DIRIGEREN MET WOORD EN BEELD: Een intermediale analyse van Stefan Hertmans' 'Als op de eerste dag' (2001) en 'Oorlog en terpentijn' (2013)

Sofia De Geest
In deze masterproef werd een onderzoek verricht naar de aanwezigheid van intermediale verwijzingen naar muziek, tekst en beeld in 'Als op de eerste dag' (2001) en 'Oorlog en terpentijn' (2013) van Stefan Hertmans. Door de gekozen romans in een multidimensionale kunst- en cultuurhistorische context in te bedden, trachtte Sofia De Geest tot een beter inzicht te komen in Hertmans’ poëticaal universum. De intermediale studie was het eerste onderzoek in zijn soort binnen het oeuvre van de auteur.

DIRIGEREN MET WOORD EN BEELD

Een intermediale analyse van Stefan Hertmans' Als op de eerste dag (2001) en Oorlog en terpentijn (2013)

Oorlog en terpentijn een breuk in Hertmans' oeuvre?

Stefan Hertmans geniet sinds de publicatie van 'Oorlog en terpentijn' (2013) een bekendheid, in zowel binnen- als buitenland, die de auteur nooit eerder te beurt viel. Toch was er ook kritiek. Zo twijfelde de Nederlandse auteur Arnon Grunberg in het NRC Handelsblad (28-03-2014) aan de waarachtigheid van de roman die gebaseerd is op dagboeken van Hertmans’ grootvader Urbain Martien, die meevocht in de Grote Oorlog. Verder stelde Grunberg: “zoals de Eerste Wereldoorlog in alle opzichten een breuk was, zo is deze roman een breuk in Hertmans’ oeuvre”. Een dergelijke stellingname getuigt echter van een erg eenzijdige en zeer oppervlakkige lectuur die geen rekening houdt met de betekenis van de uiteenlopende verwijzingen naar literatuur, beeldende kunst en muziek in Hertmans’ romans. Een lezer die in tegenstelling tot Grunberg dieper graaft, zal merken dat er achter iedere intermediale verwijzing — óók in ‘Oorlog en terpentijn’ — verschillende connotaties en tegenbeelden schuilgaan, zoals Hertmans dat al in 1989 uiteenzette in zijn poëticaal essay ‘Vitale Melancholie’ uit ‘Sneeuwdoosjes’.

Concreet ging Sofia De Geest na welke soorten intermediale verwijzingen in de romans verscholen zitten en welke functie de uiteenlopende verwijzingen naar literatuur en andere kunstvormen daarin hebben. Teneinde de rijke schakeringen aan intermediale verbanden in kaart te kunnen brengen, werden de romans op drie niveaus geanalyseerd, met name: het thematische, het structurele en het materiële niveau (vormgeving en bladspiegel). Om tenslotte in dialoog te kunnen gaan met Grunbergs opinietekst en om na te gaan in hoeverre er daadwerkelijk over een “breuk” in het oeuvre van Stefan Hertmans kan gesproken worden, werd ervoor geopteerd om twee romans te kiezen die temporeel verspreid liggen in het nog lopende literaire werk.

“Elk haartje lijkt geschilderd, maar realisme is, […], een kwestie van goed overdacht effect”

In Als op de eerste dag werd zo vastgesteld dat de lezer in de schijnbaar oneindige escalatie van verwijzingen naar literatuur, fotografie, schilderkunst, muziek, film en architectuur op alle vermelde niveaus een samenhang van onderliggende thema’s kan ontdekken, zoals machtsstructuren en situaties die escaleren naar zinloos geweld, gruwel en wreedheid. Dat wordt nog geëxpliciteerd door een allusie op Paul Celans holocaustgedicht Todesfuge. Zowel in Als op de eerste dag als in Oorlog en terpentijn zijn bovendien sporen terug te vinden van Celans zo kenmerkend woordbestand. Het oorlogsthema is bijna vanzelfsprekend explicieter (door de titel) aanwezig in Hertmans’ roman over de Eerste Wereldoorlog, maar ook Als op de eerste dag kan als oorlogsroman gelezen worden. Beide romans herbergen immers een netwerk van intermediale verwijzingen die impliciet een duidelijk beeld schetsen van respectievelijk de teloorgang van beschavingen en de destructie van het wereldbeeld door oorlogen.

