieties of musical disorders. Annals of the New York Academy of Sciences, 999(1), 58-75. doi:10.1196/annals.1284.006

Plantinga, J., & Trainor, L. J. (2005). Memory for melody: Infants use a relative pitch code. Cognition, 98(1), 1-11. doi:10.1016/j.cognition.2004.09.008

Rakowski, A., & Rogowski, P. (2007). Experiments on long-term and short-term memory for pitch in musicians. Archives of Acoustics, 32(4), 815-826. Opgeroepen op februari 12, 2017, van file:///C:/Users/User/Downloads/682-1095-1-SM.pdf

Rijckaert, J. (2015). Plaatstheorie van toonhoogte horen. In R. J., Akoestiek en psychoakoestiek (p. 119). Arteveldehogeschool: Academia press.

Ruthsatz, J., Detterman, D., Griscom, W. S., & Cirullo, B. A. (2007). Becoming an expert in the musical domain: It takes more than just practice. Intelligence, 36(4), 330-338. doi:10.1016/j.intell.2007.08.003

Saffran, J. R., & Griepentrog, G. J. (2001). Absolute pitch in infant auditory learning: evidence for developmental reorganization. Developmental psychology, 37(1), 74-85. doi:10.1037/0012-1649.37.1.74

Schlaug, G., Jäncke, L., Huang, Y., Staiger, J. F., & Steinmetz, H. (1995). Increased corpus callosum size in musicians. Neuropsychologia, 33(8), 1047-1055. doi:10.1016/0028-3932(95)00045-5

Sergeant, D., & Roche, S. (1973). Perceptual shifts in the auditory information processing of young children. Psychology of Music, 1(2), 39-48. doi:10.1177/030573567312006

Smith, N. A., & Schmuckler, M. A. (2008). Dial A440 for absolute pitch: Absolute pitch memory by non-absolute pitch possessors. The Journal of the Acoustical Society of America, 123(4), EL77-EL84. doi:10.1121/1.2896106

Stévens, J. C., & Hall, J. W. (1966). Brightness and loudness as functions of stimulus duration. Perception & Psychophysics, 1(5), 319-327. doi:10.3758/BF03215796

Sutton, C. (2016, augustus 18). What is musicality. Opgeroepen op februari 16, 2017, van Musical U: https://www.musical-u.com/learn/what-is-musicality/

Takeuchi, A. H., & Hulse, S. H. (1993). Absolute pitch. Psychological bulletin, 113(2), 345-361. doi:10.1037/0033-2909.113.2.345

team, M. U. (2013, mei 14). What does it mean to have a "good ear"? Opgeroepen op april 7, 2016, van Musical U: https://www.musical-u.com/learn/what-does-it-mean-to-have-a-good-ear/

Terhardt, E., & Seewann, M. (1983). Aural key identification and its relationship to absolute pitch. Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 1(1), 63-83. doi:10.2307/40285250

Theusch, E., Basu, A., & Gitschier, J. (2009). Genome-wide Study of Families with Absolute Pitch REveals Linkage to 8q24.21 and Locus Heterogeneity. The American Journal of Human Genetics, 85(1), 112-119. doi:10.1016/j.ajhg.2009.06.010

Thiers, P. (2003). Psychologie voor leerkrachten. Koninklijk conservatorium Brussel. Opgeroepen op april 2, 2017, van http://www.e-lisa.be/psychologie/cursus/01%20hfst%2001%20Inleiding.pdf

Ulrich, R., Rinkenauer, G., & Miller, J. (1998). Effects of stimulus duration and intensity on simple reaction time and response force. Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance, 24(3), 915. doi:10.1037/0096-1523.24.3.915

Van Hedger, S. C., Heald, S. L., & Nusbaum, H. C. (2015). The effects of acoustic variability on absolute pitch categorization: Evidence of contextual tuning. The Journal of the Acoustical Society of America, 138(1), 436-446. doi:10.1121/1.4933824

Vanzella, P., & Schellenberg, E. G. (2010). Absolute pitch: Effects of timbre on note-naming ability. PloS one, 5(11), e15449-e15449. doi:10.1371/journal.pone.0015449

Victoreen, J. A. (1960). Hearing enhancement. Thomas.

Vitouch, O. (2003). Absolutist models of absolute pitch are absolutely misleading. Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 21(1), 111-117. doi:10.1525/mp.2003.21.1.111

Wallentin, M., Nielsen, A. H., Friis-Olivarius, M., Vuust, C., & Vuust, P. (2010). The Musical Ear Test, a new reliable test for measuring musical competence. Learning and Individual Differences, 20(3), 188-196. doi:10.1016/j.lindif.2010.02.004

Ward, W. D., & Burns, E. M. (1982). Absolute pitch. In D. D., The psychology of music (1 ed., pp. 431-451). San Diego: Academic Press. doi:10.1016/B978-012213564-4/50009-3

What’s the difference between relative pitch and perfect pitch? (2016). Opgehaald van easyeartraining.com: http://www.easyeartraining.com/

Wynn, V. T. (1972). Measurements of small variations inabsolute'pitch. The Journal of physiology, 220(3), 627-637. doi:10.1113/jphysiol.1972.sp009726

Zatorre, R. J. (2003). Absolute pitch: A model for understanding the influence of genes and development on neural and cognitive function. Nature neuroscience, 6(7), 692-695. doi:10.1038/nn1085

Zatorre, R. J., Perry, D. W., Beckett, C. A., Westbury, C. F., & Evans, A. C. (1998). Functional anatomy of musical processing in listeners with absolute pitch and relative pitch. Proceedings of the National Academy of Sciences, 95(6), 3172-3177. doi:10.1073/pnas.95.6.3172

Ziv, N., & Radin, S. (2014). Absolute and relative pitch: Global versus local processing of chords. Advances in Cognitive psychology, 10(1), 15-25. doi:10.5709/acp-0152-7

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Professionele bachelor in de logopedie en audiologie, afstudeerrichting audiologie
Publicatiejaar
2017
Promotor
Dhr. Tom De Neve
Kernwoorden