Ook in Oorlog en terpentijn herinneren intermediale reminiscenties aan oorlog, gruwel, trauma en onderdrukking. Illustratief is daarbij vooral de meerdimensionale betekenislagen die de omslagfoto van de roman incorporeert. De zwart-witfoto van Stephan Vanfleteren refereert vooreerst aan de techniek van het clair-obscur en specifieker aan de grijzige, schemerige foto’s van de Duitse intermediale auteur W.G. Sebald, die het medium fotografie in zijn literaire werken integreerde. Typisch voor Sebalds werkwijze is bovendien dat hij zijn idee niet haarfijn afbeeldt, maar ruimte voor interpretatie laat aan de lezer. Hertmans zegt hierover het volgende:

Sebald is voor mij een literair strateeg geworden, maar één die ook klopt met mijn existentieel aanvoelen van de dingen. Ik aliëneer de historische waarheid, maar verlang tegelijkertijd zo sterk samen met u om de waarheid te kennen. Dat is eigenlijk waar het in Oorlog en terpentijn over gaat. Ik verheug mij nu al op de academicus die binnen dertig of veertig jaar, wanneer ik die cahiers vrijgeef, zal zien wat een enorm verschil er is tussen de cahiers en mijn boek. De cahiers van mijn grootvader zijn als het ware een twintig kilogram verschreven palimpsest, het is een fresco waarin nog een arm en een been overschoot en waar ik ‒ als laatste schilder ‒ de rest voltooid heb. [*]

Daarnaast alluderen de omslagfoto’s van zowel de Nederlandstalige als de Engelstalige versie van Oorlog en terpentijn op kunstwerken van de Duitse beeldende kunstenaar Anselm Kiefer (zie bijlage). Verwijzingen naar die kunstenaar doken daarenboven ook al op in Als op de eerste dag. De monumentale driedimensionale werken van Kiefer zijn confronterend door zijn kritiek op het Nazisme en de Holocaust, om de herinnering aan de barbaarse daden nooit te vergeten. Analoog gaat de verteller in Oorlog en terpentijn met de intermediale flarden aan de slag om Urbains tragische levensverhaal en dat van zijn hele generatie te reconstrueren. Op die manier wil Hertmans’ Grote Oorlogsroman in bredere zin vooral de herinnering aan alle slachtoffers van oorlog, onderdrukking en geweld levendig houden. Zodoende vormt de roman een continuïteit met Hertmans’ vroegere literaire werk dat doordrongen is van de fascinatie voor de kaddisj, het telkens opnieuw inneren van het verleden en de onuitputtelijke dialoog met dat verleden, vanuit de overtuiging dat oorlogsgruwel nooit mag vergeten worden, want vergeten is de bron van alle kwaad.

Jan Fabre, De man die de sterren dirigeert (2016), Firenze, Spiritual guards [eigen illustratie, SDG]

 

Net als de man die de sterren dirigeert in Jan Fabres gelijknamige beeld (zie foto), zet Hertmans als volleerd dirigent zowel de sterren uit de kunsten, als de met de doden verbonden sterren uit de macrokosmos naar zijn hand. Daarmee creëert hij niet alleen een dialoog met het verleden, maar ontstaat eveneens een subtiel spel tussen verhullen en onthullen, tussen impliceren en expliciteren en ja, tussen fictie en realiteit.

[*] uit een gesprek met Stefan Hertmans door Sofia De Geest op 3 juli 2017.

 

Bibliografie

Primaire literatuur

Celan, P. (1952). ‘Todesfuge’. In: Mohn und Gedächtnis: Gedichte. Stuttgart: Deutsche-Verlags Anstalt.

Celan, P. (1959). Sprachgitter. Frankfurt a. M.: Fischer.

Celan, P. (1959). Stretto (vertaald door Tom Naaijkens, 1995). Baarn: Atalanta Press.

Dante, A. (1308-1321). De goddelijke komedie (Vertaald door I. Cialona & P. Verstegen, 2000). Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Handke, P. (1998). Abschied des Träumers vom neunten Land. Frankfurt am Main: Suhrkamp.

Hertmans, S. (1989). Sneeuwdoosjes : essays. Amsterdam: Meulenhoff.

Hertmans, S. (1995). Fuga's en pimpelmezen: over actualiteit, kunst en kritiek. Amsterdam: Meulenhoff.

Hertmans, S. (1996). Francesco's paradox: gedichten. (2de dr.). Amsterdam: Meulenhoff.

Hertmans, S. (1999). Het bedenkelijke: over het obscene in de cultuur. Amsterdam: Boom.

Hertmans, S. (2001). Als op de eerste dag : roman in verhalen. Amsterdam: Meulenhoff.

Hertmans, S. (2002). Engel van de metamorfose: over het werk van Jan Fabre. Amsterdam: Meulenhoff.

Hertmans, S. (2008). ‘De anamorfose van het lijden’. In: Hertmans, S. & H. Theys, Schmerzensmann V: een sculptuur van Berlinde De Bruyckere. S.l.: Tornado Editions, 7-26.

Hertmans, S. & D. Leyman (2010). Je portret. Antwerpen: Voetnoot.

Hertmans, S. (2010). Zäsur, Differentie, Ursprung, Ironie: Hölderlin en de goden van onze tijd [proefschrift]. Gent: universiteit Gent, vakgroep kunst-, muziek- en theaterwetenschappen.

Hertmans, S. (2014). Oorlog en terpentijn. (19de dr.). Amsterdam: De Bezige Bij.

Horatius. (ca. 20 v. Chr.). Ars Poetica (Vertaald door P.H. Schrijvers 1980). Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep.

Lessing, Gotthold Ephraim (1788) Laokoon oder Über die Grenzen der Malerei und Poesie (geëditeerd door H. Blümner, 1869-1870). Berlijn: Spemann.

Lucebert. (1952). Apocrief. De analphabetische naam. Amsterdam: De Bezige Bij.

Wilde, O. (1998). Het portret van Dorian Gray. Amsterdam: Prometheus.

Secundaire literatuur

Abrams, M. H. (1960). The mirror and the lamp : romantic theory and the critical tradition. London, Oxford: University Press.

Adorno, T. (1973). Negative Dialektik. Frankfurt am Main: Suhrkamp.

Adorno, T. (1977): ‘Kulturkritik und Gesellschaft’. In: Adorno, T., Kulturkritik und Gesellschaft I. Prismen - Ohne Leitbild. Gesammelte Schriften: Band 10.1. 1951. Frankfurt am Main: Suhrkamp, 11-30.

Adorno, T. (2005). Minima moralia: reflections from damaged life. Londen: Verso.

Arabadjieva-Baqeuy, N. (2005). 'Rendre visible sans décrire: Proust et la réhabilitation de la représentation'. In: Parisor F. (red.). Littérature et représentations artistiques. Narratologie. Parijs: L'Harmattan. 157-170.

Arnheim, R. (1987). 'The Reading of Images and the Images of Reading'. In: J. A. W. Heffernan (red.). Space, Time, Image, Sign: Essays on Literature and the Visual Arts. New York: Peter Lang, 83-88.

Arnold-de-Simine S. (red.). (2005). Memory Traces: 1989 and the Question of German Cultural Identity. Oxford: Peter Lang.

Babbitt, I. (1910). The new Laokoon: An Essay on the Confusion of the Arts. Boston, Houghton: Mifflin Company.

Baetens, J. (2013). ‘Intermedialiteit’. In: Bernaerts, L., H. Vandevoorde & B. Vervaeck (red.), Ivo Michiels intermediaal. Gent: Academia Press, 17-26.

Bakhtin, M. (1984). ‘Remarques sur l’épistémologie des sciences humaines’. In: Bakhtin, M., Esthétique de la création verbale. Paris: Gallimard, 379-393.

Barthes, R. (1964). 'Littérature et discontinu'. In: Essais critiques. Parijs: Seuil, 175-187.

Barthes, R. (1968). ‘La Mort de l’auteur’. In Barthes, R. Le bruissement de la langue: Essais critiques IV. Paris: Seuil, Collection “Points/essais” 1984. 63-69.

Barthes, R. (1968). ‘La Mort de l’auteur’. In Barthes, R. Oeuvres complètes II. 1966-1973. Paris: Seuil, 1994. 493-494.

Barthes, R. (1973). Le Plaisir du texte. Paris: Seuil.

Barthes, R. (1984). Le Bruissement de la langue. Paris: Seuil.

Benjamin, A. (1991). Art, mimesis and the avant-garde : aspects of a philosophy of difference. London: Routledge.

Bernaerts, L., H. Vandevoorde & B. Vervaeck. (2013). Ivo Michiels intermediaal. Gent: Academia Press.

Bernaerts, L. (2014). ‘Stefan Hertmans, Als op de eerste dag’. In: Anbeek, T., J. Goedegebuure & B. Vervaeck (red.), Lexicon van literaire werken (Vol. 101). Groningen: Noordhoff Uitgevers, 1–14.

Bloom, H. (1997). The anxiety of influence : a theory of poetry. 2nd ed. New York (N.Y.): Oxford university press.

Boehnke, H. (2003). ‘Clair obscur. W.G. Sebalds Bilder’, Text + Kritik n° 158, 43-61.

Böhm, G. & H. Pfotenhauer (1995). ‘Einleitung: Wege der Beschreibung’. In: Dies. (red.), Beschreibungskunst – Kunstbeschreibung. Ekphrasis von der Antike zur Gegenwart. München: Fink, 9-19.

Borgers, G. (1971). Paul van Ostaijen: een documentatie. Den Haag: Bakker.

Boterman, F. (2013). Cultuur als macht: cultuurgeschiedenis van Duitsland, 1800-heden. Amsterdam: De Arbeiderspers.

Bouillaguet, A. (1989) ‘Une typologie de l’emprunt’, Poétique n° 80, 495-496.

Bousset, H. (2002). ‘Het tiende verhaal. Over Stefan Hertmans en Julia Kristeva’. In: Dietsche Warande & Belfort 47, nr.1, 136-143.

Brillenburg Wurth, K. & A. Rigney (2006). Het leven van teksten. Een inleiding tot de literatuurwetenschap. Amsterdam: University Press.

Brillenburg Wurth, K. (2013). ‘Intermedialiteit & Tree of Codes van Jonathan Safran Foer: Kunst is zichzelf niet meer’. In: Draden in het donker. Nijmegen: Van Tilt, 151-167.

Carles, P. & J. L. Comolli (1971). Free jazz, Black power. Paris: Union générale d'éditions.

Claes, P. (1988). Echo's echo's. De kunst van de allusie. Amsterdam: De Bezige Bij.

Clüver, C. (1997). ‘Ekphrasis Reconsidered: On Verbal Representations of Non-Verbal Texts’. In: Lagerroth U.-B., H. Lund & E. Hedling (red.), Interart Poetics: Essays on the Interrelations of the Arts and Media. Amsterdam: Rodopi, 19-33.

Cook, D. A. (2002). Lost illusions : American cinema in the shadow of Watergate and Vietnam, 1970-1979. Berkeley: University of California press.

Decelle, A. (2006). ‘Stefan Hertmans. Muziek voor de overtocht’. Lexicon van Literaire Werken 72, december 2006, 1-13.

Deleuze, G. & F. Guattari (1980). Capitalisme et schizophrénie. 2: Mille plateaux. Paris: Ed. de Minuit.

De Geest, S. (2016). “Elk haartje lijkt geschilderd”. Intermediale verwijzingen naar muziek, tekst en beeld in Stefan Hertmans’ Oorlog en terpentijn (2013) [bachelorproef]. Gent: Universiteit Gent.

De Pourcq, M. & C. De Strycker (2013). ‘Geschiedenis van de moderne intertekstualiteitstheorie: opvattingen, denkers en concepten’. In: Dijk, Y., M. De Pourcq, M. & C. De Strycker, Draden in het donker : intertekstualiteit in theorie en praktijk. Nijmegen: Vantilt, 15-59.

De Schryver, R. (1997). Historiografie: vijfentwintig eeuwen geschiedschrijving van West-Europa. Leuven: University press.

De Strycker, C. (2005). Angst voor invloed en invloedangst: Harold Blooms anxiety of influence en de neerlandistiek. Nederlandse Letterkunde (Groningen), 10(4), 263–279.

De Strycker, C. (2012). Celan auseinandergeschrieben: Paul Celan in de Nederlandstalige poëzie. Academisch literair. Vol. 6. Antwerpen, België ; Apeldoorn, Nederland: Garant.

Dupuy, J.-P. (2008). ‘Le paratexte selon Genette’. In: Leleu-Merveil S. & Z. Khaldoun (red.) Revue des Interactions Humaines Médiatisées. Vol 09, nr.2, P.27-28.

Eco, U. & Y. Boeke (2006). De geschiedenis van de schoonheid. Amsterdam: Prometheus.

Fenske, U., H. Walburga & G. Schuhen. (2013). Die Krise als Erzählung: Transdisziplinäre Perspektiven auf ein Narrativ der Moderne (Edition Kulturwissenschaft). Bielfeld: Transcript Verlag.

Frank, J. (1981). 'Spatial Form: Thirty Years After'. In: Smitten J. R. & A. Daghistany (red.), Spatial Form in Narrative. Ithaca: Cornell University Press, 202-243.

Frank, J. (1991). The idea of spatial form. New Brunswick & Londen: Rutgers University Press.

Freud, S., & A. Mitscherlich (1975). Psychologie des Unbewussten. Frankfurt am Main: Fischer.

Gamboni, D. (2007). ‘The art of keeping art together. On collector’s museums and their preservation’. Anthropology and Aesthetics. 52, 181-189.

Genette, G. (1969). Figures II. Parijs: Seuil.

Genette, G. (1982). Palimpsestes: La literature au second degree. Paris: Seuil.

Genette, G. (1987). Seuils. Paris: Seuil.

Germanistik (2012) = Gu Y. J. Transformation des Schwindels. Von der physischen Täuschung zum poetischen Schöpfungsakt bei W. G. Sebald: Bd. 38. Berlin: LIT Verlag.

Gorus, K. (2011). ‘Alles heeft een rand’. Intermediale verwijzingen naar beeldende kunst in het werk van Peter Verhelst (1987 – 2005) [proefschrift]. Brussel: VUBPress.

Gorus, K. (2013)., ‘“Rewind. Random. Play.” Tekstrecyclage als oeuvrestrategie in het werk van Peter Verhelst’, Verslagen en mededelingen van de KANTL vol. 123, nr. 1, 31-41.

Greene, D. (2014). The Rock Cover Song: Culture, History, Politics. Jefferson: McFarland.

Greil, M. (2010). When that rough God goes riding: listing to Van Morison. New York: Public Affairs.

GVD (1984) = G. Geerts, H. Heestermans, C.H.A. Kruyskamp & J. H. Van Dale, J. H. (1984). Groot woordenboek der Nederlandse Taal (11e herziene druk). Utrecht: Van Dale Lexicografie.

Hamon, P. (2001). Imageries. Littérature et image au XIXe siècle. Parijs: José Corti.

Hamrit J. (2014). Authorship in Nabokov’s Prefaces. Cambridge: Scholars University.

Heffernan, J. A. W. (1993). Museum of Words: The Poetics of Ekphrasis from Homer to Ashbery. Chicago: The University of Chicago Press.

Heffernan, J. A. W. (1996). ‘Entering the museum of words. Browning’s “My last Duchess” and twentieth-century ekphrasis’. In: Wagner, P. (red.), Icons-Texts-Iconotexts: Essays on Ekphrasis and Intermediality. Berlin: de Gruyter, 262-280.

Hertmans, S. (2008). ‘Esthetica als service-club. Bedenkingen rond een debat over engagement in de kunsten’. Yang, Jaargang 2008, 65-72.

Higgins, D. (1984). Horizons: The Poetics and Theory of the Intermedia. Connondale: Southern Illinois University Press.

Hochmann, M. (2004). Venise et Rome 1500-1600: deux écoles de peinture et leurs échanges. Genève: Droz.

Holm-Hudson, K. (2002). Progressive rock reconsidered. New York: Routledge.

Horkheimer, M. & T. Adorno (1944). ‘Begriff der Aufklärung’. In: Horkheimer, M. & T. Adorno. Dialektik der Aufklärung. Philosophische Fragmente. Frankfurt am Main: Fischer Verlag, 1969, 9–49.

Jakobson, R. (1960). ‘Closing statement: Linguistic & poetics’. In: Sebeok T. (red.), Style in Language. Cambridge: MIT Press, 355-377.

Keen, L. (1985). Intuïtieve ontwikkeling. (vertaald door L. Kooman, 2001). Deventer: Ankh-Hermes.

Kempf, D. (2010). Symmetrie und Variation als kompositorische Prinzipien: Interdisziplinäre Aspekte. Norderstedt: BoD.

Kiefer A. ‘Interview mit Alfred Hecht und Alfred Nemeczek’. Art, Januar 1990, 40.

Kindt, T., J. C. Meister & W. Schernus (2005). Narratology beyond literary criticism: mediality, disciplinarity. Berlijn: de Gruyter.

Krauss, R. (2000). A Voyage on the North Sea: Art in the Age of the Post-Medium Condition. London: Thames & Hudson.

Kristeva, J. (1967). ‘Bakhtine, le mot, le dialogue et le roman’. Critique 239, avril 1967, 438-465.

Kristeva, J. (1980). Desire in Language: A Semiotic Approach to Literature and Art. New York: Columbia University Press.

Krüger, R. (1990). ‘L'écriture et la conquête de l'espace plastique: Comment Ie texte est image’. In: Alain Montandon (red.), Signe / Texte / Image. Meyzieu: Césura Lyon Êdition, 13-57.

Leyman, D. (2010). ‘Tonen dat ik het niet weet’. In: Hertmans, S. & D. Leyman, Je portret. Antwerpen: Voetnoot, 33-59.

Louvel, L. (1998). L'oeil du texte - texte et image dans la littérature de langue anglaise. Toulouse: Presses Universitaires du Mirail.

Luteijn, E. (1988). ‘De gedrevenheid bij Loekie Zvonik’. Ons Erfdeel 31, 671-679.

Lyotard, J-F. (1979). La condition postmoderne : rapport sur le savoir. Paris: Ed. de Minuit.

Malgorn, A. (1988). Jean Genet: Qui etes vous? Lyon: La Manufacture.

McCloud, S. (1994). Understanding Comics: The Invisible Art. New York: Harper Collins Publishers.

McCulloh, M. R. (2003). Understanding W.G. Sebald. Columbia, S.C.: University of South Carolina Press.

McLuhan, M. (1964). Understanding Media. Massachusetts: MIT Press.

Meijer, M. (2013). ‘Michael Riffaterre & Voor wie ik liefheb van Neeltje Maria Min. Ontraadselend interpreteren’. In: Dijk, Y., M. De Pourcq, M. & C. De Strycker. Draden in het donker: intertekstualiteit in theorie en praktijk. Nijmegen: Vantilt, 117-138.

Mertens, A. (1991). Sluiproutes en dwaalwegen : aspecten van een liminale poëtica toegelicht aan de hand van het werk van Jacq Firmin Vogelaar. Amsterdam: Sauternes.

Mitchell, W. J. T. (1980). ‘Spatial Form in Literature: Toward a General Theory'. In: W.J.T. Mitchell (red.). The Language of Images. Chicago: The University of Chicago Press, 271-299.

Mitchell, W. J. T. (1994). Picture Theory: Essays on Verbal and Visual Representation. Chicago: University of Chicago Press.

Musschoot, A. M. (1990) ‘Stefan Hertmans: van fascinatie naar reflectie’. Ons erfdeel 33 (1), 15-21.

Musschoot, A. M. (2013a). ’Schrijver in het publieke debat: Stefan Hertmans‘. In: S. Ons Erfdeel (red.), The low countries : arts and society in Flanders and the Netherlands. 21. Rekkem: Stichting Ons Erfdeel, 242–247.

Musschoot, A. M. (2013b). Verschuivingen en ontgrenzingen: opstellen over moderne Nederlandse literatuur. Gent: Academia Press, 177-199.

Musschoot, A. M. (2015a).‘'Wij hebben geen oorlogsliteratuur': ‘Zacht Lawijd ‘over schrijvers in de Eerste Wereldoorlog’. Ons Erfdeel 58(2). 182-184.

Musschoot, A.M. (2015b). Stefan Hertmans als prozaïst. In: P. Oost-Vlaanderen (red.), Cultureel Jaarboek 2013-2014. Gent: Provincie Oost-Vlaanderen, 92-97.

Neumann, P.-H. (1968). Zur Lyrik Paul Celans. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht.

North, M. (2013). Novelty: A History of the New. Chicago & London: The University of Chicago Press.

Paech, J. (1998). ‘Intermedialität: Mediales Differenzial und transformative Figurationen’. In: J. Helbig (red.), Intermedialität. Theorie und Praxis eines interdisziplinären Forschungsgebiets. Berlijn: Schmidt, 14-30.

Peters H. (1995). ‘Postmodernistische tendensen in jeugdboeken: Allan Ahlbergs Ten in a bed In Literatuur zonder leeftijd’. Literatuur zonder leeftijd 9, nr.35, 327-338.

Rajewsky, I. (2002). Intermedialität. Basel: Francke.

Rajewsky, I. (2005). ‘Intermedialitity, Intertextuality and Remediation: A Literary Perspective on Intermediality’. Intermédialités, 6, 43-64.

Riffaterre, M. (1964). ‘Fonctions du cliché dans la prose littéraire’. Cahiers de l'Association internationale des études françaises. 16, nr. 1, 81-95.

Riffaterre, M. (1978). Semiotics of Poetry. Bloomington: Indiana University Press.

Riffaterre, M. (1980). ‘La Trace de l'intertexte’. La Pensée nr. 215, octobre 1980.

Riffaterre, M. (1983). Sémiotique de la poésie. Paris: Seuil.

Roggemans, M. (2009). Inleiding tot het Esoterisme: Astrologie, Alchemie, Kabalah en Tarot. Lulu.Com.

Ryan, M.-L. (2004). Narrative across Media. The Languages of Storytelling Lincoln, London: University of Nebraska Press.

Saltzman, L. (1999). Anselm Kiefer and art after Auschwitz. Cambridge: Cambridge university press.

Scott Endrinal, J.C. (2008). Form and Style in the Music of U2. [PhD dissertation]. Florida: State University.

Scott, G. F. (1999). 'Copied With a Difference: Ekphrasis in William Carlos Williams' Pictures from BruegheI'. In: Klarer M. (red.), Word & Image: A Journal of Verbal/Visual Enquiry, 15, nr. 1, 63-75.

Steiner, W. (1982). The Colors of Rhetoric. Problems in the Relation between Modern Literature and Painting. Chicago: The University of Chicago Press.

T’Sjoen, Y. (2015). ‘Schrijven na Auschwitz, na apartheid, na de digital turn: hedendaagse “geëngageerde” poëzie als “consequentie van een tijd” in Nederlands en Afrikaans’. TYDSKRIF VIR LETTERKUNDE, 52(1), 94–112.

Uitgeest, W. (2010). De binnenkant van blauw. Onderzoek naar de dynamiek van blauw en de toepassing hiervan in de kunstzinnige therapie. Zeist: Christofoor.

Van Aken, P. (2000). ‘Stefan Hertmans. Naar Merelbeke’. Lexicon van Literaire Werken 46, mei 2000, 1-10.

Van Damme, C. & F. Vandepitte (1996). Mythische sporen in de hedendaagse kunst. Gent: Academia Press.

Van der Straeten, B. (2003). (On)leesbaarheden: over “Vuurwerk zei ze” van Stefan Hertmans. DE TIJD. Brussel: De Tijd.

Van Gorp, H., D. Delabastita, J. Flamend, & R. Ghesquiere (2007). Lexicon van literaire termen. (8ste, herz. dr.). Mechelen: Wolters Plantyn; Groningen: Wolters-Noordhoff.

Van Obbergen, B. (2003). Geen kinderspel : een pedagogische analyse van de vertogen over de commercialisering van de leefwereld van kinderen. Gent: Academia Press.

Van Oort, H. (2010). Lexicon antroposofie. Zeist: Christofoor.

Varesi, A. (2002). The Bob Dylan Albums: A critical study. Toronto, Canada: Guernica.

Verbeeck, G. (2014). ‘De schaduwen van Versailles. De lange nasleep van de Eerste Wereldoorlog’ In:  Pattyn B. & P. d'Hoine (red.), Herdenken en vooruitgaan: Lessen voor de eenentwintigste eeuw. Leuven: Universitaire Pers, 35-62.

Vervaeck, B. (1999a). ‘Franse gasten in Merelbeke: Stefan Hertmans en het poststructuralisme’. Nieuw tijdschrift van de Vrije Universiteit Brussel 12 (1999a), 39-64.

Vervaeck, B. (1999b). Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman. Brussel en Nijmegen: VUBPress & Vantilt.

Vervaeck, B. (2000). ‘Stefan Hertmans’. Kritisch Literair Lexicon 78, augustus 2000, 1-17.

Vervaeck, B. (2006). Literaire hellevaarten. Van klassiek naar postmodern. Nijmegen: Vantilt.

Vervaeck, B. (2007). De kleine postmodernsky: ontwikkelingen in de (verhalen over de) postmoderne roman. In: Brems E., H. Brems, de Geest D. & E. Vanfraussen (red.), Achter de verhalen: over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw. Leuven: Peeters, 133–165.

Vervaeck, B. (2011). ‘In search of a critical form: postmodern fiction in Flanders’. Modern Language Review, 106(4). 1073–1090.

Verweij, D. & F. Jespers (2011). Passie en persoonlijkheid. Assen: Koninklijke Van Gorcum.

Vos, E. (1997). ‘The Eternal Network. Mail Art, Intermedia Semiotics, Interarts Studies’. In: Lagerroth, U.-B., H. Lund & E. Hedling (red.), Interart Poetics. Essays on the Interrelations of the Arts and Media. Amsterdam/Atlanta: Rodopi, 325 -336.

Wagner, P. (red.). (1996). Icons, Texts, Iconotexts: Essays on Ekphrasis and Intermediality. Berlijn: de Gruyter.

Wassmann, E. (2009). Die Novelle als Gegenwartsliteratur: Intertextualität, Intermedialität und Selbstreferentialität bei Martin Walser, Friedrich Dürrenmatt, Patrick Süskind und Günter Grass. St. Ingbert: Röhrig.

Willemsen, H. & P. de Wind (red.) (2015). Woordenboek filosofie. Antwerpen, Apeldoorn: Garant.

Wolf, W. (1999) ‘Musicalized Fiction and Intermediality: Theoretical Aspects of Word and Music Studies’. In: Bernhart , W. et al (red.), Word and Music Studies: Defining the Field. Amsterdam: Rodopi, 37-58.

Wright, C. (2011). Listening to Music. New Haven: Yale University Press.

Internetbronnen:

Garner, D. (2016). ‘Review: ‘War and Turpentine,’ a Grandfather’s Painful Life’. Geraadpleegd op 26 september 2016 via https://www.nytimes.com/2016/08/05/books/review-war-and-turpentine-stef…

Grunberg, A. (2014). ‘Alleen de kopie toont het obscene’. Geraadpleegd op 5 mei 2016 via: https://www.nrc.nl/nieuws/2014/03/28/alleen-de-kopie-toont-het-obscene-…

‘Herinneringscentrum Wewelsburg 1933-1945’. Geraadpleegd op 25 maart 2017 via http://www.wewelsburg.de/nl/wewelsburg-1933-1945/einstieg.php

Hopkins, J. (2005). ‘La théorie sémiotique littéraire de Michael Riffaterre: matrice, intertexte et interprétant’. Cahiers de Narratologie 12 [Online]. Geraadpleegd op 15 december 2016 via http://narratologie.revues.org/37

Juryrapport AKO Literatuurprijs 2014. Geraadpleegd op 15 november 2015 via http://www.onserfdeel.be/nl

Mukherjee, N. (2016). ‘War and Turpentine by Stefan Hertmans review – a future classic’. Geraadpleegd op 26 september 2016 via https://www.theguardian.com/books/2016/jul/02/war-and-turpentine-by-ste…

Smith, A. (1887). ‘Chief Seattle’s 1854 Oratation’. Seattle Sunday star, 29 oktober 1887. Geraadpleegd op 12 maart 2017 via http://www.washington.edu/uwired/outreach/cspn/Website/Classroom%20Mate…

Steenhuis, P. H. (2001). ‘Herhaling maakt aandachtig, afwisseling banaal’. Trouw, 21 april 2001. Geraadpleegd op 12 april 2017 via https://www.trouw.nl/cultuur/herhaling-maakt-aandachtig-afwisseling-ban…

Vanfleteren, S. (2016). 'Biografie' Geraadpleegd op 15 januari 2016 via http://stephanvanfleteren.com/nl/biografie

Persoonlijke communicatie

Hertmans, S. Gesprek door Sofia De Geest, Beersel, 3 juli 2017.

 

 

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
master in de taal-en letterkunde: Nederlands-Duits
Publicatiejaar
2017
Promotor
dr. Els Van Damme (prof. dr. Yves T'Sjoen)
Kernwoorden
https://twitter.com/dg__sofia